Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4295

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-08-2016
Datum publicatie
02-08-2016
Zaaknummer
305030
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Geen sprake van een na het te executeren vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten anders dan het verleende uitstel van executie. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bij ontruiming van de woning sprake is van een noodtoestand. Eiser is feitelijk elders woonachtig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/305030 / KG ZA 16-299

Vonnis in kort geding van 1 augustus 2016

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.G.J. Smit te Rotterdam,

tegen

de stichting

STICHTING TALIS,

gevestigd te Nijmegen,

verweerster in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. N. Stommels te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Talis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de (concept)dagvaarding met producties 1 tot en met 8;

  • -

    de vrijwillige verschijning van partijen

  • -

    de voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 tot en met 13;

  • -

    productie 14 van Talis, ingekomen ter griffie op 18 juli 2016;

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Talis

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben op 12 oktober 2012 een huurovereenkomst gesloten ten aanzien van de woning gelegen aan de [adres] te [plaats] . Talis verhuurt de woning aan [eiseres] en [naam] , de (voormalig) partner van [eiseres] .

2.2.

Op 21 november 2014 wijst de kantonrechter een verstekvonnis, waarbij de huurovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden en [eiseres] en [naam] , kort gezegd, worden veroordeeld het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen.

2.3.

Partijen komen op 9 december 2014 woonvoorwaarden overeen. Deze opgestelde woonvoorwaarden zijn door [eiseres] en [naam] voor akkoord ondertekend. In de woonvoorwaarden zijn, onder andere, de volgende punten opgenomen:

  • -

    Er is een maximum van 2 huisdieren.

  • -

    Honden worden uitgelaten op de daarvoor bestemde uitlaatplaats (niet in de tuin) en ondertekenaars zorgen dat uitwerpselen worden opgeruimd. Wanneer dit tot problemen blijft leiden moeten de honden weg. Ondertekenaars hebben dan 2 weken de tijd om een nieuw adres voor de honden te zoeken.

  • -

    De voor en achtertuin zijn schoon (d.w.z. geen blauw plastic, geen hondenpoep, geen vuilnis, geen etenswaren).

(…)

Op bovenstaande afspraken wordt gecontroleerd door Talis, wijkagent en andere hulp/dienstverlening die bij het gezin betrokken is. Hierbij zullen er foto’s van de situatie gemaakt worden.

(…)

Wanneer er ten aanzien van bovenstaande voorwaarden onvoldoende vorderingen worden gemaakt zal er alsnog tot ontruiming en ontbinding van het huurcontract worden overgegaan.

2.4.

Talis zegt op 30 maart 2015, bij deurwaardersexploot, de ontruiming van de woning op 22 april 2015 aan.

2.5.

[eiseres] en [naam] starten een kort geding bij de kantonrechter ter voorkoming van de executie van het verstekvonnis en daarmee de ontruiming van hun woning. Ter zitting van 17 april 2015 komen partijen een regeling overeen, voor zover van belang, inhoudende:

3. Talis zal aan [eiseres] en [naam] een lifecoach toevoegen. De lifecoach zal er onder meer op toezien dat [eiseres] en [naam] zich houden aan de eerder overeengekomen woonvoorwaarden (…)

5. De lifecoach zal aan Talis rapporteren over zijn/haar bemoeienis met [eiseres] en [naam] . Zolang uit deze rapportage blijkt dat [eiseres] en [naam] op correcte wijze hun medewerking verlenen aan de gemaakte afspraken zal Talis het vonnis van 21 november 2014 niet executeren.

2.6.

Bij brief van 24 september 2015 bericht Talis aan [eiseres] en [naam] , onder meer, het volgende:

“Talis constateert dat nakoming van de woonvoorwaarden ondanks de lifecoach en alle overige hulp die op uw gezin betrokken is, problematisch blijft. De duidelijke afspraak dat u de voor- en achtertuin dient schoon te houden (…) komt u niet na: bij recente controle heeft de wijkbeheerder geconstateerd dat er hondendrollen in de tuin liggen. Hij heeft daar ook foto’s van gemaakt die aan deze brief zijn gehecht. Overigens is het daarnaast in strijd met de woonvoorwaarden een rommel in uw tuin. Deze is niet schoon.

(…)

Kortom, Talis stelt vast dat u de afspraken ter voorkoming van uw huisuitzetting niet (voldoende) naleeft. Dat geeft Talis recht om opnieuw de ontruiming aan te zeggen. Aangezien echter met u is overeengekomen dat wanneer de afspraak geen uitwerpselen in de tuin tot problemen blijft leiden, de honden wegmoeten, is nu eerst dat moment aangebroken.

Ik verzoek en zonodig sommeer u dan ook binnen uiterlijk twee weken na dagtekening van dit schrijven, dat wil zeggen uiterlijk 8 oktober 2015, uw honden uit het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden. Het is derhalve niet langer toegestaan om honden te houden, maar ook in het kader van deze sommatie en ter vermijding van ontruiming, geen andere huisdieren meer. De afspraak dat u maximaal twee huisdieren mag houden komt derhalve te vervallen; van Talis mag u gezien het feit dat u zich niet aan de gemaakte woonvoorwaarden houdt, helemaal geen huisdieren meer houden.

Talis zal op 8 oktober a.s. controleren of de honden verwijderd zijn en ook daarna geregeld op nakoming van de woonvoorwaarden blijven controleren. Blijft u met de nakoming van deze sommatie en/of (één van) de woonvoorwaarden in gebreke, dan zal Talis opnieuw de ontruiming op basis van het vonnis d.d. 21 november 2014 aanzeggen.”

2.7.

Uit het verslag van de bespreking van 11 januari 2016 blijkt dat [eiseres] en [naam] een hondje hebben aangeschaft. Zij zijn van mening dat de woonvoorwaarden niet meer gelden. Tijdens de bespreking van 18 april 2016 wordt blijkens het verslag afgesproken dat de hond op 2 mei 2016 weg moet zijn. Uit het verslag van de bespreking van 30 mei 2016 blijkt dat de hond nog steeds op het adres van [eiseres] en [naam] verblijft.

2.8.

In het verslag van het gesprek van 30 mei 2016 tussen [eiseres] en [naam] en hun hulpverleners staat het volgende opgenomen:

“Het wantrouwen en onvrede van de familie [naam] zo groot dat er door hun houding en omgang met hulpverleners van samenwerking geen sprake meer is. (…) De familie [naam] laat duidelijk weten en merken dat zij niet meer mee willen werken.”

2.9.

Talis zegt op 27 juni 2016, bij deurwaardersexploot, de ontruiming van de woning op 12 juli 2016 aan.

2.10.

Eén van de hulpverleners is op 29 juni 2016 in de woning geweest. Er worden twee katten in de woning aangetroffen. Het serviesgoed stond vervuild op het aanrecht waar maden tussen kropen. In de keukenkast stonden zwaar vervuilde pannen. Tevens stonden in de keukenkast twee hondenbakken met frites en resten frikandel. Er waren veel vliegen in de woning. Op de bovenverdieping lagen vieze poepluiers. Er zijn foto’s gemaakt.

2.11.

Op 30 juni 2016 vindt er nog een overleg tussen partijen plaats. [eiseres] en [naam] verklaren te gaan scheiden. [eiseres] heeft de woning verlaten en woont momenteel met haar kinderen bij haar vader.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] vordert, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

  1. Talis te verbieden over te gaan tot ontbinding / ontruiming van de woning gelegen aan de [adres] [plaats] , op grond van de noodtoestand, het afwegen van de belangen dan wel de redelijkheid en billijkheid, totdat er in de bodemprocedure over is beslist;

  2. Talis te gebieden om de huurovereenkomst met haar voort te zetten totdat er in de bodemprocedure over is beslist;

  3. Talis te veroordelen in de (proces)kosten van dit geding.

3.2.

Talis voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Talis vordert, in voorwaardelijke reconventie, uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat:

I. [eiseres] te veroordelen om binnen vijf dagen na het in dezen te wijzen vonnis de woning aan de [adres] te [plaats] , te ontruimen en ontruimd te houden met alle personen en zaken die zich daarop en/of daarin van harentwege bevinden, en onder afgifte van de sleutels, onder vrije en algehele beschikking te stellen van Talis en de betreffende woning niet meer te betreden, met machtiging van Talis om, indien [eiseres] in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen, zelf de ontruiming te doen bewerkstelligen op de door de wet voorgeschreven wijze, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en/of politie.

II. [eiseres] te veroordelen om voor iedere dag dat zij, na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, in gebreke zal blijven aan de daarin uitgesproken veroordeling met betrekking tot het gestelde onder het hiervoor vermelde punt I te voldoen aan en ten behoeve van Talis een dwangsom dient te betalen van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro).

III. [eiseres] te veroordelen in de kosten van de – voorwaardelijke – reconventie, onder bepaling dat indien niet binnen veertien dagen na het vonnis aan deze vordering is voldaan, daarover tevens wettelijke rente en na- en explootkosten zullen zijn verschuldigd.

4.2.

[eiseres] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat de oorspronkelijke huurovereenkomst met het vonnis van 21 november 2014 is ontbonden, maar dat nadien een nieuwe huurovereenkomst hiervoor in de plaats is gekomen met bijzondere huurvoorwaarden. Dit komt volgens haar ook overeen met het laatste punt van de woonvoorwaarden zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.3. Bij onvoldoende vorderingen zal worden overgegaan tot ontbinding en ontruiming van het (nieuwe) huurcontract.

5.2.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat na het vonnis van 21 november 2014, dat is kracht van gewijsde is gegaan, tussen partijen geen nieuwe huurovereenkomst, maar een ‘verblijfsovereenkomst’ is gesloten. Deze overeenkomst houdt in dat de ontruiming van de woning wordt uitgesteld, mits [eiseres] zich aan de strikte woonvoorwaarden houdt. Deze woonvoorwaarden zijn partijen op 9 december 2014 overeengekomen. Partijen hebben ter zitting van de kantonrechter op 17 april 2015 de woonvoorwaarden aangevuld. Bij brief van 24 september 2015 heeft Talis vervolgens de woonvoorwaarden eenzijdig gewijzigd. [eiseres] stelt dat de woonvoorwaarden, in die zin dat er geen huisdieren meer mogen worden gehouden, niet eenzijdig door Talis mochten worden gewijzigd. Talis heeft in de brief van 24 september 2015 als reden voor deze wijziging gegeven dat [eiseres] zich niet aan de overeengekomen voorwaarden hield. De voor- en achtertuin werden namelijk niet schoongehouden, de wijkbeheerder constateerde dat er hondendrollen in de tuin liggen. Hierdoor kan in beginsel worden overgegaan tot ontruiming van de woning. Talis heeft in plaats daarvan nogmaals de ontruiming van de woning uitgesteld door één van de woonvoorwaarden te wijzigen, waardoor, naar de mening van Talis, de tuin in ieder geval vrij van hondendrollen kan worden gehouden. Nu [eiseres] niet gemotiveerd heeft gesteld dat zij zich, ten tijde van de eenzijdige wijziging van de woonvoorwaarden door Talis, wel aan de overeengekomen woonvoorwaarden heeft gehouden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Talis ten behoeve van het voorkomen van ontruiming van de woning de woonvoorwaarden eenzijdig mocht wijzigen.

5.3.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] zich niet aan de woonvoorwaarden heeft gehouden. In strijd daarmee heeft zij huisdieren, een hondje en twee katten, in de woning gehouden, de woning en tuin niet schoongehouden en te kennen gegeven niet meer mee te willen werken aan het toezicht van de lifecoach / hulpverlening. Nu [eiseres] de woonvoorwaarden niet is nagekomen, heeft Talis, gelet op hetgeen partijen zijn overeengekomen, opnieuw op basis van het vonnis van 21 november 2014 de ontruiming kunnen aanzeggen.

5.4.

Ingevolge artikel 555 Rv gelezen in samenhang met artikel 503 Rv zal de schuldeiser, indien hij een jaar na het bevel overeenkomstig het bevel tot betaling als bedoeld in artikel 502 lid 1 Rv heeft laten verlopen, gehouden zijn het bevel te vernieuwen. Talis heeft na het vonnis van 21 november 2014 middels het deurwaardersexploot van 30 maart 2015 de ontruiming van de woning op 22 april 2015 aangezegd. Dat hierna afspraken zijn gemaakt die de ontruiming hebben opgeschort, maakt niet dat Talis gehouden is het bevel tot ontruiming te vernieuwen.

5.5.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

5.6.

In deze zaak is gesteld noch gebleken is dat het vonnis van 21 november 2014 op een juridische of feitelijke misslag berust. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een noodtoestand. Door de ontruiming komt zij op straat te staan met haar zes kinderen en het is voor haar niet mogelijk om binnen afzienbare termijn een andere woning te betrekken. Daarom heeft Talis, volgens [eiseres] , geen in redelijkheid te respecteren belang bij de tenuitvoerlegging van het vonnis van 21 november 2014.

5.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er bij de tenuitvoerlegging van het vonnis van 21 november 2014, hetgeen de ontruiming van haar woning tot gevolg heeft, sprake is van een noodtoestand als hierboven bedoeld. Er moet van worden uitgegaan dat de bodemrechter, die [eiseres] heeft veroordeeld tot ontruiming, daarbij heeft voorzien dat [eiseres] dan op straat zou komen te staan. Op dat punt is geen sprake van na dat vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten anders dan het verleende uitstel van executie. Bovendien heeft Talis onweersproken aangevoerd dat de hulpverleningsinstanties [eiseres] reeds een begeleid wonen traject hebben aangeboden. Daarnaast komen [eiseres] en haar kinderen na de ontruiming van haar woning feitelijk niet op straat te staan, omdat zij en haar kinderen momenteel al bij haar vader wonen. Dat deze woonsituatie tijdelijk is en niet wenselijk, maakt niet dat hierdoor sprake is van een noodtoestand waarbij haar belangen onevenredig worden geschaad ten opzichte van de belangen van Talis. De vorderingen van [eiseres] zullen dan ook worden afgewezen.

5.8.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Talis worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

6 De beoordeling in reconventie

Gelet op de beoordeling in conventie is de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld niet vervuld, zodat op deze vordering niet hoeft te worden beslist.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Talis tot op heden begroot op € 1.435,00,

in voorwaardelijke reconventie

7.3.

verstaat dat op de vordering in voorwaardelijke reconventie niet hoeft te worden beslist.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2016.