Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4313

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-08-2016
Datum publicatie
03-08-2016
Zaaknummer
05/720036-16, 05/841335-15, 05/109388-14, 05/248311-15, 05/238675-15, 05/064215-14 (Tul) en 05/059807-13 (Tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden voor een 36-jarige man uit Arnhem ter zake van vijf mishandelingen, drie maal belediging van een ambtenaar in functie en een drietal bedreigingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/720036-16, 05/841335-15, 05/109388-14, 05/248311-15, 05/238675-15,

05/064215-14 (Tul) en 05/059807-13 (Tul)

Datum uitspraak : 03 augustus 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], [woonplaats]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

Raadsman: mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbaar gehouden terechtzittingen van 8 februari 2016 (PR, 05/248311-15), 2 februari 2016 (PR, 05/109388-14 en 05/238675-15), 11 mei 2016 en 20 juli 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 05/720036-16

1.

Primair

hij op of omstreeks 30 januari 2016 te Arnhem, althans in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, met zijn (rechter)hand met kracht heeft geslagen in het gezicht (linkerzijde) van die [slachtoffer 1] en/of vanaf de trap met kracht (met geschoeide voet) heeft geschopt/getrapt, waarbij die [slachtoffer 1] lager op die trap stond dan verdachte

en/of meermalen met kracht heeft gestoken met een (vlees)mes, althans een scherp voorwerp, in een arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 30 januari 2016 te Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermalen, met zijn (rechter)hand met

kracht in het gezicht (linkerzijde) te slaan en/of vanaf de trap met kracht

(met geschoeide voet) te schoppen/trappen, waarbij die [slachtoffer 1] lager op die trap

stond dan verdachte en/of meermalen met kracht te steken met een (vlees)mes,

althans een scherp voorwerp, in een arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1];

parketnummer 05/841335-15

1.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Arnhem [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van

personen of goederen ontstaat en/of met verkrachting immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Als ik vrij kom dan pak ik je en jouw gezin en ik neuk je kankermoeder", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Arnhem [slachtoffer 3] (politieambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik ga jou niet bedreigen, dit is een belofte. Ik weet jou

te vinden" en/of "Ik bedreig jou helemaal niet, ik doe jou een belofte. Door

jou raak ik mijn kinderen kwijt en jij hebt mij geslagen. Ik laat het mijn

niggers doen, ik doe het niet eens zelf. Als ik vrij kom, komt voor jou de

dag. Ik pak jou, je vrouw en je kinderen", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Arnhem opzettelijk politieambtenaren te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4], gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: jullie zijn vieze kanker flikkers, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 18 december 2015 te Arnhem zijn (ex-)levensgezel, [slachtoffer 5], heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 5] bij haar keel (vast) te pakken en/of haar keel dicht te knijpen en/of genoemde [slachtoffer 5] op de grond te duwen en/of (vervolgens) (met geschoeide voet) één of meerdere keren in/tegen haar gezicht/hoofd en/of in/tegen haar rug, althans lichaam, te trappen/

schoppen.

5.

hij op of omstreeks 18 december 2015 te Arnhem, althans in Nederland,

[slachtoffer 5] (zijnde verdachtes ex-levensgezel) heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 5] dreigend en/of (met

opgefokte stem) via (een) geluidsfragment(en)/spraakmemo('s) (op een mobiele

telefoon) de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood" en/of "Ik kom de dag

daarna en daarna" en/of "Vieze leugenaar dat je bent. Jullie liegen alles bij

elkaar jongen. Als ik erachter kom? Ik maak je dood man. Ze mogen horen man.

Ik maak jou dood. Als ik hoor dat jij met iemand anders hebt geneukt, ik maak

jou dood" , althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

parketnummer 05/109388-14

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 in de gemeente Arnhem opzettelijk mishandelend

een persoon (te weten [slachtoffer 6]), in het gezicht en/of tegen het hoofd

heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 in de gemeente Arnhem opzettelijk beledigend

(een) ambtena(a)r(en), te weten de brigadier van politie [slachtoffer 7] en/of

de hoofdagent van politie [slachtoffer 8], gedurende en/of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier

tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Gek" en/of "Vuile

kankerflikker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

parketnummer 05/248311-15

hij op of omstreeks 8 oktober 2015 te Arnhem [slachtoffer 5] heeft mishandeld door die [slachtoffer 5] (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of door die [slachtoffer 5] (nadat die [slachtoffer 5] op de grond is gevallen) meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam

te schoppen en/of te trappen;

parketnummer 05/238675-15

1.

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Arnhem [slachtoffer 9] heeft mishandeld door die [slachtoffer 9] meermalen, althans éénmaal, (met kracht en/of met een in gips verpakte hand/arm) in het gezicht en/of/althans (elders) tegen het lichaam te slaan;

2.

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Arnhem opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 10], agent van politie Eenheid Oost-Nederland, en/of [slachtoffer 11], hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, en/of [slachtoffer 12], brigadier van politie Eenheid

Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van

zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: "kankerhoer, je moet je bek houden!" en/of "puta" en/of "ik vind jou een viezerik" en/of "vies wijf" en/of "kankerflikker" en/of "wil je mijn lul zien" (waarbij verdachte zijn broek liet zakken en/of naar zijn geslachtsdeel

greep), althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of

opzettelijk beledigend naar/in de richting van die opsporingsambtena(a)r(en)

en/of op/in/tegen (het dashboard van) het dienstvoertuig heeft gespuugd;

1a. De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/059807-13) betreffende de voorwaardelijke veroordeling door de politierechter te Arnhem op 22 april 2014.

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/064215-14) betreffende de voorwaardelijke veroordeling door de politierechter te Arnhem op 2 juni 2014.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/720036-161

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[slachtoffer 1] heeft op 30 januari 2016 letsel opgelopen op het adres, waar zowel hij als verdachte en getuigen [getuige 1] en [getuige 2] woonachtig waren2. Verdachte was op dat moment daar aanwezig, hij was boos en heeft een mes in de traptrede gestoken3.

Het letsel van [slachtoffer 1] bestond uit drukpijn ter hoogte van de neus en op zijn arm een steekwondje4.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit integrale vrijspraak van de tenlastegelegde feiten. Hij heeft aangevoerd dat de verklaring van de anoniem gebleven getuige enkel kan meewerken tot bewijs indien een eventuele bewezenverklaring in belangrijke mate steun zou vinden in andersoortig bewijs en dat aan dit vereiste niet is voldaan. Immers, aangever [slachtoffer 1] heeft twee verschillende verklaringen afgelegd over het gebeuren en getuige [getuige 2] heeft zelf niets gezien en dus is zijn verklaring enkel een interpretatie. Deze verklaringen kunnen derhalve niet tot het bewijs worden gebezigd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ontkend dat hij aangever [slachtoffer 1] heeft getrapt dan wel heeft gestoken met een (vlees)mes.

De rechtbank stelt vast dat ten tijde van het incident verdachte, [slachtoffer 1], [getuige 2] en [getuige 1] aanwezig waren in de woning aan de [adres 2] te Arnhem.

Aangever [slachtoffer 1] heeft zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte hem heeft geschopt toen hij nog op de trap stond en dat verdachte vervolgens hem met een mes diverse keren in zijn arm heeft gestoken dan wel geprikt5.

Getuige [getuige 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij zag dat verdachte een mes had, dat verdachte [slachtoffer 1], die op de trap stond, een schop gaf en dat hij verdachte zag prikken met een mes en dat [slachtoffer 1] was gestoken6.

Op grond van voornoemd bewijs in samenhang met het geconstateerde letsel, het aangetroffen mes en het feit dat verdachte zelf heeft verklaard dat hij boos was, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 1] heeft geschopt en in de arm heeft gestoken met een vleesmes.

Het verweer van de verdediging betreffende de anonieme getuige treft geen doel nu de rechtbank deze verklaring niet voor het bewijs gebruikt.

Gelet op de geringe ernst van het letsel7 en het feit dat aangever zelf bij de rechter-commissaris heeft verklaard “hij heeft mij een aantal keer geprikt op mijn arm” en “het was niet heel ernstig” is de rechtbank van oordeel dat deze handelingen zijn te kwalificeren als de subsidiair ten laste gelegde mishandeling. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde feit.

Ten aanzien parketnummer 05/841335-158

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 12 december 2015 is verdachte door verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] in Arnhem aangehouden9. Verbalisant [slachtoffer 3] kwam later ter plaatse10. Verdachte heeft toen bepaalde woorden gezegd en wat dingen geroepen en hij heeft verbalisant [slachtoffer 3] beledigd en in de richting van verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] geroepen “vieze kankerflikkers”11.

Op 18 december 2016 was verdachte in de woning van zijn ex-vriendin, [slachtoffer 5] (hierna te noemen: [slachtoffer 5]), alwaar zij en haar buurvrouw [getuige 3] (hierna [getuige 3]) ook aanwezig waren. Verdacht was boos en wilde met [slachtoffer 5] praten12.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen nader verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 en 2

Verdachte heeft ontkend dat hij de verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd. Uit het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen blijkt dat verdachte tegen verbalisant [slachtoffer 2] heeft gezegd “Als ik vrij kom dan pak ik je en jouw gezin en ik neuk je kankermoeder” en verdachte maakte trappende bewegingen naar de verbalisanten13. De rechtbank oordeelt dat deze woorden en de omstandigheden waaronder die zijn geuit zodanig zijn dat hiermee de redelijke vrees kon ontstaan dat dat de bedreiging gericht op het gezin van [slachtoffer 2] ook daadwerkelijk zou worden gepleegd. De rechtbank oordeelt dan ook de onder feit 1 tenlastegelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen.

De tenlastegelegde bedreiging onder feit 2 oordeelt de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen nu in het door verbalisant [slachtoffer 3] zelf op ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van de aangifte staat vermeld:

Vervolgens hoorde ik [verdachte] tegen mij zeggen: “Ik ga jou niet bedreigen, dit is een belofte. Ik weet jou te vinden”. (…) Vervolgens verhief [verdachte] zijn stem en ik hoorde hem tegen mij zeggen:” Ik bedreig jou helemaal niet, ik doe jou een belofte. Door jou raak ik mijn kinderen kwijt en jij hebt mij geslagen. Ik laat het mijn niggers doen, ik doe het niet eens zelf. Als ik vrij kom, komt voor jou de dag. Ik pak jou, je vrouw en je kinderen”. Ik zag dat [verdachte] mij, bij het uitten van deze woorden, indringend en met agressieve blik aankeek. (…) Door de combinatie van de woorden die [verdachte] zei en de manier waarop hij mij aankeek en aanwees, voelde ik mij bedreigd.(…)

Ik zag dat hij zijn rechtervuist balde. Ik zag dat hij deze naar achteren haalde en met zijn vuist met kracht naar voren sloeg. Ik zag en hoorde dat hij met zijn vuist de zijkant van een detectiepoortje raakte. Dit gaf mij de indruk dat hij zijn eerdere woorden kracht bij wilde zetten.14

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding, p. 11;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] p. 20;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2016.

Feiten 4 en 5

Verdacht heeft ontkend dat hij [slachtoffer 5] op 18 december 2015 heeft mishandeld en bedreigd.

Op basis van de aangifte van [slachtoffer 5] die tweemaal heeft verklaard dat verdachte haar in het gezicht en de rug heeft getrapt terwijl zij op de grond lag15 en de getuigenverklaring van [getuige 3] die zag dat [slachtoffer 5] op de grond lag en verdachte haar schopte “tegen de zij die uithaalde tot in haar gezicht”16 alsmede de foto’s van plekken in de binnenkant van de mond en de zijkant van de hals van [slachtoffer 5]17, komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte [slachtoffer 5] heeft mishandeld door haar op de grond te duwen en tegen gezicht en rug te schoppen.

Voorts oordeelt de rechtbank op basis van de aangifte met de WhatsApp-berichten18 en de spraakmemo’s van verdachte inhoudende “ik maak je dood, ik kom de dag daarna en daarna” waarover getuige [getuige 3] heeft verklaard19, dat verdachte [slachtoffer 5] heeft bedreigd.

Ten aanzien van parketnummer 05/109388-1420

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 12 mei 2014 heeft [slachtoffer 6] ter hoogte van de [adres 3] te Arnhem letsel opgelopen in de vorm van een neusfractuur en een bloeduitstorting ter hoogte van de neusrug21.

Op 12 mei 2014 hebben verbalisanten [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] verdachte aangehouden.22

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen nader verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 6] ( hierna te noemen: [slachtoffer 6]) heeft mishandeld.

Verdachte heeft zowel tegen de politie23 als ter terechtzitting van 11 mei 2016 verklaard dat hij op 12 mei 2014 bij de Albert Heijn was geweest en ter hoogte van de bushalte [slachtoffer 6] tegenkwam. [slachtoffer 6] heeft tegenover de politie verklaard dat verdacht hem een vuistslag tegen zijn gezicht heeft gegeven, die hem raakte op de neus24. Getuige [getuige 4] heeft op 12 mei 2014 tegenover de politie verklaard dat zij naast de Albert Heijn stond en ter hoogte van de bushalte twee mannen zag staan, een donkere en een blanke man, en dat de donkere man boos werd op de blanke man en dat de donkere man de blanke man met zijn rechterhand in het gezicht sloeg en dat de blanke man in elkaar zakte en de donkere man wegrende25. Bij de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 4] nog verklaard dat zij met [slachtoffer 6], die onder het bloed zat, naar zijn huis is gelopen en dat de man die [slachtoffer 6] had geslagen [verdachte] (rechtbank: is verdachte) was26.

Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden oordeelt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 6] heeft mishandeld door hem een klap in het gezicht te geven.

Gelet op de verklaring van verbalisant [slachtoffer 8] en op basis van de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 mei 2016 dat het best zou kunnen dat hij tegen de politie “gek en vuile kankerflikker” heeft geroepen, oordeelt de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte verbalisant [slachtoffer 8] heeft beledigd.

Ten aanzien van parketnummer 05/248311-1527

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 oktober 2015 was verdachte bij [slachtoffer 5] ([slachtoffer 5]) in haar woning. [slachtoffer 5] heeft letsel opgelopen in de vorm van een bloeduitstorting in de nek/kaak en op haar lip28.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen nader verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 5] op 8 oktober 2015 heeft mishandeld. Hij heeft verklaard dat hij, toen hij zich afweerde, het gezicht althans de kin en de lip van [slachtoffer 5] heeft geraakt.

In haar aangifte29 en een nadere verklaring30 heeft [slachtoffer 5] verklaard dat verdachte haar woning was binnengedrongen en dat zij hem probeerde buiten te krijgen en verdachte haar met de vuist tegen de kaak en de mond sloeg, waarop zij vervolgens op de grond viel en verdachte haar trapte. De rechtbank oordeelt op grond van deze verklaringen in samenhang met het letsel, de informatie uit het politiesysteem waaruit meerdere meldingen door [slachtoffer 5] van mishandeling door verdachte op haar woonadres blijken31 en de verklaring van verdachte dat hij [slachtoffer 5] heeft geraakt op haar kin en op haar lip, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 5] heeft mishandeld door haar tegen het hoofd te stompen.

Ten aanzien van parketnummer 05/238675-1532

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 28 november 2015 is [slachtoffer 9] geslagen en heeft hierdoor letsel opgelopen in de vorm van een scheur in wenkbrauw en de huid op zijn neus33. Verdachte heeft rastahaar en had op 28 november 2015 zijn hand in blauwkleurig gips34.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat nu er geen enkel steunbewijs is voor de aangifte door [slachtoffer 9] verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 9] heeft mishandeld en dat hij tijdens zijn aanhouding zijn broek heeft laten zakken.

De aangever [slachtoffer 9], eigenaar van café Atlanta te Arnhem, heeft tegenover de politie onder andere verklaard:

Vandaag 28 november 2015 stond ik achter de bar van café Atlanta (…) Omstreeks 00.00 uur kwam er een Antilliaanse man binnen met lang rastahaar en een blauwe jas. (…)

Mijn vriendin kwam ertussen (…), maar toen ik zag dat hij mijn vriendin wilde slaan, kwam ik er ook tussen. Ik pakte hem vanaf achteren met mijn arm bij zijn nek omdat ik hem op die manier buiten wilde zetten.(…)wist hij mij met zijn vrije hand te slaan. Zijn vrije hand was de hand waar hij het blauwe gips omheen had. Hij heeft mij heel vaak geslagen, want hij ging helemaal los. Ik voelde direct hevige pijn.(…) Hierna is hij met de twee blanke mannen weggelopen in de richting van de Hommelseweg.

Uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt dat op 28 november 2015 melding werd gedaan van een mishandeling van de eigenaar van café Atlanta en wordt als signalement doorgegeven: getinte man met lang rasta haar met opvallend blauwe jas aan35.

De rechtbank oordeelt het opgegeven signalement in samenhang met het feit dat verdachte zijn hand in (blauw) gips had voldoende om verdachte aan te merken als degene die [slachtoffer 9] heeft geslagen. De rechtbank oordeelt dan ook feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 oordeelt de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe het volgende:

In het proces-verbaal van aanhouding is verbaliseerd door [slachtoffer 11], [slachtoffer 10] en [slachtoffer 12] dat verdachte in de richting van verbalisant [slachtoffer 10] luidkeels riep “puta, ik vind jou een viezerik, vieze hoer, vies wijf, kankerflikker en wil je mijn lul zien” waarna verdachte naar zijn geslachtsdeel greep en zijn spijkerbroek liet zakken tot op zijn enkels. Voorts heeft [slachtoffer 10] verklaard dat zij zich in goede naam en eer aangetast voelde36. Tevens heeft verdachte ter terechtzitting van 11 mei 2016 nog verklaard dat hij bij zijn aanhouding wel bepaalde dingen heeft uitgesproken.

3 Bewezenverklaring

Ten aanzien van parketnummer 05/720036-16

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Subsidiair

hij op of omstreeks 30 januari 2016 te Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermalen, met zijn (rechter)hand met

kracht in het gezicht (linkerzijde) te slaan en/of vanaf de trap met kracht

(met geschoeide voet) te schoppen/trappen, waarbij die [slachtoffer 1] lager op die trap

stond dan verdachte en/of meermalen met kracht te steken met een (vlees)mes,

althans een scherp voorwerp, in een arm, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1];

Ten aanzien van parketnummer 05/841335-15

1.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Arnhem [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van

personen of goederen ontstaat en/of met verkrachting immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik vrij kom dan pak ik je en jouw gezin en ik neuk je kankermoeder", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Arnhem [slachtoffer 3] (politieambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik ga jou niet bedreigen, dit is een belofte. Ik weet jou te vinden" en/of "Ik bedreig jou helemaal niet, ik doe jou een belofte. Door jou raak ik mijn kinderen kwijt en jij hebt mij geslagen. Ik laat het mijn niggers doen, ik doe het niet eens zelf. Als ik vrij kom, komt voor jou de dag. Ik pak jou, je vrouw en je kinderen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Arnhem opzettelijk politieambtenaren te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4], gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun zijn/haar bediening, in hun zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: jullie zijn vieze kanker flikkers, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 18 december 2015 te Arnhem zijn (ex-)levensgezel, [slachtoffer 5], heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 5] bij haar keel (vast) te pakken en/of haar keel dicht te knijpen en/of genoemde [slachtoffer 5] op de grond te duwen en/of (vervolgens) (met geschoeide voet) één of meerdere keren in/tegen haar gezicht/hoofd en/of in/tegen haar rug, althans lichaam, te trappen/

schoppen.

5.

hij op of omstreeks 18 december 2015 te Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer 5] (zijnde verdachtes ex-levensgezel) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 5] dreigend en/of (met opgefokte stem) via (een) geluidsfragment(en)/spraakmemo('s) (op een mobiele telefoon) de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood" en/of "Ik kom de dag daarna en daarna" en/of "Vieze leugenaar dat je bent. Jullie liegen alles bij elkaar jongen. Als ik erachter kom? Ik maak je dood man. Ze mogen horen man. Ik maak jou dood. Als ik hoor dat jij met iemand anders hebt geneukt, ik maak jou dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Ten aanzien van parketnummer 05/109388-14

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 in de gemeente Arnhem opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 6]), in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 in de gemeente Arnhem opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten de brigadier van politie [slachtoffer 7] en/of de hoofdagent van politie [slachtoffer 8], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Gek" en/of "Vuile kankerflikker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Ten aanzien van parketnummer 05/248311-15

hij op of omstreeks 8 oktober 2015 te Arnhem [slachtoffer 5] heeft mishandeld door die [slachtoffer 5] (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of door die [slachtoffer 5] (nadat die [slachtoffer 5] op de grond is gevallen) meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam

te schoppen en/of te trappen;

Ten aanzien van parketnummer 05/238675-15

1.

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Arnhem [slachtoffer 9] heeft mishandeld door die [slachtoffer 9] meermalen, althans éénmaal, (met kracht en/of met een in gips verpakte hand/arm) in het gezicht en/of/althans (elders) tegen het lichaam te slaan;

2.

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Arnhem opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 10], agent van politie Eenheid Oost-Nederland, en/of [slachtoffer 11], hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, en/of [slachtoffer 12], brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: "kankerhoer, je moet je bek houden!" en/of "puta" en/of "ik vind jou een viezerik" en/of "vies wijf" en/of "kankerflikker" en/of "wil je mijn lul zien" (waarbij verdachte zijn broek liet zakken en/of naar zijn geslachtsdeel greep), althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of opzettelijk beledigend naar/in de richting van die opsporingsambtena(a)r(en) en/of op/in/tegen (het dashboard van) het dienstvoertuig heeft gespuugd;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van 05/720036-16:

subsidiair: mishandeling

Ten aanzien van 05/841335-15:

feit 1: bedreiging met zware mishandeling

feit 2: bedreiging met zware mishandeling

feit 3: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

feit 4: mishandeling

feit 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van 05/109388-14:

feit 1: mishandeling

feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Ten aanzien van 05/248311-15:

mishandeling

Ten aanzien van 05/238675-15,

feit 1: mishandeling

feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van parketnummer 05/720036-16 het onder primair tenlastegelegde, ter zake van parketnummer 05/841335-15 het onder de feiten 1 tot en met 5 tenlastegelegde, ter zake van parketnummer 05/238675-15 het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde, ter zake van parketnummer 05/109388-14 het onder de feiten 1en 2 tenlastegelegde en het tenlastegelegde ter zake van parketnummer 05/248311-15 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting waaronder eventueel een detoxicatieprogramma een drugs- en alcoholverbod een contactverbod ten aanzien van [slachtoffer 5] en [naam 1] en met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de in het kader van de voorwaardelijk straf op te leggen behandeling van verdachte niet moet plaatsvinden in een klinische maar in een ambulante setting zoals door de heer [naam 2] van de reclassering is geadviseerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 1 februari 2016;

- twee reclasseringsadviezen van het Leger des Heils, gedateerd 6 april 2016 en 11 juli 2016;

- een monodisciplinair Pro Justitia rapport van drs. I.D.G. Westerdijk, psycholoog, gedateerd 29 mei 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in een periode van 1,5 jaar schuldig gemaakt aan vijf mishandelingen, waaronder tweemaal van zijn ex-vriendin met wie hij kinderen heeft, driemaal belediging van een politieambtenaar alsmede een bedreiging van zijn ex-vriendin en tweemaal een bedreiging van verbalisanten.

De door verdachte thans begane feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte heeft thans 20 pagina’s aan justitiële documentatie, waarbij verdachte met name vele malen onherroepelijk is veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten. Ook nu wordt verdachte weer veroordeeld voor geweldsfeiten, welke feiten de samenleving als geheel en degenen die slachtoffer worden van verdachtes gedrag in het bijzonder ernstige overlast bezorgen.

De psycholoog heeft in voornoemd rapport onder ander het volgende overwogen:

Betrokkene heeft in zijn leven te maken gehad met aantal verlieservaringen waarmee hij niet adequaat is omgegaan. Hij beschikt mede door zijn laagbegaafde intelligentie niet over voldoende coping vaardigheden. Hij heeft vooral geprobeerd deze emoties te dempen door meer te gaan drinken: er is sprake van zelfdestructief gedrag. De negatieve emoties ontstaan vooral onder invloed van stress. Agressie en angst worden onvoldoende doorvoeld en kunnen dan snel in gedrag worden omgezet dat betrokkene overspoelt en wat hij niet meer in staat is te reguleren. Hij heeft onvoldoende controle over zijn impulsen. De emoties die (mede onder invloed van alcohol) vrijkomen voelen aan als bij een machteloos, woedend kind. Over dit periodiek acting-out gedrag wordt later ook spijt en schuld gevoeld.

De psycholoog heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis NAO met afhankelijke trekken. Voorts is er sprake van zwakbegaafdheid, alcoholmisbruik en cannabisafhankelijkheid. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

In het voornoemd psychologisch rapport staat tevens nog vermeld:

Gesproken is met de heer [naam 2] van de reclassering van het Leger des Heils. Hij heeft

sinds ongeveer een jaar een “aardig contact” met betrokkene. Dit is vooral tot stand gekomen omdat de heer [naam 2] betrokkene heeft bijgestaan in de relatie met zijn ex-vriendin en met name de bezoekregeling. De heer [naam 2] geeft aan dat betrokkene zich tijdens de begeleiding keurig aan de contactafspraken heeft gehouden, wel viel betrokkene terug in delicten. De reclassering heeft betrokkene aangemeld bij Kairos en Iriszorg op 22-12-2015, deze toeleiding heeft echter nog niet tot resultaten geleid omdat betrokkene sinds 31 januari jl. in hechtenis is genomen. De heer [naam 2] vindt het dan ook nog te vroeg om te concluderen dan een ambulant traject niet zou werken. Hij gaat ervan uit dat betrokkene zich negatief ten aanzien van een klinisch traject zal opstellen. Volgens de heer [naam 2] heeft het meer kans van slagen om eerst met het ambulante traject te beginnen en indien dit mocht mislukken onmiddellijk een klinisch traject te starten.

Uit het voornoemde reclasseringsadvies van 11 juli 2016 komt het volgende naar voren:

De heer [naam 2] heeft contact opgenomen met Kairos en heeft gesproken met mevrouw [naam 3]. Op basis van de eerste intake, van begin dit jaar, zal er aan betrokkene een behandelaanbod worden gedaan. Mede door de nieuwe situatie rondom het laatste delict, zal er wel een nieuwe intake plaatsvinden om het behandelaanbod aan te kunnen scherpen. Ze hebben tevens intern afgesproken om de heer [verdachte] met voorrang in behandeling te zullen nemen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank conform de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van voorwaardelijk klinisch behandeling nu dit wettelijk als zodanig niet mogelijk is, en met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, passend. Hierbij benadrukt de rechtbank dat gelet op de ernst van de feiten en de aard van de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte een gedwongen behandeling in een klinische setting in de lijn der verwachting heeft gelegen doch dat gelet op het advies van de reclassering en verdachtes begeleidbare opstelling en uitgesproken motivatie hij thans nog eenmaal de kans krijgt op eigen kracht althans in een ambulant kader een behandeltraject te volgen.

Voor het beslag:

Met betrekking tot parketnummer 05/720036-16:

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven (vlees)mes is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan de bewezenverklaarde mishandeling is begaan.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot parketnummer 05/720036-16:

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 6.284,09 bestaande uit een bedrag van € 772,20 aan materiële schade en een bedrag van

€ 5.500,00 aan smartengeld.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe te wijzen tot het bedrag van € 2.899,09, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu niet is gebleken dat sprake was van psychische schade en een ‘eigen risico’, althans de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het subsidiair bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 1.118,17 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Dit bedrag bestaat uit de kosten van medische behandeling die blijkens de bijlage € 258,22 bedroegen, de schadekosten betreffende de jas en de trui alsmede een toegewezen bedrag van € 500,00 aan smartengeld.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 30 januari 2016.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De rechtbank is met betrekking tot de vorderingen van de officier van justitie van 11 april 2016 en tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 22 april 2014 (parketnummer 05/059807-13) en van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 2 juni 2014 (parketnummer 05/064215-14) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van oordeel, dat – om de tenuitvoerlegging van de thans op te leggen straf niet te doorkruisen – de bij die eerdere veroordelingen vastgestelde proeftijd met één (1) jaar dient te worden verlengd.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 14f, 14g, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 57, 266, 267, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/720036-16 primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen 14 kantoordagen tussen 13:00 en 15:00 dient te melden bij de reclassering Leger des Heils aan de Utrechtsestraat 47 te Arnhem en zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 5] en [naam 1], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich niet zal bevinden te Arnhem binnen een straal van 500 meter van [adres 4], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht,

- zich zal onthouden van het gebruik van drugs en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich voor zijn middelengebruik en persoonlijkheidsproblematiek onder behandeling zal stellen bij de IrisZorg en de forensische polikliniek Kairos te Arnhem of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling zullen worden gegeven;

- de begeleiding vanuit ZorgPlus accepteert en zich houdt aan de aanwijzingen en afspraken door hen gegeven;

- zal deelnemen aan een behandelprogramma voor detoxificatie gedurende maximaal 7 weken, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende dit programma zullen worden gegeven;

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

- Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde

gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een (vlees)mes (parketnummer 05/720036-16;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van parketnummer 05/720036-16 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 1.118,17 (elfhonderdachttien euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 1.118,17 (elfhonderdachttien euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 21 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordelingen

Ten aanzien van parketnummer 05/059807-13

verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter te Arnhem van 22 april 2014 met een termijn van 1 jaar;

Ten aanzien van parketnummer 05/064215-14:

verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter te Arnhem van 2 juni 2014 met een termijn van 1 jaar;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. M.A. Jansen-van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 03 augustus 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016050633, gesloten op 17 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] p. 14; een schriftelijk bescheid inhoudende een aanvraag medische informatie p. 15.

3 De verklaringen van verdachte ter terechtzitting van 11 mei 2016; het proces-verbaal van bevindingen p. 27.

4 Een schriftelijk bescheid inhoudende een geneeskundige verklaring p. 18-19.

5 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] p. 13; het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris op 21 maart 2016.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 21 maart 2016.

7 De geneeskundige verklaring p. 17.

8 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015606268/ PL0600-2015618951, gesloten op 23 december 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

9 Het proces-verbaal van aanhouding p. 10-11.

10 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] p. 20.

11 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 mei 2016.

12 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] p. 16, 24; het proces-verbaal van verhoor getuige K.G.W. Woltink p. 26; het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 36.

13 Het proces-verbaal van aanhouding p. 11.

14 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] p. 22.

15 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] p. 16; het proces-verbaal van verhoor aangeefster p. 24.

16 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 26, 29.

17 De foto’s van aangeefster [slachtoffer 5] p. 20, 21.

18 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] p. 16-20.

19 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 29; het proces-verbaal van bevindingen p. 31.

20 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district/leiding, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL078C-2014051824, gesloten op 15 mei 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

21 Het proces-verbaal van bevindingen p. 6; de geneeskundige verklaring p. 12.

22 Het proces-verbaal van aanhouding p. 3-4.

23 Het proces-verbaal van aanhouding p. 4; het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 18.

24 Het proces-verbaal van bevindingen p. 6.

25 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] p. 13

26 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris op 27 augustus 2014.

27 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015492326, gesloten op 15 oktober 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

28 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] p. 5-12; het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 19.

29 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] p. 5.

30 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster p. 21.

31 Het proces-verbaal van bevindingen p. 13.

32 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015580814, gesloten op 7 december 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

33 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] p. 14-18.

34 Het proces-verbaal van aanhouding p. 10.

35 Het proces-verbaal van aanhouding p. 9-10.

36 Het proces-verbaal van aanhouding p. 11.