Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:7040

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-12-2016
Datum publicatie
03-01-2017
Zaaknummer
291648
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid. Onderzoeksplicht notaris met betrekking tot het al dan niet verpand zijn van domeinnamen. In conventie geen sprake van toerekenbaar tekortschieten ter zake de aan de notaris verstrekte opdracht. Evenmin sprake van onrechtmatig handelen. Vorderingen afgewezen. In reconventie toewijzing van de niet betaalde declaraties van de notaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/68
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/291648 / HA ZA 15-603

Vonnis van 14 december 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DBCN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. S.A. van Snippenburg te Malden, gemeente Heumen,

tegen

1. de naamloze vennootschap

DIRKZWAGER ADVOCATEN EN NOTARISSEN N.V.,

statutair gevestigd te Arnhem, kantoorhoudende te Nijmegen,

2. [gedaagde sub 2],

kantoorhoudende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

proces-advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

behandelend advocaat mr. M. Timpert-de Vries te Arnhem.

Partijen zullen hierna respectievelijk DBCN, Dirkzwager en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 februari 2016

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 19 oktober 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

DBCN is een specialist in de verkoop van elektronica voor wederverkopers.

2.2.

Op 22 augustus 2011 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [gedaagde sub 2] en de heren [betrokkene a] en [betrokkene b] van DBCN (hierna: [betrokkene a] en [betrokkene b] ) met betrekking tot de gedeeltelijke overname door DBCN van de door Rinkel B.V. (hierna: Rinkel) geëxploiteerde telecomonderneming. Object van koop betroffen de volgende assets van Rinkel:

  • -

    de domeinnamen Rinkel.nl en GSMwarenhuis.nl en de bij de domeinnamen behorende websites met de daarbij behorende webapplicaties,

  • -

    de (handels)namen Rinkel en GSMwarenhuis,

  • -

    de domein- en/of handelsnamen Simonlywinkel.nl, GSMmegastore.nl, gsmmegastore.nl, gsm-megastore.nl, gsmtarieven.nl, gsmverlenging.nl, gsm-warenhuis.nl, GSMwarenhuisoutlet.nl, Seniorenbellen.nl, simonlywinkel.nl en simonlywarenhuis.nl,

  • -

    alle rechten uit de Overeenkomst Telecombinatie, waaronder begrepen de dealercodes en de rechten op de airtime-vergoedingen Vodafone,

  • -

    alle bij het verkochte behorende gebruikelijke contractuele verhoudingen strekkende ten gunste van het verkochte, en

  • -

    de administratieve bescheiden betreffende afgesloten aansluitingen en/of abonnementen.

De koopprijs bedroeg € 130.384,94.

2.3.

Bij e-mail van 31 oktober 2011 heeft [betrokkene a] onder meer het volgende aan onder andere [gedaagde sub 2] bericht:

Vandaag is er overeenstemming bereikt aangaande de koop van de domeinnamen (en alle aanverwante zaken behorende bij deze domeinnamen) te weten: Rinkel.nl en GSMwarenhuis.nl van Rinkel bv.

Verkoper: Rinkel bv met als bestuurder [betrokkene c]

Koper: DBCN bv met als bestuurder [betrokkene a]

Verkoper en koper zijn de volgende punten overeengekomen:

1. Overname per 1 november 2011 tegen een prijs van € 30.000 (zie punt 2,4 en 5) en een vaste vergoeding per aansluiting (zie punt 6 en 7);

2. Betaling van € 10.000 per 1 november 2011;

3. Per 1 november gaan de domeinnamen/URL’s, een up-to-date werkende website, dealercodes en database over naar de koper;

4. Betaling van € 10.000 per 1 december 2011;

5. Betaling van € 10.000 per 1 maart 2012;

(…)

Graag vraag ik je bovenstaande punten (dan wel aangevuld met andere voor beide partij nuttige aanvullingen) te

verwerken in een koop overeenkomst. Mocht je toch nog vragen hebben die ik niet kan beatwoorden dan graag

contact opnemen met […] [betrokkene b] of […] [betrokkene c] (…)

2.4.

Daarop heeft [gedaagde sub 2] bij e-mail van 1 november 2011 onder meer als volgt geantwoord:

Dank voor uw duidelijke vastlegging van de tussen partijen gemaakte afspraken, welke door ons zullen worden vastgelegd in een notariële leveringsakte. Ik ga er zonder tegen bericht vanuit dat de eerste betaling zal geschieden gelijktijdig bij de ondertekening van de akte via een rekening van ons kantoor. (…)

2.5.

Voorts heeft [gedaagde sub 2] op 1 november 2011 in de onder 2.3 genoemde e-mail een aantal vragen en opmerkingen verwerkt. Bij punt 3 heeft [gedaagde sub 2] het volgende opgemerkt:

graag ontvang ik een kopie van de overeenkomst met de huidige provider die de website host; graag verneem ik

van de verkoper of er nog verplichtingen bestaan ten opzichte van de website bouwer; zonder tegenbericht ga ik

er vanuit dat u zelf zorg draagt voor de formulieren benodigd voor de overschrijving van de domeinnamen

2.6.

Bij e-mail van 1 november 2011 heeft DBCN de meeste vragen beantwoord. Enkele vragen zijn door Rinkel, in de persoon van de heer [betrokkene c] (hierna: [betrokkene c] ), per e-mail van 3 november 2011 beantwoord.

2.7.

In de door [gedaagde sub 2] opgemaakte concept akte van levering van 3 november 2011 is bij artikel 5 opgenomen: “overschrijving domeinnamen separaat regelen!”.

2.8.

Eveneens op 3 november 2011 heeft [betrokkene a] bij e-mail onder meer aan [gedaagde sub 2] de vraag gesteld: “Hoe weten we dat alles op onze naam staat danwel komt te staan?

2.9.

Partijen hebben naar aanleiding van deze vraag op 4 november 2011 telefonisch contact gehad. Blijkens een brief van [gedaagde sub 2] aan de advocaat van DBCN van 28 februari 2014 is toen onder meer het volgende besproken:

Daarbij is gewezen op het feit dat een rechtsgeldige levering van domeinnamen dient plaats te vinden middels de daarvoor door de SIDN vastgestelde procedure en de daarvoor beschikbare formulieren en dat cliënte op basis hiervan een overschrijving van die domeinnamen zouden moeten verzorgen. Hierbij werd ook gesproken over de mogelijke consequenties indien de verkoper failliet zou gaan, juist gezien de bij uw cliënte bekende precaire financiële situatie van de verkoper. Ook werd met uw cliënte gesproken over mijn verwachting dat die goederen mogelijk verpand zouden zijn aan de ING Bank in verband met de gebruikelijke afspraken die tussen een ondernemer en een bank worden gemaakt in het kader van een bedrijfsfinanciering en zijn over de daaraan verbonden risico’s gesproken.

2.10.

Bij e-mail van 10 november 2011 heeft [betrokkene b] aan [betrokkene a] en [gedaagde sub 2] bericht dat hij alle domeinnamen heeft nagekeken, dat deze tot zijn verbazing niet allemaal zijn geregistreerd of niet zijn geregistreerd op naam van Rinkel en dat hij de volgende dag de formulieren invult waar Rinkel achterstaat om deze over te zetten.

2.11.

Eveneens op 10 november 2011 heeft [gedaagde sub 2] per e-mail een tweede concept akte van levering aan DBCN en Rinkel gezonden. Daarbij heeft [gedaagde sub 2] onder meer aangegeven dat de eerste termijn van € 10.000,00 door DBCN reeds is voldaan. Ook heeft hij aangegeven dat hij van verkoper nog ontvangt de overeenkomst met Telecombinatie en de overeenkomst in verband met de verpanding van goederen aan Telecombinatie.

2.12.

In artikel 4 van de concept akte van levering van 10 november 2011 is ter zake van voornoemde verpanding aangegeven: “*** Verhaal verpanding domeinnamen en andere zaken aan telecombinatie”.

2.13.

De akte is uiteindelijk op 11 november 2011 gepasseerd ten overstaan van [gedaagde sub 2] . Rinkel is hierbij vertegenwoordigd door [betrokkene c] , DBCN door [betrokkene a] en [betrokkene b] , optredend voor respectievelijk [betrokkene a] Beheer B.V. en MGTS Holding B.V.

2.14.

Artikel 4 lid 1 van de door [gedaagde sub 2] opgestelde koopakte luidt als volgt:

Het verkochte (waaronder verstaan wat hierboven onder 2.2 is opgesomd, de rechtbank) wordt met alle toebehoren geleverd in volle, vrije en onbezwaarde eigendom, vrij van gebruiksrechten van derden, vrij van beslagen en zonder enig eigendomsvoorbehoud van derden, een en ander met dien verstande dat koper bekend is met de overeenkomst met Telepact B.V. de dato [2 september 2011] met betrekking de domeinnamen Rinkel.nl en GSMwarenhuis.nl alsmede de database van klanten en andere rechten zijn verpand aan Telecombinatie.

2.15.

De verpanding aan Telepact B.V. is opgeheven doordat krachtens een overeenkomst tussen DBCN en Rinkel het aan Telepact B.V. verschuldigde, ten behoeve waarvan het pandrecht was gevestigd, voldaan is op 11 november 2011.

2.16.

Op 11 november 2011 hebben DBCN en Rinkel enkele SIDN-formulieren ‘wijziging domeinnaamhouder’ ingevuld en ondertekend.

2.17.

Eveneens op 11 november 2011 heeft Rinkel haar naam gewijzigd in Mofin B.V. (hierna zal nog de oude naam Rinkel worden gehanteerd, de rechtbank).

2.18.

Op 6 december 2011 is Rinkel failliet verklaard.

2.19.

Toen DBCN nadat de koopovereenkomst was uitgevoerd, SIDN vroeg om wijziging van de hiervoor genoemde domeinnamen, heeft de heer R. [betrokkene d 2] van SIDN bij e-mail van 20 december 2011 onder meer het volgende aan de heer [betrokkene d 1] van DBCN bericht:

Het beslag is reeds in mei 2011 al ingeschreven. Daarnaast heeft Rinkel B.V. de domeinnamen in juli 2011 verpand. Om die reden heb ik van beide partijen (zowel de beslaglegger als de pandhouder, dat is dus niet de domeinnaamhouder) de schriftelijke toestemming nodig.

Rinkel B.V. is op de hoogte wie de beslaglegger en wie de pandhouder is.

Ik zal de mutaties annuleren. Zodra u de toestemmingen via Rinkel B.V. heeft ontvangen kunt u deze opnieuw indienen en mij uiteraard kopieen sturen.

2.20.

Voor het honorarium van [gedaagde sub 2] voor de verrichte werkzaamheden heeft Dirkzwager DBCN € 7.094,19 in rekening gebracht bij declaraties van 30 november 2011 en 31 december 2011. Dit bedrag is niet voldaan.

2.21.

Blijkens een pandakte van 8 juli 2011 heeft Rinkel zich jegens BHM Telecom Groep B.V. (hierna: BHM) verbonden om tot zekerheid voor de voldoening van een vordering van BHM op Rinkel ter grootte van € 21.000,00 een bezitloos pandrecht te vestigen op de domeinnamen rinkel.nl en gsmwarenhuis.nl.

2.22.

Bij e-mailbericht van 25 juli 2012 heeft de curator in het faillissement van Rinkel DBCN bericht dat hij een procedure tegen BHM winnend heeft afgesloten en dat BHM heeft toegezegd medewerking te verlenen aan opheffing van het pandrecht. Nadat vervolgens DBCN met de curator tot overeenstemming was gekomen zijn de twee domeinnamen op 20 augustus 2012 op naam van DBCN overgeschreven.

2.23.

Op 12 en 16 augustus 2014 heeft DBCN de domeinnamen verkocht.

2.24.

De Kamer voor het Notariaat in het Ressort Arnhem-Leeuwarden heeft op 19 augustus 2015 uitspraak gedaan in een door DBCN tegen [gedaagde sub 2] aangespannen tuchtzaak. In de beslissing is onder meer het volgende overwogen:

Tegen de achtergrond van dit gegeven en van het feit dat de notaris geacht mocht worden over de in dit verband benodigde kennis te (kunnen) beschikken, had het op de weg van de notaris gelegen om te onderzoeken of, in hoeverre en/of onder welke voorwaarden de beoogde overdracht van de eigendom, vol, vrij en onbezwaard, plaats kon vinden. Meer concreet betekent dat in dit geval dat in redelijkheid van de notaris verwacht mocht worden dat hij onderzoek naar de rechtstoestand van de domeinnamen zou doen. voor zover de mogelijkheden van dat onderzoek beperkt waren, had het op de weg van de notaris gelegen om klaagster daarover ondubbelzinnig te informeren.

Dit geldt te meer nu de notaris bekend was met het feit dat voor de verkopende partij een faillissement dreigde. Uit een oogpunt van zorgvuldigheid was hierdoor veeleer uitgebreider dan beperkter onderzoek naar de rechtstoestand van de over te dragen domeinnamen geïndiceerd.

Voor zover de voor dit onderzoek benodigde tijd ontbrak, had de notaris ofwel meer tijd voor zijn werkzaamheden moeten bedingen ofwel moeten afspreken dat en op welke wijze klaagster deze werkzaamheden in dit geval zelf zou verrichten. Daarbij had de notaris klaagster duidelijk moeten wijzen op de risico’s van een onvoldoende onderzoek naar de rechtstoestand van de domeinnamen.

(…)

Op grond van het voorgaande komt de kamer tot de conclusie dat het tuchtrechtelijk verwijt dat klaagster de notaris hier maakt terecht is en dat de klacht op dit onderdeel gegrond dient te worden verklaard.

(…)

Bij de beoordeling van de vraag of de notaris (on)voldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen, betrekt de kamer hetgeen hierboven ten aanzien van klachtonderdeel 1) is overwogen. Het had op de weg van de notaris gelegen om klaagster te adviseren over de mogelijkheden voor het geval de beoogde eigendomsoverdracht niet of niet onbezwaard zou kunnen plaatsvinden. Dat partijen inmiddels overeenstemming hadden over de betalingstermijnen doet daaraan niet af.

Het tuchtrechtelijk verwijt dat klaagster de notaris maakt is daarom terecht. De klacht is daarom ook op dit onderdeel gegrond.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

DBCN vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. voor recht verklaart dat Dirkzwager dan wel [gedaagde sub 2] , dan wel Dirkzwager en [gedaagde sub 2]

gezamenlijk jegens DBCN zijn tekortgeschoten uit hoofde van de aan hen verstrekte

opdracht, dan wel jegens DBCN onrechtmatig hebben gehandeld,

b. Dirkzwager en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de daardoor door

DBCN geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet,

c. Dirkzwager en [gedaagde sub 2] veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2.

DBCN legt primair aan haar vordering ten grondslag dat Dirkzwager en [gedaagde sub 2] zijn tekortgeschoten ter zake van de aan hen verstrekte opdracht. Uit hoofde van deze opdracht had [gedaagde sub 2] een taak ten aanzien van het verrichten van onderzoek omtrent het al dan niet onbezwaard zijn van de assets, in het bijzonder de domeinnamen. Dit onderzoek heeft [gedaagde sub 2] niet verricht. Als gevolg van het niet tijdig kunnen overdragen van de domeinnamen konden geen contractsverlengingen ten gunste van DBCN worden afgesloten, waardoor DBCN ernstig is gedupeerd en schade heeft geleden. Indien en voor zover de verpanding en beslagen bekend waren ten tijde van de overdracht op 11 november 2011 had DBCN nimmer haar medewerking verleend aan de koop, noch was zij overgegaan tot betaling van de koopprijs.

Subsidiair heeft [gedaagde sub 2] gelet op zijn wettelijke taak en verantwoordelijkheid als notaris zijn zorgplicht ten opzichte van DBCN geschonden. [gedaagde sub 2] heeft als notaris niet, dan wel onvoldoende onderzocht of de domeinnamen daadwerkelijk niet waren bezwaard met enig beperkt recht, hetzij vrij waren van beslagen. Voorts heeft [gedaagde sub 2] als notaris onvoldoende voorzorgsmaatregelen getroffen ten aanzien van de gevolgen van nadien gebleken bezwaard zijn van de domeinnamen, in het bijzonder door de koopsom gereed te houden op een derdenrekening en deze pas door te betalen aan de verkoper nadat de domeinnamen op naam van DBCN waren overgeschreven. Daarnaast is [gedaagde sub 2] zijn algemene zorgplicht uit hoofde van de hem verstrekte opdracht niet nagekomen omdat van hem op basis van zijn expertise, dan wel de expertise van Dirkzwager, verwacht kon en mocht worden dat kennis en ervaring aanwezig waren dat onderzoek aangaande het onbezwaard zijn van de assets bij SIDN kon plaatsvinden en ook daadwerkelijk zou plaatsvinden. Door raadpleging van het register bij SIDN had [gedaagde sub 2] kennis kunnen nemen van het bezwaard zijn van de assets.

Dirkzwager en [gedaagde sub 2] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door DBCN geleden schade. DBCN begroot haar directe schade vooralsnog op € 209.702,00 en haar indirecte schade op € 4.302.711,50.

3.3.

Dirkzwager en [gedaagde sub 2] voeren gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna, voor zover van belang, nader in.

in reconventie

3.4.

Dirkzwager vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis DBCN veroordeelt om aan Dirkzwager te betalen:

1. een bedrag van € 7.094,19, dan wel een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente:

- over het verschuldigde bedrag van € 6.769,32 vanaf 30 november 2011 (de datum van de factuur), althans 21 december 2011 (de op de declaratie vermelde 21 dagen na de factuurdatum), althans vanaf de dag van de conclusie van antwoord tot de dag van algehele voldoening,

- over het verschuldigde bedrag van € 324,87 vanaf 31 december 2011 (de datum van de factuur), althans 21 januari 2012 (de op de declaratie vermelde 21 dagen na de factuurdatum), althans vanaf de dag van de conclusie van antwoord tot de dag van algehele voldoening,

2. de kosten van het geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en (voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis plaatsvindt) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

3. de nakosten ad € 131,00 dan wel, indien betekening van het vonnis plaatsvindt, ad

€ 199,00 en de eventuele verdere executiekosten.

3.5.

Dirkzwager legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Voor het honorarium van [gedaagde sub 2] voor de verrichte werkzaamheden heeft Dirkzwager DBCN € 7.094,19 in rekening gebracht bij declaraties van 30 november 2011 en 31 december 2011. Ondanks diverse aanmaningen zijn deze declaraties niet voldaan. Dirkzwager maakt thans aanspraak op volledige vergoeding van de onbetaald gelaten facturen, vermeerderd met rente en kosten.

3.6.

DBCN voert verweer. Op de stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna, voor zover van belang, nader in.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

DBCN stelt in de dagvaarding dat na de overdracht op 11 november 2011 is gebleken dat de domeinnamen niet alleen waren belast met een pandrecht, maar ook reeds waren beslagen. Het debat tussen partijen richt zich echter met name op het (gestelde) pandrecht op de domeinnamen. Behoudens de mededeling van de heer R. [betrokkene d 2] van SIDN dat het beslag in mei 2011 al is ingeschreven (zie 2.19), kan nergens uit worden afgeleid dat er inderdaad sprake was van een beslag. DBCN heeft ook geen andere concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de domeinnamen waren beslagen en om wat voor beslag het dan precies ging. Hierna zal de rechtbank het mogelijk gelegde beslag dan ook verder buiten beschouwing laten.

4.2.

De rechtbank stelt verder het volgende voorop. Hoewel onduidelijk is of een domeinnaam vatbaar is voor verpanding, wordt door SIDN door middel van een constructie, die hierna gemakshalve als een verpanding wordt aangeduid, tegemoet gekomen aan de wens van de praktijk om een pandrecht op een domeinnaam te kunnen vestigen. Partijen zijn in deze procedure ook ervan uitgegaan dat de domeinnamen waren bezwaard met een pandrecht. De principiële vraag of een domeinnaam vatbaar is voor verpanding, zal in deze zaak dan ook niet worden beantwoord.

4.3.

In de kern verwijt DBCN [gedaagde sub 2] dat hij heeft nagelaten het door SIDN bijgehouden register te raadplegen, waarin de verpanding van de domeinnamen van Rinkel ten tijde van de transactie was geregistreerd. Als [gedaagde sub 2] dit register tijdig – voor de overdracht op 11 november 2011 – had geraadpleegd, was volgens DBCN duidelijk geworden dat die domeinnamen, in het bijzonder de domeinnamen rinkel.nl en gsmwarenhuis.nl, waren verpand en had DBCN nimmer haar medewerking verleend aan de koop en overdracht van de webshop van Rinkel. Voor een succesvolle koop en overdracht was voor DBCN namelijk van essentieel belang dat de assets, de aan de webshop gekoppelde websites, gelieerde rechten uit overeenkomsten en met name de domeinnamen, daadwerkelijk onbezwaard waren, zoals in de leveringsakte was opgenomen. Immers, zo stelt DBCN, eerst op het moment dat de domeinnamen ten name van DBCN staan geregistreerd, is het mogelijk om de contracten die de database van de webshop bevatte, te verlengen. Volgens DBCN waren Dirkzwager en [gedaagde sub 2] gehouden het register van SIDN te raadplegen op grond van de aan hen verstrekte opdracht (de primaire grondslag), dan wel op grond van de zorgplicht van de notaris, althans de algemene zorgplicht van een goed opdrachtnemer (de subsidiaire grondslag).

4.4.

Dirkzwager en [gedaagde sub 2] stellen dat het voor DBCN en daarmee ook voor de door haar ingeschakelde notaris zonder een adequate titel, en dus voordat de levering van de domeinnamen heeft plaatsgevonden, niet mogelijk was om informatie van SIDN te krijgen. Zij verwijzen naar de algemene voorwaarden van SIDN zoals die in 2011 golden. In artikel 14 lid 2 van die voorwaarden is gedefinieerd welke gegevens er via de zogenaamde whois-functie van het register worden gepubliceerd uit de administratie van SIDN. Gegevens over verpandingen vallen daar niet onder. Volgens Dirkzwager en [gedaagde sub 2] bestaat er dus geen openbaar register waarin verpandingen worden geregistreerd. Bovendien, zo stellen Dirkzwager en [gedaagde sub 2] , is SIDN niet verplicht om een pandrecht op een domeinnaam in haar systeem in te schrijven. Zij heeft daartoe de mogelijkheid, terwijl deze mogelijkheid ook slechts ziet op openbare pandrechten. Stille pandrechten worden vanzelfsprekend niet aan SIDN meegedeeld, aldus Dirkzwager en [gedaagde sub 2] .

4.5.

DBCN heeft alleen gesteld dat de registergegevens van SIDN omtrent het al dan niet bezwaard zijn van domeinnamen desgevraagd openbaar zijn en desverzocht ook bekend worden gemaakt. Dat is in het licht van het hiervoor weergegeven verweer van Dirkzwager en [gedaagde sub 2] onvoldoende. Het had op de weg van DBCN gelegen om concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan worden afgeleid dat SIDN een door een ieder te raadplegen register heeft waaruit het al dan niet bezwaard zijn van domeinnamen blijkt. Nu zij dit heeft nagelaten gaat de rechtbank er dan ook van uit dat [gedaagde sub 2] vóór de overdracht op 11 november 2011 niet de mogelijkheid had om in het door SIDN bijgehouden register na te gaan of de domeinnamen van Rinkel waren verpand. Overigens heeft DBCN dit ter zitting in zekere zin ook erkend door aan te geven dat het register bij SIDN wel is in te zien als je eigenaar bent. Tot aan de overdracht op 11 november 2011 was DBCN echter geen eigenaar van de domeinnamen en kon zij noch [gedaagde sub 2] de verlangde informatie bij SIDN opvragen.

4.6.

Een tweede vraag die partijen verdeeld houdt, betreft de vraag naar de omvang van de aan Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] verstrekte opdracht.

4.7.

Volgens DBCN heeft zij Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] verzocht haar te begeleiden ter zake van de voorgenomen koop en overname van de webshop van Rinkel met de daaraan verbonden websites, domeinnamen en rechten uit overeenkomsten. Tot de opdracht behoorden tevens bemoeienissen van [gedaagde sub 2] als adviseur aangaande de door DBCN beoogde koop en levering. De totstandkoming van de transactie is door Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] ook procesmatig begeleid. De opdracht was volgens DBCN dan ook meerledig, te weten adviserend, procesmatig en redactioneel van aard. DBCN had Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] juist ingeschakeld met het oog op het risico van het niet onbezwaard zijn van de assets. DBCN wilde de koop door middel van de bemoeienissen van Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] gedegen en professioneel afhechten. Het verrichten van onderzoek naar het al dan niet onbezwaard zijn van de assets behoorde ook tot de opdracht.

4.8.

Dirkzwager en [gedaagde sub 2] betwisten dat de aard en de omvang van de gegeven opdracht adviserend, procesmatig en redactioneel van aard was. Ook betwisten zij dat het onderzoek naar het al dan niet bezwaard zijn van de domeinnamen tot de opdracht behoorde. Verder plaatsen Dirkzwager en [gedaagde sub 2] vraagtekens bij de suggestie dat de overdracht bijzondere aandacht behoefde, vooral vanwege het onbezwaard zijn van de domeinnamen. De aan [gedaagde sub 2] gegeven opdracht was beperkter dan DBCN wil doen geloven.

4.9.

De rechtbank stelt het volgende vast. [betrokkene a] heeft op 31 oktober 2011 aan [gedaagde sub 2] medegedeeld dat er overeenstemming was bereikt aangaande de koop van de domeinnamen rinkel.nl en gsmwarenhuis.nl en alle aanverwante zaken behorende bij die domeinnamen en hem verzocht dit te verwerken in een koopovereenkomst (zie 2.3). [gedaagde sub 2] heeft in reactie daarop op 1 november 2011 geantwoord de gemaakte afspraken te zullen vastleggen in een notariële akte en aangegeven ervan uit te gaan dat DBCN zelf zorg zou dragen voor de formulieren die benodigd zijn voor de overschrijving van de domeinnamen (zie 2.4 en 2.5). In de conceptakte van levering van 3 november 2011 heeft [gedaagde sub 2] bij artikel 5 opgenomen: “overschrijving domeinnamen separaat regelen!” (zie 2.7). Op 4 november 2011 is er telefonisch contact geweest tussen [betrokkene a] en [gedaagde sub 2] , mede naar aanleiding van de vraag van [betrokkene a] hoe DBCN weet dat alles op haar naam staat dan wel komt te staan (zie 2.8 en 2.9). Onduidelijk is wat er precies is besproken, maar uit de brief van [gedaagde sub 2] van 28 februari 2014 kan worden afgeleid dat in ieder geval aan de orde is geweest de in dit verband door SIDN vastgestelde procedure en de daarvoor beschikbare formulieren. Geheel in lijn met de verschillende uitingen van [gedaagde sub 2] heeft [betrokkene b] op 10 november 2011 aangegeven dat hij alle domeinnamen heeft nagekeken, dat deze tot zijn verbazing niet allemaal zijn geregistreerd of niet zijn geregistreerd op naam van Rinkel en dat hij de volgende dag de formulieren zou invullen waar Rinkel achterstaat om deze over te zetten (zie 2.10). Op dezelfde dag dat de notariële akte is gepasseerd, 11 november 2011, hebben DBCN en Rinkel ten slotte enkele SIDN-formulieren ‘wijziging domeinnaamhouder’ ingevuld en ondertekend (zie 2.16).

4.10.

Uit het voorgaande volgt dat de aan [gedaagde sub 2] verstrekte opdracht in de kern erin heeft bestaan de reeds bereikte overeenstemming tussen DBCN en Rinkel vast te leggen in een notariële akte. Weliswaar betrof een belangrijk aspect van die overeenstemming de overname van de domeinnamen, maar uit de hiervoor besproken stukken blijkt dat juist op dat punt een grote verantwoordelijkheid lag/bleef liggen bij DBCN zelf. Bovendien kan uit niets worden afgeleid dat DBCN op enig moment in de periode voorafgaand aan het passeren van de notariële akte heeft aangegeven dat tot de aan [gedaagde sub 2] verstrekte opdracht ook behoorde het doen van onderzoek naar het al dan niet bezwaard zijn van de domeinnamen. Concrete feiten en omstandigheden die tot een andere conclusie nopen, zijn gesteld noch gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank behoorde tot de opdracht van DBCN aan Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] derhalve niet dat [gedaagde sub 2] zou onderzoeken – door het register van SIDN te raadplegen – of de domeinnamen al dan niet onbezwaard waren. Van toerekenbaar tekortschieten ter zake de aan Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] verstrekte opdracht kan in dit geval dan ook geen sprake zijn.

4.11.

DBCN stelt subsidiair dat [gedaagde sub 2] als notaris niet dan wel onvoldoende heeft onderzocht of de domeinnamen daadwerkelijk niet waren bezwaard met enig beperkt recht en dat hij onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen ten aanzien van de gevolgen van nadien gebleken bezwaard zijn van de domeinnamen. Daarnaast had van [gedaagde sub 2] op basis van zijn expertise, dan wel de expertise van Dirkzwager, verwacht kunnen en mogen worden dat kennis en ervaring aanwezig waren dat onderzoek aangaande het onbezwaard zijn van de assets bij SIDN kon plaatsvinden en ook daadwerkelijk zou plaatsvinden. Door raadpleging van het register bij SIDN had [gedaagde sub 2] kennis kunnen nemen van het bezwaard zijn van de assets.

4.12.

De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat een notaris als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Op hem rust, gelet op zijn positie in het maatschappelijke verkeer en op het vertrouwen dat notarissen als zodanig genieten, een zwaarwegende zorgplicht ten aanzien van wat nodig is voor het intreden van de rechtsgevolgen die zijn beoogd met de in de akte opgenomen rechtshandelingen. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat een notaris beroepshalve verplicht is tot het geven van verdergaande informatie, en met name tot het wijzen op specifieke, aan de rechtshandeling verbonden risico’s. De zorgplicht van een notaris vindt haar grens daar waar deze goede grond heeft te vertrouwen dat de betreffende belanghebbende zichzelf reeds op de hoogte had gesteld of dat deze tevoren reeds voldoende inzicht had in hetgeen was vereist voor het intreden van de rechtsgevolgen die zijn beoogd met de in de akte opgenomen rechtshandelingen. Ook wordt aangenomen dat een notaris in het algemeen mag afgaan op de gegevens die de cliënt hem aanreikt, tenzij hij reden heeft te vermoeden dat de informatie niet juist of volledig is.

4.13.

Het feit dat de Kamer voor het Notariaat in het Ressort Arnhem-Leeuwarden op 19 augustus 2015 een tweetal tegen [gedaagde sub 2] gerichte klachten gegrond heeft verklaard, brengt niet mee dat schending van de zorgvuldigheidsnorm ook in de civielrechtelijke aansprakelijkheidsprocedure vast staat, en evenmin dat de civiele rechter anderszins is gebonden aan de in de overwegingen van genoemde kamer neergelegde oordelen. De tuchtrechtelijke procedure heeft tot doel een goede wijze van beroepsuitoefening te bevorderen en heeft niet tot doel de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar vast te stellen. Voorts is de tuchtrechter, anders dan de civiele rechter, niet gebonden aan de civielrechtelijke stel- en bewijsregels. Ten slotte geldt dat de civiele rechter ook moet toetsen aan andere vereisten om tot aansprakelijkheid te kunnen concluderen, zoals het bestaan van schade, causaliteit en eventuele eigen schuld.

4.14.

Hiervoor is reeds geoordeeld dat tot de omvang van de opdracht van DBCN aan Dirkzwager/ [gedaagde sub 2] niet behoorde dat [gedaagde sub 2] zou onderzoeken – door het register van SIDN te raadplegen, of de domeinnamen al dan niet onbezwaard waren. De aan [gedaagde sub 2] verstrekte opdracht bestond met name erin de reeds bereikte overeenstemming tussen DBCN en Rinkel vast te leggen in een notariële akte. Dat brengt mee dat [gedaagde sub 2] slechts in zeer beperkte mate de plicht en mogelijkheid had om partijen verdergaande informatie te verstrekken en partijen met name te wijzen op specifieke, aan de rechtshandeling verbonden risico’s. Partijen waren in een dergelijke situatie immers al gebonden aan de koopovereenkomst.

4.15.

Voorts is hiervoor overwogen dat [gedaagde sub 2] vóór de overdracht op 11 november 2011 niet de mogelijkheid had om in het door SIDN bijgehouden register na te gaan of de domeinnamen van Rinkel waren verpand. Los daarvan bestaat ten aanzien van het vestigen van een pandrecht ook geen algemene verplichting tot nader onderzoek. Naast het door SIDN bijgehouden, niet-openbare register, bestaat er immers geen register dat geraadpleegd kan worden met betrekking tot gevestigde pandrechten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld hypotheekrechten. De zorgvuldigheid kan met zich mee brengen dat [gedaagde sub 2] toch nader onderzoek had dienen te verrichten, namelijk indien er aanleiding zou zijn te vermoeden dat de verklaring van Rinkel, dat de domeinnamen afgezien van de verpanding aan Telepact B.V. vrij en onbezwaard waren, niet juist was. DBCN heeft echter geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit zo’n vermoeden kan worden afgeleid.

4.16.

Bij dit alles komt dat in de overeenkomst tussen DBCN en Rinkel, zoals op 31 oktober 2011 aan [gedaagde sub 2] ge-e-maild, door DBCN niet het voorbehoud is gemaakt dat de domeinnamen onbezwaard dienen te worden geleverd. Ten slotte hebben Dirkzwager en [gedaagde sub 2] onbetwist gesteld dat raadpleging van het SIDN-register door DBCN voor haar mede aanleiding is geweest het aantal domeinnamen dat in de overdracht was betrokken, te vergroten.

4.17.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [gedaagde sub 2] noch de zorgplicht van de notaris, noch de algemene zorgplicht van een goed opdrachtnemer heeft geschonden. Hij heeft in zijn hoedanigheid van notaris gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. Van onrechtmatig handelen is dus geen sprake.

4.18.

Een en ander betekent dat de vorderingen van DBCN zullen worden afgewezen.

4.19.

DBCN zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dirkzwager en [gedaagde sub 2] worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 904,00 (2 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.517,00

4.20.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

in reconventie

4.21.

Voor het honorarium van [gedaagde sub 2] voor de verrichte werkzaamheden heeft Dirkzwager DBCN € 7.094,19 in rekening gebracht bij declaraties van 30 november 2011 en 31 december 2011. Vast staat dat dit bedrag ondanks verschillende aanmaningen niet is voldaan.

4.22.

DBCN stelt in de eerste plaats dat zij niet in gebreke is gesteld waardoor het verzuim ingevolge artikel 6:82 BW niet is ingetreden. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zoals Dirkzwager en [gedaagde sub 2] terecht stellen, is het verzuim op grond van artikel 6:83 sub a BW zonder ingebrekestelling ingetreden, doordat DBCN de facturen niet binnen de op die facturen weergegeven termijn van 21 dagen na factuurdatum heeft voldaan.

4.23.

Voorts stelt DBCN dat de facturen dateren van eind 2011, terwijl eerst bij conclusie van antwoord van 10 februari 2016 in rechte aanspraak is gemaakt op betaling daarvan. Dirkzwager en [gedaagde sub 2] hebben volgens DBCN dan ook hun rechten ter zake verwerkt.

4.24.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer. Enkel tijdsverloop of stilzitten is voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking onvoldoende. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, hetzij de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard in geval de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend maakt. DBCN heeft dergelijke omstandigheden onvoldoende aangevoerd. Weliswaar stelt DBCN dat na de uitspraak van de Kamer voor het Notariaat van 19 augustus 2015 van de zijde van Dirkzwager geen enkele actie is ondernomen waaruit blijkt dat zij haar aanspraak op betaling van de facturen handhaafde, ten gevolge waarvan DBCN erop vertrouwde dat Dirkzwager had afgezien van inning van de facturen, maar zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat Dirkzwager daardoor het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat zij haar aanspraak niet meer geldend zou maken.

4.25.

Nu de vorderingen in conventie worden afgewezen kan een beroep op verrekening dan wel opschorting door DBCN niet worden gehonoreerd.

4.26.

Ten slotte gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van DBCN dat de proceskosten voor rekening en risico van Dirkzwager en [gedaagde sub 2] dienen te blijven omdat zij, DBCN, rauwelijks is gedagvaard, reeds omdat DBCN niet door Dirkzwager en [gedaagde sub 2] is gedagvaard.

4.27.

De vordering in reconventie ligt daarmee voor toewijzing gereed.

4.28.

DBCN zal als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dirkzwager worden begroot op € 384,00

(2 punten × factor 0,5 × tarief € 384,00) voor salaris advocaat.

4.29.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt DBCN in de proceskosten, aan de zijde van Dirkzwager en [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op € 1.517,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.3.

veroordeelt DBCN om aan Dirkzwager te betalen een bedrag van € 7.094,19 (zevenduizendvierennegentig euro en negentien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW:

- over het verschuldigde bedrag van € 6.769,32 met ingang van 21 december 2011 tot de dag van volledige betaling,

- over het verschuldigde bedrag van € 324,87 met ingang van 21 januari 2012 tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt DBCN in de proceskosten, aan de zijde van Dirkzwager tot op heden begroot op € 384,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

5.6.

veroordeelt DBCN in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat DBCN niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.7.

verklaart dit vonnis met betrekking tot 5.2, 5.3, 5.4 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2016.

Coll.: MvG