Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6566

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-11-2016
Datum publicatie
06-12-2016
Zaaknummer
5457557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht, overlast, psychische problematiek, gedragsaanwijzingen, voorwaardelijke ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 5457557 \ VV EXPL 16-215 \ 701 \ 564

uitspraak van

vonnis in kort geding

in de zaak van

de stichting Stichting Vivare

gevestigd te Arnhem

eisende partij

gemachtigde mr. I.J.M. Dankoor

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

gemachtigde mr. B. Vreke

Partijen worden hierna Vivare en [gedaagde partij] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 oktober 2016 met producties 1 tot en met 9

- de mondelinge behandeling van 28 oktober 2016

- de brief d.d. 31 oktober 2016 van Vivare met producties 10 tot en met 13

- de brief d.d. 1 november 2016 van Vivare met de akte wijziging eis en productie 14

- de mondelinge behandeling van 2 november 2016 mede inhoudende de pleitnotitie van de gemachtigde van Vivare.

2 De feiten

2.1.

Vivare verhuurt aan [gedaagde partij] vanaf 24 mei 2016 voor onbepaalde tijd de woning aan de [adres] .

2.2.

Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden maart 2008 van Vivare van toepassing.

2.3.

Artikelen 6.3. en 6.6. van de Algemene Huurvoorwaarden bepalen:

6.3.

Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.

6.6.

Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder (…).

2.4.

Op 5 september 2016 is een melding van een buurtbewoner van [gedaagde partij] bij Vivare binnengekomen dat [gedaagde partij] de ruiten van zijn woning zou hebben ingeslagen.

2.5.

Vervolgens heeft Vivare op 29 september 2016 wederom een melding van een buurtbewoner van [gedaagde partij] ontvangen dat [gedaagde partij] ruiten ingooit en met stoelen gooit.

2.6.

Op 30 september 2016 heeft Vivare [gedaagde partij] geschreven dat een overlastmelding is ontvangen, in die zin dat [gedaagde partij] ruiten zou ingooien, voorwerpen tegen de muren zou aanslaan, met zijn fiets zou gooien, zijn container zou omgooien en het afval in zijn tuin zou laten liggen.

2.7.

Vivare heeft daarnaast contact gezocht met vluchtelingenwerk om de situatie met [gedaagde partij] te bespreken.

2.8.

Begin oktober 2016 ontvangt Vivare wederom overlastmeldingen.

2.9.

Op 4 oktober 2016 heeft de wijkagent contact opgenomen met Vivare om aan te geven dat de situatie uit de hand loopt: [gedaagde partij] gooit voorruiten door, zet klikobakken op de kop en houdt omwonenden ’s nachts wakker. De wijkagent geeft aan dat RIBW is ingeschakeld.

2.10.

Op 10 oktober 2016 heeft de wijkagent Vivare medegedeeld dat [gedaagde partij] is aangehouden omdat: ‘hij wederom aan het doordraaien was en de woning binnen aan het verbouwen was’.

2.11.

Ondertussen blijven overlastmeldingen van buurtbewoners over [gedaagde partij] bij Vivare binnenkomen.

2.12.

Op 19 oktober 2016 heeft [naam medewerker 1] , werkzaam bij RIBW aan Vivare medegedeeld dat [gedaagde partij] op 18 oktober 2016 een eerste intake heeft gehad met een Arabische hulpverlener en dat een tweede intakegesprek zal volgen.

2.13.

Op 20 oktober 2016 komt een melding bij Vivare binnen dat [gedaagde partij] de dakgoten en de regenpijp heeft vernield.

2.14.

Op 21 oktober 2016 heeft de gemachtigde van Vivare een aanvraagformulier ‘kort gedingprocedure kanton’ bij de Rechtbank Gelderland ingediend.

2.15.

Op 27 oktober 2016 heeft Vivare van RIBW vernomen dat RIBW de zorg heeft overgedragen aan Evergreen GGZ en dat een medewerker van Evergreen GGZ op 24 oktober 2016 met de begeleiding van [gedaagde partij] is gestart.

2.16.

Op 28 oktober 2016 vindt de mondelinge behandeling in het kort geding plaats. Omdat [gedaagde partij] zonder gemachtigde en tolk ter zitting is verschenen, heeft de kantonrechter besloten de mondelinge behandeling tot 2 november 2016 aan te houden.

2.17.

Uiteindelijk heeft op 2 november 2016 de mondelinge behandeling plaatsgevonden.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Vivare vordert dat de kantonrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

[gedaagde partij] zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning aan de [adres] met alle personen en zaken die zich daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Vivare te stellen met machtiging van Vivare de ontruiming zo nodig ten uitvoer te laten leggen;

subsidiair

a. a) [gedaagde partij] zal veroordelen zich te onthouden van het veroorzaken van overlast, in het bijzonder het vernielen van zaken in- en rondom het gehuurde, het veroorzaken van geluidsoverlast in- en rondom het gehuurde en het vertonen van intimiderend gedrag rondom het gehuurde;

b) [gedaagde partij] zal veroordelen de begeleiding, gericht op het voorkomen/stoppen van overlast in- en rondom het gehuurde, van hulpverlening zoals Evergreen GGZ en Vluchtelingenwerk Nederland te accepteren;

c) [gedaagde partij] zal veroordelen zijn voor- en achtertuin, zodanig te onderhouden dat deze een verzorgde indruk maken, een en ander conform het Besluit kleine herstellingen onder L;

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor elke overtreding van (een van) voornoemde verboden, te vermeerderen met € 200,00 per dag of dagdeel dat die overtreding voortduurt, met een maximum van € 10.000,00;

primair en subsidiair

[gedaagde partij] zal veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Vivare legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde partij] in strijd handelt met het bepaalde in artikel 6.3. en 6.6. van de algemene huurvoorwaarden en artikel 7:213 BW en dat deze tekortkoming in een bodemprocedure een ontbinding van de huurovereenkomst zal rechtvaardigen. Gelet op haar spoedeisend belang vordert zij thans - vooruitlopend op die ontbinding – dat de kantonrechter de gevorderde ontruiming van de woning toewijst. Mocht de gevorderde ontruiming worden afgewezen, dan vordert Vivare dat [gedaagde partij] zich aan de hiervoor weergegeven gedragsaanwijzingen dient te houden.

3.3.

[gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.

4.2.

Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming is slechts plaats indien met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Bovendien moet sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van de verhuurder om over een vrije woning te beschikken moet prevaleren boven het belang van de huurder om in de woning te blijven. Gelet op het voorlopige karakter van de kortgedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten, noch is er plaats voor nadere bewijsvoering.

4.3.

Ter mondelinge behandeling heeft [gedaagde partij] erkend dat hij de door Vivare gestelde vernielingen in en rondom het gehuurde heeft toegebracht. De door Vivare gestelde bedreigingen ontkent hij echter. [gedaagde partij] geeft aan dat de door hem veroorzaakte overlast voortkomt uit traumatische ervaringen die hij heeft meegemaakt. Hij is vorig jaar als vluchteling naar Nederland gekomen en is vanaf mei 2016 in het gehuurde gaan wonen. Hij geeft aan dat hij het afgelopen jaar niet veel om handen heeft gehad en dat hij tijdens de eerste maanden van zijn verblijf in het gehuurde veel tijd achter zijn computer heeft doorgebracht. Op het moment dat zijn computer stuk ging en hij ook een periode zonder inkomsten kwam te zitten, kreeg hij tijd om over het verleden na te denken en heeft hij uit frustratie zaken in en om het gehuurde vernield. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de situatie van [gedaagde partij] , heeft [gedaagde partij] met deze vernielingen ernstige overlast aan de omwonenden veroorzaakt en het gehuurde niet gebruikt en onderhouden zoals van een goed huurder verwacht mag worden. De kantonrechter acht dan ook genoegzaam gebleken dat [gedaagde partij] tekort is geschoten in zijn verplichtingen op grond van artikel 7:213 BW en artikel 6.3. en 6.6. van de huurvoorwaarden, dat deze tekortkomingen niet gering van betekenis en bijzonder van aard zijn en dat deze tekortkomingen in een bodemprocedure zullen leiden tot een ontbinding van de huurovereenkomst. Dit betekent in beginsel dan ook dat de kantonrechter de gevorderde ontruiming van het gehuurde dient toe te wijzen.

4.4.

De kantonrechter overweegt echter dat uit de processtukken en het verhandelde ter zitting volgt dat Vivare naar aanleiding van de door [gedaagde partij] veroorzaakte overlast in samenspraak met de politie eerst op het (laten) opstarten van professionele begeleiding heeft aangestuurd alvorens een ontbinding van de huurovereenkomst en een ontruiming van het gehuurde te vorderen. Eind september/begin oktober 2016 is vluchtelingenwerk en RIBW ingeschakeld en op 18 oktober 2016 heeft [gedaagde partij] zijn eerste intake bij RIBW heeft gehad. RIBW heeft vervolgens vanwege de taalbarrière gezocht naar een Arabisch sprekende hulpverlener die [gedaagde partij] kon gaan begeleiden. Die begeleider is uiteindelijk gevonden in de heer [naam medewerker 2] van Evergreen GGZ (hierna te noemen: [naam medewerker 2] ), waarna de begeleiding op 24 oktober 2016 is opgestart. Gelet op het feit dat Vivare in eerste instantie op een ander spoor dan het spoor van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zat, de begeleiding van [gedaagde partij] inmiddels per 24 oktober 2016 is opgestart en zijn begeleider ter zitting heeft aangegeven hoopvol te zijn over het slagen van deze begeleiding en voorts niet, althans onvoldoende, is gebleken dat [gedaagde partij] na 24 oktober 2016 nog overlast heeft veroorzaakt (de vernieling van de ruit op 25 oktober 2016 is immers gemotiveerd betwist), ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde ontruiming voorwaardelijk toe te wijzen, in die zin dat [gedaagde partij] zich dient te houden aan de hierna te noemen gedragsaanwijzingen en dat, indien [gedaagde partij] zich daar niet aan houdt, Vivare tot ontruiming van het gehuurde kan overgaan. Het voorgaande laat immers onverlet dat [gedaagde partij] zijn omwonenden aanzienlijke overlast heeft bezorgd, de persoonlijke situatie van [gedaagde partij] nog zeer precair is en Vivare de mogelijkheid dient te hebben om tot ontruiming van het gehuurde over te gaan als [gedaagde partij] opnieuw overlast aan omwonenden veroorzaakt dan wel als [gedaagde partij] het gehuurde niet gebruikt en onderhoudt zoals van een goed huurder verwacht mag worden.

4.5.

[gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en dient daarom de proceskosten te dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter

rechtdoende als voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij] :

a. a) zich te onthouden van het veroorzaken van overlast, in het bijzonder het vernielen van zaken in- en rondom het gehuurde, het veroorzaken van geluidsoverlast in- en rondom het gehuurde en het vertonen van intimiderend gedrag rondom het gehuurde,

b) de begeleiding, gericht op het voorkomen/stoppen van overlast in- en rondom het gehuurde, van hulpverlening zoals Evergreen GGZ en Vluchtelingenwerk Nederland te (blijven) accepteren,

c) zijn voor- en achtertuin binnen twee maanden na de datum van dit vonnis zodanig te onderhouden dat deze een verzorgde indruk maken, een en ander conform het Besluit kleine herstellingen onder L, en deze voor- en achtertuin vervolgens in een verzorgde staat van onderhoud te houden;

5.2.

en voorts, als hij zich niet houdt aan de hiervoor genoemde gedragsaanwijzingen:

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] met alle personen en zaken die zich daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Vivare te stellen met machtiging van Vivare de ontruiming zo nodig ten uitvoer te laten leggen;

5.3.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Vivare begroot op € 96,02 aan dagvaardingskosten, € 117,00 aan griffierecht en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter mr. J.A. Verspui op