Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:5775

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-10-2016
Datum publicatie
31-10-2016
Zaaknummer
308167
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Voormalige zakenpartner benadert direct na afloop relatiebeding oude relaties. In gegeven omstandigheden sprake van onrechtmatige concurrentie. Verbod tot verder benaderen oude relaties en veroordeling tot het doen van opgaaf van reeds benaderde oude relaties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3149
Prg. 2017/2
RAR 2017/32

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/308167 / KG ZA 16-420

Vonnis in kort geding van 21 oktober 2016

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] .,

gevestigd te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

eiseressen,

advocaat mr. J.E. van der Wolf te Soest,

tegen

1 [gedaagde], handelend onder de naam [gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V., voorheen M.D.E. [vennootschap] B.V.,

gevestigd te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.J.M. Melissen te Apeldoorn.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk [eiseressen] genoemd worden en afzonderlijk [eiseres] en [eiseres] . Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden en afzonderlijk de [gedaagde] en [gedaagde] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 september 2016

  • -

    de op 11 oktober 2016 ter griffie ontvangen brief met één productie van [gedaagden]

  • -

    de mondelinge behandeling van 11 oktober 2016

  • -

    de pleitnota van [eiseressen]

  • -

    de pleitnota van [gedaagden] .

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] , opgericht in 2009, is een onderneming die zich bezig houdt met het projecteren, installeren en onderhouden van beveiligings-, communicatie- en andere laagspanningsapparatuur. De [gedaagde] was via de vennootschap M.D.E. [vennootschap] B.V. (hierna te noemen [vennootschap] ), zijnde de rechtsvoorganger van [gedaagde] , middellijk aandeelhouder van [eiseres] , net als de heer H. [eiseressen] , de directeur van [eiseres] . Deze beide heren waren tevens werkzaam binnen [eiseres] .

2.2.

Bij overeenkomst van 4 juli 2014 heeft [vennootschap] haar aandelen in [eiseres] verkocht aan [eiseres] , zulks voor een bedrag van € 100.000,00. In de betreffende koopovereenkomst (hierna te noemen de koopovereenkomst) is een relatiebeding (hierna te noemen het relatiebeding) opgenomen dat als volgt luidt:

“In verband met de in deze Overeenkomst beschreven koop en verkoop van de Aandelen

verplicht Verkoper zich tegenover Koper om gedurende een periode van 2 (twee) jaar vanaf de Leveringsdatum geen relaties te benaderen met betrekking tot de verkoop, service, diensten en het onderhoud op het gebied van de activiteiten zoals uitgeoefend door [eiseres] Beveiligingstechniek BV, noch bij enigerlei onderneming direct of indirect betrokken te zijn die zich aan genoemde feiten schuldig maakt. Mocht verkoper benaderd worden door relaties van de vennootschap dan verwijst hij deze onverwijld door naar [eiseres] Beveiligingstechniek BV.

Naast de relaties zoals genoemd in bijlage 1, wordt onder relaties mede begrepen, alle bedrijven, organisaties en particulieren aan wie [eiseres] Beveiligingstechniek BV producten en/of diensten heeft geleverd en/of aan wie [eiseres] Beveiligingstechniek BV offerte heeft uitgebracht.

Bij overtreding van deze bepaling is Verkoper, zonder dat daarvoor een ingebrekestelling

is vereist, aan Koper een boete verschuldigd van € 10.000,00 per overtreding, waarbij verkoper het recht heeft om eventueel grotere schade in verband van het derven van brutomarge te verhalen op verkoper”.
2.3. Met ingang van 1 januari 2015 heeft de [gedaagde] in het handelsregister van de Kamer van Koophandel een eenmanszaak ingeschreven onder de naam “ [gedaagde] ”. Deze eenmanszaak houdt zich bezig met dezelfde, althans vergelijkbare, activiteiten als [eiseres] .

2.4.

Onmiddellijk na het verstrijken van de duur van het relatiebeding heeft de [gedaagde] aan een aantal klanten van [eiseres] een brief gestuurd waarin, voor zover van belang, het volgende vermeld staat:

“ In het verleden heb ik contact gehad met u, omdat ik bij u een alarmsysteem heb geïnstalleerd, heb onderhouden of storingen heb verholpen. In 2014 heb ik mijn werkzaamheden bij [eiseres] Beveiligingstechniek beëindigd.

In de afgelopen twee jaar heb ik mij volledig gericht op de ontwikkeling van een automatische

meldkamer. Waarom? Vooral bij particuliere alarmaansluitingen fungeert de meldkamer vaak alleen als een soort doorgeefluik. Zelf hebt u wellicht aan den lijve ondervonden dat de meldkamer nooit contact opneemt met de politie. Ook als een alarmsysteem direct wordt uitgezet, nemen sommige meldkamers geen telefonisch contact op.

Bent u aangesloten bij onze automatische meldkamer, dan krijgt u ALTIJD een sms, app, push

bericht en/of een e-mail. Deze berichten op hun beurt kunnen direct gedeeld worden in de

tegenwoordig vaak gehanteerde WhatsApp Buurtpreventie groepen.

Hebt u behoefte aan meer informatie? Graag vertel ik u (uiteraard geheel vrijblijvend) over

de verschillende mogelijkheden. Dat kan natuurlijk op mijn kantooradres in [woonplaats] ,

maar ik kom ook graag naar u toe.

Misschien hebt u geen interesse in deze vorm van doormelding, maar zou u graag een

aantrekkelijk voorstel ontvangen voor aansluiting bij een meldkamer of onderhoud van uw

alarmsysteem. Ook dan bent u bij mij aan het juiste adres.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseressen] vordert - samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van [gedaagden] om op straffe van verbeurte van een dwangsom:

- het benaderen van relaties van [eiseressen] die voorkomen op de bij de koopovereenkomst behorende bijlage 1 te staken en gestaakt te houden

- aan [eiseressen] een lijst te verstrekken van alle relaties voorkomende op de betreffende bijlage aan wie de [gedaagde] de brief heeft gestuurd

- zich gedurende een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop [gedaagden] de betreffende relaties per brief heeft benaderd, te onthouden van het doen van zaken met die relaties,

een en ander met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.

3.2.

[gedaagden] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag die partijen verdeeld houdt is of het versturen van de hiervoor onder 2.4 genoemde brief (hierna te noemen de brief) moet worden aangemerkt als onrechtmatige concurrentie.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat het [gedaagde] en de [gedaagde] , die met [gedaagde] in dit opzicht moet worden vereenzelvigd, na afloop van het relatiebeding in de koopovereenkomst in beginsel vrij staat om [eiseres] te beconcurreren, ook als [eiseres] daar nadeel van ondervindt. In dat kader heeft [eiseres] in beginsel ook te dulden dat [gedaagden] relaties van haar benadert. Onder bijzondere omstandigheden kan er echter sprake zijn van onrechtmatige concurrentie.

4.3.

Op grond van het arrest Boogaard/Vesta (NJ 1956, 157) is van onrechtmatige concurrentie als hiervoor bedoeld sprake indien voldaan is aan een drietal cumulatieve vereisten, te weten: 1) het stelselmatig en substantieel afbreken van 2) het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever, dat de voormalige werknemer in het kader van de arbeidsovereenkomst heeft meehelpen opbouwen 3) met de hulpmiddelen die hij daartoe vertrouwelijk van zijn voormalige werkgever ter beschikking kreeg. Deze vereisten lenen zich voor overeenkomstige toepassing indien, zoals in het onderhavige geval, sprake is van voormalige zakenpartners. Of aan deze vereisten is voldaan moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

4.4.

Volgens [eiseressen] is met het versturen van de brief aan de betreffende vereisten voldaan en is de inhoud van deze brief bovendien onjuist en misleidend. Zij stelt wat dit laatste betreft onder meer dat in geval van een alarmmelding bij de meldkamer waarop [eiseres] haar alarmen heeft aangesloten de politie alleen gebeld mag worden -en ook daadwerkelijk gebeld wordt- in geval van een geverifieerd alarm en dat de meldkamer waarover [gedaagden] in zijn brief spreekt, in tegenstelling tot de meldkamer waarop [eiseres] haar alarmsystemen heeft aangesloten, geen Particuliere Alarmcentrale betreft die aan de wettelijke vereisten voldoet en bevoegd is meldingen te doen bij de politie, alsmede dat het bij de berichten van de meldkamer van [gedaagden] ook niet gaat om berichten aan de politie, maar aan de klant. [gedaagden] stelt zich op het standpunt dat niet aan de vereisten uit het arrest Boogaard/Vesta is voldaan en dat de door [gedaagden] verzonden brief een neutrale eenmalige kennisgeving betreft die rechtmatig is.
4.5. Voor het beantwoorden van de vraag of in casu sprake is van onrechtmatige concurrentie is allereerst van belang dat partijen, zoals aangegeven, voormalige zakenpartners zijn en dat [eiseres] een bedrag van € 100.000,00 aan [gedaagden] heeft betaald voor de overdracht van de aandelen. Ter zitting is gebleken dat een belangrijk deel van de activa van [eiseres] ten tijde van de aandelenoverdracht bestond uit het klantenbestand en de goodwill en met de betreffende betaling heeft [eiseres] dus een aanmerkelijk bedrag voor dit klantenbestand betaald om zo het recht te verwerven met deze klanten verder te gaan. Met een bonafide naleving van de strekking van deze overeenkomst verdraagt zich niet dat [gedaagden] direct na het verstrijken van de duur van het relatiebeding de klanten van [eiseres] actief per brief gaat benaderen om te proberen hen over te halen klant bij hem te worden.

4.6.

De [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat de brief aan zo’n 100 klanten van [eiseres] is verstuurd. Afgezet tegen het totaal aantal relaties dat vermeld stond op de lijst die als bijlage 1 bij de koopovereenkomst was gevoegd, zijnde volgens de onbetwiste stelling van [eiseressen] zo’n 500 à 600, betreft dit een substantieel deel van het klantenbestand van [eiseres] en is dus sprake van het stelselmatig benaderen van relaties van [eiseres] . Aannemelijk is ook dat het versturen van deze brief geschikt is om het duurzaam debiet van [eiseres] , dat [gedaagden] heeft mee helpen opbouwen, af te breken. De [gedaagde] probeert immers met zijn brief ten koste van [eiseres] nieuwe klanten binnen te halen en aannemelijk is dat deze klanten zich voor langere tijd aan [eiseres] hadden verbonden. Ter zitting is gebleken dat de brief ook heeft gewerkt: achttien klanten van [eiseres] hebben opgezegd en [gedaagden] heeft ongeveer evenveel klanten van [eiseres] erbij gekregen. [gedaagden] heeft ook gebruik gemaakt van gegevens die hij van [eiseres] ter beschikking kreeg. Niet alleen heeft [gedaagden] gebruik gemaakt van de lijst met relaties die als bijlage bij de koopovereenkomst was gevoegd, ook heeft hij, zo is ter zitting gebleken, gebruik gemaakt van een back-up van het klantenbestand van [eiseres] dat hij nog tot zijn beschikking had. Dat de [gedaagde] de brief slechts zou hebben gezonden aan relaties die hij in 2009 zelf in [eiseres] heeft ingebracht, maakt het voorgaande niet anders.

4.7.

Voor wat betreft de inhoud van de brief geldt dat deze ook enigszins misleidend is. De stelling in deze brief dat een meldkamer in geval van particuliere alarmaansluitingen vaak alleen als doorgeefluik fungeert zou op zich nog wel juist kunnen zijn, maar voor wat betreft de zin “Zelf hebt u wellicht aan den lijve ondervonden dat de meldkamer nooit contact opneemt met de politie” is het de vraag of deze niet een verkeerd beeld geeft en of deze wel juist is. Tussen partijen staat immers vast dat een particuliere alarmcentrale alleen in geval van een geverifieerd alarm contact mag opnemen met de politie en volgens [eiseressen] gebeurt dit in een dergelijk geval ook altijd. De [gedaagde] suggereert met de betreffende zin bovendien dat de meldkamers waarop de alarmsystemen van [eiseres] zijn aangesloten tekortschieten in hun dienstverlening en dat klanten dus niet veel profijt hebben van de producten van [eiseres] . Daarnaast geldt dat de vergelijking die de [gedaagde] in de brief maakt tussen zijn systeem en de alarmsystemen van [eiseres] ook een verkeerd beeld geeft, aangezien het systeem van de [gedaagde] niet inhoudt dat er wel altijd contact met de politie wordt opgenomen, terwijl dat door de tegenstelling die in de brief besloten ligt, wel wordt gesuggereerd.

4.8.

De [gedaagde] heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat zijn bedrijf in juli 2016 goed liep en dat het versturen van de brief niet nodig was om voldoende omzet te genereren.

Het staat hem vanzelfsprekend in beginsel vrij ook in die situatie nieuwe klanten te werven. Maar dat behoorde hij in de gegeven omstandigheden niet te doen door nu juist de klanten van [eiseres] waarvoor [eiseres] [gedaagden] flink had betaald direct na afloop van het relatiebeding op deze manier te gaan benaderen met gebruikmaking van gegevens van [eiseres] . Dat is gemakkelijk, maar het betaamt in de gegeven omstandigheden niet.

4.9.

Gelet op al deze omstandigheden moet het versturen van de brief door [gedaagden] naar het oordeel van de voorzieningenrechter als onrechtmatige concurrentie jegens [eiseressen] worden aangemerkt. Dat de heer [eiseressen] zich tijdens de duur van het relatiebeding negatief over de [gedaagde] zou hebben uitgelaten en hem niet meer, zoals overeengekomen zou zijn, ingehuurd zou hebben, maakt dit niet anders. De vordering van [eiseressen] onder punt 1 van het petitum van de dagvaarding zal daarom op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

4.10.

Gelet op het onrechtmatige karakter van de brief heeft [eiseressen] er belang bij duidelijkheid te verkrijgen aan welke klanten deze verstuurd is. De vordering tot het verstrekken van de lijst met relaties aan wie de [gedaagde] de brief gestuurd heeft zal daarom ook worden toegewezen.

4.11.

De vordering tot het gedurende een jaar onthouden van het doen van zaken met de door de [gedaagde] benaderde relaties wordt afgewezen. Toewijzing daarvan zou te ver gaan. Na afloop van het relatiebeding staat het [gedaagden] wel vrij zaken te doen met klanten van [eiseres] als die zich tot hem wenden. Het kan hem slechts verboden worden die klanten te benaderen op een wijze die onrechtmatig is jegens [eiseressen] , zoals in de gegeven omstandigheden.

4.12.

De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd op de wijze zoals hierna vermeld staat.

4.13.

[gedaagden] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseressen] worden begroot op:

- dagvaarding € 77,75

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.512,75

5 De beslissing


De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt [gedaagden] om de relaties van [eiseressen] die voorkomen op bijlage 1 bij de overeenkomst tot koop en verkoop van de aandelen in [eiseres] van 4 juli 2014 telefonisch, schriftelijk of op welke andere wijze dan ook actief te benaderen met de bedoeling hen over te halen om bij hem klant te worden,

5.2.

veroordeelt [gedaagden] om binnen een week na betekening van dit vonnis aan [eiseressen] een lijst te verstrekken van alle relaties voorkomende op de betreffende bijlage aan wie de [gedaagde] de brief gestuurd heeft,

5.3.

veroordeelt [gedaagden] om aan [eiseressen] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere keer dat hij het in 5.1 genoemde verbod overtreedt en van € 1.000,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.2 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van in totaal € 200.000,00 is bereikt,

5.4.

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseressen] tot op heden begroot op € 1.512,75,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2016.

Coll. MD