Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3767

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-07-2016
Datum publicatie
21-07-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 7566
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor de bouw van een parkeergarage naast station Dieren. Het bouwplan is niet in strijd met het beeldkwaliteitsplan. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 15/7566

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] te [plaats] , eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende], te [plaats 2] .

Procesverloop

Bij besluit van 17 mei 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor het bouwen van een parkeergarage op het perceel [het perceel] te Dieren.

Bij besluit van 4 november 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2016. Namens eiseres zijn verschenen [naam 1 en naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. A.H.C. Bandel-Weerkamp. De derde-partij is niet verschenen.

Overwegingen

1. Op 28 juni 2013 heeft de gemeenteraad voor het perceel het bestemmingsplan “Dieren-Midden, locatie Stationsgebied” vastgesteld, en dit bestemmingsplan is bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 3 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4412) in rechte onaantastbaar geworden. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een parkeergarage en een passerelle mogelijk.

Op 3 maart 2015 heeft de derde-partij een aanvraag ingediend voor het bouwen van de parkeergarage. Verweerder heeft het bouwplan voorgelegd aan de welstandscommissie, die op 7 april 2015 een positief welstandsadvies heeft afgegeven.

2. Eiseres betoogt dat de gevel van de parkeergarage niet in dezelfde rooilijn wordt gebouwd als die van de woningen in de Koningin Julianalaan, waardoor het zicht vanuit de Koningin Julianalaan op het monumentale station van Dieren wordt verminderd. Deze situering is volgens eiseres niet in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan voor het stationsgebied, waarin is opgenomen dat rekening moet worden gehouden met bestaande rooi- en zichtlijnen.

2.1.

Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk;

(…).

Ingevolge artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo wordt, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, de omgevingsvergunning geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend.

Ingevolge artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet stelt de gemeenteraad een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.

Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 12a van de Woningwet heeft de gemeenteraad de “Welstandsnota gemeente Rheden 2012” vastgesteld. Voor het gebied is voorts op 17 december 2013 het beeldkwaliteitsplan “Traverse Dieren en stationsomgeving” vastgesteld.

2.2.

Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1112) volgt dat verweerder, hoewel hij niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis mag toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat verweerder dit niet – of niet zonder meer – aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van verweerder in strijd is met artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.

2.3.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het beeldkwaliteitsplan volgt niet dat de zichtlijn vanuit de Koningin Julianastraat op het station in zijn geheel behouden dient te blijven, zodat het bouwplan op dit punt niet in strijd is met de criteria uit het beeldkwaliteitsplan. Dat over dit onderwerp een motie door de gemeenteraad is aangenomen en dat hierover toezeggingen door de wethouder zijn gedaan, zoals eiseres ter zitting heeft gesteld, maakt het voorgaande niet anders. Uit het beeldkwaliteitsplan blijkt immers niet dat de motie en de toezegging hierin zijn vertaald. Ook is de door eiseres gewenste zichtlijn niet overgenomen in het geldende onherroepelijke bestemmingsplan nu deze zichtlijn niet de grens is geworden van het bouwvlak waarbinnen de parkeergarage gebouwd mag worden.

Uit hetgeen eiseres heeft aangevoerd volgt daarom niet dat het welstandsadvies zodanige gebreken vertoont dat verweerder dit niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Eiseres heeft ook geen deskundig tegenadvies overgelegd waaruit het tegendeel zou blijken.

De beroepsgrond faalt.

3. Eiseres betoogt voorts dat voor de passerelle en de parkeergarage één omgevingsvergunning had moeten worden verleend.

3.1.

De rechtbank overweegt dat de passerelle en de parkeergarage afzonderlijk van elkaar kunnen worden gerealiseerd, en ook afzonderlijk zijn aangevraagd. Daarom bestaat geen aanleiding om hiervoor één omgevingsvergunning te verlenen.

De beroepsgrond faalt.

4. Eiseres betoogt dat uit de omgevingsvergunning niet blijkt dat is voldaan aan de eisen uit het waterhuishoudingsplan bij het bestemmingsplan.

4.1.

De rechtbank overweegt dat het waterhuishoudingsplan geen aspect is dat in het kader van de voorliggende omgevingsvergunning voor het bouwen aan de orde kan komen. Uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo volgt immers dat een omgevingsvergunning voor bouwen niet kan worden geweigerd wegens strijd met een waterhuishoudingsplan. Dit onderwerp had eiseres in het kader van het beroep tegen het bestemmingsplan moeten inbrengen.

De beroepsgrond faalt.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S.T. Belt, voorzitter, mr. R.J. Jue en mr. H.J.M. Besselink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Mengerink, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.