Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6317

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-11-2016
Datum publicatie
24-11-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 2443
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:10387, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Omzetbelasting: Niet-geïntegreerde zonnepanelen zijn roerende zaken voor de Wet op de omzetbelasting 1968. Door plaatsing van zonnepanelen op een woning met kantoorruimte wijzigt het zakelijk gebruik van de woning met kantoorruimte niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-2885
V-N Vandaag 2016/2581
V-N 2017/8.1.4
mr. J. Sanders jr. annotatie in NTFR 2017/78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RechtbanK gelderland

Team belastingrecht

zaaknummer: AWB 16/2443

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
21 november 2016 in de zaak tussen

[X] hodn [Y] , wonende te [Z] , eiser
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] RB),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Doetinchem, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 17 februari 2015 over de aan eiser over het jaar 2014 opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting (aanslagnummer [000] .F.01.4501) van € 3.530.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2016.

Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens verweerder is verschenen mr. [gemachtigde] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft een (eigen) woning met kantoorruimte laten bouwen gelegen aan de [A-straat 1] te [Z] . De woning is medio 2013 in gebruik genomen. In verband met de bouw is aan eiser in totaal € 73.922 aan omzetbelasting in rekening gebracht.

2. Eiser heeft, met een beroep op het Charles-Tijmens-arrest van 14 juli 2005, Hof van Justitie Europese Unie, ECLI:EU:C:2005:463, in de periode 1 oktober 2010 tot en met 30 juni 2013 het bedrag van € 73.922 als voorbelasting in aftrek gebracht in zijn aangiften omzetbelasting.

3. Verweerder is op 3 april 2013 een onderzoek gestart naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over de periode 1 oktober 2010 tot en met 30 juni 2013. De bevindingen van dit onderzoek zijn vastgelegd in een rapport boekenonderzoek van 11 september 2013 (hierna: het rapport).

4. Uit het rapport blijkt dat eiser en verweerder in overleg met elkaar de correctie in verband met het privégebruik van de woning – in de zin van artikel 4, tweede lid, letter a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 – hebben vastgesteld voor de aankomende jaren. In het rapport is daarover – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“In goed overleg is bij u het privé-gedeelte van de onroerende zaak bepaald op: 77,68% voor de woning.

Hieruit komt de volgende correctie naar voren:

De investering in het woonhuis waarover omzetbelasting is geclaimd (verschuldigd is) bedraagt € 379.044 excl. omzetbelasting.

€ 379.044 x 1/10 x 77,68 % x 21% = € 6.183,26.”

5. Eiser heeft in 2014 (niet-geïntegreerde) zonnepanelen op het dak van zijn woning geplaatst. De zonnepanelen zijn aangesloten op het elektriciteitsnet van de woning. De elektriciteit die door eiser niet wordt gebruikt, wordt geleverd aan de energiemaatschappij. De omzetbelasting in verband met de aanschaf van de zonnepanelen is door eiser volledig als voorbelasting in aftrek gebracht en terugontvangen.

6. Eiser heeft in het vierde kwartaal van 2014 een bedrag van € 2.653 aangegeven in verband met privégebruik eigen woning. Eiser is hier in tegenstelling tot de eerdere afspraak met verweerder uitgegaan van een zakelijk gebruik van 33%.

7. Naar aanleiding van deze aangifte en op basis van het tussen partijen afgesproken bedrag voor het privégebruik van de eigen woning heeft verweerder een naheffingsaanslag opgelegd van € 3.530.

8. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer in bijzonder is in geschil:

  • -

    of de zonnepanelen roerend of onroerend zijn;

  • -

    of het zakelijk gebruik van de woning, door plaatsing van de zonnepanelen, is toegenomen.

9. Eiser stelt zich op het standpunt dat de zonnepanelen bestanddelen van de woning zijn geworden omdat zij na installatie hun fysieke en economische eigenschappen hebben verloren. Volgens eiser is tevens sprake van een duurzame waardevermeerdering van de woning. Vervolgens stelt eiser dat in verband met de plaatsing van de zonnepanelen het zakelijk gebruik van de woning is toegenomen (van 22,32% naar 33%). Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiser naar het Vraag-en-antwoordbesluit van de Staatssecretaris van 7 november 2013. Het tussen partijen afgesproken bedrag in verband met privégebruik eigen woning dient daarom volgens eiser naar beneden te worden bijgesteld.

10. Voor de beantwoording van de vraag of de zonnepanelen van eiser roerend of onroerend zijn, acht de rechtbank niet van belang dat de zonnepanelen onlosmakelijk met de woning zijn verbonden maar wel of deze niet gemakkelijk te demonteren en te verplaatsen zijn (vgl. Hof van Justitie Europese Unie 16 januari 2003, Maierhofer, ECLI:EU:C:2003:23) Nu de zonnepanelen van eiser op het dak zijn aangebracht en niet zijn geïntegreerd, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van zonnepanelen die relatief eenvoudig zijn te demonteren en te verplaatsen. De zonnepanelen dienen derhalve als roerende goederen aangemerkt te worden. Dat de zonnepanelen door middel van elektriciteitskabels zijn aangesloten op het elektriciteitsnet van de woning leidt niet tot een ander oordeel.

11. Nu de zonnepanelen door de rechtbank als roerende goederen zijn aangemerkt dient derhalve voor de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) onderscheid gemaakt te worden tussen twee afzonderlijke goederen, enerzijds de woning met kantoorruimte en anderzijds de zonnepanelen.

12. Eiser heeft de omzetbelasting die drukt op de aanschaf van de zonnepanelen volledig in aftrek gebracht en terugontvangen. Deze aftrek is niet in geschil. Eiser heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat hij de woning meer zakelijk is gaan gebruiken dan vóór de plaatsing van de zonnepanelen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het zakelijk gebruik niet hoger dient te worden vastgesteld dan de door partijen eerder afgesproken 22,32%. Verweer heeft derhalve terecht en tot het juiste bedrag de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

13. Het standpunt van eiser, dat uit het Vraag-en-antwoordbesluit van de Staatssecretaris van 7 november 2013 zou blijken dat door de plaatsing van zonnepanelen het zakelijk gebruik van de woning op 33% moet worden gesteld, faalt. De rechtbank komt tot deze conclusie omdat in dit besluit de verhouding privé- en zakelijk gebruik van alleen de zonnepanelen wordt besproken en niet in combinatie met een woning met kantoorruimte. Bovendien ziet dit percentage op geïntegreerde zonnepanelen.

14. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond.

15. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Tikken, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Leeuwen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
21 november 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.