Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:5920

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-10-2016
Datum publicatie
07-11-2016
Zaaknummer
05/720067-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een vrouw van 19 jaar, veroordeeld wegens medeplichtigheid aan het plegen van een overval op een cafetaria. De rechtbank heeft bij de strafoplegging het jeugdsanctierecht toegepast, gelet op de persoon van veroordeelde. Aan veroordeelde is opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 60 dagen, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht, waarvan 26 dagen voorwaardelijk, alsmede een werkstraf voor de duur van 60 uren. Ook is aan de slachtoffers een schadevergoeding toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0060

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720067-16

Datum uitspraak : 13 oktober 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum 1] te Santiago, Dominicaanse Republiek,

wonende te [adres 1] .

raadsvrouw: mr. J.M. Poortinga, advocaat te Putten.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 22 september 2016, welk onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 29 september 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 06 februari 2016 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een

geldlade en/of een of meer andere goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of aan [slachtoffer 2] en/of aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of haar mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

verdachte en/of haar mededader(s)

- met een auto naar de snackbar waar onder andere die [slachtoffer 4] werkzaam was

( [adres 2] zijn toegereden en/of vervolgens

- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of

sjaal(s) over het hoofd/gezicht , althans met gezichtsverhullende kleding

en/of met een of meer pisto(o)l(en) , althans met (een) vuurwapen(s),

althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die snackbar

heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende

voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van (de buikstreek van) die -zichtbaar

zwangere- [slachtoffer 4] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige

personeelsleden/personen heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben

gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Doe de kassa open" en/of (daarbij)

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de bar

heeft geslagen en/of heeft/hebben geroepen: "Sneller.", althans woorden van

gelijke aard of strekking;

EN/OF

zij op of omstreeks 06 februari 2016 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een geldbedrag en/of een geldlade en/of een of meer andere goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 2] en/of aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of haar mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of een of meer andere

personen,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan

zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zij,

verdachte, en/of een of meer van haar mededader(s),

- met een auto naar de snackbar waar onder andere die [slachtoffer 4] werkzaam was

( [adres 2] zijn toegereden en/of vervolgens

- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of

sjaal(s) over het hoofd/gezicht , althans met gezichtsverhullende kleding

en/of met een of meer pisto(o)l(en) , althans met (een) vuurwapen(s),

althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die snackbar

heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende

voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van (de buikstreek van) die -zichtbaar

zwangere- [slachtoffer 4] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige

personeelsleden/personen heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben

gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Doe de kassa open" en/of (daarbij)

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de bar

heeft geslagen en/of heeft/hebben geroepen: "Sneller.", althans woorden van

gelijke aard of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

een of meer pers(o)n(en) te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 06 februari 2016 te Ugchelen, gemeente

Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een

geldlade en/of een of meer andere goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of aan [slachtoffer 2] en/of aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

perso(o)n(en) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

die perso(o)n(en):

- met een auto naar de snackbar waar onder andere die [slachtoffer 4] werkzaam was

( [adres 2] zijn/is gereden en/of vervolgens

- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of

sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding

en/of met een of meer pisto(o)l(en), althans met (een) vuurwapen(s),

althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die snackbar

heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende

voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van (de buikstreek van) die -zichtbaar

zwangere- [slachtoffer 4] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige

personeelsleden/personen heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben

gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Doe de kassa open" en/of (daarbij)

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de bar

heeft geslagen en/of heeft/hebben geroepen: "Sneller.", althans woorden van

gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijven/misdrijf zij, verdachte,

op of omstreeks 06 februari 2016 te Deventer en/of te Vaassen en/of te

Ugchelen, gemeente Apeldoorn, en/of elders in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

die perso(o)n(en) met een door haar bestuurde auto op te halen en/of te

vervoeren naar die snackbar en/of in de nabije omgeving van die snackbar in

die auto op de uitkijk te gaan en/of te blijven staan teneinde die

perso(o)n(en) bij mogelijk gevaar of onraad te waarschuwen;

EN/OF

een of meer perso(o)n(en) te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 06 februari 2016 te Ugchelen, gemeente

Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

een geldbedrag en/of een geldlade en/of een of meer andere goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 2] en/of aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

perso(o)n(en) en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of een of meer andere

personen,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan

zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die

perso(o)n(en):

- met een auto naar de snackbar waar onder andere die [slachtoffer 4] werkzaam was

( [adres 2] is/zijn gereden en/of vervolgens

- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of

sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding

en/of met een of meer pisto(o)l(en), althans met (een) vuurwapen(s),

althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die snackbar

heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende

voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van (de buikstreek van) die -zichtbaar

zwangere- [slachtoffer 4] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige

personeelsleden/personen heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben

gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Doe de kassa open" en/of (daarbij)

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de bar

heeft geslagen en/of heeft/hebben geroepen: "Sneller.", althans woorden van

gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijven/misdrijf zij, verdachte,

op of omstreeks 06 februari 2016 te Deventer en/of te Vaassen en/of te

Ugchelen, gemeente Apeldoorn, en/of elders in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

die perso(o)n(en) met een door haar bestuurde auto op te halen en/of te

vervoeren naar die snackbar en/of in de nabije omgeving van die snackbar in

die auto op de uitkijk te gaan en/of te blijven staan teneinde die

perso(o)n(en) bij mogelijk gevaar of onraad te waarschuwen;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Op 6 februari 2016 vond een overval plaats op snackbar [slachtoffer 11] te Ugchelen. Hierbij is door getuigen het kenteken van de vluchtauto genoteerd, welk kenteken was afgegeven aan de moeder van verdachte.
De moeder van verdachte verklaarde dat de auto tijdens de overval op [slachtoffer 11] in gebruik was bij haar dochter, die hiermee naar haar vriend [medeverdachte 3] was gegaan2.

Uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 3] en het onderzoek door de politie kwam naar voren dat medeverdachten voor de overval op [slachtoffer 11] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waren.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, aan de hand van een door haar overgelegde zittingsnotitie, verzocht verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde en gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen subsidiair, eerste en tweede alternatief, ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak voor het primair ten laste gelegde bepleit. Verder is door de raadsvrouw aangegeven dat de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde (eerste en tweede alternatief), nu niet is gebleken van een bewuste en nauwe samenwerking. Het subsidiair ten laste gelegde (eerste en tweede alternatief) kan naar het oordeel van de rechtbank wel bewezen worden verklaard.

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 358 t/m 364;

- het proces-verbaal van bevindingen (aanvulling de aangifte van [slachtoffer 1] ), p. 366;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] , p. 377 t/m 379;

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] , p. 905 t/m 912 en p. 924 t/m 927;

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] , p. 582 t/m 587 en p. 592;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 september 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

een of meer pers(o)n(en) te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 06 februari 2016 te Ugchelen, gemeente

Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag /of

geldlade en/of een of meer andere goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of aan [slachtoffer 2] en/of aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

perso(o)n(en) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

die perso(o)n(en):

- met een auto naar de snackbar waar onder andere die [slachtoffer 4] werkzaam was

( [adres 2] zijn/is gereden en/of vervolgens

- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of

sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding

en/of met een of meer pisto(o)l(en), althans met (een) vuurwapen(s),

althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die snackbar

heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende

voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van (de buikstreek van) die -zichtbaar

zwangere- [slachtoffer 4] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige

personeelsleden/personen heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben

gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Doe de kassa open" en/of (daarbij)

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de bar

heeft geslagen en/of heeft/hebben geroepen: "Sneller.", althans woorden van

gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijven/misdrijf zij, verdachte,

op of omstreeks 06 februari 2016 te Deventer en/of te Vaassen en/of te

Ugchelen, gemeente Apeldoorn, en/of elders in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

die perso(o)n(en) met een door haar bestuurde auto op te halen en/of te

vervoeren naar die snackbar en/of in de nabije omgeving van die snackbar in

die auto op de uitkijk te gaan en/of te blijven staan teneinde die

perso(o)n(en) bij mogelijk gevaar of onraad te waarschuwen;

EN/OF

een of meer perso(o)n(en) te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 06 februari 2016 te Ugchelen, gemeente

Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

een geldbedrag en/of een geldlade en/of een of meer andere goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 2] en/of aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

perso(o)n(en) en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of een of meer andere

personen,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan

zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die

perso(o)n(en):

- met een auto naar de snackbar waar onder andere die [slachtoffer 4] werkzaam was

( [adres 2] zijn/is gereden en/of vervolgens

- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of

sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding

en/of met een of meer pisto(o)l(en), althans met (een) vuurwapen(s),

althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die snackbar

heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende

voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van (de buikstreek van) die -zichtbaar

zwangere- [slachtoffer 4] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige

personeelsleden/personen heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben

gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Doe de kassa open" en/of (daarbij)

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de bar

heeft geslagen en/of heeft/hebben geroepen: "Sneller.", althans woorden van

gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijven/misdrijf zij, verdachte,

op of omstreeks 06 februari 2016 te Deventer en/of te Vaassen en/of te

Ugchelen, gemeente Apeldoorn, en/of elders in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

die perso(o)n(en) met een door haar bestuurde auto op te halen en/of te

vervoeren naar die snackbar en/of in de nabije omgeving van die snackbar in

die auto op de uitkijk te gaan en/of te blijven staan teneinde die

perso(o)n(en) bij mogelijk gevaar of onraad te waarschuwen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

subsidiair:

medeplichtigheid aan de voortgezette handeling van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het jeugdsanctierecht toe te passen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 60 dagen. Daarvan zouden 26 dagen voorwaardelijk moeten worden opgelegd, met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de (volwassenen) reclassering, inclusief meldplicht en voortduring van contactverbod, zolang de reclassering dit nodig acht, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en voorts tot het verrichten van 60 uren werkstraf, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit, onder toepassing van het jeugdsanctierecht, een voorwaardelijke straf op te leggen, met een proeftijd en als voorwaarde contact met de reclassering. De raadsvrouw heeft opgemerkt dat ze twijfelt aan de noodzaak van het voortduren van het contactverbod. Gelet op de tijd in beperkingen en de twee weken in het Huis van Bewaring te Zwolle doorgebrachte voorlopige hechtenis, is verzocht geen onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, maar de straf tot een geheel voorwaardelijke straf te beperken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 4 augustus 2016;

- een adviesrapport van de reclassering, gedateerd 5 augustus 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en een onvoorwaardelijke werkstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zeer ernstig feit. Verdachte heeft zich, met name doordat zij heeft gefungeerd als chauffeur voor de overige verdachten, schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een overval op een cafetaria. Verdachte is met de auto van haar moeder naar haar vriend, medeverdachte [medeverdachte 8] , gereden. Vervolgens hebben zij de medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] opgehaald. Samen zijn zij, met een tussenstop bij de woning van [medeverdachte 9] voor het ophalen van een bahco en het omkleden van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , naar de cafetaria gereden. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] zijn aldaar met bivakmutsen op en gewapend met een pistool (al dan niet een echt vuurwapen) en genoemde bahco de cafetaria binnengegaan, waar uiteindelijk, na bedreiging van daar aanwezige personeelsleden, geld is buitgemaakt. Verdachte heeft de jongens vervolgens weer teruggereden.

Deze overval heeft een grote impact op de slachtoffers. Uit de slachtofferverklaringen en de, in enkele gevallen, daarop gegeven toelichting ter terechtzitting, komt dit zeer duidelijk naar voren.

Eén van de slachtoffers, mevrouw [slachtoffer 4] , heeft toegelicht dat zij tijdens de overval door het agressieve gedrag van de overvallers en het dreigen met vuurwapens erg bang was. Zij was zich als eigenaresse bewust van het gevaar voor het leven van haarzelf, haar ongeboren kind (het slachtoffer was ten tijde van de overval 29 weken zwanger) en haar twee collega’s. Direct na de overval voelde zij steken in haar buik. Gelukkig bleek alles goed te zijn. De eerste nacht heeft zij niet geslapen. De volgende dag was zij in de avond erg angstig. Sinds de overval is ze niet meer alleen in haar zaak. Na de overval heeft zij nog tien dagen gewerkt, waarna zij op vakantie is gegaan en verlof heeft genomen. Sinds de overval heeft het slachtoffer last van angstgevoelens, vooral ’s avonds. Zij durfde bijvoorbeeld niet meer te douchen wanneer ze alleen thuis was, omdat ze dan niet alles hoorde. Ze sliep slecht en had nachtmerries. De overval was altijd in haar gedachten. Nu gaat het overdag iets beter, maar vooral ’s avonds voelt zij zich nog erg onrustig. Ze is alerter dan voor de overval en voelt zich minder veilig. Voor haar gevoel is ook een deel van haar zwangerschap verpest. Het slachtoffer neemt het de overvallers erg kwalijk dat ze lieten merken dat ze zagen dat zij zwanger was, door tijdens de overval een pistool in de richting van haar buik te houden. Het slachtoffer is doorverwezen naar HSK. Het is gebleken dat zij PTSS heeft ontwikkeld, waarvoor het behandeltraject inmiddels is opgestart, ze volgt EMDR-therapie. Het herstel gaat langzaam en de behandelingen zijn lastig en zwaar.

Mevrouw [slachtoffer 12] , één van de medewerksters, heeft naar voren gebracht dat zij tijdens de overval aan het werk was bij [slachtoffer 13] . Zij had oogcontact met één van de overvallers en durfde daardoor niet op de overvalknop te drukken. Pas achteraf besefte zij wat er was gebeurd. De eerste nacht na de overval heeft zij met een lamp aan geslapen.
Het slachtoffer is bang alleen in het donker te zijn. Zij vond het lastig weer te werken op de plek van de overval en durfde de eerste paar weken ’s avonds niet meer buiten op het terras te werken. Gedurende de eerste twee weken na de overval durfde het slachtoffer niet goed alleen in het donker naar haar achterdeur te lopen. Elke keer na het werk reed iemand met haar mee naar huis. De eerste paar maanden dacht zij vaak aan wat er was gebeurd en had zij regelmatig nachtmerries. Het slachtoffer schrikt nog steeds van dingen die haar aan de overval doen herinneren.

Mevrouw [slachtoffer 14] , de andere medewerkster, heeft naar voren gebracht dat zij de eerste weken na de overval er erg tegenop zag om weer te gaan werken en ze vond het fijn dat er die weken extra mannelijk personeel in de avonduren werd ingezet. De eerste drie tot vier maanden na de overval had ze regelmatig vervelende dromen. Zij werkt minder ontspannen in de cafetaria dan voor de overval. Zij let meer op wie er binnenkomt, is eerder bang. Associaties met geweld in het algemeen roepen nog steeds paniekgevoelens op. In het donker op straat is zij veel alerter.

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

Naast de overduidelijke gevolgen die de overval op de directe slachtoffers heeft gehad, zorgt een dergelijk feit ook bij anderen die er later van horen voor een verhoogd gevoel van onveiligheid.

De rechtbank weegt bij de strafoplegging mee dat verdachte geen strafblad heeft.

De rechtbank slaat acht op de inhoud van genoemd reclasseringsrapport. Hierin wordt, zakelijk weergegeven, geadviseerd aan verdachte een (deels) voorwaardelijke werkstraf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:

- meldplicht; verdachte moet zich blijven melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- contactverbod: verdachte heeft geen contact met de medeverdachten, zonder hierover vooraf overleg te hebben met de reclassering. ook wanneer medeverdachten contact met haar zoeken, houdt zij dit af en meldt zij dit eerst bij de reclassering.

De reclassering geeft aan dat geen contra-indicaties aanwezig zijn voor het toepassen van jeugdstrafrecht. Op het gebied van handelingsvaardigheden wordt meeloopgedrag bij verdachte gezien ten aanzien van het tenlastegelegde. Verdachte heeft baat bij het continueren van haar scholing, hetgeen een indicatie is voor jeugdstrafrecht. Verdachte is (nog) thuiswonend, maar richt zich op zelfstandig wonen en studeren in Amsterdam. Vanuit de volwassenreclassering wordt ingezet op het verzelfstandigen en versterken van verdachte. Het wordt wenselijk geacht dat een eventueel reclasseringstoezicht vanuit de volwassenreclassering wordt voortgezet. Het recidiverisico wordt laag ingeschat.

Met betrekking tot het reclasseringsadvies om toepassing te geven aan het jeugdsanctierecht, welk advies door de officier van justitie is overgenomen in haar strafeis overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank acht de onderbouwing voor toepassing van het jeugdsanctierecht mager, temeer daar een advies van een gedragsdeskundige hiertoe ontbreekt, ter terechtzitting geen toelichting is gegeven door de reclassering en bijvoorbeeld niet is gebleken dat sprake is van een (sociaal-emotionele) ontwikkelingsachterstand en/of dat anderszins sprake is van diagnostiek die maakt dat verdachte in wezen als een minderjarige moet worden beschouwd . Daar komt bij dat de reclassering enerzijds toepassing van jeugdsanctierecht adviseert en anderzijds adviseert tot begeleiding door de volwassenenreclassering. Dit komt de rechtbank voor als een kennelijke innerlijke tegenstrijdigheid in de advisering. Toch ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte - waaronder met name het belang van focus op scholing - en de deels jonge en naïeve indruk die zij ter terechtzitting heeft gemaakt, reden om, conform artikel 77c Wetboek van Strafrecht, het jeugdsanctierecht toe te passen.

De rechtbank weegt, ten voordele van verdachte, ook mee dat verdachte reeds relatief lange tijd wordt begeleid door de reclassering in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis en hieraan goed meewerkt. Ook weegt de rechtbank mee dat verdachte van de tijd die zij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, twee weken in een huis van bewaring heeft verbleven, alvorens zij naar een justitiële jeugdinrichting werd overgeplaatst.

Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 60 dagen, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht. Hiervan legt de rechtbank 26 dagen voorwaardelijk op, mede om verdachte ervan te doordringen dat zij in de toekomst geen strafbare feiten meer pleegt. Aan deze voorwaardelijke straf zal als bijzondere voorwaarde worden gekoppeld dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, gelet op haar ontwikkelingsfase, ook als dat inhoudt het opvolgen van aanwijzingen met betrekking tot onderwijs en dagbesteding. Ook zal de rechtbank een meldplicht opleggen. De rechtbank zal geen contactverbod als bijzondere voorwaarde opleggen, nu de rechtbank geen reden ziet om aan te nemen dat verdachte nog contact zal zoeken met de medeverdachten. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren. Daarnaast zal verdachte worden veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Bij de meeste hieronder nader te bespreken vorderingen wordt om een vergoeding verzocht voor immateriële schade.

Ten aanzien van de wijze waarop deze vorderingen beoordeeld dienen te worden, overweegt de rechtbank vooraf als volgt.

De wet regelt in artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek de vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade. Bij delicten die geen lichamelijk letsel tot gevolg hebben gehad, zoals bijvoorbeeld afpersing en diefstal met bedreiging met geweld, dient te worden bezien of sprake is van aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze. Ingevolge vaste jurisprudentie is voor de toewijsbaarheid van een vordering gebaseerd op de aantasting van de persoon op ander wijze nodig dat bij benadeelde sprake is van een ‘in de psychiatrie erkend ziektebeeld’ dan wel dat de benadeelde voldoende concrete gegevens heeft aangevoerd waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan. De Hoge Raad heeft bepaald dat op dit uitgangspunt uitzonderingen kunnen worden aanvaard in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer (Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:HR2012:BW1519, JA 2012,147 met noot S.D. Lindenbergh). Daarmee kan ook zonder dat sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld vergoeding van smartengeld aan de orde zijn (Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR2004:AO7721, NJ 2005,391, met noot J.B.M. Vranken). In de literatuur wordt deze grond ook wel aangeduid als schending van een persoonlijkheidsrecht (zie bijvoorbeeld A.J. Verheij, vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in de persoon, diss. VU 2002, p. 35).

[slachtoffer 1]

De benadeelde [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.200,- voor geleden immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is de vordering niet betwist.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 2.200,-, schade heeft geleden. Gelet op de beperktere rol van verdachte ziet de rechtbank wel aanleiding tot matiging van het bedrag tot € 366,67, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank acht het, gelet op het aandeel van verdachte, redelijk om haar één zesde deel van het gevorderde totaalbedrag, toe te rekenen.

De vordering, welke door de verdediging niet is betwist, is tot dat bedrag voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 februari 2016.

[slachtoffer 5]

De benadeelde [slachtoffer 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.375,- voor geleden immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu deze onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair is verzocht de benadeelde partij deels niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, dan wel het toe te wijzen bedrag te matigen, ook gelet op de relatief kleine rol van verdachte. Daarnaast is verzocht niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, alsmede de schade niet hoofdelijk op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank zijn, tegen de achtergrond van de bijzondere ernst van het feit, ruimschoots voldoende concrete gegevens aangevoerd die een vergoeding van immateriële schade rechtvaardigen. De rechtbank slaat hierbij acht op de inhoud van de schriftelijke vordering (deels hierboven verwoord bij bespreking van de strafmaat) en de daarbij geschetste gevolgen van de overval voor het slachtoffer. Dat geen professionele hulp is gezocht en derhalve geen stukken van een deskundige zijn overgelegd, doet daaraan niet af. Gelet op al het bovenstaande is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 1.375,-, schade heeft geleden. Gelet op de beperktere rol van verdachte ziet de rechtbank wel aanleiding tot matiging van het bedrag tot € 229,17, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 februari 2016.

[slachtoffer 6]

De benadeelde [slachtoffer 6] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.575,- voor geleden immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu deze onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair is verzocht de benadeelde partij deels niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, dan wel het toe te wijzen bedrag te matigen, ook gelet op de relatief kleine rol van verdachte. Daarnaast is verzocht niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, alsmede de schade niet hoofdelijk op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank zijn, tegen de achtergrond van de bijzondere ernst van het feit, ruimschoots voldoende concrete gegevens aangevoerd die een vergoeding van immateriële schade rechtvaardigen. De rechtbank slaat hierbij acht op de inhoud van de schriftelijke vordering (deels hierboven verwoord bij bespreking van de strafmaat) en de daarbij geschetste gevolgen van de overval voor het slachtoffer. Dat geen professionele hulp is gezocht en derhalve geen stukken van een deskundige zijn overgelegd doet daaraan niet af. Gelet op al het bovenstaande is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 1.575,-, schade heeft geleden.

Gelet op de beperktere rol van verdachte ziet de rechtbank wel aanleiding tot matiging van het bedrag tot € 262,50, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 februari 2016.

[slachtoffer 7]

De benadeelde [slachtoffer 8] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.019,63 voor geleden materiële schade, te weten:

  • -

    Kassalade € 89,- (bijlage)

  • -

    Reparatie bovenblad (met pistool op geslagen) € 2.435,00 (bijlage)

  • -

    Beveiligingbedrijf beelden opslaan € 95,63 (bijlage)

  • -

    Zaak eerder dicht op dag overval € 100,-

  • -

    Extra inzet personeel na overval € 300,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 1.084,63, vermeerderd met de wettelijke rente, waarbij met betrekking tot de post ‘reparatie bovenblad’ is verzocht het toe te wijzen bedrag te matigen tot een bedrag van € 500,-. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen tot het totaalbedrag.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is verzocht de vordering te matigen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, met betrekking tot de post ‘reparatie bovenblad’ onvoldoende gebleken of dit blad in zijn geheel vervangen dient te worden, of dat ook reparatie mogelijk is. Dat sprake is van schade aan het bovenblad als gevolg van het strafbare feit is naar het oordeel van de rechtbank wel duidelijk. De rechtbank zal dan ook gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en met betrekking tot deze post een schadebedrag van € 500,- toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat de overige posten voldoende zijn onderbouwd en in rechtstreeks verband staan met het bewezen verklaarde feit. Naar oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, dan ook komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 1.084,63 schade heeft geleden.

Gelet op de beperktere rol van verdachte ziet de rechtbank wel aanleiding tot matiging van het bedrag tot € 180,77, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor dat deel voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank gelet op de jonge leeftijd van verdachte het aantal dagen jeugddetentie zal beperken.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 februari 2016.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36f, 47, 77c, 77g, 77h, 77i, 77m,77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit (eerste en tweede alternatief);

 verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit (eerste en tweede alternatief), zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4:

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

  • -

    een jeugddetentie voor de duur van 60 (zestig) dagen;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 26 (zesentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op 2 (twee) jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- geen nieuwe strafbare feiten zal plegen;

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit haar medewerking zal
verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een
identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter
inzage zal aanbieden;

- haar medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te
houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van
Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich zal melden bij Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich zal houden aan de afspraken en aanwijzingen die haar door

genoemde reclasseringsinstantie worden gegeven, zolang deze instantie dit nodig acht, ook als dat inhoudt het opvolgen van aanwijzingen met betrekking tot schoolgang en zinvolle dagbesteding;

 geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de

naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve
daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

 een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer 1] € 366,67vermeerderd met de wettelijke

rente vanaf 6 februari 2016;

2. [slachtoffer 5] € 229,17vermeerderd met de wettelijke

rente vanaf 6 februari 2016;

3. [slachtoffer 6] € 262,50-vermeerderd met de wettelijke

rente vanaf 6 februari 2016;

4. [slachtoffer 7] € 180,77vermeerderd met de wettelijke
rente vanaf 6 februari 2016;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal jeugddetentie zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt:

Benadeelde partij Bedrag jeugddetentie

1. [slachtoffer 9] € 366,67,-, vermeerderd met de
wettelijke rente vanaf 6 februari 2016 1 dag;

2. [slachtoffer 10] € 229,17, vermeerderd met de
wettelijke rente vanaf 6 februari 2016 1 dag;

3. [slachtoffer 6] € 262,50, vermeerderd met de
wettelijke rente vanaf 6 februari 2016 1 dag;

4. [slachtoffer 7] € 180,77, vermeerderd met de
wettelijke rente vanaf 6 februari 2016 1 dag;

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. [voorzitter] , voorzitter, mr. [rechter 1] en mr. P.J.C. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. [griffier] , griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 oktober 2016.

RECHTBANK GELDERLAND

Team Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer:Fout! De documentvariabele ontbreekt. 05/720067-16

Uitspraak d.d. 13 oktober 2016

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2016.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

en , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte,

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 3] ,

is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De raadsvrouw, mr. J.M. Poortinga, is niet / wel verschenen.

De rechter spreekt het vonnis uit

en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen.

Waarvan proces-verbaal,

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door brigadier van politie [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2016063595, gesloten op 30 mei 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 351.