Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:5230

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-10-2016
Datum publicatie
03-10-2016
Zaaknummer
C/05/306004 / KG ZA 16-324
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Is Facebook verplicht gegevens te verstrekken? Nu aannemelijk is dat een mede-facebookgebruiker onrechtmatig jegens eiseres handelt, handelt ook Facebook onrechtmatig door de gegevens die benodigd zijn om de medegebruiker te kunnen opsporen niet prijs te geven.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2016/91
NJF 2016/482
RAV 2017/8
Onder redactie van mr. M. van der Linden en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij annotatie in IR 2016/179, UDH:IR/13854

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/306004 / KG ZA 16-324

Vonnis in kort geding van 3 oktober 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A.F.J.M. Mulders te Echt,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

FACEBOOK IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin 2, Ierland,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Facebook genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met productie 1 tot en met 10

  • -

    de aanvullende productie 11 van [eiseres]

  • -

    de mondelinge behandeling van 19 september 2016

  • -

    de pleitnota van [eiseres]

  • -

    de pleitnota van Facebook.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft een profiel op Facebook. Facebook is een gratis dienst die haar gebruikers onder meer in staat stelt met elkaar in contact te komen en informatie met vrienden en familie te delen.

2.2.

[eiseres] is in december 2015 in contact gekomen met een facebookgebruiker die gebruik maakte van het profiel “ [profielnaam] ”. Vanaf dat moment heeft [eiseres] met de facebookgebruiker een steeds intiemere relatie opgebouwd en ontstonden bij [eiseres] gevoelens van verliefdheid. In die setting heeft [eiseres] enkele intieme beelden aan de facebookgebruiker verstuurd. De facebookgebruiker heeft ook eenzelfde soort beelden aan [eiseres] gestuurd, waarvan de facebookgebruiker deed voorkomen alsof het beelden van haarzelf betrof.

2.3.

Na enkele maanden contact ontstond bij [eiseres] twijfel over de identiteit van de facebookgebruiker van het profiel [profielnaam] . Zij heeft de facebookgebruiker daar in maart 2016 mee geconfronteerd in een chatgesprek via Facebook Messenger. Op 29 maart 2016 is tijdens een gesprek onder meer het volgende gezegd:

‘(…)

[eiseres] : Ach schei uit. Je hebt je kans gehad. Hoe vaak heb ik jou gevraagd jezelf te laten horen zien? Het enige wat je hoeft te doen is je te laten zien.

[profielnaam] : en mij de groep afnemen maar pas op ik kom terug met hele andere dingen zoals filmpjes op internet etc.

[eiseres] : dat is chantage.

[profielnaam] : en wat jullie dan doen niet. Oog om oog tand om tand.

(…)

[profielnaam] : en ik laat me niet chanteren door jullie.

[eiseres] : ik heb mezelf laten zien in alles.

[profielnaam] : het eerste filmpje gaat binnen 5 min internet op.

(…)’

2.4.

Het profiel [profielnaam] is eind april 2016 van Facebook verwijderd.

2.5.

[eiseres] heeft melding gemaakt van de dreiging en het zonder toestemming gebruiken van foto’s van een andere vrouw door de facebookgebruiker bij de politie. De politie heeft tot op heden geen aangifte van [eiseres] opgenomen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Facebook te gebieden om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan [eiseres] te verstrekken, tenzij Facebook daarover niet beschikt:

I contactinformatie verstrekt bij registratie

II het IP-adres dat gebruikt is bij registratie

III datum en tijdstip van registratie, en

IV datum, tijdstip en IP-adressen van recente logins

van de houder van het profiel “ [profielnaam] ”, toegankelijk (geweest) bij Facebook via de URL http://www.facebook.com/ [profielnaam] . [profielnaam] .509?fref=ts, en de houder van het profiel “ [profielnaam] ”, toegankelijk (geweest) bij Facebook via de URL

https://www.facebook.com/profile.php?id=100011834852454&fref=ts, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat zij in gebreke blijft daaraan te voldoen, met een maximum van € 10.000,00.

3.2.

Facebook heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Allereerst dient te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Het antwoord op die vraag is te vinden in de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechtelijke bevoegdheid. In artikel 5 van deze verordening is bepaald voor welk gerecht een (rechts)persoon dient te worden opgeroepen. [eiseres] baseert haar vordering op onrechtmatige daad. Lid 3 van artikel 5 van de verordening bepaalt dat de (rechts)persoon in dat geval kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Facebook heeft niet weersproken dat dit in Nederland is. Derhalve is de Nederlandse rechter bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen.

4.2.

Voorts dient te worden beoordeeld welk recht op dit geschil van toepassing is. Daarvoor dient te worden gekeken in de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (de Rome II-verordening). In artikel 4 van deze verordening is bepaald dat het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad, het recht is van het land waar de schade zich voordoet. Onweersproken is dat de schade zich naar de mening van [eiseres] voordoet in Nederland. De beoordeling zal dan ook naar Nederlands recht geschieden.

4.3.

Het benodigde spoedeisende belang van de vordering vloeit voldoende uit de stellingen van [eiseres] voort.

4.4.

[eiseres] vordert (kort gezegd) gegevens van Facebook met betrekking tot het facebookprofiel [profielnaam] en [profielnaam] . [eiseres] legt aan deze vordering ten grondslag dat de facebookgebruiker van deze profielen onrechtmatig jegens haar handelt, door zichzelf voor te doen als een ander persoon en haar op die manier te verleiden tot het sturen van intieme beelden. [eiseres] stelt dat zij deze beelden ook werkelijk aan de facebookgebruiker heeft verzonden en dat op dit moment een reële dreiging en angst bestaat dat de facebookgebruiker die intieme beelden op internet zal plaatsen. [eiseres] stelt dat Facebook onrechtmatig jegens haar handelt, door de gevraagde gegevens van de facebookgebruiker niet vrij te geven, om die gebruiker op die manier te kunnen opsporen en (eventueel) te kunnen laten vervolgen. Facebook heeft betwist dat zij onrechtmatig jegens [eiseres] handelt. Zij stelt dat zij aan diverse regelgeving is gebonden en dat zij niet zomaar, zonder rechtelijke toets, privacygevoelige informatie van haar gebruikers aan een andere gebruiker kan vrijgeven.

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. [eiseres] vordert gegevens met betrekking tot twee facebookprofielen. Ter zitting is echter gebleken dat [eiseres] uitsluitend contact heeft gehad met de gebruiker van het profiel [profielnaam] en niet met de gebruiker van het profiel [profielnaam] . Nu zij die tweede gebruiker nimmer heeft gesproken en deze aldus niet over intieme beelden van [eiseres] beschikt, noch heeft gedreigd dergelijke beelden van [eiseres] op internet te plaatsen, handelt deze gebruiker niet onrechtmatig jegens [eiseres] . Jezelf voordoen als een ander persoon is immers niet (zonder meer) onrechtmatig en het daarvoor gebruik maken van andermans foto’s is in beginsel enkel onrechtmatig jegens die derde en niet jegens [eiseres] . Facebook heeft dan ook juist gehandeld door de gegevens van deze gebruiker niet aan [eiseres] te verstrekken, zodat de vordering met betrekking tot het profiel [profielnaam] zal worden afgewezen.

4.6.

Een vordering zoals ingesteld door [eiseres] kan slechts worden toegewezen, indien een gebruiker door middel van een valse identiteit tracht om in het bezit te komen van gegevens die niet voor hem of haar zijn bedoeld en die hij of zij, indien zijn of haar ware identiteit was gebruikt, niet zou hebben ontvangen. Op die manier kan sprake zijn van oplichting maar ook, indien die persoon reeds over beelden beschikt, van een mogelijke inbreuk op het portretrecht en de persoonlijke levenssfeer van iemand door (te dreigen met) het openbaar maken van beelden van die persoon in compromitterende houding. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat door de gebruiker van het profiel [profielnaam] op dergelijke wijze wordt gehandeld. Zo heeft [eiseres] aangevoerd dat zij door middel van een foto op het profiel [profielnaam] de naam van de fotograaf van die foto heeft achterhaald en op die manier te weten is gekomen dat de vrouw op de foto’s in werkelijkheid mevrouw [X] en aldus niet [profielnaam] is. Daarnaast staat vast dat [eiseres] dacht dat zij intieme beelden naar [profielnaam] stuurde, waardoor de gebruiker van dat account nu ten onrechte over die beelden beschikt. Voorts kan uit de overgelegde chatberichten worden afgeleid dat de gebruiker heeft gedreigd die beelden via internet te verspreiden. Hoewel daar op dit moment nog geen uitvoering aan is gegeven, acht de voorzieningenrechter gelet op alle voornoemde omstandigheden voldoende aannemelijk dat bij [eiseres] sprake is van een gerechtvaardigde angst en dat de facebookgebruiker aldus onrechtmatig jegens haar handelt. Gelet daarop, handelt ook Facebook onrechtmatig door de gegevens van de facebookgebruiker van het profiel [profielnaam] niet aan [eiseres] kenbaar te maken. De vordering ten aanzien van dat profiel zal dan ook worden toegewezen, waarbij Facebook zal worden veroordeeld om de contactinformatie die is verstrekt bij registratie, het IP-adres dat daarbij is gebruikt, de datum en het tijdstip van de registratie en de datum, het tijdstip en de IP-adressen van recente logins van het profiel [profielnaam] aan [eiseres] kenbaar te maken, voor zover zij over die gegevens beschikt.

4.7.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, nu Facebook ter zitting heeft verklaard zonder meer te zullen meewerken aan een veroordelend vonnis.

4.8.

De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd als na te melden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Facebook terecht niet op eerste verzoek van [eiseres] privacy gevoelige informatie van haar gebruikers heeft prijsgegeven, maar een uitspraak van de rechter over dit punt heeft afgewacht. Daardoor kan Facebook niet worden verweten dat de onderhavige procedure is gevoerd en dienen partijen dan ook ieder hun eigen kosten te dragen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

gebiedt Facebook binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan [eiseres] te verstrekken, voor zover zij daarover de beschikking heeft:

  • -

    contactinformatie verstrekt bij registratie

  • -

    het IP-adres dat gebruik is bij registratie

  • -

    datum en tijdstip van registratie

  • -

    datum, tijdstip en IP-adressen van recente logins

van de houder van het profiel “ [profielnaam] ”, toegankelijk (geweest) via Facebook via de URL http://www.facebook.com/ [profielnaam] . [profielnaam] .509?fref=ts,

5.2.

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier E.H.J. Krijnen op 3 oktober 2016.