Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6314

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
22-11-2016
Zaaknummer
05/740195-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een 24-jarige man voor ontucht met drie minderjarige jongens tot een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Ook moet de man de drie slachtoffers een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740195-16

Datum uitspraak : 22 november 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1992 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats 1].

Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 23 augustus 2016 en 08 november 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een op 8 november 2016 toegewezen vordering nadere omschrijving, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de

maand december 2014 tot en met de maand september 2015 te Barneveld, in elk

geval in Nederland, (telkens)

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid, te weten door het bezigen van de woorden: "je mag niet

meer bij me werken als je niet met me neukt", in elk geval woorden van gelijke

aard of strekking en/of

door gebruik te maken van zijn feitelijke overwicht als werkgever,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van

die [slachtoffer 1];

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

de maand december 2014 tot en met 12 juli 2015 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], die de leeftijd van twaalf jaren

maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1],

te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van

die [slachtoffer 1].

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2013 tot en met 10 augustus 2014 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3],

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2],

hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de anus van die [slachtoffer 2] gebracht.

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

11 augustus 2014 tot en met 31 januari 2016 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 2],

te weten het (telkens) brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die

[slachtoffer 2].

4.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2015 tot en met 31 januari 2016 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4],

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3],

hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de anus van die [slachtoffer 3] gebracht.

5.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2013 tot en met 31 januari 2016 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens) met

[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], en/of

[slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4],

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten (telkens)

de penis van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft vastgepakt/betast en/of

zijn, verdachtes, penis tussen te billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

heeft gebracht.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In een periode in 2015 werkte [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]) bij het bedrijf van verdachte in Barneveld. Verdachte en [slachtoffer 1] hebben in die periode meermalen over en weer orale seks met elkaar gehad.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde feit gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich ten aanzien van het primaire feit op het standpunt dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat sprake was van een situatie van geweld of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit stelt de verdediging zich op het standpunt dat [slachtoffer 1] ten tijde van de seksuele handelingen 16 jaar oud was en dat verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Zedenzaken kenmerken zich door het feit dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de veronderstelde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Wanneer dan de veronderstelde dader bijvoorbeeld de dwang bij de seksuele handelingen ontkent, zoals ook in deze zaak, leidt dat er in veel gevallen toe dat slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als direct bewijs beschikbaar zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering is echter de enkele verklaring van een getuige (het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in de zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

In deze zaak verklaren verdachte en aangever beiden dat er over en weer orale seks heeft plaatsgevonden in de periode dat aangever bij verdachte werkte. Aangever verklaart dat hij gedwongen werd tot deze handelingen én hij verklaart dat sprake was van gedwongen anale seks. Verdachte ontkent elke vorm van dwang en stelt dat de handelingen geheel vrijwillig plaatsvonden. Voorts ontkent verdachte de frequentie en ontkent hij dat hij aangever anaal heeft gepenetreerd.

Bij de beoordeling van deze zaak, en de vraag of er sprake was van (een vorm van) dwang, is het dus van belang vast te stellen in hoeverre de verklaring van aangever steun vindt in ander bewijsmateriaal. De rechtbank acht hiertoe het navolgende van belang.

Op 17 november 2015 liet [naam 1], begeleidster van [slachtoffer 1] van de Jeugdreclassering, per mail weten dat [slachtoffer 1] aan haar had verteld dat hij seksueel misbruikt was door zijn voormalige baas, te weten verdachte.3

[naam 1] verklaarde bij de politie als volgt. Zij kent [slachtoffer 1] in het kader van overtreding van de Leerplichtwet. Er waren zorgen over [slachtoffer 1] in verband met veel spijbelen, veel van huis weg zijn en verstoord contact met zijn ouders. [slachtoffer 1] werkte bij verdachte en was daar het liefst. Hij vond het een prachtige werkplek en hij spijbelde zelfs om te kunnen werken. Er was daarom gekozen voor een opleiding waarbij [slachtoffer 1] maar drie dagen per week naar school hoefde en twee dagen per week kon werken. Op 16 september 2015 kreeg [naam 1] een bericht van de vader van [slachtoffer 1] dat hij gebeld was door een ouder van ene [getuige 4] die 16 jaar oud was en diverse WhatsApp berichten had gekregen van verdachte met gore voorstellen: seks met hem voor € 500,- en zijn piemel laten zien voor € 100,-. [slachtoffer 1] had in eerste instantie ontkend dat er bij hem ook iets gebeurd zou zijn, maar de moeder van [slachtoffer 1] hoorde van de moeder van [getuige 4] dat [getuige 4] van verdachte had gehoord dat hij ook seksuele handelingen met [slachtoffer 1] had verricht. Daarop werd besloten dat [slachtoffer 1] niet meer naar verdachte toe mocht. Hier stemde [slachtoffer 1] direct mee in. Verdachte bleef contact zoeken met [slachtoffer 1], soms ontving hij wel 24 mails per dag.

[slachtoffer 1] zei hierop tegen [naam 1] dat hij vond dat het moest stoppen en hij vertelde dat hij was misbruikt door verdachte. Hij had verdachte moeten pijpen en verdachte had hem geneukt. Het was begonnen vlak nadat hij voor verdachte was komen werken. Verdachte had hem dronken gevoerd en de dag erna had hij verteld dat hij verdachte had gepijpt en dat verdachte hem had geneukt. [slachtoffer 1] had daar zelf geen herinneringen aan. [slachtoffer 1] vertelde [naam 1] dat het daarna heel vaak gebeurd was, zelfs dagelijks. [slachtoffer 1] vertelde dat hij het onder dwang had gedaan omdat hij daar anders niet meer mocht werken. Hij vond het werk zo geweldig en kon het niet verkroppen als hij weg zou moeten. Ook werd hem geld en spullen beloofd door verdachte.4

Op 1 december 2015 deed [slachtoffer 1] vervolgens aangifte van seksueel misbruik door verdachte. [slachtoffer 1] verklaarde dat hij in de zomer van 2014 bij verdachte kwam werken. Vlak voor de kerst in 2014 nam verdachte [slachtoffer 1] mee naar een café en voerde hij hem dronken. In de auto, op een parkeerplaats bij Lunteren misbruikte verdachte [slachtoffer 1] op de achterbank. [slachtoffer 1] was dronken op dat moment. Achteraf vertelde verdachte tegen [slachtoffer 1] dat hij hem geneukt had.5

[slachtoffer 1] had het naar zijn zin op de boerderij bij verdachte en bleef bij verdachte werken. [slachtoffer 1] had ontslag genomen bij zijn andere werk. Verdachte probeerde hem elke keer te neuken maar [slachtoffer 1] wilde dat niet. Verdachte zei tegen hem dat [slachtoffer 1] niet meer bij hem mocht werken als hij geen seks met hem had. Daarom onderging [slachtoffer 1] het maar. Verdachte ging vaak met zijn piemel in de kont van [slachtoffer 1]. Het deed [slachtoffer 1] zeer en [slachtoffer 1] probeerde het tegen te houden. Verdachte dreigde dat [slachtoffer 1] ontslag zou krijgen als hij niet wilde. Daarop liet [slachtoffer 1] verdachte maar gaan. Het gebeurde bijna elke dag op diverse plekken. [slachtoffer 1] moest verdachte pijpen, tongen en masseren. De moeder van verdachte en de zus van verdachte hadden ze wel eens betrapt. De moeder van verdachte kwam binnen toen [slachtoffer 1] verdachte aan het pijpen was. Ze zei dat ze het niet leuk vond en zowel verdachte als [slachtoffer 1] zeiden dat het maar een keer gebeurd was. [slachtoffer 1] durfde niet te vertellen dat het vaker was gebeurd omdat hij bang was dat hij ontslag zou krijgen. De zus van verdachte had gehoord dat verdachte en [slachtoffer 1] onder de douche stonden. Verdachte vertelde later dat zijn zus hem had gewaarschuwd dat hij hiervoor naar de gevangenis kon gaan. Op 21 september 2015 ging [slachtoffer 1] voor het laatst naar het bedrijf van verdachte, daarna mocht hij er niet meer naartoe van zijn moeder en van de reclassering. Hij durfde in het begin niet te vertellen wat er gebeurd was omdat hij zich schaamde. Op de vraag of hij nog iets wist over andere jongens, antwoordde [slachtoffer 1] dat hij had gehoord dat verdachte [getuige 4] geappt had voor seks.6

Voorts heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij meerdere keren per week met verdachte mee ging naar het casino in Nijmegen. [slachtoffer 1] was te jong om het casino in te gaan dus hij moest buiten wachten. [slachtoffer 1] moest verdachte dan vaak op de terugweg pijpen.7 [slachtoffer 1] bleef terug gaan naar verdachte omdat hij het werk zo leuk vond. De vader van verdachte had [slachtoffer 1] en verdachte ook een keer betrapt in het melkhok. [slachtoffer 1] was verdachte op dat moment aan het pijpen.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] in september 2015 stage bij hem kwam lopen. [getuige 1] vond het vreemd dat [slachtoffer 1] ineens niet meer bij verdachte stage wilde lopen. Toen [getuige 1] er naar vroeg, vertelde [slachtoffer 1] dat een andere jongen seksueel misbruikt zou zijn door verdachte. Hij ontkende in eerste instantie dat het hem zelf ook was overkomen, maar in oktober vertelde hij dat hij zelf ook misbruikt was. Hij had het toen nog niet tegen zijn ouders verteld. Hij vertelde dat de moeder van verdachte hen een keer seksueel bezig had gezien en dat ze een gesprek met verdachte en hemzelf had gevoerd. [slachtoffer 1] vertelde dat het voor zijn 16e gebeurd was en dat het frequent gebeurde. Hij deed het niet met plezier. Het viel [getuige 1] op dat verdachte [slachtoffer 1] veel belde en bleef benaderen.9

De vader van verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] en verdachte eenmaal heeft betrapt. Hij zag ze staan bij de kalfjes, allebei met de broek op de hakken .Verdachte stond achter [slachtoffer 1] op dat moment. Ze schrokken allebei en renden weg. Verdachte deed zijn broek omhoog en de vader van verdachte zag de blote bips van [slachtoffer 1] goed, omdat die zijn kant op stond. Ze stonden tegenover elkaar. De vader van verdachte had [slachtoffer 1] aangesproken en had gezegd dat hij hoopte dat ze het nooit meer zouden doen. [slachtoffer 1] zei dat hij hetzelfde hoopte. Voorts verklaarde de vader van verdachte dat er nog meer jonge jongens op het bedrijf waren geweest, waaronder [getuige 2] en een jongen van [getuige 4].10

De moeder van verdachte heeft verklaard dat zij verdachte en [slachtoffer 1] in augustus of september 2015 had betrapt. Zij kwam eerder thuis dan verwacht en zag verdachte met zijn broek op de knieën. [slachtoffer 1] zat er voor op zijn knieën en was verdachte aan het afzuigen.

De moeder van verdachte had ook van de zus van verdachte gehoord dat zij verdachte en [slachtoffer 1] in de douches vies had horen praten.11

De zus van verdachte heeft verklaard dat ze verdachte en [slachtoffer 1] ergens begin 2015 in een douchehokje had gehoord.12

De rechtbank concludeert uit vorenstaande dat er in de periode van december 2014 tot en met september 2015 meermalen seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer 1] hebben plaatsgevonden. Dit blijkt onder meer uit de aangifte, de gedeeltelijke bekentenis van verdachte en de overige bovengenoemde verklaringen. Ten aanzien van de vraag of er sprake was van dwang bij deze seksuele handelingen overweegt de rechtbank als volgt.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte hem, toen hij 15 jaar was, dingen aanbood in ruil voor seks. Verdachte bleef daarop aandringen. Hij bood bijvoorbeeld geld aan en een rijbewijs. Ook vroeg verdachte aan getuige [getuige 2] of hij met hem wilde douchen.13

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte hem benaderde in 2016 via Whatsapp en zei dat [getuige 3] kippen moest komen vangen, anders zou verdachte aan iedereen vertellen dat hij, [getuige 3], homofiel was.14

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij twee keer voor verdachte had gewerkt. Hij had zijn telefoonnummer aan verdachte gegeven en die had hem benaderd om seks te hebben voor geld. Verdachte wilde € 250,- betalen voor een half uur seks. Ook probeerde verdachte [getuige 4] over te halen met drank. [getuige 4] had kippen gevangen met [naam 2] en [slachtoffer 1]. Na het kippen vangen moesten ze douchen in verband met de hygiëne. [getuige 4] dacht dat verdachte naaktfoto’s van [slachtoffer 1] had.15

Uit de Whatsappgesprekken tussen verdachte en [getuige 4] blijkt het volgende, waarbij de door [getuige 4] gestuurde berichten schuingedrukt zijn:

‘moet ik je eerst dronken voeren?’

(..)

‘je ziet er niet verkeerd uit’
(..)

‘ben je echt niet over te halen?’

(..)

Nee’

(..)

‘Maar ben gwn geen homo’
(..)

‘Je moet er toch aub eens goed over na denken.’

‘Doe het dan alleen voor t geld’

‘250 uiterste bod’

Max 30’min’

(..)

Zeg maae ja en ik veAg t nooit meer’

(..)

‘Nee ben geen homo’

(..)

‘Hmm Bangert’

(..)
‘Als je geld komt halen verkracht ik je pp’16

Gelet op vorenstaande concludeert de rechtbank dat bij verdachte een patroon te zien is waarin hij jonge jongens benaderde en over probeerde te halen om seks met hem te hebben. Hij bood deze jongens geld of goederen of hij probeerde ze te chanteren. Dit komt ook terug in de aangifte van [slachtoffer 1]. Verdachte schroomt kennelijk niet om machtsmiddelen te gebruiken en zo te proberen om de ander te dwingen seksuele handelingen te ondergaan.

De rechtbank concludeert, gelet op al het vorenstaande, dat de aangifte van [slachtoffer 1] op meerdere punten wordt ondersteund door andere verklaringen en vindt derhalve zijn verklaring betrouwbaar. [slachtoffer 1] was gelet op de verklaring van jeugdreclasseringswerkster [naam 1] een jongen die, toen hij voor verdachte werkte, veel spijbelde, veel van huis weg was, een slecht contact met zijn ouders had en het liefst bij verdachte aan het werk was. Verdachte wilde kennelijk seks met [slachtoffer 1] en hij maakte gebruik van zijn feitelijke overwicht als werkgever om dit te bereiken. [slachtoffer 1] wilde graag op de boerderij blijven werken en door bedreigingen van verdachte (met een andere feitelijkheid) dat [slachtoffer 1] niet mocht blijven werken als hij geen seks had met verdachte, werd dit door verdachte bewerkstelligd. [slachtoffer 1] kon hier, gelet op zijn persoon, zijn jeugdige leeftijd en afhankelijkheidsrelatie ten aanzien van verdachte, geen weerstand aan bieden en onderging de seksuele handelingen van verdachte waaronder het binnendringen van het lichaam. De rechtbank acht derhalve het primaire feit, verkrachting, meermalen gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de feiten 2, 3, 4 en 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2016 kwam [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]) bij verdachte in Barneveld om te werken. In de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 januari 2016 kwam [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4]) bij verdachte in Barneveld om te werken.17

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van de onder 2 tot en met 5 tenlastegelegde feiten. In het dossier zit onvoldoende wettig bewijs dat verdachte [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] zou hebben misbruikt.

Beoordeling door de rechtbank

Op 11 mei 2016 deed [slachtoffer 2] aangifte namens zijn twee zoons [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. [slachtoffer 2] vertelde dat hij van verdachte had gehoord dat [slachtoffer 1] hem beschuldigde van seksueel misbruik. De dochter van [slachtoffer 2] was naar zijn vrouw (en ook haar moeder) toe gekomen en had aan haar verteld dat [slachtoffer 2] al eerder in het zwembad had verteld dat verdachte aan hem had gezeten.

[slachtoffer 2] vertelde daarop aan zijn twee zoons dat verdachte vast zat omdat hij iets met jongens had gedaan. Daarop begon [slachtoffer 2] te huilen. [slachtoffer 2] zei dat verdachte wel eens aan zijn plassertje zat en dat hij aan verdachtes plasser had moeten zitten. Ook was verdachte wel eens met zijn plasser bij hem naar binnen gegaan. Het was gebeurd bij de grote kippenschuur. [slachtoffer 2] was vanaf groep 8 bij verdachte begonnen met werken, maar op een bepaald moment wilde [slachtoffer 2] niet meer naar verdachte toe. Nadat [slachtoffer 2] over het misbruik vertelde, was hij zichtbaar opgelucht. [slachtoffer 2] vertelde ook dat hij het er wel eens met zijn broertje [slachtoffer 3] over had gehad. Vervolgens vroeg [slachtoffer 2] aan zijn andere zoon, [slachtoffer 3], of er wel eens iets tussen hem en verdachte was gebeurd. [slachtoffer 3] vertelde dat verdachte aan zijn piemel had gezeten en verdachte had met zijn piemel langs [slachtoffer 3] geschuurd. [slachtoffer 3] vroeg aan [slachtoffer 2] of dat dan gek was. [slachtoffer 3] kwam minder bij verdachte dan [slachtoffer 2].18

[slachtoffer 2] was achteraf opgevallen dat er een groot verschil zat in het gedrag van [slachtoffer 2] met betrekking tot groep 7 en groep 8. In groep 7 ging het goed met [slachtoffer 2], maar rond de herfstvakantie in groep 8 ontstond er een gedragsverandering. Dat was rond de tijd dat hij bij verdachte in de kippenschuur ging werken. In het begin vond [slachtoffer 2] het leuk, maar later raffelde hij zijn werk af. Ook kwam [slachtoffer 2] vaak mopperig thuis en hij vergat dingen. De oom van [slachtoffer 2] was opgevallen dat [slachtoffer 2] in de buurt van zijn oom bleef als verdachte in de buurt kwam. Nadat [slachtoffer 2] niet meer naar verdachte mocht, werd zijn gedrag weer positief.19

De moeder van [slachtoffer 2] heeft verklaard dat haar dochter [naam 3] haar had verteld dat ze een jaar geleden samen met onder meer [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], verdachte en [slachtoffer 1] naar Putten was gegaan om te zwemmen. Op enig moment kwam [slachtoffer 2] naar [naam 3] en hij vertelde dat hij niet meer wilde spelen omdat ze aan zijn ballen wilden zitten. Verder verklaarde de moeder van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dat [slachtoffer 2] opgelucht was toen hij vertelde dat verdachte aan hem had gezeten. Ook hoorde zij van haar man dat [slachtoffer 3] ook had verteld dat verdachte aan hem had gezeten.20 Ook de moeder van [slachtoffer 2] had een gedragsverandering bij hem gezien. Tot en met groep 7 ging het allemaal goed met [slachtoffer 2]. In groep 8 ging het mis. [slachtoffer 2] vergat dingen en hij werd boos. Ook ging hij nagelbijten. Vanaf januari 2016 werd hij ineens een stuk rustiger. Bij [slachtoffer 3] merkte de moeder dat zijn spel veranderde. Hij werd huilerig en passiever.21

De broer van verdachte, [naam 4], heeft verklaard dat hij vanaf zijn 11e seksuele handelingen verrichtte met verdachte. Dat was zowel oraal als anaal. Verdachte penetreerde [naam 4] bijna altijd anaal omdat verdachte dat wilde. [naam 4] herkende het dominante gedrag van verdachte. Voorts verklaarde [naam 4] dat hij rond 6 juni 2015 met verdachte, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bij het zwembad was. Het viel hem op dat verdachte steeds aan de jongens aan het plukken was.22

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte altijd zijn piemel groot wilde maken. Ook wilde hij zijn piemel bij [slachtoffer 2] in de kont stoppen. Dat gebeurde bijna elke dag als hij daar kwam werken op zaterdag. Hij begon daar met werken toen hij 10 jaar oud was. Verdachte vroeg dan of [slachtoffer 2] zijn broek uit wilde doen of hij deed het zelf bij [slachtoffer 2]. Hij ging dan zijn piemel groot maken door met zijn hand heen en weer te bewegen. De piemel van [slachtoffer 2] werd dan groot. In het verhoor bij de politie liet [slachtoffer 2] een schuivende beweging met zijn hand zien. Na een tijdje stopte hij op verzoek van [slachtoffer 2]. Het gebeurde in de kippenschuur. [slachtoffer 2] dacht in het begin dat het normaal was, omdat verdachte dat zei. Ook kwam verdachte achter [slachtoffer 2] staan als zijn broek en onderbroek naar beneden waren. Hij deed dan zijn piemel in de kont van [slachtoffer 2]. Dat was daar waar je poept. Hij ging er maar een klein beetje in. Dit deed zeer en [slachtoffer 2] vroeg dan of hij op wilde houden. Verdachte zei dan ‘nog heel eventjes..’ Hij stopte dan wel uiteindelijk. Ook verklaarde [slachtoffer 2] over een moment in een zwembad met zijn zus. Verdachte had tegen [slachtoffer 2] gezegd dat hij [slachtoffer 1] in zijn ballen moest knijpen. Daarop liep [slachtoffer 2] weg en [naam 3] wist ervan. Verdachte had geprobeerd om [slachtoffer 2] om te kopen. Hij had tegen [slachtoffer 2] gezegd dat als hij iets bij hem zou doen, hij tien euro zou krijgen. Dat deed [slachtoffer 2] vervolgens. Hij kreeg dan toch geen geld.23

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte, zijn oom, zijn piemeltje lang wilde maken. Hij had dat twee keer geprobeerd in de kalverenschuur. [slachtoffer 3] moest zijn broek uit doen en verdachte deed dat ook. Ook wilde verdachte zijn piemel in de kont van [slachtoffer 3] doen. Hij deed dat al en toen kwam er iemand aan. Daarop stopte verdachte en zei hij tegen [slachtoffer 3] dat hij het tegen niemand mocht zeggen.24

[slachtoffer 1] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij iets had gehoord over [slachtoffer 2], het zoontje van de broer van verdachte, namelijk dat [slachtoffer 2] verdachte een keer gepijpt zou hebben.25

De rechtbank vindt de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] betrouwbaar en geloofwaardig. Zij verklaren duidelijk en geven concreet aan hoe één en ander heeft plaatsgevonden.

De rechtbank overweegt voorts dat deze verklaringen ondersteuning vinden in de verklaringen van anderen, in het door meer mensen genoemde incident in het zwembad, waar een seksuele houding in de richting van [slachtoffer 2] uit naar voren komt, en de verklaring van [slachtoffer 1], waar dit ook uit naar voren komt. Daarnaast ziet de rechtbank ondersteuning van deze verklaringen in de reacties en het gedrag van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. [slachtoffer 2] wilde niet meer naar verdachte toe en er ontstonden gedragsproblemen bij hem. [slachtoffer 2] moest huilen toen hij hoorde dat verdachte vast zat voor verdenkingen van seksueel misbruik, [slachtoffer 3] vroeg zich af of het vreemd was wat verdachte bij hem deed. Bij beide jongens was een gedragsverandering zichtbaar.

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gepleegd, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam, toen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] nog geen twaalf jaren oud waren. Bij [slachtoffer 2] ging dit misbruik door tot hij ouder was dan twaalf, maar nog geen zestien jaar oud.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de

maand december 2014 tot en met de maand september 2015 te Barneveld, in elk

geval in Nederland, (telkens)

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid, te weten door het bezigen van de woorden: "je mag niet

meer bij me werken als je niet met me neukt", in elk geval woorden van gelijke

aard of strekking en/of

door gebruik te maken van zijn feitelijke overwicht als werkgever,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van

die [slachtoffer 1].

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2013 tot en met 10 augustus 2014 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3],

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2],

hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de anus van die [slachtoffer 2] gebracht.

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

11 augustus 2014 tot en met 31 januari 2016 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 2],

te weten het (telkens) brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die

[slachtoffer 2].

4.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2015 tot en met 31 januari 2016 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens)

met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4],

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2],

hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de anus van die [slachtoffer 2] gebracht.

5.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2013 tot en met 31 januari 2016 te Barneveld, in elk geval in

Nederland, (telkens) met

[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], en/of

[slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4],

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten (telkens)

de penis van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft vastgepakt/betast en/of

zijn, verdachtes, penis tussen te billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

heeft gebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

‘verkrachting, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 2 en 4, telkens:

‘met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handeling plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 3:

‘met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit5:

‘met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren, waarvan 1 (één) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het volgen van een ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling en voorts een contactverbod met de drie slachtoffers en met aftrek van de tijd die verdachte reeds heeft vastgezeten.

De officier van justitie heeft gevorderd om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om aan verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daarnaast eventueel een taakstraf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 7 juli 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (t.b.v. rechtszitting), gedateerd 17 augustus 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (voorgeleiding RC), gedateerd 15 mei 2016;

- een Pro Justitia psychologisch onderzoek, opgemaakt opgemaakt door D. Breuker, forensisch psycholoog, d.d. 10 augustus 2016;

- een aanvullend Pro Justitia psychologisch onderzoek, opgemaakt door D. Breuker, forensisch psycholoog, d.d. 28 september 2016.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met drie verschillende jongens, waarvan twee gedurende een periode jonger dan twaalf jaar waren. Hij is daarbij seksueel binnengedrongen in hun lichamen. De rechtbank rekent het verdachte ten zeerste aan dat hij met zijn handelen de fysieke integriteit van deze jongens ernstig heeft aangetast. Onduidelijk is nog hoeveel schade dit op lange termijn zal veroorzaken. De ervaring leert dat deze schade vaak ernstig kan zijn. Het is maar de vraag in hoeverre deze kinderen een verder normale en ongestoorde ontwikkeling in hun eigen seksualiteit kunnen en zullen hebben. Het recht dat kinderen op een dergelijke gezonde en normale ontwikkeling hebben is door verdachte in ernstige mate geschonden. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte in dit opzicht niet alleen een dader, maar zelf ook een slachtoffer is.
De gevolgen die het voor de slachtoffers heeft, zijn tot uiting gebracht in de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen.

Uit de rapportages is gebleken dat bij verdachte geen ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een psychiatrische stoornis aanwezig is. Wel is sprake van een identiteitsprobleem, onder meer veroorzaakt door een sociaal isolement omdat verdachte bij zijn moeder wilde blijven om haar te beschermen tegen zijn vader. Ook is de seksuele geaardheid van verdachte afgekeurd door zijn ouders en de gemeenschap vanwege de strenge religieuze achtergrond. Vanuit de onderdrukking van allerlei gevoelens en behoeftes is er bij verdachte sprake geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag naar jongens toe.

Ook is bij verdachte sprake van een gokverslaving.


De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, de eis zoals gedaan door de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal derhalve een gevangenisstraf opleggen van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk en met de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport.

Omdat de vrees bestaat dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. [slachtoffer 1] heeft ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit een bedrag van € 10.205,47 gevorderd, bestaande uit € 10.000,- aan immateriële schadevergoeding en € 205,47 aan materiele schadevergoeding. [slachtoffer 2] heeft ter zake van de onder 2, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten een bedrag van € 7.901,27 gevorderd, bestaande uit € 7.500 aan immateriële schadevergoeding en € 401,27 aan materiële schadevergoeding. [slachtoffer 3] heeft ter zake van de onder 4 en 5 bewezenverklaarde feiten een bedrag van € 7.588,37 gevorderd, bestaande uit € 7.500,- aan immateriële schadevergoeding en een bedrag van € 88,37 aan materiële schadevergoeding.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vorderingen toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en met oplegging van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de vorderingen inhoudelijk niet betwist.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Voorts is vast komen te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van het onder 2, 3 en 5 bewezenverklaarde tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft naar het oordeel van de rechtbank als gevolg van het onder 4 en 5 bewezenverklaarde tot het gevorderde bedrag schade geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorderingen zijn derhalve voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen. De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen vanaf het midden van de bewezenverklaarde periode, te weten op 15 april 2015 voor [slachtoffer 1], 1 januari 2015 voor [slachtoffer 2] en 1 januari 2015 voor [slachtoffer 3].

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 242, 244, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen vijf werkdagen na zijn invrijheidstelling zal melden bij de Reclassering Nederland te Arnhem (Nieuwe Oeverstraat 65, tel. 026-3555333) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van forensische psychiatrische polikliniek Kairos te Arnhem of soortgelijke ambulante (forensische zorg) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn problematiek;

- gedurende van de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2], wonende aan de [adres 1] , [woonplaats 2]), [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3], wonende aan de [adres 2], [woonplaats 3]) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4], wonende aan de [adres 2], [woonplaats 3]), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

- Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

 Beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 10.205,47 (zegge tienduizendtweehonderdenvijf euro en zevenenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 10.205,47 (zegge tienduizendtweehonderdenvijf euro en zevenenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 86 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2, 3 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 7.901,27 (zegge zevenduizendnegenhonderdeen euro en zevenentwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 7.901,27 (zegge zevenduizendnegenhonderdeen euro en zevenentwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 74 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 7.588,37 (zegge zevenduizendvijfhonderdachtentachtig euro en zevenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 7.588,37 (zegge zevenduizendvijfhonderdachtentachtig euro en zevenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 72 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en

mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema en

mr. L. Ruizendaal-Van Veen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 november 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016369197, gesloten op 26 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 76-82; de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 november 2016.

3 Een schriftelijk bescheid, zijnde een e-mail van [naam 1], d.d. 17 november 2015, p. 72.

4 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], p. 135-139.

5 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 77.

6 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 78-81.

7 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1], p. 85.

8 Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 90-94.

9 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 173-177.

10 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 144-145.

11 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6], p. 147-149.

12 Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4], p. 147-148.

13 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 158-159.

14 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 164-165.

15 Een proces-verbaal informatief gesprek zeden, p. 191-192.

16 Overzicht Whatsapp gesprekken, p.199

17 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], p. 268.

18 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], p. 268-272.

19 Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], d.d. 27 september 2016.

20 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], p. 274-280.

21 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], d.d. 27 september 2016.

22 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 171-172.

23 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 282-292.

24 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 295-300.

25 Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 93-94.