Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4527

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-08-2016
Datum publicatie
16-08-2016
Zaaknummer
05/881776-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kopje:

Drie mannen veroordeeld voor poging doodslag in vereniging tot gevangenisstraffen van dertig tot veertig maanden.

Actualiteit:

De rechtbank Gelderland heeft vandaag drie mannen van 21, 23 en 36 jaar uit Culemborg en Nieuwegein voor een poging doodslag in vereniging veroordeeld tot gevangenisstraffen van dertig tot veertig maanden. De drie mannen brachten aangever naar een plaats waar hij meerdere kilo’s wiet wilde

kopen, met welk doel hij € 30.000 bij zich had. Dat geld wilden de drie mannen bemachtigen. Zij hebben in een kleine auto vele keren op de aangever ingestoken. Deze heeft het incident ternauwernood overleefd. De rechtbank acht aannemelijk dat ook de aangever een wapen bij zich had en dat hij, na te zijn bedreigd, mogelijk ook zelf heeft bijgedragen aan een escalatie van de situatie. De rechtbank heeft bij de opgelegde straf rekening gehouden met de omstandigheid dat dit incident zich afspeelde in de drugshandel, met de uiteenlopende rollen van de mannen, het feit dat zij geen openheid van zaken hebben gegeven, het strafblad van de mannen en de jonge leeftijd van de mannen uit Culemborg. Zij acht voor de man van 36 jaar een gevangenisstraf van veertig maanden en voor de mannen van 21 en 23 jaar een gevangenisstraf van dertig maanden passend. De vordering van de aangever als benadeelde partij heeft de rechtbank

niet-ontvankelijk verklaard. Omdat hij mogelijk ook zelf een aandeel in het geweld heeft gehad, is nader onderzoek nodig, waarvoor in het strafproces onvoldoende plaats is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881776-15

Datum uitspraak : 10 augustus 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te [adres 2]

raadsman: mr. A.A. Boersma, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 mei 2016 en 27 juli 2016.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

Aan verdachte is verweten dat hij zich samen met anderen dan wel alleen heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag van [slachtoffer] door hem:

  • -

    meermalen dan wel eenmaal (met kracht) in zijn borstkas en/of middenrif en/of milt dan wel in het bovenlichaam te steken en/of te snijden en/of;

  • -

    zijn buigpees van de hand volledig door te snijden en/of de slagader van de pols/hand (gedeeltelijk) door te snijden en/of;

  • -

    met een (vuur)wapen/alarmpistool of een daarop gelijkend voorwerp in de wang of het gezicht te schieten en/of;

  • -

    (met kracht) met een mes of een scherp/puntig voorwerp in de wang of het gezicht te steken.

Als dit niet kan worden bewezen, wordt hem verweten dat hij op deze wijze samen met anderen dan wel alleen zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] heeft toegebracht.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het samen met anderen plegen van een poging tot doodslag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat verdachte zonder kennis van het dossier gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd die steun vinden in andere bewijsmiddelen, zoals de verklaringen van de medeverdachten en de getuige [getuige 1] . Gelet op het voorgaande dient de verklaring van verdachte – waaruit onder meer volgt dat hij geen rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het letsel – tot uitgangspunt te worden genomen.

Verder is verzocht om de verklaringen van [slachtoffer] uit te sluiten van het bewijs. [slachtoffer] heeft wisselende en innerlijk tegenstrijdige verklaringen afgelegd, die ook afwijken van verklaringen van andere getuigen.

De verdediging acht de verklaringen van de getuige [getuige 2] onbetrouwbaar, nu deze wat betreft het verstoppen van het wapen en/of het verstoppen van geld niet overeenkomen met de verklaringen van onder meer [aangever 1] en [getuige 1] .

Verder kan niet worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen (medeplegen) schuldig heeft gemaakt aan het feit. Er kan immers niet kan worden bewezen dat hij betrokken is geweest bij de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict. Hij heeft geen uitvoeringshandelingen verricht en er is ook geen sprake geweest van een intensieve samenwerking of taakverdeling. Zijn opzet is ook niet op een eventuele samenwerking, noch op de poging tot doodslag dan wel zware mishandeling gericht geweest. Tot slot is (voorwaardelijk) verzocht – indien de rechtbank de NFI-rapportage over het schotrestenonderzoek voor het bewijs wil gebruiken – om [naam 1] te horen en vragen te stellen over de wijze waarop het bloed aan de loop van het pistool is onttrokken en of de loop/kamer van het pistool daarna is schoongemaakt.

Verdachte heeft ontkend geweld tegen [slachtoffer] te hebben gebruikt. Hij heeft niet gestoken, noch een knal gehoord. Verder bevond zich geen geld in de auto, dan wel was verdachte hier niet van op de hoogte. Er is geen intentie geweest om [slachtoffer] te vermoorden of te ‘pakken’. Verdachte heeft verklaard dat het letsel mogelijk in de worsteling met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is ontstaan. Hij heeft [slachtoffer] ook niet kunnen steken, omdat hij de auto bestuurde.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsuitsluiting verklaringen en voorwaardelijk verzoek NFI-rapport

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer] op onderdelen tegenstrijdig heeft verklaard. Dit geldt onder meer voor zijn eerste verklaring waarin hij niet verklaart over pistolen. Met betrekking tot deze verklaring overweegt de rechtbank dat hij slechts een dag na het incident en zijn operaties in het ziekenhuis is gehoord. Zij acht aannemelijk dat deze omstandigheden van invloed zijn geweest op de toestand van [slachtoffer] en daarmee op de inhoud van zijn eerste verklaring. Dit geldt te meer nu naar het oordeel van de rechtbank [slachtoffer] in zijn verdere verklaringen consistent over de kern van de zaak – het geweld tegen hem – heeft verklaard en zijn verklaringen ook steun vinden in overige bewijsmiddelen zoals in belangrijke mate de letselbeschrijving. Om deze reden zal de rechtbank het verweer van de verdediging om al zijn verklaringen van het bewijs uit te sluiten, verwerpen.

Nu de rechtbank zowel de verklaringen van de getuige [getuige 2] als de NFI-rapportage over het schotrestenonderzoek verder niet zal gebruiken voor het bewijs, kunnen de verweren onbesproken blijven en is niet voldaan aan de voorwaarden van het voorwaardelijk verzoek zodat de rechtbank hierop niet hoeft te beslissen.

De ontmoetingen

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij een afspraak had met [verdachte 2] (rechtbank: [verdachte 3] ) om zes kilo wiet te kopen voor € 20.000,-. De afspraak vond plaats op 15 oktober 2015. Omstreeks 10:30 uur reed aangever met [aangever 2] in een Maserati naar de parkeerplaats bij de Albert Heijn in [plaats 1] en ontmoette daar [verdachte 3] .3 Deze verklaring vindt steun in de verklaring van [verdachte 3] dat zij hadden afgesproken, omdat [slachtoffer] – net als op 14 oktober 2016, toen [verdachte 3] aan [slachtoffer] een kilo wiet leverde, – wiet wilde kopen.4

Aangever [slachtoffer] heeft verder verklaard dat [verdachte 3] tijdens de ontmoeting begon over twee jongens, die bij het cafetaria [naam 2] in [plaats 1] zouden wachten. Bij het cafetaria werden hij en [aangever 1] voorgesteld aan twee jongens: één jongen was ‘een halve Hollander’ (een halfbloed met veel tatoeages) en de andere jongen was mogelijk een Marokkaan. De vader van de halfbloed zou de wiet te koop hebben.5 [medeverdachte 1] en [verdachte 3] hebben verklaard dat zij door [verdachte 2] (rechtbank: [verdachte 3] ) zijn afgezet bij een cafetaria en dat [verdachte 3] daar terug kwam met twee jongens in een Maserati dan wel een sportwagen.6 De rechtbank acht bewezen dat de eerst bedoelde twee jongens [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn geweest.

Aangever en [aangever 1] volgden de Ford met [verdachte 3] en de twee jongens ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) tot ze stopten op een dijk in de omgeving van [plaats 2] . Zowel [aangever 1] als [slachtoffer] heeft verklaard dat de drie mannen op enig moment bij de Maserati stonden, dat toen over de deal is gesproken en dat de man met de tatoeages ( [medeverdachte 1] ) met zijn vader belde.7 Aangever besprak met [medeverdachte 1] de verdere gang van zaken. Aangever bevestigde dat zij het bedrag van € 20.000,- bij zich hadden. De prijs werd echter verhoogd naar € 30.000,-.8

[aangever 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] (de persoon op foto 5) wat betreft zijn gedrag de leider van het stel leek.9 Aangever kreeg vervolgens tot 13:00 uur de tijd om € 30.000,- te regelen en er werd afgesproken om elkaar weer op dezelfde plek in [plaats 2] te ontmoeten. Aangever heeft verklaard dat hij vervolgens € 10.000,- heeft geregeld via zijn ouders, zijn vriendin, de vader van [aangever 1] en [aangever 1] zelf.10 Deze verklaring vindt steun in de verklaring van [aangever 1] dat zijn vader op 15 oktober 2015 nog € 4.000,- heeft overgemaakt naar de rekening van [slachtoffer]11 en in de verklaringen van de vader van [aangever 1] dat hij € 4.000,- naar de rekening van aangever heeft overgemaakt12 en de vader van [slachtoffer] dat hij een enveloppe met € 5.000,- aan aangever heeft gegeven.13 Volgens [slachtoffer] hebben zij de drie mannen weer ontmoet en nam hij plaats in de Ford waarin [verdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich bevonden.14

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij omstreeks 11.15 uur op de [plaats 3] twee auto’s zag staan, een grote zwarte auto van een sportmodel en een kleine grijze auto. De getuige zag drie mannen naast de sportauto staan: één belde en allen waren druk aan het gebaren in de richting van de bestuurder van die sportauto. De mannen die buiten stonden waren licht getint, Marokkaans uiterlijk, waren 172 tot 175 cm lang en hadden kort glad donker haar.15

Plaats in de Ford Fiësta

Verdachte [verdachte 3] heeft verklaard dat hij op 15 oktober 2015 de bestuurder van de Ford Fiësta (kenteken [kenteken] ) was. Jericho [medeverdachte 1] zat naast hem en [medeverdachte 3] zat achterin. Aangever [slachtoffer] stapte rechts achter in en ging naast [medeverdachte 2] zitten.16 [slachtoffer] bevestigt dat hij rechts achterin de Ford heeft plaatsgenomen. Hij verklaart verder dat [verdachte 3] de bestuurder was en de ‘halve Hollandse’ jongen recht voor hem (rechts voorin) zat. De vriend van de ‘halve Hollander’ zat naast hem (links achterin).17 Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de ‘halve Hollander’ waarover aangever heeft verklaard [medeverdachte 1] is en de persoon naast hem [medeverdachte 2] is geweest.

Het geweld

Aangever heeft verder verklaard dat hij voordat hij in de auto plaatsnam het geld bij zich had gestoken. Het geld dat hij van zijn vader had gekregen, zat in een enveloppe van de bank. Ze gingen rijden en hij hoorde de mannen iets roepen van ‘geef je geld’. Hij zag dat [verdachte 3] een mes pakte. Daarmee begon hij terwijl hij nog reed naar achteren te steken, het mes was zeker twintig centimeter lang. Hij wilde de auto uit vluchten maar het portier aan zijn kant zat op (het kinder-) slot. Hij probeerde door het raam te klimmen, maar dat lukte niet. [verdachte 3] probeerde hem te steken en de andere jongens (rechtbank: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) probeerden ervoor te zorgen dat hij niet uit de auto klom.18 Bij de rechter-commissaris verklaart aangever dat de mannen vrij snel daarna alle drie een mes hadden en hij van alle kanten werd gestoken. Hij probeerde uit het raam weg te vluchten, maar hij werd terug de auto in getrokken. Hij werd weer gestoken.19

Aangever heeft verklaard dat hij (rechtbank: onder meer) in zijn zij, in zijn milt en in zijn long is gestoken. Een aantal steken heeft hij gezien, zo heeft [verdachte 3] in zijn buik gestoken. Verder heeft hij verklaard dat [medeverdachte 2] hem in zijn linkerzij en [verdachte 3] hem – toen hij over [medeverdachte 2] hing om uit de auto te komen – in zijn pols heeft gestoken. [medeverdachte 1] heeft stekende bewegingen gemaakt. Hij wilde de auto verlaten, maar de jongens hielden hem tegen door te steken. [medeverdachte 1] trok ook aan zijn schoenen en hield hem vast, [medeverdachte 2] hield hem ook vast. Ze zijn vervolgens ergens met de auto op ‘geklapt’, waarna hij uit de auto kon komen.20

Getuige [getuige 4] zag op 15 oktober 2015 een auto vanaf de [plaats 4] in de richting van [plaats 1] rijden en een man met piekerig blond haar half uit die auto hangen. Zeven minuten later zag hij die man op straat lopen. 21

Getuige [getuige 5] hoorde op 15 oktober 2015 een auto op volle toeren aankomen, vanaf de [plaats 4] de dijk op. Nadat hij een doffe klap hoorde– de auto was volgens aangever ergens op geklapt –, reed de auto vrijwel direct door. Vervolgens zag de getuige toen hij zijn woning in [plaats 1] uit liep aangever [slachtoffer] staan. [slachtoffer] was aan het bellen en vroeg (rechtbank: zoals hierna zal volgen: aan [aangever 1] ) of hij kon worden opgehaald. De getuige zag heel veel bloed op de grond, aangever had bloed in zijn nek en bloedde ook erg aan zijn arm. De getuige zag dat er een heel gat in zijn onderarm zat. Kort daarna kwam er een persoon in een Maserati aan die aangever kwam ophalen. Nadat de getuige de arm van aangever had afgebonden, reden ze weg.22

[aangever 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] hem nog geen vijf minuten na het instappen in de auto in paniek belde en vroeg om hem op te halen. Op de dijk zag hij [slachtoffer] met onder meer een grote wond op zijn linker pols. Hij zag ook dat [slachtoffer] was geraakt in zijn borst. [aangever 1] vroeg [slachtoffer] wie hem dit had aangedaan, waarop [slachtoffer] had gezegd: in de auto. [slachtoffer] vertelde [aangever 1] dat ze hem alle drie hadden toegetakeld. [aangever 1] zag allemaal bloed, overal. Onderweg naar de friettent spuugde hij bloed.23

De verbalisant [verbalisant] zag bij het cafetaria een man gewond op de grond zitten met op meerdere plaatsen bloedende wonden. Er lag ook bloed op de grond. In de hals was bloed te zien. Verder was het kledingstuk om de pols van de man doordrenkt met bloed. De man gaf aan dat hij was gestoken en het benauwd had. Hierop zakte hij weg en raakte buiten bewustzijn. De man ging snel achteruit en moest vrijwel direct in het ziekenhuis naar de O . K . voor een spoedoperatie.24

Verklaringen verdachte en medeverdachten

Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij bloed heeft gezien aan [slachtoffer] en in de auto. Hij is geschrokken van het bloed in de auto. Hij heeft de auto schoongemaakt met een hogedrukspuit.25

De verdachten hebben allen ontkend dat zij aangever [slachtoffer] hebben gestoken en hebben de anderen ook niet zien steken. [verdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat het letsel mogelijk in de worsteling met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is ontstaan. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat [slachtoffer] mogelijk zichzelf heeft verwond.

De rechtbank acht deze verklaringen niet aannemelijk en overweegt daartoe ten eerste dat de verklaringen van [slachtoffer] in belangrijk mate steun vinden in het letsel.

Letsel

Bij [slachtoffer] is onder meer het volgende letsel geconstateerd:

  • -

    een gedeeltelijke klaplong;

  • -

    een scheurwond van drie centimeter aan het middenrif;

  • -

    een scheur van de milt; en

  • -

    steekverwondingen aan de linkerflank (drie verwondingen met scherpe dan wel vermoedelijke scherpe wondranden), het rechter bovenbeen, de hals (rechts) – waarbij ook direct na het incident door de getuige [getuige 5] en de verbalisant [verbalisant] bloed in de nek dan wel hals is waargenomen – en de pols.

De deskundige rapporteert dat het letsel in borst, middenrif en buik vrijwel zeker is veroorzaakt door een scherp voorwerp. De verwondingen aan de borst en buik waren ongeveer zes tot zeven centimeter diep. In de linkerpols werd een volledig doorgesneden buigpees van de hand en een gedeeltelijk (partieel) doorgesneden slagader geconstateerd. Nu pezen een taaie structuur hebben is voor het doorsnijden van een pees een goed scherp voorwerp nodig. Het letsel aan de slagader past bij snijwonden veroorzaakt door een scherp voorwerp.

De verwondingen van aangever kunnen naar de mening van de deskundige goed passen bij de opgegeven toedracht (onder meer worsteling in auto, steken met messen en een val uit een rijdende auto).26

Dit geldt echter niet voor het letsel aan de wang. De deskundige rapporteert dat dit letsel door allerlei oorzaken kan zijn veroorzaakt. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangever over het schieten met een alarmpistool in zijn wang onvoldoende wordt ondersteund. Zij zal verdachte van het schieten dan wel steken in de wang van [slachtoffer] – nu over de oorzaak van dit letsel onvoldoende kan worden vastgesteld – vrijspreken.

Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aangever [slachtoffer] in verband met een drugsdeal in de auto met de verdachten [verdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is gestapt en deze auto enkele minuten later met vele steekverwondingen en fors bloedend heeft verlaten.

Nu het gaat om meerdere steek- en/of snijverwondingen op diverse lichaamsdelen (van hals tot been) acht de rechtbank niet aannemelijk dat deze verwondingen door eigen toedoen van [slachtoffer] dan wel in een worsteling zonder wapens of door enkel het uit de auto springen dan wel gooien zijn veroorzaakt. Daarmee past dit letsel niet bij de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten.

De rechtbank is verder van oordeel dat het een feit van algemene bekendheid is dat een Ford Fiësta tot de compacte klasse van auto’s behoort, waarbij de afstand tussen de bestuurder en de passagiers beperkt is. Gelet hierop acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat verdachte niet in staat is geweest om vanaf de bestuurderspositie aangever te steken. De enkele omstandigheid dat hij de auto bestuurde leidt niet reeds om die reden tot de conclusie dat hij [slachtoffer] niet heeft kunnen steken.

Taps/OVC-gesprek

De rechtbank overweegt voorts dat de volgende gesprekken de verklaringen van [slachtoffer] ondersteunen en niet passen in de verklaringen die verdachte en zijn medeverdachten hebben afgelegd.

Daarbij gaat het ten eerste om wat er na het gesprek tussen [naam 3] (nummer eindigend op [nummer 1] ) en telefoonnummer [nummer 2] ( [verdachte 2] sv [nummer 3] ) op 2 november 2015 is te horen:

‘Op 10 minuten en 28 seconde vraagt [naam 3] : Hoe weet [naam 4] wat er gebeurd is

[verdachte 2] : [naam 5] (…) Van [naam 5] . (…)

[naam 3] : Ja ha, ik heb gezegd, ik weet niet wat er gebeurd is en [naam 4] moet niet weten wat er gebeurd is zulke dingen

[verdachte 2] : Als we ons bek houden is er niks aan de hand....ntv.... als die jonge niet zo doet ..ntv.. de politie zal.. .ntv.... hij is ook niet zonder fouten ze zullen niet zo hoog springen snapje (…)

Op 14 minuten en 20 seconde zegt (…)

[naam 3] : is hij vandaag inbeslag genomen (…)

[verdachte 2] : dan dat met die shit auto ntv (…)

Op 16 minuten en 9 seconden zegt:

[verdachte 2] : Zo erg is het niet, we moeten gewoon smoelen houden wat had die jongen dan gedacht dan jonge (…).

Op 17 minuten en 59 seconden zegt

“(…) [verdachte 2] : (…) het was een chaos jonge in die auto. (…)

Op 28 minuten en 27 seconde zegt

[naam 3] : Lag er veel bloed in die auto

[verdachte 2] : Er is veel gebeurd ntv (…)

Op 27 minuten en 24 seconde zegt (…)

[verdachte 2] : weet je wat het is, ze hebben er niks mee gedaan, er is niks aan de hand ik ben toch ook toen met pistolen en toen hebben ze me ook na ingetekend en daarna heengezonden, je weet toch, en anders ga ik een paar maanden zitten en dan kom ik weer naar huis (…)’.27

De Ford Fiësta met het kenteken [kenteken] - de auto waarin verdachte en zijn medeverdachten op 15 oktober 2015 hebben gereden - is op 2 november 2015 in beslag genomen.28

Gelet hierop en de overige inhoud van het gesprek acht de rechtbank bewezen dat dit gesprek betrekking heeft op het incident in de auto met [slachtoffer] . Uit deze gesprekken blijkt dat het een chaos in de auto is geweest, dat er veel is gebeurd en dat ze maar hun mond moeten houden.

Deze gesprekken passen niet bij de verklaringen van de verdachten dat zij niets zouden hebben gedaan.

Dit komt nog meer naar voren in het volgende gesprek op 30 december 2015 in de [naam P.I.] tussen [verdachte 2] ( [verdachte 3] ) en een onbekend persoon:

‘ K : Ze hebben er helemaal geen vragen over gesteld terwijl ze het wel weten, snap je

O : hij heeft geen aangifte gedaan (Onverstaanbaar)

O : het kan ook zijn dat ze daar mee wachten tot het bijna voorbij is en dat ze dan....

K : nee nee nee daar hoef je niet bang, met zulke zaken moeten ze jou gelijk oppakken. Moeten pistool. Hele huis helemaal overhoop gehaald.. We hebben bijna dood gemaakt haha.

Ja man daar hoef je niet bang voor te zijn. Valt wel mee.

0 : Hij woont in [plaats 7] hij

K : In [plaats 7]

0 : Hij woont in [plaats 7] ,

K Niet waar,

0 : jawel

K : ja bij [plaats 6] daar in de buurt

0 : ja ja ja daar ja

K : hij kwam ook eigenlijk ook bij [plaats 6] vandaan

0 : jajaja (…)

O : hij woont op een camping he?

K : ja, op een camping, ja klopt.

(…)

K : Hij wou toch schieten en (klinkt als) slaan We wouwen hem niet vermoorden maar hij wou uhhh (…)’.29

Even later in dit gesprek voegt [verdachte 2] daar nog aan toe:

‘ K : Dat is het, is niet dat, niet dat hun bewijzen hebben weet je. Hun hebben die auto

gepakt toen ze die bloed hadden gevonden hadden we allang (klinkt als) opgehaald

moeten zijn , allang. Zulke zaken gaan ze je niet tussen je 5 maanden laten lopen met pistool. Ze hebben niet (…)’.30

Aangever [slachtoffer] woont in [plaats 5] .31 Het is een feit van algemene bekendheid dat [plaats 5] in de nabijheid van [plaats 6] ligt. [slachtoffer] en zijn vriendin verblijven soms in het chalet van de ouders van [slachtoffer] op een camping.32 Gelet op dit voorgaande en de overige inhoud van het gesprek – wat past bij wat er op 15 oktober 2015 met aangever [slachtoffer] is gebeurd –, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte 3] hier spreekt over het bijna doodmaken van aangever [slachtoffer] .

Motief: geld

Tot slot worden de verklaringen van [slachtoffer] ondersteund door het feit dat verdachte en zijn medeverdachten een motief hadden om geweld uit te oefenen op [slachtoffer] .

[slachtoffer] heeft – zoals hiervoor overwogen – verklaard dat hij bij de eerste afspraak op

15 oktober 2015 had verteld dat ze het geld bij zich hadden en bij de tweede afspraak in de auto voor het geweld werd geroepen ‘geef je geld’.

Deze verklaringen van [slachtoffer] – dat de verdachten wetenschap hebben gehad van de aanwezigheid van een behoorlijke som geld – worden ondersteund door [aangever 1] , die heeft verklaard dat de man met de tatoeage (rechtbank: [medeverdachte 1] ) aan [slachtoffer] vroeg of hij het geld bij zich had. [slachtoffer] zei toen dat [aangever 1] – in onder meer een oranje enveloppe van de ING en een enveloppe van de Rabobank – het geld had en hij dat nog aan hem moest geven. Vervolgens gaf [aangever 1] het geld aan [slachtoffer] en stapte [slachtoffer] in de auto bij verdachte en de medeverdachten. Nog geen vijf minuten later belde [slachtoffer] in paniek op om hem te komen halen. Hij gaf aan dat hij het geld nog had, maar had moeten vechten voor zijn leven.33

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat de bestuurder van de Maserati als eerste tegen de gewonde man zei: “heb je het geld nog”.34

[aangever 1] heeft voorts verklaard dat hij [slachtoffer] weer ophaalde en dat [slachtoffer] de jas met daarin het geld uitdeed en in de Maserati legde.35 In de Maserati zijn twee enveloppen (Rabobank en ING) met geld gevonden en op deze enveloppen is bloed aangetroffen.36

Naar het oordeel van de rechtbank past dit bij de verklaringen van [slachtoffer] en [aangever 1] dat hij het geld bij zich had in de auto, waarna hij in de auto werd gestoken met bloedende wonden en bloed op de enveloppen tot gevolg.

Verdachte [verdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat hij een afspraak had met een jongen, die wiet wilde kopen, dat ze elkaar ontmoetten, dat de jongens van de Maserati niet genoeg geld bij zich hadden en dat ze zeiden dat ze geld gingen halen. Dat is volgens verdachte [verdachte 3] rond een uur of elf geweest.37

Gelet op het voorgaande in samenhang bezien acht de rechtbank bewezen dat aangever het geld bij zich heeft gehad, verdachte en zijn medeverdachten hiervan op de hoogte zijn geweest en zij een financieel motief (‘geef je geld’) hadden om aangever te bedreigen, zoals aangever heeft verklaard.

Conclusie

Gelet op al het voorgaande in samenhang bezien acht de rechtbank bewezen dat de verdachten allen betrokken zijn geweest bij het geweld tegen [slachtoffer] . De vervolgvraag is of de samenwerking tussen de verdachten voldoende intensief is geweest om te kunnen oordelen dat zij het feit in zijn geheel samen hebben gepleegd (medeplegen). De rechtbank is van oordeel dat deze vraag positief dient te worden beantwoord en overweegt daartoe het volgende.

Medeplegen

Gelet op het voorgaande en in het bijzonder:

  • -

    dat [slachtoffer] een afspraak had met [verdachte 3] voor de aankoop van wiet;

  • -

    [verdachte 3] bij de eerste ontmoeting begon over twee jongens en deze jongens bij het cafetaria in [plaats 1] zouden staan wachten;

  • -

    aangever daar vervolgens met [medeverdachte 1] – die gelet op zijn gedrag de leider leek – sprak over de verdere gang van zaken, [medeverdachte 1] de wiet zou leveren na overleg met zijn vader en [medeverdachte 1] de prijs verhoogde naar € 30.000,-;

  • -

    [verdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] alle drie bij de Maserati stonden en volgens een getuige alle drie druk gebaarden naar de inzittende van de Maserati;

  • -

    zowel [verdachte 3] , [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] bij de tweede afspraak op 15 oktober 2015 aanwezig waren;

  • -

    ze – nadat aangever in de auto was gestapt – zeiden ‘geef je geld’;

  • -

    zowel [verdachte 3] , [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] een mes hadden en aangever van alle kanten werd gestoken;

  • -

    aangever zag dat hij door [verdachte 3] in zijn buik en pols en door [medeverdachte 2] in zijn linkerzij werd gestoken en [medeverdachte 1] stekende bewegingen maakte;

  • -

    aangever door de jongens (waaronder meermalen door [medeverdachte 1] ) werd tegengehouden toen hij probeerde uit de auto te komen;

is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een gezamenlijke voorbereiding van een rip-deal en van intensieve samenwerking bij de uitvoering van de geweldshandelingen. Zo hadden alle drie de verdachten een mes bij zich, werd aangever door zowel [medeverdachte 2] als [verdachte 3] gestoken en maakte [medeverdachte 1] stekende bewegingen. Verder werd aangever meermalen tegengehouden op de momenten dat hij de auto wilde verlaten, bijvoorbeeld op het moment dat [verdachte 3] hem stak. Gelet daarop hebben de verdachten elkaar geholpen en gebruik gemaakt van hun getalsmatige meerderheid om het gezamenlijke doel - zijnde het bemachtigen van het geld van [slachtoffer] - te bereiken. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat er sprake is geweest van een bewuste (opzettelijke) en nauwe samenwerking van [verdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Poging tot doodslag?

De rechtbank ziet voor de vraag gesteld of er door het handelen van de verdachten een aanmerkelijke kans was op de dood van aangever. De deskundige beschrijft daarover het volgende in de letselbeschrijving.

Ten eerste kunnen bij een (gedeeltelijke) klaplong levensbedreigende complicaties optreden, indien er geen behandeling volgt. Verder is een verwonding aan het middenrif (diafragma) op zichzelf niet gevaarlijk, zolang het longvlies niet wordt geraakt. Een scheur van de milt kan fors bloeden en blijft vaak doorbloeden. Wanneer een grote slagader zou worden geraakt, zou er een risico op overlijden aanwezig zijn. Bij een steekverwonding in deze regio hadden ook andere letsels kunnen optreden, zoals bijvoorbeeld aan het hart(zakje) wat potentieel dodelijk kan zijn. Andere kwetsbare organen zijn de maag, darmen, alvleesklier en nieren. Bij een perforatie van deze organen dient een persoon met spoed te worden behandeld. Een beschadiging van een groot bloedvat zoals de slagader van een orgaan kan acuut levensbedreigend zijn.

Met betrekking tot de slagaderlijke bloeding van de pols rapporteert de deskundige dat dit zonder behandeling dodelijk is.38

Verdachte en zijn medeverdachten hebben aangever diverse keren gestoken, onder meer op zijn romp ter hoogte van vele vitale organen, slagaders en onder meer het longvlies. Door het steken in deze regio en in de pols ter hoogte van de slagaders, hebben verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk een aanmerkelijke kans op de dood in het leven geroepen en deze ook bewust aanvaard. Op grond van al het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de poging tot doodslag (onder 1 primair) heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 15 oktober 2015 te [plaats 5] en/of [plaats 2] , althans in de gemeente [plaats 1] , en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [voorletter] [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met (een) mes(sen), althans met scherpe/puntige voorwerp(en) in diens borstkas en/of middenrif en/of milt, althans in diens (boven)lichaam heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of

- de buigpees van de (linker)hand van die [slachtoffer] volledig heeft/hebben doorgesneden en/of de slagader van diens (linker) pols/hand (deels) heeft/hebben doorgesneden en/of

- die [slachtoffer] met een (vuur)wapen/alarmpistool, althans met een daarop gelijkend voorwerp in diens wang(streek)/ gezicht heeft/hebben geschoten en/of

- die [slachtoffer] met (kracht) met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp in diens wang(streek)/gezicht heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Medeplegen van poging tot doodslag.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in geval van een bewezenverklaring verzocht om verdachte in verband met een beroep op noodweer(exces) te ontslaan van alle rechtsvervolging, nu hij uit zelfverdediging – [slachtoffer] trok een vuurwapen – heeft gehandeld en zich niet aan de situatie heeft kunnen onttrekken. Indien de rechtbank van oordeel is dat verdachte de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden, is dit veroorzaakt door de omstandigheid dat verdachte helemaal in shock (en daarmee van een hevige gemoedsbeweging sprake) is geweest.

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] een pistool op hem heeft gericht, hij ‘klik klik’ heeft gehoord en er een worsteling op de achterbank is ontstaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een noodweersituatie, dan wel dat de verdachten te ver zijn gegaan en vervolgens de grenzen van de noodzakelijke verdediging (proportionaliteit en subsidiariteit) hebben overschreden.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer] heeft ontkend dat hij een wapen dan wel alarmpistool bij zich heeft gehad. De rechtbank acht dit echter niet aannemelijk geworden. De verklaring van aangever hierover wordt immers tegengesproken door de verklaringen van de verdachten, het aantreffen van een bebloed wapen in de Maserati, de verklaring van [aangever 1] , het DNA-onderzoek van het wapen in de Maserati en onder meer de afgeluisterde gesprekken – waarin verdachte [verdachte 3] over [slachtoffer] praat als een persoon die ook niet zonder fouten is en een pistool op hem heeft gericht.

Zo heeft [aangever 1] immers verklaard dat [slachtoffer] hem na het incident in de auto vroeg om een alarmpistool weg te gooien of te verbergen. [aangever 1] legde het alarmpistool in de Maserati. Het wapen was van [slachtoffer] . Uit de verklaring van [aangever 1] volgt verder dat [slachtoffer] ‘iets’ bij zich had in de Ford om zich te beschermen.

Gelet op de verklaring van [aangever 1] dat [slachtoffer] iets bij zich had om zich te beschermen en de verklaring van [slachtoffer] (zoals bij de bewezenverklaring opgenomen) dat hij in de auto stapte en de jongens riepen ‘geef je geld’, acht de rechtbank aannemelijk geworden dat [slachtoffer] het alarmpistool ter bescherming van zichzelf en/of het geld op enig moment op [verdachte 3] heeft gericht, handelend uit noodweer (en daarmee niet wederrechtelijk).

Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op deze gang van zaken, aannemelijk dat verdachte en zijn medeverdachten zichzelf in deze situatie hebben gebracht (door te roepen ‘geef je geld’) en heeft [slachtoffer] uit noodzakelijke verdediging gehandeld door een alarmpistool te tonen. Gelet hierop komt aan verdachte en zijn medeverdachten geen beroep op noodweer toe, omdat er geen sprake was van een wederrechtelijke aanranding.

De rechtbank overweegt, nog daargelaten het voorgaande, dat nu verdachte en zijn medeverdachten de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit fors hebben overschreden door [slachtoffer] meermalen ter hoogte van vitale organen en slagaders te steken, het beroep op noodweer(exces) al op dit voorgaande strandt. Zij zal de verweren op dit punt dan ook verwerpen.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de poging tot doodslag (1 primair) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van het voorarrest. Daartoe is aangevoerd dat het gaat om een zeer ernstig feit, waarbij [slachtoffer] doodangsten moet hebben uitgestaan. Verder gaat het om fors en mogelijk blijvend letsel, waarvoor aangever operaties heeft moeten ondergaan, wat blijvende littekens tot gevolg heeft. Het feit heeft ook psychisch veel impact op [slachtoffer] gehad. Tot slot heeft de officier van justitie rekening gehouden met het strafblad van verdachte en de reclasseringsrapportage. Gelet op de ernst van het feit en straffen in soortgelijke zaken acht zij een forse gevangenisstraf passend.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen. In geval van een strafoplegging heeft de verdediging verzocht om de duur van de gevangenisstraf te matigen en rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de omstandigheid dat hij in 2008 het reclasseringstoezicht positief heeft afgerond.

Verder is verzocht rekening te houden met de recente veroordeling van verdachte en welke straf eventueel daarbij zou zijn opgelegd als deze zaak zou zijn meegenomen (artikel 63 Wetboek van Strafrecht).

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 13 juni 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Tactus Verslavingszorg, gedateerd 27 januari 2016.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben in een auto – een kleine ruimte waarin zij getalsmatig in de meerderheid waren en samen ervoor zorgend dat aangever de auto niet kon verlaten – meerdere keren op aangever [slachtoffer] ingestoken. [slachtoffer] had op dit moment een omvangrijk geldbedrag bij zich voor de aankoop van wiet, wat verdachte en zijn medeverdachten wilden bemachtigen. Daarbij heeft verdachte aangever in de buik en pols

– regio’s met slagaders en/of vitale organen – gestoken. Door al het geweld heeft [slachtoffer] onder meer een klaplong en een scheur in het middenrif en de milt opgelopen. Verder zijn de buigpees in zijn hand en de slagader in de pols (gedeeltelijk) doorgesneden. Aangever heeft door zijn verwondingen veel bloed verloren en heeft het geweld ternauwernood overleefd. Hij heeft met spoed twee operaties moeten ondergaan en heeft aan het incident ook blijvende littekens overgehouden.

In tegenstelling tot de reclassering is de rechtbank van oordeel dat verdachte zijn oude leven niet achter zich heeft gelaten. Hij is immers recent – evenals in 2008 – veroordeeld voor het verhandelen van cocaïne. Dit feit houdt wederom verband met de drugshandel. Verdachte had namelijk in verband met de verkoop van zes kilo wiet met aangever afgesproken en had volgens eigen zeggen de dag ervoor ook een kilo wiet aan aangever verkocht. Verder weegt de rechtbank mee dat verdachte geen enkele openheid van zaken heeft gegeven met betrekking tot zijn rol in het geweld, noch dat hij enig berouw heeft getoond.

Gelet op de ernst van het feit, het aandeel van verdachte in het geweld en het strafblad van verdachte acht de rechtbank alleen een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Zij zal echter in tegenstelling tot de officier van justitie ook rekening houden met de omstandigheid dat het gaat om een feit dat verband houdt met de aankoop van drugs, waarbij de rechtbank aannemelijk acht dat aangever zelf een (alarm)pistool heeft meegenomen en daarmee mogelijk heeft bijgedragen aan een escalatie van de situatie.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden passend. Gelet hierop zal zij het verzoek tot opheffing van het bevel voorlopige hechtenis afwijzen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [voorletter] [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde poging tot doodslag (1 primair). Gevorderd wordt een bedrag van € 36.344,98 met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor zowel het bedrag als de rente. Verder wordt een bedrag van € 1.210,00 aan proceskosten gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade (beschadigde zaken, reiskosten en kosten in verband met het ziekenhuisverblijf) ter hoogte van € 1.344,98 en de proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen. Met betrekking tot het gevorderde smartengeld heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie heeft verzocht om het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, nu zij vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging heeft bepleit.

Indien de rechtbank deze standpunten niet volgt, is de verdediging van mening dat de materiële schade (onder meer de kleding) foutief dan wel onvoldoende is onderbouwd en de vordering wat betreft deze posten dient te worden afgewezen. Met betrekking tot het smartengeld is verzocht om de hoogte fors te matigen, waarbij van belang is dat bij de benadeelde partij geen sprake is van blijvend letsel.

Beoordeling door de rechtbank

Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen en de omstandigheid dat een goede beoordeling van het aandeel van de benadeelde partij en de mate van ‘eigen schuld’ nader onderzoek vereist, is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. Hij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 47, 63 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.

  • -

    beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    wijst af het voorwaardelijke verzoek;

 wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [voorletter] [slachtoffer] (feit 1 primair).

 verklaart de benadeelde partij [voorletter] [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. [voorzitter] (voorzitter), mr. [rechter 1] en

mr. [rechter 2] , rechters, in tegenwoordigheid van mr. [griffier] , griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 augustus 2016.

BIJLAGE Ι:

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 oktober 2015 te [plaats 5] en/of [plaats 2] , althans in de gemeente [plaats 1] , en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [voorletter] [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met (een) mes(sen), althans met scherpe/puntige voorwerp(en) in diens borstkas en/of middenrif en/of milt, althans in diens (boven)lichaam heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of

- de buigpees van de (linker) hand van die [slachtoffer] volledig heeft/hebben doorgesneden en/of de slagader van diens (linker) pols/hand (deels) heeft/hebben doorgesneden en/of

- die [slachtoffer] met een (vuur)wapen/alarmpistool, althans met een daarop gelijkend voorwerp in diens wang(streek)/ gezicht heeft/hebben geschoten en/of

- die [slachtoffer] met (kracht) met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp in diens wang(streek)/gezicht heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 15 oktober 2015 te [plaats 5] en/of [plaats 2] , althans in de gemeente [plaats 1] , en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [voorletter] [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een klaplong (links) en/of

- ( een) steekverwonding(en) in de borstkas en/of in het middenrif en/of in de milt en/of

- een gescheurde milt en/of

- een doorgesneden buigpees van de (linker) hand en/of

- een slagaderlijke bloeding van de (linker)pols/hand en/of

enig ander lichamelijk letsel heeft toegebracht,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met (een) mes(sen), althans met scherpe/puntige voorwerp(en) in diens borstkas en/of middenrif en/of milt, althans in diens (boven)lichaam gestoken en/of gesneden en/of

- de buigpees van de (linker) hand van die [slachtoffer] volledig doorgesneden en/of de slagader van diens (linker) pols/hand (deels) doorgesneden en/of

- die [slachtoffer] met een (vuur)wapen/alarmpistool, althans met een daarop gelijkend voorwerp in diens wang(streek)/ gezicht geschoten en/of

- die [slachtoffer] met (kracht) met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp in diens wang(streek)/gezicht gestoken.

1 De volledige tenlastelegging is in bijlage Ι opgenomen.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2015503456 (onderzoek 08Valk), gesloten op 3 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 95.

4 Het proces-verbaal verhoor [verdachte 3] , p. 301 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 27 juli 2016.

5 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 95.

6 Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 344 en het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 365.

7 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 96 en het proces-verbaal verhoor verdachte [aangever 1] , p. 59-60.

8 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 96.

9 Het proces-verbaal van bevindingen tonen foto’s, p. 137.

10 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 96.

11 Het proces-verbaal verhoor aangever [aangever 1] , p. 72.

12 Het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 3] , p. 105 en 106.

13 Het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 6] , p. 103 en 104.

14 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 96-97.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 49 en 50.

16 Het proces-verbaal verhoor getuige [medeverdachte 4] , p. 149, het proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte 3] , p. 301 en het proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte 3] , p. 309.

17 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 97.

18 Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 97-98 en het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer] , p. 92.

19 Het proces-verbaal verhoor [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 3.

20 Het proces-verbaal verhoor aangever, p. 91, het proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer] , p. 100 t/m 102 en het proces-verbaal verhoor [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 3-4.

21 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] , p. 51.

22 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , p. 43-44.

23 Het proces-verbaal verhoor verdachte [aangever 1] , p. 55 en het proces-verbaal verhoor verdachte [aangever 1] , p. 61 t/m 63.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 22-23.

25 Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 345 en het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 346.

26 De letselbeschrijving, p. 250 t/m 254.

27 Het tapgesprek d.d. 2 november 2015, p. 193 t/m 195.

28 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 556.

29 Het proces-verbaal OVC [verdachte 3] 30-12-2015, p. 220, 224-225.

30 Het proces-verbaal OVC [verdachte 3] 30-12-2015, p. 230.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 22.

32 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] , p. 113.

33 Het proces-verbaal verhoor verdachte [aangever 1] , p. 58 t/m 63.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 46.

35 Het proces-verbaal verhoor verdachte [aangever 1] , p. 61.

36 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 395-396.

37 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 301.

38 De letselbeschrijving, p. 254.