Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3455

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-06-2016
Datum publicatie
27-06-2016
Zaaknummer
05/700900-12 en 05/821704-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man van 62 uit Arnhem wordt door de rechtbank veroordeeld voor betrokkenheid bij twee hennepkwekerijen, één in Arnhem en één in Doetinchem. Er wordt een gevangenisstraf opgelegd van 183 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk. Daarnaast krijgt de man een werkstraf van 240 uur opgelegd. De rechtbank heeft er rekening mee gehouden dat de kwekerijen al in 2012 en 2013 zijn aangetroffen. Verder moet de man in totaal ruim € 24.000,- betalen aan wederrechtelijk verkregen voordeel.

Vijf andere mannen worden door de rechtbank vrijgesproken. Zij waren op het terrein van de kwekerij, ook met het doel om daar te gaan werken, maar dat vindt de rechtbank onvoldoende om tot een veroordeling te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/700900-12 en 05/821704-13

Datum uitspraak : 27 juni 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

Raadsman: mr. B.J. Schadd, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 januari 2015 en 13 juni 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/700900-12 ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen)in of omstreeks 1 november 2011 tot en met 15 februari 2012 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] en/of in zijn, verdachtes, auto) ongeveer 105, althans een groot aantal, hennepplanten en/of 6230, althans een groot

aantal, hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 15 februari 2012 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (het verbreken van de zegel(s) en/of het aanleggen van een illegale electriciteitsaansluiting buiten de meter om).

Onder parketnummer 05/821704-13 is, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting, aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 14 augustus 2013, althans op 14 augustus 2013 in de gemeente Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, al dan niet beroepsmatig of bedrijfsmatig heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft

gehad (in een pand/loods aan de [adres 3] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 479, in elk geval 200, althans een groot aantal hennepplanten en/of 5880 hennepstekken in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 5880 hennepstekken en/of 479 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten);

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 14 augustus 2013 in de gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door één of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen

en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Op verschillende data, te weten 15 februari 2012 en 14 augustus 2013 zijn in respectievelijk Arnhem en Doetinchem hennepkwekerijen aangetroffen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de zaak met parketnummer 05/821704-13. Die bewijsmiddelen in die zaak overtuigen niet. Verdachte heeft betrokkenheid bij de zaak met parketnummer 05/700900-12 bekend. Wel moet hij worden vrijgesproken van de diefstal van de stroom, daar weet verdachte niets van.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/700900-12

Op 24 november 2011 en 13 januari 2012 heeft een vliegtuig van defensie over de woonwijk [woonwijk] gevlogen. Er is daarbij een enorme warmtebron gemeten bij de panden [adressen] . Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn na deze meldingen meerdere keren gaan kijken bij deze adressen en hebben bedoelde warmtebron ook waargenomen met behulp van een warmtebeeldcamera.

Op 15 februari 2012 zijn agenten naar de woningen gegaan. Zij troffen in de woning op nummer [nummer 1] vier mannen aan, waaronder verdachte. Verbalisant [verbalisant 2] zag in de keuken en de woonkamer meerdere hennepresten en hennepgerelateerde goederen zoals stekkerdozen, netjes met aarde voor stekken en kweekdozen. Op de eerste verdieping trof hij een in werking zijnde hennepkwekerij aan.2

In de woning aan de [adres 2] in Arnhem en in de auto van verdachte zijn op 15 februari 2012 in totaal 6.230 hennepstekken aangetroffen. In de woning werden daarnaast 105 hennepplanten gevonden. Een deskundige van Liander heeft verbalisant laten zien dat er een illegale aansluiting liep buiten de meter om, waardoor afgenomen elektriciteit niet via de meter werd geregistreerd.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft een gedeelte van de in beslag genomen moederplanten getest door middel van de MMC-cannabistest. De conclusie is dat het om hennep gaat.3

Liander heeft aangifte van diefstal van energie gedaan. De fraudespecialist heeft op 15 februari 2012 in het pand aan de [adres 2] in Arnhem geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken, deze waren niet meer aanwezig. Aan de bovenzijde van de zekeringhouders was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Die liep buiten de meter om naar de hennepplantage en voorzag deze van stroom. De hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie was illegaal verzwaard.4

Verdachte heeft op 15 februari 2012 verklaard dat de hennepplantage van hem is. Hij heeft het pand gehuurd en de planten erin gezet. Hij huurde het pand sinds 1 november en heeft de kwekerij zelf opgebouwd.5 Er stonden ongeveer 100 moederplanten boven. Verdachte heeft vanaf november stekken gekweekt. Eind november/begin december kwamen de eerste stekken er af.6 Over de stroomvoorziening heeft verdachte verklaard dat de stroom in ieder geval niet geteld is.7

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode tussen 1 november 2011 en 15 februari 2012 hennep heeft geteeld in de woning aan de [adres 2] in Arnhem. Voor medeplegen ziet de rechtbank geen aanknopingspunten in het dossier, zodat verdachte van dat onderdeel wordt vrijgesproken. De rechtbank acht ook de diefstal van de stroom door middel van verbreking wettig en overtuigend bewezen. Verdachte was degene die, als verantwoordelijke voor de kwekerij, de stroom afnam, terwijl hij wist dat deze buiten de meter om liep. Voor medeplegen is onvoldoende bewijs voorhanden, daarvan wordt verdachte dan ook vrijgesproken.

Parketnummer 05/821704-13

Op 14 augustus 2013 is in een pand gelegen aan de [adres 3] in Doetinchem een hennepkwekerij aangetroffen.8

De eigenaar van het pand, [naam 1] , heeft verklaard dat hij de ruimte heeft verhuurd. Het door [naam 1] getoonde huurcontract staat op naam van [verdachte] .9

Verbalisant [verbalisant 3] heeft de kwekerij onderzocht. In ruimte A trof zij in totaal 5880 hennepstekken aan. Dit waren jonge stekken. Er stonden in totaal 106 plastic bakjes. In ruimte B stonden vier rijen met in totaal 479 hennepplanten, zogenoemde moederplanten. Er zaten geen bloemtoppen aan deze planten en verbalisant zag diverse knipwonden. De planten bevonden zich in het eindstadium van de groei. De ruimte zou, met inachtneming van de aanvang van de huur op 1 mei 2013, 15 weken in gebruik zijn geweest. Hierbij is, vanwege de eenvoudige inrichting van de ruimte, uitgegaan van een opbouwperiode van twee weken. Als daarbij een kweekperiode van de moederplanten van 9 weken wordt opgeteld, komt dit redelijk overeen met het aantal weken dat het pand wordt gehuurd.10

Verbalisant [verbalisant 4] heeft vijf representatieve hennepstekken van de kwekerij aan de [adres 3] onderzocht door middel van de MMC Narcotic Identification Test. Uit deze test kwam naar voren dat de planten kennelijk THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat het bij de aangetroffen planten om hennep ging. Hennep staat vermeld op lijst II onderdeel B behorend bij de Opiumwet.11

Daarnaast heeft verbalisant [verbalisant 4] vier representatieve moederhennepplanten van dezelfde kwekerij onderzocht. De moederplanten zaten in een gevorderd stadium van de groei en hadden een lengte van ongeveer 125 cm. Uit de MMC Narcotic Identification Test kwam naar voren dat de planten kennelijk THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat het bij de aangetroffen planten om hennep ging. Hennep staat vermeld op lijst II onderdeel B behorend bij de Opiumwet.12

Liander heeft aangifte van diefstal van energie. De fraudespecialist heeft op 14 augustus 2013 in het pand aan de [adres 3] in Doetinchem geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken, het zegeldraadje was doorgeknipt. Aan de bovenzijde van de zekeringshouders was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Die liep buiten de meter om naar de hennepplantage en voorzag deze van stroom. De hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie was illegaal verzwaard. Er is minimaal 28.701 kWh illegaal afgenomen in de periode van mei 2013 tot 14 augustus 2013.13

[naam 1] heeft verklaard dat hij zijn hal met ingang van 1 mei 2013 heeft verhuurd aan verdachte. Hij ( [naam 1] ) heeft een kopie van het paspoort van verdachte gekregen van verdachte. Verdachte kwam de hal bekijken en hij was toen alleen. Hij wilde vier van de zes compartimenten huren, het ging om alles van nummer [nummer 2] , voor een bedrag van € 1.250,- per maand. [naam 1] had van elke deur van nummer [nummer 2] twee sleutels, die heeft hij allemaal aan verdachte gegeven.14

Bij de rechter-commissaris heeft [naam 1] verklaard dat hij verdachte twee keer heeft gezien en dat hij na het tekenen van de huurovereenkomst geen contact meer heeft kunnen krijgen.15

[naam 2] heeft verklaard dat hij een paar weken voor 14 augustus 2013 iemand sprak, een oude bekende, die hem vertelde dat hij ( [naam 2] ) wel wat geld kon verdienen. [naam 2] heeft zijn telefoonnummer gegeven en de man heeft hem gebeld. Toen is de afspraak voor 14 augustus gemaakt.16 De man die [naam 2] telefonisch benaderde was ‘ [voornaam 1] ’. [naam 2] kent hem van vroeger. Het is een oudere donkere man. [naam 2] zou die dag € 250,- verdienen, maar er werd niet aangegeven wat voor werk hij moest doen. Ergens in zijn achterhoofd wist hij wel dat het met verdovende middelen te maken had.17 [naam 2] heeft de man op de hem getoonde foto voor de volle honderd procent herkend als de ‘ [voornaam 1] ’ waarover hij eerder heeft verklaard. De rol van [naam 2] was nog niet echt duidelijk, hij moest snijden of zetten. [naam 2] heeft verklaard dat hij heeft aangenomen dat iedereen voor [voornaam 1] werkte, dat deed hij zelf wel.18

[naam 3] heeft verklaard dat hij € 200,- zou krijgen. Ze zouden stekken gaan maken. Het geld zouden ze van [voornaam 1] krijgen. ‘ [voornaam 1] ’ had gevraagd of [naam 3] en [voornaam 2] € 200,- wilden verdienen. [voornaam 1] is de directeur, hij is er normaal ook bij, maar doet dan niets, alleen toezicht houden.19 ‘ [voornaam 1] ’ is [verdachte] . Hij had alle sleutels. [voornaam 3] , [voornaam 4] , [voornaam 2] en [voornaam 5] zouden ook gaan werken, dat zeiden ze ook. Iedereen wist van te voren wat hij moest gaan doen en het was allemaal in opdracht van [verdachte] , aldus [naam 3] .20

Naar het oordeel van de rechtbank is de betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 3] in Doetinchem niet alleen wettig, maar ook overtuigend bewezen. De verklaringen van [naam 1] over de verhuur van de loods aan verdachte worden ondersteund door de verklaringen van [naam 2] en [naam 3] . Zij noemen expliciet de naam van verdachte, die als hun opdrachtgever fungeerde. Verdachte was de huurder van het pand en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor niet alleen de kwekerij, maar ook de stroomvoorziening. De elektriciteitsaansluiting liep buiten de meter om naar de hennepplantage en voorzag deze van stroom. De rechtbank acht ook de diefstal van de stroom wettig en overtuigend bewezen. Voor beide feiten geldt dat van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen niet is gebleken, zodat verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van beroeps- of bedrijfsmatig telen. De inrichting van de kwekerij en de hoeveelheid planten overstijgen immers het niveau van een thuiskweker.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/700900-12

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 15 februari 2012 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] en/of in zijn, verdachtes, auto) ongeveer 105, althans een groot aantal, hennepplanten en/of 6230, althans een groot aantal, hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 15 februari 2012 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (het verbreken van de zegel(s) en/of het aanleggen van een illegale elektriciteitsaansluiting buiten de meter om).

Parketnummer 05/821704-13

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 14 augustus 2013, althans op 14 augustus 2013 in de gemeente Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, al dan niet beroepsmatig of bedrijfsmatig heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft

gehad (in een pand/loods aan de [adres 3] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 479, in elk geval 200, althans een groot aantal hennepplanten en/of 5880 hennepstekken in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 5880 hennepstekken en/of 479 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten);

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 14 augustus 2013 in de gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door één of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen

en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/700900-12

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Parketnummer 05/821704-13

feit 1: in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf bepleit. Verdachte heeft een baan in de zorg en als hij zes maanden de gevangenis in moet, is dat niet in het belang van de maatschappij.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het telen van hennep.

De rechtbank houdt rekening met het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, waarin is vermeld dat verdachte op 23 april 2015 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld wegens een Opiumwetdelict. Uit dit uittreksel blijkt dat de artikelen 22b en 63 van toepassing zijn.

Over verdachte is door de reclassering geen rapport uitgebracht. Ter zitting heeft hij verklaard een full-time baan te hebben, te kunnen rondkomen van zijn inkomen en nog schulden te hebben.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 183 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte al in verzekering gesteld is geweest, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank hem de maximale werkstraf van 240 uur opleggen. Hoewel de rechtbank meent dat het strafblad van verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, meent zij dat het gelet op het tijdsverloop in beide zaken niet langer opportuun is verdachte nog een gevangenisstraf te laten uitzitten. Wel hangt hem een forse voorwaardelijke gevangenisstraf boven het hoofd en zal hij de werkstraf moeten uitvoeren.

7a. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij Liander N.V. heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 2 van parketnummer 05/841704-13 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.152,47.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de vordering.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft als bijlage bij de vordering aangetroffen een brief van Liander van 20 augustus 2013, waarin [naam 4] aansprakelijk wordt gesteld voor het op het adres [adres 3] in Doetinchem omzeilen, aanpassen of anderszins manipuleren van de aansluiting en/of meetinrichting zonder toestemming van Liander, zoals geconstateerd op

14 augustus 2013. De rechtbank stelt vast dat de in deze brief omschreven kosten en de daarvoor opgevoerde bedragen overeenkomen met hetgeen in de vordering benadeelde partij is vermeld, met een totaalbedrag van € 4.152,47. Nu het de rechtbank niet duidelijk is of [naam 4] dit bedrag heeft betaald, zal zij Liander N.V. niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 27, 57, 63, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 183 (honderddrieëntachtig) dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 dat verdachte zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 verklaart de benadeelde partij Liander N.V. (parketnummer 05/841704-13) niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en

mr. M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juni 2016.

mr. Driessen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs ter zake parketnummer 05/700900-12 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Gelderland Midden, Unit Arnhem-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0785-2011141857-44, gesloten op 17 mei 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het bewijs ter zake parketnummer 05/821704-13 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] , brigadier van de politie, regio NO Gelderland, district Achterhoek, team Oude IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0642 2013110202, gesloten op 19 augustus 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aanhouding, pagina’s 49-51.

3 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina’s 19-23.

4 Proces-verbaal van aangifte door Liander, pagina’s 115-117.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 56-58.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 61-63.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 65.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 121-122.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 100-103.

10 Proces-verbaal, pagina’s 123-128.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 150.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 151.

13 Aangifte door Liander, pagina’s 236-238.

14 Proces-verbaal van verhoor van [naam 1] , pagina’s 231-233.

15 Proces-verbaal van verhoor van [naam 1] bij de rechter-commissaris, 22 december 2015.

16 Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina’s 198-199.

17 Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina’s 200-202.

18 Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina’s 203-204 en de foto van verdachte, pagina 206.

19 Proces-verbaal van verhoor van [naam 3] , pagina’s 225-228.

20 Proces-verbaal van verhoor van [naam 3] , pagina’s 229-230.