Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6275

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-11-2016
Datum publicatie
21-11-2016
Zaaknummer
05/840108-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor oplichting, meermalen gepleegd, en verduistering.

Een 28-jarige man is veroordeeld voor oplichting en verduistering. De man, voormalig eigenaar van horecagelegenheid De Verkeerde Kant i.o. in Nijmegen, heeft vier payrollbedrijven en 29 particulieren opgelicht. De man heeft de payrollbedrijven doelbewust en op geraffineerde wijze bewogen om loon uit te betalen aan zijn twee zogenaamde medewerkers, wetende dat zijn café nooit open is geweest. Vervolgens heeft de man 29 personen via marktplaats.nl benaderd en zich welbewust voorgedaan als betrouwbare verkoper van de door hen gevraagde goederen, terwijl hij van meet af aan wist dat hij de door hem aangeboden goederen na ontvangst van de betaling nimmer zou leveren. De man is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Voor zover noodzakelijk, zal de man zich tevens ambulant moeten laten behandelen bij een forensische polikliniek in verband met zijn (gokverslavings)problematiek. Ook moet de man schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

team strafrecht

zittingsplaats Zutphen

parketnummers : 05/840108-16 en 05/840477-16 (ter terechtzitting gevoegd)

datum uitspraak : 18 november 2016

tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 3] [verdachte 2]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] ,

uitgeschreven uit de basisregistratie personen,

feitelijke verblijfplaats: [adres 1] .

Raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 november 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Onder parketnummer 05/840108-16 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 november 2014 tot

en met 29 december 2014 te Zutphen en/of te Tilburg, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (in totaal) Euro 51.689,01, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 1] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] , en/of

- ( daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf [naam 1] te overleggen, en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de Identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] af te geven, en/of

- een Zakelijke Europese incasso (machtiging) met [slachtoffer 1] te ondertekenen, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 1] te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 1] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- ( als accountmanager) op de site van [slachtoffer 1] in te loggen

en/of (vervolgens) (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 augustus 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Zutphen en/of te Tilburg, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het

ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten Euro 33.853,38, althans enig

geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 2] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] , en/of

- ( daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf [naam 1] te overleggen, en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de Identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] af te geven en/of te overleggen, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 2] te ondertekenen, althans een inschrijfkaart en/of een Doorlopende machtiging bedrijven van / met [slachtoffer 2] in te vullen en/of te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 2] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- door een geldbedrag ad Euro 30.000,-- door [slachtoffer 2] te laten incasseren van zijn, verdachtes en/of de bankrekening op naam gesteld van horecabedrijf [naam 1] en/of dat geldbedrag op de bankrekening van [slachtoffer 2] te storten, en/of

- telefonisch en/of (vervolgens) per mail (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven, en/of

- ( steeds) via de mail en/of telefonisch contact toe te zeggen het verschuldigde geldbedrag over te maken en/of (daarbij) zijn, verdachtes bankrekening en/of de bankrekening op naam gesteld van horecabedrijf [naam 1] aan te (zullen) vullen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 oktober 2014 tot en met 20 januari 2015 te Zutphen en/of te Tiel, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,(een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Euro 36.398,96, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] , en/of

- ( daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf [naam 1] te overleggen, en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de Identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] af te geven en/of te overleggen, en/of,

- ( een) medewerkerkaart(en) en/of (een) Arbeidsovereenkomst(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of te laten invullen en/of af te geven en/of te overleggen, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te ondertekenen, althans een inschrijfkaart en/of (met) een Doorlopende machtiging bedrijven en/of Financiële Voorwaarden van / met [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] in te vullen en/of te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- telefonisch en/of (vervolgens) per sms (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot

en met 3 februari 2015 te Zutphen en/of te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Euro 55.172,80, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 5] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] en/of van een of meer andere horecabedrijven /

- bedrijf, en/of

- ( daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf [naam 1] te overleggen, en/of

- de twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de Identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] en/of verdachte af te geven, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 5] te ondertekenen, en/of

- die [naam 5] en/of [naam 4] een werknemers - werkgeversovereenkomst te laten ondertekenen en/of die overeenkomst(en) mede te ondertekenen, en/of

- [slachtoffer 5] toe te zeggen een zogenaamd SEPA-formulier in te vullen en/of te ondertekenen waarmee / waardoor verdachte [slachtoffer 5] middels een automatische incasso kon machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- ( als accountmanager) op de site van [slachtoffer 5] in te loggen en/of (vervolgens) (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2014 tot en met 3 februari 2015 te Zutphen en/of te Deventer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Euro 33.519,11, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 6] te benaderen en/of

(over verdachtes horecabedrijf [naam 1] ) te benaderen en/of (over verdachtes horecabedrijf [naam 1] ) te informeren, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] ,

en/of

- ( daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf

[naam 1] te overleggen, en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te

geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN:

[nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] ,

BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de Identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] en/of verdachte af te geven en/of te overleggen, en/of

- een (Payroll) Samenwerkingovereenkomst met [slachtoffer 6]

te ondertekenen, en/of

- die [naam 5] en/of [naam 4] een werknemers - werkgeversovereenkomst te laten ondertekenen en/of die overeenkomst(en) mede te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 6] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven en/of op te nemen, en/of

- telefonisch en/of (vervolgens) per mail (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven, en/of

- ( steeds) via de mail en/of telefonisch contact toe te zeggen het verschuldigde geldbedrag over te maken en/of (daarbij) zijn, verdachtes bankrekening en/of de bankrekening op naam gesteld van horecabedrijf [naam 1] aan te zullen vullen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Onder parketnummer 05/840477-16 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2015 tot en met 8 januari 2016, in de gemeente Zutphen en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een televisie (van het merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte en/of verdachte's mededader(s) anders dan door misdrijf onder zich had(den), te weten als huurder(s) (van een recreatiewoning), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2015 tot en met 8 januari 2016, in de gemeente Zutphen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisie (van het merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en 31 jauari 2016, te Schoonoord in de gemeente Coevorden, in de gemeente Beverwijk, te Bolsward in de gemeente Sudwest Fryslan, in de gemeente Kerkrade, in de gemeente Hoorn, in de gemeente 's-Gravenhage, in de gemeente Heiloo, te Elim in de gemeente Hoogeveen, te Wommels in de gemeente Littenseradiel, in de gemeente Apeldoorn, in de gemeente Rhenen, in de gemeente Almere, te Arkel in de gemeente Giessenlanden, in de gemeente Amsterdam, in de gemeente Wageningen, in de gemeente Best, te Akkrum in de gemeente Hennaarderadeel, te Sneek in de gemeente Sudwest Fryslan, te Limbricht in de gemeente Sittard-Geleen, in de gemeente Venray, in de gemeente Landsmeer, in de gemeente Eindhoven, in de gemeente Hellevoetsluis, in de gemeente Leidschendam, in de gemeente Utrecht, in de gemeente Purmerend, te 2e Exloermond in de gemeente Borger-Odoorn, in de gemeente Wassenaar en/althans in de gemeente Zutphen en/althans (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer perso(o)n(en), te weten perso(o)n(en), te weten

- [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] (proces-verbaal pagina 123), en/of

- [slachtoffer 11] (proces-verbaal pagina 127), en/of

- [slachtoffer 12] (proces-verbaal pagina 137), en/of

- [slachtoffer 13] (proces-verbaal pagina 145), en/of

- [slachtoffer 14] (proces-verbaal pagina 153), en/of

- [slachtoffer 15] (proces-verbaal pagina 162), en/of

- [slachtoffer 16] (proces-verbaal pagina 167), en/of

- [slachtoffer 17] (proces-verbaal pagina 175), en/of

- [slachtoffer 18] (proces-verbaal pagina 191), en/of

- [slachtoffer 19] (proces-verbaal pagina 200), en/of

- [slachtoffer 20] (proces-verbaal pagina 209), en/of

- [slachtoffer 21] (proces-verbaal pagina 218), en/of

- [slachtoffer 22] (proces-verbaal pagina 227), en/of

- [slachtoffer 23] (proces-verbaal pagina 236), en/of

- [slachtoffer 24] (proces-verbaal pagina 245), en/of

- [slachtoffer 25] (proces-verbaal pagina 255), en/of

- [slachtoffer 26] (proces-verbaal pagina 264), en/of

- [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] (proces-verbaal pagina 274), en/of

[slachtoffer 29] (proces-verbaal pagina 284), en/of

- [slachtoffer 30] (proces-verbaal pagina 293), en/of

- [slachtoffer 31] (proces-verbaal pagina 302), en/of

- [slachtoffer 32] (proces-verbaal pagina 311), en/of

- [slachtoffer 33] (proces-verbaal pagina 320), en/of

- [slachtoffer 34] (proces-verbaal pagina 329), en/of

- [slachtoffer 35] (proces-verbaal pagina 339), en/of

- [slachtoffer 36] (proces-verbaaal pagina 348), en/of

- [slachtoffer 37] (proces-verbaal pagina 360), en/of

- [slachtoffer 38] (proces-verbaal pagina 366), en/of

- [slachtoffer 39] (proces-verbaal pagina 368,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het

ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten(een) geld(bedrag),

door

- een sms-bericht te zenden naar die perso(o)n(en) en/of die persoo)n(en) te bellen, althans met die perso(o)n(en) contact op te nemen, naar aanleiding van een advertentie van die perso(o)n(en) op "www.marktplaats.nl" en/althans (een) een advertentie van die perso(o)n(en) op "www.marktplaats.nl" en/althans (een)(andere) internet(verkoop)site, waarin door die perso(o)n(e) om (een) goed(eren)/produkt werd gevraagd, en/of

- die perso(o)n(en) mede te delen het gevraagde te kunnen leveren, en/of

- met die perso(o)n(en) een prijs en/of een aanbetaling voor dat/die goed(eren)/produkt(en) overeen te komen, en/of

- die die perso(o)n(en) verdachte's rekeningnummer te geven waarop de

aanbetaling en/of de aankoopprijs overgemaakt diende te worden, en/of

- met die perso(o)n(en) af te spreken na ontvangst van de aanbetaling het/de

goed(eren)/produkt(en) te zullen leveren,

en aldus zich heeft voorgedaan als een betrouwbare verkoper, waardoor die [slachtoffer 40] , die [slachtoffer 10] , die [slachtoffer 41] , die [slachtoffer 42] , die [slachtoffer 43] , die [slachtoffer 44] , die [slachtoffer 45] , die [slachtoffer 46] , die [slachtoffer 47] , die [slachtoffer 48] , die [slachtoffer 49] , die [slachtoffer 50] , die [slachtoffer 51] , die [slachtoffer 52] , die [slachtoffer 53] , die [slachtoffer 54] , die [slachtoffer 55] , die [slachtoffer 56] , die [slachtoffer 57] en/of die [slachtoffer 58] , die [slachtoffer 59] , die [slachtoffer 60] . die [slachtoffer 61] , die [slachtoffer 62] , die [slachtoffer 63] , die [slachtoffer 64] , die [slachtoffer 65] , die [slachtoffer 66] , die [slachtoffer 67] , die [slachtoffer 68] en/of die [slachtoffer 69] werd(en) bewogen tot voornoemde afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

parketnummer: 05/840108-16 1

Aanleiding onderzoek

Namens de onder feit 1 tot en met 5 vermelde payrollbedrijven is aangifte gedaan tegen verdachte. Zij hadden met verdachte een overeenkomst gesloten voor het verzorgen van de salarisadministratie van zijn twee werknemers [naam 5] en [naam 6] . De payrollbedrijven hebben vervolgens salaris overgemaakt naar bovengenoemde werknemers, maar verdachte heeft zijn betalingsverplichting aan de payrollbedrijven nooit voldaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 70] namens [slachtoffer 1] , p. 8-9;

- een door verdachte op 20 oktober 2014 ondertekende zakelijke Europese incasso ten gunste van [slachtoffer 1] , p. 14;

- een door verdachte ondertekende overeenkomst Payroll tussen [slachtoffer 1] en de [naam 7] , ingangsdatum 20 oktober 2014, p. 15-17;

- een kopie identiteitskaart van [naam 2] , p. 26 en 30;

- een kopie identiteitskaart van [naam 8] , p. 28 en 30;

- een proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijlage, p. 35-36;

- een proces-verbaal van bevindingen met bijlage(n), p. 37

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 355-358;

- ontbindingsovereenkomst, p. 351-352, gelezen in onderlinge samenhang met huurovereenkomst, p. 337-346;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2016.

feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 71] namens [slachtoffer 72] , p. 47‑49;

- een door verdachte ingevulde en ondertekende inschrijfkaart opdrachtgever, inclusief een doorlopende machtiging ten gunste van [slachtoffer 73] , p. 109-110;

- een kopie identiteitskaart van [naam 2] , p. 100-101;

- een kopie identiteitskaart van [naam 8] , p. 91-92;

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 111;

- een e-mailwisseling tussen verdachte en een medewerker van [slachtoffer 73] van 19 augustus 2014, p. 112-114;

- ontbindingsovereenkomst, p. 351-352, gelezen in onderlinge samenhang met huurovereenkomst, p. 337-346;

- salarisspecificaties van [slachtoffer 73] betreffende [initialen 1] [naam 4] en [initialen 2] [naam 5] , p. 93-97 en p. 102-106;

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 355-358;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2016.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 74] namens [slachtoffer 3] , holding van [slachtoffer 4] , p. 115-117;

- een door verdachte ingevulde inschrijfkaart, inclusief een door hem ondertekende machtiging, p. 117;

- een kopie identiteitskaart van [naam 2] , p. 126-127;

- een kopie identiteitskaart van [naam 8] , p. 130;

- een door verdachte ondertekende payrollovereenkomst tussen [slachtoffer 4] BV en de [naam 7] , inclusief door hem ondertekende financiële voorwaarden, p. 120-122;

- op naam van [naam 4] en [naam 5] ondertekende arbeidsovereenkomsten, ingangsdatum

1 september 2014, p. 131-146;

- ingevulde en ondertekende medewerkerskaarten van [naam 4] en [naam 5] , p. 124 -en 125 en p. 128-129;

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 153;

- een e-mailbericht en sms-berichten van verdachte aan een medewerker van [slachtoffer 3] , p. 154-157;

- facturen van [slachtoffer 4] aan De [naam 7] betreffende de door [naam 5] en [naam 4] gewerkte uren en reiskostenvergoedingen, p. 149-152;

- ontbindingsovereenkomst, p. 351-352, gelezen in onderlinge samenhang met huurovereenkomst, p. 337-346;

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 355-358;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2016.

feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 75] namens [slachtoffer 5] BV, p. 158-160;

- een door verdachte op 21 november 2014 ondertekende overeenkomst tussen [slachtoffer 5] en De [naam 7] , p. 161-164;

- een kopie identiteitskaart van [naam 2] , p. 183 en 185;

- een kopie identiteitskaart van [naam 8] , p. 183 en 185;

- een overeenkomst tussen werknemer [naam 2] , werkgever [slachtoffer 76] en opdrachtgever Paulus [verdachte 2] , opgemaakt en ondertekend op 25 november 2014 te Zutphen, p. 181-182;

- een overeenkomst tussen werknemer [naam 8] , werkgever [slachtoffer 78] en opdrachtgever Paulus [verdachte 2] , opgemaakt en ondertekend op 25 november 2014 te Zutphen, p. 194-195;

- loonspecificaties van [slachtoffer 5] aan A. [naam 4] en A. [naam 5] , p. 184, 186-187 en p. 198-200;

- overzicht van overboekingen van [slachtoffer 5] aan A. [naam 4] en A. [naam 5] , p. 189‑193 en 202-206;

- e-mailberichten van verdachte van 18 en 25 november 2014 aan een medewerker van [slachtoffer 5] , p. 254-256;

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 253;

- uitdraai systeemgegevens van aangever betreffende de [naam 7] (uren en reiskosten), p. 258-261;

- ontbindingsovereenkomst, p. 351-352, gelezen in onderlinge samenhang met

huurovereenkomst, p. 337-346;

- een proces-verbaal van bevindingen, p. 355-358;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2016.

Bewijsoverwegingen feit 5

Op basis van de processtukken en het verhandelde ter zitting concludeert de rechtbank dat verdachte opzettelijk een groter aantal gewerkte uren (en gemaakte reiskosten) dan de feitelijke uren voor zijn medewerkers [naam 5] en [naam 4] aan [slachtoffer 79] heeft opgegeven. Verdachte heeft dit gedaan met het oogmerk om [slachtoffer 79] ertoe te bewegen meer geld over te maken naar zijn medewerkers en daarmee zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat de hieraan voorafgaande handelingen van verdachte, zoals het sluiten van een overeenkomst met [slachtoffer 79] voor het verzorgen van de loonuitbetaling ten behoeve van café De [naam 7] en het overleggen van de hiervoor benodigde stukken, er op dat moment al op waren gericht zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. Hierbij betrekt de rechtbank onder meer dat toen [slachtoffer 79] aangever op eigen initiatief benaderde voor het verlonen van diens medewerkers, verdachte op dat moment daadwerkelijk een cafépand huurde en dat die medewerkers in dat pand daadwerkelijk schoonmaak-werkzaamheden hebben verricht. Een enkele leugen, zoals in dit geval het welbewust opgeven van een groter aantal uren dan feitelijk is gewerkt – hoe afkeurenswaardig ook – is onvoldoende voor het aannemen van een ‘samenweefsel van verdichtsels’ in de zin van de delictsomschrijving van oplichting in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn verder géén aanwijzingen dat verdachte zich van andere oplichtingsmiddelen heeft bediend, zodat hij van het onder 5 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

parketnummer 05/840477-16 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en de onder 2 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- het proces-verbaal van aangifte van J. [slachtoffer 60] namens [slachtoffer 80] , p. 23‑24;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2016.

feit 2

Afgezien van de zaak van aangever [slachtoffer 39] , is ten aanzien van alle incidenten sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering zodat in zoverre wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] namens Autogroothandel [slachtoffer 9] , p. 123-124;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 127-131;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 81] , p. 136-141;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] , p. 145-149;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] , p. 153-157;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15] , p. 162-165;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 16] , p. 167-171;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 17] , p. 175-176;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 18] , p. 191-195;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 19] , p. 200-204;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 20] , p. 209-213;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 21] , p. 218-222;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 22] , p. 227-232;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 23] , p. 236-241;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 24] , p. 245-249;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 25] , p. 255-259;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 26] , p. 264-268;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 28] , p. 274-275;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 29] , p. 284-288;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 30] , p. 293-297;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 82] , p. 302-307 en bankafschrift bij voegingsformulier;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 32] , p. 311-315;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 33] , p. 320-324;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 34] , p. 329-333;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 35] , p. 339-344;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 36] , p. 348-351;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 37] , p. 357-360;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 38] , p. 366-367;

- het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 45;

- het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 69;

- het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 77;

- het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 88;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2016.

Bewijsmiddelen in de zaak van [slachtoffer 39]

Aangever [slachtoffer 39] uit Wassenaar heeft verklaard dat hij op 19 januari 2016 een sms-bericht heeft ontvangen van de heer [verdachte 2] , telefoonnummer [nummer 5] , naar aanleiding van een door aangever op Marktplaats gezette advertentie betreffende een motor voor de modelbouw. Hierin stond dat [verdachte 2] in het bezit was van de door aangever gevraagde motor en dat aangever deze van hem kon overnemen. Op verzoek van [verdachte 2] heeft aangever op 20 januari 2016 de overeengekomen koopprijs van € 65,- overgemaakt naar het door [verdachte 2] opgegeven bankrekeningnummer [nummer 6] . Daar aangever het motortje vervolgens steeds maar niet ontving, heeft hij hierna een paar keer contact opgenomen met [verdachte 2] . [verdachte 2] gaf in zijn sms’jes telkens uitvluchten waarom hij het motortje nog niet had opgestuurd. Op een gegeven moment reageerde [verdachte 2] niet meer op de berichten van aangever.3

Uit de opgevraagde bankafschriften van verdachte blijkt dat [initialen 3] [slachtoffer 69] € 65,- heeft overgemaakt naar bankrekening [nummer 7] van verdachte, boekingsdatum 21 januari 2016.4

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij op marktplaats.nl heeft gezocht naar advertenties, waarin aangevers op zoek waren naar een bepaald product. Vervolgens heeft hij contact met hen opgenomen en afgesproken dat hij het gevraagde voorwerp na betaling van de overeengekomen prijs of een deel daarvan zou leveren terwijl hij vooraf wist dat hij nimmer zou leveren.5

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 69] heeft benaderd en met hem is overeengekomen het door hem aanboden product aan hem te leveren na betaling van de afgesproken prijs, terwijl hij wist dat hij nimmer zou leveren. Hierbij betrekt de rechtbank dat drie andere aangevers, te weten [slachtoffer 83] , [slachtoffer 56] en [slachtoffer 52] , in hun aangifte eveneens hebben verklaard dat zij door verdachte zijn benaderd via telefoonnummer [nummer 5] en dat verdachte in hun zaken bekennende verklaringen heeft afgelegd. De enkele mededeling van verdachte dat de naam van aangever hem niets zegt, staat een bewezenverklaring niet in de weg.

Nadere bewijsoverwegingen

Volgens inmiddels vaste rechtspraak is de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide verkoper, die in staat en voornemens is de door hem aangeboden goederen na betaling van de koopsom (of een deel daarvan) te leveren, nog niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert. Alleen als zich één of meer relevante bijkomende omstandigheden voordoen, kan er sprake zijn van strafbare oplichting. In dat verband kan onder meer betekenis toekomen aan de maatschappelijke context waarbinnen de gedragingen zich hebben voorgedaan.

Uit openbare bronnen blijkt dat Markplaats.nl per dag miljoenen advertenties bevat. Dagelijks vinden via Marktplaats.nl meer dan 100.000 transacties tussen particulieren plaats. Daarmee is Marktplaats.nl een algemeen geaccepteerd handelssysteem in onze samenleving. Bij meer alledaagse goederen die voor relatief beperkte bedragen worden verkocht, is het bovendien een algemeen geaccepteerde gang van zaken dat de koper eerst het aankoopbedrag overmaakt waarna de koper mag verwachten dat de verkoper het goed in kwestie levert. Deze werkwijze is ten aanzien van niet te dure en niet al te bijzondere producten inmiddels een in het maatschappelijk verkeer algemeen geaccepteerd handelspatroon. De vraag die van belang is, is of verdachte met zijn handelen op bedrieglijke wijze misbruik heeft gemaakt van dit handelspatroon.

Op grond van de hiervoor al vermelde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op marktplaats.nl heeft gezocht naar advertenties, waarin aangevers aangaven op zoek te zijn naar een specifiek product. Vervolgens heeft verdachte aangevers actief benaderd en de door hen gevraagde artikelen te koop aangeboden om een koopovereenkomst te sluiten en betaling te ontvangen. Hiertoe heeft verdachte:

- zich bediend van onvolledige dan wel onjuiste adres- of persoonsgegevens;

- gebruikgemaakt van ten minste vijf verschillende – anonieme – prepaidnummers;

- telkens na blokkering van zijn bankrekening door de bank speciaal voor zijn marktplaatstransacties een bankrekening bij een andere bank geopend;

- welbewust leugenachtige mededelingen per telefoon of sms-bericht gedaan over de herkomst van wat hij kon leveren, het tijdstip en/of de wijze van levering;

- de gevraagde artikelen, zoals concertkaartjes, auto- en fietsonderdelen, telefoons en schoenen aangeboden voor gangbare prijzen.

Verdachte heeft na ontvangst van de koopsom of een deel daarvan bij géén van de 29 incidenten de door hem te koop aangeboden goederen geleverd.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat verdachte zich steeds heeft voorgedaan als een bonafide verkoper om aangevers te bewegen tot de afgifte van geld. Verdachte heeft op volstrekt onverdachte wijze op advertenties gereageerd en goederen aangeboden en gehandeld volgens een tevoren bedachte – bedrieglijke – handelswijze, die erop was gericht de kopers te bewegen tot afgifte van geld. Met dit handelen heeft verdachte eveneens op valse wijze gebruik gemaakt van het op marktplaats.nl gangbare handelspatroon nu de aangevers gegeven de omstandigheden mochten verwachten dat de verdachte de goederen voor de afgesproken prijs en op de afgesproken wijze zou leveren. In die verwachting hebben aangevers geld naar verdachte overgemaakt. Deze omstandigheden bij elkaar opgeteld, komt de rechtbank tot een volledige bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde oplichting.

De rechtbank heeft een ‘samenweefsel van verdichtsels’ niet bewezen verklaard, omdat de ten laste gelegde feitelijke gedragingen, waarmee de steller van de tenlastelegging de vermoedelijke (meervoudige) oplichting nader heeft uiteengezet, niet meer dan één leugen inhouden, te weten het zullen leveren van waar de aangevers naar zochten zodra zij een (aan)betaling hadden gedaan, wat voor het aannemen van dat oplichtingsmiddel niet voldoende is.

3 Bewezenverklaring

parketnummer: 05/840108-16

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 november 2014 tot

en met 29 december 2014 te Zutphen en/of te Tilburg, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (in totaal) Euro 51.689,01, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 1] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] , en/of

- (daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf [naam 1] te overleggen, en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] af te geven, en/of

- een Zakelijke Europese incasso (machtiging) met [slachtoffer 1] te ondertekenen, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 1] te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 1] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- ( als accountmanager) op de site van [slachtoffer 1] in te loggen en/of

(vervolgens) (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 augustus 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Zutphen en/of te Tilburg, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het

ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten Euro 33.853,38, althans enig

geldbedrag, door:

- (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 2] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] , en/of

- ( daarbij) een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het horecabedrijf [naam 1] te overleggen, en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] af te geven en/of te overleggen, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 2] te ondertekenen, althans een inschrijfkaart en/of een Doorlopende machtiging bedrijven van / met [slachtoffer 2] in te vullen en/of te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 2] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- door een geldbedrag ad Euro 30.000,-- door [slachtoffer 2] te laten incasseren van zijn, verdachtes en/of de bankrekening op naam gesteld van horecabedrijf [naam 1] en/of dat geldbedrag op de bankrekening van [slachtoffer 2] te storten, en/of

- telefonisch en/of (vervolgens) per mail (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven, en/of

- (steeds) via de mail en/of telefonisch contact toe te zeggen het verschuldigde geldbedrag over te maken en/of (daarbij) zijn, verdachtes bankrekening en/of de bankrekening op naam gesteld van horecabedrijf [naam 1] aan te (zullen) vullen;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 oktober 2014 tot en met 20 januari 2015 te Zutphen en/of te Tiel, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Euro 36.398,96, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] , en/of

- twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] af te geven en/of te overleggen, en/of,

- (een) medewerkerkaart(en) en/of (een) Arbeidsovereenkomst(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of te laten invullen en/of af te geven en/of te overleggen, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te ondertekenen, althans een inschrijfkaart en/of (met) een Doorlopende machtiging bedrijven en/of Financiële Voorwaarden van / met [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] in te vullen en/of te ondertekenen, en/of

- ( aldus) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] middels een automatische incasso te machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- telefonisch en/of (vervolgens) per sms (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot

en met 3 februari 2015 te Zutphen en/of te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten Euro 55.172,80, althans enig geldbedrag, door:

- ( een of meer medewerker(s) van) [slachtoffer 5] te benaderen, en/of

- zich voor te stellen als eigenaar van horecabedrijf [naam 1] en/of van een of meer andere horecabedrijven /- bedrijf, en/of

- de twee namen van werknemers van horecabedrijf [naam 1] door te geven, te weten:

* [naam 2] , woonachtig aan [adres 2] , BSN: [nummer 1] , rekeningnummer [nummer 2] , en/of

* [naam 3] , woonachtig aan de [adres 3] , BSN: [nummer 3] , rekeningnummer [nummer 4] , en/of

- ( daarbij) (een/de kopie(ën van) de identiteitskaart(en) van die [naam 4] en/of [naam 5] en/of verdachte af te geven, en/of

- een (Payroll) overeenkomst met [slachtoffer 5] te ondertekenen, en/of

- die [naam 5] en/of [naam 4] een werknemers - werkgeversovereenkomst te laten ondertekenen en/of die overeenkomst(en) mede te ondertekenen, en/of

- [slachtoffer 5] toe te zeggen een zogenaamd SEPA-formulier in te vullen en/of te ondertekenen waarmee / waardoor verdachte [slachtoffer 5] middels een automatische incasso kon machtigen geld van verdachtes bankrekening en/of de bankrekening van horecabedrijf [naam 1] af te schrijven, en/of

- ( als accountmanager) op de site van [slachtoffer 5] in te loggen en/of (vervolgens) (steeds) het aantal ('gewerkte') uren en/of (overige) (onbelaste) vergoedingen van die medewerker(s) [naam 4] en/of [naam 5] in te vullen en/of door te geven;

parketnummer 05/840477-16

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2015 tot en met 8 januari 2016, in de gemeente Zutphen en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een televisie (van het merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte en/of verdachte's mededader(s) anders dan door misdrijf onder zich had(den), te weten als huurder(s) (van een recreatiewoning), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en 31 januari 2016, te Schoonoord in de gemeente Coevorden, in de gemeente Beverwijk, te Bolsward in de gemeente Sudwest Fryslan, in de gemeente Kerkrade, in de gemeente Hoorn, in de gemeente 's-Gravenhage, in de gemeente Heiloo, te Elim in de gemeente Hoogeveen, te Wommels in de gemeente Littenseradiel, in de gemeente Apeldoorn, in de gemeente Rhenen, in de gemeente Almere, te Arkel in de gemeente Giessenlanden, in de gemeente Amsterdam, in de gemeente Wageningen, in de gemeente Best, te Akkrum in de gemeente Hennaarderadeel, te Sneek in de gemeente Sudwest Fryslan, te Limbricht in de gemeente Sittard-Geleen, in de gemeente Venray, in de gemeente Landsmeer, in de gemeente Eindhoven, in de gemeente Hellevoetsluis, in de gemeente Leidschendam, in de gemeente Utrecht, in de gemeente Purmerend, te 2e Exloermond in de gemeente Borger-Odoorn, in de gemeente Wassenaar en/althans in de gemeente Zutphen en/althans (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer perso(o)n(en), te weten perso(o)n(en), te weten

- [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] (proces-verbaal pagina 123), en/of

- [slachtoffer 11] (proces-verbaal pagina 127), en/of

- [slachtoffer 84] (proces-verbaal pagina 137), en/of

- [slachtoffer 13] (proces-verbaal pagina 145), en/of

- [slachtoffer 14] (proces-verbaal pagina 153), en/of

- [slachtoffer 15] (proces-verbaal pagina 162), en/of

- [slachtoffer 16] (proces-verbaal pagina 167), en/of

- [slachtoffer 17] (proces-verbaal pagina 175), en/of

- [slachtoffer 18] (proces-verbaal pagina 191), en/of

- [slachtoffer 19] (proces-verbaal pagina 200), en/of

- [slachtoffer 20] (proces-verbaal pagina 209), en/of

- [slachtoffer 21] (proces-verbaal pagina 218), en/of

- [slachtoffer 22] (proces-verbaal pagina 227), en/of

- [slachtoffer 23] (proces-verbaal pagina 236), en/of

- [slachtoffer 24] (proces-verbaal pagina 245), en/of

- [slachtoffer 25] (proces-verbaal pagina 255), en/of

- [slachtoffer 26] (proces-verbaal pagina 264), en/of

- [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] (proces-verbaal pagina 274), en/of

[slachtoffer 29] (proces-verbaal pagina 284), en/of

- [slachtoffer 30] (proces-verbaal pagina 293), en/of

- [slachtoffer 31] (proces-verbaal pagina 302), en/of

- [slachtoffer 32] (proces-verbaal pagina 311), en/of

- [slachtoffer 33] (proces-verbaal pagina 320), en/of

- [slachtoffer 34] (proces-verbaal pagina 329), en/of

- [slachtoffer 35] (proces-verbaal pagina 339), en/of

- [slachtoffer 36] (proces-verbaaal pagina 348), en/of

- [slachtoffer 37] (proces-verbaal pagina 360), en/of

- [slachtoffer 38] (proces-verbaal pagina 366), en/of

- [slachtoffer 39] (proces-verbaal pagina 368,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het

ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten (een) geld(bedrag),

door

- een sms-bericht te zenden naar die perso(o)n(en) en/of die persoo)n(en) te bellen, althans met die perso(o)n(en) contact op te nemen, naar aanleiding van een advertentie van die perso(o)n(en) op "www.marktplaats.nl" en/althans (een) een advertentie van die perso(o)n(en) op "www.marktplaats.nl" en/althans (een)(andere) internet(verkoop)site, waarin door die perso(o)n(en) om (een) goed(eren)/produkt werd gevraagd, en/of

- die perso(o)n(en) mede te delen het gevraagde te kunnen leveren, en/of

- met die perso(o)n(en) een prijs en/of een aanbetaling voor dat/die goed(eren)/produkt(en) overeen te komen, en/of

- die die perso(o)n(en) verdachtes rekeningnummer te geven waarop de aanbetaling en/of de aankoopprijs overgemaakt diende te worden, en/of

- met die perso(o)n(en) af te spreken na ontvangst van de aanbetaling het/de

goed(eren)/produkt(en) te zullen leveren,

en aldus zich heeft voorgedaan als een betrouwbare verkoper, waardoor die [slachtoffer 40] , die [slachtoffer 10] , die [slachtoffer 41] , die [slachtoffer 83] , die [slachtoffer 43] , die [slachtoffer 44] , die [slachtoffer 45] , die [slachtoffer 46] , die [slachtoffer 47] , die [slachtoffer 48] , die [slachtoffer 49] , die [slachtoffer 50] , die [slachtoffer 51] , die [slachtoffer 52] , die [slachtoffer 53] , die [slachtoffer 54] , die [slachtoffer 55] , die [slachtoffer 56] , die [slachtoffer 85] en/of die [slachtoffer 58] , die [slachtoffer 59] , die [slachtoffer 60] . die [slachtoffer 61] , die [slachtoffer 62] , die [slachtoffer 63] , die [slachtoffer 64] , die [slachtoffer 65] , die [slachtoffer 66] , die [slachtoffer 67] , die [slachtoffer 68] en/of die [slachtoffer 69] werd(en) bewogen tot voornoemde afgifte.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

parketnummer 05/840108-16

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 tot en met 4 telkens:

Oplichting.

parketnummer 05/840477-16

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 primair:

Verduistering;

ten aanzien van feit 2:

Oplichting, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft betoogd dat verdachte als gevolg van een geestelijke stoornis ten tijde van het plegen van de feiten als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Mede in aanmerking genomen dat deze stelling niet of nauwelijks is onderbouwd, acht de rechtbank de aanwezigheid van geestelijke stoornis bij verdachte niet aannemelijk geworden. Ook overigens is de rechtbank geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de alle onder parketnummer 05/840108-16 en de onder 1 primair en onder 2 van parketnummer 05/840477-16 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voorts is gevorderd de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, bestaande uit een meldplicht en ambulante behandeling, op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft onder verwijzing naar de persoonlijke omstandigheden en de (gestelde) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte gepleit voor het opleggen van een werkstraf. Verder heeft de raadsman gewezen op de negatieve consequenties van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor zowel verdachte als zijn partner en de schuldeisers. Verdachte werkt sinds enige tijd fulltime. Ingeval van detentie zal hij niet alleen zijn baan verliezen, maar ook zal hij zijn schuldeisers niet kunnen terugbetalen. Verdachte erkent dat hij fout heeft gehandeld en is bereid de door hem veroorzaakte schade zoveel mogelijk te herstellen. De verdediging verzet zich niet tegen oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden met een proeftijd van 3 jaar.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- een verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 16 september 2016; en

- een verdachte betreffend reclasseringsadvies, opgesteld door [naam 9] , gedateerd 24 oktober 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte gedurende een periode van anderhalf jaar vier payrollbedrijven en 29 particulieren heeft opgelicht. Verdachte, voormalig eigenaar van horecagelegenheid De [naam 7] i.o. in Nijmegen, heeft voormelde bedrijven doelbewust en op geraffineerde wijze bewogen om loon uit te betalen aan zijn twee zogenaamde medewerkers, wetende dat zijn café nooit open is geweest, de hiervoor benodigde horecavergunningen ontbraken, de huurovereenkomst voor het pand reeds ontbonden was en de betreffende medewerkers in het geheel niet voor hem hebben gewerkt in de opgegeven periode. Om de payrollbedrijven ertoe te bewegen het salaris van zijn zogenaamde medewerkers uit te betalen, heeft hij hun persoonsgegevens verstrekt en contracten, inschrijfkaarten en incassomachtigingen ondertekend. Vervolgens heeft hij bij herhaling zogenaamde door zijn medewerkers gewerkte uren en gemaakte reiskosten opgegeven en hun salaris na uitbetaling direct zelf opgenomen.

Een aantal maanden later heeft verdachte 29 personen via marktplaats.nl benaderd en zich welbewust voorgedaan als betrouwbare verkoper van de door hen gevraagde goederen, terwijl hij van meet af aan wist dat hij de door hem aangeboden goederen na ontvangst van de betaling nimmer zou leveren. Verdachte heeft de benadeelden bewogen tot de afgifte van geld door onder meer opzettelijk leugenachtige informatie te verstrekken over het tijdstip en de wijze van levering. Door deze handelswijze heeft verdachte op valse wijze misbruik gemaakt van het op marktplaats.nl gangbare handelspatroon. Het handelen van verdachte werkt ondermijnend voor het inmiddels algemeen geaccepteerd handelssysteem ten aanzien van dit type goederen.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een televisietoestel uit een woning die hij huurde.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd, enkel ten behoeve van eigen financieel gewin en om te voorzien in zijn gokverslaving zonder acht te slaan op de consequenties van zijn handelen voor de benadeelden. Verdachte heeft hen niet alleen financieel benadeeld, maar ook heeft hij hun vertrouwen op grove wijze geschonden en hen leed toegebracht.

Gelet op het grote aantal betrokkenen dat door verdachte is gedupeerd en de hoogte van het financiële nadeel dat verdachte heeft veroorzaakt, past alleen een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf geen recht doet aan de ernst van de feiten.

Daar staat tegenover dat de rechtbank bij de straftoemeting ook rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In het voordeel van verdachte betreft de rechtbank dat hij geen relevant strafblad heeft.

Verder komt uit voormeld reclasseringsadvies naar voren dat er gevaar voor herhaling bestaat gezien het langdurige patroon van de gokverslaving van verdachte en zijn delictgedrag. Verdachte heeft verklaard dat hij tot inkeer is gekomen, zijn leven heeft gebeterd en op eigen kracht met gokken is gestopt, maar de reclassering heeft deze informatie vanwege het ontbreken van referenten niet kunnen verifiëren. Om zicht te krijgen en te houden op de leefsituatie van verdachte, wordt geadviseerd om een meldplicht aan verdachte op te leggen. Verder wordt een langdurig toezichttraject noodzakelijk gevonden omdat verdachte bekend is met het ophouden van de schijn, het ontkennen van problemen en het voorstelbaar is dat verdachte in dat gedragspatroon terugvalt wanneer het minder goed met hem gaat. In geval van een begeleidingstraject, acht de reclassering het van belang dat verdachte meewerkt aan diagnostisch onderzoek door een forensisch psychiatrische polikliniek en/of een ambulant behandeltraject gericht op onder meer zijn (gokverslavings)problematiek.

Alles overwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, zoals geëist door de officier van justitie, passend. De rechtbank heeft minder bewezen verklaard dan waar de officier van justitie bij zijn vordering van is uitgegaan. Toch legt de rechtbank de geëiste straf op, vanwege de aard en ernst van en de veelvoud aan bewezenverklaarde feiten. Mede gelet op het door de reclassering aanwezig geachte recidivegevaar en de langdurige gokverslaving van verdachte, ziet de rechtbank aanleiding aan het voorwaardelijk strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden en de proeftijd te bepalen op drie jaar. Hiermee beoogt de rechtbank te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

parketnummer 05/840108-16

De benadeelde partij [slachtoffer 72] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een totaalbedrag van € 33.853,38 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Verder heeft de benadeelde partij [slachtoffer 86] zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding voor een bedrag van € 33.519,11 ter zake van het onder 5 ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De namens [slachtoffer 72] ingediende vordering benadeelde partij dient volgens de officier van justitie te worden toegewezen tot een bedrag van € 12.558,80, zijnde het totale aan [naam 4] en [naam 5] uitgekeerde (netto)loonbedrag. Daar niet is onderbouwd dat over het gevorderde bedrag de verschuldigde loonbelasting is afgedragen, dient de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De namens [slachtoffer 86] ingediende vordering is voldoende onderbouwd en komt voor volledige toewijzing in aanmerking, aldus de officier van justitie.

Voorts is ten aanzien van beide benadeelde partijen verzocht om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de door benadeelde partij [slachtoffer 86] ingediende vordering is primair door de raadsman aangevoerd dat de behandeling hiervan een onevenredige belasting voor het strafproces vormt. Subsidiair is betoogd dat de vordering dient te worden gematigd tot € 11.495,34.

Ten aanzien van de door benadeelde partij [slachtoffer 72] ingediende vordering heeft de raadsman geen standpunt ingenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de door de benadeelde partij [slachtoffer 72] ingediende vordering stelt de rechtbank vast dat de geleden schade rechtstreek is veroorzaakt door het onder 2 bewezenverklaarde feit. Daar niet is onderbouwd dat afdracht van de verschuldigde loonbelasting heeft plaatsgevonden, zal de vordering slechts worden toegewezen tot een bedrag van € 12.558,80, zijnde het uitgekeerde nettoloonbedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Tevens ziet de rechtbank aanleiding om toepassing te geven aan de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Voor het overige zal de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Daar de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van het onder 5 ten laste gelegde, zal de rechtbank de vordering benadeelde partij ingediend door [slachtoffer 86] niet‑ontvankelijk verklaren.

parketnummer 05/840477-16

In totaal hebben 19 benadeelde partijen een vordering ingediend tot vergoeding van de geleden schade ter zake van het onder feit 2 tenlastegelegde. In bijlage 1 bij dit vonnis is gevoegd een overzicht van de benadeelde partijen en hun vorderingen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van de justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de benadeelde partijen vergoed moet worden een bedrag gelijk aan het bedrag vermeld in de processen-verbaal van aangifte. Verder is verzocht de door de benadeelde partij [slachtoffer 13] gevorderde benzinekosten in verband met het bijwonen van de zitting en de door de benadeelde partij [slachtoffer 20] ingediende reiskosten te vergoeden. Tot slot is gevorderd om ten aanzien van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 24] , heeft de raadsman betoogd dat hiernaar nader onderzoek nodig is in verband met een openstaande tegenvordering en dat dit een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Ten aanzien van de vorderingen van de overige benadeelde partijen heeft de raadsman geen verweer gevoerd. Wel is verzocht bij toepassing van de schadevergoedingsmaatregel de vervangende hechtenis maximaal op één dag te bepalen, gelet op de financiële positie van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat alle benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. De schade bedraagt in ieder geval het bedrag van de aangifte.

Voor zover onderbouwd, zal de rechtbank tevens de gevorderde reis-, parkeer- en telefoonkosten toewijzen als ook de wettelijke rente vanaf de datum van het bewezenverklaarde feit. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 24] is de rechtbank van oordeel dat de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een openstaande tegenvordering zodat de vordering ontvankelijk is en gelet op de bijgevoegde stukken voor toewijzing in aanmerking komt. De door benadeelde partij [slachtoffer 39] en [slachtoffer 38] opgegeven gederfde inkomsten zijn onvoldoende onderbouwd en hun vorderingen worden daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaard.

Tot zekerheid voor daadwerkelijke betaling van de schade zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. De vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen nu dit geen rechtstreeks schade betreft. De rechtbank zal bevelen dat bij niet-betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast. Het aantal dagen vervangende hechtenis wordt in totaal bepaald op 99. Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen reden de vervangende hechtenis te bepalen op 1 dag. De vervangende hechtenis is bedoeld als pressiemiddel opdat verdachte de schade zal vergoeden. De 99 dagen vervangende hechtenis is in verhouding tot de omvang van het bewezenverklaarde niet disproportioneel.

In bijlage 1 bij dit vonnis is per benadeelde partij weergegeven welke bedrag voor vergoeding in aanmerking komt, tot welk bedrag de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd, vanaf welke datum de wettelijke rente is verschuldigd en hoeveel dagen vervangende hechtenis kunnen worden toegepast.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 321, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden vóór het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich vóór het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, RN Adviesunit 3 Oost, telefoonnummer 088-80 41404 en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- voor zover de reclassering een begeleidingstraject noodzakelijk acht, zijn medewerking zal verlenen aan diagnostisch onderzoek door een forensisch psychiatrische polikliniek en/of een ambulant behandeltraject gericht op onder andere zijn (gokverslavings)problematiek bij een door de reclassering aan te wijzen (forensische) GGz(verslavings)instelling of een soortgelijke instelling voor ambulante (forensische) zorg, te beoordelen door de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan [slachtoffer 72] tot een bedrag van € 12.558,80 (twaalfduizend vijfhonderdachtenvijftig euro en tachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 29 augustus 2014 in de zaak met parketnummer 05/840108-16 (feit 2);

 verklaart de vordering tot schadevergoeding ingediend namens [slachtoffer 72] voor het overige niet-ontvankelijk in de zaak met parketnummer 05/840108-16 (feit 2);

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 72] te betalen een bedrag van € 12.558,80 (twaalfduizend vijfhonderdachtenvijftig euro en tachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 97 (zevenennegentig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 86] niet-ontvankelijk in haar vordering in de zaak met parketnummer 05/840108-16 (feit 5);

 wijst toe de respectieve vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage 1 van dit vonnis in de zaak met parketnummer 05/840477-16 (feit 2) en veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan de betreffende benadeelde partijen het aldus toegewezen bedrag te betalen, vermeerderd – indien gevorderd door de benadeelde partij – met de wettelijke rente vanaf de datum zoals aangegeven in bijlage 1 van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

 veroordeelt veroordeelde in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt tot op vandaag vastgesteld op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken;

 legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van de 19 benadeelde partijen in de zaak met parketnummer 05/840477-16 (feit 2), te betalen de som van in totaal € 5.840,46 (vijfduizend achthonderdveertig euro en zesenveertig cent), zoals vermeld in bijlage 1 van dit vonnis, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van in totaal 99 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. [voorzitter] , (voorzitter), mr. [rechter 1] en

mr. [rechter 2] , rechters, in tegenwoordigheid van mr. [griffier] , griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 november 2016.

Bijlage 1

benadeelde partij

gevorderd

toegewezen

wettelijke rente

vanaf

bedrag van de

maatregel

hechtenis

(dagen)

[slachtoffer 15]

75,-

75,-

17-08-2015

75,-

1

[slachtoffer 39]

215,-

65,-

21-01-2016

65,-

1

[slachtoffer 35]

175,-

175,-

31-10-2015

175,-

3

[slachtoffer 24]

1.000,-

1.000,-

08-12-2015

1.000,-

20

[slachtoffer 20]

144,54-

144,54

03-11-2015

144,54

2

[slachtoffer 81]

170,-

170,-

19-01-2016

170,-

3

[slachtoffer 17]

150,-

150,-

25-11-2015

150,-

3

[slachtoffer 21]

190,-

190,-

15-11-2015

190,-

3

[slachtoffer 38]

199,-

175,-

25-11-2015

175,-

3

[slachtoffer 32]

160,-

160,-

20-11-2015

160,-

3

[slachtoffer 37]

270,-

270,-

27-11-2015

270,-

5

[slachtoffer 18]

200,-

200,-

30-12-2015

200,-

4

[slachtoffer 25]

120,-

120,-

30-12-2015

120,-

2

[slachtoffer 19]

150,-

150,-

03-12-2015

150,-

3

[slachtoffer 33]

150,-

150,-

16-11-2015

150,-

3

[slachtoffer 36]

100,-

100,-

18-09-2015

100,-

2

[slachtoffer 13]

165,92

165,92

07-12-2015

165,92

3

[slachtoffer 87]

2.150

2.150,-

31-08-2015

2.150,-

31

[slachtoffer 88]

230

230,-

22-01-2016

230,-

4

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05/840108-16 en 05/840477-16

Uitspraak d.d.: 18 november 2016

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van

18 november 2016.

Tegenwoordig:

mr. rechter

mr. officier van justitie,

en mr. griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte,

[verdachte 3] [verdachte 2]

geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] ,

uitgeschreven uit de basisregistratie personen,

feitelijke verblijfplaats: [adres 4] ,

is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Zijn raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen is wel / niet verschenen.

De voorzitter spreekt het vonnis uit

en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen.

Waarvan proces-verbaal,

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2015019787, gesloten op 10 februari 2016, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie-eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016045344, gesloten op 4 mei 2016, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Proces-verbaal van aangifte met bijlagen, p. 368-374.

4 Proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 88-89.

5 Verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 4 november 2016.