Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6570

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
06-12-2016
Zaaknummer
05/780106-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vier (destijds) minderjarige verdachten zijn door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld tijdens de rellen die in Geldermalsen op 16 december 2015 hebben plaatsgevonden. Bij één van de minderjarige verdachten is een deels voorwaardelijke werkstraf opgelegd. Bij de andere drie verdachten is een onvoorwaardelijke werkstraf opgelegd. Twee minderjarige verdachten zijn vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugd

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer : 05/780106-15

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor kinderstrafzaken d.d. 25 oktober 2016

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres].

Raadsvrouw: mr. J.A.P.M. van Dal, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 16 december 2015 te Geldermalsen openlijk, te weten op of

aan een of meer openbare wegen, gelegen in/nabij het centrum en/of het gemeentehuis van Geldermalsen, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer politieambtenaren en/of (politie-)voertuigen, welk geweld bestond uit het ter hand nemen en/of kapotgooien van een of meer (delen van) stenen/stoeptegels/klinkers (om het gooien daarmee te vergemakkelijken/vereenvoudigen) en/of deze te overhandigen

aan (een) ander(en) en/of het gooien van (delen van) stenen/stoeptegels/klinkers en/of flessen en/of (volle) blikjes bier/drank en/of -zwaar- vuurwerk en/of (een) rookbom(men) tegen/naar/in de richting van die politieambtena(a)r(en) en/of die/dat (politie-)voertuig(en) en/of het getalsmatig versterken van de groep van waaruit geweldshandelingen werden

gepleegd en/of het -met de groep- opdringen in de richting van die politieambtena(a)r(en) en/of het -vanuit de groep- luidkeels provoceren van en/of uitdagend/beledigend schreeuwen naar die politieambtena(a)r(en).

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is ter terechtzitting van de kinderrechter van 10 juni 2016 met gesloten deuren onderzocht. Daarbij zijn verdachte noch zijn voormalige raadsman verschenen. De kinderrechter heeft de terechtzitting geschorst en de zaak verwezen naar de meervoudige kamer voor kinderstrafzaken van 11 oktober 2016 op een nader te bepalen tijdstip, vanwege de complexiteit alsmede de maatschappelijke impact van de zaak.

De zaak is op 11 oktober 2016 ter terechtzitting met gesloten deuren onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.A.P.M. van Dal, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. W.E.M. van Erp, heeft ter terechtzitting van 11 oktober 2016 haar eis geformuleerd.

De raadsvrouw en verdachte hebben ter terechtzitting van 11 oktober 2016 het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

I Algemene overwegingen ten aanzien van het tenlastegelegde feit

Op grond van de bewijsmiddelen worden de volgende feiten en omstandigheden, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld. Hierbij wordt zoveel mogelijk de chronologische volgorde aangehouden.


Op 8 december 2015 werd door de burgemeester van de gemeente Geldermalsen de gemeenteraad onder embargo op de hoogte gebracht van de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum (verder: AZC). Op 11 december 2015 zou het embargo eraf gaan omdat het dan via een persconferentie openbaar zou worden gemaakt.2

Op 10 december 2015 werd echter publiekelijk bekend dat de gemeente Geldermalsen toestemming wilde geven voor het bouwen van een AZC voor 1500 mensen op een braakliggend bedrijventerrein. Snel na deze bekendmaking ontstond er veel commotie onder de burgers van Geldermalsen.3 Er werden protestborden geplaatst en via social media werden veel berichten uitgewisseld waarin hevig ongenoegen en/of ongerustheid werd geuit.4

Voor 16 december 2015 werd daarom een extra openbare raadsvergadering gepland over het AZC. De aanvragen stroomden bij de gemeente binnen om bij deze raadsvergadering aanwezig te zijn en spreektijd te krijgen. Er konden ongeveer 100 mensen in de raadszaal aanwezig zijn en in de centrale hal van het gemeentehuis konden nog eens 110 mensen het debat via een videoscherm volgen.5 In totaal konden dus 210 mensen aanwezig zijn. Het ongenoegen van de inwoners van de gemeente Geldermalsen dat ze niet aanwezig konden zijn bij deze raadsvergadering en de onvrede over de snelheid en de manier waarop de gemeenteraad dit onderwerp wilde behandelen, leidde tot veel oproepen op social media om toch naar het gemeentehuis te komen om het ongenoegen kenbaar te maken.6 Besloten werd om 33 politiemensen in te zetten om de inspraakavond ongestoord te kunnen laten verlopen en de openbare orde rond het gemeentehuis te handhaven. Ook was vanuit Tiel op afroep een sectie Mobiele Eenheid (verder: ME) (24 personen) en een aanhoudingseenheid van de ME (8 personen) beschikbaar.7

Er werd afgesproken dat op 16 december 2016 het voorplein van het gemeentehuis aan de Kuipershof door middel van hekken zou worden afgesloten om belangstellenden buiten te houden.8 Bij het toegangshek stonden beveiligers die in het bezit waren van lijsten met namen van mensen die aanwezig mochten zijn bij de raadsvergadering.9 Voor het gemeentehuis waren hekken geplaatst die waren vastgemaakt met tiewraps om de boel bij elkaar te houden.10

Omstreeks 19:00 uur waren ongeveer 300 demonstranten aanwezig op het voorterrein van het gemeentehuis, aan de openbare weg de Kuipershof. Daaronder bevond zich een luidruchtige groep van ongeveer 40 personen waarvan sommigen een T-shirt droegen met opschrift “AZC NEE”.11

Omstreeks 19:45 uur begonnen de raadszaal en de centrale gang vol te lopen en was de sfeer nog gemoedelijk. Vanaf de Plantage te Geldermalsen was een lopende demonstratie die omstreeks 19:45 uur arriveerde op de Kuipershof bij het gemeentehuis. Vlak daarna tot aan het begin van de vergadering begon de sfeer op de Kuipershof te veranderen.12 Vanuit voornoemde luidruchtige groep, die steeds groter aan het worden was, werd geroepen “de ramen gaan eruit, de hekken gaan eruit”.13 De situatie werd zo dreigend dat werd besloten om alle 33 politiemensen te verzamelen op het voorplein tezamen met de beveiligers.14

Om 20:00 uur begon de raadsvergadering en vanaf dat moment werd de sfeer grimmig. Het afgebakende voorterrein was leeg, maar de opdringerige groep die bij het hek stond, inmiddels uitgegroeid tot een grote groep, probeerde het hek te openen. De menigte van inmiddels enkele honderden personen drong op naar het voorterrein en werd gesommeerd achteruit te gaan, waaraan aanvankelijk gehoor werd gegeven. Het hek dat diende als nooduitgang werd daarop met tiewraps vastgezet.15

Daarna werd steeds meer (zwaar) vuurwerk gegooid richting de politiemensen in wier buurt het vuurwerk ook ontplofte. Door de politiemensen werd een linie gevormd tussen de hekken en de ingang van het gemeentehuis. Er werd met bierflessen, vuurwerk en andere projectielen gegooid in de richting van de politie, beveiliging en de raadszaal.16

Het hekwerk werd geforceerd door een grote kwade groep die wederom het voorterrein opkwam. De menigte werd opnieuw gesommeerd achteruit te gaan onder waarschuwing voor geweldgebruik. Omdat op deze sommatie niet werd gereageerd, heeft de politie een charge uitgevoerd. Daarop volgde een frontale aanval van de nog verder gegroeide mensenmenigte die het gemeentehuis in wilde. Er werd door de geüniformeerde politiemensen wederom in linie een charge uitgevoerd waarbij zij werden teruggedrongen tot tegen de hoofdingang van het gemeentehuis. Hierbij werden voortdurend bierflessen, zwaar vuurwerk en andere projectielen gegooid.17

De situatie werd zo bedreigend dat portofonisch werd gevraagd om ‘assistentie collega’. Dit is het uiterste bericht dat collega’s in het nauw zitten, vrezen voor hun leven en ondersteuning willen.18

Omstreeks 20:20 uur arriveerde de te hulp geroepen ME op de Kuipershof bij het gemeentehuis.19 Met luidsprekers werd door de ME gevorderd dat mensen zich moesten verwijderen, waarbij werd aangekondigd dat anders geweld zou worden gebruikt.20 De menigte richtte zich tegen de ME. Er waren volgens schattingen op dat moment tussen 1.000 en 1.200 boze mensen aanwezig. De ME-leden gingen al vechtend door de menigte naar de afzethekken bij het gemeentehuis en zij werden hierbij bekogeld met zwaar vuurwerk, flessen, blikjes en andere projectielen.21 Een ME-busje werd vernield doordat de spiegels werden kapotgeslagen met een verkeersbord of een stok.22

De sfeer werd nog grimmiger. De ME moest geweld gebruiken om bij de collega’s van de basispolitiezorg (verder: BPZ) te komen. Voor het hek werd een linie gevormd om een veilige ruimte te creëren voor de collega’s uit de BPZ.23

De ME heeft met de gehele sectie een aantal charges uitgevoerd. Op een gegeven moment was de ME genoodzaakt zich achter de hekken terug te trekken om de toegangsdeur tot het gemeentehuis te beveiligen. Enkele groepen demonstranten waren aan het ophitsen, door af te tellen naar een aanval richting de ME. Er werd geroepen: “Gooien, gooien”. Er werd vanuit de menigte met blikken, flessen en stenen naar het gemeentehuis en de ME gegooid. Vuurwerk ontplofte in de nabijheid van de politiemensen. De hekken werden steeds harder heen en weer getrokken en geduwd. Op een gegeven moment begaven de hekken het en bestormden de demonstranten de ME en het gemeentehuis. Door demonstranten werd geroepen: “We gaan gooien jongens, we gaan stoeptegels en keien verzamelen”.24

Een ME’er werd door een man vastgepakt en viel op de grond met de man bovenop hem. Door de ME werden waarschuwingsschoten gelost om de collega te kunnen ontzetten. Tot verbazing van sommige politiemensen reageerde de mensenmassa niet op de waarschuwingsschoten. Even later kon de belaagde ME’er weer opstaan doordat hij omhoog werd getrokken door zijn collega’s. De ME is hierop als groep naar achteren gelopen richting de hekken voor het gemeentehuis, maar de menigte bewoog met de ME mee. Er bleef vanuit de menigte op de Kuipershof vuurwerk, stenen, stoeptegels, klinkers en andere voorwerpen zoals fietsen, stokken en verkeersborden gegooid worden naar de ME en het gemeentehuis. Ook werden vanuit de menigte op de Kuipershof slaande en schoppende bewegingen gemaakt richting de ME. Na de waarschuwingsschoten werd het commando “terugtrekken” gegeven, waarop de geüniformeerde politiemensen zich terugtrokken in het gemeentehuis en de ME poogde de linie bij de afzethekken te handhaven en zo het gemeentehuis te beveiligen. 25

Eén van de vuurwerkbommen is op het dak van het halletje van de toegangsdeur van het gemeentehuis beland. De knal van deze vuurwerkbom heeft kennelijk een gat in het dak gemaakt.26

Delen van het hekwerk werden opgetild en richting de ME gegooid. Toen bleek dat de ME de situatie niet meer kon beheersen, is de burgemeester medegedeeld dat de veiligheid van de aanwezige mensen in het gemeentehuis niet langer gegarandeerd kon worden.27

Omstreeks 20:27 uur nam de burgemeester de beslissing om de vergadering af te breken en moest iedereen voor zijn of haar veiligheid de raadszaal verlaten.28 Er werd op dat moment van alles, waaronder stenen, tegen de ruiten van de raadszaal gegooid. Nadat de burgemeester en de andere aanwezigen uit de raadszaal waren geëvacueerd, bleken verschillende ramen gesneuveld en lag de zaal vol met glasscherven.29

Omstreeks 21:08 uur kwam er een tweede sectie ME bij.30 Via de megafoon werd toen de menigte gevorderd te vertrekken. Omdat er geen beweging kwam in de menigte, hebben beide ME-secties het plein aan de Kuipershof schoongeveegd.31 Het publiek dat uiteen gedreven werd, gooide veel vuurwerk en stenen naar de chargerende ME en ME voertuigen. Het publiek bleef in groepjes elders in het centrum of ging weg. Omstreeks 21:45 uur was het rustig bij het gemeentehuis. De ME dreef het publiek de achtergelegen woonwijk in vanaf de Kuipershof richting de Koningsspil. Terwijl de ME hiermee bezig was, werden er vanaf een groep van ongeveer 100 personen stenen gegooid in de richting van de ME. De groep stond verspreid over de straten. Vanuit deze groep werden verschillende voorwerpen gegooid naar de bus van de ME en de ME linie. Er kwamen harde voorwerpen aan tegen de bus. Ook werd er zwaar vuurwerk gegooid in de richting van het ME-voertuig. Vanuit de groep werden voorts dingen geschreeuwd waaronder “kankerpolitie oprotten”.32

II A. nadere overweging met betrekking tot openlijke geweldpleging

De beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat op 16 december 2015 op openbare wegen, gelegen nabij het centrum en/of het gemeentehuis van Geldermalsen massaal geweld heeft plaatsgevonden, dat kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging. Het geweld was gericht tegen aldaar aanwezige dienstdoende politieambtenaren, medewerkers van de beveiliging, (politie-) voertuigen, het gemeentehuis en hekwerken/dranghekken. Daarbij is geduwd en getrapt tegen en getrokken aan die hekwerken/dranghekken die vervolgens zijn opgetild, omhoog- en weggeduwd in de richting van de (zich vlak daarachter bevindende) politieambtenaren en/of beveiligingsmedewerkers. Daarnaast is met verschillende projectielen gegooid, waaronder zwaar vuurwerk, blikjes, flessen, stenen en stoeptegels richting het gemeentehuis, politieambtenaren, politievoertuigen en beveiligingsmedewerkers. De spiegels van een ME-voertuig zijn kapotgeslagen. Ook is door de menigte provocerend geschreeuwd naar de politieambtenaren en beveiligingsmedewerkers.

II B. de rol van verdachte ten aanzien van de openlijke geweldpleging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van de verdachte zoals deze is afgelegd bij de politie op 19 december 2015 om 14.50 uur in ieder geval niet meegenomen kan worden voor het bewijs, omdat verdachte afstand heeft gedaan van verhoorsbijstand. Dit is in strijd met de eisen die volgens de jurisprudentie inzake Salduz gelden. Voorts stelt de verdediging dat alleen bewezen kan worden geacht dat verdachte stenen heeft overhandigd. Van hetgeen hem meer of anders is tenlastegelegd dient verdachte vrijgesproken te worden.

De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het door de verdediging gevoerde Salduz-verweer overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank constateert dat uit het proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2015 op pagina 2030 volgt dat verdachte op 16 december 2015 om 23.46 uur is voorgeleid en dat hem is gevraagd of hij een advocaat wilde spreken voor zijn eerste verhoor. Ook is hem gevraagd of hij verhoorsbijstand wilde van een vertrouwenspersoon.

Verdachte heeft voorafgaand aan zijn eerste verhoor op 17 december 2015 om 10.30 uur overleg gevoerd met de advocaat mr. N.J.C. Spapen. Tijdens het verhoor is hij bijgestaan door een vertrouwenspersoon, zijnde zijn moeder (pagina 2041-2042). Ook tijdens zijn tweede verhoor op 18 december 2015 om 11.10 uur is hij bijgestaan door zijn moeder (pagina 2045). Bij zijn derde verhoor op 18 december 2015 om 14.50 uur heeft verdachte afstand gedaan van het recht op verhoorsbijstand (pagina 2049).

De rechtbank stelt op grond van het vorenstaande vast dat er bij de verklaringen van 17 december 2015 en 18 december 2015 voldaan is aan de voorwaarden die gelden volgens de Salduz jurisprudentie, zodat deze verklaringen gebruikt kunnen worden voor het bewijs. De verklaring van 18 december 2015 om 14.50 uur voldoet echter niet aan de zogenoemde Salduz norm. Verdachte heeft geen verhoorsbijstand gehad, terwijl hij daarvan geen afstand kon doen, omdat het een zogenaamde A-zaak betreft (onderzoek door een Team Grootschalige Optreden). Deze verklaring zal dan ook worden uitgesloten van het bewijs.

Ten aanzien van de bewezenverklaring overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij op 16 december 2015 met twee vrienden naar Geldermalsen is gegaan en daar rond 21.00 uur aangekomen is. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in een groep stond van ongeveer 20 mannen die allemaal aan het schreeuwen waren. Ze schreeuwden ACAB (‘All Cops Are Basterds’). Ze waren stenen aan het rapen en renden telkens naar voren richting de politiemensen die op een rij stonden. Ze gooiden dan stenen en renden weer terug naar de plaats waar verdachte ook stond.33 Verdachte heeft over zijn eigen rol verklaard dat een man tegen hem zei dat hij stenen moest gaan zoeken en dat hij toen een baksteen op de grond zag liggen en deze op de grond heeft gegooid. Verdachte zag dat de steen in twee stukken brak en dat hij die toen aan die man heeft gegeven.34

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2015 volgt dat verbalisant [verbalisant] omstreeks 21.55 uur op de Koningsspil te Geldermalsen een persoon zag staan met een lengte van 1.60 à 1.70 meter, iets gezet postuur en een opvallende jas met de kleur zwart/donker blauw en oranje/beige. Het merendeel van de jas had de oranje/beige kleur. De verbalisant zag dat deze persoon een baksteen in zijn hand had en deze hard op de grond gooide, kennelijk om van deze baksteen kleinere stenen te maken. De verbalisant zag dat de baksteen die de persoon op de grond gooide in twee stukken uiteen viel. De verbalisant zag vervolgens dat twee andere personen ieder een stuk steen van de grond pakten en zich omdraaiden in de richting van de ME. De verbalisant zag dat de jongen, die even daarvoor de steen in stukken op de grond gooide, een nieuwe steen pakte en deze in zijn hand hield. De verbalisant zag deze jongen omstreeks 22.05 uur weer lopen langs een sloot aan de Beltmolen te Geldermalsen en vertelde dit aan zijn collega verbalisant [verbalisant 2].35 In een aanvullend proces-verbaal verklaart verbalisant [verbalisant] dat de jongen die hij langs de sloot zag lopen de later aangehouden verdachte [verdachte] is.36 Verbalisant [verbalisant 2] verklaart dat hij zich omstreeks 22.06 bevond aan de Beltmolen te Geldermalsen en aldaar een persoon zag staan met een lengte van 1.60 meter die een baksteen in zijn hand vasthield en die langzaam op het grasveld legde, dat hij de even later aangehouden verdachte [verdachte] voor 100% herkent als degene die een baksteen in de hand vasthield en wegdeed toen zij hem naderden.37

Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer verklaard dat hij met zijn vrienden [naam 1] en [naam 2] uit nieuwsgierigheid op 16 december 2015 is gaan kijken bij de demonstratie in Geldermalsen. Verdachte zag een groep personen op een afstand van 10 meter tegenover de ME linie staan. Hij zag dat de ME uit angst naar achteren ging. Verdachte verklaart dat hij een baksteen zag liggen en dat hij die heeft gepakt om te voorkomen dat deze door anderen zou worden gegooid. Deze steen heeft verdachte vervolgens op de grond gegooid om hem weg te gooien. Een man vroeg toen aan hem om deze steen te pakken. Verdachte heeft deze steen gepakt en aan de man gegeven. Verdachte heeft deze man niet met de baksteen zien gooien, maar heeft andere personen uit de groep wel voorwerpen zien gooien. Verdachte heeft verklaard dat hij ingesloten was in de groep en dat hij bang was. Hij heeft vervolgens verklaard dat de steen kapot is gegaan toen hij deze op de grond gooide. Vanwege de ME liep hij daarna achteruit. Op de vraag hoe verdachte de steen dan nog voor de man heeft kunnen pakken, heeft verdachte geantwoord dat hij de steen naar achteren heeft gegooid en deze weer heeft kunnen pakken omdat hij zelf, vanwege de naderende ME, naar achteren liep. Verdachte ontkent een tweede baksteen in de hand te hebben gehad. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, zoals deze is afgelegd ter terechtzitting, niet aannemelijk. Op vragen van de rechtbank legt verdachte steeds wisselende verklaringen af. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat hij te midden van een groep mensen zonder te kijken een steen naar achteren heeft gegooid, niet aannemelijk. Gelet hierop gaat de rechtbank uit van de verklaringen van verdachte zoals hij deze bij de politie heeft afgelegd tijdens zijn eerste en tweede verhoor. Deze verklaringen sluiten ook aan bij de processen-verbaal zoals deze zijn gerelateerd door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant]. Uit deze verklaringen volgt dat verdachte één steen heeft kapot gegooid en aan een ander heeft overhandigd.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door een steen kapot te gooien en deze te overhandigen aan een ander, een significante en wezenlijke bijdrage heeft gehad aan de tenlastegelegde openlijke geweldpleging. Verdachte stond ook midden in de groep van waaruit stenen en (zwaar) vuurwerk werden gegooid en beledigende teksten werden geuit richting de ME. Verdachte heeft aldus bijgedragen aan de sfeer van geweld en intimidatie jegens de politieambtenaren. Door deze bijdrage kunnen de vele andere deelnemers aan het openlijk geweld zich gesterkt hebben gevoeld in hun eigen aandeel. Daarnaast heeft verdachte de groep getalsmatig versterkt en heeft hij zich op geen enkel moment van het door de anderen uitgeoefende geweld gedistantieerd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op of omstreeks 16 december 2015 te Geldermalsen openlijk, te weten op of

aan een of meer openbare wegen, gelegen in/nabij het centrum en/of het gemeentehuis van Geldermalsen, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer politieambtenaren en/of (politie-)voertuigen, welk geweld bestond uit het ter hand nemen en/of kapotgooien van een of meer (delen van) steen/stoeptegels/klinkers (om het gooien daarmee te vergemakkelijken/vereenvoudigen) en/of deze te overhandigen

aan (een) ander(en) en/of het gooien van (delen van) stenen/stoeptegels/klinkers en/of flessen en/of (volle) blikjes bier/drank en/of -zwaar- vuurwerk en/of (een) rookbom(men) tegen/naar/in de richting van die politieambtena(a)r(en) en/of die/dat (politie-)voertuig(en) en/of het getalsmatig versterken van de groep van waaruit geweldshandelingen werden

gepleegd en/of het -met de groep- opdringen in de richting van die

politieambtena(a)r(en) en/of het -vanuit de groep- luidkeels provoceren van

en/of uitdagend/beledigend schreeuwen naar die politieambtena(a)r(en).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen.

5 De strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat verdachte heeft gehandeld uit noodweer.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen op dit verweer van de raadsvrouw.


De beoordeling door de rechtbank

Om een geslaagd beroep te kunnen doen op noodweer dient in ieder geval sprake te zijn van een noodzakelijke verdediging van verdachte tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door een ander.

Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat er sprake is geweest van een situatie waarin verdachte zichzelf tegen een wederrechtelijke aanranding van een ander moest verdedigen. Volgens verdachte was hij ingesloten en bang voor een blanke man en heeft hij daarom aan deze man op diens verzoek de steen afgegeven. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat er (daadwerkelijk) sprake is geweest van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van deze onbekende man.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen verwerpt de rechtbank het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat verdachte het bewezen verklaarde feit in een noodweersituatie heeft gepleegd. Het bewezenverklaarde levert derhalve een strafbaar feit op. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van dertig uren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

De raadsvrouw van verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft allereerst rekening gehouden met de ernst en omvang van het geweld dat tegen de aanwezige politiemensen en beveiligers is gebruikt. Gelet op de persoonlijke ervaringen van de betrokken politiemensen, zoals die zijn gerelateerd in het procesdossier, was de situatie op 16 december 2015 voor hen zeer gewelddadig, beangstigend en intimiderend. Door een grote woedende mensenmassa van naar schatting meer dan 1.000 personen zijn de nog geen 70 medewerkers van de basispolitiezorg, mobiele eenheid en arrestatie-eenheid ernstig in het nauw gedreven. Sommigen van hen hebben ongeveer 45 minuten - zonder beschermende kleding - stand moeten houden tegen de aanzwellende menigte die hen belaagde. De aanwezige politiemensen hadden tot taak de orde te handhaven en het gemeentehuis en de aldaar aanwezige personen te beschermen. Bij de uitoefening van hun taken zijn zij geslagen en geschopt. Er zijn hekken omver geworpen en er is met zwaar vuurwerk, glaswerk en straatstenen naar hen gegooid. Zij zijn bedreigd en beledigd en werden zelfs gehoond omdat ze dit werk voor weinig geld zouden doen. In het bijzonder door het rondom hen ontploffende vuurwerk en de naar hen gegooide straatstenen hebben de politiemensen persoonlijk angst gevoeld. Een enkeling vermeldt zelfs bang te zijn geweest zijn kinderen niet meer te kunnen zien. De rechtbank is zich ervan bewust dat dergelijke beangstigende ervaringen ook bij professionele politiemensen sporen nalaat en hun functioneren in de toekomst voor langere tijd kan beïnvloeden. Zoals ook door verschillende politiemensen is verklaard, acht de rechtbank het een wonder dat er geen zwaargewonden zijn gevallen. Enkele politiemensen ervaren ten gevolge van de gebeurtenissen slapeloosheid, concentratieverlies, pijn en druk op de oren. Bij één politieambtenaar is door een arts zelfs gehoorschade vastgesteld.

De ME die de politiemensen voor het gemeentehuis te hulp is geschoten, heeft zich, als gevolg van het vele geweld jegens hen bestaande uit onder meer het gooien van (zwaar) vuurwerk, stenen, flessen en blikken bier aanvankelijk moeten terugtrekken. Als gevolg daarvan is de raadsvergadering afgebroken, waarna de raadsleden, de burgemeester en overige aanwezigen zijn geëvacueerd. Daardoor is het democratisch proces verstoord. Dit raakt de Nederlandse samenleving diep in de fundamenten van onze rechtsstaat. Het geweld richting de politiemensen en de ME is ook na het afbreken van de raadsvergadering nog doorgegaan door een grote groep personen, waaronder verdachte. Er werden onder andere vuurwerk en stenen naar de ME en naar de voertuigen van de ME gegooid en beledigingen geuit naar de ME.

De rechtbank heeft daarnaast bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de specifieke rol van verdachte en de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, alsmede de omstandigheden waaronder dit is begaan. Verdachte heeft - door een steen op de grond te gooien en aan iemand te overhandigen - een wezenlijke bijdrage geleverd aan het openlijk geweld.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

  • -

    het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte, gedateerd 30 augustus 2016;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad), gedateerd 26 april 2016.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 augustus 2016 volgt dat verdachte niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie.

De Raad heeft op 26 april 2016 het volgende gerapporteerd en geadviseerd. Verdachte woont samen met zijn ouders en broertje in Tricht. Er komen geen zorgen naar voren over de gezinssituatie, school, vrijetijdsbesteding, middelengebruik en agressieregulatie van verdachte. De kans op herhaling wordt als laag ingeschat. Verdachte heeft spijt en neemt verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. De Raad adviseert om verdachte een werkstraf op te leggen. Een (deels) voorwaardelijke straf heeft in pedagogisch opzicht geen meerwaarde omdat de kans op herhaling klein is.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank, in navolging van de eis van de officier van justitie, dat voor de afdoening van de onderhavige zaak in aanmerking komt een werkstraf voor de duur van dertig uren. Daarop wordt in mindering gebracht de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. De rechtbank stelt deze vast op vier uren, nu verdachte vanaf 19 december 2015 de nachten gedurende zijn detentie thuis heeft door mogen brengen. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke werkstraf gelet op de ernst van het feit passend en geboden is. Bij het opleggen van de straf is tevens rekening gehouden met het aandeel van verdachte in het feit, alsmede met zijn leeftijd, zijn documentatie en zijn persoonlijke omstandigheden.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 77a, 77h, 77h, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren.

Bepaalt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat de termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht (1 dag = 2 uren) geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 uren.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S.W. Kroon, kinderrechter als voorzitter mr. W. Bruins, kinderrechter, en mr. I. de Waal-van Wessem, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 oktober 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, Team Grootschalige Optreden, opgemaakte proces-verbaal met BHV nummer 2015614794, TGO België, gesloten op 24 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld

2 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever], d.d. 22 december 2015, p. 1000.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1003.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1003.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1003 en p. 1004.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1004.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1004.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1005.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1005.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1005 het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 december 2015 p. 1015.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 december 2015, p. 1015 en p. 1016.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1005.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 december 2015, p. 1016.

14 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2015, p. 1006.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1006 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2015, p. 1013.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2015, p. 1023.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2015, p. 1014.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 december 2015, p. 1017.

19 Een schriftelijk bescheid inhoudende “journaal 16 december 2015”, p. 1009 en 1010.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 december 2015, p. 1017.

21 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], d.d. 6 januari 2016, p. 1081 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1095.

22 Het proces-verbaal van aangifte vernieling dienstvoertuig d.d. 9 maart 2016, p. 1260 en p. 1261.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 december 2015, p. 1017 en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2016, p. 1092-1093.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2015, p. 1025 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2015, p. 1036 en p. 1037 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1095.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 maart 2016, p. 1093 en p. 1094 en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2015, p. 1025.

26 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever 3], d.d. 17 december 2015, p. 1108 alsmede het proces-verbaal van aangifte van D. Harms, d.d. 26 december 2015, p. 1322.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1007.

28 Het proces-verbaal van verhoor van getuige P. Pouw, d.d. 24 december 2015, p. 1124, het proces-verbaal aangifte door burgemeester [aangever], d.d. 22 december 2015, p. 1127 en het proces-verbaal uitwerken meldkamer geluidsfragmenten d.d. 21 januari 2016, p. 1053.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 december 2015, p. 1008.

30 Het proces-verbaal uitwerken meldkamer geluidsfragmenten d.d. 21 januari 2016, p. 1058.

31 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] d.d. 17 december 2015, p. 1106.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2015, p. 1175, het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 december 2015, p. 1301, het proces-verbaal van bevindingen, d.d.17 december 2015, p. 1303.

33 Het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte, d.d. 18 december 2015, p. 2046-2047.

34 Het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte, d.d. 17 december 2015, p. 2043.

35 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2015, p. 1178.

36 Het aanvullend proces-verbaal d.d. 22 december 2015 van verbalisant [verbalisant], p. 1287.

37 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2015, p. 1288-1289.