Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:6231

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-11-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
05/720474-13 en 05/720285-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(Voorwaardelijke) gevangenisstraffen voor hennepkwekerijen, diefstal van stroom, witwassen, heling van een auto en het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Vrijspraak van gijzeling, voorbereidingshandelingen, de diefstal van de auto en de diefstal en heling van kentekenplaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/720474-13 en 05/720285-16

Datum uitspraak : 16 november 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , [woonplaats] ,

raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 maart 2014, 23 april 2014, 15 juni 2016 en 02 november 2016.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

Aan verdachte wordt onder parketnummer 05/720474-13 verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

  • -

    de voorbereiding van het samen met anderen plegen van een gijzeling en/of een opzettelijke vrijheidsberoving en/of een diefstal met geweld en/of een afpersing van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in of omstreeks de periode van 18 december 2013 tot en met 20 december 2013 (feit 1);

  • -

    het samen met anderen dan wel alleen op of omstreeks 8 augustus 2013 gijzelen van [slachtoffer 1] (feit 2);

  • -

    het samen met anderen dan wel alleen in of omstreeks de periode van 9 december 2013 tot en met 10 december 2013 stelen dan wel helen van een Volkswagen Bora (feit 3);

  • -

    het samen met anderen dan wel alleen in of omstreeks de periode van 8 december 2013 tot en met 11 december 2013 stelen dan wel helen van een of meer kentekenplaten (feit 4).

Aan verdachte wordt onder parketnummer 05/720285-16 verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het samen met een ander of anderen dan wel alleen:

  • -

    bezitten van 609 hennepplanten in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 februari 2013 – in ieder geval op 26 februari 2013 – te Molenhoek (feit 1);

  • -

    stelen van elektriciteit in de voornoemde periode te Molenhoek door middel van braak en/of verbreking (feit 2);

  • -

    bezitten van 340 hennepplanten in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 28 augustus 2013 – in ieder geval op 28 augustus 2013 – te Westervoort (feit 3);

  • -

    stelen van elektriciteit in de voornoemde periode te Westervoort door middel van braak en/of verbreking (feit 4).

Voeging

De verdediging heeft verzocht om de zaken onder de parketnummers 05/720474-13 en 05/720285-16 gesplitst af te doen in twee afzonderlijke vonnissen, aangezien zij vrijspraak voor de feiten onder parketnummer 05/720474-13 zal bepleiten en verdachte voor deze feiten in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Indien de rechtbank deze conclusie volgt, zal de verdediging een verzoekschrift tot schadevergoeding voor de onterechte ondergane voorlopige hechtenis (artikel 89 Wetboek van Strafvordering) indienen. De officier van justitie heeft hierover geen standpunt ingenomen.

De rechtbank zal het verzoek van de verdediging afwijzen en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat er mede gelet op de verklaring van verdachte een verband bestaat tussen de feiten onder de parketnummers 05/720474-13 en 05/720285-16. Verdachte heeft immers verklaard over zijn samenwerking met [slachtoffer 1] voor wat betreft de hennepfeiten (05/720285-16), wat aldus verdachte ook een rol – [slachtoffer 1] neemt hem kwalijk dat hij zijn leugens heeft ontkracht aldus verdachte – heeft gespeeld in de aangifte van [slachtoffer 1] van de gijzeling en voorbereidingshandelingen tegen verdachte.

De omstandigheid dat verdachte na beëindiging van de strafzaak mogelijk een verzoek tot schadevergoeding (89 Wetboek van Strafvordering) wenst in te dienen is volgens vaste rechtspraak geen belang dat aan voeging in de weg staat. Gelet op al dit voorgaande en de omstandigheid dat voeging naar het oordeel van de rechtbank in het belang is van het onderzoek, zal zij de voeging van de strafzaken onder de parketnummers 05/720474-13 en 05/720285-16 alsnog bevelen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2

Met betrekking tot parketnummer 05/720474-13:

Met betrekking tot feit 2:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gijzeling van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] zou op verzoek van [verdachte] naar Roermond zijn gegaan. Daar zou hij door [verdachte] in een bestelbus zijn gelokt en door een ander zijn neergeslagen. Hierdoor zou hij buiten bewustzijn zijn geraakt en toen hij weer bij kwam, bloedde hij als een rund. [verdachte] wilde € 25.000,- van [slachtoffer 1] . Hij zou [slachtoffer 1] gedwongen hebben om eerst € 1.000,- en daarna € 12.500,- aan hem over te maken. Het resterende bedrag zou [slachtoffer 1] via [naam 1] contant aan [verdachte] hebben betaald.

De officier van justitie vindt de verklaring van [slachtoffer 1] geloofwaardig, omdat deze zeer gedetailleerd is en onder meer steun vindt in het letsel van [slachtoffer 1] , de bankgegevens van [slachtoffer 1] en de verklaring van [slachtoffer 2] . Verder hecht de officier van justitie geen waarde aan de alternatieve verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak voor dit feit bepleit.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij samen met [slachtoffer 1] naar Roermond is gegaan. Hij heeft een bestelbus voor [slachtoffer 1] geregeld. Vervolgens is [slachtoffer 1] vertrokken om twee Egyptenaren te ‘rippen’. De ripdeal is echter mislukt en [slachtoffer 1] is gewond teruggekeerd. Vervolgens is hij met verdachte meegereden naar Duiven. Verder heeft verdachte verklaard dat hij samen met [slachtoffer 1] hennepkwekerijen heeft opgebouwd en de gestorte bedragen zijn aandeel in de winst zijn geweest. Omdat de ripdeal was mislukt, had [slachtoffer 1] geen contant geld voor de betaling van [verdachte] en heeft hij het geld deels overgemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

[verdachte] heeft bij de politie en ter terechtzitting uitgebreid verklaard over zijn samenwerking met [slachtoffer 1] op het gebied van hennepkwekerijen en het dubbelleven van [slachtoffer 1] . Deze verklaring van [verdachte] vindt de rechtbank betrouwbaar omdat deze onder meer steun vindt in audiobestanden waaruit de betrokkenheid van [slachtoffer 1] blijkt bij de aanleg van hennepkwekerijen en de verkoop van de hennep. Ook maakt [slachtoffer 1] plannen voor het rippen van een kwekerij. Mede op grond van de verklaringen van [verdachte] en de audiobestanden is [slachtoffer 1] bij vonnis van 16 november 2016 door deze rechtbank veroordeeld voor een tweetal hennepkwekerijen en witwassen. De rechtbank vindt de verklaringen van [verdachte] over deze hennepkwekerijen betrouwbaar, maar delen van zijn verklaringen over 8 augustus 2013 blijven vragen oproepen.

De verklaringen van [slachtoffer 1] over de gijzeling lijken te worden bevestigd door zijn letsel, een hoofdwond en striemen die zouden zijn veroorzaakt doordat hij was vastgebonden. De andere bewijsmiddelen: de overboekingen van de rekening van [slachtoffer 1] naar verdachte, het sms-bericht van [slachtoffer 1] naar [slachtoffer 2] en een uitdraai van de verhuur van de Mercedes Sprinter bus op 8 augustus 2013 aan verdachte (p. 1575), passen zowel in het scenario van [slachtoffer 1] als dat van [verdachte] .

De bestelbus die op 8 augustus 2013 is gebruikt, is onderzocht op bloedsporen. [slachtoffer 1] heeft immers verklaard dat hij in de Mercedes Sprinter een harde klap op de rechterzijde van zijn voorhoofd heeft gekregen en hij vervolgens ‘als een rund’ heeft gebloed in de bus. Er is echter in zowel de cabine als in de laadruimte van de bus geen spoor van bloed aangetroffen (p. 1586 ev.). Dit roept vragen op, niet alleen over de verklaring van [slachtoffer 1] over de plaats waar hij het letsel heeft opgelopen, maar over zijn hele verklaring.

[slachtoffer 1] heeft als aangever verschillende verklaringen afgelegd. Toen [slachtoffer 1] door de politie als verdachte werd geconfronteerd met de verklaringen van [verdachte] over -kort weergegeven- zijn aandeel in de hennepteelt en hennephandel beriep hij zich telkens op zijn zwijgrecht. Dit is zijn goed recht, maar mede hierdoor heeft de rechtbank onvoldoende kunnen vaststellen wat er op 8 augustus 2013 is gebeurd en de aanleiding voor die gebeurtenissen. Hierdoor ontstaat twijfel over hetgeen is gebeurd op 8 augustus 2013. Twijfel die in het voordeel van verdachte moet worden uitgelegd.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen dan wel alleen heeft schuldig gemaakt aan de gijzeling van [slachtoffer 1] .

De verweren - voor zover deze nog niet in de overwegingen aan de orde zijn geweest - zullen om deze reden verder onbesproken blijven.

Met betrekking tot feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich in de periode van 18 december tot en met 20 december 2013 schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van een gijzeling en/of een opzettelijke vrijheidsberoving en/of een diefstal met geweld in vereniging en/of een afpersing in vereniging van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] . Daartoe is aangevoerd dat [verdachte] een afspraak heeft gemaakt bij [slachtoffer 2] , [verdachte] , [naam 2] en [naam 3] op 19 en 20 december 2013 onder verdachte omstandigheden in de nabijheid van de woning van aangevers zijn gezien, vermoedelijk een vluchtauto (Volkswagen Bora) is geplaatst, verdachte goederen in de auto (onder meer bivakmutsen, kabelbinders geprepareerd als handboeien) zijn aangetroffen en [naam 2] een balletjespistool gelijkend op een echt wapen heeft weggegooid. Verder heeft [verdachte] ervaring met gijzelingen (feit 2) en kennis via internet vergaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu onvoldoende is gebleken van een concreet misdadig doel. De verdachten hebben ontkend dat er sprake is geweest van voorbereiding van een van de voornoemde misdrijven. [verdachte] zocht contact met [slachtoffer 1] , omdat hij samen met [naam 2] en [naam 3] voor [slachtoffer 1] een hennepkwekerij had opgeruimd en [slachtoffer 1] ze nog moest betalen. Verder wilde [verdachte] hem confronteren. [verdachte] wist niet dat [naam 2] een balletjespistool in zijn bezit had. De kabelbinders – die zich in de kofferbak bevonden en daarmee niet direct klaar voor gebruik – waren voor de plantages bestemd en hij gebruikte de bivakmuts onder zijn motorhelm.

Beoordeling door de rechtbank

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast:

  • -

    [verdachte] heeft gebeld met het assurantiekantoor van aangeefster [slachtoffer 2] en heeft de internetsite van dit kantoor via zijn laptop bekeken.

  • -

    [verdachte] is samen met [naam 2] en [naam 3] op19 en 20 december 2013 meermalen in de nabijheid van de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in Duiven geweest en zij hebben zich daar op verdachte wijze gedragen.

  • -

    Ook hebben zij daar een gestolen auto geparkeerd. Deze Volkswagen Bora was voorzien van gestolen kentekenplaten.

  • -

    De auto van [verdachte] is onderzocht. In de auto zijn onder meer twee handschoenen, twee bivakmutsen, diverse mobiele telefoons, een laptop, een rol duck tape (achterin de auto) en een rugtas met ijzeren balletjes – die mogelijk gebruikt kunnen worden in een balletjespistool – aangetroffen.

  • -

    In de kofferruimte is onder meer een plastic tas met daarin kabelbinders/tie-wraps (per twee aan elkaar gemaakt) gevonden.

  • -

    [naam 2] heeft erkend dat hij op 20 december 2013 in het bezit is geweest van een balletjespistool dat lijkt op een echt pistool.

Deze voorwerpen kunnen worden gebruikt bij een diefstal met geweld, afpersing, gijzeling en/of vrijheidsberoving. Uit de vaste rechtspraak volgt echter dat voor een bewezenverklaring van de voorbereiding van een afpersing, diefstal met geweld, gijzeling meer is vereist dan enkel het onder verdachte omstandigheden in bezit hebben van voorwerpen die daarbij kunnen worden gebruikt. Om tot een bewezenverklaring te komen van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen voor het in vereniging plegen van afpersing of diefstal met geweld, is vereist dat een verdachte de goederen bestemd tot het begaan van een van voornoemde misdrijven opzettelijk voorhanden heeft gehad. Daarbij gaat het niet alleen om de uiterlijke verschijningsvorm van de voorwerpen, maar ook om het gebruik en in het bijzonder het misdadig doel/de intentie. Er moet verder worden vastgesteld dat een verdachte voornemens is geweest om de voorwerpen ook overeenkomstig dat misdadige doel te gebruiken. De vervolgvraag is of dit afdoende uit de verdachte aanwezigheid op 19 en 20 december 2013 en/of uit andere omstandigheden kan worden afgeleid.

De intentie van verdachten

De verdachten hebben ontkend op 19 en 20 december 2013 criminele intenties te hebben gehad. [verdachte] heeft verklaard dat hij een goed gesprek met [slachtoffer 1] wilde voeren, hem met de opnames wilde confronteren en afspraken met hem wilde maken. Verder zocht hij contact met [slachtoffer 1] , omdat hij [naam 2] en [naam 3] nog moest betalen voor het opruimen van een hennepkwekerij. [slachtoffer 1] nam zijn telefoon niet op, waarna hij uiteindelijk met [naam 2] en [naam 3] ging kijken of [slachtoffer 1] ergens in Duiven zat. Hij had niet het plan om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gijzelen, van hun vrijheid te beroven, dan wel zich schuldig te maken aan een diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging.

Hiervoor heeft de rechtbank al overwogen dat niet alleen op grond voormelde verdachte omstandigheden en de aanwezige voorwerpen kan worden bewezen dat verdachte en de medeverdachten de intentie hadden [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gijzelen, van hun vrijheid te beroven, dan wel zich schuldig te maken aan een diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging.

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat zij bang waren te worden gegijzeld en daarbij hebben zij verwezen naar de vermeende gijzeling van [slachtoffer 1] op 8 augustus 2013. Dat verdachten van plan waren een soortgelijk feit te plegen, had mogelijk kunnen worden afgeleid uit de vermeende gijzeling van [slachtoffer 1] op 8 augustus 2013. Maar, zoals hiervoor al is overwegen, heeft de rechtbank niet met voldoende zekerheid kunnen vaststellen wat die dag is gebeurd en is verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde gijzeling.

De rechtbank zal verdachte dan ook van het eerste feit vrijspreken. De verweren - voor zover deze nog niet in de overwegingen aan de orde zijn geweest - zullen om deze reden verder onbesproken blijven.

Met betrekking tot feit 3:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat er geen bewijs is dat verdachte bij de diefstal van de auto betrokken is geweest. Naar de mening van de officier van justitie kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling, nu hij in ieder geval had kunnen vermoeden dat de auto van diefstal afkomstig was.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal en/of het bezit van de Volkswagen Bora.

Beoordeling door de rechtbank

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte van de (primair tenlastegelegde) diefstal dient te worden vrijgesproken. Zij overweegt verder het volgende.

Tussen 9 december 2013 om 17:15 uur en 10 december 2013 om 12:45 uur is de Volkswagen Bora (kenteken [kenteken 1] en chassisnummer [nummer] ) van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in Arnhem weggenomen.3 Op 19 december 2013 is een Volkswagen Bora met voornoemd chassisnummer op de [adres 2] te Duiven aangetroffen.4 Aan de binnenzijde van het voertuig was het contactslot verbroken en uit de stuurkolom verwijderd. In de kofferbak lag onder meer de kentekenplaat van het kenteken [kenteken 1] .5

De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 19 december 2013 omstreeks 11:00 uur twee personen – waaronder één man met een fel lichtblauw trainingsjack – zag die zich zenuwachtig en schichtig gedroegen. Hij zag onder meer een van de mannen gebaren dat de auto verder weg moest staan.6 Deze verklaring van [getuige] wordt ondersteund door de verklaring van [naam 2] . [naam 2] heeft immers verklaard dat hij op 19 december 2013 met [verdachte] en [naam 3] in de Opel van [verdachte] naar de Volkswagen Bora is gereden. [verdachte] heeft hem vervolgens gevraagd om de auto te parkeren op de plek waar hij door de politie is aangetroffen. [naam 2] verklaart dat hij een blauwe jas heeft gedragen.7 [verdachte] heeft verklaard dat de jongens de Volkswagen Bora hebben achtergelaten, bij hem in de auto zijn gestapt en ze vervolgens zijn weggereden.8 [verdachte] heeft verder verklaard dat hij ook zelf in de Volkswagen Bora in de auto – onder meer achter het stuur – heeft gezeten. Hij heeft gezien dat het contactslot eruit was. Verder verklaart [verdachte] dat hij wist dat de auto van diefstal afkomstig was. [verdachte] maakte van de Volkswagen Bora gebruik, omdat hij een hennepkwekerij had ontruimd en hij daarbij zijn eigen auto niet wilde gebruiken.9

Uit de camerabeelden op 19 december 2013 volgt dat een man met een felblauwe jas uit de Volkswagen Bora op de [adres 2] stapt. Vervolgens stapt een man met een bruine jas en een kalend hoofd in de Volkswagen Bora. Op de beelden is daarna te zien – op het moment dat de man met de felblauwe jas de [adres 2] inloopt – dat de Volkswagen Bora achteruit rijdt. Tien seconden later stapt de man met de bruine jas uit de Volkswagen Bora.10

Gelet op de voorgaande verklaringen van [naam 2] en [verdachte] in samenhang met de beelden, acht de rechtbank bewezen dat naast [verdachte] en [naam 2] , ook [naam 3] (in de bruine jas) in de Volkswagen Bora heeft gereden.

Verbalisanten zien dat het stuurslot is verbroken en uit de stuurkolom is verwijderd. Nu zowel [verdachte] , [naam 2] als [naam 3] in de auto hebben gereden, [verdachte] zelf heeft verklaard dat hij wist van de gestolen herkomst, [naam 2] en [naam 3] zich verdacht hebben gedragen en het stuurslot in de auto was verbroken – wat naar het oordeel van de rechtbank expliciet duidt op een gestolen herkomst, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto op de hoogte zijn geweest van de gestolen herkomst van de auto.

Met betrekking tot feit 4:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat er geen bewijs is voor diefstal van de kentekenplaten door verdachte. Naar de mening van de officier van justitie kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling, aangezien hij had kunnen vermoeden dat de kentekenplaten van diefstal afkomstig waren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu zoals voornoemd niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het bezit van de Volkswagen Bora en de kentekenplaten op de Volkswagen Bora niet aan verdachte kunnen worden gekoppeld.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de kentekenplaten. Nu zich in het dossier verder geen aanknopingspunten bevinden dat verdachte op de hoogte is geweest dat er kentekenplaten op de auto waren gemonteerd die van diefstal afkomstig waren, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van dit feit in het geheel dient te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot parketnummer 05/720285-16:

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 2096-2100;

- het proces-verbaal van aangifte van Enexis, p. 2146-2147;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 2223 t/m 2226;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 2318-2319;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 november 2016.

Ten aanzien van feit 3 en 4:

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verdachte, p. 2412-2413 en p. 2421;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 2497-2499;

- het proces-verbaal Opiumwet, p. 2513-2514;

- het proces-verbaal van aangifte van Liander, p. 2576-2577;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 november 2016.

3 Bewezenverklaring

Met betrekking tot parketnummer 05/720474-13:

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 3 subsidiair heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 9 december 2013 tot en met 19 december 2013, in de gemeente Arnhem, althans (in elk geval) (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Volkswagen Bora) (kenteken [kenteken 1] ) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde (personen)auto wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Met betrekking tot parketnummer 05/720285-16:

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1 tot en met 4 heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 februari 2013, althans (in ieder geval) op of omstreeks 26 februari 2013, te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand, gelegen aan het [adres 3] , een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (te weten (ongeveer) 609 hennepplanten), althans een (groot) aantal hennepplanten en/of delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 februari 2013, te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 28 augustus 2013, althans (in ieder geval) op of omstreeks 28 augustus 2013, in de gemeente Westervoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand, gelegen aan [adres 4] ), een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (te weten (ongeveer) 340 hennepplanten), althans een (groot) zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; aantal hennepplanten en/of delen van hennepplanten;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 28 augustus 2013, in de gemeente Westervoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met betrekking tot parketnummer 05/720474-13:

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

Medeplegen van opzetheling.

Met betrekking tot parketnummer 05/720285-16:

Ten aanzien van feit 1 en 3 telkens:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 2 en 4 telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 subsidiair onder parketnummer 05/720474-13 en de feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 05/720285-16 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Daartoe is rekening gehouden met de ernst van het feit, de bijbehorende richtlijnen, de impact van de feiten op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , het strafblad van verdachte, het reclasseringsrapport en het tijdsverloop.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in de zaak onder parketnummer 05/720285-16 verzocht om aan verdachte een werkstraf – met inachtneming van zijn gezondheidsklachten – op te leggen. In geval van een bewezenverklaring van de feiten onder parketnummer 05/720474-13 zoals de officier van justitie heeft gevorderd, is verzocht om een eventuele gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest.

Hiertoe is aangevoerd dat de redelijke termijn door toedoen van het Openbaar Ministerie is geschonden en verdachte een beperkt strafblad heeft. Tot slot dienen de eis in de zaak van medeverdachte [slachtoffer 1] (een werkstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden) en de open proceshouding van verdachte in zijn voordeel te worden meegewogen. Verdachte heeft verklaard dat een eventuele veroordeling gevolgen kan hebben voor zijn verblijfstatus in Nederland.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 22 september 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 25 maart 2014.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de opzetheling van

een Volkswagen Bora, het aanwezig hebben van 340 hennepplanten in de periode van 1 mei

2012 tot en met 28 augustus 2013 en 609 hennepplanten in de periode van 1 januari 2013 tot en

met 26 februari 2013. Verder heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de diefstal van elektriciteit (door middel van verbreking) ten behoeve van de aanwezigheid van

deze hennepplanten. De rechtbank heeft verdachte van de overige feiten vrijgesproken.

Hennep, in de vorm van een verdovend middel, betreft een schadelijke stof voor de

gezondheid. De verspreiding en handel van hennep gaan gepaard met vele andere vormen van

criminaliteit. Verdachte en medeverdachte [slachtoffer 1] hebben samen met enige hulp voor de

stroomaanleg de hennepplantages opgebouwd. De woningen zijn op naam van verdachte

gehuurd. In Westervoort is viermaal geoogst ter waarde van gemiddeld € 30.000,- per

oogst. De opbrengst werd verdeeld en het was voor verdachte een wijze om in zijn inkomen te

voorzien. Er bestond verder het voornemen om in Molenhoek meermalen te oogsten. Door zich

verder schuldig te maken aan heling heeft verdachte tot slot bijgedragen aan het in stand houden

van een afzetmarkt van gestolen auto’s.

Verder weegt de rechtbank mee dat verdachte in 2008 is veroordeeld voor het aanwezig hebben

van heroïne/cocaïne en drie jaar in Duitsland (tot februari 2012) heeft vastgezeten in verband

met overtreding van de Opiumwet. Daarmee kan naar het oordeel van de rechtbank worden

gesproken over een delictpatroon.

In het voordeel houdt de rechtbank ten slotte rekening met het feit dat verdachte openheid heeft

gegeven voor wat betreft de hennepfeiten en daarmee zijn verantwoordelijk voor deze feiten

heeft genomen.

Gelet op al dit voorgaande acht de rechtbank alleen een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf voor deze feiten passend. Zij zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar als stok achter de deur, met aftrek van het voorarrest opleggen. Dit betekent dat het onvoorwaardelijk deel nagenoeg gelijk zal zijn aan de dagen die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten (126 dagen). De rechtbank zal dan ook het – inmiddels geschorste bevel voorlopige hechtenis – opheffen.

Tot slot is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat er sprake is van een schending van de

redelijke termijn. Daartoe overweegt zij dat verdachte op 20 december 2013 in verzekering is

gesteld, het eindproces-verbaal al op 1 augustus 2014 is gesloten en de zaak na schorsing van de

voorlopige hechtenis van verdachte twee jaren niet op zitting is aangebracht. Gelet op wat de

rechtbank al met betrekking tot de haar op te leggen straf heeft overwogen – in de zin dat zij

alleen een gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf passend acht en geen langere

onvoorwaardelijke straf dan het voorarrest wordt opgelegd – , is de rechtbank van oordeel dat in

verband met een gebrek aan belang van verdachte kan worden volstaan met de constatering van

dit verzuim.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De navolgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de feiten onder de parketnummers 05/720474-13 of 05/720285-16. Zij hebben de navolgende bedragen gevorderd:

  • -

    [slachtoffer 1] (05/720474-13 feit 1 en 2): € 42.926,88 vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    [slachtoffer 2] (05/720474-13 feit 1): na wijziging € 20.404,53 vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    Enexis B.V. (05/720285-16 feit 2): € 1.459,57 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2013, oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het bedrag van € 1.459,57 en een veroordeling in de kosten rechtsbijstand ter hoogte van € 768,00.

Beoordeling door de rechtbank

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] :

De benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte is vrijgesproken van de feiten 1 ( [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ) en 2 ( [slachtoffer 1] ) onder parketnummer 05/720474-13. De benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Met betrekking tot de vordering van Enexis B.V:

Nu naar het oordeel van de rechtbank de vordering – mede door de toelichting d.d. 31 oktober 2016 – voldoende is onderbouwd en redelijk voorkomt, is zij van oordeel dat de vordering in haar geheel dient te worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 2 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 1.459,57 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

De benadeelde partij vordert verder vergoeding van de rechtsbijstandskosten die zij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding in de onderhavige strafprocedure. Deze kosten, die toewijsbaar zijn op de voet van artikel 592a Sv, worden naar maatstaven van billijkheid gesteld op twee punten van het kantonliquidatietarief (voor het opstellen van het voegingsformulier en de nadere schriftelijke toelichting daarop) en daarmee begroot op € 768,-.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partijen, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en deels toegewezen vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 26 februari 2013.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 47, 57, 91, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten 1, 2, 3 primair, 4 primair en subsidiair onder parketnummer 05/720474-13;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

o dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1 onder parketnummer 05/720474-13):

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 1 en 2 onder parketnummer 05/720474-13):

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Enexis B.V. (feit 2 onder parketnummer 05/720285-16):

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/720285-16 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Enexis B.V., van een bedrag van € 1.459,57 (duizendvierhonderdnegenenvijftig euro en zevenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 768,00 (zevenhonderdachtenzestig euro);

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij Enexis B.V., een bedrag te betalen van € 1.459,57 (duizendvierhonderdnegenenvijftig euro en zevenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 24 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. R.S. Croll en mr. W.A. Holland, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. D.T.P.J. Damen en A.I. Warringa, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 november 2016.

BIJLAGE

Aan verdachte wordt onder parketnummer 05/720474-13 – na een toegewezen vordering nadere omschrijving – ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 december 2013 tot en met 20 december 2013, in de gemeente Duiven, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer op is gesteld, te weten gijzeling en/of opzettelijke vrijheidsberoving en/of diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging van geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of (diens vriendin) [slachtoffer 2] , althans aan (een) perso(o)n(en),

woonachtig in de wijk [wijk] (te Duiven) opzettelijk:

- een tas met (diverse) tie-rip(s) en/of

- een rol ductape en/of

- een of meer bivakmuts(en) en/of

- handschoenen en/of

- een of meer petje(s) en/of

- een of meer (personen)auto('s) (Opel Signum/Vectra en/of Volkswagen Bora)

(al dan niet met gestolen kentekenplaten), zijnde voorwerpen, stoffen, (een) voertuig(en), (telkens) bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft/hebben

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of hij, verdachte, en/of zijn (mede)dader(s)

- ( meermalen) een of meer (van) (hun) (voornoemde) (personen)auto('s) in de

(directe nabijheid van de) wijk ( [wijk] ) - waar die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] woonachtig zijn - heeft/hebben geparkeerd en/of

- van (voornoemde) (personen)auto('s) is/zijn gewisseld en/of

- althans een observatie van/in die wijk heeft/hebben uitgevoerd en/of

- ( in het bezit van een pistool, althans van een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp) voornoemde wijk is/zijn ingelopen en/of

- ( op 18 december 2013) voornoemde [slachtoffer 2] telefonisch heeft/hebben benaderd

voor het (direct) maken van een afspraak (voor 19 december 2013) met haar;

2.

hij op of omstreeks 8 augustus 2013, in de gemeente Roermond en/of de gemeente Duiven en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen:

- voornoemde [slachtoffer 1] een (aldaar gereedstaande) bus (Mercedes Sprinter) in

gelokt/"in gepraat" en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] - toen deze weer uit wilde stappen - een klap/stomp

in/tegen het gezicht/hoofd gegeven en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] met behulp van/met tie-rips (om zijn enkels en/of

polsen) geboeid en/of

- gedurende (zeer) lange tijd met die [slachtoffer 1] (in voornoemde bus) heeft (rond)

gereden (uiteindelijk de route van Roermond naar Duiven) en/of

- ( vervolgens) (aan) die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp getoond/voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden (in het Engels) meegedeeld: "I would hate to shoot

you" en/of - (daarbij) die [slachtoffer 1] meegedeeld dat hij/zij, verdachte(n), (ongeveer)

25.000 Euro van die [slachtoffer 1] wilde(n) hebben en/of

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat ze naar de woning van die [slachtoffer 1] (in Duiven)

zouden rijden en dan de vriendin van die [slachtoffer 1] ( [slachtoffer 2] ) (ook) tie-rips

om zou krijgen (waardoor die [slachtoffer 1] (uiteindelijk) (door middel van telebankieren) ongeveer

13.500 Euro aan hem/hun, verdachte(n), heeft overgemaakt/betaald);

3.

hij in of omstreeks de periode van 9 december 2013 tot en met 10 december 2013, in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een

(personen)auto (Volkswagen Bora) (kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 9 december 2013 tot en met 20 december 2013, in de gemeente Arnhem, althans (in elk geval) (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Volkswagen Bora) (kenteken [kenteken 1] ) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde (personen)auto wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 8 december 2013 tot en met 11 december 2013, in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een of meer kentekenpla(a)t(en) (kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 8 december 2013 tot en met 20 december 2013, in de gemeente Arnhem, althans (in elk geval) (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer kentekenpla(a)t(en) (kenteken [kenteken 2] ), heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde kentekenpla(a)t(en) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen.

Aan verdachte wordt onder parketnummer 05/720285-16 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 februari 2013, althans (in ieder geval) op of omstreeks 26 februari 2013, te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand, gelegen aan het [adres 3] , een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (te weten (ongeveer) 609 hennepplanten), althans een (groot) aantal hennepplanten en/of delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 februari 2013, te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 28 augustus 2013, althans (in ieder geval) op of omstreeks 28 augustus 2013, in de gemeente Westervoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand, gelegen aan [adres 4] ), een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (te weten (ongeveer) 340 hennepplanten), althans een (groot)

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; aantal hennepplanten en/of delen van hennepplanten;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 28 augustus 2013, in de gemeente Westervoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

1 De inhoud van de volledige tenlasteleggingen is in de bijlage te vinden.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07RDR13043 CASCADA, gesloten op 1 augustus 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aangifte met bijlage, p. 1937 t/m 1940.

4 Het proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig, p. 1941 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 661.

5 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 1945-1946

6 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] , p. 739 t/m 741.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 2] , p. 489-490.

8 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 396.

9 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 2 november 2016.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1925 en 1931 t/m 1933.