Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4703

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-08-2016
Datum publicatie
13-09-2016
Zaaknummer
4665999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewind. Geldige rechtshandeling, tevens bevrijdende betaling op een andere bankrekening dan de beheerrekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 4665999 \ CV EXPL 15-6918 \ 406 \ 529

uitspraak van 26 augustus 2016

vonnis

in de zaak van

de stichting Stichting Portaal

gevestigd te Utrecht

eisende partij in conventie

verwerende partij in voorwaardelijke reconventie

gemachtigde Jongerius Gerechtsdeurwaarders

tegen

de stichting De Gelderse Stichting tot Beheer en Bewindvoering ter bescherming van meerderjarigen, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die de heer [gedaagde] toebehoren of zullen toebehoren

gevestigd te Arnhem

gedaagde partij in conventie

eisende partij in voorwaardelijke reconventie

gemachtigde mr. J. van Delft

Partijen worden hierna Portaal en GSBB genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 november 2016 met producties

- de conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie, antwoord in reconventie

- de conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie.

2 De feiten

2.1.

Portaal en [gedaagde] (hierna: [gedaagde] ) hebben op 12 mei 2011 een huurovereenkomst gesloten betreffende de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] . Op deze huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van Portaal van toepassing.

2.2.

Bij beschikking van de kantonrechter te Nijmegen van 1 februari 2012 is een bewind ingesteld over alle goederen die [gedaagde] als rechthebbende toebehoren of zullen gaan toebehoren met benoeming van Stichting Bronn als bewindvoerder.

2.3.

Bij beschikking van de kantonrechter te Zutphen van 8 augustus 2014 is Stichting Bronn ontslagen als bewindvoerder over alle goederen die [gedaagde] toebehoren of zullen gaan toebehoren en is GSBB als opvolgend bewindvoerder benoemd.

2.4.

Portaal en [gedaagde] hebben op enig moment de onder r.o. 2.1 genoemde huurovereenkomst beëindigd en een nieuwe huurovereenkomst gesloten betreffende de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] .

2.5.

In de periode 19 augustus 2014 tot en met 16 september 2014 vindt onderstaande e-mailcorrespondentie plaats tussen Portaal en GSBB.

Bij e-mail van 19 augustus 2014 bericht mw. [naam 1] (namens GSBB) Portaal onder meer het volgende.

Bij beschikking van de Kantonrechter d.d. 8 augustus j.l. is onze Stichting benoemd tot bewindvoerster over het vermogen van de heer [gedaagde] . Onze Stichting neemt het bewind over van Stichting Bronn. Zie bijlage.

Op grond hiervan verzoek ik u vriendelijk alle correspondentie t.n.v. betrokkene te richten aan ons postadres: [adres 3] te [plaats 2] .

Vooralsnog beschikt onze Stichting niet over de financiële gegevens van de heer [gedaagde] . Indien sprake is van een openstaand saldo, wil ik u vragen mij voorlopige uitstel van betaling te verlenen.

Bij e-mail van 21 augustus 2014 bericht mw. [naam 2] (namens Portaal) GSBB onder meer het volgende.

Meneer [gedaagde] heeft van de week het huurcontract voor de [adres 2] te [plaats 1] getekend. Het totale huurbedrag bedraagt € 738,69 dit kan overgemaakt worden (zodra de financiën dit toelaten) op (…) onder vermelding van (…). Zou u mij willen informeren wanneer deze betaling gedaan zou kunnen worden?

Bij e-mail van 16 september 2014 te 10:32 uur bericht mw. [naam 1] (namens GSBB) Portaal het volgende.

Heden ontving ik uw schrijven waarin wordt gemeld dat de eerste verhuur nota ten bedrage van € 269,09 nog openstaat. Zover ik kan zien is de huur van de oude woning voor heel september betaald. Echter loopt de huur tot 18 september. Graag wil ik weten of het mogelijk is het teveel betaalde bedrag van de oude woning te verrekenen met de eerste verhuurnota.

Bij e-mail van 16 september 2014 te 11:04 uur bericht mw. [naam 2] (namens Portaal) GSBB het volgende.

Dit lukt helaas niet met ons systeem, deze nota’s zijn al aangemaakt. Excuses voor het ongemak.

Bij e-mail van 16 september 2014 te 13:03 uur bericht mw. [naam 1] (namens GSBB) Portaal het volgende.

Dat is jammer. Helaas moet ik dan wachten totdat de teveel betaalde huur van de oude woning terug is gestort om de eerste verhuurnota te kunnen voldoen.

Bij e-mail van 16 september 2014 te 13:04 uur bericht mw. [naam 2] (namens Portaal) GSBB het volgende.

Prima dan wachten wij dit af.

2.6.

Portaal heeft op 17 september 2014 een bedrag ad € 675,22 overgemaakt op het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [gedaagde] , [adres 3] [plaats 2] , in verband met de afwikkeling van de onder r.o. 2.1. genoemde huurovereenkomst. Zowel vóór, als na bijschrijving van dit bedrag op voornoemde bankrekening kende deze een negatief saldo.

3 De vordering en het verweer in conventie

3.1.

Portaal vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, de veroordeling van GSBB tot betaling van € 834,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over de huurachterstand vanaf 19 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de veroordeling in de proceskosten. Ter onderbouwing van haar vordering stelt Portaal dat GSBB is tekort geschoten in haar betalingsverplichting op grond van de met [gedaagde] gesloten huurovereenkomst door de huur voor de maand januari 2015 gedeeltelijk onbetaald te laten.

3.2.

GSBB voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

Zij voert aan dat zij de huur voor de maand januari 2015 heeft verrekend met het bedrag dat Portaal in verband met de afwikkeling van een eerdere huurovereenkomst aan haar verschuldigd was.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.

4 De vordering en het verweer in voorwaardelijke reconventie

4.1.

GSBB vordert de veroordeling van Portaal tot betaling van € 675,22, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2014 tot aan de datum der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten over dat bedrag, zijnde € 101,28, met veroordeling van Portaal in de proceskosten.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt GSBB dat de terugbetaling door Portaal op de bankrekening van [gedaagde] ongeldig is op grond van de artikelen 1:438, 1:439 en 1:440 BW. GSBB betwist dat Portaal bevrijdend heeft betaald. GSBB heeft het bedrag ad € 675,22 daarom verrekend met de verschuldigde huur voor de maand januari 2015. In het geval de kantonrechter van oordeel is dat GSBB op grond van de algemene huurvoorwaarden geen verrekeningsbevoegdheid had, vordert GSBB in reconventie terugbetaling van een bedrag ad € 675,22.

4.2.

Portaal voert gemotiveerd verweer. Op dit verweer, alsmede op de overige stellingen van GSBB zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.

5 De beoordeling van het geschil in conventie

5.1.

Allereerst dient te worden beoordeeld of de betaling ad € 675,22 door Portaal op

17 september 2014 op het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] van [gedaagde] een ongeldige rechtshandeling is in de zin van artikel 1:439 lid 1 BW, zoals door GSBB betoogt.

5.2.

Vooropgesteld wordt dat het beheer over de onder bewind gestelde goederen aan de bewindvoerder toekomt. De terugbetaling door Portaal ter afwikkeling van de oude huurovereenkomst is een dergelijke beheershandeling. Echter, de bewindvoerder stelt ten onrechte dat sprake is van een ongeldige rechtshandeling in de zin van artikel 1:439 lid 1 BW. De terugbetaling aan [gedaagde] is blijkens de overgelegde correspondentie tussen Portaal en GSBB geschied met instemming van de bewindvoerder (zie r.o. 2.5).

Vast staat dat de terugbetaling door Portaal is gedaan op een tot het vermogen van [gedaagde] toebehorende bankrekening, die valt onder het beheer door de bewindvoerder.

De terugbetaling op de ING bankrekening van [gedaagde] is daarmee in het vermogen van [gedaagde] gekomen. Niet juist is dat alleen op de beheerrekening geldig kan worden betaald. Voor de geldigheid van de rechtshandeling strekkende tot terugbetaling van teveel betaalde huurpenningen is voldoende dat uit de feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat de rechtshandeling was gericht tot de bewindvoerder. In dit geval blijkt dit uit het overleg tussen de bewindvoerder en Portaal, de omstandigheid dat is betaald op een bankrekening die valt onder het beheer van de bewindvoerder en het gegeven dat de bankrekening blijkens het als productie 2 bij dagvaarding overgelegde bankafschrift weliswaar op naam van [gedaagde] is gesteld, maar waarbij het postbusnummer van GSBB als (correspondentie)adres is opgenomen. Daardoor kan het beroep van de bewindvoerder op artikel 1:439 lid 1 BW niet slagen.

Dat Portaal heeft nagelaten bij GSBB het nieuwe rekeningnummer van de beheerrekening op te vragen, danwel heeft nagelaten het bedrag terug te storten op de beheerrekening van de voorgaande bewindvoerder, maakt de thans uitgevoerde betaling niet ongeldig.

5.3.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of Portaal ook bevrijdend kon betalen op de ING bankrekening van [gedaagde] .

5.4.

Zelfs als de bewindvoerder de nieuwe beheerrekening aan Portaal bekend had gemaakt als de rekening voor betalingen in verband met huurovereenkomst – en daarmee de ING bankrekening van [gedaagde] voor die betalingen impliciet had uitgesloten – zou Portaal bevrijdend hebben betaald op de uitgesloten ING bankrekening, omdat de betaling niet door de bewindvoerder is geweigerd (HR 28 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2295). Een dergelijke weigering kan alleen geschieden door terugbetaling van het gestorte bedrag. Alleen dan zou het door Portaal betaalde bedrag niet tot het vermogen van [gedaagde] gaan behoren. Dit is echter niet gebeurd en was ook onmogelijk door de verrekeningsbevoegdheid van de ING bank.

5.5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de betaling door Portaal op 17 september 2014 een geldige rechtshandeling is en dat Portaal bevrijdend heeft betaald. GSBB heeft de resterende huur van januari 2015 ten onrechte onbetaald gelaten. De door Portaal gevorderde hoofdsom is daarom toewijsbaar.

5.6.

Portaal maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Portaal heeft aan GSBB een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ad € 134,07 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

5.7.

De gevorderde en niet betwiste rente is toewijsbaar als na te melden.

5.8.

GSBB zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

6 De beoordeling van het geschil in voorwaardelijke reconventie

6.1.

Gelet op de uitkomst in conventie behoeft op de voorwaardelijke reconventionele vordering niet te worden beslist. Die vordering is ingesteld voor het geval de kantonrechter van oordeel zou zijn dat GSBB het door Portaal verschuldigde bedrag op grond van de algemene huurvoorwaarden niet mocht verrekenen, en gaat er derhalve van uit dat de door Portaal verrichte betaling niet geldig en bevrijdend was jegens GSBB. Nu in conventie is geoordeeld dat dit wel het geval is, wordt aan de reconventionele vordering niet toegekomen.

7 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

7.1.

veroordeelt GSBB om aan Portaal te betalen een bedrag van € 834,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 681,31 vanaf 19 november 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

7.2.

veroordeelt GSBB in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Portaal begroot op € 94,19 aan dagvaardingskosten, € 466,00 aan griffierecht en € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

7.3.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

7.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2016.