Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4526

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-08-2016
Datum publicatie
16-08-2016
Zaaknummer
05/820176-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval en het verlaten van de plaats van het ongeval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820176-15

Datum uitspraak : 12 augustus 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] .

raadsman: mr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juli 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 26 september 2015 te Tuil, gemeente Neerijnen,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting Waardenburg en gaande in de richting van Haaften, daarmee rijdende over de weg, de Graaf Reinaldweg achter een aantal voor hem, verdachte uit op die weg langzamer rijdende andere motorrijtuigen,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

teneinde die voor hem, verdachte uit rijdende andere motorrijtuigen in te halen, de aan die Graaf Reinaldweg parallel lopende weg, de Waalbandijk is opgereden en/of

rijdende met een snelheid gelegen tussen de 95 en 130 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte geldende maximum snelheid van 60 kilometer per uur, die op die Graaf Reinaldweg rijdende andere motorrijtuigen heeft ingehaald en/of

gekomen ter hoogte van de kruising van deze weg, de Waalbandijk en de weg/en, de Bouwing en de Graaf Reinaldweg, naar rechts heeft gestuurd en/of

terwijl op het wegdek van de Waalbandijk/Bouwing haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising in de gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm van die weg, de Waalbandijk/Bouwing, een in zijn, verdachte rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was aangebracht en/of

terwijl het zicht ter plaatse op die Graaf Reinaldweg en/of op die kruising Waalbandijk/Bouwing/Graaf Reinaldweg voor hem, verdachte op geen enkele wijze

werd belemmerd,

niet, alvorens die kruising en/of die kruisende (voorrangsweg) op- en/of over te rijden, in voldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of op korte afstand verkeer over die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg naderde en/of

naar links gaand de binnenbocht heeft genomen en/of zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg op zodanige wijze is opgereden, dat hij, verdachte geheel of gedeeltelijk op het, gezien zijn verdachtes rijrichting, voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg, de Graaf Reinaldweg is terechtgekomen en/of geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een ander over die Graaf Reinaldweg rijdend, toen gelet op zijn, verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnd ander motorrijtuig

(motorfiets) en/of

waardoor de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) hard heeft moeten remmen, ten einde een aanrijding met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) te voorkomen en/of

waardoor of waarbij die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen en/of waarbij dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend over het wegdek van die weg, de Graaf Reinaldweg, in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of

de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend en/of vallend tegen zijn verdachtes motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of een op een verkeerheuvel staande paal, waaraan een verkeersbord was bevestigd is gebotst en/of terechtgekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat zij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 26 september 2015 te Tuil, gemeente Neerijnen,

als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting Waardenburg en gaande in de richting van Haaften, daarmee heeft gereden over de weg, de Graaf Reinaldweg achter een aantal voor hem, verdachte uit op die weg langzamer rijdende andere motorrijtuigen en

teneinde die voor hem, verdachte uit rijdende andere motorrijtuigen in te halen, de aan die Graaf Reinaldweg parallel lopende weg, de Waalbandijk is opgereden en/of

rijdende met een snelheid gelegen tussen de 95 en 130 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte geldende maximum snelheid van 60 kilometer per uur, die op die Graaf Reinaldweg rijdende andere motorrijtuigen heeft ingehaald en/of

gekomen ter hoogte van de kruising van deze weg, de Waalbandijk en de weg/en, de Bouwing en de Graaf Reinaldweg, naar rechts heeft gestuurd en/of

terwijl op het wegdek van de Waalbandijk/Bouwing haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising in de gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm van die weg, de Waalbandijk/Bouwing, een in zijn, verdachte rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was aangebracht en/of

terwijl het zicht ter plaatse op die Graaf Reinaldweg en/of op die kruising Waalbandijk/Bouwing/Graaf Reinaldweg voor hem, verdachte op geen enkele wijze

werd belemmerd,

naar links gaand de binnenbocht heeft genomen en/of zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg op zodanige wijze is opgereden, dat hij, verdachte geheel of gedeeltelijk op het gezien zijn verdachtes rijrichting, voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg, de Graaf Reinaldweg is terechtgekomen en/of geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een ander over die Graaf Reinaldweg rijdend, toen gelet op zijn, verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnd ander motorrijtuig

(motorfiets) en/of

waardoor de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) hard heeft moeten remmen, ten einde een aanrijding met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) te voorkomen en/of

waardoor of waarbij die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen en/of waarbij dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend over het wegdek van die weg, de Graaf Reinaldweg, in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of

de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend en/of vallend tegen zijn verdachtes motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of een op een verkeerheuvel staande paal, waaraan een verkeersbord was bevestigd is gebotst en/of terechtgekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Tuil in de gemeente Neerijnen op/aan de kruising Graaf Reinaldweg/Bouwing en de Waalbandijk, op of omstreeks 26 september 2015 omstreeks 15.57 uur en/of door wiens gedraging vorenstaand ongeval was veroorzaakt,

immers is hij verdachte toen aldaar rijdende over de Waalbandijk en/of komende vanaf de Waalbandijk/Bouwing,

terwijl op het wegdek van de Waalbandijk/Bouwing haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

terwijl voor die kruising in de gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm van die weg, de Waalbandijk/Bouwing, een in zijn, verdachte rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was aangebracht en/of

naar links gaand de binnenbocht heeft genomen en/of zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg op zodanige wijze opgereden, dat hij, verdachte geheel of gedeeltelijk op het gezien zijn verdachtes rijrichting, voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg, de Graaf Reinaldweg is terechtgekomen en/of geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een ander over die Graaf Reinaldweg rijdend, toen gelet op zijn, verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnd ander motorrijtuig

(motorfiets) en/of

waardoor de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) hard heeft moeten remmen, ten einde een aanrijding met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) te voorkomen en/of

waardoor of waarbij die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen en/of waarbij dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend over het wegdek van die weg, de Graaf Reinaldweg, in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of

de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend en/of vallend tegen zijn verdachtes motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of een op een verkeerheuvel staande paal, waaraan een verkeersbord was bevestigd is gebotst en/of terechtgekomen en

de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht, in hulploze toestand heeft achtergelaten.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor van benadeelde van [slachtoffer] , p. 48;

- het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse p. 53-80;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 juli 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van feit 1 primair

hij op of omstreeks 26 september 2015 te Tuil, gemeente Neerijnen,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting Waardenburg en gaande in de richting van Haaften, daarmee rijdende over de weg, de Graaf Reinaldweg achter een aantal voor hem, verdachte uit op die weg langzamer rijdende andere motorrijtuigen,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

teneinde die voor hem, verdachte uit rijdende andere motorrijtuigen in te halen, de aan die Graaf Reinaldweg parallel lopende weg, de Waalbandijk is opgereden en/of

rijdende met een snelheid gelegen tussen de 95 en 130 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte geldende maximum snelheid van 60 kilometer per uur, die op die Graaf Reinaldweg rijdende andere motorrijtuigen heeft ingehaald en/of

gekomen ter hoogte van de kruising van deze weg, de Waalbandijk en de weg/en, de Bouwing en de Graaf Reinaldweg, naar rechts heeft gestuurd en/of

terwijl op het wegdek van de Waalbandijk/Bouwing haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising in de, gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm van die weg, de Waalbandijk/Bouwing, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was aangebracht en/of

terwijl het zicht ter plaatse op die Graaf Reinaldweg en/of op die kruising Waalbandijk/Bouwing/Graaf Reinaldweg voor hem, verdachte op geen enkele wijze

werd belemmerd,

niet, alvorens die kruising en/of die kruisende (voorrangsweg) op- en/of over te rijden, in voldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of op korte afstand verkeer over die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg naderde en/of

naar links gaand de binnenbocht heeft genomen en/of zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg op zodanige wijze is opgereden, dat hij, verdachte geheel of gedeeltelijk op het, gezien zijn verdachtes rijrichting, voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg, de Graaf Reinaldweg is terechtgekomen en/of geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een ander over die Graaf Reinaldweg rijdend, toen gelet op zijn, verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnd ander motorrijtuig

(motorfiets) en/of

waardoor de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) hard heeft moeten remmen, ten einde een aanrijding met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) te voorkomen en/of

waardoor of waarbij die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen en/of waarbij dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend over het wegdek van die weg, de Graaf Reinaldweg, in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of

de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend en/of vallend tegen zijn verdachtes motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of een op een verkeerheuvel staande paal, waaraan een verkeersbord was bevestigd is gebotst en/of terechtgekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat zij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

ten aanzien van feit 2

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Tuil in de gemeente Neerijnen op/aan de kruising Graaf Reinaldweg/Bouwing en de Waalbandijk, op of omstreeks 26 september 2015 omstreeks 15.57 uur en/of door wiens gedraging vorenstaand ongeval was veroorzaakt,

immers is hij verdachte toen aldaar rijdende over de Waalbandijk en/of komende vanaf de Waalbandijk/Bouwing,

terwijl op het wegdek van de Waalbandijk/Bouwing haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

terwijl voor die kruising in de, gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm van die weg, de Waalbandijk/Bouwing, een in verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was aangebracht en/of

naar links gaand de binnenbocht heeft genomen en/of zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Graaf Reinaldweg op zodanige wijze opgereden, dat hij, verdachte geheel of gedeeltelijk op het gezien zijn verdachtes rijrichting, voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg, de Graaf Reinaldweg is terechtgekomen en/of geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een ander over die Graaf Reinaldweg rijdend, toen gelet op zijn, verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnd ander motorrijtuig

(motorfiets) en/of

waardoor de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) hard heeft moeten remmen, ten einde een aanrijding met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) te voorkomen en/of

waardoor of waarbij die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen en/of waarbij dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend over het wegdek van die weg, de Graaf Reinaldweg, in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of

de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) al glijdend en/of vallend tegen zijn verdachtes motorrijtuig (bedrijfsauto) en/of een op een verkeerheuvel staande paal, waaraan een verkeersbord was bevestigd is gebotst en/of terechtgekomen en

de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer] ) aan wie letsel en/of schade was toegebracht, in hulpeloze toestand heeft achtergelaten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Ten aanzien van feit 2

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 120 uren werkstraf, te vervangen door 60 dagen hechtenis alsmede tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie geëiste werkstraf een passende straf is. Ten aanzien van een ontzegging van de rijbevoegdheid is aangevoerd dat een onvoorwaardelijke ontzegging voor verdachte zeer nadelige consequenties zal hebben voor zijn werk. Verdachte is zijn rijbewijs reeds twee maanden kwijt geweest in het kader van de CBR-procedure en hij heeft een onderzoek naar de rijgeschiktheid positief afgesloten. Gelet hierop wordt verzocht een ontzegging van de rijbevoegdheid dan geheel of ten dele voorwaardelijk op te leggen en dit te compenseren, bijvoorbeeld door middel van een hogere geldboete.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 08 juni 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval. Door onvoorzichtig rijgedrag heeft hij op een kruising geen voorrang verleend aan een motorrijder, waardoor deze ten val is gekomen, over de grond verder gegleden en tegen een verkeersheuvel met daarop een verkeersbord is geklapt. Hierna is verdachte doorgereden, terwijl hij heeft gezien dat de motorrijder na de klap door de lucht vloog en dat zijn motorvoertuig in brand vloog. Hoewel verdachte een half uur later is teruggekeerd naar de plaats van het ongeval, heeft hij het slachtoffer eerst in hulpeloze toestand achtergelaten. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan. Als gevolg van het ongeval heeft de motorrijder zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waarvan hij mogelijk de rest van zijn leven de gevolgen zal ondervinden. Verdachte heeft niet gehandeld zoals van hem als bestuurder mocht worden gevergd en is daarmee tekortgeschoten in de op hem als verkeersdeelnemer rustende zorgplicht jegens andere verkeerdeelnemers.

Verdachte was ten tijde van het ongeval pas drie maanden in het bezit van zijn rijbewijs. Een week voordat het onderhavige verkeersongeval plaatsvond, was verdachte ook betrokken geweest bij een aanrijding, zo heeft hij verklaard. Toen bleef het slechts bij blikschade. Verdachte heeft ter zitting verklaard erg te zijn geschrokken van het door hem veroorzaakte verkeersongeval, maar is nadien desondanks aangehouden wegens rijden onder invloed. Dit verbaast de rechtbank en baart haar zorgen over de manier waarop verdachte denkt aan het verkeer te kunnen deelnemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte ervan blijk gegeven de verantwoordelijkheid behorend bij het hebben van een rijbewijs niet aan te kunnen. Gelet op de ernst en de aard van de feiten acht de rechtbank een werkstraf zoals geëist door de officier van justitie passend. Daarnaast vindt de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden zoals door de officier van justitie voorgesteld op zijn plaats, maar zij zal hiervan de helft voorwaardelijk opleggen. Hiermee houdt de rechtbank rekening met de werksituatie van verdachte. Verder heeft het voorwaardelijke gedeelte voornamelijk als doel verdachte voor de toekomst extra te motiveren tot het in acht nemen van de in het verkeer benodigde voorzichtigheid en oplettendheid om herhaling te voorkomen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 175, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van deze bijkomende straf groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Bijl (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 augustus 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015470709, gesloten op 18 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.