Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6763

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
15-12-2016
Zaaknummer
308569
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, burengeschil artikel 5:56 BW. Vordering van eisers om hen toe te staan gebruik te maken van het perceel van de buren om werkzaamheden aan het dak te laten uitvoeren toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/308569 / KG ZA 16-433

Vonnis in kort geding van 15 november 2016

in de zaak van

1 [eiser] , en

2. [eiser],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. C.C.J.M. Weijers te Nijmegen,

tegen

1 [gedaagde] ,en

2. [gedaagde],

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en [gedaagde] c.s. worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met productie 1

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 10

  • -

    de plaatsopneming

  • -

    de door [gedaagde] c.s. overgelegde foto

  • -

    de mondelinge behandeling van 1 november 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] c.s. en [gedaagde] c.s. zijn buren van elkaar en wonen op respectievelijk de [adres] 25 en de [adres] 23 in [woonplaats] .

2.2.

De woning van [eiser] c.s. heeft een uitbouw op de tweede verdieping aan de achterzijde. Deze uitbouw grenst daardoor voor een deel aan een strook van het platte dak van de woning van [gedaagde] c.s.

2.3.

In 2011 is (water)schade aan de daken van de woningen van partijen ontstaan. [gedaagde] c.s. heeft de dakbedekking van zijn woning samen met de buren die op nummer 21 wonen naar aanleiding daarvan vervangen. [eiser] c.s. heeft dat op dat moment niet gedaan.

2.4.

In 2015 heeft [eiser] c.s. aan [gedaagde] c.s. verzocht om het dak van de woning van [gedaagde] c.s. te mogen betreden, om werkzaamheden aan zijn dak te kunnen (laten) uitvoeren vanwege een lekkage aan het plafond van een slaapkamer.

2.5.

Partijen hebben hierover uitvoerig gecorrespondeerd, maar hebben geen overeenstemming bereikt. Tot op heden heeft [gedaagde] c.s. daarom geen toestemming aan [eiser] c.s. verleend om zijn perceel en het dak van zijn woning te mogen betreden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] c.s. te bevelen om [eiser] c.s., dan wel door [eiser] c.s. in te huren personen, toe te staan van zijn perceel en dak gebruik te maken, teneinde het dak aan de zijde van [eiser] c.s., gelegen – zo begrijpt de voorzieningenrechter – tegen de grens met het perceel van [gedaagde] c.s., te herstellen en de aanwezige lekkage te repareren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [gedaagde] c.s. in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met veroordeling van [gedaagde] c.s. in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Het noodzakelijke spoedeisende belang bij de vordering vloeit voldoende uit de stellingen van [eiser] c.s. voort.

4.2.

[eiser] c.s. vordert kort gezegd toestemming van [gedaagde] c.s. om gebruik te mogen maken van het perceel en het dak van de woning van [gedaagde] c.s., om op die manier zijn dak en de aanwezige lekkage te kunnen (laten) repareren. [eiser] c.s. legt aan deze vordering ten grondslag dat hij al enkele jaren ernstige lekkage aan het plafond van een slaapkamer op de eerste verdieping van zijn woning heeft en dat de enige wijze waarop die kan worden verholpen is, door het dak te bekijken en waar nodig te repareren. [eiser] c.s. stelt dat de benodigde werkzaamheden uitsluitend kunnen worden uitgevoerd door gebruikmaking van het perceel en het dak van de woning van [gedaagde] c.s., zodat hiervoor toestemming dient te worden verleend. [gedaagde] c.s. voert verweer en voert in dat kader aan dat hij bereid is om toestemming te verlenen, maar uitsluitend indien [eiser] c.s. een schriftelijke overeenkomst ondertekent die de afspraak behelst dat eventuele schade die door de werkzaamheden aan zijn dak ontstaat door [eiser] c.s. volledig zal worden vergoed.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 5:56 BW bepaalt dat wanneer het voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een onroerende zaak noodzakelijk is van een andere onroerende zaak tijdelijk gebruik te maken, de eigenaar van deze zaak gehouden is dit na behoorlijke kennisgeving en tegen schadeloosstelling toe te staan, tenzij er voor deze eigenaar gewichtige redenen bestaan dit gebruik te weigeren of tot een later tijdstip te doen uitstellen. Op basis van dit artikel dient allereerst te worden beoordeeld of het voor de uitvoering van de werkzaamheden die [eiser] c.s. wil (laten) verrichten noodzakelijk is dat gebruik wordt gemaakt van het perceel en het dak van de woning van [gedaagde] c.s. Niet in geschil is dat de werkzaamheden dienen te worden verricht aan het schuine dak van de uitbouw die grenst aan het dak van de woning van [gedaagde] c.s. Nu [gedaagde] c.s. niet heeft weersproken dat de werkzaamheden uitsluitend kunnen plaatsvinden met gebruikmaking van zijn perceel en het dak van zijn woning, is aan dit vereiste voldaan.

4.4.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of aan de zijde van [gedaagde] c.s. sprake is van zodanig gewichtige redenen, dat [gedaagde] c.s. zijn toestemming mag weigeren. In dat kader voert [gedaagde] c.s. als enige reden aan dat hij voorafgaand aan het verlenen van toestemming de garantie van [eiser] c.s. wil hebben dat, indien bij de uitvoering van de werkzaamheden schade ontstaat, deze schade door een door [gedaagde] c.s. te kiezen dakdekker op kosten van [eiser] c.s. zal worden hersteld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet als gewichtige reden als bedoeld in artikel 5:56 BW kan worden aangemerkt. Nog los van het feit dat de verplichting voor [eiser] c.s. tot schadeloosstelling van [gedaagde] c.s. bij eventuele schade reeds uit dit artikel voortvloeit, is tijdens de opneming ter plaatse voldoende aannemelijk geworden dat aan de zijde van [eiser] c.s. een grote noodzaak bestaat de werkzaamheden zo spoedig mogelijk te kunnen (laten) uitvoeren. Tijdens de plaatsopneming is gebleken dat aanmerkelijke lekkage bestaat aan het plafond van de slaapkamer op de eerste verdieping die onder de uitbouw is gesitueerd. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat deze lekkage samenhangt met het (schuine) dak van de uitbouw van de woning van [eiser] c.s. Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat aan de zijde van [gedaagde] c.s. geen sprake is van een zodanig gewichtige reden, dat deze opweegt tegen het belang aan de zijde van [eiser] c.s. en hij aldus zijn toestemming voor het (laten) uitvoeren van de werkzaamheden mag weigeren. Daarom zal de vordering van [eiser] c.s. om [gedaagde] c.s. te bevelen toestemming te geven om het dak en de daar kennelijk aanwezige lekkage te (laten) repareren. De hierover gevorderde dwangsom zal op de voet van artikel 611a Rv worden toegewezen als na te melden.

4.5.

[gedaagde] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op heden aan de zijde van [eiser] c.s. begroot op:

  • -

    explootkosten € 97,95

  • -

    griffierecht € 288,00

  • -

    salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.201,95

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

beveelt [gedaagde] c.s. om [eiser] c.s., danwel door [eiser] c.s. in te huren personen, toe te staan van zijn perceel en het dak van zijn woning gebruik te maken teneinde het dak aan de zijde van [eiser] c.s., gelegen tegen de grens met het perceel van [gedaagde] c.s., te herstellen en de aanwezige lekkage te laten repareren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat [gedaagde] c.s. in gebreke blijft aan deze veroordeling tot voldoen, tot een maximum van € 5.000,00,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] c.s. tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] c.s. tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.201,95, waarin begrepen € 816,00 aan salaris advocaat,

5.3.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier E.H.J. Krijnen op 15 november 2016.