Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:517

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-02-2016
Datum publicatie
02-02-2016
Zaaknummer
05/720232-15, 05/842167-13 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplegging ISD-maatregel voor diefstal met geweld, wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720232-15, 05/842167-13 (TUL)

Datum uitspraak : 2 februari 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , [woonplaats]

thans gedetineerd te [verblijfplaats] .

Raadsman: mr. M.K. Rack, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 19 januari 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen -een hoofdtelefoon, merk Marley -een navigatiesysteem, merk Grundig -een portofoon, merk HYT, type YC-620 , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] (vestiging [adres 2] ) en/of

[benadeelde 2] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] voornoemd, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te makenen/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat (toen verdachte werd betrapt op winkeldiefstal en door een beveiliger van [benadeelde 1] ( [slachtoffer] ) werd verzocht mee te gaan naar de beveiligingsruimte (in voornoemde [benadeelde 1] ), in die beveiligingsruimte aangekomen die ruimte wilde verlaten)

-verdachte door de beveiligingsbeambte( [slachtoffer] ) werd vastgehouden/gegrepen en zich in de daarop volgende worsteling heeft losgerukt en/of

-verdachte(vervolgens) een (uitgeklapt) (zak)mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp heeft getrokken en aan die [slachtoffer] heeft voorgehouden/getoond en/of

-verdachte (vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/geschreeuwd "ik maak je kapot" en/of "ik steek je neer" en/of "ga zitten" en/of -verdachte (vervolgens) meerdere malen, althans eenmaal, stekende en/of prikkende en of snijdende beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam van) die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of

-verdachte die [slachtoffer] (daarbij) heeft gestoken, gesneden of geprikt, althans heeft verwond, aan zijn (linker) middelvinger en/of

-verdachte, terwijl hij het (uitgeklapte)(zak)mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp, dreigend in de richting van die [slachtoffer] gericht heeft (gehouden), tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/geschreewd dat deze zich in de oponthoudruimte moest begeven(waarna verdachte de deur van die oponthoudruimte aan de buitenkant heeft afgesloten en zich (vervolgens) met voornoemde goederen uit de voeten heeft gemaakt);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van -een hoofdtelefoon, merk Marley -een navigatiesysteem, merk Grundig -een portofoon, merk HYT, type YC-620 , in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] (vestiging [adres 2] ) en/of [benadeelde 2] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat (toen verdachte werd betrapt op winkeldiefstal en door een beveiliger van [benadeelde 1] ( [slachtoffer] ) werd verzocht mee te gaan naar de beveiligingsruimte (in voornoemde [benadeelde 1] ), in die beveiligingsruimte aangekomen die ruimte wilde verlaten) -verdachte door de beveiligingsbeambte ( [slachtoffer] ) werd vastgehouden/gegrepen en zich in de daarop volgende worsteling heeft losgerukt en/of -verdachte(vervolgens) een (uitgeklapt) (zak)mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp heeft getrokken en aan die [slachtoffer] heeft voorgehouden/getoond en/of -verdachte (vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/geschreeuwd "ik maak je kapot" en/of "ik steek je neer" en/of "ga zitten" en/of -verdachte (vervolgens) meerdere malen, althans eenmaal, stekende en/of prikkende en of snijdende beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam van) die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of -verdachte die [slachtoffer] (daarbij) heeft gestoken, gesneden of geprikt, althans heeft verwond, aan zijn (linker) middelvinger en/of -verdachte, terwijl hij het (uitgeklapte)(zak)mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp, dreigend in de richting van die [slachtoffer] gericht heeft (gehouden), tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/geschreewd dat deze zich in de oponthoudruimte moest begeven(waarna verdachte de deur van die oponthoudruimte aan de buitenkant heeft afgesloten en zich (vervolgens) met voornoemde goederen uit de voeten heeft gemaakt);

2.

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte (toen verdachte werd betrapt op winkeldiefstal en door een beveiliger van [benadeelde 1]

( [slachtoffer] ) werd verzocht mee te gaan naar de beveiligingsruimte

(in voornoemde [benadeelde 1] ), in die beveiligingsruimte aangekomen die ruimte

wilde verlaten) -(toen verdachte)door de beveiligingsbeambte ( [slachtoffer] ) werd

vastgehouden/gegrepen zich in de daarop volgende worsteling losgerukt en/of

-(vervolgens) een (uitgeklapt) (zak)mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp getrokken en aan die [slachtoffer] voorgehouden/getoond en/of

-(vervolgens) tegen die [slachtoffer] geroepen/geschreeuwd "ik maak je kapot" en/of "ik steek je neer" en/of "ga zitten" en/of

-(vervolgens) meerdere malen, althans eenmaal, stekende en/of prikkende en/of

snijdende beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam van) die [slachtoffer] gemaakt en/of

-die [slachtoffer] (daarbij) gestoken, gesneden of geprikt, althans verwond, aan

zijn (linker) middelvinger en/of

-terwijl hij het (uitgeklapte)(zak)mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp, dreigend in de richting van die [slachtoffer] gericht heeft (gehouden), tegen die [slachtoffer] geroepen/geschreewd dat die [slachtoffer] zich in de oponthoudruimte moest begeven en/of

-(vervolgens) de deur van die oponthoudruimte aan de buitenkant afgesloten (en zich (vervolgens) (met voornoemde goederen) uit de voeten gemaakt);

3.

primair

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] (te weten een beveiliger bij [benadeelde 1] ) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij -verdachte-

-meerdere malen, althans eenmaal, stekende en/of prikkende en of snijdende

beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam van) die [slachtoffer] gemaakt

en/of

-die [slachtoffer] (daarbij) gestoken, gesneden of geprikt, althans verwond, aan zijn (linker) middelvinger , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd. “ik maak je kapot” en/of “ik steekje neer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en daarbij een (zak)mes aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of stekende/snijdende bewegingen heeft gemaakt in de richting van (het bovenlichaam van) die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden/verwond aan zijn vinger;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 september 2015 bevond verdachte zich in [benadeelde 1] te Arnhem. Op een gegeven moment is verdachte door een beveiliger van [benadeelde 1] , [slachtoffer] , verzocht om met hem mee te lopen naar de beveiligingsruimte, nadat verdachte de verpakking van een set oordopjes had opengetrokken. In de beveiligingsruimte hield [slachtoffer] verdachte aan op verdenking van diefstal of vernieling. Verdachte liep hierna richting de uitgang van de beveiligingsruimte. Nadat [slachtoffer] tegen verdachte had gezegd dat hij niet weg mocht gaan trok verdachte de deur van de ruimte open. [slachtoffer] heeft verdachte daarna vastgepakt, waarna een worsteling is ontstaan. Verdachte trok daarna een mes. Verdachte heeft vervolgens [slachtoffer] opgesloten in de oponthoudruimte die zich in de beveiligingsruimte bevindt. Daarna is verdachte vertrokken, waarbij hij de hoofdtelefoon, merk Marley, een navigatiesysteem, merk Grundig, beide eigendom van [benadeelde 1] en een portofoon, Merk HYT, type YC-620, toebehorende aan aangever/beveiliger, heeft meegenomen.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair, 2 en 3 primair.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat er sprake is van noodweer dan wel noodweerexces en verzoekt verdachte primair te ontslaan van rechtsvervolging.

Subsidiair bepleit de verdediging vrijspraak voor alle feiten vanwege het ontbreken van opzet bij verdachte en omdat verdachte aangever niet lang opgesloten wilde houden, maar hem slechts had opgesloten om weg te kunnen komen.

Beoordeling door de rechtbank

In afwijking van de door de raadsman gehanteerde volgorde zal de rechtbank eerst het bewijs bespreken.

Ten aanzien van feit 1:

Opzet op diefstal

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij per ongeluk de hoofdtelefoon en het navigatiesysteem heeft meegenomen.

Verdachte had noch de hoofdtelefoon, noch het navigatiesysteem betaald. Het navigatiestysteem had hij in de winkel niet eens in zijn handen gehad.3 Hij had dan ook geen enkele reden om die voorwerpen in de beveiligingsruimte van de tafel te pakken,in zijn tas te stoppen en mee te nemen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij dit per ongeluk heeft gedaan niet geloofwaardig en concludeert dat verdachte deze wel degelijk met opzet heeft meegenomen.

Met betrekking tot de portofoon heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij deze in een reflex heeft meegenomen om de vlucht te vergemakkelijken.4 Verdachte heeft dus bekend dat hij deze opzettelijk heeft meegenomen.

Geweld

Aangever heeft verklaard dat verdachte plotseling een mes trok en tegen hem riep “ik maak je kapot”, “ik steek je neer” en “ga zitten”. Verdachte maakte een stekende beweging in de richting van aangever. Daarbij sneed hij aangever in zijn middelvinger. Onder bedreiging van het mes moest aangever de oponthoudruimte in. Vervolgens pakte verdachte terwijl hij aangever met het mes bedreigde de portofoon af, die met een clip aan aangevers riem hing.5

Verdachte ontkent een stekende beweging te hebben gemaakt. De rechtbank heeft echter geen reden om aan de verklaring van aangever te twijfelen, nu die wordt ondersteund door een geneeskundige verklaring waarin staat dat aangever een mes-verwonding aan de derde vinger van zijn linkerhand had, die moest worden gehecht.6

Verdachte heeft de beveiliger met een mes bedreigd, gestoken en opgesloten en is er daarna vandoor gegaan met goederen van [benadeelde 1] . Dit kan niet anders worden gekwalificeerd dan diefstal met geweld. De rechtbank acht het onder 1 primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2:

Verdachte heeft bij de politie als volgt verklaard:

“Ik heb hem vervolgens in de cel geduwd terwijl ik het mes nog in mijn handen had. Ik heb van die schuifsloten op de deur gedaan waardoor de beveiliger er niet meer uit kwam. Ik dacht dan weet hij ook eens wat het is om ten onrechte in een cel te zitten”.7

Uit die verklaring blijkt zonder meer dat verdachte aangever opzettelijk van zijn vrijheid heeft beroofd. Overigens zou die conclusie niet anders luiden indien de lezing van de verdediging ter terechtzitting juist was. Immers is voor wederrechtelijke vrijheidsberoving niet vereist dat het slachtoffer langere tijd van de vrijheid is beroofd. Daarnaast heeft aangever op de politie moeten wachten om te worden bevrijd.

De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3:

Zoals reeds eerder onder feit 1 is overwogen heeft verdachte met een mes een stekende beweging gemaakt in de richting van aangever. Dit heeft plaatsgevonden in een kleine ruimte tijdens een worsteling, terwijl verdachte naar eigen zeggen zich woest voelde op dat moment. Verdachte heeft daarbij aangever aan de vinger verwond. Aangever had daarbij dusdanig letsel aan spieren of pezen in vinger of hand kunnen oplopen dat de functionaliteit ernstig zou zijn beperkt. Verdachte heeft gelet op de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder dit is begaan op zijn minst de aanmerkelijke kans hierop aanvaard. Naar het oordeel van de rechtbank is het primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een hoofdtelefoon, merk Marley

-een navigatiesysteem, merk Grundig

-een portofoon, merk HYT, type YC-620, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] (vestiging [adres 2] ) en/of [benadeelde 2] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] voornoemd, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat (toen verdachte werd betrapt op winkeldiefstal en door een beveiliger van [benadeelde 1] ( [slachtoffer] ) werd verzocht mee te gaan naar de beveiligingsruimte (in voornoemde [benadeelde 1] ), in die beveiligingsruimte aangekomen die ruimte wilde verlaten)

-verdachte door de beveiligingsbeambte ( [slachtoffer] ) werd vastgehouden/gegrepen en zich in de daarop volgende worsteling heeft losgerukt en/of

-verdachte (vervolgens) een (uitgeklapt) (zak)mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp heeft getrokken en aan die [slachtoffer] heeft voorgehouden/getoond en/of -verdachte (vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/geschreeuwd "ik maak je kapot" en/of "ik steek je neer" en/of "ga zitten" en/of

-verdachte (vervolgens) meerdere malen, althans eenmaal, stekende en/of

prikkende en of snijdende beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam

van) die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of

-verdachte die [slachtoffer] (daarbij) heeft gestoken, gesneden of geprikt, althans heeft verwond, aan zijn (linker)middelvinger en/of

-verdachte, terwijl hij het (uitgeklapte)(zak)mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp, dreigend in de richting van die [slachtoffer] gericht heeft (gehouden), tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/geschreewd dat deze zich in de oponthoudruimte moest begeven (waarna verdachte de deur van die oponthoudruimte aan de buitenkant heeft afgesloten en zich (vervolgens) met voornoemde goederen uit de voeten heeft gemaakt);

2.

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte (toen verdachte werd betrapt op winkeldiefstal en door een beveiliger van [benadeelde 1]

( [slachtoffer] ) werd verzocht mee te gaan naar de beveiligingsruimte

(in voornoemde [benadeelde 1] ), in die beveiligingsruimte aangekomen die ruimte

wilde verlaten)

-(toen verdachte) door de beveiligingsbeambte ( [slachtoffer] ) werd

vastgehouden/gegrepen zich in de daarop volgende worsteling losgerukt en

-(vervolgens) een (uitgeklapt) (zak)mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp getrokken en aan die [slachtoffer] voorgehouden/getoond en/of

-(vervolgens) tegen die [slachtoffer] geroepen/geschreeuwd "ik maak je kapot" en/of "ik steek je neer" en/of "ga zitten" en/of

-(vervolgens) meerdere malen, althans eenmaal, een stekende en/of prikkende en/of

snijdende beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam van) die [slachtoffer] gemaakt en/of

-die [slachtoffer] (daarbij) gestoken, gesneden of geprikt, althans verwond, aan

zijn (linker) middelvinger en/of

-terwijl hij het (uitgeklapte)(zak)mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp, dreigend in de richting van die [slachtoffer] gericht heeft (gehouden), tegen die [slachtoffer] geroepen/geschreewd dat die [slachtoffer] zich in de oponthoudruimte moest begeven en/of

-(vervolgens) de deur van die oponthoudruimte aan de buitenkant afgesloten (en zich (vervolgens) (met voornoemde goederen) uit de voeten gemaakt);

3.

primair

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] (te weten een beveiliger bij [benadeelde 1] ) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij -verdachte- -meerdere malen, althans eenmaal, stekende en/of prikkende en of snijdende

beweging(en) in de richting van het (bovenlichaam van) die [slachtoffer] gemaakt

en/of

-die [slachtoffer] (daarbij) gestoken, gesneden of geprikt, althans verwond, aan

zijn (linker)middelvinger , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken het bezit van het gestolene te verzekeren

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk iemand van de vrijheid beroven

Ten aanzien van feit 3:

Poging tot zware mishandeling

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft betoogd dat er sprake is van noodweer dan wel noodweerexces omdat verdachte zich moest verdedigen tegen aangever.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

In artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat in geval van ontdekking op heterdaad eenieder bevoegd is de verdachte aan te houden. Die ontdekking geldt voor ieder strafbaar feit. Het aanhouden van een verdachte impliceert vrijheidsbeneming. Een verdachte bevindt zich na aanhouding in de macht van degene die hem heeft aangehouden en die macht kan zo nodig in fysieke maatregelen worden omgezet.

Aangever heeft waargenomen dat verdachte in de winkel met geweld een verpakking met daarin een koptelefoon openrukte. Hij was op grond van artikel 53 Sv dusbevoegd om verdachte aan te houden op grond van (verdenking van) winkeldiefstal en/of vernieling en hem met fysieke middelen in zijn macht te houden, in casu door het plaatsen in de oponthoudruimte.

Dat een persoon, zoals de verdediging stelt, na een vermeende vernieling bij ontdekking op heterdaad niet kan worden opgesloten is een verkeerde uitleg van de wet, nog afgezien van het feit dat verdachte is aangehouden op grond van winkeldiefstal.

Gelet op het vorenstaande is er geen sprake is geweest van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangever waartegen verdachte zich diende te verdedigen of een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor.

Nu er geen sprake is geweest van een noodweersituatie is er ook geen sprake geweest van noodweerexces. De rechtbank verwerpt dit verweer.

Verdachte is strafbaar, nu ook geen andere omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging heeft de officier van justitie verzocht deze toe te wijzen als aan verdachte niet de ISD-maatregel wordt opgelegd. In geval van oplegging van de ISD-maatregel verzoekt de officier van justitie de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

De verdediging heeft verzocht in geval van bewezenverklaring en van strafbaarheid van verdachte aan verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 december 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland gedateerd 14 oktober 2015;

- een voorlichtingsrapportage van IrisZorg gedateerd 5 januari 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte is al vele malen onherroepelijk veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Thans heeft hij 39 pagina’s aan justitiële documentatie en is aan hem twee maal de ISD-maatregel opgelegd. Ook nu wordt verdachte weer veroordeeld voor onder meer een vermogensdelict, waarbij hij dit maal ook geweld heeft gebruikt en twee (daarmee samenhangende) geweldsdelicten. Deze feiten bezorgen de samenleving als geheel en degenen die slachtoffer worden van verdachtes gedrag in het bijzonder ernstige overlast.

IrisZorg adviseert in haar rapport om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen.

Verdachte verkeert veelvuldig in detentie, waarna er geen huisvesting is geregeld waardoor hij snel terugvalt in middelengebruik en delictgedrag. Dit is het patroon van de laatste jaren. Daarnaast is hij gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken, wat ook van invloed is op zijn gedrag. Verdachte is bekend met impulsiviteit en agressiviteit, wat wordt versterkt door zijn gebruik. Aan verdachte zijn al vele trajecten aangeboden, die allen geen langdurig resultaat met zich meebrachten, waarbij het opvalt dat hij niet kan kijken naar zijn eigen aandeel. Verdachte is al lange tijd werkeloos en heeft geen zinvolle dagbesteding. Hierdoor, en door zijn vele detenties, heeft hij vaak ook geen inkomen (en wel grote schulden), waardoor de kans op vermogensdelicten blijft bestaan. Het plegen van vermogensdelicten lijkt voor hem samen te hangen met het straatleven en hij toont daarover geen spijt. Hij heeft veelal contacten in het circuit wat zijn problemen mede in stand houdt. Als beschermende factor wordt gezien dat hij zijn medewerking wil verlenen aan een derde ISD-maatregel, met hierbij de kanttekening dat hij dat graag op zijn voorwaarden ziet gebeuren.

Het recidiverisico wordt door de rapporteur als zeer hoog ingeschat en het risico op onttrekken aan voorwaarden hoog.

Gezien de recidive, de verslavingsproblematiek van verdachte en het feit dat deze problematiek direct samenhangt met de bewezenverklaarde feiten moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal plegen, zodat de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de ISD-maatregel eist. De maatregel strekt derhalve tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. De rechtbank heeft, gelet op bovenstaand reclasseringsadvies en hetgeen verdachte zelf ter terechtzitting hierover heeft verklaard, er geen vertrouwen in dat verdachte, zodra hij vrijkomt zonder enige vorm van behandeling te hebben ondergaan, geen strafbare feiten meer zal plegen.

De rechtbank stelt vast dat aan de in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht genoemde vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel is voldaan. De door verdachte thans begane feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte is in de vijf jaren voorafgaand aan de onderhavige door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld. Het onderhavige misdrijf is begaan na tenuitvoerlegging van deze sancties.

Gelet op het belang van beveiliging van de maatschappij en van beëindiging van de recidive van de verdachte, zal de rechtbank de maatregel voor de maximale duur van 2 (twee) jaren opleggen en zal zij de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.301,72, waarvan € 800,- immateriële schade betreft.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis.

De verdediging verzoekt de vordering niet volledig toe te wijzen gelet op de omstandigheden romdom het feit.

De rechtbank overweegt als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 501,72 aan materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde handelen tevens rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Genoegzaam is gebleken dat de benadeelde partij pijn en psychische schade heeft ondervonden als gevolg van het bewezen verklaarde handelen. De rechtbank acht de gevorderde schade voldoende onderbouwd en zal deze dan ook toewijzen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar met ingang van 25 september 2015.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Nu aan verdachte de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren wordt opgelegd acht de rechtbank tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf thans niet opportuun. Zij zal daarom de vordering tenuitvoerlegging onder parketnummer 05/842167-13 afwijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 38m, 38n, 57, 282, 302 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 primair, 2 en 3 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 1.301,72 (eenduizend driehonderdeneen euro en tweeënzeventig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.301,72 (eenduizend driehonderdeneen euro en tweeënzeventig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 13 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Wijst af de vordering van de officier van justitie van strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 21 mei 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden (parketnummer 05/842167-13).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Gerritsen (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. D.R. Sonneveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 februari 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2015469554-102, gesloten op 24 november 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 12-13; verklaring verdachte ter terechtzitting van 19 januari 2016.

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 januari 2016.

4 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 januari 2016.

5 Proces-verbaal van aangifte, p. 13.

6 Geneeskundige verklaring, p. 21.

7 Proces-verbaal van verhoor, p. 67.