Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4634

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-08-2016
Datum publicatie
23-08-2016
Zaaknummer
05/841000-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie

Veroordeling door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van een 59-jarige man uit Apeldoorn wegens bedreiging en mishandeling van zijn echtgenoot, bedreiging en mishandeling van zijn dochter en vernieling tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zijn de volgende bijzondere voorwaarden verbonden, een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met zijn echtgenote en een locatieverbod voor Arnhem. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar. Daarnaast wordt de man verplicht tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 180 uren. Ten slotte moet de man aan zijn echtgenoot een bedrag van € 1.519,80 aan schadevergoeding betalen.

Actualiteit

Een 59-jarige man uit Apeldoorn is door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zijn bijzondere voorwaarden gekoppeld, te weten een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met zijn echtgenote en een locatieverbod voor Arnhem. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar. Daarnaast wordt de man verplicht tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 180 uren. Ten slotte moet de man aan zijn echtgenote een bedrag van € 1.519,80 als schadevergoeding betalen.

De man heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het mishandelen en bedreigen van zijn echtgenote en dochter. Ook heeft hij de kleding van zijn echtgenote vernield.

Bij de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat de man niet eerder is veroordeeld wegens het plegen van misdrijven. De rechtbank heeft de door de officier van justitie geëiste voorwaardelijke gevangenisstraf gematigd omdat zij van oordeel is dat de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf volstaat als stok achter de deur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/841000-15

Datum uitspraak : 22 augustus 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] wonende te [adres]

raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 augustus 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (rechtstreeks en/of via/tegenover [slachtoffer 3]

en/of een of meer anderen) de woorden toegevoegd: "Ik ga zoutzuur in je gezicht gooien" en/of "Als je thuiskomt, ga ik je vermoorden" en/of "Ik ga dit potje met zoutzuur over je moeder gooien" en/of "Ik ga jullie moeder vermoorden" en/of "Ik ga haar niet vermoorden, maar ga haar iets aan doen zodat ze gehandicapt wordt. Ik ga haar verminken, zodat andere mannen niet

meer naar haar kijken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 te Nijmegen,althans in Nederland, (telkens) zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of door (met kracht) aan de

haren te trekken;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen en/of te Nijmegen, althans in Nederland (telkens) zijn kind, althans een persoon te weten [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 2] ), heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of door (met kracht) aan de haren te trekken;

4.

hij op of omstreeks 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Als morgen niet mijn vliegtickets waren geboekt, maar vandaag, dan had ik net een mes door je hart gestoken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk (een hoeveelheid) kleding(stukken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elks geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 3. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman opgemerkt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde bewoordingen die hij niet heeft bekend. Daarnaast kan niet worden bewezen dat de tenlastegelegde bewoordingen bij [slachtoffer 2] zijn aangekomen. Ten aanzien van feit 2 is naar mening van de raadsman geen steunbewijs voor het stelselmatig slaan van [slachtoffer 2] . Voor wat betreft feit 3 is, gelet op de aangiften van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] , voldoende wettig bewijs om de stelselmatige mishandeling van de dochter van verdachte gedurende 8 jaar bewezen te verklaren, maar daartoe ontbreekt de overtuiging omdat beide aangiftes in twijfel dienen te worden getrokken. Daarnaast ontkent verdachte zijn dochter meer dan eenmaal te hebben geslagen.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman van verdachte opgemerkt dat er geen sprake is van een doodsbedreiging zodat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Gelet op de inhoud van de bewoordingen zelf konden de bewoordingen onder deze omstandigheden geen vrees voor inbreuk op de persoonlijke vrijheid opleveren. Daarnaast ontbreekt ook het voorwaardelijk opzet, omdat verdachte met zijn bewoordingen juist heel duidelijk heeft gemaakt dat hij niet van plan was om [slachtoffer 5] een mes in haar hart te steken.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, heel veel slechte woorden tegen zijn ex-vrouw, [slachtoffer 1] (hierna [slachtoffer 2] ), heeft gezegd. Verdachte weet niet meer precies wat hij heeft gezegd, maar wel dat hij [slachtoffer 2] heeft bedreigd. Verdachte werd helemaal gek in zijn hoofd. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 2] gezegd; “als je thuiskomt, ga ik je vermoorden”. Ook klopt het dat hij, via de telefoon tegen de moeder van [slachtoffer 2] , iets heeft gezegd over dat hij [slachtoffer 2] zou verminken. Dit gesprek zou de dochter van verdachte hebben gehoord.2

Aangeefster [initialen] [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat toen zij in Amerika was [verdachte 2] (hierna [verdachte 3] ) haar had opgebeld. [verdachte 3] en [slachtoffer 2] kregen ruzie aan de telefoon. [verdachte 3] zei tegen haar dat hij zoutzuur in haar gezicht zou gooien. Hij noemde haar ‘hoer’ in de Arabische taal en nog veel meer slechte woorden. [slachtoffer 2] was echt bang dat [verdachte 3] dit zou gaan doen. Hij was de laatste tijd echt niet normaal. Op 8 mei 2015 heeft [verdachte 3] tegen [slachtoffer 2] gezegd dat als zij thuis zou komen dat hij haar zou vermoorden.3

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft tegenover de politie verklaard dat halverwege mei 2015 haar moeder naar haar broer in Amerika was gegaan. Haar vader had het facebookaccount van haar moeder gehackt en zag dat haar moeder met andere mannen praatte.4 Haar vader heeft toen aangegeven dat haar moeder zou moeten sterven voor zijn eer. De familie van haar moeder was ervan op de hoogte dat haar vader eerwraak zou gaan plegen. [slachtoffer 5] schrok er heel erg van, dat haar vader tegen haar en haar broertje en zusjes zei dat hij hun moeder ging vermoorden.

Op een dag eind mei 2015 kwam haar vader thuis. Hij had een potje in zijn handen. Haar vader zei toen tegen haar en haar zusje [naam 1] dat hij de inhoud van het potje over hun moeder heen ging gooien. [slachtoffer 5] en [naam 1] vroegen aan hun vader wat er in het potje zat. Hun vader vertelde toen dat als je dat op je huid krijgt dat het verbrand. [slachtoffer 5] vroeg aan vader of het zoutzuur was en dat bevestigde haar vader.

[slachtoffer 5] heeft ook een keer een telefoongesprek tussen haar vader en de moeder van haar moeder gehoord. Er werd gesproken over dat haar moeder een slechte vrouw was en dat zij vreemd was gegaan. [slachtoffer 5] hoorde dat haar vader tegen haar oma zei dat zij zich geen zorgen hoefde te maken, dat hij haar niet ging vermoorden, maar dat hij haar iets aan ging doen zodat ze gehandicapt zou worden. Of dat hij haar zou verminken met iets zodat er geen mannen meer naar haar zouden kijken.

[slachtoffer 5] maakte zich veel zorgen over de veiligheid van haar moeder en heeft diverse keren telefonisch contact gehad met haar moeder in Amerika. [slachtoffer 5] heeft haar moeder eerlijk verteld wat haar vader allemaal van plan was.5

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is in een geval als het onderhavige vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.

Uit de verklaring van verdachte komt naar voren dat hij veel slechte woorden over en tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd, waaronder dat hij haar zou vermoorden. In onderlinge samenhang bezien met de verklaring van [slachtoffer 2] en dochter [slachtoffer 5] , acht de rechtbank bewezen dat verdachte de tenlastegelegde woorden heeft geuit. Daarnaast heeft verdachte ook tegen de moeder van [naam 2] gezegd dat hij [slachtoffer 2] zou verminken.

Ondanks dat niet alle woorden rechtstreeks tegen [slachtoffer 2] zijn gezegd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte, gelet op de moeder-dochter-relatie tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] , er vanuit mocht gaan dat de woorden bij [slachtoffer 2] terecht zouden komen. De rechtbank wordt ten aanzien van deze overtuiging met name gesterkt door de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 5] haar moeder beschermde.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ontzettend boos was en helemaal gek werd in zijn hoofd. Gelet op de context en de gemoedstoestand van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat bij [slachtoffer 2] in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij door toedoen van verdachte zwaar zou worden mishandeld respectievelijk het leven zou kunnen verliezen. De rechtbank acht, anders dan de verdediging, de bedreiging van [slachtoffer 2] dan ook wettig en overtuigend bewezen en kwalificeert deze bedreiging als een bedreiging tegen het leven gericht.

Ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij, samen met [slachtoffer 2] en zijn dochters, in een asielzoekerscentrum in Nijmegen verbleef en dat zij in februari 2008 naar Eerbeek zijn gegaan.6

Aangeefster [initialen] [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat zij, in de periode van 2006 en 2007, uit Irak naar Nederland zijn gevlucht. Zij werden eerst in een asielzoekerscentrum in Amsterdam opgenomen en na zes maanden zijn ze naar een asielzoekerscentrum in Nijmegen gebracht. In Nijmegen hebben zij ongeveer twee jaar gewoond. [slachtoffer 2] was op dat moment zwanger van hun zoon [naam 3] . [verdachte 3] deed op dat moment alles wat god verboden had. Hij dronk alcohol en ging constant vreemd. Hij heeft haar rond die tijd veel mishandeld. [verdachte 4] heeft [slachtoffer 2] geschopt en geslagen. Hij sloeg haar in haar gezicht en trok haar aan haar haren. Ook stompte hij haar op haar rug. Dit deed [slachtoffer 2] erg pijn en zij hield hier ook vaak blauwe plekken en kneuzingen aan over.7

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft tegenover de politie verklaard dat, als zij terugdenkt aan de tijd in het asielzoekerscentrum in Nijmegen, haar vader toen het ergste was. Haar moeder was toen zwanger van haar broertje [naam 3] . Haar vader ging in die periode veel stappen in Nijmegen met mannen uit het asielzoekerscentrum. Als haar vader dan in de nacht thuis kwam, dan maakt hij haar moeder wakker. [slachtoffer 5] zag en hoorde dat haar moeder er niet van gediend was dat haar vader haar wakker maakte. [slachtoffer 5] zag en hoorde dat haar vader boos werd. Haar vader is van mening dat een vrouw alles moet doen wat een man wil. Omdat haar moeder niet deed wat hij wilde, zag [slachtoffer 5] dat haar vader alleen maar bozer werd. Haar vader heeft toen haar moeder geslagen. [slachtoffer 5] weet niet meer waar hij haar moeder had geslagen. [slachtoffer 5] ziet het beeld nog steeds voor zich dat haar moeder zwanger op de grond ligt en dat haar vader haar slaat.8

Gelet op de bovenstaande verklaringen in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel, ondanks de ontkenning van verdachte, dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld in de periode dat zij in het asielzoekerscentrum in Nijmegen verbleven. Derhalve in de periode van 1 januari 2007 tot en met februari 2008. Verdachte heeft [slachtoffer 2] mishandeld door haar tegen het lichaam te slaan, te schoppen en aan haar haren te trekken.

De verklaringen van beide aangeefsters, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] zijn gedetailleerd en ondersteunen elkaar op verschillende punten. De rechtbank acht deze verklaringen dan ook betrouwbaar. Voor een bewezenverklaring is niet nodig dat het steunbewijs ieder onderdeel van de tenlastelegging dat door verdachte wordt ontkend, bevestigt.

Ten aanzien van feit 3

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn dochter [slachtoffer 4] in het verleden een keer heeft geslagen toen zij een dag weg was gebleven. Het klopt dat hij zijn dochter toen meermalen heeft geslagen. Op 29 mei 2015 heeft hij haar niet geslagen. Wel was de situatie heel heftig. Verdachte had ruzie met zijn dochter en werd helemaal gek in zijn hoofd. Verdachte heeft geprobeerd de telefoon uit de handen van zijn dochter te trekken en heeft haar geduwd. Verdachte had die dag Timberland-schoenen aan. Tijdens de ruzie met zijn dochter [slachtoffer 5] kwam zijn andere dochter, [naam 1] , erbij.9

Aangeefster [initialen] [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat op het moment dat zij in Eerbeek woonden, [verdachte 3] regelmatig hun oudste dochter heeft mishandeld. [slachtoffer 7] was daar zeer regelmatig getuige van. Zij zag heel vaak blauwe plekken bij haar dochter. [verdachte 4] sloeg en schopte hun dochter echt keihard.10

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft tegenover de politie verklaard dat toen zij een jaar of 16 of 17 was, een keer een dagje met [naam 4] is weggeweest. Zij wist dat als zij thuis zou komen, dat zij klappen van haar vader zou krijgen. Toen zij samen met [naam 4] thuis kwam zijn zij meteen naar boven gegaan naar de slaapkamer van [slachtoffer 5] . Haar vader is achter hen aangekomen naar boven. Haar vader is toen tegen haar gaan schreeuwen en heeft haar meerdere malen met de vlakke hand op haar bovenlichaam en in haar gezicht geslagen. Dit deed toen heel erg pijn.11

Op 29 mei 2015 kreeg [slachtoffer 5] ruzie met haar vader. Omdat [slachtoffer 5] de woorden van haar vader met haar mobiele telefoon aan het opnemen was, werd haar vader helemaal boos. Haar vader wilde haar telefoon hebben. [slachtoffer 5] rende de keuken in. Haar vader kwam achter haar aangerend. Haar vader pakte haar telefoon. [slachtoffer 5] kreeg haar telefoon uiteindelijk weer te pakken en hield haar telefoon tegen haar lichaam aan. Zij stond helemaal in elkaar gedoken om zo haar telefoon tegen haar lichaam te beschermen. Haar vader sloeg en schopte haar op dat moment. [slachtoffer 5] voelde dat haar vader met volle kracht tegen haar rug aan schopte. Haar vader had dikke Timberland schoenen aan. De schop tegen haar rug deed echt heel erg pijn. Terwijl zij op de grond lag bleef haar vader tegen haar rug trappen en schoppen. Dit deed enorm veel pijn. [slachtoffer 5] was aan het gillen van de pijn. [naam 1] kwam de keuken in gelopen en probeerde haar vader van haar weg te halen. [slachtoffer 5] probeerde ondanks de schoppen van haar vader en de pijn op te staan. Dat lukte haar. Vervolgens is zij het huis uit gerend.12

Gelet op de voorgaande verklaringen in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn dochter [slachtoffer 5] meermalen heeft mishandeld, door haar te schoppen en te slaan tegen haar lichaam. Verdachte heeft de mishandeling, op de dag dat [slachtoffer 5] een hele dag weg was geweest, bekend. Daarnaast heeft [slachtoffer 5] een zeer gedetailleerde verklaring afgelegd en vindt haar verklaring ook steun in de verklaring van haar moeder.

Ten aanzien van de mishandeling op 29 mei 2015, vindt de rechtbank ook steun in de verklaring van verdachte. Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij die dag ruzie had met zijn dochter, dat hij geprobeerd heeft haar telefoon te pakken, dat hij haar heeft geduwd, dat hij Timberland-schoenen aan had en dat zijn dochter [naam 1] binnen kwam op het moment dat hij ruzie had met [slachtoffer 5] . De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 5] daarom betrouwbaar en gaat uit van deze verklaring. De rechtbank acht derhalve ook bewezen dat verdachte [slachtoffer 5] op 29 mei 2015, heeft geslagen en geschopt.

De rechtbank kwalificeert het handelen van verdachte dan ook als het meermalen mishandelen van zijn dochter.

Ten aanzien van feit 4

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 29 mei 2015 te Eerbeek ruzie had met zijn dochter en dat hij helemaal gek werd in zijn hoofd. Verdachte heeft tegen zijn dochter gezegd ‘als morgen niet mijn vliegtickets waren geboekt, maar vandaag, dan had ik met een mes door je hart gestoken’.13

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft tegenover de politie verklaard dat zij op 29 mei 2015 thuis kwam en dat haar vader vertelde dat hij morgen wegging omdat haar moeder eraan zou komen. Haar vader zei tegen haar dat zij niet moest doen alsof hij dom was want hij wist waar zij was geweest. [slachtoffer 5] was op dat moment echt bang voor haar vader. Door haar angst ging zij ook tegen haar vader schreeuwen dat het niet waar was. Haar vader zei toen in de Irakese taal; ‘Als morgen niet mijn vliegtickets waren geboekt maar vandaag dan had ik met een mes door je hart gestoken’. [slachtoffer 5] schrok enorm dat haar vader dat tegen haar zei. Zij weet waar haar vader toe in staat is. Haar vader wilde haar moeder gaan vermoorden of verminken en richtte nu zijn woede op haar.14

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is in een geval als het onderhavige vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.

Gelet op de verklaring van verdachte en de verklaring van [slachtoffer 5] , in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de tenlastegelegde woorden tegen zijn dochter heeft geuit.

Uit de verklaring van [slachtoffer 5] komt naar voren dat haar vader erg boos was. Dit is door verdachte bevestigd. De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte geuite woorden, gelet op de omstandigheden waaronder zij zijn geuit, bij de dochter van verdachte in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij door toedoen van verdachte het leven zouden kunnen verliezen. De rechtbank acht de bedreiging tegen [slachtoffer 5] dan ook wettig en overtuigend bewezen en kwalificeert deze bedreiging als een bedreiging tegen het leven gericht.

Ten aanzien van feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- Het proces-verbaal van aangifte van [initialen] [slachtoffer 2] , d.d. 11 juni 2015, p. 11;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (rechtstreeks en/of via/tegenover [slachtoffer 3]

en/of een of meer anderen) de woorden toegevoegd: "Ik ga zoutzuur in je gezicht gooien" en/of "Als je thuiskomt, ga ik je vermoorden" en/of "Ik ga dit potje met zoutzuur over je moeder gooien" en/of "Ik ga jullie moeder vermoorden" en/of "Ik ga haar niet vermoorden, maar ga haar iets aan doen zodat ze gehandicapt wordt. Ik ga haar verminken, zodat andere mannen niet

meer naar haar kijken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (rechtstreeks en/of via/tegenover [slachtoffer 3]

en/of een of meer anderen) de woorden toegevoegd: "Ik ga zoutzuur in je gezicht gooien" en/of "Als je thuiskomt, ga ik je vermoorden" en/of "Ik ga dit potje met zoutzuur over je moeder gooien" en/of "Ik ga jullie moeder vermoorden" en/of "Ik ga haar niet vermoorden, maar ga haar iets aan doen zodat ze gehandicapt wordt. Ik ga haar verminken, zodat andere mannen niet

meer naar haar kijken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (rechtstreeks en/of via/tegenover [slachtoffer 3]

en/of een of meer anderen) de woorden toegevoegd: "Ik ga zoutzuur in je gezicht gooien" en/of "Als je thuiskomt, ga ik je vermoorden" en/of "Ik ga dit potje met zoutzuur over je moeder gooien" en/of "Ik ga jullie moeder vermoorden" en/of "Ik ga haar niet vermoorden, maar ga haar iets aan doen zodat ze gehandicapt wordt. Ik ga haar verminken, zodat andere mannen niet

meer naar haar kijken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (rechtstreeks en/of via/tegenover [slachtoffer 3]

en/of een of meer anderen) de woorden toegevoegd: "Ik ga zoutzuur in je gezicht gooien" en/of "Als je thuiskomt, ga ik je vermoorden" en/of "Ik ga dit potje met zoutzuur over je moeder gooien" en/of "Ik ga jullie moeder vermoorden" en/of "Ik ga haar niet vermoorden, maar ga haar iets aan doen zodat ze gehandicapt wordt. Ik ga haar verminken, zodat andere mannen niet

meer naar haar kijken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met februari 2008 te Nijmegen, althans in Nederland, (telkens) zijn echtgenote, althans een persoon, te weten [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of door (met kracht) aan de haren te trekken;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen en/of te Nijmegen, althans in Nederland (telkens) zijn kind, althans een persoon te weten [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 2] ), heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of door (met kracht) aan de haren te trekken;

4.

hij op of omstreeks 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Als morgen niet mijn vliegtickets waren geboekt, maar vandaag, dan had ik met een mes door je hart gestoken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 april 2015 tot en met 29 mei 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk (een hoeveelheid) kleding(stukken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elks geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

Bedreiging met zware mishandeling

en

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

en

Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

Mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

Mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van feit 5:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden, een meldplicht, een contactverbod met [slachtoffer 2] en een locatieverbod voor Arnhem. De bijzondere voorwaarden dienen onmiddellijk ten uitvoer te worden gelegd en bij overtreding van de voorwaarden dient daar acht dagen hechtenis tegenover te staan.

Daarnaast heeft de officier van justitie geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 180 dagen werkstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis, met aftrek van zes uren ter zake van de tijd doorgebracht in inverzekeringstelling.

De rechtbank leest het laatste deel van de eis van de officier van justitie als, het verrichten van 180 uren werkstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis, met aftrek van zes uren ter zake van de tijd in inverzekeringstelling.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bij de strafmaat verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de omstandigheid dat verdachte de relatie met zijn kinderen weer heeft hersteld. Verdachte heeft een nieuwe start in Apeldoorn gemaakt en houdt zich aan de afspraken met de reclassering en wil graag meewerken aan de behandeling.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 20 juni 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 21 juli 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het mishandelen en bedreigen van zijn echtgenote en dochter. Ook heeft hij de kleding van zijn echtgenote vernield.

Huiselijk geweld, op de wijze zoals dat door verdachte is gepleegd, is zeer ernstig. De lichamelijke integriteit van de echtgenote en dochter van verdachte zijn op ernstige en indringende wijze aangetast door verdachte. Verdachte heeft bovendien het veiligheidsgevoel van zijn echtgenote en dochter in de huiselijke omgeving aangetast, terwijl men zich juist in de eigen woonomgeving veilig dient te voelen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daar nog lange tijd gevolgen, zoals psychische problemen en gevoelens van angst en onveiligheid, van kunnen ondervinden.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het uittreksel uit het justitieel documentatieregister, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens het plegen van misdrijven.

Door de reclassering wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld, te weten een meldplicht, een contactverbod en een locatieverbod.

Verdachte heeft ter zitting gezegd dat hij bereid is zich aan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te houden.

In beginsel rechtvaardigen feiten als hier bewezenverklaard oplegging van een gevangenisstraf. De rechtbank zal de door de officier van justitie geëiste voorwaardelijke gevangenisstraf matigen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf zoals hierna te noemen, volstaat naar oordeel van de rechtbank als stok achter de deur. Daarnaast zal de rechtbank de door de officier van justitie geëiste werkstraf opleggen.

De rechtbank neemt het reclasseringsadvies over en ziet aanleiding om aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden te verbinden, inhoudende dat verdachte de contacten met de toezichthouder van de reclassering zal voortzetten, een contactverbod met [slachtoffer 2] en een locatieverbod voor Arnhem. Ondanks het verzoek van de raadsman van verdachte, zal de rechtbank het locatieverbod niet beperken tot alleen het adres van [slachtoffer 2] . Anders dan door de officier van justitie verzocht, om per overtreding van het locatie- of het contactverbod acht dagen hechtenis daar tegenover te stellen, is de rechtbank van oordeel dat de noodzaak daartoe niet bestaat.

Uit het reclasseringsadvies komt ten slotte naar voren dat de kans op recidive op dit moment als laag-gemiddeld wordt ingeschat, maar dat de reclassering wel de zorg heeft dat verdachte zijn situatie als uitzichtloos gaat zien, verder gedeprimeerd raakt, zijn boosheid verder opspeelt en zich gekrenkt voelt, en dat hij als gevolg daarvan een daad kan stellen. Gezien het voorgaande, houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal daarom bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1, 2 en 5 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.053,05, met de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om het bedrag ten aanzien van de vernielde kleding toe te wijzen en de reiskosten tot een bedrag van € 19,90, het overige dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de immateriële schade refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verklaard dat verdachte bereid is om de gevorderde waarde van de kledingstukken en de telefoonkosten te vergoeden. Naar mening van de verdediging zijn de reiskosten niet gemaakt. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het gehele bedrag dient te worden afgewezen, subsidiair heeft de verdediging verzocht het bedrag aan immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 500,-.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1, 2 en 5 bewezenverklaarde materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het bedrag ten aanzien van de vernielde kledingstukken kan in zijn geheel worden toegewezen. Voor wat betreft de reiskosten ten aanzien van de zitting, zijn deze kosten naar het oordeel van de rechtbank niet gemaakt, nu [slachtoffer 2] niet aanwezig was ter zitting. Om die reden wordt enkel een bedrag van € 19,80 aan reiskosten toegewezen.

Wat betreft de gevorderde immateriële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dat deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] wordt tot een bedrag van € 1.519,80 toegewezen met de schadevergoedingsmaatregel.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57, 285, 300, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

o zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

o zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

o zich gedurende de proeftijd van twee jaren de contacten met zijn toezichthouder van de reclassering zal voortzetten, in de frequentie als door de reclassering aangegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

o gedurende van de proeftijd van twee jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [initialen] [slachtoffer 8] , zonder vooraf overleg met- en toestemming van de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

o gedurende de proeftijd van twee jaren zich niet zal bevinden te Arnhem, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

- Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

 een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 9] .

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1, 2 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 2], van een bedrag van € 1.519,80 (duizend vijfhonderdnegentien euro en tachtig eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 1.519,80 (duizend vijfhonderdnegentien euro en tachtig eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 25 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. [voorzitter] (voorzitter), mr. [rechter 1] en mr. [rechter 2] , rechters, in tegenwoordigheid van mr. [griffier] , griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 augustus 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam Achterhoek-West, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2015454768, gesloten op 17 september 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2016.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [initialen] [slachtoffer 2] , d.d. 11 juni 2015, p. 11.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 11 juni 2015, p. 5.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 11 juni 2015, p. 6.

6 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2016.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [initialen] [slachtoffer 2] , d.d. 11 juni 2015, p. 10.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 11 juni 2015, p. 4.

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2016.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [initialen] [slachtoffer 2] , d.d. 11 juni 2015, p. 11.

11 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 11 juni 2015, p. 5.

12 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 11 juni 2015, p. 7.

13 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2016.

14 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 11 juni 2015, p. 7.