Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:4064

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-07-2016
Datum publicatie
05-08-2016
Zaaknummer
5224540
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure bij een kortgedingprocedure niet in Rv geregeld. Analogische toepassing door rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RBP 2016/75
NJF 2016/420
Prg 2016/261
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 5224540 \ CV EXPL 16-10792 \ 475 \ 28195

uitspraak van

vonnis in verzet

in de zaak van

[eisende partij in verzet]

wonende te [woonplaats]

eisende partij in verzet

gemachtigde mr. S.G. Blasweiler

tegen

1 [gedaagde partij in verzet]

wonende te [woonplaats]

2. [gedaagde partij in verzet]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partijen in verzet

gemachtigde mr. B.J. Blindenbach

Partijen worden hierna [eisende partij in verzet] en [gedaagde partij in verzet] en [gedaagde partij in verzet] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de verzetdagvaarding van 28 juni 2016 met producties;

- de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde partij in verzet] en [gedaagde partij in verzet] van 14 juli 2016.

1.2.

Het verzet richt zich tegen het door de kantonrechter op 20 juni 2016 tussen [gedaagde partij in verzet] en [gedaagde partij in verzet] als eisende partijen en [eisende partij in verzet] als gedaagde partij bij verstek uitgesproken vonnis onder zaaknummer 5110905 \ VV EXPL 16-101.

2 De beoordeling

2.1.

De kantonrechter ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of deze zaak behoort tot zijn absolute bevoegdheid als bedoeld in artikel 72 Rv.

2.2.

In artikel 259 Rv is bepaald dat het verzet van een vonnis in kort geding moet worden gedaan bij de voorzieningenrechter. De verzetprocedure blijft dus een kortgedingprocedure en moet worden behandeld door de voorzieningenrechter. Dat betekent dat de kantonrechter niet bevoegd is van het verzet kennis te nemen en dat de verzetdagvaarding ten onrechte tegen de reguliere rolzitting is aangebracht.

2.3.

De conclusie is dat de kantonrechter zich ingevolge artikel 72 Rv onbevoegd zal verklaren om van het onderhavige verzet kennis te nemen. In artikel 73 Rv is bepaald dat, indien de rechter zich onbevoegd verklaart en een andere ‘gewone rechter’ wel bevoegd is, hij de zaak verwijst naar deze rechter. De voorzieningenrechter, rechtsprekend in kort geding, is evenwel niet te rekenen tot de in dit artikel bedoelde ‘gewone rechter’, zodat een verwijzing naar de bevoegde rechter op voet van voornoemd artikel in beginsel niet mogelijk is.

2.4.

Desondanks wordt geoordeeld dat deze zaak in dit geval met analogische toepassing van artikel 73 Rv naar de voorzieningenrechter moet worden verwezen, nu het hier gaat om een zaak die in eerste instantie aanhangig is gemaakt als kort geding en die thans, in verzet, ingevolge artikel 259 Rv ook als kort geding moet worden voortgezet. Daarbij is betrokken dat een verwijzing in dit geval past in het stelsel van het burgerlijk procesrecht, waarbij (onder meer) het uitganspunt is dat een verkeerde aanvang van een procedure door de rechter moet worden gerepareerd. Wordt een procedure immers begonnen met het verkeerde procesinleidende stuk of wordt een verkeerde procedure (bij een ‘verkeerde’ rechter) begonnen, dan behoeft dat niet te leiden tot nietigheid van dat stuk of tot niet-ontvankelijkheid, maar kan de rechter ‘de wissel omzetten’ en de procedure alsnog in juiste banen leiden, zo blijkt uit het bepaalde in de artikelen 69 tot en met 76 Rv.

2.5.

De zaak zal dan ook, zoals overwogen, worden verwezen naar de voorzieningenrechter ter verdere behandeling van het verzet. De kantonrechter merkt daarbij op dat [eisende partij in verzet] , ingevolge het Procesreglement kort gedingen rechtbanken, kantonzaken alsmede artikel 254 lid 2 Rv, dient te verzoeken om een zogeheten dagbepaling.

3 De beslissing

De kantonrechter

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich thans bevindt naar de voorzieningenrechter.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op