Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6633

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-12-2016
Datum publicatie
08-12-2016
Zaaknummer
05/800037-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kopje:

Vrijspraak afpersing. Veroordeling voor poging tot afpersing, diefstal met geweld en mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en een maatregel inhoudende een contactverbod.

Actualiteit:

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft aan een 34-jarige man zonder vast adres een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar voor een poging tot afpersing, diefstal met geweld en mishandeling opgelegd. De rechtbank heeft in afwijking van de officier van justitie de man vrijgesproken van de afpersing in de vorm van het gedwongen afgeven van de telefoon.

De man heeft samen met zijn medeverdachte gedurende de periode van 1 mei 2016 tot en met 30 mei 2016 fors geweld – waaronder het slaan met de vuisten en een hamer – toegepast en het slachtoffer op grove wijze, waaronder door hem een bierglas en een mes op de keel te zetten, bedreigd. De rechtbank neemt de man kwalijk dat hij samen met een ander misbruik van het slachtoffer, zijnde een kwetsbaar persoon, heeft gemaakt en is blijven maken.

Aan het voorwaardelijk deel heeft de rechtbank een behandel- en begeleidingstraject gekoppeld om ervoor te zorgen dat de man een niet-criminele levensstijl ontwikkelt.

Verder zal de rechtbank om ieder contact tussen de man, het slachtoffer, zijn moeder en zijn vriendin te mijden aan de man een contactverbod als maatregel opleggen. Tot slot moet de man een schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0020
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/800037-16

Datum uitspraak : 7 december 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd te PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein,

raadsman: mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 augustus 2016 en 23 november 2016.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

Uitleg van de tenlastelegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting een wijziging van de tenlastelegging gevorderd in de zin dat als het verband tussen de diefstal en het geweld niet kan worden bewezen, de (eenvoudige) diefstal en/of de mishandeling kan worden bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de wijze waarop de mishandeling na toewijzing van de vordering aan het tweede feit door ‘en/of’ is toegevoegd – waarbij niet gekozen is voor een althans (subsidiaire) variant – dat zij ook in geval van een eventuele gekwalificeerde diefstal met geweld over de mishandeling dient te beslissen.

Aan verdachte wordt verweten:

  1. dat hij zich samen met een ander of anderen dan wel alleen op of omstreeks 30 mei 2016 heeft schuldig gemaakt aan een afpersing (telefoon) en/of een poging tot afpersing van € 150,00 dan wel een geldbedrag van [slachtoffer 1] ;

  2. dat hij zich op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 31 mei 2016 samen met een ander of anderen dan wel alleen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld van [slachtoffer 1] en/of het samen of alleen mishandelen van [slachtoffer 1] .

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2

Met betrekking tot de feiten 1 en 2:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (afpersing en poging tot afpersing) en feit 2 (diefstal met geweld). Daartoe is aangevoerd dat er kan worden vastgesteld dat aangever in de vermelde periode meermalen is mishandeld door [medeverdachte] en verdachte. Zij hebben onder het gebruik van geweld of de dreiging daarvan goederen weggenomen, [slachtoffer 1] zijn telefoon laten afgeven en tot slot geprobeerd [slachtoffer 1] geld af te laten geven. Nu het letsel van aangever niet overeenkomt met de mate van geweld waaraan aangever zou zijn blootgesteld en niet alle handelingen (waaronder het slaan met de hamer, het schieten met het nietpistool, de bedreigingen met een mes en een bierglas) voldoende steun vinden in overige bewijsmiddelen, is de officier van justitie van mening dat in ieder geval de kern van de feiten (geweld door te slaan/stompen en de dreiging) kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is ten eerste voor wat betreft beide feiten verzocht om de verklaringen van [slachtoffer 1] ter zijde te stellen dan wel zeer behoedzaam met deze verklaringen om te gaan. Er is aangevoerd dat de verklaringen van aangever op belangrijke punten wisselend en innerlijk tegenstrijdig zijn. Bovendien vinden de verklaringen geen dan wel onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen.

Verder kan bij beide feiten niet worden bewezen dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking (medeplegen), nu alleen [slachtoffer 1] over de vermeende samenwerking tussen [medeverdachte] en verdachte heeft verklaard en verdachte op veel momenten niet aanwezig is geweest dan wel zijn betrokkenheid niet uit het dossier volgt. Verdachte ontkent dat hij spullen uit de woning van [slachtoffer 1] heeft weggenomen en op enige wijze betrokken is geweest bij de diefstal. Hij betwist zijn verklaringen bij de politie op dit punt. Verdachte heeft verder verklaard dat hij niet op de hoogte is geweest van de herkomst van de goederen die in zijn aanwezigheid bij [naam 3] zijn ingeleverd.

Indien de rechtbank de voormelde standpunten niet volgt, is de verdediging met betrekking tot feit 2 van mening dat in ieder geval de onderdelen met betrekking tot de hamer, het nietpistool en het bierglas niet kunnen worden bewezen. Verder kan niet worden bewezen dat het geweld is gebruikt om de diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, noch om te vluchten of zich van het bezit van het gestolene te verzekeren. Tot slot kan niet worden vastgesteld of de klap pijn en/of letsel tot gevolg heeft gehad en kan een mishandeling (feit 2) niet worden bewezen.

Verdachte heeft verklaard dat hij een zwaaiende beweging heeft gemaakt. Hij kan zich niet herinneren of hij hierdoor [slachtoffer 1] heeft geraakt. Verder heeft er zich niets afgespeeld.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak afpersing telefoon (feit 1)

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich in nauwe en bewuste samenwerking heeft schuldig gemaakt aan de afpersing van de telefoon. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden bewezen dat verdachte op de hoogte is geweest van de gedwongen afgifte van de telefoon. Zij zal verdachte dan ook van de afpersing van de telefoon (in vereniging) vrijspreken.

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1]

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] voor wat betreft de basis in belangrijke mate worden ondersteund door overige bewijsmiddelen. Daartoe overweegt zij

dat de verklaringen van [slachtoffer 1] over de incidenten tot 30 mei 2016 wat betreft het geweld steun vinden in de aanwezigheid van het letsel en de in processen-verbaal van bevindingen neergelegde verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] waaruit volgt dat sprake is geweest van een geweldsincident waarbij verdachte was betrokken. Verder vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] steun in de omstandigheid dat verdachte en zijn medeverdachte in het bezit van goederen van aangever zijn geweest en de verklaring van [medeverdachte] dat hij de Playstation 3 hiervan bij [slachtoffer 1] heeft weggenomen.

Met betrekking tot het incident op 30 mei 2016 overweegt de rechtbank dat de verklaringen onder meer worden ondersteund door de verklaring van [medeverdachte] . Hij stond toen in de nabijheid van de coffeeshop en de auto van aangever, een Fiat Seicento ( [kenteken] ). [medeverdachte] verklaarde toen dat aangever bij zijn moeder was en dat hij op aangever wachtte. Verder worden [medeverdachte] , aangever en verdachte deze dag meermalen in aanwezigheid van elkaar gezien, waaronder bij de woning in [plaats 1] . Tot slot vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] steun in onder meer de verklaring van de getuige [getuige 3] die verklaart dat aangever haar steeds om geld heeft gevraagd - zowel op 30 mei 2016 als daaraan voorgaand – en de beelden van de Rabobank. Bij de beoordeling van de rechtbank zullen deze overige bewijsmiddelen nader worden toegelicht.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] niet op alle punten consistent heeft verklaard. Zij acht het echter op basis van het dossier – waaronder de verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 4] en de waarnemingen van de verbalisanten (‘zeer onrustig’ en ‘vliegt van hak op de tak’) – aannemelijk dat deze tegenstrijdigheden eerder door zijn psychische problemen zijn ontstaan dan door bewust onwaarheid verklaren. Gelet daarop en de omstandigheid dat zijn verklaringen op veel punten verankering vinden in het dossier, is de rechtbank van oordeel dat zijn verklaringen in het geheel tot uitgangspunt dienen te worden genomen en het verweer van de verdediging dient te worden verworpen.

Verklaringen [slachtoffer 1]

De rechtbank overweegt ten eerste dat nu aangever bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat het nietpistool blokkeerde en ook geen letsel in de vorm van nietjes in zijn been zijn aangetroffen, verdachte van het schieten met het nietpistool dient te worden vrijgesproken. Nu verder het nietpistool zich niet in de verklaringen wat betreft de diefstal noch op de lijst van gestolen spullen bevindt, zal de rechtbank verdachte ook van de diefstal van dit goed vrijspreken.

Aangever heeft verklaard dat op Moederdag – zijnde 8 mei 2016 – onder meer [medeverdachte] en verdachte naar zijn chalet in [plaats 2] zijn gekomen en hij toen door [medeverdachte] met een hamer in zijn gezicht en op zijn hoofd is geslagen. Ze hebben hem ook met vuisten geslagen. Zijn hele gezicht was dik, blauw en één oog zat dicht, aldus [slachtoffer 1] .

Bij de tweede keer zijn [medeverdachte] en verdachte opnieuw in zijn chalet in [plaats 2] geweest. Verdachte heeft een bierglas kapotgeslagen en op zijn keel dan wel nek gezet. Verder verklaart aangever dat verdachte in deze laatste maand (rechtbank: mei 2016) een mes op zijn keel heeft gezet.

Aangever verklaart dat ze iedere keer dat ze kwamen spullen van hem meenamen.3 Ze hebben een televisie, een PlayStation 3 met spellen, een PlayStation 2 met spellen, een X-box, computerspelletjes en games, € 500,00, een elektrische gitaar van het merk Ibanez met bijbehorend(e) versterker en voetpedaal, medicijnen en een fiets weggenomen. Zowel [medeverdachte] als verdachte heeft spullen in zijn auto gelegd. Ze hebben ook het kentekenbewijs/autopapieren weggenomen.4 De televisie is eigendom van [naam 1] en de Playstation 3 van de vriendin van aangever, [naam 2] .5

Bij het derde incident op 30 mei 2016 is aangever – nadat hij is gebeld door [medeverdachte] voor het ophalen van zijn spullen – naar het tankstation aan de Schapendrift gereden. Daar is [medeverdachte] in de auto gestapt en zijn ze naar de woning van [medeverdachte] en verdachte in [plaats 1] gegaan. Hij verklaart dat hij de woning in liep en verdachte zei: “Ik wil geld van je en als het geld er niet is, loopt het slecht met je af” en “Leg je hand op tafel”. Vervolgens zette hij een mes bij zijn hand. Verdachte zei dat hij hem geld moest betalen, omdat hij zijn vriendin slecht had behandeld. Hij haalde het mes daarna weg en sloeg hem meerdere keren met vuisten en de platte hand tegen zijn gezicht. Vervolgens is aangever met [medeverdachte] naar Lunteren gereden. Bij de Rabobank in Lunteren lukte het niet om te pinnen, er was een storing. Vervolgens is hij met [medeverdachte] richting het huis van zijn moeder in [plaats 3] gereden om geld te vragen.

[medeverdachte] zei “Als je dat geld niet kan regelen. Ik ben net door [verdachte 2] gebeld. Je hebt nog een kwartier en anders loopt het slecht met je af”. Aangever was enorm bang. [medeverdachte] had bij dit alles steeds telefonisch contact met verdachte. Aangever vroeg aan [medeverdachte] wanneer het nu eens klaar was, nu hij ook al zijn inboedel kwijt was. [medeverdachte] zei dat hij opdrachten kreeg. Tot slot heeft aangever de auto bij de coffeeshop aan de [adres 1] in [plaats 3] geparkeerd, waarna hij naar de woning van zijn moeder is gelopen. Hij heeft geen geld van haar gekregen. Vervolgens heeft hij de politie gebeld.6

Ondersteuning geweld

Zoals hiervoor vermeld heeft verdachte verklaard dat hij eenmaal een zwaaiende beweging – waarbij hij zich niet kan herinneren of hij [slachtoffer 1] heeft geraakt – heeft gemaakt en er verder in het geheel niets is gebeurd. De rechtbank acht dit niet aannemelijk en zij overweegt daartoe het volgende.

In de geneeskundige verklaring d.d. 9 mei 2016 – de dag na één van de incidenten – is vermeld dat sprake is van een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel en van inwendig bloedverlies. In het (medisch) dossier staat verder onder meer bij 9 mei 2016 aangetekend dat er sprake is van een zwelling aan de rechterwang en lip, enig hematoom onder het rechteroog en een pijnlijk jukbeen.7

De getuige [getuige 4] heeft verklaard dat aangever [slachtoffer 1] ongeveer 2,5 week geleden (rechtbank: omstreeks half mei 2016) twee blauwe ogen had. [slachtoffer 1] vertelde dat hij was geslagen door ene [verdachte 2] (rechtbank: verdachte) en zijn maatje.8 Verder heeft de getuige [getuige 3] verklaard dat aangever rond Moederdag – 8 mei 2016 – een blauw gezicht, een dik oog en een dikke kaak had.9

Het gaat hiermee naar het oordeel van de rechtbank om letsel dat past bij een of meerdere forse mishandelingen in de maand mei 2016. Verder vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] steun in de in processen-verbaal van bevindingen neergelegde verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , die getuige zijn geweest van een incident tussen verdachte en aangever waarbij geweld is gebruikt.

Zo heeft [getuige 1] ten overstaan van de verbalisanten verklaard dat hij er wel bij is geweest en wat heeft gezien. Hij is tussen [slachtoffer 1] en verdachte gesprongen. Hij verklaart: “Ik ga niet zomaar iemand in elkaar laten slaan”.10 [getuige 2] heeft ten overstaan van de verbalisanten verklaard dat verdachte aangever een klap heeft gegeven, waardoor hij een blauw oog heeft opgelopen.11

Ondersteuning – bezit goederen

Naast de aanwezigheid van letsel en de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] verder steun in het volgende.

Zoals hiervoor vermeld is bij aangever onder meer een gitaar van het merk Ibanez gestolen.

Op 11 mei 2016 is door [medeverdachte] een gitaar van het merk Ibanez bij [naam 3] in [plaats 3] ingeleverd. De getuige [getuige 5] , medewerker bij [naam 3] in [plaats 3] , heeft verklaard dat [medeverdachte] verder onder meer twee versterkers en een bij de gitaar behorend voetpaneel – passend bij de verklaringen van [slachtoffer 1] – bij zich had.12 Aangever heeft verklaard dat de gitaar van hem is.13 De getuige [getuige 5] heeft verder verklaard dat [medeverdachte] samen was met een andere man. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met [medeverdachte] goederen bij [naam 3] in [plaats 3] heeft ingeleverd.14

Op 28 mei 2016 zijn onder meer een Sony Playstation 3 en 9 spellen daarvoor door [medeverdachte] aan [naam 3] in [plaats 4] verkocht.15 Door [naam 3] zijn beelden overgelegd van de inkoop van de spelcomputer op 28 mei 2016. Op de fotoprints van deze beelden zijn [medeverdachte] en verdachte zien.16 [medeverdachte] heeft verklaard dat hij een Playstation 3 bij aangever [slachtoffer 1] heeft meegenomen en bij een tweedehandswinkel heeft ingeleverd.17 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] in het bezit is geweest van goederen die van aangever zijn gestolen.

Betrokkenheid diefstal

De vervolgvraag is of verdachte ook betrokken is geweest bij de diefstal van goederen bij [slachtoffer 1] . Verdachte heeft zoals hiervoor vermeld ontkend dat hij betrokken is geweest bij de diefstal. Verder betwist hij zijn bekennende verklaring tegenover de verbalisanten en de rechter-commissaris op dit punt. Met betrekking tot deze verklaringen overweegt de rechtbank ten eerste dat zij – mede gelet op het voorgaande – geen reden heeft om aan de inhoud van het ambtsedig proces-verbaal (p. 195) en het mede door verdachte ondertekende proces-verbaal bij de rechter-commissaris te twijfelen.

Verdachte heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij te maken heeft met de diefstal.18 Verder heeft hij tegenover de verbalisanten verklaard: “We hadden die spullen niet uit zijn caravan moeten pakken en verkopen”.19

Gelet op deze verklaringen van verdachte in samenhang met al het voorgaande – waaronder de verklaringen van [slachtoffer 1] en het bezit en de verkoop van gestolen goederen door verdachte en zijn medeverdachte – acht de rechtbank bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal en van de herkomst van de goederen op de hoogte is geweest.

Het incident op 30 mei 2016

Zoals hiervoor vermeld heeft het laatste incident zich afgespeeld op 30 mei 2016. De verklaringen van aangever worden – voor wat betreft de aanwezigheid van [medeverdachte] en verdachte bij aangever – ondersteund door het feit dat een verbalisant [medeverdachte] , aangever en verdachte uit de flat op de [adres 2] , de toenmalige woning van [medeverdachte] en verdachte, ziet komen en zij vervolgens in de Fiat plaatsnemen.20 Verder zijn [medeverdachte] , aangever en verdachte op 30 mei 2016 tweemaal – in aanwezigheid van elkaar in de gele Fiat voorzien van het kenteken [kenteken] gecontroleerd.21

Verder zijn aangever en [medeverdachte] op de camerabeelden van de Rabobank in Lunteren te zien.

Op 30 mei 2016 omstreeks 18:39 uur zijn aangever en [medeverdachte] gelijktijdig, terwijl zij contact met elkaar hebben, in beeld. Verder is onder meer op de beelden te zien dat [slachtoffer 1] zijn portemonnee pakt en zijn bankpas in de pinautomaat plaatst. De bankpas behorende bij het rekeningnummer van aangever, [nummer] , wordt vervolgens om 18:41 uur ingeslikt.22

Tot slot vinden de verklaringen van [slachtoffer 1] steun in het feit dat de voormelde Fiat op 30 mei 2016 omstreeks 20:22 uur net voorbij de parkeerplaats van de [naam 4] aan [adres 1] 3, ter hoogte van de ‘ [naam 5] ’, te [plaats 3] is aangetroffen.23 [medeverdachte] verklaarde ter plaatse – in het steegje naast de pizzeria – dat hij stond te wachten op [slachtoffer 1] (rechtbank: [slachtoffer 1] ), [slachtoffer 1] was even bij zijn moeder.24 De getuige [getuige 3] , de moeder van [slachtoffer 1] , heeft bevestigd dat [slachtoffer 1] haar op 30 mei 2016 om € 500,00 heeft gevraagd. Zij verklaart verder dat hij steeds om geld vraagt.25

Conclusie met betrekking tot de feiten

Gelet op al het voorgaande in samenhang bezien – en in het bijzonder de verklaringen van [slachtoffer 1] en de verklaring van de getuige [getuige 3] dat aangever steeds vraagt om geld – is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een periode waarin door middel van geweld en de dreiging daarmee zodanige druk op aangever is uitgeoefend dat hij zich van 1 mei 2016 tot en met 30 mei 2016 niet vrij heeft gevoeld. Het gaat naar het oordeel van de rechtbank om een reeks incidenten die op 30 mei 2016 is geëindigd.

Op grond van al het voorgaande in onderlinge samenhang en tegen deze achtergrond bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte zich schuldig hebben gemaakt aan het gebruik van geweld en het uiten van bedreigingen in de periode van 1 mei tot 30 mei 2016. Nu de rechtbank zoals overwogen de verklaringen van [slachtoffer 1] – die in hun basis op vele punten worden ondersteund – tot uitgangspunt neemt, acht zij op grond daarvan alle geweldshandelingen, met uitzondering van zoals voormeld het schieten met het nietpistool, bewezen.

Met behulp van dit geweld en deze bedreigingen hebben zij geprobeerd een geldbedrag (€ 500,00 in plaats van € 150,00) van [slachtoffer 1] te verkrijgen, wat onder andere door een storing bij de Rabobank is mislukt. Verder acht de rechtbank gelet op de verklaring van [slachtoffer 1] dat zij iedere keer spullen meenamen als zij er waren – zijnde de momenten waarop het geweld en de dreigingen plaatsvonden – bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte het geweld hebben gebruikt en de dreigingen hebben geuit om de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken.

De rechtbank is verder op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1] , de geneeskundige verklaring, de getuigenverklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] en de verklaring van [getuige 2] van oordeel dat door het geweld in de vorm van het slaan (met een hamer) ook letsel is ontstaan. Zij acht daarom ook de mishandeling (feit 2) bewezen. Tot slot dient de vraag te worden beantwoord of

de rol van verdachte voldoende is geweest om aan te nemen dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking bij beide feiten.

Medeplegen

Gelet op al het voorgaande en in het bijzonder dat:

  • -

    verdachte en zijn medeverdachte [slachtoffer 1] tijdens het eerste incident op 8 mei 2016 met de vuisten hebben geslagen;

  • -

    verdachte hem bij het tweede incident een bierglas op zijn keel dan wel nek heeft gezet;

  • -

    verdachte in deze periode een mes op de keel van [slachtoffer 1] heeft gezet;

  • -

    zowel verdachte als zijn medeverdachte spullen van [slachtoffer 1] in de auto heeft gelegd en ze samen in het bezit van goederen van [slachtoffer 1] zijn waargenomen;

  • -

    verdachte [slachtoffer 1] op 30 mei 2016 met woorden heeft bedreigd, een mes op zijn hand heeft gezet en hem met vuisten en de platte hand heeft geslagen;

  • -

    bij de poging om – in afwezigheid van verdachte – het geld te bemachtigen [medeverdachte] steeds telefonisch contact had met verdachte en opdrachten kreeg van verdachte;

is de rechtbank ten eerste van oordeel dat verdachte een groot aandeel in de uitvoeringshandelingen heeft gehad. Verder overweegt zij dat verdachte op het moment van fysieke afwezigheid (30 mei 2016) op de achtergrond een initiërende rol heeft gehad en intensief met [medeverdachte] heeft samengewerkt om het einddoel, het verkrijgen van geld van [slachtoffer 1] , te bewerkstelligen. Gelet op al het voorgaande in samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat zowel bij feit 1 als feit 2 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met medeverdachte [medeverdachte] .

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2016 te [plaats 1] en/of te [plaats 3] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (merk Huawei), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je geld van je en als het geld er niet is, loopt het slecht met je af" en/of "Leg je hand op tafel", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, bij de hand van die [slachtoffer 1] heeft geplaatst en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] , meermalen, althans eenmaal op/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] in diens auto naar zijn moeder in [plaats 3] heeft laten rijden en/of (onderweg) diens telefoon heeft laten afgeven

en/of

hij op of omstreeks 30 mei 2016 te [plaats 1] en/of te [plaats 3] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van 150,-, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je geld van je en als het geld er niet is, loopt het slecht met je af" en/of "Leg je hand op tafel", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, bij de hand van die [slachtoffer 1] heeft geplaatst en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] , meermalen, althans eenmaal op/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] in diens auto naar zijn moeder in [plaats 3] heeft laten rijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2016 tot en met 30 mei 2016 te [plaats 2] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een nietpistool, een fiets, een gitaar met toebehoren, een X-box met toehoren, een televisie, diverse spellen, diverse elektronische apparaten en toebehoren, autopapieren, medicijnen en een geldbedrag van ongeveer 500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 1] op het hoofd heeft geslagen met een hamer en/of

- die [slachtoffer 1] met een nietpistool in het been heeft geschoten en/of

- die [slachtoffer 1] een mes op de keel heeft gezet en/of

- die [slachtoffer 1] met een gebroken bierglas heeft bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gestompt/geslagen in het gezicht en/of tegen het hoofd;

en/of

hij, op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 30 mei 2016, te [plaats 2] of in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, de heer [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] , al dan niet op het hoofd te slaan en/of te schoppen en/of met een hamer op het hoofd te slaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal, voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de volgende bijzondere voorwaarden te worden verbonden: een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, begeleid wonen en tot slot het meewerken aan verdiepingsdiagnostiek. Verder is oplegging van een contactverbod met [slachtoffer 1] , zijn vriendin en zijn moeder als vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht) gevorderd. Een overtreding van het contactverbod dient naar de mening van de officier van justitie tot twee weken hechtenis te leiden.

Hiertoe is aangevoerd dat het gaat om ernstige feiten die veel impact op aangever hebben gehad, te meer nu er ook bedreigingen richting zijn moeder en vriendin zijn geuit.

Verder is meegewogen dat verdachte een zeer uitgebreid strafblad heeft en is rekening gehouden met de adviezen van de reclassering.

Met betrekking tot het beslag heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat hierover in de strafzaak van medeverdachte [medeverdachte] een beslissing dient te worden genomen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met de geadviseerde bijzondere voorwaarden (een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en begeleid wonen) op te leggen en een proeftijd van maximaal twee jaar. Daarbij dient het onvoorwaardelijk deel zo veel mogelijk te worden beperkt. Verder verzoekt de verdediging om de duur van het contactverbod te beperken tot een duur van zes maanden tot een jaar.

Hiertoe is aangevoerd dat de ernst van de feiten dient te worden genuanceerd, nu in ieder geval de handelingen met het nietpistool, de hamer en het bierglas niet kunnen worden bewezen. Verder dient rekening te worden gehouden met de beperktere rol van verdachte en de omstandigheid dat diverse zaken op het strafblad van verdachte nog niet onherroepelijk zijn. Tot slot ziet de verdediging geen basis om de medewerking aan verdiepingsdiagnostiek als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel te verbinden.

Verdachte heeft verklaard dat hij in tegenstelling tot in zijn verleden gemotiveerd is om aan de behandeling en begeleiding mee te werken. Hij kan zich vinden in een fors voorwaardelijk deel als stok achter de deur.

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 12 oktober 2016;

- voorlichtingsrapportages van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gedateerd 7 juni 2016, 9 augustus 2016, 23 augustus 2016 en 22 november 2016.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, een diefstal met geweld en een mishandeling van [slachtoffer 1] . Hij heeft daarbij samen met zijn medeverdachte gedurende de periode van 1 mei 2016 tot en met 30 mei 2016 fors geweld – waaronder het slaan met de vuisten en een hamer – toegepast en aangever op grove wijze, waaronder door hem een bierglas en een mes op de keel te zetten, bedreigd. De rechtbank neemt verdachte kwalijk dat hij samen met een ander misbruik van [slachtoffer 1] , zijnde een kwetsbaar persoon, heeft gemaakt en is blijven maken. Het geweld en de bedreigingen hebben gedeeltelijk in de eigen woning van aangever plaatsgevonden, een plaats waar een persoon zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. De feiten hebben een grote impact op [slachtoffer 1] gehad en nog altijd ervaart [slachtoffer 1] gevoelens van onveiligheid, zoals ook volgt uit zijn schriftelijke slachtofferverklaring. Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank alleen een gevangenisstraf passend.

Bij de strafmaat zal de rechtbank verder rekening houden met het strafblad en de voorlichtingsrapportages omtrent verdachte. Verdachte is recent veroordeeld tot (voorwaardelijke) gevangenisstraffen voor soortgelijke feiten, waaronder afpersing, diefstallen en bedreiging. De omstandigheid dat niet alle straffen onherroepelijk zijn geworden doet daar naar het oordeel van de rechtbank niets aan af.

De reclassering rapporteert dat verdachte een patroon heeft om in negatief gedrag te vervallen, al dan niet onder invloed van verkeerde vrienden. Nu verder op diverse leefgebieden – waarbij volgens verdachte het ontbreken van huisvesting ten grondslag ligt aan de omstandigheid dat hij vanaf 2014 weer veelvuldig in aanraking is gekomen met de politie – problemen bestaan, acht de reclassering het van groot belang dat verdachte begeleiding en behandeling krijgt bij het verder ontwikkelen van een niet-criminele levensstijl. Zij adviseren daarvoor onder meer een plaatsing bij de 24-uurswoonvoorziening Vast en Verder. Verder wordt een forensische behandeling nodig geacht om daadwerkelijk gedragsverandering te bewerkstelligen en te behouden.

Verdachte ziet in dat hij behandeling nodig heeft om uit de negatieve spiraal in zijn leven te komen en zijn criminele levensstijl achter zich te laten. Hij wil er voor zijn kinderen zijn en ziet in dat hij zijn leven zelfstandig niet op orde krijgt.

Gelet op het verleden waarin onder meer diverse trajecten van de reclassering voortijdig zijn beëindigd, verwacht de reclassering dat verdachte het mogelijk lastig zal krijgen als er zaken van hem verwacht worden waar hij het belang niet van inziet. Om verdachte gemotiveerd te laten blijven wordt een fors voorwaardelijk deel als stok achter de deur geadviseerd. De reclassering acht de kans op herhaling, zolang er geen hulpverleningsplan wordt uitgevoerd, hoog.

Gelet op al dit voorgaande in samenhang met de omstandigheid dat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de voltooide afpersing, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk als stok achter de deur passend. Gelet op het strafblad van verdachte en zijn uitlatingen bij de politie – waar hij diverse personen bedreigt –, acht de rechtbank een proeftijd van drie jaar aangewezen. Zij zal aan het voorwaardelijk deel de geadviseerde bijzondere voorwaarden, een meldplicht, een behandelverplichting en begeleid wonen verbinden. Zij ziet gelet op al het voorgaande en in het bijzonder gelet op de houding van verdachte bij de politie (agressief en bedreigend ten opzichte van [slachtoffer 1] , zijn moeder en onder meer [getuige 1] ) aanleiding om hieraan toe te voegen dat verdachte zich zal dienen te houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt het verlenen van medewerking aan verdiepingsdiagnostiek.

Op grond van dit voorgaande en nu verdachte ook reeds contact heeft gezocht met de vriendin van aangever, zal de rechtbank om ieder contact met aangever, zijn moeder en vriendin – ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten – te mijden, aan verdachte een contactverbod voor de maximale duur van twee jaar opleggen. De rechtbank ziet gelet op de geuite bedreigingen geen aanleiding om de duur van dit contactverbod te beperken.

De rechtbank acht daarbij een vervangende hechtenis voor de duur van twee weken passend en zal bevelen dat deze vervangende hechtenis zal worden toegepast voor iedere keer dat verdachte het contactverbod overtreedt. Een eventuele vervangende hechtenis heft de verplichtingen uit het contactverbod niet op.

Gelet op de uitlatingen van verdachte richting [slachtoffer 1] , zijn moeder en zijn vriendin, het strafblad van verdachte op het gebied van soortgelijke feiten en het grote herhalingsgevaar zonder uitvoering van hulpverlening, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen jegens deze personen dan wel zich belastend tegen deze personen zal gedragen. Gelet daarop zal zij bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Voor het beslag:

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave – voor zover nog niet plaatsgevonden – worden gelast van de na te melden mobiele telefoon aan de veroordeelde.

Met betrekking tot de overige goederen gaat het onder meer om goederen die bij [naam 3] [plaats 4] , [naam 3] [plaats 3] en het [naam 6] te [plaats 4] in beslag zijn genomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [medeverdachte] met betrekking tot deze goederen niet als beslagene van deze goederen had dienen te worden aangemerkt. Gelet op dit voorgaande is de rechtbank van oordeel dat reeds in deze strafzaak over het beslag dient te worden beslist. Zij zal – nu geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet – beslissen dat alle inbeslaggenomen goederen zoals vermeld op de kennisgeving van inbeslagneming, voor zover nog niet teruggegeven, dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende. Het gaat daarbij voor wat betreft de bij [naam 3] [plaats 4] , [naam 3] [plaats 3] en het [naam 6] in beslag genomen goederen om aangever [slachtoffer 1] (uitgezonderd de Playstation 3 welke aan [naam 7] toebehoort).

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 6.391,52 (€ 4.641,52 materieel en € 1.750,00 immaterieel) vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. In de vordering wordt vermeld dat indien bepaalde goederen aan de benadeelde partij worden teruggegeven, de betreffende bedragen voor deze goederen als niet gevorderd dienen te worden beschouwd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de immateriële schade (het smartengeld) van € 1.750,00 kan worden toegewezen. De officier van justitie heeft in verband met het late tijdstip van indiening geen standpunt ingenomen met betrekking tot de materiële schade, maar wat betreft de vordering in overweging gegeven om een voorschot toe te wijzen. Verder is verzocht om het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering te verklaren. Daartoe heeft zij ten eerste aangevoerd dat de verdediging vrijspraak voor beide feiten heeft bepleit. Ten tweede vormt het late tijdstip van indiening een onevenredige belasting van het strafproces en dient om deze reden niet aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering te worden toegekomen.

Indien de rechtbank deze standpunten niet volgt, verzoekt zij het toe te wijzen bedrag fors te matigen. Daartoe is aangevoerd dat de vordering voor wat betreft de goederen (waaronder in het bijzonder de autoradio) onvoldoende is onderbouwd. Verder bestaat onduidelijkheid over de omstandigheid of de in beslag genomen goederen al dan niet zijn teruggegeven. Tot slot verzoekt zij het smartengeld zeer fors te matigen, waarbij zij aanvullend opmerkt dat het causaal verband tussen de problematiek en de feiten onvoldoende is gebleken.

Beoordeling door de rechtbank

Gelet op de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheid dat een benadeelde partij zich zelfs ter terechtzitting nog in het strafproces kan voegen, zal de rechtbank de eerste verzoeken van de verdediging afwijzen en de vordering inhoudelijk behandelen.

Materiële schade

Telefoonkosten en reiskosten

De posten ‘telefoonkosten’ en ‘reiskosten’ zijn door de verdediging inhoudelijk niet betwist. Nu de schadeposten naar het oordeel van de rechtbank verder redelijk voorkomen, is zij van oordeel dat deze schadeposten (€ 25,00, € 2,10 en € 35,49) kunnen worden toegewezen.

De weggenomen goederen

Teruggave goederen

Nu de rechtbank de teruggave van de bij [naam 3] ( [plaats 4] en [plaats 3] ) en het [naam 6] te [plaats 4] in beslag genomen goederen heeft gelast, zal zij de schadeposten voor wat betreft de gitaar (€ 259,00) en de Playstation 2 en 3 met spellen (€ 25,00 en € 59,95) als niet gevorderd beschouwen.

Autoradio

Met betrekking tot de kosten voor de autoradio is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende uit het dossier is gebleken dat er goederen uit de auto door middel van braak zijn weggenomen en dit in rechtstreeks verband staat tot de bewezenverklaarde diefstal met geweld in zijn chalet. Gelet op dit voorgaande zal de rechtbank de benadeelde partij voor wat betreft deze post niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Goederen met recente factuur

Wat betreft de Bose speakers (€ 349,00) en de televisie (€ 279,00) zijn facturen d.d. 31 mei 2015 en 10 augustus 2016 bij de vordering gevoegd. Gelet op deze onderbouwing en de toelichting ter terechtzitting dat de benadeelde partij de televisie heeft moeten vergoeden, is de rechtbank van oordeel dat deze posten voldoende zijn onderbouwd en voor toewijzing in aanmerking komen.

Goederen met gedateerde factuur

Voor wat betreft de mediabox, de speakers van Chrono en de Pioneer versterker overweegt de rechtbank dat de aankoop van deze goederen is onderbouwd met facturen. Nu de goederen zijn aangekocht in 2013, zal de rechtbank rekening houden met de afschrijving op deze goederen en de schade door het wegnemen van deze goederen begroten op de volgende bedragen: € 50,00 (mediabox), € 300,00 (speakers Chrono) en € 100,00 (Pioneer versterker).

Goederen zonder factuur

Met betrekking tot de medicijnen (€ 5,00), de autopapieren (€ 5,00), de fiets (€ 60,00) en de externe harde schijf (€ 69,99) is de rechtbank van oordeel dat de schade wat betreft deze posten – ondanks dat geen factuur van deze goederen aanwezig is – voldoende aannemelijk is gemaakt. Nu deze posten de rechtbank verder redelijk voorkomen, zal zij de schade op de gevorderde bedragen zoals voornoemd begroten.

Met betrekking tot de gitaarversterker, de gitaarpedalen, de Xbox met spellen en het mengpaneel ontbreken eveneens facturen van aankoop. De rechtbank zal de schade voor deze weggenomen goederen – nu voor de gevorderde bedragen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn – begroten op de navolgende bedragen: € 250,00 (gitaarversterker), € 200,00 (gitaarpedalen), € 50,00 (Xbox met spellen) en € 55,00 (het mengpaneel).

Immateriële schade

[slachtoffer 1] is in de periode van 1 mei 2016 tot 30 mei 2016 diverse keren op grove wijze bedreigd. Verder is fors geweld tegen hem gebruikt door hem onder meer met een hamer te slaan. Het geweld heeft gedeeltelijk in zijn eigen woning plaatsgevonden.

Ten gevolge van dit geweld heeft [slachtoffer 1] letsel opgelopen in de vorm van onder meer een dik en blauw gezicht, waarbij zijn oog dicht zat. [slachtoffer 1] is door de feiten zeer angstig is geworden en vreest nog altijd voor zijn veiligheid. De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de feiten van invloed zijn geweest op de behandeling van [slachtoffer 1] . Uit de brief d.d. 21 november 2016 volgt immers dat [slachtoffer 1] door de feiten ernstig psychisch ontregeld was: hij was verward en vergeetachtig. Deze klachten hebben na de feiten nog enige tijd bestaan, wat een vertraging van zijn behandeling voor zijn overige problematiek heeft veroorzaakt. Gelet op al dit voorgaande, in samenhang met vergoedingen die in vergelijkbare zaken worden toegekend, zal de rechtbank het smartengeld naar maatstaven van billijkheid begroten op een bedrag van € 1.000,00.

Concluderend

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van

€ 2.835,58 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. Daarbij is ook aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, voldaan. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu de behandeling van het overige deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij. De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 30 mei 2016.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 38v, 38w, 45, 47, 57, 63, 300, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, [adres 3] te [plaats 4] , en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt het verlenen van medewerking aan verdiepingsdiagnostiek;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling teneinde zich te laten behandelen voor de problematiek, die al dan niet uit de diagnostiek is gevolgd, indien en zo lang de reclassering dit in overleg met de zorginstelling noodzakelijk acht. Daarbij zal veroordeelde zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling en begeleiding door of namens de instelling worden gegeven;

- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten in de 24-uurs woonvoorziening van Vast en Verder van het Leger des Heils of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld. Dit geldt zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering tot het

houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden) en

de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van

het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

En voorts:

de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 2 (twee) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, of zoeken met:

- [slachtoffer 1] , [adres 4] te [plaats 2] ;

- [naam 8] , [adres 5] ;

- [getuige 3] , [adres 1] [adres 6] te [plaats 3] .

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in 38v Sr dat de opgelegde maatregel, dadelijk uitvoerbaar is.

Voor het beslag:

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, voor zover nog niet teruggegeven, mobiele telefoon aan veroordeelde.

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende – voor wat betreft de goederen zoals in beslag genomen bij [naam 3] [plaats 4] , [naam 3] [plaats 3] en het [naam 6] te [plaats 4] zijnde [slachtoffer 1] (uitgezonderd de Playstation 3 welke aan [naam 7] toebehoort) –, te weten:

o één doosje nietjes (volgnummer 1);

o één nietpistool (volgnummer 2);

o twee Playstation 2 spelcomputers (volgnummers 3 en 4);

o twee zwarte controllers voor een Sony Playstation (volgnummers 5 en 6);

o één grijze controller voor een Sony Playstation (volgnummer 7);

o één gitaar, merk Ibanez (volgnummer 8);

o één Playstation 3 (volgnummer 10);

o 49 LP’s (volgnummer 11).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 2.835,58 (tweeduizendachthonderdvijfendertig euro en achtenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 2.835,58 (tweeduizendachthonderdvijfendertig euro en achtenvijftig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 38 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Holland (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 december 2016.

BIJLAGE:

Aan verdachte is – na een toegewezen vordering wijziging tenlastelegging – ten laste gelegd:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2016 te [plaats 1] en/of te [plaats 3] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (merk Huawei), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je geld van je en als het geld er niet is, loopt het slecht met je af" en/of "Leg je hand op tafel", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, bij de hand van die [slachtoffer 1] heeft geplaatst en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] , meermalen, althans eenmaal op/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] in diens auto naar zijn moeder in [plaats 3] heeft laten rijden en/of (onderweg) diens telefoon heeft laten afgeven

en/of

hij op of omstreeks 30 mei 2016 te [plaats 1] en/of te [plaats 3] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van 150,-, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je geld van je en als het geld er niet is, loopt het slecht met je af" en/of "Leg je hand op tafel", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, bij de hand van die [slachtoffer 1] heeft geplaatst en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] , meermalen, althans eenmaal op/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] in diens auto naar zijn moeder in [plaats 3] heeft laten rijden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2016 tot en met 31 mei 2016 te [plaats 2] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een nietpistool, een fiets, een gitaar met toebehoren, een X-box met toehoren, een televisie, diverse spellen, diverse elektronische apparaten en toebehoren, autopapieren, medicijnen en een geldbedrag van ongeveer 500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 1] op het hoofd heeft geslagen met een hamer en/of

- die [slachtoffer 1] met een nietpistool in het been heeft geschoten en/of

- die [slachtoffer 1] een mes op de keel heeft gezet en/of

- die [slachtoffer 1] met een gebroken bierglas heeft bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gestompt/geslagen in het gezicht en/of tegen het hoofd;

en/of

hij, op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 31 mei 2016, te [plaats 2] of in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, de heer [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] , al dan niet op het hoofd te slaan en/of te schoppen en/of met een hamer op het hoofd te slaan.

1 De volledige tenlastelegging is in de bijlage opgenomen.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Eenheid Midden-Nederland, district Oost-Utrecht, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0900-2016165449, gesloten op 15 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal (waaronder de verhoren bij de rechter-commissaris) en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 31 (7e alinea wat betreft het slaan met de vuisten), het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 34 en 36 (2e alinea met uitzondering van de opmerkingen over het nietpistool), het proces-verbaal van verhoor aangever bij de rechter-commissaris, p. 2 (2e alinea, 3e alinea voor wat betreft de hamer en het bierglas), p. 3-4 en het proces-verbaal van bevindingen, blad 1 (doorgenummerd, p. 222).

4 Het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 36 en de lijst met gestolen spullen van aangever, p. 55.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 45.

6 Het proces-verbaal van aangifte, p. 31, het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 36-37 voor wat betreft het incident op 30 mei 2016, het proces-verbaal verhoor benadeelde, p. 47 (steeds met uitzondering van de opmerkingen over het nietpistool) en het proces-verbaal verhoor bij de rechter-commissaris, p. 3 (alinea 7).

7 Een geneeskundige verklaring met bijlage, p. 40 t/m 42.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 58.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 67.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 71-72.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 75.

12 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 97, het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 116 t/m 119 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , p. 120.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 56.

14 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 23 november 2016 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , p. 120

15 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 93 en 95 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 106.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 113 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 115.

17 Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte] bij de rechter-commissaris, p. 5.

18 Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de toetsing inverzekeringstelling en inbewaringstelling, blad 1.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 195.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 88-89.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 12.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 205-206 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 214.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 14 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 24.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 24.

25 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 68.