Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4160

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-07-2016
Datum publicatie
27-07-2016
Zaaknummer
05/720320-14 en 05/840405-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:4796, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijk geweld; medeplegen; zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720320-14 en 05/840405-15

Datum uitspraak : 26 juli 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 maart 2016 (politierechter) en 12 juli 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/720320-14 ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 december 2014 te Tiel

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

- meermalen, althans eenmaal met (zeer veel) kracht die [slachtoffer 1] op/tegen

diens hoofd en/of in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt,

tengevolge waarvan deze ten val is gekomen, en/of

- ( terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) deze met (zeer veel) kracht op/tegen

diens hoofd en/of in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt

en/of geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de nacht van 19 op 20 december

2014 te Tiel openlijk, te weten op of aan de openbare weg(en)

Varkensmarkt en/of Ruiterstraat , in elk geval op of aan een openbare weg in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het

- ( op de Varkensmarkt) meermalen, althans eenmaal met kracht) die [slachtoffer 1]

tegen diens lichaam schoppen en/of slaan en/of stompen en/of

- ( in de Ruiterstraat) meermalen, althans eenmaal met (zeer veel) kracht die

[slachtoffer 1] op/tegen diens hoofd en/of in diens gezicht slaan en/of stompen

tengevolge waarvan deze ten val is gekomen, en/of

- ( terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) deze met (zeer veel) kracht op/tegen

diens hoofd en/of in diens gezicht slaan en/of stompen en/of schoppen

terwijl dit (door hem gepleegde) geweld zwaar lichamelijk letsel

(te weten een schedelbreuk en/of meerdere/een hersenkneuzing(en) en/of

meerdere/een slagaderlijke bloeding(en) in de hersenen ), en/of

enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

meer subsidiair

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 december 2014 te Tiel

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel

(te weten een schedelbreuk en/of meerdere/een hersenkneuzing(en) en/of

meerdere/een slagaderlijke bloeding(en) in de hersenen )

heeft toegebracht, door

- meermalen, althans eenmaal met (zeer veel) kracht die [slachtoffer 1] op/tegen

diens hoofd en/of in diens gezicht te slaan en/of te stompen

tengevolge waarvan deze ten val is gekomen, en/of

- ( terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) deze met (zeer veel) kracht op/tegen

diens hoofd en/of in diens gezicht slaan en/of stompen en/of schoppen;

Aan verdachte is onder parketnummer 05/840405-15 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 april 2015 te Tiel

zijn levensgezel, [slachtoffer 2] ,

heeft mishandeld door deze:

- een knietje tegen/op het lichaam te gegeven en/of

- ( krachtig) bij de armen vast te pakken en/of

- één of meermalen tegen/op het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- ten val te brengen;

2.

hij op of omstreeks 14 april 2015 te Tiel

[slachtoffer 2] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling

en/of met brandstichting en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de

algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, immers heeft verdachte

opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood, ik vermoord je" en/of "Ik schiet je een kogel door je vaders hoofd heen" en/of "Ik steek je huis in de fik als jij alles vertelt" en/of Ik schiet je door je kop", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/720320-14: 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 19 op 20 december 2014 vond op de Varkensmarkt in Tiel een vechtpartij plaats waar meerdere personen bij betrokken waren, waaronder aangever [slachtoffer 1] , [verdachte] (verdachte) en [medeverdachte] (de vader van verdachte). Daarbij werd [slachtoffer 1] door (in ieder geval) [verdachte] en [medeverdachte] geschopt, geslagen en gestompt.2

[medeverdachte 2] zag die vechtpartij van een afstand. Toen hij daarna ook een meisje hoorde schreeuwen, liep hij er naartoe.3

[slachtoffer 1] rende op dat moment de Ruiterstraat in. Niet veel later lopen [verdachte] en [medeverdachte 2] ook de Ruiterstraat in. Aan het begin van de Ruiterstraat praten ze tegen elkaar. Dan komt [slachtoffer 1] weer teruglopen richting de Varkensmarkt. [verdachte] rent als eerste op hem af. [slachtoffer 1] weet [verdachte] te ontwijken en rent verder richting de Varkensmarkt. Verderop in de Ruiterstraat komt hij [medeverdachte 2] tegen. [medeverdachte 2] doet een stap in zijn richting en slaat [slachtoffer 1] in zijn gezicht, waardoor deze op de grond valt.4 [medeverdachte 2] loopt de Ruiterstraat uit en kijkt nog een paar keer achterom. Intussen rent [verdachte] naar [slachtoffer 1] en slaat hem hard tegen zijn hoofd terwijl hij nog op de grond ligt.5

[slachtoffer 1] is naar het ziekenhuis in Tiel gebracht en daarna vanwege de ernst van de letsels overgeplaatst naar het UMC Utrecht. Daar is op een CT-scan gezien dat er sprake was van een forse bloeding tussen de schedel en het harde hersenvlies en van een hersenkneuzing met daarin een bloeding. Tevens was er een onderhuidse bloeding en een schedelbreuk, van het achterhoofdbot rechts doorlopend naar links. In verband met dit letsel is bij [slachtoffer 1] direct een hersenoperatie uitgevoerd en werd hij kunstmatig in coma gehouden.

[slachtoffer 1] had verder ook oppervlakkige huidbeschadigingen (schaafwonden bij de bovenste oogleden, bloeduitstorting onder het linkeroog, een huidbeschadiging bij de neusbrug en een schram aan de binnenzijde van de rechter onderarm. Deze huidbeschadigingen zijn letsels die veroorzaakt kunnen worden door schurend contact over of met een oppervlak.6

De huidwond (waarschijnlijk een scheurwond) aan de rechterkant van het hoofd kan volgens de radioloog zijn veroorzaakt door één plaatselijke geweldsinwerking. Vanwege de combinatie van een schedelbreuk met de meer uitgebreide weke delenzwelling links en de bloeduitstortingen links binnen in de schedel, is het meer waarschijnlijk dat deze het gevolg zijn van een geweldsinweking op het hoofd links van de middellijn, dan rechts. Aanwijzingen voor een val in de vorm van ‘contrecoup’ letsel ontbreken. Dit sluit echter een val als oorzaak voor het letsel niet uit en evenmin is daarmee een slag als oorzaak waarschijnlijker. De mogelijkheid van meerdere oorzakelijke geweldsinwerkingen kan niet worden uitgesloten.

Uit het voorgaande volgt dat het bij [slachtoffer 1] gediagnosticeerde letsel kan worden teruggevoerd op ten minste twee inwerkingen van uitwendig botsend mechanisch geweld, eenmaal rechts zijwaarts en een meer waarschijnlijk links zijwaarts op het hoofd dan vanaf de rechterzijde.

Dergelijke inwerkingen van uitwendig botsend mechanisch geweld, waardoor onder andere een schedelbreuk was ontstaan, kunnen bijvoorbeeld worden opgeleverd door met kracht slaan met een hard voorwerp of hard schoppen tegen het hoofd.

Gezien de relatief hoog aan de linkerzijde van het hoofd gelokaliseerde weke delen zwelling zou dit letsel ook kunnen worden verklaard door (zich) zeer hard stoten tegen een hard, verticaal oppervlak, zoals bijvoorbeeld een muur.

Bij het ontslag van [slachtoffer 1] uit klinische revalidatie op 10 maart 2015 waren er volgens de beschikbare klinische informatie nog verschijnselen van een ‘lichte’ afasie, zowel in een gesprek als bij schrijven. De kracht en de gevoelsfunctie van de rechterhand en de kracht van het rechterbeen waren ‘licht’ verminderd. Met betrekking tot de cognitieve functies waren er aanwijzingen voor verminderd tempo informatieverwerking, verminderd volhouden van aandacht, verminderde mentale belastbaarheid en problemen met de uitvoerende functies.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Op onderdelen van het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het openlijk geweld op de Varkensmarkt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht, in overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzet had op de dood van [slachtoffer 1] en zal verdachte van het primair tenlastegelegde vrijspreken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of er sprake is van het "in vereniging" plegen van geweld. De rechtbank stelt voorop dat daarvan sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is (HR 7 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9029 en HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3029)

Door de verdediging is betoogd dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, aangezien er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] .

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vast.

[verdachte] heeft eerst op de Varkensmarkt openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen [slachtoffer 1] . [medeverdachte 2] was hiervan getuige en is daarna met [verdachte] in gesprek geraakt. [verdachte] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] hoorde zeggen dat ze [slachtoffer 1] zouden gaan zoeken en hem zou gaan pakken.8 [medeverdachte 2] heeft op zijn beurt verklaard dat hij [verdachte] hoorde zeggen dat hij [slachtoffer 1] een paar klappen had gegeven en een pistool op zijn hoofd had gezet.9 Volgens [medeverdachte 2] wilde [verdachte] [slachtoffer 1] gaan pakken.10

[slachtoffer 1] rende vanuit de Varkensmarkt de Ruiterstraat in. [medeverdachte 2] en [verdachte] lopen samen de Ruiterstraat in en in het begin van die straat hebben zij nog een gesprek. Zodra
[slachtoffer 1] weer ziet, rent hij op hem af. [slachtoffer 1] ontwijkt [verdachte] en komt verderop [medeverdachte 2] tegen. [verdachte] draait zich om en rent achter [slachtoffer 1] aan. [medeverdachte 2] doet een stap in de richting van [slachtoffer 1] en slaat hem in zijn gezicht, waardoor hij op de grond valt. [medeverdachte 2] loopt de Ruiterstraat uit en kijkt nog een paar keer achterom. Intussen rent [verdachte] naar [slachtoffer 1] en slaat hem hard tegen zijn hoofd terwijl hij nog op de grond ligt. [slachtoffer 1] blijft bewusteloos op de grond liggen.

De rechtbank overweegt dat zowel [medeverdachte 2] als [verdachte] hebben verklaard dat ze de ander hoorden zeggen dat die [slachtoffer 1] wilde pakken. Daarvoor was [verdachte] betrokken bij geweld tegen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] heeft die vechtpartij gezien. Ze wisten dan ook dat geweld niet werd geschuwd. Desondanks lopen ze samen in de richting waarin [slachtoffer 1] is gevlucht en praten vooraf nog met elkaar. Ze proberen elkaar niet tegen te houden en geen van beiden onderneemt actie als ze zien dat de ander tracht geweld uit te oefenen tegen

[slachtoffer 1] . Integendeel, als [medeverdachte 2] ziet dat [slachtoffer 1] [verdachte] weet te ontwijken, stopt [medeverdachte 2] hem alsnog door hem een gerichte klap te geven, waarna het voor [verdachte] alsnog mogelijk wordt [slachtoffer 1] te slaan. Vooral deze actie laat een nauwe en bewuste samenwerking zien tussen [verdachte] en
[medeverdachte 2] .Weliswaar is [medeverdachte 2] na de door hem gegeven klap weggelopen, maar daarmee heeft hij zich naar het oordeel van de rechtbank nog niet aan het geweld onttrokken. Hij heeft niet ingegrepen toen hij zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] sloeg terwijl deze op de grond lag. Hij heeft zich op geen enkele wijze om het slachtoffer bekommerd. Het heeft er dan ook veel meer van weg dat [medeverdachte 2] probeerde te vluchten.

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden staat voor de rechtbank vast dat verdachte door te handelen als hiervoor vermeld, opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Daarmee wordt het verweer verworpen en komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [slachtoffer 1] .

Nu de rechtbank van oordeel is dat [verdachte] en [medeverdachte 2] in vereniging geweld hebben gepleegd, acht de rechtbank hen beiden volledig verantwoordelijk voor het bij [slachtoffer 1] ontstane letsel. Uit het rapport van het NFI betreffende de letselinterpretatie blijkt dat het letsel van [slachtoffer 1] kan zijn ontstaan door ten minste twee geweldsinwerkingen. De rechtbank ziet geen aanleiding om onderscheid te maken in de toerekening van het letsel, nu zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] beiden volledig verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van het door hen in vereniging toegepaste geweld.

[medeverdachte 2] en zijn vriendin hebben nog verklaard dat [verdachte] [slachtoffer 1] niet alleen heeft gestompt, maar ook geschopt in de Ruiterstraat. Echter, die verklaringen worden niet ondersteund door de camerabeelden of door verklaringen van de personen die op dat moment bij [slachtoffer 1] stonden (waaronder de collega van [slachtoffer 1] , getuige [getuige 1] ). Nu [medeverdachte 2] een motief kan hebben om zijn eigen aandeel kleiner te laten lijken en dat van [verdachte] groter, en nu zijn vriendin op het moment van het incident zich in een auto aan het eind van de steeg bevond terwijl het donker was en het dus voor haar niet goed waarneembaar moet zijn geweest, gaat de rechtbank niet uit van deze verklaringen. De rechtbank acht daarom dit onderdeel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van parketnummer 05/840405-15: 11

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van dit feit wegens gebrek aan bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 14 april 2015 omstreeks 10.15 uur samen met verdachte richting Tiel liep. Ze wilde niet meer verder met hem lopen, omdat hij aan het schelden was. Hij greep haar arm hardhandig vast en gaf haar een knietje tegen haar bovenspier (de rechtbank begrijpt: bovenbeenspier). Ook schudde hij haar door elkaar. Ze probeerde af te weren, maar verloor daarbij haar evenwicht en viel achterover. Toen ze op de grond lag schopte hij haar nog drie keer op dezelfde plek. Het deed erg veel pijn en ze heeft nog steeds last bij het opstaan of gaan zitten.12

In een latere verklaring verklaart aangeefster dat verdachte haar door elkaar schudde en een knietje tegen haar bovenbeenspier gaf.13

Verdachte ontkent aangeefster te hebben mishandeld.

Op foto’s in het dossier14 zijn blauwe plekken zichtbaar.

Getuige [getuige 2] (locatiemanager [bedrijf] ) heeft het volgende verklaard. Op 14 april 2015 had aangeefster een afspraak in Tiel. Ze belde vlak daarvoor een collega en vertelde dat ze halverwege tussen Buren en Tiel stond en dat ze was mishandeld door haar vriend. In het bijzijn van getuige en twee collega’s vertelde aangeefster dat ze die ochtend was mishandeld door verdachte en fors was bedreigd omdat hij niet wilde dat zij naar de afspraak kwam. Aangeefster zei tegen een collega: “Weet je nog dat je mij vroeg hoe ik aan dat blauwe oog kwam? Dat was [verdachte] ook die mij had mishandeld.”. Aangeefster vertelde dat ze met grote regelmaat door verdachte werd mishandeld de laatste tijd. Getuige [getuige 2] zag bij aangeefster de volgende verwondingen: twee opgezwollen kaken, geel/blauw verkleurd, geel/blauwe striemen in haar hals, linker bil blauw, beide bovenbenen blauw verkleurd en enkele blauwe plekken op haar bovenarm.15

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 14 april 2015 bij de kruising Hogekornseweg met de Opstalstraat in Erichem, gemeente Buren, aan het werk was. Hij hoorde een harde klap en zag toen een man en een vrouw staan. Hij hoorde dat ze ruzie hadden; hij hoorde over en weer geschreeuw. Hij zag dat de man uithaalde naar de vrouw. De man schopte de vrouw en raakte haar op haar been. Hij hoorde dat de vrouw hard gilde. Hij zag dat de vrouw door de trap op de grond viel. De man sprong boven op de vrouw. De vrouw was flink aan het schreeuwen. Getuige en zijn collega riepen heel hard in de richting van de man. De man schrok en stond op. De vrouw stond op en liep weg. De man liep achter haar aan en probeerde haar meerdere keren vast te pakken en tegen te houden. Hij pakte haar verschillende keren daadwerkelijk vast. De vrouw rukte zich van hem los en liep door. Ze bleef maar dingen schreeuwen als “laat me los, laat me met rust”.16

Getuige [getuige 4] verklaarde dat hij op 14 april 2015 samen met [getuige 3] aan het werk was toen hij een schreeuw hoorde. Hij zag dat een jongen een meisje sloeg en dat het meisje daarna viel. De jongen ging door met slaan en ook schoppen. [getuige 4] kent het meisje. Ze heet [slachtoffer 2] en woont tegenover hem in de flat van de [bedrijf] in Buren. Hij kent de jongen ook; die heeft hij een paar keer gezien toen de jongen ruzie maakte met [slachtoffer 2] .17

De rechtbank acht op grond van de verklaringen van aangeefster, getuige [getuige 2] en de getuigen [getuige 3] en [getuige 4] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster op 14 april 2015 heeft mishandeld door haar een knietje te geven, krachtig bij haar arm te pakken en te schoppen.

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van dit feit wegens gebrek aan bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht dit feit niet wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe het navolgende. Weliswaar heeft aangeefster verklaard dat verdachte wel eens agressief was en tegen haar zei: "Ik maak je dood, ik vermoord je" en "Ik schiet een kogel door je vaders hoofd heen", maar daarbij heeft ze niet gezegd wanneer en waar hij deze bedreigingen zou hebben geuit. Verder bevindt zich in het dossier de verklaring van getuige [getuige 2] , die heeft verklaard dat ze hoorde dat verdachte op 14 april 2015 via de telefoon tegen aangeefster zei: "Ik steek je huis in de fik als jij alles vertelt" en "Ik schiet je door je kop". Echter, hierover heeft aangeefster niet verklaard. In haar aangifte heeft ze niet gezegd dat verdachte op 14 april 2015 bedreigingen heeft geuit en als ze daar in haar tweede verklaring expliciet naar wordt gevraagd, verklaart ze uitdrukkelijk dat verdachte haar die betreffende dag niet had bedreigd.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05/720320-14 subsidiair tenlastegelegde en het onder parketnummer 05/840405-15 tenlastegelegde feit 1 heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/720320-14:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de nacht van 19 op 20 december

2014 te Tiel openlijk, te weten op of aan de openbare weg(en)

Varkensmarkt en/of Ruiterstraat, in elk geval op of aan een openbare weg in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het

- ( op de Varkensmarkt) meermalen, althans eenmaal met kracht) die [slachtoffer 1]

tegen diens lichaam schoppen en/of slaan en/of stompen en/of

- ( in de Ruiterstraat) meermalen, althans eenmaal met (zeer veel) kracht die

[slachtoffer 1] op/tegen diens hoofd en/of in diens gezicht slaan en/of stompen

tengevolge waarvan deze ten val is gekomen, en/of

- (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) deze met (zeer veel) kracht op/tegen

diens hoofd en/of in diens gezicht slaan en/of stompen en/of schoppen

terwijl dit (door hem gepleegde) geweld zwaar lichamelijk letsel

(te weten een schedelbreuk en/of meerdere/een hersenkneuzing(en) en/of

meerdere/een slagaderlijke bloeding(en) in de hersenen), en/of

enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad.

Ten aanzien van parketnummer 05/840405-15:

1.

hij op of omstreeks 14 april 2015 te Tiel

zijn levensgezel, [slachtoffer 2] ,

heeft mishandeld door deze:

- een knietje tegen/op het lichaam te gegeven en/of

- ( krachtig) bij de armen vast te pakken en/of

- één of meermalen tegen/op het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- ten val te brengen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van 05/720320-14 subsidiair:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Ten aanzien van parketnummer 05/840405-15 feit 1:

Mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/720320-14 subsidiair tenlastegelegde en de onder parketnummer 05/840405-15 tenlastegelegde feiten 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat het nu goed gaat met verdachte en dat de door hem in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd reeds voldoende straf is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 30 mei 2016;

- een rapport van drs. R.A. Sterk, psycholoog, gedateerd 1 mei 2015, en

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 30 juni 2016.

De verdachte heeft zich samen met anderen ’s nachts tijdens het uitgaan twee maal schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Beide keren richtte het geweld zich tegen hetzelfde slachtoffer. Dit terwijl het slachtoffer juist een vrouw te hulp schoot. Bij het tweede incident werd het slachtoffer eerst zeer hard in zijn gezicht geslagen, waardoor hij op de grond viel. Terwijl hij nog op de grond lag, werd hij nogmaals erg hard in zijn gezicht geslagen. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan. Bijzonder kwalijk is ook dat verdachte zich op geen enkele manier om het slachtoffer heeft bekommerd en is weggegaan, dit terwijl het slachtoffer in bewusteloze toestand en zwaargewond op de grond lag en dringend medische hulp behoefde.

Uit het door het slachtoffer ter terechtzitting uitgeoefende spreekrecht blijkt dat hij zich helemaal niets meer van die nacht en de weken daarna kan herinneren. Hij heeft zwaar hersenletsel opgelopen waarvoor hij vijf uur lang moest worden geopereerd en daarna nog vier dagen in coma werd gehouden. Na een lange ziekenhuisopname begon hij met revalideren. Hij was er slecht aan toe: de rechterkant van zijn lichaam was verlamd, hij kon niet lopen en schrijven en spreken was erg moeilijk. Hij is erg veranderd: hij is vaak moe en zijn geheugen laat hem af en toe in de steek. Tekenend voor de enorme impact die het incident op het leven van het slachtoffer heeft gehad is onder meer de volgende passage uit de slachtofferverklaring: “Een van mijn grote passies is sporten! Ik doe aan snowboarden, hardlopen en kitesurfen, Dit heb ik een tijd niet meer kunnen doen. Ik ben angstig, óók omdat mijn schedel nu zo kwetsbaar is geworden. Ik pak het sporten langzamerhand weer op maar kan mijn sporten niet meer zo fanatiek beoefenen als voorheen.”

Verder komt uit de slachtofferverklaring naar voren dat de gevolgen ook direct doorwerken in het leven van de vriendin van het slachtoffer en dat van zijn ouders en zus. Het slachtoffer en zijn familie zijn mede door toedoen van verdachte in deze moeilijke situatie beland.

Naar het zich laat aanzien zal het slachtoffer zijn leven lang de gevolgen van dit redeloze geweld moeten dragen

De rechtbank rekent dit alles de verdachte zeer zwaar aan.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan huiselijk geweld. Hij heeft zijn toenmalige vriendin op straat een knietje gegeven en geschopt.

Uit de aangehaalde justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Uit het psychologische rapport blijkt dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van beperkte intellectuele capaciteiten op beneden gemiddeld tot zwakbegaafd niveau en in de vorm van afwijkende persoonlijkheidstrekken. Vanuit het perspectief van verdachte (die bij de psycholoog had verklaard dat hij het slachtoffer alleen in zijn gezicht heeft geslagen om hem bij te brengen) is er sprake geweest van enig controleverlies op zijn handelen ten tijde van het tenlastegelegde. Er was (daarvan uitgaande) een verband aanwezig tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde, waarbij met name het alcoholmisbruik op de voorgrond staat. De psycholoog adviseert de rechtbank verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Gestructureerde risicotaxatie wijst op een licht verhoogde kans op herhaling. Ten aanzien van de geconstateerde psychische problematiek is behandeling geïndiceerd. Deze behandeling dient zich te richten op zijn verstoorde agressieregulatie en beperkte conflicthanteringsmethoden. Hierbij zou gedacht kunnen worden aan een agressieregulatietraining of een Cova plus training. De rechtbank wordt geadviseerd om betrokkene voornoemde behandeling en begeleiding op te leggen.

De rechtbank verenigt zich met die conclusie en maakt die tot de hare.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat voor deze drie geweldsincidenten niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. Volgens de LOVS-oriëntatiepunten is voor openlijke geweldpleging, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend. Die straf doet naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende recht aan de ernst van het onderhavige feit en de gevolgen daarvan. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan verdachte een aanzienlijk hogere straf op te leggen.

De rechtbank ziet verder, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden en de conclusie van de psycholoog, aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals hierna vermeld.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 05/720320-14 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 120.328,58.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het bedrag van € 22.042,22, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat de pro forma bon betreffende de kleding onvoldoende duidelijk is, zodat de benadeelde voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De verloren telefoon is volgens de verdediging geen rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit. Volgens de verdediging dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering voor wat betreft de verhoging van de ziektekostenverzekering, omdat daar vrijwillig voor is gekozen. De vordering is voor wat betreft de reiskosten niet goed onderbouwd nu niet is aangegeven wanneer er is gereisd. Voor wat betreft de telefoon- en portokosten is de vordering niet onderbouwd. De kosten van het nieuwe rijbewijs en de relatietherapie zijn geen rechtstreekse schade. Ten aanzien van de kosten motorrijtuigenbelasting heeft de raadsman opgemerkt dat de auto geschorst had kunnen worden. De kosten van huishoudelijke hulp zijn een te grote belasting voor het strafproces, net als het verlies aan zelfwerkzaamheid en verdienvermogen.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de medische kosten en de ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding.

Voor wat betreft het smartengeld heeft de raadsman de rechtbank verzocht het bedrag zelf vast te stellen en daarbij te kijken naar de resultaten van het forensisch geneeskundig onderzoek.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 05/720320-14 bewezenverklaarde handelen tot een bedrag van € 60.427,04 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Voor wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank bespreekt de afzonderlijke posten hieronder:

1. Beschadigde en verloren zaken

De rechtbank acht de gevorderde € 350,- aan kleding volledig toewijsbaar. Weliswaar is door de benadeelde partij geen echte rekening, maar een pro forma nota ter toelichting toegevoegd. Maar de rechtbank heeft een schattingsbevoegdheid en de rechtbank schat de kosten gelet op de onderbouwing op € 350,-.

De gevorderde € 195,- aan kosten voor het verlies van de telefoon acht de rechtbank niet toewijsbaar. Niet kan worden vastgesteld dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

2. Medische kosten (eigen risico)

Deze post (ad € 1.071,72) is niet weersproken en naar het oordeel van de rechtbank voor toewijzing vatbaar.

3. Ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding

Deze post (ad € 1.190,00) is niet weersproken en naar het oordeel van de rechtbank voor toewijzing vatbaar.

4. Verhoging premie ziektekostenverzekering

Ook deze kosten (ad € 103,20) zijn naar het oordeel van de rechtbank voor toewijzing vatbaar. Door een aanvullende verzekering af te sluiten heeft de benadeelde partij de totale schade beperkt (ook voor toekomstig te maken ziektekosten), hetgeen hij overigens naar burgerlijk recht verplicht is (de zgn. schadebeperkingsplicht). Nu het totale bedrag aan schade hierdoor lager uitvalt (zal uitvallen), is dit in het voordeel van verdachte.

5. Reis- en parkeerkosten

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende duidelijk dat deze reis- en parkeerkosten zijn gemaakt. Ook de reiskosten gemaakt door de familie van de benadeelde partij komen (op grond van art. 6:107 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)) voor vergoeding in aanmerking.

Echter, in de Richtlijn Ziekenhuis- en Revalidatiedaggeldvergoeding staat dat de daggeldvergoeding is bedoeld ter dekking van onder meer parkeergeld familiebezoek. Dat betekent dat deze post voor wat betreft de parkeerkosten UMC Utrecht (ad € 60,-) dient te worden afgewezen. Voor het overige (€ 6.903,20) zal de rechtbank deze post wel toewijzen.

6. Telefoon- en portokosten

De rechtbank acht deze post (ad € 81,12) voldoende onderbouwd en dus toewijsbaar. Daaraan doet niet af dat de benadeelde partij mogelijk gebruik heeft gemaakt van belminuten die binnen zijn abonnement vielen. Immers, door dergelijke belminuten voor deze doeleinden te gebruiken, kon hij ze niet meer voor andere gesprekken gebruiken.

7. Kosten in verband met keuring rijbewijs

De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat verdachte door het bewezenverklaarde feit kosten heeft moeten maken voor zijn rijbewijs, bestaande uit kosten voor de aanvraag van een gezondheidsverklaring bij de gemeente, een medische keuring, kosten van een lesauto en een nieuw rijbewijs. De rechtbank zal deze kosten (ad € 407,80) dan ook toewijzen.

8. Kosten motorrijtuigenbelasting

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat deze kosten (ad € 387,00) een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank overweegt daartoe dat de benadeelde partij een mogelijkheid had om het kenteken te schorsen zodat hij geen motorrijtuigenbelasting verschuldigd was. Bovendien is onvoldoende gebleken dat er in die periode niemand anders gebruik heeft gemaakt van de auto. De benadeelde partij zal daarom voor dit onderdeel niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering.

9. Kosten relatietherapie

De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit kosten heeft moeten maken voor relatietherapie. De rechtbank zal deze kosten (ad € 260,00) dan ook toewijzen.

10. Huishoudelijke hulp

Op zichzelf kan de benadeelde partij aanspraak maken op een vergoeding voor kosten van huishoudelijke hulp. Naar het oordeel van de rechtbank levert de beoordeling van deze post (ad € 3.221,50) echter, gelet op de blijkens de Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp onder meer te bepalen mate van beperking, een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarom voor deze post niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

11. Verlies aan zelfwerkzaamheid

Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze kosten (ad € 7.078,04) geen rechtstreekse schade veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit. Mede gelet op het aantal uren dat verdachte werkzaam was, zoals opgegeven in vordering, is de kans is groot dat verdachte dit sowieso had moeten uitbesteden. De benadeelde partij zal daarom voor dit onderdeel niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering.

12. Verlies aan verdienvermoqen

Het is naar het oordeel van de rechtbank volkomen aannemelijk dat de benadeelde partijverlies aan verdienvermogen heeft geleden. Echter, het is in het kader van deze procedure, op basis van het onderhavige dossier en de vordering van de benadeelde partij, niet goed mogelijk om eenschatting te maken die de exacte schade benadert. De rechtbank is echter wel van oordeel dat de schade, voorzichtig schattend, ten minste € 15.000,00 bedraagt en zal dit bedrag dan ook toewijzen.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk verklaard worden in dit deel van de vordering, nu de behandeling daarvan naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

13. Smartengeld

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 BW, is voldaan. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wordt deze schade begroot op

€ 35.000,00.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

De rechtbank acht de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar. Voor wat betreft de datum vanaf wanneer die wettelijke rente toewijsbaar is, maakt de rechtbank onderscheid tussen de verschillende posten. De rechtbank acht de wettelijke rente toewijsbaar vanaf de datum van het bewezenverklaarde feit voor wat betreft de kleding, verlies aan verdienvermogen en het smartengeld. Voor wat betreft de overige posten neemt de rechtbank per post een datum gelegen in het midden van de periode waarin de betreffende kosten zijn gemaakt als ingangsdatum voor de wettelijke rente.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 141, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/720320-14 primair en onder parketnummer 05/840405-15 onder feit 2 tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

  • -

    de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich zal melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor agressieregulatieproblematiek;

- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten stichting Job Lanceer te Tiel of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

- gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een CoVa plus training, en zich daarbij zal houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens de instelling zullen worden gegeven.

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van parketnummer 05/720320-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 60.367,04 (zestigduizend driehonderdzevenenzestig euro en vier cent), vermeerderd met de wettelijke rente

o vanaf 20 december 2014 voor € 50.350,- (aan kleding, verlies aan verdienvermogen en smartengeld);

o vanaf 20 september 2015 voor € 6.984,32 (aan reis- en parkeerkosten en telefoon- en portokosten);

o vanaf 1 januari 2016 voor € 1.071,72 (aan eigen risico voor medische kosten);

o vanaf 29 januari 2016 voor € 1.190,- (aan ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding);

o vanaf 7 februari 2016 voor € 260,- (aan relatietherapie); en

o vanaf 26 juli 2016 voor € 407,80 (aan kosten die verband houden met de keuring voor het rijbewijs);

tot aan de dag der algehele voldoening

en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    wijst af de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 60,-, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 1];

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 60.367,04 (zestigduizend driehonderdzevenenzestig euro en vier cent), vermeerderd met de wettelijke rente

o vanaf 20 december 2014 voor € 50.350,- (aan kleding, verlies aan verdienvermogen en smartengeld);

o vanaf 20 september 2015 voor € 6.984,32 (aan reis- en parkeerkosten en telefoon- en portokosten);

o vanaf 1 januari 2016 voor € 1.071,72 (aan eigen risico voor medische kosten);

o vanaf 29 januari 2016 voor € 1.190,- (aan ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding);

o vanaf 7 februari 2016 voor € 260,- (aan relatietherapie); en

o vanaf 26 juli 2016 voor € 407,80 (aan kosten die verband houden met de keuring voor het rijbewijs);

tot aan de dag der algehele voldoening,

met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 319 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juli 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2014229107, gesloten op 11 augustus 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 22 en 23, proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] , p. 43, en de rechterlijke waarneming ter zitting van 12 juli 2016 van de camerabeelden.

3 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 57.

4 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 26, proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 117, en de rechterlijke waarneming ter zitting van 12 juli 2016 van de camerabeelden.

5 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 27, proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 58 en proces-verbaal van bevindingen, p. 90 tot en met 95.

6 Medische verklaring, p. 69 en 70.

7 Rapport van H.N.J.M. van Venrooij, forensisch arts KNMG van het Nederlands Forensisch Intsituut, d.d. 5 november 2015.

8 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 23.

9 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 58.

10 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 62.

11 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015180950-18, gesloten op 16 april 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 3 en 4.

13 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 2] , p. 8.

14 Foto’s p. 6 en 7.

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 11 en 12.

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 14 en 15.

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , p. 16.