Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4771

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
01-09-2016
Zaaknummer
05/980644-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 53 jarige belastingadviseur uit Beekbergen veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van onjuiste aangiften loonbelasting en omzetbelasting, aan het niet voeren van een juiste bedrijfsadministratie en aan valsheid in geschrift. De rechtbank is uitgegaan van een benadelingsbedrag van circa € 190.000,-. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij als belastingadviseur fiscale delicten heeft gepleegd. Hij heeft een voorbeeldfunctie en behoort integer en zorgvuldig te handelen. Zijn opstelling is onverenigbaar met zijn functie van belastingadviseur en de eisen die aan zijn beroepsgroep worden gesteld. Bovendien is hij twee keer eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Daarom heeft de rechtbank hem ook ontzet van het recht het beroep van belastingadviseur uit te oefenen gedurende vijf jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-2208

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

zittingsplaats Zutphen

team strafrecht

parketnummer : 05/980644-13

datum uitspraak : 31 augustus 2016

tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 april 2016. Op 26 april 2016 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen en daarbij het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van een beslissing op een door verdachte tussen 12 en 26 april 2016 ingediend wrakingsverzoek. Dat verzoek is bij beschikking van 1 juni 2016 afgewezen. Op 31 augustus 2016 is het onderzoek opnieuw gesloten.

1 Inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van

1 maart 2006 tot en met 18 januari 2009, in de gemeente Apeldoorn, in elk

geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

loonheffing te naam gesteld van [bedrijf 1] , betreffende:

* de maanden maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus

en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar

2006;

en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli

en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december

van het jaar 2007;

en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli

en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december

van het jaar 2008;

en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli

en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december

van het jaar 2009;

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden

geheven,

immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n):

- ten onrechte een bedrag ter zake van deelneming aan de levensloopregeling in

mindering gebracht op de verschuldigde loonheffing,

en/of

- een onjuist bedrag aan verschuldigde loonheffing,

vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die aangifte(n) (elektronisch)

bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of doen doen,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

2.

de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van

1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente Apeldoorn, in elk

geval in Nederland,

terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een

administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet

gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd,

terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft [bedrijf 1] , ondanks dat door of namens de inspecteur

mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht, niet een

zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar rechten en

verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van

belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond d Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

3.

de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de

periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2010, in de gemeente

Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)

aangifte(n) omzetbelasting te naam gesteld van [bedrijf 2] ,

betreffende:

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of

juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november

en/of december van het jaar 2007;

en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of

juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november

en/of december van het jaar 2008;

en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of

juni van het jaar 2009;

en/of

* het derde en/of het vierde kwartaal van het jaar 2009,

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden

geheven,

immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n) een onjuist bedrag aan af te

dragen omzetbelasting vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die

aangifte(n) (elektronisch) bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of

doen doen,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

4.

de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de

periode van 1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente

Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een

administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet

gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd,

terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft [bedrijf 2] , ondanks dat door of namens de

inspecteur mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht,

niet een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar

rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting

overigens van belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond d Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 22 december 2012 tot en met

27 december 2012, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

een of meer factu(u)r(en) -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk

heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, zulks

(telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door een of meer anderen te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd

met de waarheid, op die factu(u)r(en) vermeld en/of doen vermelden dat deze op

de op die factu(u)r(en) vermelde data/datum door [bedrijf 3] waren/was

uitgemaakt aan [bedrijf 2] ,

het betrof onder meer de navolgende factu(u)r(en) (bijlage D-094):

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 maart 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,--;

en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 juni 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,--;

en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 november 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 9.500,--;

en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 december 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 5.700,--;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen worden de navolgende feiten, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld.

[bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) is een belastingadvieskantoor in Apeldoorn.2 Verdachte is (middellijk) bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] en van [bedrijf 1] , gevestigd te Beekbergen.3 Daarnaast is verdachte economisch eigenaar en feitelijk leidinggevende van [bedrijf 3] , ook gevestigd te Beekbergen. De bestuurder van die vennootschap is de echtgenote van verdachte, [naam 1] .4

Verdachte, die op de loonlijst staat van [bedrijf 1] , heeft deelgenomen aan de levensloopregeling.5 De aangiften loonbelasting van [bedrijf 1] over de periode oktober 2007 tot en met december 2009 zijn via de elektronisch weg ingediend bij de Belastingdienst.6 De aangiften loonbelasting van [bedrijf 1] zijn door [bedrijf 4] (verder: [bedrijf 4] ) gedaan op basis van door verdachte aan hen verstrekte gegevens.7

Bij een door de Belastingdienst uitgevoerd boekenonderzoek is geconstateerd dat in maandaangiften loonheffing van [bedrijf 1] over de periode januari 2006 tot en met 2009 de deelname aan de levensloopregeling ten bedrage van € 1.620,- per maand bij de grondslag van de loonheffing is betrokken. Met uitzondering van de aangiften loonheffing over januari en februari 2006, januari 2007 en januari 2009 heeft [bedrijf 1] dat maandbedrag niet op een geblokkeerde rekening gestort. Verdachte heeft niet aan [bedrijf 4] doorgegeven dat niet elke maand het bedrag van € 1.620,- voor het deelnemen aan de levensloopregeling naar een geblokkeerde rekening werd overgemaakt.

De niet overgemaakte bedragen staan op de balans van [bedrijf 1] geboekt onder de post ‘overlopende passiva’ – wat betreft de jaren 2006 tot en met 2008 – en vanaf 2009 onder de post ‘overige schulden’.8

Bij brief van 29 maart 2012 is verdachte gevraagd om de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] en [bedrijf 1] over de jaren 2006 tot en met 2009 binnen twee weken te verstrekken en inzichtelijk te maken.9 De Belastingdienst spreekt verdachte er diverse keren op aan om tijdig een volledige en te controleren bedrijfsadministratie te verstrekken.10

De aangiften omzetbelasting van [bedrijf 2] over de tijdvakken januari 2006 tot en met juni 2009 en het derde en vierde kwartaal van 2009 zijn via de elektronische weg bij de Belastingdienst in Apeldoorn ingediend.11

De door [bedrijf 2] volgens die aangiften geclaimde voorbelasting wijkt af van de voorbelasting die [bedrijf 2] zou kunnen claimen volgens een spreadsheet dat de Belastingdienst van verdachte heeft ontvangen. Volgens dat spreadsheet heeft [bedrijf 2] bovendien meer voorbelasting geclaimd met betrekking tot facturen van [bedrijf 3] dan [bedrijf 3] daarvoor aan BTW heeft afgedragen.12

Bij brief van 22 december 2012 heeft verdachte namens [bedrijf 3] bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag13, waarbij een viertal kopieën zijn gevoegd van facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 2]14, gedateerd onderscheidenlijk 31 maart 2007, 30 juni 2007, 30 november 2007 en 31 december 2007, welke facturen respectievelijk € 950,-, € 950,-, € 9.500,- en € 5.700,- aan BTW bedragen.

Tijdens de controle door de Belastingdienst zijn in de administratie van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] géén facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 2] uit de jaren 2007 tot en met 2009 aangetroffen.15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van haar schriftelijke requisitoir.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het feitelijk handelen ter zitting van 12 april 2016 toegelicht, maar daaraan niet de conclusie verbonden dat daarmee sprake is van verwijtbaar strafbaar handelen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 april 2016 verklaard dat de aangiften loonbelasting van [bedrijf 1] door [bedrijf 4] zijn gedaan aan de hand van de door hem verstrekte gegevens. De maandelijkse deelname aan de levensloopregeling van € 1.620,- heeft hij, op een viertal maanden na, niet op de daarvoor bestemde rekening gestort, omdat daarvoor de liquide middelen ontbraken. Hij heeft die bedragen wel op de balans gezet.16

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de maandaangiften loonbelasting van [bedrijf 1] onjuist gedaan in de gevallen waarin een bedrag van € 1.620- aan brutoloon is opgevoerd in het kader van het deelnemen door verdachte aan de levensloopregeling en dat bedrag die maand niet op een geblokkeerde rekening is gestort.

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen, waarbij in aanmerking is genomen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de bewezen verklaarde gedragingen.

De Belastingdienst – bij monde van [naam 2] – heeft verdachte er in het kader van het boekenonderzoek bij herhaling op aangesproken dat de door [bedrijf 2] en [bedrijf 1] verstrekte bedrijfsadministratie niet aan de eisen van artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen voldoet, in die zin dat de administratie van beide vennootschappen, die niet met een boekhoudpakket wordt gevoerd, niet volledig en niet controleerbaar is. [naam 2] heeft onder meer bij brief van 3 januari 2012 aangegeven welke gegevens in ieder geval tijdens het boekenonderzoek aanwezig moeten zijn.17 Bij brief van 29 maart 2012 heeft hij verdachte nogmaals gewezen op de onvolledigheid en het ontbreken van delen van de administratie en op de stukken/bestanden die in elk geval voor het inzichtelijk maken van de bedrijfsadministratie overgelegd dienen te worden. In de wel door verdachte verstrekte gegevens ontbraken in elk geval: kasboeken, kostenfacturen, een grootboek, bankgegevens en volledige crediteurengegevens.18

[naam 2] heeft verklaard dat de administratie niet zo was ingericht dat een controle binnen een redelijke termijn mogelijk was.19

Administratieplichtigen, zoals [bedrijf 2] en [bedrijf 1] , dienen op een zodanige wijze hun bedrijfsadministratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen en de voor de belastingheffing voor het overige van belang zijnde gegevens daaruit duidelijk blijken. De administratie dient (ook) zodanig te zijn ingericht, te worden gevoerd en te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. [bedrijf 2] en [bedrijf 1] hebben daaraan naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de hiervoor aangeduide bewijsmiddelen, niet voldaan. Verdachte is als feitelijk leidinggever daarvoor in strafrechtelijke zin aansprakelijk.

De rechtbank acht de feiten onder 2 en 4 wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 april 2016 in verband met de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 2] verklaard dat hij oninbare debiteuren heeft afgewaardeerd.20 Ook bij de FIOD heeft verdachte aangegeven dat hij voor een bedrag van € 983.808,- oninbare debiteuren heeft afgewaardeerd en de geclaimde voorbelasting heeft verhoogd met een bedrag aan oninbare debiteuren. Die bedragen heeft hij in de aangiften omzetbelasting niet onderbouwd. Verdachte heeft toegegeven dat op die manier niet is te herleiden waar deze bedragen vandaan komen. Hij heeft de afgedragen BTW van zijn oninbare debiteuren op die manier willen terugvorderen. Hij heeft verzuimd daarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de omzetbelasting 1968 te doen.21

De rechtbank acht ook feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft ten aanzien van feit 5 verklaard dat hij het bezwaarschrift op 22 december 2012 heeft opgemaakt en bij de Belastingdienst namens [bedrijf 3] heeft ingediend.22 Ook heeft hij verklaard dat hij de vier daarbij gevoegde facturen van [bedrijf 3] gericht aan [bedrijf 2] , die alle zijn voorzien van een in 2007 gelegen datum, op 22 december 2012 heeft opgemaakt ter vervanging van eerder, in 2007, opgemaakte facturen van [bedrijf 3] die bij een computercrash verloren zouden zijn gegaan.23 De oorspronkelijke facturen kon hij niet in de administratie terugvinden en daarom heeft hij de facturen opnieuw opgemaakt en geantedateerd.24

De rechtbank acht ook het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van

1 maart 2006 tot en met 18 januari 2009, in de gemeente Apeldoorn, in elk

geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

loonheffing te naam gesteld van [bedrijf 1] , betreffende:

* de maanden maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus

en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar

2006;

en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli

en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december

van het jaar 2007;

en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli

en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december

van het jaar 2008;

en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli

en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december

van het jaar 2009;

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden

geheven,

immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n):

- ten onrechte een bedrag ter zake van deelneming aan de levensloopregeling in

mindering gebracht op de verschuldigde loonheffing,

en/of

- een onjuist bedrag aan verschuldigde loonheffing,

vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die aangifte(n) (elektronisch)

bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of doen doen,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van

1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente Apeldoorn, in elk

geval in Nederland,

terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een

administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet

gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd,

terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft [bedrijf 1] , ondanks dat door of namens de inspecteur

mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht, niet een

zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar rechten en

verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van

belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de

periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2010, in de gemeente

Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)

aangifte(n) omzetbelasting te naam gesteld van [bedrijf 2] ,

betreffende:

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of

juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november

en/of december van het jaar 2007;

en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of

juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november

en/of december van het jaar 2008;

en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of

juni van het jaar 2009;

en/of

* het derde en/of het vierde kwartaal van het jaar 2009,

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden

geheven,

immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n) een onjuist bedrag aan af te

dragen omzetbelasting vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die

aangifte(n) (elektronisch) bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of

doen doen,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de

periode van 1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente

Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een

administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet

gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd,

terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft [bedrijf 2] , ondanks dat door of namens de

inspecteur mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht,

niet een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar

rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting

overigens van belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden

gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

5.

hij in of omstreeks de periode van 22 december 2012 tot en met

27 december 2012, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

een of meer factu(u)r(en) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk

heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, zulks

(telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door een of meer anderen te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd

met de waarheid, op die factu(u)r(en) vermeld en/of doen vermelden dat deze op

de op die factu(u)r(en) vermelde data/datum door [bedrijf 3] waren/was

uitgemaakt uitgegaan aan [bedrijf 2] ,

het betrof onder meer de navolgende factu(u)r(en) (bijlage D-094):

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 maart 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,--;

en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 juni 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,--;

en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 november 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 9.500,--;

en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 december 2007,

geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer

berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 5.700,--.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en feit 3 telkens:

Feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2 en feit 4 telkens:

Feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk begaan van een feit omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon; en

ten aanzien van feit 5:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

5 Strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden ontzet van het recht het beroep van statutair bestuurder van een rechtspersoon uit te oefenen voor de duur van vijf jaar.

In de strafeis heeft de officier van justitie onder meer betrokken, dat:

  • -

    verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een aantal fiscale delicten en niet heeft geschroomd om facturen te vervalsen in een poging zijn gelijk te halen in een bezwaarschriftprocedure;

  • -

    verdachte een voorbeeldfunctie heeft als fiscaal adviseur;

  • -

    verdachte door zijn wijze van bedrijfsvoering de Belastingdienst heeft benadeeld;

  • -

    verdachte al twee keer eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat schijnbaar geen indruk op hem heeft gemaakt;

  • -

    rekening is gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, maar ook met het gegeven dat verdachte een gewaarschuwd iemand was; en dat

  • -

    de redelijke termijn is overschreden.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft aangevoerd dat hij de Belastingdienst niet tekort heeft gedaan, aangezien de door de fiscus opgelegde naheffingen zijn betaald. Verdachte heeft aangegeven dat hij in elk geval niet de gevangenis in zal gaan.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte, zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting van 12 april 2016 is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 2 maart 2016. Hieruit komt naar voren dat verdachte op 27 mei 2014 door het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden is veroordeeld voor belastingfraude en valsheid in geschrift tot 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en tot ontzetting van het recht tot het uitoefenen van bepaalde beroepen. Bij (onherroepelijk) arrest van 13 oktober 2009 is verdachte door het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijks voor het medeplegen van fiscale delicten en valsheid in geschrift.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het indienen van onjuiste aangiften loonbelasting en omzetbelasting van twee vennootschappen waaraan hij verbonden was als bestuurder/feitelijk leidinggevende, aan het niet voeren van een volledige en inzichtelijke administratie van deze vennootschappen en aan het valselijk opmaken van facturen. Verdachte heeft maandelijks een bedrag van € 1620,- in verband met een levensloopregeling in mindering gebracht op de verschuldigde loonbelasting, terwijl hij niet voldeed aan de voorwaarden die aan deelname zijn gesteld. Verdachte heeft onjuiste bedragen aan omzetbelasting opgegeven in verband met het afwaarderen van oninbare debiteuren. Hij heeft om hem moverende redenen geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid die artikel 29 van de Wet omzetbelasting 1968 biedt om afgedragen omzetbelasting terug te vragen. Daarnaast heeft verdachte, omdat hij naar eigen zeggen een aantal nota’s niet in zijn administratie kon terugvinden, een aantal facturen naderhand opgemaakt en geantedateerd ter onderbouwing van een door hem bij de Belastingdienst namens [bedrijf 3] ingediend bezwaarschrift.

Verdachte heeft deze handelingen verricht vanuit zijn positie van belastingadviseur en verantwoordelijk bestuurder van [bedrijf 2] en [bedrijf 1] . Het wekt verbazing hoe gemakkelijk verdachte overgaat tot het plegen van dit soort feiten en hoe hij meent die te kunnen rechtvaardigen. De rechtbank denkt daarbij aan het antedateren van facturen en het zich erop beroepen dat hij een ‘creatieve fiscalist’ is. Deze opstelling is onverenigbaar met zijn functie van belastingadviseur en de eisen die worden gesteld aan de beroepsgroep waar hij deel van uitmaakt. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid van belastingadviseur een voorbeeldfunctie en behoort integer en zorgvuldig te handelen. Daarbij geldt dat hij een gewaarschuwd mens was en desondanks is doorgegaan met het plegen van soortgelijke (fiscale) delicten. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat het ontstane fiscale nadeel door het voldoen van de opgelegde naheffingsaanslagen ongedaan is gemaakt.

De boetefraudecoördinator heeft het, door de bewezen verklaarde feiten ontstane, fiscale nadeel berekend op ten minste € 190.000,-.

Het oriëntatiepunt Fraude van het LOVS houdt als een begin van denken over de straftoemeting bij een first offender en een benadelingsbedrag tussen € 125.000,- en € 250.000,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen tot twaalf maanden in.

De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn is aangevangen met de inverzekeringstelling van verdachte op 25 februari 2014 en dat de termijn waarbinnen de behandeling van de zaak ter terechtzitting met een eindvonnis diende te zijn afgerond in redelijkheid is te stellen op twee jaar. Er is bijgevolg sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer zeven maanden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf met die omstandigheid in matigende zin rekening gehouden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 15 maanden een passende straf is. Daarnaast zal de rechtbank verdachte vanwege de gebleken recidive ontzetten van het recht het beroep van belastingadviseur uit te oefenen gedurende vijf jaren.

8 Toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 31, 51, 57, 63, 91, 225 en 235 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68, 69 en 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

9 Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor voormeld en verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

• ontzet verdachte van het recht tot het uitoefenen van het beroep van belastingadviseur/belastingconsulent voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Aldus gewezen door mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, kantoor Zwolle, opgemaakte overzichtsproces‑verbaal OPV, dossiernummer 51489, gesloten op 9 juli 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen‑verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 D-002/D-003, p. 380/382.

3 D-003, p. 382.

4 D-004/V01-01, p. 385‑267/268.

5 D-038, p. 483/484.

6 D-091, p. 683/684.

7 Verklaring getuige [getuige] , p. 343-345.

8 Relaas verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , p. 30, relaas en bevindingen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , p. 63/64.

9 D-057, brief [naam 2] namens de inspecteur kantoor Randmeren Apeldoorn, p. 557‑559.

10 D-056, D‑056a tot en met D-066, p. 553‑556 en p. 560‑592, relaas verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , p. 60/62.

11 D-098, p. 717/763.

12 Relaas verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , p. 15, relaas en bevindingen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , p. 63.

13 D-094, p. 703.

14 D-094, p. 707‑709.

15 Relaas verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , p. 21.

16 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 12 april 2016.

17 D-056, p. 553/554.

18 D-057, p. 557‑559.

19 Verklaring getuige [naam 2] , G‑08‑01, p. 363, G-08-02, p. 368 en p. 370, en de brief van 20 augustus 2012, D‑068.

20 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 april 2016.

21 Verklaring verdachte p. 267, 281, 282, 283, 284 in samenhang met D-039, p. 486.

22 Verklaring verdachte p. 269.

23 Verklaring verdachte p. 278.

24 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 12 april 2016.