Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3346

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-05-2016
Datum publicatie
21-06-2016
Zaaknummer
4379701
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst standplaats. Geen toestemming overname van de huurovereenkomst door dochter van huurders na antecedentenonderzoek. Geen sprake van toezegging verhuurder tot overname en gedogen van andere bewoner dan hoofdhuurder. (zie ook uitspraak eclinummer 2016:3347)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 4379701 \ CV EXPL 15-4320 \ 428 \ 858

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Nijmegen

zetelende te Nijmegen

gemachtigde mr. C.W.J. Raaimakers

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

tegen

1 [huurder sub 1]

2. [huurder sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

gemachtigde mr. K. Megens-van Mierlo

gedaagde partijen in conventie

eisende partijen in reconventie

Partijen worden hierna Gemeente Nijmegen en [huurder sub 1] en [huurder sub 2] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 september 2015 en de daarin genoemde processtukken

- de conclusie van antwoord in reconventie met producties

- de comparitie van partijen van 26 november 2015.

2 De feiten

2.1

Gemeente Nijmegen verhuurt de standplaats op het adres [adres] aan de ouders van [huurder sub 1] , de heer [naam vader] en mevrouw [moeder] (hierna: de ouders).

2.2

Bij brief van 7 juni 2013 heeft Gemeente Nijmegen aan [huurder sub 1] bericht dat uit haar administratie is gebleken dat [huurder sub 1] sinds 26 april 2006 woonachtig is aan het adres [adres] en dat haar ouders daar sinds 30 januari 2012 niet meer wonen.

In haar brief meldt Gemeente Nijmegen dat een wijziging tenaamstelling van het huurcontract onder voorwaarden mogelijk is, indien de ouders [huurder sub 1] en [huurder sub 2] schriftelijk voordragen als nieuwer huurder. Gemeente Nijmegen wijst er daarbij op dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] onder meer dienen te voldoen aan het toewijzingscriterium dat geen van beiden over de voorafgaande vijf jaar een strafblad heeft.

2.3

Gemeente Nijmegen, Politie Oost-Nederland en woonstichting Talis zijn op 25 juni 2014 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan, geldend voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017, die betrekking heeft op ‘het woonwagencentrum’ gelegen in de wijk [naam wijk] in [woonplaats] , waaronder ook de onderhavige standplaats valt. In de samenwerkingsovereenkomst is onder meer, voor zover hier van belang, het volgende bepaald.

“(…)

In dit gebied vindt aantoonbaar en bovengemiddeld overlast plaats, bestaande uit verstoring van de openbare orde, vernielingen, overlast aan omwonenden en criminele activiteiten. Dit kan in verband gebracht worden met bewoners aan wie hier in het verleden een woning of standplaats is toegewezen en/of hun bezoekers. Onder bewoners vallen ook gezinsleden, onderhuurders en dergelijke;

Politie wil samen met de Gemeente en Talis een samenwerkingsovereenkomst sluiten, met als doel: de invloed van crimineel gedrag op de veiligheid en leefbaarheid in het gebied van het woonwagencentrum terug te dringen door aspirant-huurders en personen die samen met aspirant-huurders zullen verblijven op de gehuurde standplaats of woning te screenen op strafrechtelijke antecedenten (m.n. in relatie tot diefstal, woninginbraak, heling, drugsgerelateerde delicten en fraude) en de Gemeente/Talis op grond van die screening een advies geven wat betreft de wenselijkheid van vestiging in dit gebied. Dit ter voorkoming van cumulatie van risicofactoren;

(…)

Indien sprake is van politiegegevens ten aanzien van een woningaanvrager, waarbij de Politie van oordeel is dat in het licht van de problematieken er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico, brengt zij een zogenaamd “negatief woonadvies politie” uit aan de Gemeente en Talis, zonder daarbij de onderliggende antecenten te vermelden.

(…)

Ten aanzien van de gegevensuitwisseling worden de volgende bepalingen in acht genomen:

(…)

6. In haar afweging over een positief dan wel negatief woonadvies baseert de Politie zich op bovengenoemde criminele antecedenten van de vijf voorafgaande jaren uit de politieregisters HKS en BVH.

(…)

9. Voor de motivatie van een negatief advies kan de aspirant-huurder zich wenden tot de adviserende politie-ambtenaar.

(…)”

2.4

De ouders hebben [huurder sub 1] en [huurder sub 2] bij brief van 13 juni 2013 voorgedragen als nieuwe huurders van de onderhavige standplaats.

2.5

In opdracht van Gemeente Nijmegen heeft de politie op 6 november 2014 een antecedentenonderzoek verricht. Op 22 januari 2015 schrijft de politie, voor zover hier van belang, onder meer het volgende.

“De heer [huurder sub 2] heeft de afgelopen 5 jaar 2 antecedenten op naam staan. Deze antecedenten vallen onder de relevante antecedenten zoals bedoeld in de samenwerkingsovereenkomst tussen de politie, Talis en de gemeente Nijmegen.”

2.6

Op 22 april 2015 schrijft Gemeente Nijmegen, voor zover hier van belang, onder meer het volgende aan [huurder sub 1] .

“De standplaats aan [adres] wordt gehuurd door uw vader, de heer [voorletter] . [huurder sub 1] . Medio 2013 hebben wij geconstateerd dat u met uw gezin deze standplaats bewoont en dat uw vader sinds 30 januari 2012 elders woonachtig is. De gemeente als verhuurder van de standplaats heeft hiervoor geen toestemming verleend.

De gemeente heeft u en uw partner, de heer [huurder sub 2] , de gelegenheid geboden om de standplaats te huren mits u voldoet aan de voorwaarden zoals de gemeente die stelt bij de verhuur van standplaatsen aan de [adres] . Deze voorwaarden zijn dat u inkomsten uit arbeid moet hebben en dat u en/of uw partner over de afgelopen 5 jaar geen antecedenten hebben.

Uit het antecedentenonderzoek is echter gebleken dat u en/of uw partner over de afgelopen 5 jaar antecedenten hebben. Dit betekent dat u niet in aanmerking komt voor huur van standplaats [adres] . De standplaats aan [adres] moet u met uw gezin verlaten.

De gemeente Nijmegen heeft verder begrepen dat u een inschrijftijd van 16 jaar heeft bij Entree en daarom snel andere woonruimte zult kunnen huren. In de woonkrant van Entree kunt u zien welke woonruimten te huur zijn. Aangezien u al geruime tijd de standplaats aan de [adres] bewoont krijgt u 4 maanden de tijd, vanaf dagtekening van deze brief, om vanuit deze standplaats andere huisvesting te vinden. Voorwaarde hierbij is echter wel dat u wekelijks reageert op tenminste twee woningen die te huur staan via de woonkrant Entree. Voor het geval u niet wekelijks op minstens twee woningen reageert dient u de standplaats [adres] direct te verlaten. Onmiddellijk nadat wij het uitblijven van uw reactie hebben geconstateerd zullen we maatregelen nemen om de standplaats te ontruimen voor zover u dat niet zelf hebt gedaan.”

2.7

Op 26 november 2015 is een comparitie van partijen gehouden als bepaald in het tussenvonnis van 18 september 2015. Het geschil tussen partijen is gelijktijdig behandeld met de zaak onder nummer 4447228 CV EXPL 15-4821 tussen Gemeente Nijmegen als eisende partij en de heer [voorletter] [huurder sub 1] en mevrouw [moeder] als gedaagde partijen.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1

Gemeente Nijmegen vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [huurder sub 1] en [huurder sub 2] veroordeelt:

1) om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de standplaats aan de [adres] te ontruimen met al de hunnen en al het hunne, die standplaats in goede staat geheel leeg en ontruimd conform de huurovereenkomst aan de gemeente op te leveren, de sleutels van de op die standplaats aanwezige berging aan de gemeente af te geven en die standplaats na de ontruiming ontruimd en verlaten te houden, met machtiging van de gemeente om die ontruiming en dat ontruimd en verlaten houden desnoods zelf op kosten van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] te bewerkstelligen, voor welke kosten [huurder sub 1] en [huurder sub 2] aansprakelijk zijn met gelasting van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] deze kosten alsdan aan de gemeente op eerste verzoek te voldoen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente;

2) tot betaling van een vergoeding van € 161,56 per maand of gedeelte daarvan voor de periode totdat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] volledig hebben voldaan aan het onder 1) bepaalde;

3) tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling, alsmede tot betaling van de nakosten ad € 131,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, met een bedrag van € 199,00 en de eventuele verdere executiekosten.

3.2

Gemeente Nijmegen baseert haar vordering op de vaststaande feiten en op de volgende, zakelijk weergegeven, stellingen.

Gemeente Nijmegen heeft medio 2013, tijdens een onderzoek naar tenaamstelling van huurovereenkomsten en daadwerkelijke bewoning, geconstateerd dat de ouders van [huurder sub 1] de standplaats aan de [adres] hebben verlaten en zonder toestemming van Gemeente Nijmegen volledig in gebruik hebben gegeven aan [huurder sub 1] en [huurder sub 2] . Nadat zij hiermee bekend is geworden, heeft Gemeente Nijmegen de ouders bij brief van 7 juni 2013 in de gelegenheid gesteld om [huurder sub 1] en [huurder sub 2] als nieuwe huurders voor te dragen, echter wel op de voorwaarden dat [huurder sub 1] en/of [huurder sub 2] een vast inkomen genieten en dat [huurder sub 1] en/of [huurder sub 2] in de laatste vijf jaar geen criminele antecedenten mogen hebben. De ouders van [huurder sub 1] hebben [huurder sub 1] en [huurder sub 2] als nieuwe huurders voorgedragen, maar aangezien uit daarop volgend politieonderzoek uit 2015 is gebleken dat [huurder sub 2] in de laatste vijf jaar twee antecedenten op zijn naam heeft staan, is Gemeente Nijmegen niet bereid een huurovereenkomst met [huurder sub 1] en [huurder sub 2] te sluiten. Gemeente Nijmegen heeft [huurder sub 1] en [huurder sub 2] op 22 april 2015 een termijn van vier maanden gegeven om de standplaats te verlaten, waaraan zij geen gehoor hebben gegeven. Nu de standplaats zonder recht of titel in gebruik is genomen door [huurder sub 1] en [huurder sub 2] , en zij de standplaats nog immer niet hebben verlaten, vordert Gemeente Nijmegen thans ontruiming van het verhuurde en betaling van een gebruiksvergoeding voor de periode dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] nog op de standplaats verblijven.

3.3

[huurder sub 1] en [huurder sub 2] voeren gemotiveerd verweer in conventie en vorderen, kort samengevat, in reconventie dat Gemeente Nijmegen wordt veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen bij de totstandkoming van een huurovereenkomst tussen partijen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag.

[huurder sub 1] en [huurder sub 2] leggen aan hun vordering ten grondslag dat Gemeente Nijmegen toezeggingen heeft gedaan over de indeplaatsstelling van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] en dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] op die toezeggingen hebben vertrouwd. Nu Gemeente Nijmegen haar toezeggingen niet is nagekomen, heeft zij onrechtmatig gehandeld.

3.4

Gemeente Nijmegen concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie, met veroordeling van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] , uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden tot aan de dag van volledig betaling en te vermeerderen met de na dit vonnis ontstane kosten.

3.5

Op het verweer van partijen in conventie en in reconventie gaat de kantonrechter hierna zo nodig in.

4 De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

4.1

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

4.2

[huurder sub 1] en [huurder sub 2] voeren, kort samengevat, aan dat [huurder sub 1] in 2005, nadat zij enkele jaren op zichzelf had gewoond, weer in het ouderlijk huis is gaan wonen en dat haar ouders hebben aangeboden om zelf elders te gaan wonen. [huurder sub 1] is vanaf juli 2005 de huur van de standplaats gaan betalen. [huurder sub 1] en [huurder sub 2] voeren verder aan dat [huurder sub 1] en haar vader reeds in 2005 Gemeente Nijmegen mondeling hebben verzocht om een indeplaatsstelling van [huurder sub 1] voor haar vader als huurder. Dat was door een mutatiestop toen niet mogelijk. De ouders van [huurder sub 1] hebben in 2006 een andere woning betrokken en [huurder sub 1] en [huurder sub 2] hebben hun intrek genomen in de nieuwe woonwagen die is gebouwd op de standplaats.

Volgens [huurder sub 1] en [huurder sub 2] is Gemeente Nijmegen vanaf begin af aan op de hoogte geweest van de woonsituatie van [huurder sub 1] , [huurder sub 2] en de ouders van [huurder sub 1] . Eerst bij brief van 7 juni 2013 heeft Gemeente Nijmegen laten weten dat de mutatiestop inmiddels was opgeheven en dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] op voordracht van de ouders de huurovereenkomst konden overnemen, echter wel onder voorwaarden, die volgens [huurder sub 1] en [huurder sub 2] nooit eerder ter sprake waren gekomen. Een medewerker van Gemeente Nijmegen heeft [huurder sub 1] en [huurder sub 2] in een e-mail bericht dat het antecedentenonderzoek betrekking zou hebben op woonzaken, verwezen wordt naar het e-mailbericht van 26 juni 2013 (productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie). [huurder sub 1] en [huurder sub 2] stellen zich dan ook primair op het standpunt dat Gemeente Nijmegen zich aan haar toezegging dient te houden en [huurder sub 1] en [huurder sub 2] een huurovereenkomst voor de standplaats dient aan te bieden.

Subsidiair beroepen [huurder sub 1] en [huurder sub 2] zich op de redelijkheid en billijkheid. Gemeente Nijmegen is van begin af aan op de hoogte geweest van de situatie en heeft gedoogd dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] op de standplaats woonden. Nu Gemeente Nijmegen nimmer heeft geprotesteerd noch heeft opgetreden tegen het verblijf van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] op de standplaats, mochten zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Gemeente Nijmegen akkoord was met de overname van de huurovereenkomst zodra de mutatiestop zou worden opgeheven. [huurder sub 1] en [huurder sub 2] voeren verder aan dat hun belang bij bewoning van de standplaats, alwaar zij al vele jaren wonen met hun kinderen, zwaarder weegt dan het belang van Gemeente Nijmegen bij ontruiming.

Meer subsidiair voeren [huurder sub 1] en [huurder sub 2] aan dat, gelet op de wederzijdse belangen, er sprake is van misbruik van eigendomsrecht dan wel misbruik van bevoegdheid.

4.3

De kantonrechter overweegt het volgende.

Dat Gemeente Nijmegen in 2005/2006 toezeggingen zou hebben gedaan ten aanzien van de overname van de huurovereenkomst en/of de bewoning van [huurder sub 1] in het gehuurde zou hebben gedoogd, is uitdrukkelijk betwist door Gemeente Nijmegen. Hiertegenover hebben [huurder sub 1] en [huurder sub 2] de door hun gestelde toezeggingen van Gemeente Nijmegen niet onderbouwd noch geconcretiseerd aan de hand van bijvoorbeeld namen en data. Naar het oordeel van de kantonrechter is van een toezegging van Gemeente Nijmegen dan ook geen sprake. Evenmin staat vast dat de verhuizing van de ouders naar [adres 2] vóór 30 januari 2012 bekend was bij de gemeente. Dat [huurder sub 1] per 26 april 2006 staat ingeschreven op het adres doet hieraan niet af. Uit de enkele inschrijving op een adres vloeit immers niet een contractsovername of ‘hoofdbewonerschap’ voort. Dat [huurder sub 1] vanaf juli 2005 de huur is gaan betalen leidt niet tot het oordeel dat de gemeente bekend had moeten zijn met de ‘hoofdbewoning’ door [huurder sub 1] en [huurder sub 2] . Ook is daarmee geen huurrelatie ontstaan. [huurder sub 1] en [huurder sub 2] mogen – gelet op hun stellingen – geacht worden bekend te zijn geweest met de mutatiestop. Door de huur te gaan betalen kan geen recht worden afgedwongen of gecreëerd, in weerwil van de mutatiestop.

4.4

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Gemeente Nijmegen voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat zij pas per medio 2013, althans kort voor verzending van de brief van 7 juni 2013, kennis heeft genomen van het feit dat [huurder sub 1] en haar gezin de woning aan de [adres] zonder recht of titel in gebruik hebben.

Desondanks heeft Gemeente Nijmegen bij voornoemde brief [huurder sub 1] en [huurder sub 2] de gelegenheid geboden de standplaats te huren, mits zij voldoen aan de voorwaarden dat zij inkomen uit arbeid hebben (of structureel een uitkering) en dat zij over de afgelopen vijf jaren geen strafblad hebben. De kantonrechter volgt Gemeente Nijmegen in haar standpunt dat zij [huurder sub 1] en [huurder sub 2] als nieuwe aspirant-huurders hebben aangemerkt. Gemeente Nijmegen stelt dat zij op grond van haar beleidsregels een antecedentenonderzoek heeft laten verrichten door de politie. Gemeente Nijmegen heeft onweersproken gesteld dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] op 21 oktober 2014 akkoord zijn gegaan met dit onderzoek.

Gemeente Nijmegen stelt verder dat uit het antecedentenonderzoek is gebleken dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] niet voldoen aan de toewijzingscriteria als genoemd in de brief van 7 juni 2013, nu [huurder sub 2] twee antecedenten op zijn naam heeft staan die dateren van de laatste vijf jaar voorafgaand aan het onderzoek.

[huurder sub 1] en [huurder sub 2] beroepen zich in dit verband op de bij e-mailbericht van 26 juni 2013 gedane uitlating van hun contactpersoon bij Gemeente Nijmegen dat voor acceptatie enkel antecedenten in relatie tot woonzaken van belang zijn. Zij voeren aan dat zij nooit strafbare feiten hebben gepleegd die verband houden met de huur van de standplaats.

Die uitlating is niet relevant. De politie heeft in haar bericht aan Gemeente Nijmegen gemeld dat de antecedenten vallen onder de relevante antecedenten als bedoeld in de samenwerkingsovereenkomst tussen de politie, Talis en Gemeente Nijmegen. Daarmee is, gelet op de strekking en de bewoordingen van de samenwerkingsovereenkomst, gegeven dat het gaat om antecedenten in relatie tot woonzaken (rechtsoverweging 2.3, tweede bullet). De e-mail geeft dan ook geen andere of verdergaande toezegging aan [huurder sub 1] en [huurder sub 2] dan de criteria die golden en zijn toegepast.

4.5

Uit het voorgaande volgt dat de verweren van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] verworpen worden en hun vorderingen in reconventie worden afgewezen. Van strijd met redelijkheid en billijkheid of misbruik van recht, welke verweren gegrond zijn op de hiervoor als onvoldoende onderbouwd geoordeelde stellingen, is evenmin sprake. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel.

De vordering tot ontruiming van de standplaats en de vordering tot betaling van de gebruiksvergoeding tot aan de datum van ontruiming wordt daarom toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding de termijn van ontruiming op vier weken na betekening van dit vonnis te stellen.

4.6

De door Gemeente Nijmegen gevorderde machtiging om de ontruiming zelf te doen uitvoeren wordt afgewezen, nu artikel 556 lid 1 Rv voorschrijft dat een gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging voor het inroepen van de hulp van de sterke arm. Die bevoegdheid ontleent hij rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.

4.7

[huurder sub 1] en [huurder sub 2] worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten dragen. De gevorderde nakosten (en de eventuele verdere executiekosten), zowel in conventie als in reconventie, zullen worden begroot op een totaalbedrag van € 100,00 zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1

veroordeelt [huurder sub 1] en [huurder sub 2] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de woning met alles wat van [huurder sub 1] en [huurder sub 2] is en ieder die bij [huurder sub 1] en [huurder sub 2] hoort, te verlaten en te ontruimen, verlaten en ontruimd te houden en de sleutels af te geven aan Gemeente Nijmegen;

5.2

veroordeelt [huurder sub 1] en [huurder sub 2] tot betaling van een bedrag van € 161,56 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [huurder sub 1] en [huurder sub 2] de woning in gebruik hebben tot aan de ontruiming;

5.3

veroordeelt [huurder sub 1] en [huurder sub 2] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Gemeente Nijmegen begroot op € 98,13 aan dagvaardingskosten, € 116,00 aan griffierecht, € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden tot aan de dag van volledig betaling, en € 100,00 aan nakosten, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.4

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.6

wijst de vordering af;

5.7

veroordeelt [huurder sub 1] en [huurder sub 2] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Gemeente Nijmegen begroot op € 150,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden tot aan de dag van volledig betaling;

5.8

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. H.C. Leemreize en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter mr. S.H. Bokx-Boom op