Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3350

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-04-2016
Datum publicatie
22-06-2016
Zaaknummer
C/05/289372 / HA RK 15-138, C/05/289373 / HA RK 15-139
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art. 3 Archiefwet en art. 36 Wet bescherming persoonsgegevens

Wetsverwijzingen
Archiefwet 1995
Archiefwet 1995 3
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet bescherming persoonsgegevens 36
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/324
JBP 2016/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/289372 / HA RK 15-138 en

C/05/289373 / HA RK 15-139

Beschikking van 25 april 2016

in de zaak met nummer 289372 /HA RK 15-138 van

[verzoekster] ,

wonende te Heerlen,

verzoekster,

advocaat mr. M.M. van Tol te Sittard,

Tegen

HET GERECHTSBESTUUR VAN HET GERECHTSHOF ‘S-HERTOGENBOSCH,

gevestigd te ’s-Hertogenbosch,

verweerster,

advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland te ‘s-Gravenhage,

en in de zaak met nummer 289373 / HA RK 15-139 van

[verzoekster] ,

wonende te Heerlen,

verzoekster.

advocaat mr. M.M. van Tol te Sittard,

tegen

HET GERECHTSBESTUUR VAN DE RECHTBANK LIMBURG,

gevestigd te Maastricht,

verweerster,

advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland.

Verzoekster wordt hierna [verzoekster] en verweersters worden afzonderlijk de rechtbank

Limburg en het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch en gezamenlijk het gerechtsbestuur genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

in beide zaken:

- het verzoekschrift

- de akte indiening nadere stukken en aanvulling verzoekschrift van 26 oktober 2015

- de brief van mr. Van Tol d.d. 17 februari 2016 met bijlage 14

- de stelbrief van mr. Van Graafeiland d.d. 5 februari 2016

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling op 11 april 2016. Verschenen zijn mevrouw [verzoekster]

voornoemd met mr. Van Tol voornoemd, de heer [naam] , archivaris van de

rechtbank Limburg, de heer mr. A.J. Anker, stafjurist bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch

en mr. Van Graafeiland voornoemd.

1.2.

Gezien de nauwe samenhang van de zaken en het feit dat beide zaken gezamenlijk

zijn behandeld ter zitting van 11 april 2016, zal de rechtbank in deze beschikking over beide

zaken beslissen.

2 De beoordeling

2.1.

Bij beschikking van 5 juli 2011 heeft de kinderrechter in de rechtbank Limburg de

dochter van [verzoekster] voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de Stichting

Bureau Jeugdzorg.

2.2.

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft die beschikking bij uitspraak van

21 december 2011 vernietigd en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot

ondertoezichtstelling alsnog afgewezen.

2.3.

[verzoekster] heeft de rechtbank Limburg op 13 maart 2015 en het gerechtshof

‘s-Hertogenbosch bij brief van 9 maart 2015 aangeschreven met het verzoek alle dossiers

van [verzoekster] en die van haar gezin uit het archief te verwijderen. [verzoekster] beroept zich hierbij

op de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Zij stelt dat de stukken een

negatief beeld van haar en haar gezin schetsen en vind het bezwaarlijk dat de informatie

raadpleegbaar blijft. Zij acht het niet in het belang van haar dochter dat de dossiers nog

langer worden bewaard. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft haar verzoek gemotiveerd

afgewezen.

2.4.

Het verzoek van [verzoekster] strekt ertoe dat de dossiers met betrekking tot deze

procedures uit de archieven worden verwijderd.

2.5.

Het gerechtsbestuur verzet zich tegen het verzoek. Het verst eer komt er in de kern

op neer dat het hier gaat om archiefbescheiden waarop de Archiefwet van toepassing is en

dat zij derhalve wettelijk verplicht is de dossiers te bewaren. Voorts wijst het

gerechtsbestuur erop dat artikel 8e Wbp van toepassing is; de stukken in de dossiers en de

daarin voorkomende persoonsgegevens van [verzoekster] en haar gezin zijn verzameld omdat dat

noodzakelijk was voor de uitoefening van de publieke taak van rechtbank en hof, namelijk

rechtspreken.

2.6.

Ter zitting heeft [verzoekster] aangegeven dat zij haar eerste verzoek met betrekking tot

het verstrekken van een volledig overzicht van de persoonsgegevens, intrekt.

2.7.

De rechtbank overweegt als volgt.

In artikel 3 Archiefwet 1995 is bepaald dat de overheidsorganen verplicht zijn de onder hen

berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te

bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking

komende archiefbescheiden.

Niet valt in te zien waarom het gerechtsbestuur in casu anders zou moeten handelen. De

rechtbank is van oordeel dat de dochter van [verzoekster] niet wordt geschaad door het bewaren

van de dossiers in de archieven. De dossiers circuleren niet; ze zijn in feite al verwijderd

door archivering. De dossiers bevinden zich uit het zicht van de actieve administratie en zijn

daardoor niet vrij raadpleegbaar. Degenen die wel inzage hebben, zijn professionals die een

geheimhoudingsplicht hebben uit hoofde van hun functie. Voorts geldt dat in zaken die

achter gesloten deuren worden behandeld, slechts geanonimiseerde afschriften van de

uitspraak worden verstrekt. Van andere tot het procesdossier behorende stukken wordt geen

afschrift of uittreksel aan derden verstrekt (art. 28 lid 3 Rv). [verzoekster] heeft niet aangegeven

op welke grond zij bang zou moeten zijn dat haar persoonsgegevens of die van haar familie

openbaar zouden worden. Bovendien geeft de wet voldoende waarborgen voor de

bescherming van de privacy van [verzoekster] en haar gezin.

2.8.

Voorts is nog van belang dat in artikel 36 Wbp is bepaald dat degene aan wie

overeenkomstig artikel 35 kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, de

verantwoordelijke kan verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te

schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de

verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wet anderszins in strijd met een

wettelijke voorschrift worden verwerkt.

Het gerechtsbestuur wijst er naar het oordeel van de rechtbank terecht op dat het feit dat het

gerechtshof ‘s-Hertogenbosch geen grond voor ondertoezichtstelling aanwezig heeft geacht,

niet kan leiden tot de conclusie dat daarom de verwerkte persoonsgegevens onjuist zijn.

Artikel 36 Wbp beoogt niet om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en

conclusies te verwijderen.

2.9.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.7 en 2.8 is overwogen, zullen de verzoeken

worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank

in de zaak niet nummer 289372 / HA RK 15-138:

wijst het verzoek af,

en in de zaak met nummer 289373 / HA RK 15-139:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op

25 april 2016.