Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:5836

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-11-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
05/860155-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 33 jarige man uit Berg en Dal veroordeeld tot het verrichten van een deels onvoorwaardelijke werkstraf met bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de man op 3 mei 2015 feitelijke aanranding van de eerbaarheid heeft gepleegd door in een café onverhoeds en op verholen wijze over de spijkerbroek van een vrouw te ejaculeren.

De man moet ook een schadevergoeding aan de vrouw betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0410
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/860155-15

Datum uitspraak : 01 november 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

raadsman: mr. A.J.M. van Haaren, advocaat te Arnhem.


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 oktober 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 mei 2015 te Arnhem, door een feitelijkheid een persoon, te weten [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte (in een café) op onverhoedse en/of verholen wijze tegen of over de spijkerbroek van die [slachtoffer] geëjaculeerd (waarbij verdachtes sperma op de spijkerbroek van die [slachtoffer] is terechtgekomen).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 36-40;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 oktober 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 03 mei 2015 te Arnhem, door een feitelijkheid een persoon, te weten [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte (in een café) op onverhoedse en/of verholen wijze tegen of over de spijkerbroek van die [slachtoffer] geëjaculeerd (waarbij verdachtes sperma op de spijkerbroek van die [slachtoffer] is terechtgekomen).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en behandelverplichting, en voorts tot het verrichten van 50 uren werkstraf, te vervangen door 25 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een geheel voorwaardelijke straf, gezien het feit dat verdachte first offender is. Dit feit was een eenmalige misstap. De reclassering heeft het recidiverisico ingeschat als laag. Het is van belang dat verdachte behandeld wordt. Een werkstraf is voor verdachte moeilijk uit te voeren in verband met zijn werk. Daarnaast is er geen aanleiding voor het opleggen van een proeftijd van drie jaar. Een proeftijd van één of twee jaar volstaat. Subsidiair is de verdediging van mening dat aanvullend een werkstraf opgelegd kan worden. Verdachte zal de werkstraf uitvoeren als deze wordt opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 6 september 2016;

- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, gedateerd 16 september 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijk werkstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte first offender is, dat hij ter zitting heeft aangegeven dat hij veel spijt heeft en daar zijn excuses heeft aangeboden aan aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat daarom ook ten aanzien van de voorwaardelijk op te leggen straf met een werkstraf kan worden volstaan. Gelet op de aard van het feit en de impact die dit feit op het slachtoffer heeft gehad is een deels onvoorwaardelijke werkstraf op zijn plaats..

Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank van belang dat verdachte behandeld zal worden voor zijn problematiek. Verdachte staat voor behandeling open. Gelet daarop zal de rechtbank aan het voorwaardelijke deel van de werkstraf de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden koppelen. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier een kortere proeftijd dan drie jaar aan te verbinden.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 400,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € 400,- toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 03 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door acht dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vordering van de benadeelde partij volledig voor toewijzing vatbaar is.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is, nu verdachte daartegen geen verweer heeft gevoerd, voor toewijzing vatbaar.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een werkstraf gedurende 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

bepaalt, dat een gedeelte van de werkstraf groot 50 (vijftig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen drie werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis tussen 9.00 en 10.30 uur zal melden bij de Reclassering Nederland, Stieltjesstraat 1 te Nijmegen en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos Nijmegen of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor emotionele- en gedragsproblematiek, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 400,- (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 03 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 400,- (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 03 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom acht dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Barrau (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van L.R. van Damme en R. van Dijk, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 01 november 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Dienst Regionale Recherche, Afdeling Thematische Opsporing, Team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015214078, gesloten op 29 januari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.