Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3351

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-06-2016
Datum publicatie
21-06-2016
Zaaknummer
05/720292-15 en 05/720053-16 (ttz.gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een verdachte, die op 1 december 2015 in Eerbeek onder andere een aantal politieagenten met een bijl heeft bedreigd, veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een terbeschikkingstelling onder voorwaarden.

Uit de over verdachte opgemaakte rapporten blijkt dat hij als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Verdachte is vaker veroordeeld voor geweldsmisdrijven tegen familieleden. Uit de rapporten blijkt dat het risico op herhaling van soortgelijke feiten groot is en dat verdachte een intensieve klinische behandeling nodig heeft om de kans op herhaling binnen aanvaardbare grenzen te krijgen. Eerdere begeleiding en behandeling binnen een ambulant kader en klinische opnames als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel zijn vroegtijdig afgebroken. De rechtbank volgt daarom het advies van de rapporteurs tot oplegging van de terbeschikkingstelling onder voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720292-15 en 05/720053-16 (ttz.gev.)

Datum uitspraak : 20 juni 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [woonplaats] ,

thans verblijvende in FPA Kompas te Wolfheze.

Raadsman: mr. C.E. [slachtoffer 3] , advocaat te Putten.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 maart 2016 en 6 juni 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/720292-15:

1.

hij op of omstreeks 01 december 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend zwaaiend met een bijl in zijn hand en/of een bijl boven zijn hoofd houdend op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] af gerend;

2.

hij op of omstreeks 01 december 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk en wederrechtelijk een deur van de Moskee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Islamitisch Centrum Eerbeek, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 01 december 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk en wederrechtelijk een scooter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Parketnummer 05/720053-16

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een (zak)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, voor die [slachtoffer 6] gestaan en/of voornoemd mes getoond en/of (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Als jullie niet met antwoorden komen, dan gaat er wat gebeuren" en/of "Of ik ga moorden of ik ben van de aardbodem weg. Dan hebben jullie allemaal rust", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding onderzoek

De politie kreeg op 1 december 2015 melding dat in Eerbeek een man met een hakbijl door de straat zou rennen en al schreeuwend ruzie zou zoeken met omstanders. Politieagenten zijn ter plaatse gegaan. Toen zij daar aankwamen kwam een man met een hakbijl op de politievoertuigen afrennen. De politieagenten zijn uitgestapt, hebben hun dienstwapens gepakt en op de man gericht. Op het moment dat zij wilden schieten gooide de man de bijl weg en werd de man aangehouden. Dit bleek de verdachte [verdachte] te zijn.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder parketnummer 05/720292-15 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 05/720053-16 ten laste gelegde feit.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de onder parketnummer 05/720292-15 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden. Zij heeft vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 05/720053-16 ten laste gelegde feit. Er is naar haar mening geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zijn nicht met een mes zou hebben bedreigd.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/720292-15 1

Met betrekking tot de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte, p. 27

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 30-31;

- het proces-verbaal van aangifte, p. 88-89;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.

Met betrekking tot feit 2:

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 1 december 2015 bij de moskee in Eerbeek is geweest. Hij ontkent dat hij met een bijl heeft geslagen op de deur van de moskee. Hij heeft wel met een bijl op een schutting geslagen.2

[naam 1] heeft aangifte gedaan namens Islamitische Stichting Nederland Eerbeek. Op 30 november 2015 heeft hij de moskee, die is gevestigd te Eerbeek, gemeente Brummen, afgesloten en in goede orde achtergelaten. Op 1 november 2015 werd hij gebeld door de wijkagent dat er een vernieling was gepleegd bij de moskee. Hij is naar de moskee gegaan en zag dat er in de toegangsdeur van de moskee diverse inkepingen waren ontstaan.3

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat er een camera is gericht op de toegangsdeur van de moskee. De camerabeelden die op 1 december 2015 zijn opgenomen zijn aan de politie beschikbaar gesteld en uitgekeken. De verbalisant heeft op de beelden gezien dat verdachte op 1 december 2015 aan kwam lopen met een bijl in zijn rechterhand. Hij sloeg daarmee op een scooter, liep hierna naar de toegangsdeur van de moskee en sloeg met de bijl op de toegangsdeur. Hij liep vervolgens de moskee in en kwam even later weer naar buiten. Hij sloeg vervolgens nog vijf keer met de bijl op de scooter en verdween uit beeld.4

De rechtbank is van oordeel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Parketnummer 05/720053-16 5

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 28 november 2015 naar de woning van zijn ouders te Eerbeek, gemeente Brummen, is gegaan. Hij was op dat moment in een verwarde toestand. Hij zag dat er familie in de woning aanwezig was, waaronder zijn nichtje. Toen hij de woning binnen ging had hij een mes in zijn handen. Hij was op dat moment boos.6

[slachtoffer 6] heeft aangifte gedaan van bedreiging. Zij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij op 28 november 2015 op bezoek was bij de ouders van verdachte. Op enig moment werd er hard op de ramen gebonkt. Verdachtes moeder zag in paniek dat verdachte er was. Zijzelf is opgestaan en naar verdachte toegelopen. Hij was erg agressief en uitte bedreigingen. Hij zei: ‘Als jullie niet met antwoorden komen gaat er wat gebeuren’. Hij liet een bruinachtig mes zien. Hij haalde deze uit zijn broekzak en wilde hen daarmee bang maken. Hij klapte het lemmet uit en zwaaide met het mes heen en weer. Zij voelde zich door hem bedreigd.7

[naam 2] is door de politie als getuige gehoord. Zij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij in de keuken was toen verdachte de woning binnenkwam. Zij heeft hem horen schreeuwen en dreigen.8

[naam 2] is door de politie als getuige gehoord. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat verdachte op 28 november 2015 al schreeuwend naar binnenkwam. Hij wilde geld hebben. Verdachte heeft schreeuwend tegen hem gezegd dat hij hem dood ging maken en aan het mes zou steken. Hij heeft ook een mes gezien in de hand van verdachte.9

Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 28 november 2015 de in de woning aanwezige personen heeft bedreigd en dat hij daarbij ook dreigend een mes heeft getoond en daarmee heeft gezwaaid. Dat daarvan alleen door [slachtoffer 6] aangifte is gedaan doet daaraan niets af. Het feit zoals aan verdachte ten laste is gelegd kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/720292-15:

1.

hij op of omstreeks 01 december 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend zwaaiend met een bijl in zijn hand en/of een bijl boven zijn hoofd houdend op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] af gerend;

2.

hij op of omstreeks 01 december 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk en wederrechtelijk een deur van de Moskee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Islamitisch Centrum Eerbeek, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 01 december 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk en wederrechtelijk een scooter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Parketnummer 05/720053-16

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Eerbeek, gemeente Brummen, [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een (zak)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, voor die [slachtoffer 6] gestaan en/of voornoemd mes getoond en/of (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Als jullie niet met antwoorden komen, dan gaat er wat gebeuren" en/of "Of ik ga moorden of ik ben van de aardbodem weg. Dan hebben jullie allemaal rust", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/720292-15:

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, gericht tegen vier personen;

Ten aanzien van de feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen;

Ten aanzien van de feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;

Parketnummer 05/720053-16

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Psychiater dr. T.W.D.P. van Os heeft verdachte onderzocht en daarvan verslag gedaan in een rapport van 23 februari 2016. De conclusie van deze psychiater luidt dat, indien er sprake is van een psychotische stoornis vanwege gebruik of onthouding van verslavende middelen, verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Indien er sprake is van een onderliggende psychotische stoornis zou verdachte als (geheel) ontoerekeningsvatbaar moeten worden beschouwd.

Psycholoog drs. W. Gaertner heeft verdachte onderzocht en daarvan verslag gedaan in een rapport van 22 februari 2016. De conclusie van deze psycholoog luidt dat verdachte in de zaak met parketnummer 05/720292-15 voor feit 1 in verminderde mate toerekeningsvatbaar en voor de feiten 2 en 3 enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

De conclusies van de rapporteurs over de mate van toerekeningsvatbaarheid zijn niet éénduidig. Op grond van de in bovengenoemde bewijsmiddelen beschreven handelingen van verdachte is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte ten tijde van zijn handelen niet ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken en dat verdachte dus niet als volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

De rechtbank concludeert uit de hiervoor besproken rapporten dat er bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en is van oordeel dat verdachte in enige mate als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Hoewel de rapporteurs het feit in de zaak met parketnummer 05/720053-16 niet in hun onderzoek hebben betrokken, ziet de rechtbank, gelet op de indruk die zij uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting van verdachte heeft gekregen, aanleiding om verdachte ook ten tijde en ten aanzien van het plegen van dat feit als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot

- een gevangenis voor de duur van 139 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- de maatregel van terbeschikkingstelling, onder te stellen voorwaarden betreffende het gedrag, zoals omschreven in het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van IrisZorg van 25 mei 2016.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte en zij zich kunnen vinden in de eis van de officier van justitie. Wel wordt verzocht om de geadviseerde bijzondere voorwaarde van opname in een instelling voor begeleid/beschermd wonen niet over te nemen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal zeer ernstige feiten. Hij verkeerde in de veronderstelling dat zijn familie informatie achterhield over zijn dochtertje. Hij is ongevraagd bij hen de woning binnengekomen en heeft daar zijn nicht verbaal en met een mes bedreigd. Een paar dagen later is hij met een hakbijl in zijn hand naar de winkel van zijn vader gegaan om wederom antwoord te krijgen op vragen die hij had. Hij is vervolgens woedend en met de hakbijl in zijn hand over straat gaan rennen en zocht ruzie met omstanders. Hij heeft ook een beschadiging en een vernieling gepleegd. Toen de politie ter plaatse kwam, is verdachte met de hakbijl in zijn hand en boven het hoofd houdend op de politie afgelopen. De situatie was voor de politieagenten zodanig bedreigend dat zij hun dienstwapens hebben getrokken en hebben overwogen verdachte neer te schieten. Dit alles heeft niet alleen op de direct betrokkenen, maar ook voor omstanders die het hebben zien gebeuren, veel indruk gemaakt.

Uit het dossier en met name het uittreksel justitiële documentatie komt naar voren dat verdachte eerder veroordeeld is wegens geweldsmisdrijven tegen familieleden. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

In voornoemde rapporten wordt geconcludeerd dat het risico op herhaling van soortgelijke feiten groot is. Verdachte heeft een intensieve behandeling nodig om de kans op herhaling binnen aanvaardbare grenzen te krijgen. Er wordt geadviseerd om verdachte de maateregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Dit maakt intensieve klinische behandeling binnen een forensisch psychiatrische kliniek mogelijk. Het is van belang dat verdachte in een dergelijke kliniek wordt opgenomen waarbij tegelijkertijd zowel verdachtes verslaving en zijn psychische stoornis behandeld kunnen worden. Zijn verslaving en stoornis hangen met elkaar samen en houden elkaar in stand. Een behandeling binnen een voorwaardelijk kader gekoppeld aan een gevangenisstraf wordt als niet afdoende beoordeeld, daar verdachte bij onttrekking niet in behandeling komt en slechts afgestraft wordt.

IrisZorg heeft op 25 mei 2016 een maatregelrapport uitgebracht. Daarin wordt het advies van de rapporteurs gevolgd dat verdachte een klinische behandeling dient te volgen. De reclassering schat de kans op onttrekking aan voorwaarden als groot in. In het verleden is gebleken dat begeleiding en behandeling binnen een ambulant kader niet haalbaar waren. Ook eerdere klinische opnames zijn vroegtijdig afgebroken omdat verdachte niet meer betrokken bleek.

De rechtbank zal de deskundigen volgen in hun advies en zij zal komen tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden. Daarnaast zal een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest worden opgelegd. De oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en de maatregel van TBS met voorwaarden doet naar het oordeel van het rechtbank enerzijds recht aan de grote ernst van de feiten, en houdt anderzijds rekening met de bijzondere problematiek van verdachte.

De rechtbank zal aldus de terbeschikkingstelling van verdachte bevelen nu:

- de bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;

- de veiligheid van anderen het opleggen van die maatregel eist.

Ter bescherming van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen zullen aan deze terbeschikkingstelling de voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde worden verbonden, zoals die hieronder in het dictum worden weergegeven. De belangrijkste voorwaarde luidt dat verdachte in forensisch psychiatrische afdeling (FPA) Kompas van Pro Persona in Wolfheze of een soortgelijke intramurale instelling behandeling dient te ondergaan.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar moeten worden verklaard. Zij overweegt hierbij dat de bescherming van de veiligheid en lichamelijke integriteit van personen dit vereist. De rechtbank acht van belang dat de noodzakelijke behandeling van verdachte niet wordt onderbroken.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/720292-12 onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 703,37.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het gevorderde bedrag naar haar mening toegewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat de vordering toegewezen kan worden. Zij heeft verzocht verdachte in de gelegenheid te stellen de schade in lage maandelijkse termijnen te voldoen.

Beoordeling door de rechtbank

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder parketnummer 05/720292-15 onder 3 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade – naar burgerlijk recht – aansprakelijk.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang 6 juni 2016, de datum waarop de zaak inhoudelijk is behandeld.

De wet biedt geen mogelijkheid aan de rechtbank om termijnbetaling toe te staan.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van voornoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 37a, 38, 38a, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 139 (éénhonderd negenendertig) dagen;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de terbeschikkingstelling van veroordeelde voor de duur van – behoudens verlenging – twee jaren en stelt voorts voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van veroordeelde:

  • -

    veroordeelde zal zich onthouden van het plegen van strafbare feiten;

  • -

    veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt ter inzage aan een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatielicht;

Meldplicht

- veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen en de afspraken die de reclassering IrisZorg hem geeft. Daartoe moet veroordeelde zich melden bij IrisZorg Reclassering Arnhem, Nieuwe Oeverstraat 65, of op telefoonnummer 088-6061311. Hierna moet veroordeelde zich gedurende door IrisZorg reclassering bepaalde perioden blijven melden zo frequent en zo lang als IrisZorg Reclassering gedurende deze perioden nodig acht. Huisbezoeken en urinecontroles kunnen deel uit maken van het reclasseringstoezicht;

Opname in zorginstelling – klinische behandeling

- veroordeelde wordt verplicht om zich, op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling, te laten opnemen in FPA Kompas (Pro Persona te Wolfheze) of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ en de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van de Dienst Justitiële Inrichtingen, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

Ambulante woonbegeleiding

- veroordeelde wordt verplicht mee te werken aan ambulante woonbegeleiding. Huisbezoeken kunnen daar deel van uit maken;

Behandelverplichting – ambulante behandeling

  • -

    veroordeelde wordt verplicht om zich aansluitend aan de klinische opname te laten behandelen voor zijn psychiatrische problematiek bij Kairos of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering. Hij zal zich daarbij houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    veroordeelde wordt verplicht om zich aansluitend aan de klinische opname ambulant te laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek bij de polikliniek van IrisZorg of een soortgelijke instelling, indien en zolang de reclassering dit nodig acht. Hierbij zal hij zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

Drugs en alcoholverbod

- veroordeelde wordt verboden om middelen te gebruiken, zolang de reclassering dat nodig acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van middelencontrole (urinecontroles en/of blaastesten);

Andere voorwaarden het gedrag betreffende

  • -

    veroordeelde zal de reclassering op de hoogte houden van de inhoud en voortgang van de behandeling;

  • -

    veroordeelde zal toestaan dat Reclassering IrisZorg door de behandelende instelling over de behandeling wordt ingelicht;

  • -

    veranderingen van woonsituatie, zoals een verhuizing, kan slechts na overleg en met goedkeuring van de reclassering plaatsvinden;

  • -

    veroordeelde zal zo veel mogelijk meewerken aan het invulling geven aan een zinvolle dagbesteding;

  • -

    veroordeelde dient in redelijkheid telefonisch bereikbaar te zijn voor de reclassering.

De rechtbank:

geeft opdracht aan Reclassering IrisZorg om veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 703,37 (zevenhonderddrie euro en zevenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2016, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag te betalen van 703,37 (zevenhonderddrie euro en zevenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2016, tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 14 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 heft op het – geschorste – bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. N.C. van Lookeren Campagne en mr. W. Roelink, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juni 2016.

Mr. Roelink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600‑2015586498-30, gesloten op 14 december 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.

3 Proces-verbaal van aangifte door [naam 1] , p. 80-81.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 84.

5 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016061211, gesloten op 5 februari 2016, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

6 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] , p. 3 en 4.

8 Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , p. 7

9 Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , p. 13 en 14