Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:5720

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-10-2016
Datum publicatie
26-10-2016
Zaaknummer
05/800017-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Rechtbank Gelderland heeft vandaag een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 45 maanden. De man heeft zich tussen april 2015 en maart 2016 schuldig gemaakt aan een woningoverval, meerdere diefstallen en bedreigingen, heling en mishandeling van zijn vriendin. De officier had geëist dat de man voor de duur van twee jaar, in een inrichting voor stelselmatige daders zou worden geplaatst. De rechtbank heeft deze eis niet gevolgd. De wijze waarop de delicten zijn gepleegd heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en getuigt van een leefwijze zonder respect voor andermans bezit. Daarbij had de man een strafblad. Een langdurige gevangenisstraf acht de rechtbank passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0409

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/800017-16 en 05/840136-16

Datum uitspraak : 26 oktober 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

raadsman: mr. J.Y Taekema, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 mei 2016, 20 juli 2016, 28 september 2016 en 12 oktober 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/840136-16 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 februari 2016 te Nijmegen zijn levensgezel, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] - (met kracht) bij/om de keel/hals vast te pakken en/of vast te houden en/of - die [slachtoffer 2] (met kracht) op/over de buik, althans het lichaam te krabben en/of - die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/op/tegen het hoofd/gezicht te slaan en/of te stompen;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2015 tot en met 11 december 2015 te Arnhem en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland (telkens) [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik vermoord jou, ik sla jou in elkaar" en/of Ik vermoord je kanker hond", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 17 december 2015 te Nijmegen [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 6] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je kapot" en/of "Ik maak je af" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Aan verdachte is onder parketnummer 05/800017-16 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 februari 2016 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan het [adres 2] heeft weggenomen uit een tablet en/of mobiele telefoon en/of een televisie-toestel en/of een zonnebril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

2.

hij op of omstreeks 12 juli 2015 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en/of een mobiele telefoon (samsung E1200) en/of een fotocamera (canon) en/of een mobiele telefoon (Samsung Core 2), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond, dat verdachte en/of diens mededader die [slachtoffer 9] in het gezicht heeft/hebben gestompt en/of vervolgens dreigend naar die [slachtoffer 9] heeft/hebben geroepen: "we maken je af, we maken je dood"althans woorden van gelijke aard en/of strekkling en vervolgens die [slachtoffer 9] theedoeken om zijn mond en/of hals gebonden en/of vervolgens die doeken strak hebben getrokken rondom zijn hals en/of mond;

3.

hij in of omstreeks de periode van 07 april 2015 tot en met 8 april 2015 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 3] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden (onder meer en horloge en ringen) en/of een aantal bankpassen en/of een OV-pas en/of een portemonnee met inhoud en/of sleutels en/of een fiets en/of een televisietoestel en/of een laptop en/of een (nokia ) mobiele telefoon en/of een koffieapparaat en/of een stofzuiger en/of scheerapparaten en/of een camera en/of een hoeveelheid kleding en/of een hakmolen en/of een hoeveelheid geld (ongeveer 2700 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] ,in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een [naam 5] aan de [adres 4] ) heeft weggenomen een mobiele telefoon (samsung galaxy

S2), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

5.

Primair:

hij op of omstreeks 07 juni 2015 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit/nabij een woning aan de [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid sleutels (waaronder

autosleutels) en/of een Iphone 4S en/of (met die gestolen sleutels) een personeauto (toyota ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 7 juni 2015 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een auto (toyota) en/of een of meer sleutels voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto en/of die sleutel(s) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat deze misdrijf afkomstig was/waren.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/840136-16 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van alle feiten vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de verdediging ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat getuige [getuige 2] ter terechtzitting ontlastend over verdachte heeft verklaard. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die te horen is in het gesprek op de USB-stick. Volgens de verdediging is het mogelijk dat de stem die te horen is, vervormd is door een computerprogramma waardoor de stem is gaan lijken op de stem van verdachte. Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging bepleit dat verdachte enkel gescholden heeft en niet bedreigd.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 6 februari 2016 aan de [adres 6] te Nijmegen ruzie kreeg met verdachte en verdachte haar bij de keel heeft gepakt. [slachtoffer 2] voelde dat zij hierdoor moeite kreeg met ademhalen. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 2] met zijn vuist in haar gezicht geslagen. Hij heeft haar op haar wangen en neus geraakt. [slachtoffer 2] voelde hierdoor pijn.

Door verbalisant [verbalisant 1] is geconstateerd dat de hals van [slachtoffer 2] op 6 februari 2016 rood van kleur was.2 Ook was te zien dat [slachtoffer 2] hevig geëmotioneerd was.3

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op enig moment veel geschreeuw uit de woonkamer hoorde komen. Zij zag dat [slachtoffer 2] en verdachte ruzie hadden. [slachtoffer 2] lag op haar rug en verdachte zat bovenop haar. Zij zag dat [slachtoffer 2] door verdachte tegen de grond werd gedrukt en dat [slachtoffer 2] probeerde weg te komen.4

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen is op 6 februari 2016 door [getuige 2] melding gemaakt van de mishandeling van [slachtoffer 2] . [getuige 2] heeft verklaard dat hij anoniem wilde blijven.5

Ter plaatse sprak verbalisant [verbalisant 2] met een getuige die anoniem wilde blijven. Deze getuige heeft verklaard dat hij zag dat verdachte meerdere malen in het gezicht en op het lichaam van [slachtoffer 2] heeft geslagen. De getuige is erg geschrokken van het geweld dat door verdachte op [slachtoffer 2] werd uitgeoefend.6

De rechtbank leidt hieruit af dat [getuige 2] de anonieme getuige is. [getuige 2] heeft ter terechtzitting van 28 september 2016 verklaard dat hij niet heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 2] op 6 februari 2016 heeft mishandeld. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die [getuige 2] ter terechtzitting heeft afgelegd, ongeloofwaardig is. De verklaring die hij als anonieme getuige ten overstaan van verbalisant [verbalisant 2] heeft afgelegd, acht de rechtbank daarentegen wel geloofwaardig, omdat die verklaring wordt ondersteund door de aangifte en de verklaring van getuige [getuige 1] . Daarnaast is [getuige 2] degene geweest die melding heeft gemaakt van de mishandeling.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar bij de keel/hals te pakken en vast te houden en haar meerdere malen in haar gezicht te slaan. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] over de buik heeft gekrabd, nu zich daarvoor in het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevinden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij in de periode van 31 oktober 2015 tot en met 31 december 2015 diverse malen is bedreigd door verdachte.7 [slachtoffer 4] heeft ook verklaard dat hij bang is voor verdachte omdat verdachte niet schroomt om geweld te gebruiken.8

[slachtoffer 4] heeft één telefoongesprek tussen hem en verdachte opgenomen. Van deze opname is een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. In deze opname heeft verbalisant het volgende gehoord:

“(…) Ik zweer het je de eerste beste keer dat ik jou tref jongen, ik vermoord je kanker hond (…) Ja ik vermoord je kanker hond, ik vermoord je, ik zweer het je (…) Ja, maar vermoorden doe ik jou (…)”.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de stem herkend als de stem van verdachte die hem ambtshalve bekend is.9

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een aantal harde woorden naar [slachtoffer 4] heeft geschreeuwd.10

Gelet op het vorengaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 4] heeft bedreigd en dat bij [slachtoffer 4] de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreiging ten uitvoer zou kunnen brengen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dat de opname middels een stemvervormingsprogramma bewerkt zou zijn, is door de verdediging op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij op 17 december 2015 aan [adres 7] te Nijmegen bezig was met de verkoop van kerstbomen. Tijdens zijn werkzaamheden hoorde hij een vrouw gillen en om hulp roepen. Ook hoorde hij een man schreeuwen. [slachtoffer 6] heeft toen tegen de man gezegd dat hij de vrouw met rust moest laten. Hierop rende de man naar [slachtoffer 6] en kwam met zijn neus dicht tegen de neus van [slachtoffer 6] aan staan. Vervolgens hoorde hij de man zeggen: “Ik maak je kapot” en “Ik maak je af” en “Ik maak je dood”. [slachtoffer 6] heeft toen een stap naar achteren gezet maar de man kwam weer dicht bij hem staan.11 De vrouw heeft tegen [slachtoffer 6] gezegd dat de man [verdachte 2] heet.

Door de bedreiging is [slachtoffer 6] twee dagen eerder gestopt met de verkoop van kerstbomen omdat hij zich niet meer prettig voelde in Nijmegen. Ook sliep hij slecht omdat hij de hele nacht oplettend was.12

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij op 17 februari 2015 samen met verdachte aan [adres 7] te Nijmegen was.13 Op enig moment kreeg zij ruzie met verdachte. [getuige 3] heeft verklaard dat de man die kerstbomen aan [adres 7] verkocht verdachte aansprak en haar probeerde te beschermen. [getuige 3] zag dat verdachte toen dicht tegen de kerstbomenverkoper aan ging staan en begon te schreeuwen. Verdachte heeft toen iets als “Ik maak je af” geroepen. Verdachte bleef tegen de kerstbomenverkoper schreeuwen.14

Verdachte heeft verklaard dat hij tegen de kerstbomenverkoper heeft geschreeuwd.15

Gelet op het vorengaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 6] heeft bedreigd en dat bij [slachtoffer 6] de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreiging ten uitvoer zou kunnen brengen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. De verklaring van verdachte, namelijk dat hij enkel heeft gescholden, acht de rechtbank gelet op de aangifte en de verklaring van [getuige 3] niet aannemelijk geworden.

Ten aanzien van parketnummer 05/800017-16 16

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2, 3, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten, gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van alle feiten vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de verdediging ten aanzien van feit 1 tot en met feit 4 aangevoerd dat zich in het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevinden om te kunnen vaststellen dat verdachte de feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden wegens het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid. Verdachte heeft enkel geprobeerd de gestolen goederen terug te brengen naar de rechthebbende.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 13] heeft verklaard dat hij op 6 februari 2016 op het [adres 8] te Nijmegen benaderd werd door een negroïde man en een blonde vrouw. De negroïde man stelde [slachtoffer 13] voor om tegen betaling seks te hebben met de blonde vrouw. De negroïde man had voorgesteld om naar de woning van [slachtoffer 13] te gaan.17 In de woning van [slachtoffer 13] hebben zij samen gedronken en gepraat. Omstreeks 07:00 uur is [slachtoffer 13] naar bed gegaan. De vrouw zou later komen. Omstreeks 08:30 uur werd [slachtoffer 13] wakker. Toen hij beneden kwam, zag hij dat zijn televisie weg was. Voorts zag hij dat zijn tablet, mobiele telefoon en Ray-Ban zonnebril weg waren.18

Verdachte heeft verklaard dat hij op 6 februari 2016 samen met [voornaam 1] [slachtoffer 2] in de woning van [slachtoffer 13] is geweest.19 Over de televisie van [slachtoffer 13] verklaart hij dat dat een flinke televisie was.20

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte samen met [naam 1] (de rechtbank begrijpt: [voornaam 1] [slachtoffer 2] ) op 6 februari 2016 rond het middaguur voor de deur stond. [getuige 2] zag dat [naam 1] een tablet en een mobiele telefoon in haar tas had.21 Vervolgens liep verdachte samen met [naam 1] naar boven. Op enig moment stond de politie voor de deur. [naam 1] zei toen tegen de politie dat [getuige 2] de tablet had. [getuige 2] is vervolgens gaan kijken op de slaapkamer waar verdachte en [naam 1] hebben gezeten. Nadat hij het matras had opgetild, zag hij een tablet liggen.22 Blijkens het proces-verbaal van bevindingen betrof dit de tablet van [slachtoffer 13] .23

Volgens de verklaring van [voornaam 1] [slachtoffer 2] heeft verdachte gezegd dat hij de tablet van [slachtoffer 13] verstopt heeft bij [voornaam 2] (de rechtbank begrijpt: [voornaam 2] [getuige 2] ).24

Op 17 februari 2016 is verdachte gefouilleerd. Tijdens deze fouillering is onder meer een mobiele telefoon aangetroffen. Dit betrof de mobiele telefoon van [slachtoffer 13] .25

Medeverdachte [slachtoffer 2] verklaart dat verdachte en zij meegegaan zijn naar het huis van [slachtoffer 13] , dat verdachte de hele tijd bij haar was en dat ze samen de woning op enig moment verlaten hebben.26

De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat verdachte op 6 februari 2016 samen met [slachtoffer 2] in de woning van [slachtoffer 13] is geweest. De tablet en de mobiele telefoon van [slachtoffer 13] blijken na dit bezoek in het bezit van verdachte en [slachtoffer 2] te zijn. [slachtoffer 13] mist na dit bezoek ook nog zijn televisie en zonnebril. Over de televisie zegt verdachte dat deze flink was. Gelet op het feit dat verdachte en zijn medeverdachte samen de woning hebben verlaten en de omvang van de televisie kan het niet anders, dan dat zij samen deze televisie naar buiten moeten hebben meegenomen. De rechtbank twijfelt er niet aan dat het ook verdachte en zijn medeverdachte zijn geweest die de Ray-Ban zonnebril hebben weggenomen.

De rechtbank is aldus van oordeel dat uit bovenvermelde bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal in vereniging uit een woning. De verklaring van verdachte, namelijk dat hij de mobiele telefoon van [slachtoffer 13] heeft gekregen (wat door [slachtoffer 13] wordt weersproken) en dat hij geen goederen heeft gestolen, acht de rechtbank gezien vorenstaande bewijsmiddelen niet aannemelijk.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 9] heeft verklaard dat hij op 12 juli 2015 omstreeks 18:00 uur voor zijn woning te Nijmegen zat. Op enig moment zag hij ‘ [verdachte 3] ’ voor zijn woning.27 Niet veel later zag hij ook een onbekende Antilliaanse man voor zijn woning. [slachtoffer 9] zag dat [verdachte 4] en de Antilliaanse man zijn woning in gingen. [slachtoffer 9] is achter hem aan naar binnen gerend. [verdachte 4] en de Antilliaanse man maakten ruzie over geld en richtten zich vervolgens op [slachtoffer 9] . [slachtoffer 9] is toen door de mannen gefouilleerd. Daarbij hebben zij zijn mobiele telefoon en portemonnee gepakt. [slachtoffer 9] wilde zijn woning uit om hulp te zoeken en kreeg toen een klap tegen zijn wang. Hij hoorde de mannen zeggen: “We maken je af, we maken je dood”. Vervolgens kreeg [slachtoffer 9] een theedoek op zijn mond en neus en een theedoek om zijn nek. [slachtoffer 9] voelde dat de theedoeken achter zijn hoofd werden vastgehouden en dat hij bijna geen lucht kreeg. [slachtoffer 9] zag dat [verdachte 4] in de woonkamer in kastjes aan het zoeken was en vervolgens de gordijnen in de keuken dicht trok. Achter één van de gordijnen zit een kluis in de muur. Terwijl [slachtoffer 9] de theedoeken op zijn mond en neus en om zijn nek had, moest hij van [verdachte 4] de kluis openen middels een pincode. In deze kluis lagen een camera en een mobiele telefoon. [slachtoffer 9] zag dat [verdachte 4] deze goederen in zijn rugtas deed.28 [slachtoffer 9] heeft daarnaast gezien dat [verdachte 4] een sigaret heeft gerookt en dat hij deze in de asbak heeft uitgedrukt.29

Op 13 juli 2015 heeft [slachtoffer 9] op de tafel in de woonkamer een kopie van het rijbewijs van verdachte aangetroffen. Hij herkende de man op de foto op de kopie van het rijbewijs als ‘ [verdachte 3] ’. [slachtoffer 9] heeft deze kopie niet eerder gezien en op [verdachte 4] en de Antilliaanse man na, is er niemand in zijn woning geweest. [slachtoffer 9] heeft het volgende signalement van [verdachte 4] gegeven: Antilliaans uiterlijk, ongeveer 40 jaar oud, slank postuur en kort zwart krullend haar.30 [slachtoffer 9] herkent op een foto, die de verbalisanten hem tonen, verdachte als de persoon die door hem wordt aangeduid als ’ [verdachte 3] ’.31

Verbalisanten hebben de theedoeken en de sigarettenpeuk aangetroffen. Van de theedoeken en de sigarettenpeuk zijn monsters veiliggesteld.32 Deze monsters zijn door het NFI onderworpen aan een DNA-onderzoek. Het NFI heeft naar aanleiding van dit onderzoek het volgende geconcludeerd.

Uit het DNA in de veiliggestelde bemonstering van de theedoek (AAGJ4417NL#04) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met een referentiemonster, gekoppeld aan [verdachte 5] .33 Uit het DNA in de veiliggestelde bemonstering van de sigarettenpeuk (AAGJ4419#01) is eveneens een DNA profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met een referentiemonster, gekoppeld aan [verdachte 5] .34 Dit betekent dat de bemonstering van de theedoek en de sigarettenpeuk afkomstig kan zijn van [verdachte 5] . De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA van verdachte op één van de theedoeken én de sigarettenpeuk is aangetroffen. Daarvoor heeft verdachte op zitting geen (aannemelijke en verifieerbare) verklaring kunnen geven. De rechtbank stelt dan ook op grond van het bovenstaande vast dat ‘ [verdachte 3] ’ verdachte betreft en dat het verdachte is geweest die samen met een ander [slachtoffer 9] heeft overvallen. De vaststelling dat verdachte één van de daders is geweest wordt bovendien ondersteund door het signalement dat aangever heeft gegeven en de aangetroffen kopie van het rijbewijs van verdachte.

De rechtbank is aldus van oordeel dat verdachte zich op 12 juli 2015 schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 14] heeft op 17 april 2015 verklaard dat op 7 april 2015 omstreeks 18:00 uur de deurbel van zijn woning ging. Hij zag dat er twee à drie junks voor de deur stonden. Deze personen gingen zonder toestemming zijn woning in. Aangever werd de volgende dag wakker. Hij zag dat zijn woonkamer overhoop was gehaald en dat er diverse goederen waren weggenomen, waaronder zijn bankpas.35

Getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij tussen 6 en 8 april 2015 in de woning aan de [adres 3] te Nijmegen (woning [slachtoffer 14] ) is geweest. In de ochtend kwam verdachte ‘bruin’ brengen. Zij hoorde dat “ [verdachte 4] ’de oude man begon te pushen over een bankpasje. Verdachte is vervolgens met de bankpas van de bewoner weggegaan.36

De rechtbank acht deze verklaring van [slachtoffer 2] op dit punt betrouwbaar. Uit de verschillende verhoren blijkt dat aangever zich de exacte toedracht van het verloop van die nacht niet kan herinneren.37 Voor wat betreft de exacte toedracht is de aangifte voor de rechtbank dan ook niet leidend. De verklaring van [slachtoffer 2] plaatst verdachte in het huis van [slachtoffer 14] . Verder staat vast dat op 7 en 9 april geld van de bankrekening van [slachtoffer 14] is overgeboekt.38

Door [getuige 4] is verklaard dat verdachte hem benaderd heeft met de vraag of hij een bankrekening wist waarop verdachte geld kon overboeken.39 [getuige 5] heeft verklaard dat zijn bankrekening daarvoor is gebruikt en dat verdachte deze overboeking heeft gedaan.40 Uit deze verklaringen kan de betrokkenheid van verdachte bij de overboekingen en in samenhang daarmee de diefstal van de bankpas worden afgeleid.

Gelet op vorenstaande verklaringen tezamen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de bankpas.

De rechtbank acht niet voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor diefstal van de overige ten laste gelegde goederen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. In het bijzonder wordt verdachte ook vrijgesproken van de diefstal van een hoeveelheid geld (ongeveer 2700 euro). De wijze waarop dit is ten laste gelegd; “uit een woning”, maakt dat hiervoor geen bewezenverklaring kan volgen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Aangeefster [slachtoffer 15] heeft verklaard dat zij op 3 februari 2016 aan het werk was bij [naam 2] . Zij had haar telefoon omstreeks 16:00 uur op de toonbank gelegd en is even naar achteren gelopen. Tussen 16:15 uur en 16:30 uur kwam zij terug en zag zij dat haar telefoon niet meer op de toonbank lag. In de zaak waren twee klanten die zich vreemd gedroegen. Een van hen is meerdere malen naar de toonbank gelopen. Dat was een donkere man die een beetje scheel keek. De blanke man is volgens haar helemaal niet in de buurt van de toonbank geweest.41

Op 17 februari 2016 is verdachte gefouilleerd. Tijdens deze fouillering is onder meer een mobiele telefoon aangetroffen. Dit betrof de mobiele telefoon van [slachtoffer 15] .42

Verdachte heeft verklaard dat hij die dag met een ander in [naam 2] is geweest.43

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de mobiele telefoon van [slachtoffer 15] heeft weggenomen van de toonbank. De verklaring van verdachte, namelijk dat hij de mobiele telefoon heeft gekocht van ene ‘ [naam 3] ’ acht de rechtbank niet aannemelijk geworden.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen wat verdachte onder feit 5 primair is ten laste gelegd, te weten diefstal. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Wel acht de rechtbank de onder 5 subsidiair ten laste gelegde opzetheling bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Aangever [slachtoffer 16] heeft verklaard dat hij op 7 juni 2015 omstreeks 00:30 uur afgesproken had met [naam 1] (de rechtbank begrijpt: [voornaam 1] [slachtoffer 2] ) om tegen betaling seks te hebben. Deze afspraak is geregeld door een kennis genaamd [verdachte 6] .44 Omstreeks 08:30 uur werd [slachtoffers] wakker en zag dat [naam 1] er niet meer was. [slachtoffers] zag dat de sleutels van de auto, woning en kelderbox niet meer op tafel lagen. Ook was zijn auto weggenomen. Dit betrof een Toyota Yaris met kenteken [kenteken] .45

Omstreeks 13:00 uur is aangever samen met zijn neef naar het adres van [verdachte 6] gegaan om te vertellen wat er gebeurd was. Hierop zijn zij samen gaan rondrijden op zoek naar [naam 1] . Aangezien zij [naam 1] niet konden vinden, zou [verdachte 6] [slachtoffers] bellen als hij iets van [naam 1] zou horen.

Omstreeks 19:00 uur is [slachtoffers] samen met zijn neef nogmaals naar [verdachte 6] gegaan om verhaal te halen. [verdachte 6] heeft toen de reservesleutel van de auto aan [slachtoffers] gegeven en heeft aangewezen waar de auto stond. De sleutelbos heeft [verdachte 6] opgehaald in een nabijgelegen woning.46

De neef van aangever, [voornaam 3] [slachtoffers] , heeft verklaard dat hij samen met [slachtoffers] en [verdachte 6] heeft rondgereden op zoek naar [naam 1] . Op enig moment zag hij dat [verdachte 6] zenuwachtig en paniekerig overkwam. [verdachte 6] zou contact opnemen als hij iets van [naam 1] zou horen. Later op de dag zijn zij nogmaals naar [verdachte 6] toe gegaan. [verdachte 6] heeft toen de sleutel aan [slachtoffers] gegeven47 en heeft aangewezen waar de auto van [slachtoffers] geparkeerd stond. De sleutelbos heeft [verdachte 6] opgehaald in een nabijgelegen woning.48

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij de sleutels en auto van [slachtoffers] heeft weggenomen.49

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat [naam 1] hem die nacht gebeld heeft en gezegd heeft dat zij diverse spullen heeft weggenomen van een klant, waaronder een auto. Verdachte heeft toen tegen [naam 1] gezegd dat zij met de auto en de autosleutel50 naar hem toe moest komen en de auto een paar straten verder op moest parkeren.51 Toen [naam 1] de auto en de autosleutel heeft gebracht, heeft zij tegen verdachte gezegd dat zij andere goederen van de klant in de woning van [naam 4] heeft gelegd.52

Ook heeft verdachte verklaard dat hij samen met de mannen is gaan rondrijden, naar eigen zeggen deed hij dit om tijd te rekken en [naam 1] de gelegenheid te geven om onder te duiken of te vluchten.53 Verdachte wilde [naam 1] hiervoor het liefst drie dagen geven.54

Verdachte heeft ter terechtzitting van 28 september 2016 verklaard, anders dan ten overstaan van de politie, dat hij de sleutel van de auto direct aan [slachtoffers] heeft gegeven toen hij naar hem toe kwam. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die verdachte hieromtrent ter terechtzitting heeft afgelegd ongeloofwaardig is. De verklaringen die verdachte op dit punt bij de politie heeft afgelegd, acht de rechtbank daarentegen wel geloofwaardig, omdat die verklaringen worden ondersteund door de aangifte en de verklaring van [voornaam 3] [slachtoffers] . De rechtbank zal de verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd, dan ook aan het bewijs van de ten laste gelegde feiten laten bijdragen.

Uit vorenstaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte de sleutel en de auto aan hem heeft laten overhandigen door [slachtoffer 2] , wetende dat deze goederen door [slachtoffer 2] waren gestolen. Verdachte heeft deze goederen niet direct teruggegeven aan aangever, maar onder zich gehouden om, naar eigen zeggen, tijd te rekken. Ook wist verdachte dat [slachtoffer 2] andere goederen (waaronder een sleutelbos) in de woning van [naam 4] had gelegd. Door op deze wijze te handelen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van een auto en een sleutelbos.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde onder parketnummer 05/840136-16 heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 06 februari 2016 te Nijmegen zijn levensgezel, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2]

- ( met kracht) bij/om de keel/hals vast te pakken en/of vast te houden en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) op/over de buik, althans het lichaam te krabben en/of

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/op/tegen het hoofd/gezicht te slaan en/of te stompen;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2015 tot en met 11 december 2015 te Arnhem en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland (telkens) [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik vermoord jou, ik sla jou in elkaar" en/of Ik vermoord je kanker hond", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 17 december 2015 te Nijmegen [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 6] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je kapot" en/of "Ik maak je af" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 subsidiair ten laste gelegde onder parketnummer 05/800017-16 heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 06 februari 2016 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan het [adres 2] heeft weggenomen uit een tablet en/of mobiele telefoon en/of een televisietoestel en/of een zonnebril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

2.

hij op of omstreeks 12 juli 2015 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en/of een mobiele telefoon (samsung E1200) en/of een fotocamera (canon) en/of een mobiele telefoon (Samsung Core 2), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond, dat verdachte en/of diens mededader die [slachtoffer 9] in het gezicht heeft/hebben gestompt en/of vervolgens dreigend naar die [slachtoffer 9] heeft/hebben geroepen: "we maken je af, we maken je dood" althans woorden van gelijke aard en/of strekkling en vervolgens die [slachtoffer 9] theedoeken om zijn mond en/of hals gebonden en/of vervolgens die doeken strak hebben getrokken rondom zijn hals en/of mond;

3.

hij in of omstreeks de periode van 07 april 2015 tot en met 8 april 2015 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 3] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden (onder meer en horloge en ringen) en/of een aantal bankpassen en/of een OV-pas en/of een portemonnee met inhoud en/of sleutels en/of een fiets en/of een televisietoestel en/of een laptop en/of een (nokia ) mobiele telefoon en/of een koffieapparaat en/of een stofzuiger en/of scheerapparaten en/of een camera en/of een hoeveelheid kleding en/of een hakmolen en/of een hoeveelheid geld (ongeveer 2700 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] ,in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een [naam 5] aan de [adres 9] ) heeft weggenomen een mobiele telefoon (samsung galaxy

S2), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

5.

Subsidiair:

hij op of omstreeks 7 juni 2015 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een auto (toyota) en/of een of meer sleutels voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto en/of die sleutel(s) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was/waren.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/840136-16

Ten aanzien van feit 1:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel

Ten aanzien van feiten 2 en 3 telkens:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Parketnummer 05/800017-16

Ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

diefstal in vereniging, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

Ten aanzien van feit 3:

diefstal

Ten aanzien van feit 4:

diefstal

Ten aanzien van feit 5 subsidiair:

opzetheling

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaar zal worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

Ingeval de rechtbank toekomt aan een bewezenverklaring en strafoplegging heeft de verdediging verzocht een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 augustus 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Iriszorg, gedateerd 20 september 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks delicten, waaronder een woningoverval met geweld, meerdere diefstallen (onder meer uit woningen), opzetheling, een mishandeling en twee bedreigingen. Alle zijn zeer ernstige feiten.

De wijze waarop de vermogensdelicten zijn gepleegd getuigt niet alleen van een verregaande mate van brutaliteit, maar ook van een leefwijze zonder respect voor andermans bezit. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Dergelijke feiten brengen gevoelens van angst met zich mee en veroorzaken – meer in het algemeen – maatschappelijke onrust. Daarbij komt dat verdachte met zijn handelen welbewust kwetsbare slachtoffers heeft getroffen.

De mishandeling heeft verdachte gepleegd ten aanzien van zijn toenmalige vriendin. Verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Naast het lichamelijk letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen, geeft de psychische impact wellicht de grootste schade.

Datzelfde is ook het geval bij [slachtoffer 9] , het slachtoffer van de woningoverval, die heeft verklaard dat hij een flinke klap heeft opgelopen door de overval. Verdachte heeft zich tot slot schuldig gemaakt aan een telefonische bedreiging van de huidige partner van zijn toenmalige vriendin en aan een bedreiging van een willekeurig persoon op straat.

Uit de schadeonderbouwingen van de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt dat de feiten het leven van de slachtoffers een lange tijd hebben beheerst en gevoelens van angst en onrust hebben veroorzaakt. Verdachte heeft er geen blijk van gegeven enig inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

Uit het eerder aangehaalde uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt voorts dat verdachte veelvuldig ter zake van soortgelijke delicten is veroordeeld.

Door de officier van justitie is een ISD-maatregel voor de duur van twee jaren geëist. Oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten. Daarvoor is alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van langere duur een passende reactie. De rechtbank zal daarom de eis van de officier van justitie niet volgen. Alles afwegende acht de rechtbank – mede gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk op te leggen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen:

  • -

    [slachtoffer 1] ;

  • -

    [slachtoffer 3] ;

  • -

    [slachtoffer 8] ;

  • -

    [slachtoffer 10] ;

hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.025,- door [slachtoffer 2] , € 525,- door [slachtoffer 4] , € 800,- door [slachtoffer 9] en € 5.428,- door [slachtoffer 14] .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van [slachtoffer 2] toe te wijzen tot een bedrag van € 525,-, de vordering van [slachtoffer 4] tot een bedrag van € 268,38 en de vordering van [slachtoffer 14] tot een bedrag van € 2.420,-. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 9] heeft de officier van justitie verzocht deze integraal toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit de vorderingen af te wijzen, niet ontvankelijk te verklaren of te matigen.

Beoordeling door de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank, is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde onder feit 1 (parketnummer: 05/840136-16) rechtstreeks nadeel is toegebracht. Over de schadeposten overweegt de rechtbank als volgt.

Materiële schade

De rechtbank acht de schadepost telefoonkosten niet toewijsbaar omdat deze op geen enkele wijze is onderbouwd. Nadere onderbouwing van deze schadepost zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. De rechtbank zal om die reden dit deel van de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade

Door het geweld is de benadeelde partij nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Namelijk pijn door het stompen in het gezicht en het vastpakken bij de keel. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal een smartengeld van € 500,- worden toegerekend.

De rechtbank zal de civiele vordering tot een bedrag van € 500,- toewijzen, waarbij de omvang van de schade op basis van de overlegde stukken op dat bedrag is begroot. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2016.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Naar het oordeel van de rechtbank, is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde onder feit 2 (parketnummer: 05/840136-16) rechtstreeks nadeel is toegebracht. Over de schadeposten overweegt de rechtbank als volgt.

Materiële schade

De rechtbank acht de schadepost telefoonkosten niet toewijsbaar omdat deze post op geen enkele wijze is onderbouwd. Nadere onderbouwing van deze schadepost zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. De rechtbank zal om die reden dit deel van de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade

Door de bedreiging is de benadeelde partij nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Uit de schadeonderbouwing blijkt dat de benadeelde partij last heeft van angst en spanning en doorverwezen is naar een psycholoog. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal een smartengeld van € 100,- worden toegekend.

De rechtbank zal de civiele vordering tot een bedrag van € 100,- toewijzen, waarbij de omvang van de schade op basis van de overlegde stukken op dat bedrag is begroot. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

11 december 2015.

Benadeelde partij [slachtoffer 8]

Naar het oordeel van de rechtbank, is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde onder feit 2 (parketnummer: 05/800017-16) rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Tijdens de diefstal met geweld in de woning is de benadeelde partij in zijn gezicht geslagen en vervolgens bedreigd terwijl er theedoeken om zijn mond en nek werden vastgehouden. Dit heeft een grote impact op de benadeelde partij gehad waarvoor hij bij een psychiater loopt. Ook kan hij slecht slapen en slikt hij medicijnen omdat hij slecht slaapt. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, is de vordering ter hoogte van een bedrag van € 800,- voor toewijzing vatbaar. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2015.

Benadeelde partij [slachtoffer 10]

De vordering betreft diverse goederen, waaronder een geldbedrag. De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een bankpas. Nu de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de overige goederen, is de vordering niet voor toewijzing vatbaar. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om ten aanzien van de vorderingen voor zover toegewezen, aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 285, 300, 304, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 (vijfenveertig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

 de beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

  • -

    [slachtoffer 1]

  • -

    [slachtoffer 3]

  • -

    [slachtoffer 8]

  • -

    [slachtoffer 10] :

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 veroordeelt veroordeelde tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente en telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil:

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente vanaf

  • -

    [slachtoffer 1] € 500,- 6 februari 2016

  • -

    [slachtoffer 3] € 100,- 11 december 2015

  • -

    [slachtoffer 8] € 800,- 13 juli 2015

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente Vervangende

vanaf hechtenis

  • -

    [slachtoffer 1] € 500,- 6 februari 2016 10 dagen

  • -

    [slachtoffer 3] € 100,- 11 december 2015 2 dagen

  • -

    [slachtoffer 8] € 800,- 13 juli 2015 16 dagen

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. [voorzitter] (voorzitter), mr. [rechter 1] en

mr. [rechter 2] , rechters, in tegenwoordigheid van [griffier] , griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 oktober 2016.

mr. [rechter 3] is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016065776, gesloten op 8 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte, p. 8.

3 Het proces-verbaal van aanhouding, p. 17.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 12.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 15.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 14.

7 Het proces-verbaal van aangifte, p. 35

8 Het proces-verbaal van aangifte, p. 36.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 38.

10 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2016.

11 Het proces-verbaal van aangifte, p. 49.

12 Het proces-verbaal van aangifte, p. 50.

13 Het proces-verbaal van aangifte, p. 43.

14 Het proces-verbaal van aangifte p. 44.

15 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2016.

16 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2016121954, gesloten op 14 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 285.

18 Het proces-verbaal van aangifte, p. 276.

19 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2016.

20 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 324.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 295.

22 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 296.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 302.

24 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 329 en 331.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 310.

26 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 328-331.

27 Het proces-verbaal van aangifte, p. 203.

28 Het proces-verbaal van aangifte, p. 204.

29 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 225.

30 Het proces-verbaal van aangifte, p. 205.

31 Proces verbaal verhoor aangever p. 234

32 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 225.

33 Het NFI-rapport d.d. 12 januari 2016, p. 249 en 250.

34 Het NFI-rapport d.d. 20 juni 2016, p. 1 en 2.

35 Het proces-verbaal van aangifte, p. 343.

36 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 516.

37 Proces-verbaal van verhoor aangever p. 368

38 Rekening Rabobank p. 354

39 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 478.

40 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 449.

41 Het proces-verbaal van aangifte, p. 547, en de aanvullende verklaring p. 551.

42 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 310.

43 De verklaring van verdacht afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2016.

44 Het proces-verbaal van aangifte, p. 25 en 38.

45 Het proces-verbaal van aangifte, p.

46 Het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 37.

47 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 54.

48 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 55.

49 Het proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 15 augustus 2016.

50 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 183.

51 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 178.

52 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 182 en 183.

53 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 181 en 182.

54 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 179.