Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:5748

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-10-2016
Datum publicatie
28-10-2016
Zaaknummer
05/982018-14 en 05/987049-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In onderzoek Luipaard heeft de rechtbank 10 personen veroordeeld voor illegale vuurwerkhandel. De twee hoofdverdachten in dit onderzoek krijgen een gevangenisstraf van 30 maanden. De anderen krijgen een kortere gevangenisstraf of een voorwaardelijke gevangenisstraf met een werkstraf daarnaast. Het verschil in de straf is afhankelijk van de rol die zij hebben gespeeld bij de handel. Voor de twee hoofdverdachten vindt de rechtbank de rol zelfs zodanig groot, dat zij zijn veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie. Het gaat dan om het op grote schaal aankopen, transporteren, opslaan en verkopen van vuurwerk. Hierin gaan enorme bedragen om, denk aan tonnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/982018-14 en 05/987049-15

Datum uitspraak : 21 oktober 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige economische kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het Functioneel Parket Zwolle

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] , wonende te [adres 1] , [woonplaats] .

Raadslieden: mr. D.M. Rupert, werkzaam bij Loth Rupert De Boer Advocaten, advocaat te Amsterdam en mr. R. Meester, werkzaam bij Meester Advocaten te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 oktober 2016, 30 september 2016, 28 september 2016, 29 oktober 2015, 30 juli 2015, 3 juni 2015 en 19 maart 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

1.1

Ten aanzien van parketnummer 05/987049-15

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 9 december 2014, te Lunteren, in de gemeente Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 1360 lawinevuurpijlen (artikelnummer R4006), althans een aantal lawinevuurpijlen (artikelnummer R4006) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.1.1.1 en 4.1.1.2) en/of

- 1540 vlinders (artikelnummer 3V2002), althans een aantal vlinders (artikelnummer 3V2002) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.1.2.1 en 4.1.2.2) en/of

- 46.800 nitraten (artikelnummer 410-903), althans een aantal nitraten (artikelnummer 410-903) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.2) en/of

- 97 Chinese rollen (artikelnummer T809), althans een aantal Chinese rollen (artikelnummer T809) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.2), voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 5 november 2014, in de gemeente Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 600 vlinders (artikelnummer 3V2002), althans een aantal vlinders (artikelnummer BV2002) (zie map 5, bijlage 4, blz 24 en 25) en/of

- 1 flowerbed (artikelnummer TXB200) (Zie map 5, bijlage 4, blz 32 en 33)

voorhanden heeft gehad;

1.2

Ten aanzien van parketnummer 05/982018-14

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 november 2014, in de gemeente Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 10 lawinevuurpijlen, althans een aantal lawinevuurpijlen en/of

- 1 flowerbed en/of

- 1 Chinese rol,

voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 oktober 2014, te lunteren, in de gemeente Ede, althans in Nederland, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten:

- 53 Mac lights 1101 type light flashlight (plus), althans een aantal Mac lights 1101 type light flashlight (plus), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 30 november 2014, in de gemeente Nunspeet (A) en/of de gemeente Harderwijk (B), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

A - 100 Chinese rollen, althans een aantal Chinese rollen en/of,

B - 40 Chinese rollen, althans een aantal Chinese rollen,

voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 9 december 2014, in Nederland, heeft opgericht en/of leiding heeft gegeven en/of heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het tezamen en in vereniging opzettelijk, binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of opslaan en/of voorhanden hebben en/of aan (een) ander(en) ter beschikking stellen, van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

2.1

Algemene overweging over het bewijs van vuurwerkdelicten

In het kader van het Luipaard-onderzoek is op verschillende plaatsen vuurwerk in beslag genomen. Bij de verdachten in dit onderzoek is dit tenlastegelegd als “het voorhanden hebben en/of ter beschikking stellen en/of opslaan en/of binnen het grondgebied brengen van professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik” (art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit).

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, zal telkens uit de bewijsmiddelen moeten volgen dat:

• het betreffende vuurwerk “professioneel vuurwerk” is en;

• bestemd is voor particulier gebruik.

In antwoord op door de verdediging in het Luipaard-onderzoek gevoerde verweren zal de rechtbank voorafgaand op de bespreking van de bewijsmiddelen, in alle strafzaken enkele algemene overwegingen weiden aan de indeling van de verschillende soorten vuurwerk en de eisen die te stellen zijn aan de bewezenverklaring van de bestanddelen “professioneel vuurwerk” en “bestemd is voor particulier gebruik”. De verkoop en levering van professioneel vuurwerk aan particulieren zal de rechtbank ook kort aangeven als de handel in illegaal vuurwerk of de illegale vuurwerkhandel.

De indeling van vuurwerk

In het Luipaard dossier is vuurwerk op 3 verschillen manieren ingedeeld te weten:

1. classificatie in gevarenklassen volgens het ADR,

2. de indeling in lijsten volgens de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten,

3. de indeling naar de bestemming van het vuurwerk volgens het vuurwerkbesluit.

Ad. 1. Classificatie in gevarenklassen volgens het ADR

Het ADR is -kort weergegeven- een Europees verdrag met regels voor het internationaal transport van gevaarlijke stoffen, waaronder explosieve stoffen. In dit verdrag wordt een classificatie van ontplofbare stoffen voorgeschreven. Deze classificatie geldt ook voor vuurwerk en moet door de fabrikant op de transportverpakkingen van vuurwerk worden vermeld. Op vuurwerkverpakkingen komen de volgende classificaties voor: 1.1 gevaar voor massa-explosie (als één verpakkingseenheid ontploft, dan ontploft nagenoeg de gehele lading onder inwerking van de schokgolf in één keer mee); 1.3 Gevaar voor brand, maar weinig gevaar voor scherfwerking en drukwerking; en 1.4 gering gevaar voor ontploffing. De ADR-classificaties geeft dus het gevaar aan dat kan optreden tijdens transport en opslag van vuurwerk. Vuurwerk dat volgens het ADR geclassificeerd is in de hoogste gevaarklassen, zal waarschijnlijk geen vuurwerk zijn dat ter beschikking gesteld mag worden aan particulieren. De ADR-classificatie is echter niet doorslaggevend voor de vraag of bewezen kan worden dat sprake is van professioneel vuurwerk. In en krachtens het Vuurwerkbesluit worden immers andere criteria gehanteerd. Wel kan het gevaar tijdens transport en opslag, dus het gevaar voor de omgeving, van belang zijn voor de strafmaat.

Ad. 2. Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten

In deze regeling worden vuurwerkdelicten, onder meer op basis van de mate van gevaarzetting van het betreffende vuurwerk, ingedeeld in de lijsten I t/m IV. Aan de hand van de hoeveelheid vuurwerk en de tenlastegelegde gedraging kan de strafeis vervolgens worden bepaald. Hoewel deze richtlijn bestemd is voor het bepalen van de eis bij overtreding van het Vuurwerkbesluit kan enkel op basis van de indeling in één van de vierlijsten niet worden bepaald of sprake is van professioneel vuurwerk. Deze richtlijn is bedoeld als “gereedschap” waarvan de officier van justitie gebruik kan maken bij de vervolgingsbeslissing en de bepaling van de eis.

Ad. 3. Het Vuurwerkbesluit:

In en krachtens het Vuurwerkbesluit wordt (nadere) regelgeving gegeven voor onder andere het vervoer, de opslag, het bewerken, de verkoop en het afsteken van vuurwerk. Het vuurwerkbesluit onderscheidt in artikel 1.1.1 vier soorten vuurwerk, te weten: consumentenvuurwerk; fop- en schertsvuurwerk (een subcategorie consumentenvuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 of als fop- en schertsvuurwerk is aangewezen); professioneel vuurwerk en theatervuurwerk.

In artikel 1A.1.3 lid 3 sub a van het Vuurwerkbesluit wordt vuurwerk op grond van de mate van gevaarzetting en het geluidsniveau ingedeeld in de categorieën 1 t/m 4 (Thans F1 t/m F4). Uit artikel 1.1.1 van het vuurwerkbesluit volgt dat het gevaarlijkste vuurwerk, categorie 4, altijd professioneel vuurwerk is. Het minst gevaarlijke vuurwerk, categorie 1, is altijd consumentenvuurwerk, vuurwerk voor particulier gebruik. Bij vuurwerk dat is ingedeeld in de categorieën 2 en 3 wordt aan de hand van de aard, samenstelling, constructie en eigenschappen van het vuurwerk bepaald of het ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik (Art. 2.1.1 Vuurwerkbesluit). Dit is geregeld in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (RACT). De regeling gold in deze vorm vanaf 5 oktober 2012 tot 24 december 2015.

Het bewijs van het bestanddeel “bestemd voor particulier gebruik”:

Hierover kan de rechtbank kort zijn. Uit lid 7 van artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit volgt dat voor de vraag of vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik, de feitelijke bestemming van het vuurwerk bepalend is. Ook professioneel vuurwerk is bestemd voor particulier gebruik als het vuurwerk feitelijk is bestemd voor de verkoop en/of levering en/of afsteken door een particulier of bij een particulier wordt aangetroffen. Uit lid 4 van art. 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit volgt -kort weergegeven- dat iedere (rechts)persoon die geen vergunning heeft voor de opslag, het herverpakken, bewerken en het afsteken van vuurwerk een particulier is.

In het Luipaard-onderzoek is vuurwerk aangetroffen in een voor opslag gebruikte vrachtwagen en in boerenschuren zonder dat uit het dossier blijkt dat het in beslaggenomen vuurwerk daadwerkelijk verkocht en geleverd werd aan particulieren. Alleen al uit de aard van deze opslag volgt dat het vuurwerk was niet opgeslagen in een inrichting waar consumenten-, professioneel of theatervuurwerk mag worden opgeslagen, als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1. en 3A.2.1 van het vuurwerkbesluit. Het vuurwerk was dus opgeslagen bij een particulier en dus bestemd was voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 4 van het Vuurwerkbesluit.

Het bewijs van het bestanddeel “professioneel vuurwerk”

Vuurwerk kan worden ingedeeld in drie groepen, te weten consumentenvuurwerk dat wel en theater- en professioneel vuurwerk dat niet is bestemd voor particulier gebruik. De rechtbank merkt als eerste op dat voor het bewijs van het bestanddeel “professioneel vuurwerk” voldoende is dat uit de bewijsmiddelen volgt dat sprake is van professioneel vuurwerk als bedoeld in het vuurwerkbesluit. Classificaties van het vuurwerk met andere doeleinden, de ADR en de richtlijn Strafvordering, zijn niet van belang.

Aangevoerd is dat niet is gehandeld conform de “Aanwijzing handhaving vuurwerkregelgeving. Op grond van lid 4 van art. 130 van de Wet RO is het College van procureurs-generaal bevoegd tot het geven van algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie. De “Aanwijzing handhaving vuurwerkregelgeving” waar door de verdediging naar wordt verwezen, richtte zich tot de hoofden van de parketten en was van kracht van 1 november 2005 tot 1 november 2009. Deze aanwijzing is dus om meerdere redenen geen algemeen verbindend voorschrift waar de rechter bij de selectie en waardering van het bewijs rekening mee zou moeten houden.

Door de verdediging van verschillende verdachten in het Luipaardonderzoek is -kort weergegeven- aangevoerd dat (meer) concreet en/of specifiek (deskundigen) onderzoek had moeten plaatsvinden aan al het inbeslaggenomen vuurwerk. De rechtbank begrijpt dat de verdediging zich op het standpunt stelt dat om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, telkens door onderzoek van het vuurwerk bijvoorbeeld de samenstelling en hoeveelheid van de pyrotechnische stof en het aantal compartimenten had moeten worden vastgesteld.

In het Luipaard-onderzoek heeft bij het onderzoek naar de vraag of sprake is van “professioneel vuurwerk”, geen concreet en/of specifiek onderzoek in voormelde zin plaatsgevonden.

Verbalisanten hebben het vuurwerk onderzocht en daarbij aangegeven:

  1. of het vuurwerk is voorzien van de aanduidingen die verplicht zijn op consumentenvuurwerk als bedoeld in art. 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit (onder meer: Geschikt voor particulier gebruik en een aanduiding van de categorie)

  2. of het vuurwerk op grond van uiterlijk waarneembare kenmerken en gegevens overeenkomt met vuurwerk waarover een standaard deskundigenverklaringen door het NFI is opgesteld.

Ad 1. Classificatie op grond van uiterlijke kenmerken en gegevens.

In het Vuurwerkbesluit is in de artikelen 2.1.3, 3.1.1. en 3A.1.1 is bepaald dat vuurwerk voorzien moet zijn van de aanduiding “Geschikt voor particulier gebruik” dan wel “Niet geschikt voor particulier gebruik” en van de categorie waartoe het vuurwerk behoort als bedoeld in artikel 1A.1.3. (zie hiervoor). In artikel 5.3.5 is een overgangsbepaling opgenomen, waarin een omschrijving wordt gegeven wat mede onder professioneel vuurwerk wordt verstaan. In het tweede lid, aanhef en onder b, is het volgende bepaald:

“Tot en met 3 juli 2017 wordt onder professioneel vuurwerk mede verstaan vuurwerk dat niet behoort tot categorie 1, 2 of 3 en wel behoort tot:

a. (…),

b. vuurwerk bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2, zevende lid of”

c. vuurwerk waarvan de bestemming niet kan worden vastgesteld.

Vuurwerk waarop geen categorie is vermeld en bestemd is voor particulier gebruik, wordt op grond van het tweede lid van art. 5.3.5 van het Vuurwerkbesluit geclassificeerd als professioneel vuurwerk. Dit geldt ook voor vuurwerk waarvan de bestemming niet kan worden vastgesteld, dus waarop niet staat vermeld of het vuurwerk bestemd is voor particulier of professioneel gebruik.

Iedere opsporingsambtenaar kan vaststellen of het vuurwerk op grond van deze bepalingen geclassificeerd moet worden als professioneel vuurwerk. Hiervoor is geen specifieke kennis of een deskundigenrapport nodig. De tekst van het tweede lid van artikel 5.3.5 geldt vanaf 4 juli 2010.

Ad 2. De standaard deskundigenverklaringen van het NFI

In het dossier wordt voor met name het zwaardere vuurwerk (lijst III Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten) verwezen naar standaard deskundigenverklaringen van het NFI. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over het bewijs van het bestanddeel “professioneel vuurwerk” op grond van aanduidingen op (de verpakking van) het vuurwerk, heeft de rechtbank deze NFI-rapporten niet voor het bewijs gebruikt. Daarom zal de rechtbank niet op dit verweer ingaan.

Hetgeen overigens namens verdachte is aangevoerd ter ondersteuning van de bewijsverweren, vindt voor zover de rechtbank hierna niet op het verweer ingaat - weerlegging in de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen dan wel behoeft, wegens onvoldoende onderbouwing, geen bespreking.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn ook overigens geen feiten en/of omstandigheden naar voren gekomen die zouden moeten leiden tot andere oordelen dan hiervoor gegeven.

2.2

Feit 1, parketnummer 05/987049-15

Bewijsuitsluiting verklaring [medeverdachte 1] ?

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de door [medeverdachte 1] afgelegde verklaring, inhoudende dat het vuurwerk dat bij hem thuis in de schuur opgeslagen lag van verdachte is, onbetrouwbaar is, nu [medeverdachte 1] deze verklaring pas heeft afgelegd nadat hij meerdere malen suggestief is ondervraagd waarbij ook meerdere malen de naam van verdachte is genoemd.

De rechtbank heeft – anders dan de verdediging betoogt – geen aanleiding om te veronderstellen dat bij de verhoren van [medeverdachte 1] onoorbare technieken zijn gebruikt en dat hierdoor de afgelegde verklaringen, die zowel voor zichzelf als voor verdachte belastend zijn, onbetrouwbaar zouden zijn. De rechtbank heeft ook overigens geen aanwijzingen dat [medeverdachte 1] zou zijn beïnvloed en gestuurd door de verhorende verbalisanten, zodat zij – evenmin als de verdediging - aanleiding heeft gezien om de betreffende verbalisanten ambtshalve hierover te (doen) ondervragen. De rechtbank zal de door [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen daarom bezigen voor het bewijs.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 9 december 2014 zijn bij een doorzoeking op het perceel [adres 2] te Lunteren in de woning en in de bijbehorende deel in totaal 2 dozen vuurwerk en 3 dozen met vuurpijlen aangetroffen. Daarnaast is in een veldschuur, die is gelegen achter de woning, een metalen zeecontainer aangetroffen. In deze zeecontainer bevonden zich – onder meer – dozen vuurwerk met een totaalgewicht van 3273 kg (bruto).2 [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) is eigenaar en gebruiker van het perceel en van de daarop staande woning en schuren.3 [medeverdachte 1] had geen vergunning voor het opslaan van vuurwerk had en wist dat het illegaal vuurwerk betrof.4

Het vuurwerk dat op 9 december 2014 is aangetroffen op het perceel [adres 2] te Lunteren is op diezelfde dag inbeslaggenomen en met één vervoermiddel afgevoerd vanaf het perceel. Van het inbeslaggenomen vuurwerk zijn kennisgevingen van inbeslagneming opgemaakt, voorzien van het registratienummer PL0600-2014183416-2.5

Op 15 december 2014 heeft een verbalisant, behorend tot het team Centraal Onderzoek Vuurwerk, onderzoek gedaan naar inbeslaggenomen vuurwerk dat lag opgeslagen in de opslagbunker van de Dienst der Domeinen. De bevindingen van dit onderzoek zijn vastgelegd in een op 19 juni 2015 gedateerd proces-verbaal met vermelding van het BVH-nummer: 2014 183416. Het vuurwerk is door de verbalisant geïnventariseerd en ingedeeld in de lijsten I tot en met III van de Richtlijn Strafvordering Vuurwerkdelicten. De artikelen ingedeeld in lijst III zijn met gebruikmaking van de rapportages van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) nader uitgewerkt. De artikelen ingedeeld in lijst I en lijst II zijn niet nader uitgewerkt.6

In totaal zijn er door de verbalisant 2949 artikelen ingedeeld in lijst III, waaronder 1360 lawinepijlen, Joker, artikelnummer R4006 en 1540 Knalartikelen, vlinders, artikelnummer BV2002. 7 Daarnaast zijn er in totaal 46.900 artikelen ingedeeld in lijst II, waaronder 46.800 nitraten (artikelnummer 410-90B) en 97 Chinese rollen, Celebrationcracker, artikelnummer T809, gewicht 1302 kg.8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op basis van het aangetroffen en onderzochte vuurwerk, de weergave van het telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] alsmede de gedetailleerde verklaring van [medeverdachte 1] over het vuurwerk, zijn eigen rol en die van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging kon verdachte niet over het vuurwerk beschikken dat lag opgeslagen in de zeecontainer bij [medeverdachte 1] . Daarbij heeft de verdediging erop gewezen dat deze zeecontainer niet toegankelijk was voor verdachte en/of anderen dan [medeverdachte 1] en dat verdachte niet de beschikking had over de sleutel van de container. Dat verdachte niet kon beschikken over een grote hoeveelheid vuurwerk blijkt volgens de verdediging ook uit de omstandigheid dat verdachte niet kon ingaan op het verzoek van de pseudokoper om een grotere partij vuurwerk te leveren.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de voormelde bewijsmiddelen vast dat op 9 december 2014 in Lunteren vuurwerk is aangetroffen, bestaande uit – onder meer – 1360 lawinepijlen (Joker, artikelnummer R4006), 1540 vlinders (artikelnummer BV2002), 46.800 nitraten (artikelnummer 410-90B) en 97 Chinese rollen (artikelnummer T809). Ten aanzien van de door de verdediging gevoerde verweren, overweegt de rechtbank als volgt.

Professioneel vuurwerk?

Gelet op het voorgaande, gaat de rechtbank uit van de juistheid van het onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk door het team Centraal Onderzoek Vuurwerk. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om daar anderszins over te oordelen. De rechtbank ziet dan ook geen noodzaak om over te gaan tot het horen van (een) deskundige(n) en wijst daarom het daartoe strekkende verzoek van verdediging af.

De lawinepijlen Joker en/of binnenverpakkingen waren niet voorzien van de vermelding ‘geschikt voor particulier gebruik’ respectievelijk ‘niet geschikt voor particulier gebruik’. Ook de knalartikelen vlinder BV2002 en/of binnenverpakkingen waren niet voorzien van de vermelding ‘geschikt voor particulier gebruik’ respectievelijk ‘niet geschikt voor particulier gebruik’9. De lawinepijlen en vlinders zijn dus professioneel vuurwerk in de zin van het vuurwerk besluit. De lawinepijlen Joker en de Vlinders BV2002 zijn ingedeeld in de transportgevaarklasse 1.1G.10

Verbalisanten hebben op 24 november 2014 onderzoek gedaan naar Chinese rol, Celebration cracker, artikelnummer T809, 100.000 shots, netto gewicht 13 kg, ADR classificatie 1.4. Zij zagen dat uit enkele cilinders van de Chinese rol een grijze poeder lekten. Uit ervaring opgedaan door eerdere vuurwerkonderzoeken en vuurwerkopleidingen herkenden de verbalisanten als een andere lading dan het toegestane zwarte buskruit.11 Nu zowel de artikelnaam/artikelnummer, het gewicht (1302 kg gedeeld door 97 rollen is 13,42 kg bruto gewicht per rol) als de transportgevarenklasse van de onderzochte Chinese rol overeenkomen met de Chinese rollen die op 9 december 2014 onder [medeverdachte 1] in beslag zijn genomen, en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de massaproductie van vuurwerk en gaat rechtbank ervan uit dat de inbeslaggenomen Chinese rollen dezelfde samenstelling hebben als de onderzochte Chinese rol en er sprake is van professioneel vuurwerk als bedoeld in het vuurwerkbesluit.

Er is geen (nader) onderzoek gedaan naar de artikelen die zijn ingedeeld in lijst II, waaronder 46.800 nitraten (artikelnummer 410-90B). Nu ook overigens niet kan worden vastgesteld dat de nitraten dienen te worden aangemerkt als professioneel vuurwerk, als bedoeld in het vuurwerkbesluit, zal de rechtbank verdachte op dit punt vrijspreken.

Betrokkenheid van verdachte

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte hem in het voorjaar van 2014 heeft benaderd om vuurwerk op te slaan in één van zijn schuren. Tussen maart en mei 2014 is het vuurwerk gebracht en in de container geladen. Verdachte was daarbij aanwezig. [medeverdachte 1] heeft balen met zaagstel en stro voor de container gezet om de container te verstoppen. [medeverdachte 1] wist dat het illegaal vuurwerk was. Dat snapt hij wel. Volgens [medeverdachte 1] is het vuurwerk van verdachte en kwam verdachte langs als hij vuurwerk wilde ophalen. [medeverdachte 1] kreeg geen vergoeding voor de opslag, maar mocht wel namens verdachte vuurwerk verkopen. [medeverdachte 1] moest dan een bepaald bedrag aan hem afstaan.12 Volgens [medeverdachte 1] wist verdachte waar het vuurwerk lag en kon hij, mits het hek open was, het vuurwerk ook zelf pakken. Als [medeverdachte 1] weg was, zat het hek dicht.13

Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er bij [medeverdachte 1] vuurwerk opgeslagen lag en dat hij op 22 november 2014 heeft geprobeerd om bij [medeverdachte 1] vuurwerk te halen, maar dat dit niet is gelukt. Verdachte wilde dit vuurwerk verkopen en leveren aan, naar later bleek, een pseudokoper.14

Op 22 november 2014 is een telefoongesprek tussen verdachte ( [verdachte] ) en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] opgenomen en afgeluisterd, waarin het volgende naar voren komt:

[verdachte] Waar zitje?

[medeverdachte 1] Jooooh, [medeverdachte 1] .

[verdachte] Je moet een nieuwe telefoon kopen.

[medeverdachte 1] Ja, ik denk hahaha. ik heb ze nu pas binnen, man. De jongens zitten aan tafel, zeggen dat jij er geweest ben, ik nou ik krijg pas om kwart voor zes ... jou dingen binnen. Maar ben je nog in de buurt?

[verdachte] Nee, ik ben naar huis gegaan.

[medeverdachte 1] Dat meen je?

[verdachte] Heh.

[medeverdachte 1] Dat meen je. Oh, anders komt ze morgen, moet je vanavond hebben of morgen?

[verdachte] Wacht even.

[verdachte] , zegt kennelijk wat legen iemand bij hem in de buurt

[medeverdachte 1] Heh, ..... Wat zeg je [verdachte] ?

[verdachte] Het Is al geregeld. (...)

[medeverdachte 1] Oh, jammer.

[verdachte] Ja, het is niet anders. Die man wou hebben .....15

Over het telefoongesprek dat [medeverdachte 1] op 22 november 2014 met verdachte heeft gevoerd, heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met verdachte had afgesproken om enkele stukken vuurwerk, zoals een bloembed, klaar te leggen, maar dat hij dat was vergeten om te doen. Verdachte was bij hem thuis geweest, maar kon toen niet bij het vuurwerk. Tijdens het telefoongesprek vertelde verdachte dat hij het al op een andere manier had geregeld.16

Verder heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 1] wat wilde verdienen, verdachte hem daarbij heeft geholpen en dat [medeverdachte 1] hem dan niet binnen twee dagen moet verlinken.17 Ter terechtzitting heeft de voorzitter tegen verdachte gezegd dat deze uitspraak als een bekentenis van zijn betrokkenheid bij deze partij vuurwerk zou kunnen worden opgevat en hem om uitleg gevraagd. Omdat uitleg van deze verklaring is uitgebleven, leest de rechtbank deze verklaring als hiervoor omschreven en ziet hierin een bevestiging van de verklaring van [medeverdachte 1] .

Naar het oordeel van de rechtbank leveren voormelde bewijsmiddelen het overtuigende bewijs dat:

  • -

    verdachte aan [medeverdachte 1] gevraagd heeft om illegaal vuurwerk voor hem op te slaan;

  • -

    verdachte bij het lossen van het illegale vuurwerk aanwezig was;

  • -

    [medeverdachte 1] illegaal vuurwerk voor verdachte klaarlegde en dat verdachte bij [medeverdachte 1] langs kwam om vuurwerk op te halen;

  • -

    verdachte het vuurwerk ook zelf kon pakken als het hek open was;

  • -

    [medeverdachte 1] ook zelf vuurwerk heeft verkocht en een deel van de opbrengst aan verdachte moest afstaan.

Omdat verdachte en [medeverdachte 1] betrokken waren bij de opslag, de verkoop en de levering van het vuurwerk, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat er sprake is van medeplegen van het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk.

Door deze bewijsmiddelen wordt ook het verweer dat verdachte geen beschikkingsmacht had over het vuurwerk weerlegd. Het verweer wordt verworpen.

2.3

Feit 2, parketnummer 05/987049-15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op basis van het aangetroffen en onderzochte vuurwerk, de verklaringen van [getuige 1] , de anonieme getuige en de medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] .

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van dit feit, aangezien volgens haar niet bewezen kan worden dat het vuurwerk dat is aangetroffen in het busje aan verdachte toebehoorde.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is – met de verdediging – van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het vuurwerk (600 vlinders en/of 1 flowerbed) dat op of omstreeks 5 november 2014 is aangetroffen in het busje, voorhanden heeft gehad, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

2.4

Ten aanzien van feit 1, parketnummer 05/982018-14
De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 22 november 2014 wordt door de politie een pseudokoper ingezet in het kader van onderzoek Luipaard naar handel in illegaal vuurwerk. De pseudokoper krijgt als opdracht zich te begeven naar de [adres 1] te Ermelo en daar contact te maken met [verdachte] om met hem afspraken te maken voor de aankoop van (illegaal) vuurwerk.18

Daar aangekomen – na telefonisch contact tussen [verdachte] en de pseudokoper en het overhandigen van een bestellijst – treft de pseudokoper omstreeks 16:30 uur onder anderen de zoon van [verdachte] , zijnde [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) en diens vriendin [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) aan. [verdachte] was er op dat moment niet. [medeverdachte 4] gaf aan dat zijn vader zo zou komen. Omstreeks 17:30 uur kwam [verdachte] aanlopen en zei dat hij nog geen vuurwerk voor de pseudokoper had omdat de man bij wie hij het zou gaan halen er niet was en dat hij ook geen contact met deze man kreeg. Hierop gaven [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] aan dat er twee andere mogelijkheden waren om aan vuurwerk te komen voor de pseudokoper. [verdachte] zei toen tegen [medeverdachte 4] dat hij “in de kantine” een rol een flowerbed en wat sierspul moest halen. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zijn daarop weggereden en kwamen later terug. Zij haalden toen een rol (100.000 knaller), een flowerbed en een aantal lawinepijlen uit hun auto. Dit vuurwerk hebben zij bij de pseudokoper in de auto gelegd.19
Het aan de pseudokoper geleverde vuurwerk is in beslag genomen en onderzocht. Het gaat daarbij om vuurpijlen, een Flowerbed en een Chinese rol. De vuurpijlen waren niet voorzien van een categorie aanduiding. Flowerbed TXB200 was niet voorzien van de aanduiding “geschikt voor particulier gebruik” en de aanduiding van de categorie. De lading van Chinese rol T809 bestond niet alleen uit zwart kruit en op de rol ontbrak de aanduiding "niet geschikt voor particulier gebruik” en de aanduiding van de categorie.20 Alle vuurwerk artikelen zijn professioneel vuurwerk dus professioneel vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit.

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat op 22 november 2014 een doos siervuurwerk, een rol en lawinepijlen zijn geleverd aan de pseudokoper. Zij heeft verklaard dat zij dit samen met een ander in de auto van de pseudokoper heeft gelegd en dat iemand anders de betaling van het vuurwerk heeft geregeld.21

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] het vuurwerk heeft gehaald voor de pseudokoper en dat zij dat samen bij hem in de auto hebben gelegd. Dit vuurwerk was volgens hem illegaal.22 Hij weet niet meer precies om welke soorten vuurwerk het ging en op welke dag het was.

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging
Door de raadsvrouw is vrijspraak bepleit. Hiertoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de pseudokoper buiten de grenzen van zijn opdracht is getreden door verdachte uit te lokken om vuurwerk te leveren. Ook had de pseudokoop geen eenmalig karakter omdat de pseudokoper meerdere keren in contact is getreden met [verdachte] . Dit levert volgens de raadsvrouw een vormverzuim op met als gevolg dat het bewijs dat middels de pseudokoop is verkregen dient te worden uitgesloten.
Voorts is aangevoerd dat verdachte uiteindelijk niet degene is geweest die de pseudokoper vuurwerk heeft geleverd.

De beoordeling door de rechtbank

Van pseudokoop is volgens artikel 126i Wetboek van Strafvordering sprake als een opsporingsambtenaar goederen afneemt van de verdachte. De bevoegdheid tot pseudokoop als bedoeld in genoemd artikel heeft in beginsel een eenmalig karakter. Daarbij mag verdachte niet worden gebracht tot andere handelingen dan waarop diens opzet tevoren was gericht, het zogeheten Tallon-criterium (zie lid 2 van genoemd artikel).

Over de gang van zaken bij de pseudokoop heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij telefonisch contact heeft gehad met de pseudokoper nadat [medeverdachte 4] de pseudokoper zijn nummer heeft gegeven. Door de pseudokoper werd hem gevraagd of hij vuurwerk kon regelen. Hij heeft aangedrongen op snelle levering omdat hij toegezegd had om voor wat vuurwerk te zorgen voor een feestje op zaterdagavond. Verdachte heeft toen gezegd dat hij iets zou proberen te regelen. Daarvoor is hij naar de heer [medeverdachte 1] gereden omdat hij wist dat hij vuurwerk had liggen. Het lukte niet om op dat moment bij [medeverdachte 1] aan vuurwerk te komen, omdat [medeverdachte 1] niet op zijn bedrijf aanwezig was. Uiteindelijk verdachte tegen [medeverdachte 4] gezegd, waar en wat voor een soort vuurwerk hij moest halen is vuurwerk geleverd dat door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] is gehaald. Eén van hen wist namelijk nog een plek waar ze aan vuurwerk zouden kunnen komen. De pseudokoper heeft voor dit vuurwerk betaald aan verdachte.23

Uit het proces-verbaal van bevindingen omtrent de pseudokoop volgt verder dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] twee locaties voorstelden om vuurwerk op te halen, waaronder “in de kantine”. [verdachte] gaf daarop aan dat ze daar maar wat op moesten gaan halen: een rol, een flowerbed en wat sierspul.24

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door de pseudokoper niet tot andere strafbare feiten is gebracht dan waarop zijn opzet van tevoren al was gericht. Weliswaar heeft de pseudokoper er op aangedrongen dat het vuurwerk vóór zaterdagavond werd geleverd. Dit ziet echter op het tijdstip van levering en niet op de vraag of de opzet van verdachte tevoren al gericht was op de levering van illegaal vuurwerk. Dat verdachte van tevoren opzet had op het verhandelen van illegaal vuurwerk blijkt uit zijn verklaring zoals afgelegd ter terechtzitting en bij de politie.

Met het eenmalige karakter van pseudokoop wordt bedoeld dat het slechts om één transactie mag gaan. Om deze transactie tot stand te brengen, mogen meerdere handelingen, in dit geval telefoontjes en bezoeken, worden verricht.
Daarom is geen sprake van een vormverzuim en wordt het verweer verworpen.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit de genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] het vuurwerk aan de pseudokoper heeft geleverd. Dat verdachte dit vuurwerk niet zelf heeft opgehaald en bij de pseudokoper in de auto heeft gelegd doet daar niet aan af. Verdachte heeft immers eerst een poging gedaan om zelf aan het vuurwerk te komen. Daarna heeft hij goedkeuring gegeven aan het idee van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] om ergens anders vuurwerk te regelen, hen gezegd waar zij het moesten gaan halen en wat voor vuurwerk ze dan mee moesten brengen. Vervolgens heeft hij de betaling van de pseudokoper in ontvangst genomen. Naar oordeel van de rechtbank volgt uit deze omstandigheden een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zodat zij voor elkaars feitelijke handelingen verantwoordelijk worden gehouden. Het verweer wordt derhalve verworpen.
Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een particulier.

2.5

Ten aanzien van feit 3, parketnummer 05/982018-14

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 9 december 2014 zijn bij een doorzoeking op het perceel [adres 2] te Lunteren in een zeecontainer, die zich bevond in een schuur naast de woning, - onder meer – 53 Mac lights, verpakt in zwarte doosjes met het opschrift 1101 TYPE LIGHT FLASHLIGHT (PLUS), aangetroffen.25 Deze voorwerpen zijn op dezelfde dag inbeslaggenomen.26 In dezelfde container lag een partij vuurwerk opgeslagen.27 Dit vuurwerk is ook op 9 december 2014 inbeslaggenomen en voorzien van het (BVH) registratienummer PL0600-2014183416.28

[medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) is eigenaar en gebruiker van het perceel en van de daarop staande woning en schuren.29

Op 5 januari 2015 hebben verbalisanten, werkzaam bij de Unit Forensische Opsporing Elst, een onderzoek ingesteld naar de op 9 december 2014, onder de werking van de Wet Wapens en Munitie vallende, aangetroffen en inbeslaggenomen voorwerpen. De inbeslaggenomen voorwerpen zijn in het onderzoek voorzien van het dossiernummer PL06 2014183416. Uit het onderzoek komt naar voren dat de voorwerpen wapens betreffen, waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht. Daarnaast is vastgesteld dat de voorwerpen geen medische hulpmiddelen betreffen. Geconcludeerd is dat deze stroomstootwapens wapens zijn als bedoeld in artikel 2, lid 1, categorie II, onder 5° van de Wet Wapens en Munitie.30

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op basis van de aangetroffen en onderzochte stroomstootwapens, de weergave van het telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] alsmede de verklaring van [medeverdachte 1] over de (herkomst van) de stroomstootwapens, zijn eigen rol en die van verdachte. Uit voormelde bewijsmiddelen blijkt volgens de officier van justitie de betrokkenheid van verdachte bij de illegale opslag bij [medeverdachte 1] .

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging wordt de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij deze stroomstootwapens heeft gekocht van verdachte, niet ondersteund door andere bewijsmiddelen, zodat in dit geval niet is voldaan aan het bewijsminimum. Voorts heeft de verdediging erop gewezen dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de eigenaar is van deze stroomstootwapens. Daarnaast heeft de verdediging erop gewezen dat de stroomstootwapens waren opgeslagen in de zeecontainer op het erf van [medeverdachte 1] en dat deze zeecontainer niet toegankelijk was voor verdachte en/of anderen dan [medeverdachte 1] . Hierdoor bevonden de stroomstootwapens zich in ieder geval niet in de machtssfeer van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de voormelde bewijsmiddelen vast dat op 9 december 2014 op het perceel van [medeverdachte 1] in Lunteren stroomstootwapens (53 Mac lights 1101 type light flashlight (plus)) zijn aangetroffen en dat deze stroomstootwapens wapens zijn als bedoeld in artikel 2, lid 1, categorie II, onder 5° van de Wet Wapens en Munitie.

Verdachte wordt verweten dat hij deze wapens in de periode 1 juni 2014 tot en met 31 oktober 2014 voorhanden heeft gehad. De rechtbank neemt bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, het navolgende in aanmerking.

[medeverdachte 1] heeft op 15 december 2014 verklaard dat hij de stroomstootwapens van verdachte heeft gekocht voor ongeveer 1500 euro en dat hij ze een paar maanden, of mogelijk langer, in zijn bezit heeft.31 Toen verdachte tijdens het verhoor werd geconfronteerd met deze verklaring van [medeverdachte 1] , heeft verdachte verklaard: “Deze transactie is 1 op 1 gegaan. Dus zijn woord tegen mijn woord. Op de vraag of verdachte deze stroomstootwapens heeft geleverd aan [medeverdachte 1] heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen.32 Ter terechtzitting heeft de voorzitter tegen verdachte gezegd dat deze uitspraak zou kunnen worden opgevat als een bekentenis van zijn levering van de Stroomstootwapens aan [medeverdachte 1] . Verdachte is om uitleg gevraagd. Omdat uitleg van deze verklaring is uitgebleven, leest de rechtbank deze verklaring als hiervoor omschreven en ziet hierin een bevestiging van de verklaring van [medeverdachte 1] .

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] , gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de stroomstootwapens in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 oktober 2014 heeft geleverd aan [medeverdachte 1] en dat verdachte in deze periode de wapens voorhanden heeft gehad. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat de stroomstootwapens zijn aangetroffen in dezelfde container als waar een partij vuurwerk, waarvan de rechtbank reeds hiervoor heeft geoordeeld dat verdachte hierover de beschikking heeft gehad, is aangetroffen.

Gelet op het vorenstaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een wapen van categorie II onder 5°.

2.6

Ten aanzien van feit 4, parketnummer 05/982018-14

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit omdat volgens haar een beroep kan worden gedaan op de Vidgen-jurisprudentie. Hiertoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] door de verdediging niet kan worden getoetst omdat hij zich bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Zijn verklaring dient derhalve volgens de raadsvrouw uitgesloten te worden van het bewijs.

De beoordeling door de rechtbank

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5]

[medeverdachte 5] heeft bij de politie een verklaring afgelegd inhoudende dat Willem [verdachte] bij hem kwam met een oudere man. Kort voor de jaarwisseling van 2013-2014 heeft hij vuurwerk gekocht van die oudere man. Dit vuurwerk, 100 rollen, is hem geleverd aan de [adres 3] te Nunspeet. Achteraf, na de verkoop, zou hij de oudere man

€ 65,00 per rol betalen. [medeverdachte 5] heeft de rollen verkocht aan mensen uit Amsterdam, maar heeft van hen nooit geld heeft gekregen, zodat hij de oudere man niet kon betalen voor de 100 geleverde rollen. [medeverdachte 5] heeft verder verklaard dat hij in september of oktober 2014 heeft gesproken met Willem [verdachte] en vertelde dat hij de rollen was kwijtgeraakt zonder dat er voor betaald was en dat hij toen begreep dat Willem [verdachte] en de oudere man samen handelden in vuurwerk. Omdat Willem [verdachte] interesse had in de Mercedes met het Duitse kenteken [nummer 1] van [medeverdachte 5] , zag [medeverdachte 5] een mogelijkheid om zijn schuld, ontstaan uit de aankoop van de 100 rollen aan de oudere man, in te lossen. [medeverdachte 5] is toen met Willem [verdachte] overeengekomen dat hij hem de Mercedes zou leveren in ruil voor nogmaals 100 rollen. Zijn schuld aan de oudere man zou hiermee ook zijn betaald. Van die laatste 100 rollen zijn er uiteindelijk maar 40 geleverd aan [medeverdachte 5] , bij hem thuis aan de [adres 4] te Harderwijk.33 [medeverdachte 5] heeft in een foto van verdachte [medeverdachte 6] de oudere man herkend waarover hij verklaart. Tevens herkent hij verdachte Willem [verdachte]34 Ter terechtzitting van 28 september 2016 bevestigt verdachte [medeverdachte 5] zijn verklaring zoals afgelegd bij de politie.35

Opnamen vertrouwelijke communicatie [medeverdachte 6]

Van verdachte [medeverdachte 4] [medeverdachte 6] is in het kader van het Luipaardonderzoek vertrouwelijke communicatie opgenomen in zijn auto (Volkswagen Caddy met kenteken [nummer 2] ). Hieruit volgen de volgende gesprekken op de aangegeven data en tijdstippen:

Datum: 24-10-2014, 9:03:00, Caddy [nummer 2]
[naam 1] : En van wie is die auto dan
[medeverdachte 4] : Van opa!
[naam 1] : Deze .. Mercedes?
[medeverdachte 4] : Jaaah
[naam 1] : Waar komt die vandaan?
[medeverdachte 4] : Ja, das een Duitser.
[naam 1] : een Duitse? 36

Datum, 27-10-2014, 17:37, Caddy [nummer 2]
[medeverdachte 6] Hij komt bij die [medeverdachte 5] (fon) vandaan, die moest van vorig jaar nog betalen, weetje niet. Hij moest nog vuurwerk betalen.
(…)
[medeverdachte 6] En heeft euh, heeft [verdachte] , hij wou toch wel weer handel hebben, toen had die, die Mercedes gegeven. Hij zegt, van wat er vorig jaar blijven zitten is.
[naam 2] Ja.
[medeverdachte 6] Nou, dat heeft [verdachte] , en 100 rollen, moest hij er bij hebben. 37

Datum: 20-11-2014, 20:59, Caddy [nummer 2]
[medeverdachte 6] = [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 6] )
[naam 3] = [naam 3] ( [naam 29] )

(...) [naam 3] Hier heb je die Mercedes staan?
[medeverdachte 6] Ja, die is van [verdachte] en mij samen. (…)
[medeverdachte 6] Maar, ha ha, van die [medeverdachte 5] (fon). Ik zei tegen [verdachte] , man, euh [naam 3] we hadden 13 en een half duizend te goed van hem. Nou zei [verdachte] , ik heb hem nog 100 rollen daar aan bij gedaan. (...) 38

Datum: 25-11-2014, 14:09:00, Caddy [nummer 2]
[medeverdachte 4] ( [medeverdachte 6] ) en [verdachte] ( [medeverdachte 6] ) zijn, kennelijk, de inzittende van de Caddy.

[medeverdachte 6] Je moet nog naar [naam 4] toe
[verdachte] Ja,
[medeverdachte 6] Dat kan nog makkelijk
[verdachte] Makkelijk. Daar heb ik de Mercedes staan. Komen veel buitenlanders, denk je niet. 39

Datum: 30-11-2014,15:51:20, Caddy [nummer 2]
(…) [verdachte] zegt: 'je moet kijken naar [naam 4] internet, daar is foto van mijn Mercedes, mooie foto.
NNman vraagt: wat prijs?
[verdachte] ; jij moet praten met [naam 4] . 40

De getuigenverklaring van [naam 3]
Getuige [naam 3] verklaart bij de politie dat hij in november 2014 [medeverdachte 6] sprak en dat [medeverdachte 6] hem toen een Mercedes te koop aanbood. Het ging om een zwart of antraciet gekleurde Duitse Mercedes.41

De rechtbank overweegt als volgt.
De opgenomen gesprekken van [medeverdachte 6] in de Caddy en de getuigenverklaring van [naam 3] bevestigen de gang van zaken zoals door [medeverdachte 5] beschreven: aan [medeverdachte 5] zijn in eerste instantie 100 vuurwerkrollen geleverd, die hij uiteindelijk niet aan [medeverdachte 6] en [verdachte] sr. heeft betaald. Als gevolg daarvan wordt tussen [medeverdachte 6] en [verdachte] sr. enerzijds en [medeverdachte 5] anderzijds een deal gesloten waarbij een Duitse Mercedes door [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 6] en [verdachte] sr. wordt geleverd. [medeverdachte 5] heeft daar rollen op toe gekregen. De Duitse Mercedes is vervolgens door [medeverdachte 6] te koop aangeboden. De rechtbank verwerpt dan ook het Vidgen-verweer van de verdediging. De verklaring van [medeverdachte 5] is weliswaar beslissend (decisive) voor een bewezenverklaring, maar staat niet op zichzelf (solely) nu deze wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank betrekt in haar oordeel hieromtrent tevens de omstandigheid dat verdachte zich steeds heeft onthouden van het afleggen van een verklaring, ook wanneer van hem een uitleg verlangd kon worden.

De aard van de vuurwerkrollen

[medeverdachte 5] heeft over de vuurwerkrollen verklaard dat hij wist dat het om illegaal vuurwerk ging. De vuurwerkrollen waren in kartonnen dozen geleverd en betroffen honderdduizendklappers van het merk ‘Red Dragon’. Op de kartonnen dozen waren rode opschriften gesteld in een buitenlandse taal.42

Door het opsporingsteam van onderzoek Luipaard wordt hierover geverbaliseerd. Allereerst volgt uit onderzoek dat op de adressen waar [medeverdachte 5] de vuurwerkrollen voorhanden had geen vergunning voor de opslag van vuurwerk is verleend. Het is de desbetreffende verbalisant bekend dat met de vuurwerkrollen en honderdduizendklappers Hindoerollen en Chinese rollen worden bedoeld. Van het merk ‘Red Dragon’ zijn de verbalisant geen Hindoerollen bekend. Van de door het NFI geteste Chinese rollen is slechts één rol bekend die voldoet aan de toegestane samenstelling. Lid 4 van artikel 2.1.3. van het Vuurwerkbesluit bepaalt bovendien dat de aanduiding en gegevens op het vuurwerk of de primaire verpakking in de Nederlandse taal moeten zijn gesteld.
De verbalisant concludeert op grond van het voorgaande dat de vuurwerkrollen waarover [medeverdachte 5] verklaart met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid professioneel vuurwerk betroffen.43

De rechtbank overweegt als volgt.
Gelet op het feit dat [medeverdachte 5] de vuurwerkrollen had opgeslagen terwijl hij daarvoor geen vergunning had is de rechtbank van oordeel dat de rollen voor particulier gebruik bestemd waren. De rechtbank neemt voorts de conclusie van de verbalisant over dat de Chinese rollen professioneel vuurwerk betroffen, met daarbij in ogenschouw genomen dat [medeverdachte 5] zelf al heeft verklaard dat het illegaal vuurwerk betrof. Daarbij komt dat het vuurwerk door [medeverdachte 6] en [verdachte] sr. is geleverd aan [medeverdachte 5] . [medeverdachte 6] en [verdachte] sr. zijn in het kader van het Luipaard-onderzoek - naast dit feit - verdacht van en veroordeeld voor meerdere feiten die betrekking hebben op de handel in illegaal vuurwerk.

Resumerend
De rechtbank is van oordeel dat gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 6] in 2013 en 2014 samen aan [medeverdachte 5] respectievelijk 100 Chinese rollen en 40 Chinese rollen, zijnde professioneel vuurwerk, ter beschikking hebben gesteld.
2.7 Ten aanzien van feit 6, parketnummer 05/982018-14

Inleiding

In 2010 komt verdachte [medeverdachte 6] bij justitie in beeld in het kader van een onderzoek naar handel in illegaal vuurwerk. Bij dit onderzoek werd 6000 kilo professioneel vuurwerk aangetroffen. Voor deze handel is [medeverdachte 6] ook veroordeeld44.

In een ander onderzoek (eveneens in 2010) wordt [medeverdachte 6] opnieuw genoemd als zijnde degene die diverse vuurwerktransporten zou hebben betaald. Het ging in totaal om een bedrag van meer dan € 200.000,-. Dit vuurwerk werd besteld in China en kwam via Polen Nederland binnen. [medeverdachte 6] zou degene zijn die het vuurwerk betaald had en ook het transport regelde. Hier is verder geen onderzoek naar gedaan.

In 2012, tijdens weer een ander vuurwerkonderzoek wordt opnieuw [medeverdachte 6] genoemd als het gaat om de vraag wie het vuurwerk heeft geleverd.45 In Februari 2014 start het onderzoek waar het nu om gaat: Luipaard. Tijdens onderzoek Luipaard is meer ingezoomd op een eventuele rol die verdachte [verdachte] zou hebben.

In onderzoek Luipaard zijn uiteindelijk 10 verdachten gedagvaard door het Openbaar Ministerie in verband met verdenking van - kort gezegd – betrokkenheid bij handel in illegaal vuurwerk.

Zoals hiervoor overwogen omtrent de andere 5 tenlastegelegde feiten is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] samen met een of meer anderen op diverse tijdstippen in de periode 1 oktober 2013 tot december 2014 aanzienlijke hoeveelheden illegaal vuurwerk voorhanden heeft gehad. Ook andere verdachten uit dit onderzoek zijn veroordeeld voor het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk.

Het laatste tenlastegelegde feit betreft deelname aan een criminele organisatie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt het feit wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken.

Beoordeling door de rechtbank

Criminele organisatie

In onderzoek Luipaard is verdachte [verdachte] veroordeeld voor betrokkenheid bij een grote vuurwerkopslagen, overtreding van de Wet Wapens en Munitie, een verkoop van vuurwerk en bij handel in Chinese rollen46.

De opslag betreft de opslag bij [medeverdachte 1] in 2014, daar zijn ook stroomstootwapens gevonden. De verkoop van vuurwerk betreft de verkoop in november 2014 aan een persoon die later een agent bleek te zijn. De handel in Chinese rollen, betreft het feit waarbij zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 6] betrokken zijn in 2013 en 2014. Ook zij worden bij vonnis van vandaag daarvoor veroordeeld. Handel op dergelijke schaal en over zo’n periode kan niet anders dan in goed georganiseerd verband hebben plaatsgevonden.

Deelname verdachte

Alleen al uit het feit dat in dit vonnis ten aanzien van verdachte vijf van dergelijke feiten worden bewezen, blijkt dat de handel waar verdachte zich mee bezig hield niet op zichzelf stond, maar dat hij hierbij een beduidend grotere rol had. Daarnaast gaat het hier ook om een langere periode, van oktober 2013 tot en met december 2014. Ook dat geeft aan dat de handel een meer gestructureerd karakter had, waarbij verdachte een grotere rol heeft dan slechts een pionnetje op het bord.

De rechtbank wordt nog gesterkt in deze overtuiging bij lezing van de verslagen van (OVC-) gesprekken die plaatsvonden tussen ( [medeverdachte 4] ) [medeverdachte 6] en (Willem) [verdachte] op 25 november 2014 gedurende de reis in de Caddy met het kenteken [nummer 2] , toen zij samen op weg waren naar een vuurwerkhandel in Lanaken (België)47. [naam 5] verkoopt vuurwerk en is gevestigd in [adres 5] te Lanaken. Het bedrijf is van [naam 6] .48 In deze verslagen staat onder meer het volgende:

[verdachte] = [verdachte] ( [medeverdachte 6] )

[medeverdachte 6] = [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 6] )..

[verdachte] Hij zei. ja december is de chauffeur een beetje benauwd om er mee te rijden.

[medeverdachte 6] Ja. dat zei je. ja

[verdachte] Voor dat vuurwerk en dit en dat. Maar bedoel die .... hij heeft ook tegen mij gezegd dat die elke keer een trailer vol kon kopen uit Polen ... ntv ...

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] ..... ntv ... Boot laten komen. of is dat mannetje dat altijd in Nederland rond moet rijden ....

[medeverdachte 6] ja. ja. ja.

[verdachte] Dat is even de vraag.

[medeverdachte 6] Weet je wat het is [verdachte] . vuurwerk ... ..

[verdachte] Nou zegt die man. in Polen ..... ntv .... als die een andere klant heeft.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Ja. dat heeft hij ook niet.

[medeverdachte 6] Nee.

[verdachte] Ik vind het een beetje raar dat hij het benauwd krijgt.

[medeverdachte 6] Ja. nou weetje wat het is. normaal. euh. de ene keer zijn ze benauwd dat ze. mensen rondrijden met weed.

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 6] Je wordt altijd gecontroleerd. [verdachte] .

[verdachte] Nou. daarom. ik bedoel. als je een beetje 's morgens op tijd ben. en je komt bij elkaar en dan .... Het kan ook een smoesje geweest dat hij ons zag afkomen. dat die nu niet kon leveren. 49

[medeverdachte 6] [naam 7] , die had euh, die had toch ook bij, eUh, de [naam 8] (fon) palmbomen opgeladen zei die.

[verdachte] Ja, een stuk of 12 zei [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Ik zei heeft hij ze betaald.

[medeverdachte 6] Nee, dat doet hij niet.

[verdachte] Nee, dat zou hij met [naam 9] regelen. 50

[verdachte] En dat vuurwerk dan. ja. het was, helemaal pech. hij zei ik heb 8 duizend vlinders en ... ntv ... die 8 duizend vlinders wegen niets ..... ntv ....

[medeverdachte 6] Ja. (...)

[verdachte] En toen keken. ja. toen vonden ze dat vuurwerk ..... ntv ... ja. nou. zei die jongen. je bent op de verkeerde moment op de verkeerde plek.

[medeverdachte 6] Ja. Jaaa

[verdachte] Ik zei hoe is het met dit, hiero. Ja, zegt die, ik heb een voorstel gedaan over de voorraad die er staat. Er staat voor 100 duizend euro inkoop. Hij zegt het kost nu meer want de Dollar is helemaal verkeerd. 51

[verdachte] Nou goed, ... ntv ... toen ik, het jaar ervoor had die ... ntv .... met dat vuurwerk. Ja, kon hij niet met Oud jaar leveren op het laatst toen, kleine beetjes, en euh, ja, is ook nog iemand die veel te gauw de telefoon pakt.

[medeverdachte 6] Ja, ja, ja, ja

[verdachte] Ik kwam toen, om af te rekenen, in januari, of, ja, tenminste in die tijd en toen herinnerde hele tijd, dingen herinnerde niet meer. Wat die gehad had.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Ik zeg dat heeft [naam 10] gebracht, dan moet ik het toch aan [naam 10] vragen, maar ik weet het toch echt, dat die. Toen wou ik het aan [naam 10] vragen aan wie hij het dan afgegeven had, weetje niet. [naam 10] kan toch gewoon .... ntv ...

was druk. En toen had die, ... ntv ... belde pas, belde hij op, ja die rollen dat klopte wel. Ik denk, waarom moetje nou bellen

[medeverdachte 6] Door de telefoon, he 52

[medeverdachte 6] Zei ik tegen [naam 9] ook, ik zeg moetje luisteren, Ik zeg, dus je ga voor [naam 7] , euh, palmbomen rijden? Ik zeg, dat is goed maar dan moet je met de pallets ophouden. Het is een (1) van de twee. Ik zeg, want anders, dan doe je die pallets, dan doe je het nooit goed'. Je steekt er al te weinig tijd in. 53

[verdachte] En ik was idioot dat het vuurwerk, ... en dat ik dan euh, ... het moest zo wezen dat ik ... jij geld van mij krijgt maar ik niet van jou. Weetje niet, want ooooh, dat was nog helemaal eUh, want dat doe je niet goed, want dat gaat die straks verrekenen en dit en dat. Weet je niet.

[medeverdachte 6] Ja, dat was er ook d'r voor nog.

[verdachte] Ja. Maar dat zijn de streken wat ze zelf doen.

[medeverdachte 6] Juist. 54

[verdachte] ... ntv .. die Ingang gehad. Als je dat niet hebt, ben je van andere weer afhankelijk.

[medeverdachte 6] Kun je nu al aan komen, Cobra? Ja?

[verdachte] Nee, ik zou, ik heb, ik heb helemaal geen vraag.

[medeverdachte 6] Nee.

W· En euh, ik verkoop euh, [naam 4] verkoopt ze voor 6 en een halve euro. (...)

[verdachte] [naam 11] die krijgt ze (Cobra) volgende week.

[medeverdachte 6] Krijg hij ze?

[verdachte] Nou ja, hij moet ze halen in Luik, ook in Luik en ik denk dat dat het maatje van [naam 12] is geweest.

[medeverdachte 6] Dat denk ik ja, ja, ja. .

[verdachte] Ik had eigenlijk, ... hij wou samen met mij doen. Maar dat zie ik heel niet zitten. En ik had het ook niet nodig, want ik heb, denk, die vent uit Antwerpen, weet je niet? (...)

[verdachte] ... ntv ... een (1) keer die 100 dozen, maar ja daar hoor je ook niet van, dat hindert niet. (...)

[verdachte] Hij ging ze dan het weekend halen. Ik zei, dan ga je ze kopen met ons geld, he. Nee, zei die moet je niet doen, want ik kan er ook winst van maken en moet vrijdag weer terug. Als alles goed gaat.

[medeverdachte 6] Ja, ja zo is het wel he?

[verdachte] Ja, maar zo is het ook.

[medeverdachte 6] Dat zei ik laatst tegen [naam 11] ook nog, ik zei [naam 11] , je kan nu alles kanten op. Hij zei, wat dan? Nou ja, dat, ... hij zou die 1000 euro brengen, weet je niet. Heeft die dan gedaan ook.

[verdachte] Maar ik meen dat hij 7 zou brengen in november. 55

[verdachte] [naam 13] . Hij had euh, hij kocht heel veel patronen bij ... ntv ... envuurwerk. Hij heeft nog niks opgenomen.

[medeverdachte 6] Moet nog komen

[verdachte] dat moet nog komen. Maar vanmorgen begon ik ... ntv ... over.

[medeverdachte 6] Maar, je kon ze niet kwijt zei je, d'r, euh, nog geen klanten daarvoor. Maar, wat zei [naam 7] toen, een paar weken geleden, dat euh, die [naam 14] die wou 5 dozen hebben, toen al eens een keer, maar nu had hij het over 50.

[verdachte] Wat peuken? .

[medeverdachte 6] Nee, euh Cobra.

[verdachte] Nou [naam 14] was, [naam 14] heb ik begrepen, heb ik wel gevraagd, die koopt ze zelf ook nu ... ntv ... in België.

[medeverdachte 6] Ja?

[verdachte] Ja, ook voor 6 euro.

[medeverdachte 6] Ja, daar kan je niks meer op winnen. (...)

[verdachte] Maar dan ben ik niet, dan heb ik niet, ik heb wel gevraagd aan euh, [naam 15] aan van [naam 16] of die [naam 14] nu .... ntv. .. over die Cobra's. En euh, ja hel waren verkeerde, het waren imitaties.

[medeverdachte 6] Aaaah, daar heb je het a1. (...)

[verdachte] Een rol of 40 euro he.

[medeverdachte 6] En die kon zo goedkoop kopen.

[verdachte] Ja, kon die bij die [naam 28] , of hoe heet dat, kon die laden.

[medeverdachte 6] [naam 28] .

[verdachte] Ja.

[verdachte] Hij begon over nitraten dan. Ja, hij had die 40 40 die koopt die voor 200, die kosten mij 156 euro, die oude partij ... ntv ...

[medeverdachte 6] Ja, ja ja

[verdachte] Als je die nu nieuw koop met de Dollar, dan weet ik het niet, dan zijn nog duuder, maar. (...)

[medeverdachte 6] [naam 11] wou toch al die nieuwe verpakking hebben.

[verdachte] Ja, [naam 11] heeft al wat gehad, paar dozen.

[medeverdachte 6] Dat zei die ... ntv ... al een keer, Ik maak me een beetje zorgen om. Ja, ik euh, ik zei, het klopt ook, dat had je toen ook afgesproken, die zou je contant betalen, weet je niet.

[verdachte] Ja, ja. Die 4 honderd dozen ja.

[medeverdachte 6] Ja. Ik hoop wel dat ik ze krijg zei die.

[verdachte] ... ntv ... Ja, hij heeft wel wat klantjes, hij heb wel klantjes hoor, hij, ...

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Hij heeft 10 dozen gehad. En een keer, verleden week nog een keer 19. Maar geen, maar voor de rest eigenlijk niemand. Hartstikke ... ntv ... (...)

[verdachte] Maar goed, hij zei dan, [naam 17] (fan), is ... ntv ... nitraat kocht je euh, de gewone nitraat. Ik heb die Cobra nitraat zegt die. Ik zei die heb je van [naam 18] . Ja zegt die ... , ntv ... Hij zei de Cobranitraat 2 kost 75 euro en de Cobranitraat 4, die komt op 150. Dan heb je een (1) met een goede knal. Hij zei, maar die van 75 doen het goed. (...)

[verdachte] Hij betaalde euh, wat betaalde die ... voor de vlinders, was het geen een (1) en een kwart, voor een doos van 200, of zo. Ja dat zal wel. Die prijzen die euh, ja, al jaren, steeds beroerder. Komt de prijzen wel euh, onder druk te liggen.

[medeverdachte 6] En [naam 19] , heeft die nog zo'n grote pluk aan van alle?

[verdachte] [naam 19] heeft 300 nitraten gehad.

[verdachte] Er zal iemand wat verdienen. Ik zeg, dat stinkt, dat moet je in de gaten houden. Je mag met dat vuurwerk ook wel oppassen. Ja, nou ja, goed, dat deed die dan wel. Hij moet nog 14 duizend beuren van die kamper.

[medeverdachte 6] Heh .

[verdachte] Hij moet nog 14 duizend beuren, aan vuurwerk. Heb wel wat geleverd, 80 duizend aan nitraat en wat andere ding. Die heb ik allemaal niet betaald, hij deed elke keer maar wat. En toen moest euh, toevallig verleden week [naam 4] nog 50 . . . nitraat. La Bomba.

[verdachte] En toen ben ik naar [naam 19] toegegaan. Ik zei [naam 19] , ... toen zegt [naam 20] nog tegen mij, euh, die kamper daar zijn we helemaal klaar mee. Die 300 dozen die zullen we. niet kwijtraken, die laten we staan tot volgend jaar.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Aaah, ik denk, hij is aan het mauwe.

[medeverdachte 6] En dan niet betalen. Ja, .....

[verdachte] Nee, hij kan ze nooit betalen, dat weet je natuurlijk.

[medeverdachte 6] Nee, maar hij raakt ze wel kwijt, maar die gaat hij in zijn mouw steken. 56

[verdachte] Het valt me eigenlijk op dat [naam 11] nog helemaal geen rollen gedaan.

[medeverdachte 6] Wie, geen rollen.

[verdachte] Geen ro, .. geen rollen

[medeverdachte 6] Die zal die niet van [naam 7] hebben

[verdachte] Hij zegt toen tegen mij, euh, rollen en toen zei hij, als ik er nou duizend koop, zegt die, hij moest 50 euro betalen,

[medeverdachte 6] Ja, ja, ja.

[verdachte] En dan kijkt hij. Oh zei die, dus er is niks aan te doen aan de prijzen. [naam 11] heb je het wel in de gaten. Wij brengen het bij die boer, he? (…)

[medeverdachte 6] Ja. 57

[verdachte] Jij hebt ook nooit geen problemen met [naam 6] gehad eigenlijk.

[medeverdachte 6] Nooit, nooit, nooit

[verdachte] Terwijl je toch jaren, misschien wel 10 jaar handel met hem gedaan had.

[medeverdachte 6] Ik gaf hem euh, dan kwam die in februari, zat die om geld verlegen, weetje niet.

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 6] Had die al een lijstje met wat die nog had. Ja dat ging,. ... je weet wel hoe dat ging.

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 6] Dan ging je er eerst, ... eerst had die er al een ... ntv ... vandaan. Toen zei ik, ja, [naam 6] , wil je dat nu allemaal doen. Nou ja, dan krijg nog zoveel procent extra.

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 6] Nou dan ging hij heen en dan gaf je hem een ton.

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 6] En het is altijd goed gekomen.

[verdachte] Ja, dat waren de leuke tijden, want toen met [naam 22] ook, weet je nog wel, op donderdagavond die lawinepijlen, en zo.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Die extra's zijn nu weg. Maar goed, [naam 6] heeft toen, euh, we hebben toen 50 gegeven (...)

[verdachte] Hij had alles aangekruisd wat hij mee wilde nemen, hij kon die hele auto vullen.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Was .... ntv .... half duizend, weetje niet. Ik kon heel goedkoop prijzen en leveren en geen concurrentie aan de web 58

[verdachte] Kwam er verleden week, was er een vent met een Jaguar, die, bij ons voor bij de winkel, ik was er niet. Hij heeft even met [medeverdachte 4] gepraat en over vuurwerk ja, zei [medeverdachte 4] , ja ik heb de winkel ... ntv ... hij moest speciaal vuurwerk hebben.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Hij moest speciaal vuurwerk, groot vuurwerk. Hji had hele mooie klantenkringen en euh, ja, hij had het altijd al gedaan, van een ander gehad. En euh, ja die kon niet meer, die deed niet meer omdat die vast zat of zo, ik weet niet.

[verdachte] Ja zei [medeverdachte 4] , ja, dat weet ik ook niet, dan moet je mijn vader misschien hebben, dat die wat weet. Nou hier heb je een nummer dan moet je maar even terugbellen. Nou heb ik hem teruggebeld, 's avonds, nou ik blij dat je belt zegt die.

[verdachte] Ja, ik weet niet, ... u, bent u de man van de Jaguar? Ja, ik zeg ik weet niet waarover het ging, ik wil u best spreken. Ja dat kon, hij zei, euh, kan ik morgenvroeg even langskomen, dan ben ik er om 10 uur. Ik zei, ja dat is goed.

[verdachte] En toen was hij er om 10 uur (...)

[verdachte] Ja, zegt ie, ik vind het vervelend om te zeggen, zegt ie.

[medeverdachte 6] Wat.

[verdachte] Vind vervelend om te zeggen hoe ik bij je gekomen bent. Nou zei die, Ik heb het gehoord van iemand natuurlijk en euh ... Waar kom je dan vandaan? Uit Dordrecht die kant.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Ja, hij had dure kleren aan, euh, dik horloge om. Het zegt niks. Hij zegt, nou heb je een prijslijstje. Ik zeg die heb ik wel.

[verdachte] Ik heb nog een vraag, zegt die, ik moet eigenlijk even een rol hebben, zegt ie, weet je, een grote, en een grote bloembed, want ik heb een verjaardag vrijdag, zaterdag, .. zaterdag.

[verdachte] Een (1) van mijn vrienden is, die gaat, .. euh een verjaardag, dan regel ik altijd even wat en ik heb nog niks. Ik moet dat even voor die tijd regelen. Ik zeg, ja, dat kan ik wel regelen. (...)

[verdachte] [naam 23] over gehad. Ik zeg, het is een beetje moeilijk he. Voor het zelfde geld is het er een (1) van de politie. Hij heeft wel die twee dingen opgehaald. (...)

[medeverdachte 6] Die euh ... ik, ik, ik vind het een beetje vreemd aanvoelen, toch die man. En dat geld laat die gelijk zien!

[verdachte] Ja. ja, een beetje geil te maken dat die wel kan leveren. (...)

[medeverdachte 6] En dat vind ik een beetje euh .... dat vind ik raar. Maar dat mag je best weten.

[verdachte] Ja, of die dan euh, via, euh, .. ik weet niet, ... ik zou het niet weten, (...)

[verdachte] Maar ik heb wel afgesproken met die lange, ik zeg als je nou weer komt, dan zeg ik van joh, ik zeg ook tegen die lange, ik kan tuurlijk jou, ... ntv ... , jij kan met 'm gaan praten, maar als die van de politie is, is dat niet goed.

[medeverdachte 6] Nee.

[verdachte] Jij moet buiten schot blijven. Ik, maar dan zeg ik wel van joh, ik, euh, ik heb er toch moeite mee. Als jij niet wil zeggen, hoe jij bij mij gekomen bent, door wie jou gestuurd heb ... ntv ..... Je kunt dan met die man wel overleggen, maar laat die man dan contact met mij opnemen.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] En dan zeggen, ik heb die man met die Jaguar naar je toe gestuurd. (...)

[medeverdachte 6] Omdat die met dat truukje al gelijk kwam, ik het eigenlijk een verjaardag, om je er al toe te brengen om gelijk al een paar dingen te geven. (...)

[verdachte] En ik had die deurwaarder, wat ik verleden jaar al zei, weet je niet

[medeverdachte 6] Ja

[verdachte] kwam ook weer op de dam.(…)

[verdachte] Ja, ook een beetje opdringerig. Nu heb ik wel gebeld, ik heb zijn nummer. Ik zei, jij werkt bij een incassobureau dus je moet even langskomen, want ik wil euh, een regeling treffen dat de mensen kunnen betalen, in 2015, vuurwerk. (...)

[verdachte] Hij zegt, je moet ze de helft laten betalen. Je moet ze de helft laten betalen en de andere helft moet je laten financieren,

[medeverdachte 6] Ja, ja

[verdachte] Dan heb je je geld er al uit.

[medeverdachte 6] Jaja.

[verdachte] Dus als ze voor 400 kopen, dan moeten ze 200 afrekenen, 200 kunnen ze op ... ntv ... krijgen(...).

[verdachte] Maar ik steeds een raar gevoel bij die man.

[medeverdachte 6] Ja.

[verdachte] Maar, ik heb gezegd, met die Jaguar maakt ook, ja het hoeft niks te wezen.

[medeverdachte 6] We zijn al weer in Lanaken he!

[verdachte] Ja. [adres 6] , hoe heet het? (...)

[medeverdachte 6] Maar, is goed. Dan mag hij alleen maar heel blij dat die niet geweest is, mocht ie wel komen .... , ehhh, kijk in zoverre uit niks op onze naam, wij staan nergens garant voor.

[verdachte] Hij moet gewoon betalen.

[medeverdachte 6] Dus dat die niet zegt later, van ik heb het die gekocht, euh op jullie naam, dat zouden jullie betalen, nee dat wuh gaat niet op! 59

[verdachte] Die boef he, die [naam 7] he!

[medeverdachte 6] Jaa, weetje wat ik zo misselijk van hem vind

[verdachte] Ja, dat die jouw naam gebruikt

[medeverdachte 6] Dan gaat die, .... jaaaa, want anders kan die niet binnenkomen, ik snap het wel, een beetje. (...)

[verdachte] Maar waar moet hij die negen rooit jes vandaan halen dan, als die 200 bloembedden wil halen?

[medeverdachte 6] Wie, euh, [naam 7] ? (...)

[verdachte] Ja, dan moet die toch …nvt… toegaan, toch

[medeverdachte 6] Dat kan niet. Dat kan hij niet 60

[medeverdachte 6] Daar was ik bang voor. Dat die zegt tegen [naam 6] , ik mag van [medeverdachte 4] , ik moet van [medeverdachte 4] , die dingen komen opladen hij verrekend wel met je weer. Nou, daar ga je heen he?

[verdachte] Wat een vent joh 61

[verdachte] (...) Maar ook [naam 6] is bij [naam 24] geweest he,

[medeverdachte 6] Ja?

[verdachte] Jaaaa.

[medeverdachte 6] Nou hij kan niks voor elkaar krijgen

[verdachte] Dat zei die, .. nee hij heeft het geld niet. Maar, hij heb gratis transporten. Hij hoeft het transport niet te betalen.

[medeverdachte 6] Nee.

[verdachte] Nee, maar ja hij rekent ... ntv ... vuurwerk natuurlijk. 62

[verdachte] Ik had euh, ..... ntv ... tegen [naam 24] gezegd, die ... ntv ... dingens staan. Ik wil misschien doorgaan. Nog wat doen, dus we hebben nog heel veel over.

[medeverdachte 6] Jaa.

[verdachte] Ik zei, wist ik ook niet wat er ging gebeuren natuurlijk toen nog.

[verdachte] Moeten we wachten op die vrachtwagen. 63

[medeverdachte 6] [naam 9] ........ (ntv) ....... [naam 25] had ook. Of [naam 9] dat zei of dat ik dat van een ander heb gehoord, [naam 25] had ook bij [naam 7] gehaald. Vuurwerk

[verdachte] Bij [naam 7] ja

[medeverdachte 6] Ja, ik zei tegen [naam 9] , wat heeft ie gehaald dan. Was ik nieuwsgierig naar, weet je niet

[verdachte] Ja,

[medeverdachte 6] Of ie euh, want hij heeft altijd nog die euh Vlinders en euh die van [naam 26] (fon), weet je niet

[verdachte] Ja, maar waren er ook vlinders bij, ja, waren ook nog bij

[medeverdachte 6] Ja, ja

[verdachte] Ja, ja ja. Wel een beetje he

[medeverdachte 6] Heel beetje .............. (ntv) ............ .

[verdachte] Van een hele beetje is helemaal niks meer van over(nvt) (…),

[verdachte] Of wij of niet goedkoper krijgen ......... (ntv) .......... dan tegen [naam 25] gezegd van joh, wat moet jij er voor geven, daar kan ik het ook voor leveren, gun mij het dan.

[medeverdachte 6] Zou kunnen ja, Bij [naam 7] heeft het ook geen eens zin. Al zou hij het ook van mij al hebben, daar schiet er ook niks van op.

[verdachte] Nee, maar dan om bij [naam 25] in een goed boekje te komen(…) 64

[medeverdachte 6] Want dat zei [naam 25] zo, [verdachte] mag er ook mee uitkijken. Want euh, ik zei ja man, ..... .

[verdachte] Nee, echt niet. Heb één (1) iemand van mij gehad heeft is een beetje vuurwerk in Lelystad, verleden jaar, twee jaar geleden al. Met [naam 22] , met de winkel van de kleine jong. 65

[medeverdachte 6] Dat kan je aan [naam 27] ook wel merken, zodra het niet helemaal gaat dat die gelijk zo rancuneus is, weetje, zo ik zal het wel even opknappen (ntv)

[verdachte] Het probleem kwam toen een beetje, hij had nooit in vuurwerk gehandeld.

[medeverdachte 6] Ja

[verdachte] Hij liep ons vuurwerk te leveren. Hij had helemaal geen verstand prijzen, helemaal niks. 66

[verdachte] Hoe zou het gegaan zijn als [naam 6] wel honderd bloembedjes had gehad, of vijftig. Zou die ze opgeladen hebben en dan [naam 6] meegegeven hebben, kon dat ik m dan gesproken had. Weet je niet he

[medeverdachte 6] Weet ik, dat weet ik niet. Hij kan de (ntv) dat hij denk, hij haalt ze voor [medeverdachte 4] omdat ie al direct zei, ik kom voor [medeverdachte 4]

[verdachte] Maar hij kan ook denken waarom komt [medeverdachte 4] niet zelf niet even dan

[medeverdachte 6] Klopt en waarom hebben hun wel telefonisch kontakt dan 67

[verdachte] Als die honderd meegenomen had en [naam 6] , en [naam 6] nu tegen [medeverdachte 4] euh, [naam 7] is geweest, voor jou kwam die, hij heeft er honderd meegenomen.

[medeverdachte 6] Ik had gewoon gezegd tegen, ... tegen [naam 6] , het spijt me, dat heb je niet met mijn toestemming gedaan.

[verdachte] Nee, dat begrijp ik

[medeverdachte 6] Ik vind het allemaal wel goed, iedereen kan wel op mijn naam gaan halen.

[verdachte] Dan had je naar [naam 7] kunnen gaan. [naam 7] , ik was bij [naam 6] , jij hebt die bloembedden gehaald he

(...)

[medeverdachte 6] Dat ie voor vijf euro of tientje heen en weer gaat rijden

[verdachte] Nou, honderd bloembedden maal een tientje is een rooitje 68

[verdachte] Nou, als ie had gezegd rollen, [naam 14] heeft heel veel rollen van ons , maar [naam 11] niet. Dus dan had ik met [naam 11] had ik gedacht, ja rollen had ik wel, (ntv) ... honderd schotjes had gehad, hoor

[medeverdachte 6] Wie

[verdachte] [naam 11] en [naam 14] ook

[medeverdachte 6] Ja

[verdachte] [naam 14] heeft verleden week nog tweehonderd rollen gehad. Tweehondervijftig denk ik wel. Deze week had die geen rollen (...)

[verdachte] En dan mag je ook blij zijn dat [naam 6] geen geld heeft wat als hij geld had ging hij zelf importeren bij [naam 24]

[medeverdachte 6] Ja

[verdachte] En dan had je echt last van m. 69

[medeverdachte 6] Kijk als [naam 7] , euh, ja, kontakt, [naam 7] moet je eens luisteren wat is dat wat [naam 22] heeft staan, wat (ntv) die die daar heeft staan voor [naam 7]

[verdachte] Ja, pijlen

[medeverdachte 6] Pijlen en

[verdachte] Ja, alleen pijlen, twee soorten (...)

[verdachte] Ze zijn niet duur, ze zijn misschien funfzig gram pijlen en funfzig per stuk, daar kan je niks van zeggen. (...)

[verdachte] [naam 22] heeft gewoon in de hal staan in de bunker. Als je daar bent, niet voor particulieren bestemd.

[medeverdachte 6] Elke controleur die kan dat lezen. 70

[verdachte] Of [naam 14] heeft die auto niet betaald en [naam 7] die denkt ik pak, maar dan verhuur ik niet meer, in plaats van die auto, je weet het allemaal niet he. ik was helemaal beduust. [naam 7] , wat moet [naam 7] dan met een lijste. Ja die zou het regelen. Ik zeg regelen?

Waar moet hij dat vuurwerk dan vandaan halen.

Uit apeldoorn van een kamper of zo weet ik veel.

Ja, ik weet genoeg, dan is het toch geregeld?

Nee, zegt ie want die kon ook niet leveren.

Je hebt ook geen lijstje nou [naam 9] .

[medeverdachte 6] [naam 7] die maakt hem natuurlijk wijs dat hij het goedkoper kan weer, daar heb je het al.

[medeverdachte 6] [naam 7] , ik snap [naam 7] wel die wil geld creëren, maakt hem niet uit hoe, hij heeft mensen nodig die wel betalen en hij mot het hebben van ergens waar die niet betaald. Zo creert hij geld.

[verdachte] Is voor mij veel makkelijker, want met een busje rijdt hij naar Almere en wij brengen vrachtwagen naar [naam 14] 71

Er is sprake van een criminele organisatie als sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het onderzoek Luipaard richtte zich op handel in illegaal vuurwerk. Alleen al uit het feit dat naar aanleiding van dit onderzoek 10 verdachten zijn gedagvaard en bij vonnissen van deze rechtbank van vandaag ook veroordeeld, blijkt wel dat deze handel op grotere schaal plaatsvond.

De praktijk leert dat de organisatie van deze handel doorgaans bestaat uit het inkopen in het buitenland, regelen van transport naar Nederland, zorgen dat het op een goede plek wordt opgeslagen en uiteraard ook het onderhouden van een netwerk waaraan (of via wie) het illegale vuurwerk vervolgens verkocht kan worden aan de particuliere consument. Tot slot heeft een dergelijke organisatie ook een financier nodig.

Uit de bewijsmiddelen voor de overige feiten en voormeld gesprek tussen [medeverdachte 6] en [verdachte] volgt dat:

  • -

    Gesproken wordt over de volgende artikelen Cobra’s, nitraten “La Bomba”, (Chinese) rollen, Vlinders en pijlen, Vuurwerk met deze namen zijn in het Luipaard-onderzoek alleen als professioneel vuurwerk aangetroffen.

  • -

    Het inbeslaggenomen vuurwerk grotendeels professioneel vuurwerk was.

  • -

    Er worden prijzen van verschillende vuurwerkartikelen besproken en de mogelijkheid van de levering op krediet aan derden door [medeverdachte 6] en [verdachte]

  • -

    De levering aan en betaling door [naam 11] (Rechtbank: [naam 11] ) wordt besproken. Hieruit volgt dat [medeverdachte 6] betrokken was bij de financiering.

  • -

    Er worden verschillende personen benoemd die betrokken zijn bij de illegale vuurwerkhandel (o.a. [naam 14] , [naam 28] , [naam 25] , [naam 7] )

  • -

    Er wordt gesproken over grote hoeveelheden vuurwerk (300 dozen, 250 rollen).

  • -

    [medeverdachte 6] al 10 jaar zaken doet met [naam 6] (rechtbank: [naam 6] )

  • -

    De levering van vuurwerk aan de man met de Jaguar (de undercoveragent) wordt door [verdachte] en [medeverdachte 6] besproken.

  • -

    [naam 7] lijkt de plaats van [medeverdachte 6] in de illegale vuurwerkhandel te willen overnemen.

  • -

    [medeverdachte 6] en [verdachte] levering in 2013 en in 2014 samen Chinese rollen aan [medeverdachte 5] en zij ontvangen in 2014 een Mercedes als betaling daarvoor.

  • -

    Anderen worden ingeschakeld bij het transport, de opslag en de verkoop van het vuurwerk.

Gelet op al het voorgaande, in onderling samenhang bezien, kan worden bewezen dat verdachte een aanzienlijke rol heeft in een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en andere personen. Daarom acht de rechtbank bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

3.1

Ten aanzien van parketnummer 05/987049-15

1.

hij op of omstreeks 9 december 2014, te Lunteren, in de gemeente Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 1360 lawinevuurpijlen (artikelnummer R4006), althans een aantal lawinevuurpijlen (artikelnummer R4006) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.1.1.1 en 4.1.1.2) en/of

- 1540 vlinders (artikelnummer 3V2002), althans een aantal vlinders (artikelnummer 3V2002) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.1.2.1 en 4.1.2.2) en/of

- 46.800 nitraten (artikelnummer 410-903), althans een aantal nitraten (artikelnummer 410-903) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.2) en/of

- 97 Chinese rollen (artikelnummer T809), althans een aantal Chinese rollen (artikelnummer T809) (zie proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 19 juni 2015 onder 4.2), voorhanden heeft gehad;

3.2

Ten aanzien van parketnummer 05/982018-14

1.

hij op of omstreeks 22 november 2014, in de gemeente Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 10 lawinevuurpijlen, althans een aantal lawinevuurpijlen en/of

- 1 flowerbed en/of

- 1 Chinese rol,

voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 oktober 2014, te Lunteren, in de gemeente Ede, althans in Nederland, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten:

- 53 Mac lights 1101 type light flashlight (plus), althans een aantal Mac lights 1101 type light flashlight (plus), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 30 november 2014, in de gemeente Nunspeet (A) en/of de gemeente Harderwijk (B), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

A - 100 Chinese rollen, althans een aantal Chinese rollen en/of,

B - 40 Chinese rollen, althans een aantal Chinese rollen,

voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 9 december 2014, in Nederland, heeft opgericht en/of leiding heeft gegeven en/of heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het tezamen en in vereniging opzettelijk, binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of opslaan en/of voorhanden hebben en/of aan (een) ander(en) ter beschikking stellen, van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:


T.a.v. parketnummer 05/987049-15, feit 1 en parketnummer 05/982018-14 feit 1 en 4
Telkens,

medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 05/982018-14, feit 3:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 05/982018-14 feit 6:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

5
5. De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor alle bewezenverklaarde feiten samen zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft er op gewezen dat verdachte al lange tijd in voorarrest heeft gezeten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 14 mei 2016.

Verdachte heeft zich – kort gezegd – schuldig gemaakt aan handel in illegaal vuurwerk. Hij wordt in dit vonnis veroordeeld voor betrokkenheid bij meerdere verkopen en opslagen en ook voor deelname aan een criminele organisatie. Deze organisatie ziet op de handel in vuurwerk die verdachte naar het oordeel van de rechtbank over een langere periode samen voerde met onder andere medeverdachte [medeverdachte 6] .

In de eerste plaats weegt de rechtbank mee dat dergelijk vuurwerk: voor het overgrote deel lawinepijlen, nitraten, honderdduizendklappers en flowerbeds, juist omdat het niet geschikt is voor particulier gebruik en een deel van het vuurwerk massa-explosief is, zeer gevaarlijk is. Voor de opslag gelden daarom veel extra veiligheidsvoorschriften. Voorschriften die niet in acht worden genomen.

Nu verdachten probeerden hun handel aan het oog onttrokken te houden zijn de meest gevaarlijke situaties ontstaan. Een van de verdachten in onderzoek Luipaard had het vuurwerk opgeslagen liggen in de kruipruimte onder zijn woning. Dat hij daarmee niet alleen zijn gezin, maar ook de buren in gevaar bracht nam hij blijkbaar voor lief. Een ander sloeg vuurwerk op in een zeecontainer, verstopt onder zaagsel en strobalen. Het behoeft geen uitleg dat dit brandgevaar met zich bracht, ook omdat in een andere container een hennepkwekerij was gevestigd. Opvallend is dat verdachte in zijn eigen woning geen vuurwerk lijkt hebben opgeslagen, maar voor deze gevaarlijke bezigheid dus blijkbaar anderen heeft ingeschakeld.

Ook het afsteken van dit vuurwerk brengt enorme risico’s met zich, zowel voor de degene die het vuurwerk afsteekt als voor de eventuele omstanders. Dit vuurwerk is bestemd voor gebruik door professionals en bij gebruik moet het publiek op afstand staan. Ieder jaar opnieuw komen rond de jaarwisseling in het nieuws verhalen over mensen, die de rest van hun leven een vinger, hand of oog moeten missen.

De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij blijkbaar enkel uit financieel gewin onverantwoorde risico’s heeft genomen en de gezondheid van mens en dier in gevaar heeft gebracht.

Verder weegt de rechtbank mee dat verdachte eerder in aanraking is geweest met justitie, onder meer wegens overtreding van het vuurwerkbesluit.

Alles afwegende, acht de rechtbank in dit geval slechts een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend. Daarvan wordt afgetrokken de tijd die door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Een gevangenisstraf van kortere duur, zoals de verdediging heeft verzocht, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van feit nu het gaat om een grote hoeveelheid zwaar vuurwerk. De straf is lager dan de door de officier van justitie gevorderde straf, aangezien de rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 91 en 140 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 2, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 van parketnummer 05/987049-15 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en mr. M.A. Bijl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels en mr. P.P.J. Leenders, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 oktober 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, dienst regionale recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PLO600-2015205391, gesloten op 24 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal doorzoeking [adres 2] te Lunteren, p. 1921 en 1922.

3 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2032.

4 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2036.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 september 2016 door verbalisant [verbalisant 2] .

6 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1932 en 1937.

7 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1934.

8 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1936.

9 Bijlage 1 bij het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1938 en 1939.

10 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1934.

11 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1823.

12 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2048 en 2049.

13 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2052.

14 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 september 2016.

15 Het OVC-gesprek, p. 1920.

16 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2052.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 2074.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1770.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1908-1910.

20 Het proces-verbaal van overname en inbeslagneming vuurwerk, p. 1805-1807 en het proces-verbaal onderzoek inbeslaggenomen vuurwerk, p. 1808-1828.

21 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 1858.

22 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] , p. 1875-1876.

23 De verklaring van verdachte [verdachte] zoals afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2016.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1909.

25 Het proces-verbaal doorzoeking [adres 2] te Lunteren, p. 1921 tot en met 1923.

26 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 917.

27 Het proces-verbaal doorzoeking [adres 2] te Lunteren, p. 1921 tot en met 1923.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 september 2016 door verbalisant [verbalisant 2] .

29 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2032.

30 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, p. 1925.

31 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 2057 en 2058.

32 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 2074.

33 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 5] , p. 2139-2141.

34 Het proces-verbaal van fotoherkenning, p. 2142-2143.

35 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 28 september 2016.

36 Het OVC-gesprek, p. 2101.

37 Het OVC-gesprek, p. 2104.

38 Het OVC-gesprek, p. 2108.

39 Het OVC-gesprek, p. 2109.

40 Het OVC-gesprek, p. 2110.

41 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] , p. 1694.

42 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 5] , p. 2146.

43 Het proces-verbaal opslag vuurwerk, p. 2131-2133.

44 Documentatieoverzicht verdachte [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] d.d. 14 mei 2016

45 proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 2901

46 Voor de bewijsmiddelen hiervan zie de feiten hiervoor

47 Proces-verbaal van bevindingen, plaatsbepalingsapparatuur, p. 1358

48 Een schriftelijk bescheid, zijnde een verhoorblad van [naam 6] , politie Lanaken/Maasmechelen, België, p. 1595.

49 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1387

50 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1391

51 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1393

52 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1398

53 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1400

54 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1403

55 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1405

56 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1407

57 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1412

58 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1414

59 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1417

60 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1423

61 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1425

62 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1426

63 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1427

64 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1433

65 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1435

66 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1439

67 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1442

68 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1443

69 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1445

70 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1446

71 Verslag van OVC-gesprek d.d. 25 november 2014, p. 1449