Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4636

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-08-2016
Datum publicatie
23-08-2016
Zaaknummer
05/720272-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een 41-jarige man uit Nijmegen voor het plegen van meerdere diefstallen van mobiele telefoons en de inbraak in een auto tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 323 dagen voorwaardelijk. Voorts moet de man aan twee slachtoffers een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720272-15

Datum uitspraak : 23 augustus 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

thans verblijvende in de Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda te Zutphen.

raadsman: mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 03 mei 2016 en 09 augustus 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 november 2015 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een mobiele telefoon (Apple Iphone 5c), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,

verdachte, - vanuit het door hem bestuurde motorrijtuig voornoemde [slachtoffer 1] heeft

aangesproken en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] om informatie heeft gevraagd en/of

(vervolgens) - voornoemde [slachtoffer 1] heeft gevraagd om op haar mobiele telefoon informatie op

te zoeken en/of (vervolgens) deze informatie aan hem, verdachte, te tonen

en/of (vervolgens) - nadat die [slachtoffer 1] hem, verdachte, dicht was genaderd (teneinde de verzochte

informatie aan hem te tonen) krachtig de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] heeft

vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) aan voornoemde mobiele telefoon

heeft gerukt en/of getrokken en/of (vervolgens) gelijktijdig met het door

hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig is weggereden;

2.

hij op of omstreeks 28 oktober 2015 te Nijmegen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Samsung

Galaxy S4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 3 op 4 oktober 2015 te Nijmegen met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon (Samsung S4 mini), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

4.

hij op of omstreeks 15 september 2015 te Nijmegen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Nokia

Lumia 930), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op of omstreeks 12 september 2015 te Nijmegen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (VW Polo)

heeft weggenomen

een handtas met daarin onder meer een Rabobankbanpas en -creditcard, een of

meeerdere andere passen, ongeveer 75 euro, een bioscoopbon, een of meer andere

kadobonnen, een of meer entreekaarten (Termaal Bad Arcen), een

telefoonoplader, een zonnebril (Ray Ban), een koptelefoon (Beats bij Dre)

en/of een kentekenbewijs, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of

goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1 tot en met 4

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Tussen 15 september 2015 en 10 november 2015 vond in Nijmegen een aantal diefstallen van mobiele telefoons plaats. In alle gevallen werd het slachtoffer door een man in een groene Volkswagen op straat aangesproken en gevraagd een adres op zijn/haar mobiele telefoon op te zoeken. Bij het tonen van de route pakt de dader de mobiele telefoon van het slachtoffer af en rijdt vervolgens hard weg. Het betreft de volgende diefstallen en gestolen goederen (de nummers verwijzen naar de feiten op de tenlastelegging):

1. op 10 november 2015 diefstal van de mobiele telefoon van [slachtoffer 1]2;

2. op 28 oktober 2015 diefstal van de mobiele telefoon van [slachtoffer 2]3;

3. in de nacht van 3 op 4 oktober 2015 diefstal van de mobiele telefoon van [slachtoffer 3]4;

4. op 15 september 2015 diefstal van de mobiele telefoon van [slachtoffer 4]5.

Verdachte is op 11 november 2015 aangehouden terwijl hij in een groene Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] reed.6

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3. Het door aangever opgegeven signalement past bij verdachte. De getuige noemt het kenteken dat hoort bij de auto van verdachte. De gestolen telefoon wordt kort na het gepleegde feit gebeld door het telefoonnummer van de vriendin van verdachte. De verklaring van verdachte dat hij handelt in telefoons en dat daardoor wellicht zijn simkaart in de gestolen telefoon is gekomen, is ongeloofwaardig. Tot slot is de modus operandi gelijk aan die van de feiten 1, 2 en 4 en vindt de diefstal plaats in dezelfde periode.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 3 tenlastegelegde. Er is geen direct bewijs voor de betrokkenheid van verdachte. Er is geen onderzoek verricht naar de verklaring van verdachte dat een ander in de auto gereden zou kunnen hebben. Er heeft geen fotoconfrontatie plaatsgevonden. Het opgegeven signalement is te weinig specifiek.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat het slachtoffer is aangesproken door een man met een licht getinte huidskleur, een slank postuur, een petje op, een ongeschoren baardje, sprekend met een buitenlands accent7, in een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken]8.

De rechtbank stelt vast dat de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] op naam staat van de partner van verdachte, mevrouw [naam 1] .9 De partner van verdachte heeft verklaard dat alleen zij en verdachte gebruik maken van de auto, en dat verdachte de sleutel heeft. Zij leent de auto niet uit. Ze weet niet of verdachte de auto uitleent.10

Verdachte is op 11 november 2015 aangehouden terwijl hij in de groene Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] reed.

Ten tijde van de aanhouding van verdachte is op de bijrijdersstoel een zwarte iPhone 4 aangetroffen.11 De partner van verdachte heeft verklaard dat zij en verdachte een zwarte iPhone 4 hebben.12 Ook verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij en zijn partner een zwarte iPhone 4 hebben.13

Op 4 oktober 2015 tussen 15:59 uur en 22:15 uur is een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer 1] in de gestolen telefoon geplaatst. Dit telefoonnummer staat op de onder verdachte in beslag genomen zwarte iPhone 4 opgeslagen onder de naam ‘ [voornaam] ’.

Op 4 oktober 2015 om 15:59:19 uur komt op dit nummer een gesprek binnen van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het nummer [telefoonnummer 2] is het telefoonnummer van de partner van verdachte.14

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat de betreffende simkaart in de gestolen telefoon kan zijn geplaatst doordat hij in telefoons handelt, gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstal van de telefoon en het plaatsen van de simkaart in de telefoon, ongeloofwaardig.

De verklaring van verdachte dat een ander ten tijde van het gepleegde feit in de auto heeft gereden vindt geen steun in het dossier en is door verdachte voorts op generlei wijze aannemelijk gemaakt. De rechtbank acht de verklaring van verdachte ook op dit punt daarom niet geloofwaardig. De rechtbank overweegt daarbij dat het door aangever opgegeven signalement past bij het signalement van verdachte.

De rechtbank acht gelet op vorenstaande bewijsmiddelen, in onderling samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1. Het door aangeefster vermelde signalement past bij verdachte. Aangeefster verklaart over het voertuig en over het opvallend roze kinderzitje. Verdachte staat kort voor het incident op de camerabeelden van het tankstation. Na het feit wordt de auto voor het huis van verdachte aangetroffen. De locatiemelder op de telefoon van verdachte plaatst de telefoon op het tijdstip van het gepleegde feit op de plaats delict. Tot slot is de modus operandi gelijk aan die van de feiten 2, 3 en 4 en vindt de diefstal plaats in dezelfde periode.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1 tenlastegelegde. Het door aangeefster opgegeven signalement komt op belangrijke punten niet overeen met het signalement van verdachte. Er zijn verder geen specifieke persoon-onderscheidende kenmerken opgegeven. Er is geen direct bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het feit. Mogelijk heeft een ander in de auto gereden.

Subsidiair voert de verdediging aan dat het geweld niet bewezen kan worden verklaard nu geen sprake is van een gewelddadige handeling. Het vasthouden van de deurstijl staat niet in de tenlastelegging. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat sprake is van een gewelddadige handeling, dan voert de verdediging aan dat de opzet ontbreekt, nu niet blijkt dat de persoon in de auto wist dat het slachtoffer de deurstijl had vastgegrepen.

Beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat verdachte op de dag van het gepleegde feit om 21:10 uur met de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] in Nijmegen heeft getankt.15

Omstreeks 22:00 uur is aangeefster op de kruising van de Weijbroekweg en de Kerkenbos aangesproken door een kleine licht getinte man tussen de 25 en 30 jaar oud, aan zijn accent te horen van Marokkaanse afkomst, met zwart gemillimeterd haar, met in zijn rechterhand een zwarte iPhone 4, in een groene Volkswagen Polo met daarin een kinderzitje met een roze hoes achter de bijrijdersstoel.16

Ten tijde van de aanhouding van verdachte is op de bijrijdersstoel een zwarte iPhone 4 aangetroffen.17 De partner van verdachte heeft verklaard dat zij en verdachte een zwarte iPhone 4 hebben.18 Ook verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij en zijn partner een zwarte iPhone 4 hebben.19

De onder verdachte inbeslaggenomen zwarte iPhone 4 geeft op 10 november 2015 om 22:05:29 uur locatie Kerkenbos aan.20

Op 10 november 2015, tussen 22:00 uur en 22:30 uur, wordt de groene Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] aangetroffen naast de woning van de partner van verdachte. In de aangetroffen auto bevond zich achter de bijrijdersstoel een roze kinderzitje.21

De rechtbank stelt vast dat sprake is van dezelfde modus operandi als bij het onder 3 bewezenverklaarde feit en de hierna nog te bespreken feiten 2 en 4. Het feit is in dezelfde periode in Nijmegen gepleegd. De dader is wederom een man met een licht getinte huidskleur, sprekend met een buitenlands accent, in een groene Volkswagen Polo. Hij spreekt het slachtoffer op straat aan, vraagt een adres op het internet op te zoeken, pakt de mobiele telefoon af en rijdt hard weg. De rechtbank acht gelet hierop, en gezien het tijdsverloop tussen het tanken en het tijdstip van het gepleegde feit, het aantreffen van de auto met het roze kinderzitje bij de woning van de partner van verdachte, het bij verdachte passend signalement en het gegeven dat de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon op het tijdstip van het gepleegde feit zich bevond op de locatie van het gepleegde feit, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de diefstal van de mobiele telefoon.

Wat betreft de verklaring van verdachte dat een ander (dan hijzelf) ten tijde van het gepleegde feit in de groene Volkswagen Polo van zijn partner heeft gereden volstaat de rechtbank met een verwijzing naar hetgeen zij hierover bij de beoordeling van feit 3 reeds heeft opgemerkt. Datzelfde geldt onverkort in dit verband.

Diefstal met geweld

Aangeefster heeft geprobeerd haar telefoon vast te houden, maar dat lukte niet. Zij heeft nog wel de deurstijl van de auto vastgepakt, waardoor zij -door het wegrijden van de auto- op de grond is gevallen en letsel heeft opgelopen.22

Verdachte is met zijn auto hard weggereden op het moment dat hij de telefoon uit de hand van aangeefster pakte en aangeefster probeerde deze nog vast te houden. Hard wegrijden met een auto terwijl een telefoon wordt afgepakt is naar het oordeel van de rechtbank een geweldshandeling die in dit geval tot doel had zich te verzekeren van het bezit van de telefoon en aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde diefstal met geweld.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2. Het door aangeefster opgegeven signalement past bij verdachte en de door haar beschreven auto past bij de auto die verdachte gebruikt. Er is sprake van eenzelfde modus operandi als bij feit 1 en de feiten 3 en 4. Het feit wordt voorts wederom in Nijmegen en in dezelfde periode gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 tenlastegelegde. Er is geen direct bewijs voor de betrokkenheid van verdachte. Er is geen onderzoek verricht naar de verklaring van verdachte dat een ander in de auto gereden zou kunnen hebben. Er heeft geen fotoconfrontatie plaatsgevonden. Het opgegeven signalement is te weinig specifiek.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat sprake is van dezelfde modus operandi als bij de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten en het hierna nog te bespreken feit 4. Het feit is in dezelfde periode in Nijmegen gepleegd. De dader is wederom een man met een licht getinte huidskleur met stekelig of gemillimeterd zwart/donker haar, geen baard maar wel stoppels, in een groene Volkswagen Polo.23 Hij spreekt het slachtoffer op straat aan, vraagt een adres op het internet op te zoeken, pakt de mobiele telefoon af en rijdt hard weg. Het opgegeven signalement past bij het signalement van verdachte.

Wat betreft de verklaring van verdachte dat een ander (dan hijzelf) ten tijde van het gepleegde feit in de groene Volkswagen Polo van zijn partner heeft gereden volstaat de rechtbank met een verwijzing naar hetgeen zij hierover bij de beoordeling van feit 3 reeds heeft opgemerkt. Datzelfde geldt onverkort in dit verband.

De rechtbank acht gelet op vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 4. Er is sprake van eenzelfde modus operandi als bij de feiten 1 tot en met 3. Het door aangever opgegeven signalement komt overeen met het signalement van verdachte. Er is een auto met het kenteken van de auto van verdachte betrokken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 4 tenlastegelegde. Er is geen direct bewijs voor de betrokkenheid van verdachte. Er is geen onderzoek verricht naar de verklaring van verdachte dat een ander in de auto gereden zou kunnen hebben. Er heeft geen fotoconfrontatie plaatsgevonden. Het opgegeven signalement is te weinig specifiek.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat sprake is van dezelfde modus operandi als bij de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten. Het feit is in dezelfde periode in Nijmegen gepleegd. De dader is wederom een man met een getinte huidskleur, met een smal gezicht met lichte baardgroei, in een groene Volkswagen. De auto heeft het kenteken [kenteken] .24 De dader spreekt het slachtoffer aan, vraagt naar een adres, pakt de mobiele telefoon af en rijdt hard weg. Het opgegeven signalement past bij het signalement van verdachte. Daarbij overweegt de rechtbank dat de dader een zwarte iPhone 4 bij zich had25, dat een zwarte iPhone 4 bij verdachte is aangetroffen26 en dat zowel de partner van verdachte als verdachte bij de politie hebben verklaard dat zij een zwarte iPhone 4 hebben27.

Wat betreft de verklaring van verdachte dat een ander (dan hijzelf) ten tijde van het gepleegde feit in de groene Volkswagen Polo van zijn partner heeft gereden volstaat de rechtbank met een verwijzing naar hetgeen zij hierover bij de beoordeling van feit 3 reeds heeft opgemerkt. Datzelfde geldt onverkort in dit verband.

De rechtbank acht gelet op vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 4 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 12 september 2015 te Nijmegen is de ruit van de auto van aangeefster [slachtoffer 5] ingeslagen en is uit de auto een handtas met geld en goederen weggenomen.28 De dader is een Turkse of Marokkaanse man van ongeveer [leeftijd] jaar, met een slank postuur, lichtgroen petje op en met een zwarte korte stoppelbaard. Hij is door het ingeslagen raam de auto ingekropen en heeft de handtas van de achterbank afgehaald.29 Hij reed in een groene Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] .30

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 5. Het signalement dat de getuige opgeeft past bij verdachte. De dader reed weg in een auto met het kenteken van de auto van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 5 tenlastegelegde. Er is onvoldoende bewijs. Er is sprake van een andere modus operandi. Het opgegeven signalement is te algemeen. Er is geen bewijs dat verdachte de gestolen goederen in bezit heeft gehad.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het tenlastegelegde feit in dezelfde periode is gepleegd als de bewezenverklaarde feiten 1 tot en met 4 en dat het feit eveneens in Nijmegen is gepleegd. Het door de getuige opgegeven signalement komt overeen met het signalement van verdachte en komt overeen met het signalement van de dader van de feiten 1 tot en met 4. De dader reed in een groene Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] , welke auto ook betrokken was bij de bewezenverklaarde feiten 1 tot en met 4. Niet aannemelijk is geworden dat een ander dan verdachte en zijn partner gebruik maakten van deze auto.

De rechtbank acht gelet op vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 5 tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 10 november 2015 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Apple Iphone 5c), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- vanuit het door hem bestuurde motorrijtuig voornoemde [slachtoffer 1] heeft aangesproken en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] om informatie heeft gevraagd en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer 1] heeft gevraagd om op haar mobiele telefoon informatie op te zoeken en/of (vervolgens) deze informatie aan hem, verdachte, te tonen

en/of (vervolgens)

- nadat die [slachtoffer 1] hem, verdachte, dicht was genaderd (teneinde de verzochte informatie aan hem te tonen) krachtig de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) aan voornoemde mobiele telefoon heeft gerukt en/of getrokken en/of (vervolgens) gelijktijdig met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig is weggereden;

2.

hij op of omstreeks 28 oktober 2015 te Nijmegen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Samsung

Galaxy S4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 3 op 4 oktober 2015 te Nijmegen met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon (Samsung S4 mini), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

4.

hij op of omstreeks 15 september 2015 te Nijmegen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Nokia

Lumia 930), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op of omstreeks 12 september 2015 te Nijmegen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (VW Polo)

heeft weggenomen een handtas met daarin onder meer een Rabobankbankpas en

-creditcard, een of meerdere andere passen, ongeveer 75 euro, een bioscoopbon,

een of meer andere kadobonnen, een of meer entreekaarten (Termaal Bad Arcen), een

telefoonoplader, een zonnebril (Ray Ban), een koptelefoon (Beats bij Dre)

en/of een kentekenbewijs, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of

goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, gevolgd van geweld, gepleegd met het oogmerk om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4:

Diefstal, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 323 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie vordert de bijzondere voorwaarden op te leggen zoals verwoord door de reclassering. De officier van justitie houdt bij zijn eis rekening met de ernst van de strafbare feiten en de justitiële documentatie van verdachte en voorts met het feit dat verdachte is sinds 17 mei 2016 opgenomen in de Piet Roordakliniek en dat het thans beter gaat met hem. De officier van justitie acht het van belang dat het ingezette behandeltraject kan voortduren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt, indien gekomen wordt tot een bewezenverklaring, te kijken naar de persoon van de verdachte en het ingezette behandeltraject. Verdachte is intrinsiek gemotiveerd en maakt positieve stappen. De verdediging verzoekt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van langere duur dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis, nu deze de behandeling zou doorkruisen. Het zwaartepunt dient te liggen bij de voorwaardelijke gevangenisstraf. Wanneer de rechtbank een stringentere straf noodzakelijk acht, kan wellicht een langere proeftijd worden bepaald.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 30 juni 2016;

- voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 18 februari 2016,
25 april 2016 en 20 juli 2016.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een reeks diefstallen van mobiele telefoons en de diefstal van een tas met geld en goederen uit een auto door middel van het inslaan van de autoruit. Verdachte heeft op een grove manier misbruik gemaakt van de behulpzaamheid van mensen en door zijn handelen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij de betrokkenen in het bijzonder veroorzaakt. Hij heeft kennelijk enkel uit overwegingen van financieel gewin gehandeld en heeft niet stilgestaan bij het ongemak en de angst die hij teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers. Dat is hem ernstig aan te rekenen.

Uit het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 30 juni 2016, blijkt dat verdachte reeds vele malen ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden is. De rechtbank acht het van belang dat het ingezette behandeltraject niet wordt doorkruist. De voorwaardelijke straf die zal worden opgelegd, dient als “stok achter de deur” voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden en zichte houden aan na te noemen bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding om de proeftijd op 3 jaren te bepalen.

De rechtbank is van oordeel dat de grondslag voor de voorlopige hechtenis van verdachte thans niet meer aanwezig is. De - inmiddels geschorste - voorlopige hechtenis zal daarom worden opgeheven.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van feit 3

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 163,20.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot betaling van het bedrag van € 163,20 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de benadeelde partij primair, gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Subsidiair refereert de verdediging zich.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 4 oktober 2015.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Ten aanzien van feit 5

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 486,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot betaling van het bedrag van € 486,00 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de benadeelde partij primair, gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Subsidiair brengt de verdediging naar voren dat de vordering ten aanzien van het eigen risico toewijsbaar is, dat de kosten van de zonnebril van het zusje van de benadeelde partij niet voor vergoeding in aanmerking komen en zodoende dienen te worden afgewezen en dat de benadeelde partij wat betreft de overige gevorderde kosten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze kosten onvoldoende zijn onderbouwd.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 296,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

De rechtbank zal de gevorderde schade betreffende de zonnebril van het zusje van de benadeelde partij à € 190,00 afwijzen, nu dit schade van een derde betreft en daarmee niet voor vergoeding aan de benadeelde partij in aanmerking komt.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 12 september 2015.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 27, 36f, 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 323 (driehonderd drieëntwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald:

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd door Reclassering Nederland bepaalde periodes en gedurende de proeftijd zal melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van harddrugs en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering nodig achten, zijn verblijf in de Forensische Verslavingskliniek (FVK) Piet Roorda, althans een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, zal voortzetten en aan de behandeling aldaar zal meewerken, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- zal meewerken aan een resocialisatietraject van FVK Piet Roorda of een soortgelijke instelling, ook als dit inhoudt een traject van beschermd/begeleid wonen, zolang FVK Piet Roorda en/of de reclassering dit noodzakelijk achten.

- Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], ten bedrage van € 163,20 (honderd drieënzestig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
    4 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag te betalen van € 163,20 (honderd drieënzestig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
    4 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 3 (drie) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], ten bedrage van € 296,00 (tweehonderdzesennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
    12 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening] en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5] , een bedrag te betalen van € 296,00 (tweehonderdzesennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
    12 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 (vijf) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Sluijters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 augustus 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015549910, gesloten op 18 januari 2016, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 10 november 2015, p. 4008-4010.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 3 november 2015, p. 6005-6006.

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 7 oktober 2015, p. 8006-8007.

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 20 september 2015, p. 9006.

6 Proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 11 november 2015, p. 2008.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 7 oktober 2015, p. 8007.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] d.d. 7 oktober 2015, p. 8025.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2015, p. 4021.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 19 november 2015, p. 4088.

11 Proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 11 november 2015, p. 2008.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 19 november 2015, p. 4088.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 november 2015, p. 4101.

14 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens d.d. 24 november 2015, p. 8011; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2015, p. 8019; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 december 2015, p. 8024, en het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 december 2015, p. 4108.

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2015, p. 4031; proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 november 2015, p. 4034-4035, en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 december 2015,
p. 4110.

16 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 10 november 2015, p. 4008-4010.

17 Proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 11 november 2015, p. 2008.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 19 november 2015, p. 4088.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 november 2015, p. 4101.

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 november 2015, p. 4070-4071.

21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2015, p. 4021.

22 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 10 november 2015, p. 4008-4010 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] d.d. 13 november 2015, p. 4015.

23 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 3 november 2015, p. 6005-6006.

24 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 20 september 2015, p. 9006.

25 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] d.d. 6 oktober 2015, p. 9009.

26 Proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 11 november 2015, p. 2008.

27 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 19 november 2015, p. 4088 en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 november 2015, p. 4101.

28 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] d.d. 17 september 2015, p. 10006.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 25 september 2015, p. 10015.

30 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] d.d. 17 september 2015, p. 10006.