Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3345

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-06-2016
Datum publicatie
21-06-2016
Zaaknummer
05/880557-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 49-jarige vrouw uit Apeldoorn veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens verduistering en diefstallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880557-15

Datum uitspraak : 20 juni 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] , [woonplaats]

Raadsman: mr. W.L.M. Fleuren, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 april en 6 juni 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 november

2014 tot en met 11 november 2014 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een creditcard op naam van aangever

-een kentekenbewijs van een Fiat M1 AC(gekentekend [kenteken] )

-een vervoerspas van regiotaxi van aangever

-een viabuycreditcard op naam van aangever

-een SNS Bankpas op naam van aangever

-een ANWB-pas op naam van aangever

-een eiken sidetable

-3 (drie) tinnen blikjes

-een grote koperen kat

-een invalidenparkeerkaart

-2 (twee) spiegels

-een hoeveelheid (gouden) sieraden (te weten een

-een (pink)ring met diamant, een koningsketting, een paar gouden

manchetknopen met safier en diamanten, een gouden dasketting

-een hoeveelheid geld (te weten euro 550,-)

-een wit paard met vrouw (terrakotta)

-een navigatiesysteem, merk TomTom met oplader

-twee zwanen van Svarofski kristal

-een Fakkel(lamp), barokstijl

-een metalen tuinset (met bijbehorende kussens)

-een computer, merk Apple, type 20 inch, met windows software en toetsenbord

-4 (vier)(gouden) (merk)horloges

-een BK pannenset

-een I-phone, merk Apple, type 5

-een elektrische tandenborstel met 4 opzetborstels

-een huistelefoon, merk KPN

-een bronzen hoofd met marmeren voet

-4 (vier) paar merkschoenen

-een lange lederen jas, kleur beige (met bijpassende handschoenen)

-een zilveren bestek

-twee lederen jassen, kleur zwart

-een humidor

-een scheerapparaat, merk Phillips

-een blue rayspeler, merk panasonic

-6 (zes)kunstboeken van resp Rodin, Picasso, Michelangelo, Van Gogh, Gauguin

en Rietveld

-een boek van Anne Frank

-huissleutels van aangever

-een portefeuille/portemonnee

-leren riemen

-een grote hoeveelheid (dure) (merk)kleding (te weten 30(dertig), althans een

aantal overhemden, een groot aantal stropdassen, 10(tien), althans een aantal

pantalons in de kleuren blauw en zwart, 5(vijf) colberts

-een attachekoffer, merk Samsonite

-een leesbril, merk Tommy Hilfiger

, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte (incident 1,

PV pag. 1);

2.

zij op of omstreeks 07 november 2014 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning

(gelegen aan [adres 2] )

-doosje van mobiele telefoon(met pukcode)

-een adressenboekje

-een autosleutel van Renault

-een zwart lederen etui (met opschrift Segerink en Wolbers)

-2 (twee) huissleutels van aangeefster

-een regenpak

-yoghurtlepels

-een eierwekker

-2(twee) zilveren kopjes

-lepels

-kunstrozen

-snoeren van KPN

-plastic doosjes

-een zilveren bakje

-en rijbewijs van aangeefster,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte (incident 2, PV pag.

14);

3.

zij op of omstreeks 06 december 2014 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning(gelegen aan de [adres 3] )

heeft weggenomen

-een mobiele telefoon, merk Samsung, type Galaxy S5,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse

sleutel(te weten een huissleutel die verdachte van aangever kan gekregen toen

hij (aangever) ziek was) (incident 3, PV pag. 25);

4.

zij in of omstreeks 12 december 2014 tot en met 13 december 2014 te Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een

woning (gelegen aan de [adres 3] )

-een usb-stick (8 Gb), kleur zwart

-4 (vier) koper(kleurige)en (verzamel)munten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte (incident 4, PV pag. 29);

5.

zij in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 15 april 2015

te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-1 (een) rolstoel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of Gelre Ziekenhuizen (locatie Apeldoorn), in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte (incident 5, PV pag. 63);

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

zij in of omstreeks 1 september 2014 tot en met 15 april 2015 te Apeldoorn

opzettelijk een rolstoel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of Gelre Ziekenhuizen (locatie

Apeldoorn), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e)

goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener/vervoerder

van een patiënt naar haar, verdachtes, woning, onder zich had, wederrechtelijk

zich heeft toegeëigend.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht verdachte van het onder 4 en 5 primair tenlastegelegde vrij te spreken. De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 en 5 subsidiair tenlastegelegde. Tevens kan naar mening van de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden de diefstal van die goederen tenlastegelegd onder 1 en 2 waarvan de aangifte ondersteund wordt door hetzij het proces-verbaal van inbeslagname goederen, hetzij door de verklaring van getuige [getuige 1] .

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte geld had geleend aan [slachtoffer 1] voor de aanschaf van een auto en heeft zij dit geld niet teruggekregen. Dit zou reden zijn om een aantal spullen van [slachtoffer 1] mee naar huis te nemen ter genoegdoening.

Daarnaast heeft verdachte de Samsonite koffer van [slachtoffer 1] geleend. In deze koffer zaten weliswaar de aangetroffen documenten, maar daarvan had verdachte geen weet. Deze heeft verdachte zich dus niet wederrechtelijk toegeëigend waardoor dat deel van het tenlastegelegde niet bewezen kan worden.

De verdediging stelt dat de verklaring van getuige [getuige 1] onbetrouwbaar is omdat [getuige 1] vaak dronken was en hij en [slachtoffer 1] meermalen contact met elkaar hebben gehad, óók na 5 november 2014. Vanwege de onbetrouwbaarheid van de verklaring kan de diefstal van het bronzen hoofd en de sidetable niet worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte spullen uit de woning van [slachtoffer 2] heeft meegenomen onder regie van [getuige 1] waardoor verdachte mogelijk abusievelijk goederen van [slachtoffer 2] heeft meegenomen. Daardoor ontbreekt het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Ten aanzien van feit 3 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging vrijspraak bepleit nu de periode te onbepaald is. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de rolstoel de verantwoordelijkheid was van [slachtoffer 1] en dat verdachte geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehad.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Door [slachtoffer 1] is aangifte gedaan van diefstal in de periode 3 november 2014 tot en met 11 november 2014. Hierbij is een groot aantal goederen uit zijn woning in Apeldoorn weggenomen, waarvoor hij geen toestemming heeft gegeven. Hierbij heeft [slachtoffer 1] aangegeven dat [verdachte 1] in zijn woning verbleef en beetje bij beetje zijn goederen afpakte.2

Verdachte heeft verklaard de volgende goederen uit de woning van [slachtoffer 1] te hebben meegenomen:

  • -

    een terracotta beeld van een paard;

  • -

    Swarovski zwanen;

  • -

    een fakkellamp;

  • -

    een huistelefoon;

  • -

    de sleutels van [slachtoffer 1] ;

  • -

    kleding van [slachtoffer 1] (een groot aantal overhemden, stropdassen ) .

Verdachte heeft verklaard deze spullen zonder toestemming te hebben meegenomen omdat zij nog een geldbedrag van [slachtoffer 1] kreeg.3 [slachtoffer 1] heeft aangegeven dat deze goederen uit zijn woning zijn verdwenen.4 De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze goederen heeft gestolen.

Verdachte heeft tevens verklaard de volgende goederen van [slachtoffer 1] in haar bezit te hebben:

  • -

    drie tinnen blikjes;

  • -

    koperen kat;

  • -

    eiken sidetable.5

[slachtoffer 1] heeft aangegeven dat deze goederen uit zijn woning zijn weggenomen.6 Verdachte heeft over de wijze van verkrijgen van deze goederen wisselend verklaard. In eerste instantie heeft zij aangegeven de tafel, de blikjes en de koperen kat te hebben gekregen van [slachtoffer 1] . Daarna heeft zij verklaard de koperen kat niet in haar bezit te hebben en tot slot heeft zij verklaard dat de tinnen blikjes en de koperen kat door de zus van [slachtoffer 1] in een doos zijn gedaan en daardoor bij haar terecht zijn gekomen. De rechtbank acht de verklaring dat zij de goederen heeft gekregen van [slachtoffer 1] , al dan niet via zijn zus onaannemelijk. Immers, deze stelling van verdachte wordt op geen enkele wijze ondersteund terwijl wel door [slachtoffer 1] aangifte van diefstal is gedaan, hetgeen juist inhoudt dat verdachte deze goederen zonder toestemming onder zich had. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte ook deze goederen zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

In de woning van verdachte zijn tijdens een doorzoeking onder andere de volgende goederen aangetroffen:

  • -

    invalideparkeerkaart op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    creditcard op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    vervoerspas Regiotaxi op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    ViaBuy creditcard op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    bankpas SNS op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    ANWB-pas op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    kentekenbewijs van een Fiat M1C (gekentekend [kenteken] );

  • -

    Samsonite koffer.7

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat deze goederen uit zijn woning zijn weggenomen.8 Verdachte heeft verklaard dat zij de koffer van [slachtoffer 1] mocht lenen. Verdachte heeft verklaard dat zij niets wist dat alle pasjes en papieren van [slachtoffer 1] in de koffer zaten, omdat zij deze niet heeft gezien. De papieren en pasjes zaten achter een klep, die zij nooit heeft geopend. De rechtbank acht het onaannemelijk dat [slachtoffer 1] al zijn belangrijke documenten en pasjes in een koffer zou bewaren en, indien dit al het geval zou zijn, dat hij deze koffer met deze documenten en pasjes zou uitlenen aan verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de documenten, de pasjes en de koffer zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Getuige [getuige 1] heeft op 5 en 6 november 2014 in de woning van verdachte een aantal goederen zien staan die hij herkende als goederen die hij eerder in de woning van [slachtoffer 1] heeft gezien. Hier heeft [getuige 1] onder andere een bronzen hoofd met marmeren voet en broeken gezien, evenals een groot aantal stropdassen en een aantal overhemden.9 De rechtbank merkt op dat verdachte heeft bekend de stropdassen en overhemden van [slachtoffer 1] te hebben meegenomen.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat dit beeld en de kleding uit zijn woning zijn weggenomen.10

Betrouwbaarheid verklaring [getuige 1]

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [getuige 1] onbetrouwbaar is nu het mogelijk is dat [getuige 1] samenspant met [slachtoffer 1] omdat zij intensief contact hadden. Daarnaast was [getuige 1] vaak dronken en waardoor hij geen zuivere waarnemingen kon doen.

De rechtbank merkt op dat de verklaring van [getuige 1] wordt ondersteund door de aangifte van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft immers aangegeven dat goederen uit zijn woning zijn weggenomen en [getuige 1] heeft ook de goederen waarvan verdachte bekent ze te hebben gestolen, in de woning van verdachte zien liggen. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [getuige 1] . Het betrouwbaarheidsverweer wordt verworpen.

De rechtbank heeft op basis van het voorgaande de overtuiging bekomen dat verdachte het uit de woning van [slachtoffer 1] gestolen bronzen hoofd en broeken in haar woning heeft gehad. Verdachte geeft hiervoor geen aannemelijke verklaring. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte dit beeld zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Conclusie

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte de hierna genoemde goederen heeft gestolen en acht het onder 1 tenlastegelegde ten aanzien van die goederen wettig en overtuigend bewezen:

  • -

    een terracotta beeld van een paard;

  • -

    Swarovski zwanen;

  • -

    een fakkellamp;

  • -

    een huistelefoon;

  • -

    de sleutels van [slachtoffer 1] ;

  • -

    kleding van [slachtoffer 1] (een groot aantal overhemden, stropdassen en broeken).

  • -

    invalideparkeerkaart op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    creditcard op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    vervoerspas Regiotaxi op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    ViaBuy creditcard op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    bankpas SNS op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    ANWB-pas op de naam van [slachtoffer 1] ;

  • -

    kentekenbewijs van een Fiat M1C (gekentekend [kenteken] );

  • -

    Samsonite koffer.

  • -

    een bronzen hoofd met marmeren voet

  • -

    drie tinnen blikjes;

  • -

    koperen kat;

  • -

    eiken sidetable.

Ten aanzien van de andere in de tenlastelegging genoemde goederen is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze goederen heeft gestolen nu – naast de verklaring van [slachtoffer 1] – zich in het dossier geen ander bewijsmiddelen bevinden die deze aangifte ondersteunen. De rechtbank zal verdachte dan ook van dat deel van het tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2

Door [slachtoffer 2] is aangifte gedaan van diefstal, gepleegd op 7 november 2014. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat op die dag [getuige 1] samen met een onbekende man en vrouw de spullen van [getuige 1] uit haar woning aan [adres 2] in Klarenbeek kwam ophalen. Op enig moment zag [slachtoffer 2] dat de vrouw in haar woonkamer was en in lades aan het zoeken was. Hieruit pakte de vrouw een bruine portemonnee en stopte deze in haar tas. In deze portemonnee zat het rijbewijs van [slachtoffer 2] en een autosleutel. Later heeft [slachtoffer 2] gemerkt dat er nog een aantal goederen uit haar woonkamer is weggenomen, waarvoor zij geen toestemming heeft gegeven.11

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 7 november 2014 samen met verdachte en [getuige 2] naar het huis van [slachtoffer 2] is gegaan om spullen op te halen.12 Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte in de woonkamer in allerlei kastjes en lades keek en een vaasje van tafel pakte en deze in haar eigen tas stopte.13

Getuige [getuige 1] heeft voorts verklaard dat verdachte hem op 8 november 2014 een sleutel liet zien en zei dat die sleutel van de woning van [slachtoffer 2] was. Nadat [slachtoffer 2] op 10 november 2014 tegen [getuige 1] had gezegd goederen te missen uit haar woning, zag [getuige 1] twee zilveren kopjes in de woning van verdachte. Eerder zag [getuige 1] identieke zilveren kopjes in de woning van [slachtoffer 2] .14 [slachtoffer 2] heeft aangegeven dat twee zilveren kopjes uit haar woning zijn weggenomen.15

In de woning van verdachte is daarnaast tijdens een doorzoeking onder andere een doosje van een mobiele telefoon aangetroffen.16

In het proces-verbaal van ontvangst is opgenomen dat de volgende goederen zijn teruggegeven aan [slachtoffer 2] :

  • -

    autosleutel Renault;

  • -

    twee sleutels;

  • -

    zwart lederen etui ‘Segerink & Wolbers’

  • -

    rijbewijs op naam van [slachtoffer 2] .17

Bovengenoemde goederen zijn niet opgenomen in de lijst met de tijdens de doorzoeking inbeslaggenomen goederen uit de woning van verdachte. De rechtbank gaat er echter van uit dat deze goederen tevens tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte zijn aangetroffen en dientengevolge later aan [slachtoffer 2] zijn teruggegeven.

[slachtoffer 2] heeft aangegeven dat de tijdens de doorzoeking aangetroffen goederen en de aan haar teruggegeven goederen uit haar woning zijn weggenomen.18

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat een deel van de door [slachtoffer 2] aangegeven weggenomen goederen in de woning van verdachte zijn aangetroffen. Verdachte heeft verklaard enkel de sleutel en het rijbewijs te hebben gehad maar niet te hebben geweten dat die van [slachtoffer 2] waren. Daarnaast verklaart verdachte dat zij op instructies van [getuige 1] goederen uit de woning heeft meegenomen. Deze verklaringen acht de rechtbank onaannemelijk. Zowel [slachtoffer 2] als [getuige 2] hebben verklaard dat verdachte in de laadjes in de woonkamer van [slachtoffer 2] heeft gekeken en spullen heeft gepakt. De rechtbank merkt hierbij op dat verdachte zelf ter terechtzitting heeft verklaard dat [getuige 1] in zijn eigen kamer aan het opruimen was en dat dit een andere kamer betreft dan de woonkamer waar verdachte aan het opruimen was. Nergens blijkt uit dat verdachte op instructies van [getuige 1] handelde of dat zij toestemming had om in de laadjes in de woonkamer van [slachtoffer 2] te zoeken en spullen uit de woonkamer mee te nemen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de hierna genoemde goederen zich wederrechtelijk heeft toegeëigend en acht het onder 2 tenlastegelegde ten aanzien van deze goederen wettig en overtuigend bewezen:

  • -

    een doosje van een mobiele telefoon

  • -

    twee zilveren kopjes

  • -

    autosleutel Renault;

  • -

    twee sleutels;

  • -

    zwart lederen etui ‘Segerink & Wolbers’

  • -

    rijbewijs op naam van [slachtoffer 2] .

Ten aanzien van de andere in de tenlastelegging genoemde goederen is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze goederen heeft gestolen nu – naast de verklaring van [slachtoffer 2] – zich geen andere bewijsmiddelen in het dossier bevinden die deze aangifte ondersteunen. De rechtbank zal verdachte dan ook van dat deel van het tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 25-26;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.

Ten aanzien van feit 4

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een usb-stick en vier koperen verzamelmunten van [slachtoffer 3] heeft gestolen nu zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt die de aangifte van [slachtoffer 3] ondersteunen. De rechtbank zal verdachte dan ook van het onder 4 tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 5

Periode tenlastelegging

De verdediging heeft aangevoerd dat de periode in de dagvaarding te onbepaald is en dat daarom verdachte zou moeten worden vrijgesproken.

De dagvaarding behelst een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met de vermelding omstreeks welke tijd en waar het begaan zou zijn. Het is van belang dat voor verdachte geen onduidelijkheid bestaat over de vraag voor welk voorval zij moet terecht staan, zodat duidelijk is waartegen zij zich moet verdedigen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het de rechtbank duidelijk geworden dat verdachte heel goed heeft begrepen op welk voorval en welke periode de tenlastelegging betrekking heeft. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman, nog daargelaten of de conclusie van de raadsman wel gevolgd had kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Namens het Gelre ziekenhuis is aangifte gedaan van diefstal van een rolstoel. Dit betreft een rolstoel met daarop een bordje met de tekst: “Gelre ziekenhuizen locatie Apeldoorn. De rolstoel graag na gebruik terug in de standplaats. Dank u!”. Het is niet toegestaan deze rolstoelen mee naar huis te nemen.19

Verdachte heeft verklaard deze rolstoel eind oktober of begin november 2014 te hebben meegenomen uit het ziekenhuis. [slachtoffer 1] zat in deze rolstoel en zij gingen samen met een rolstoeltaxi naar de woning van verdachte. De rolstoel is daarna in de schuur van verdachte gezet. Het was volgens verdachte de bedoeling de rolstoel de volgende keer mee te nemen naar het ziekenhuis, maar daar is het nooit van gekomen.20

De rechtbank concludeert dat verdachte de rolstoel kennelijk kortstondig heeft willen lenen van het ziekenhuis om [slachtoffer 1] thuis te brengen. Deze rolstoel heeft verdachte echter vanaf oktober/november 2014 tot april 2015 in haar schuur laten staan. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aldus zich heeft gedragen als degene die als enige kon beschikken over deze rolstoel. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is wederrechtelijke toe-eigening, zodat het subsidiair tenlastegelegde bewezen is. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 november

2014 tot en met 11 november 2014 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een creditcard op naam van [slachtoffer 1]

-een kentekenbewijs van een Fiat M1 AC (gekentekend [kenteken] )

-een vervoerspas van regiotaxi op naam van [slachtoffer 1]

-een ViaBuy creditcard op naam van [slachtoffer 1]

-een SNS Bankpas op naam van [slachtoffer 1]

-een ANWB-pas op naam van [slachtoffer 1]

-een eiken sidetable

-3 (drie) tinnen blikjes

-een grote koperen kat

-een invalidenparkeerkaart

-2 (twee) spiegels

-een hoeveelheid (gouden) sieraden (te weten een

-een (pink)ring met diamant, een koningsketting, een paar gouden

manchetknopen met safier en diamanten, een gouden dasketting

-een hoeveelheid geld (teweten euro 550,-)

-een wit paard met vrouw (terrakotta)

-een navigatiesysteem, merk TomTom met oplader

-twee zwanen van Swarovski kristal

-een Fakkel(lamp), barokstijl

-een metalen tuinset (met bijbehorende kussens)

-een computer, merk Apple, type 20 inch, met windows software en toetsenbord

-4 (vier)(gouden) (merk)horloges

-een BK pannenset

-een I-phone, merk Apple, type 5

-een elektrische tandenborstel met 4 opzetborstels

-een huistelefoon, merk KPN

-een bronzen hoofd met marmeren voet

-4 (vier) paar merkschoenen

-een lange lederen jas, kleur beige (met bijpassende handscshoenen)

-een zilveren bestek

-twee lederen jassen, kleur zwart

-een humidor

-een scheerapparaat, merk Phillips

-een blue rayspeler, merk panasonic

-6 (zes)kunstboeken van resp Rodin, Picasso, Michelangelo, Van Gogh, Gauguin

en Rietveld

-een boek van Anne Frank

-huissleutels

-een portefeuille/portemonnee

-leren riemen

-een grote hoeveelheid (dure) (merk)kleding (te weten 30(dertig), althans een

aantal overhemden, een groot aantal stropdassen, 10(tien), althans een aantal

pantalons in de kleuren blauw en zwart, 5(vijf) colberts

-een attachekoffer, merk Samsonite

-een leesbril, merk Tommy Hilfiger

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op of omstreeks 07 november 2014 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning

(gelegen aan [adres 2] )

-doosje van mobiele telefoon(met pukcode)

-een adressenboekje

-een autosleutel van Renault

-een zwart lederen etui (met opschrift Segerink en Wolbers)

-2 (twee) huissleutels

-een regenpak

-yoghurtlepels

-een eierwekker

-2 (twee) zilveren kopjes

-lepels

-kunstrozen

-snoeren van KPN

-plastic doosjes

-een zilveren bakje

-een rijbewijs

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij op of omstreeks 06 december 2014 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning(gelegen aan de [adres 3] )

heeft weggenomen

-een mobiele telefoon, merk Samsung, type Galaxy S5,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse

sleutel (te weten een huissleutel die verdachte van die [slachtoffer 3] had gekregen toen

hij ( [slachtoffer 3] ) ziek was);

5, subsidiair.

zij in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 15 april 2015 te Apeldoorn

opzettelijk een rolstoel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of Gelre Ziekenhuizen (locatie

Apeldoorn), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener/vervoerder

van een patiënt naar haar, verdachtes, woning, onder zich had, wederrechtelijk

zich heeft toegeëigend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 telkens:

Diefstal

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

Ten aanzien van feit 5, subsidiair:

Verduistering

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 5 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 60 uren werkstraf en voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een gedragsinterventie en een alcoholcontrole.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat het oudere feiten betreft en dat verdachte geen contact meer heeft met de aangevers. Verdachte heeft geprobeerd haar leven een nieuwe wending te geven. Verdachte staat onder bewind en dat gaat goed. Daarnaast is verdachte is kwetsbaar en heeft zij het gevoel dat mensen misbruik van haar maken. De verdediging heeft daarom verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf met een proeftijd voor de duur van 1 of 2 jaar en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd door de reclassering. Subsidiair heeft de verdediging verzocht, indien de rechtbank van oordeel is dat een (deels) onvoorwaardelijke straf dient te volgen, verdachte een (deels) onvoorwaardelijke werkstaf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 26 april 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 13 april 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan een verduistering en drie diefstallen waarbij in totaal veel eigendommen van anderen door haar werden meegenomen. Dergelijke vermogensdelicten zijn in het algemeen al ernstige strafbare feiten maar verdachte heeft twee van deze diefstallen ook nog eens begaan bij mensen die zich in een kwetsbare positie bevonden en tot wie zij in een vertrouwensrelatie stond. Eén van de slachtoffers lag in het ziekenhuis op het moment dat verdachte – uit gevoelens van wraak – spullen uit zijn woning heeft meegenomen. Daarbij heeft zij ook spullen van louter emotionele waarde meegenomen. Daarnaast heeft verdachte in de woning van een voor haar onbekende lades doorzocht en spullen meegenomen. Het slachtoffer hiervan heeft verklaard dat zij zich beroofd heeft gevoeld en dat acht de rechtbank niet onbegrijpelijk. Verdachte heeft op een zeer brutale wijze gehandeld en probeert de schijn te wekken dat niet anderen maar juist zij het slachtoffer is. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat zij misbruik heeft gemaakt van het in haar gestelde vertrouwen. Ook heeft zij op geen enkele wijze berouw getoond voor haar daden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan de ernst van de feiten en dat in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn.

De rechtbank houdt echter ook rekening met het feit dat de delicten al enige tijd geleden zijn gepleegd en dat verdachte haar leven lijkt te hebben herpakt. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte zowel op financieel gebied als op sociaal gebied ondersteund wordt en dat meer rust in haar leven lijkt te zijn gekomen. Verdachte is echter emotioneel instabiel, heeft verslavingsgevoeligheden en beperkte copingvaardigheden. Verdachte heeft daarnaast een zeer beperkt steunsysteem. De reclassering adviseert dan ook reclasseringstoezicht, een CoVa-training, alcoholcontroles en indien nodig een ambulante behandeling. De rechtbank begrijpt van verdachte dat deze behandeling is gericht op haar psychische problemen.

Gelet op de ernst van de feiten en de houding van verdachte ziet de rechtbank aanleiding om een hogere straf op te leggen dan is geëist door de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat de oplegging van een forse voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Aan deze voorwaardelijke straf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden van een meldplicht, een Co-Va-training en indien de reclassering dat noodzakelijk acht een ambulante behandeling en alcoholcontroles. Hieraan verbindt de rechtbank een proeftijd van drie jaar. Naast deze voorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank een forse werkstraf passend.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 14.119,99 waarvan

€ 400,- wegens immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het bedrag van € 756,99, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat alle aangetroffen goederen zijn teruggegeven aan de benadeelde partij. Daarnaast ontbreekt van een groot aantal kostbare goederen de onderbouwing van de waarde van deze goederen. Tot slot is er volgens de verdediging geen reden voor vergoeding van de immateriële schade.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het met betrekking tot feit 1 bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Sidetable, koperen kat

De benadeelde partij heeft schadevergoeding gevorderd voor de gestolen sidetable en koperen kat. De hoogte van deze schade is niet door de benadeelde partij onderbouwd. De rechtbank heeft te weinig informatie over deze goederen om de waarde hiervan te schatten. De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden in dit deel van zijn vordering, nu de behandeling van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Sleutels woning

De benadeelde partij heeft vergoeding van het vervangen van de sloten gevorderd. Verdachte heeft beschikt over de huissleutels van de benadeelde partij en verdachte heeft veel goederen uit zijn woning weggenomen. De rechtbank acht aannemelijk dat de benadeelde partij de vrees koestert dat verdachte kopieën van die huissleutels heeft gemaakt en daar misbruik van zou kunnen maken. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat er een voldoende verband is tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde. Nu de schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd (uit de stukken blijkt dat benadeelde partij zelf het gevorderde bedrag moest betalen), kan de vordering tot een bedrag van € 356,99 worden toegewezen.

Overige goederen

Ten aanzien van de overige goederen zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, nu de rechtbank voor een bewezenverklaring betreffende die goederen onvoldoende overtuigend bewijs heeft aangetroffen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onder andere recht op vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade indien de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of indien de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van aantasting in persoon moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of fundamenteel recht. Hoe zeer de rechtbank ook begrijpt dat het feit impact heeft gehad op de benadeelde partij, toch dient dergelijke schade met stukken te zijn onderbouwd. Nu een dergelijke onderbouwing ontbreekt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in dit deel van zijn vordering.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 3 november 2014.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 57, 310, 311 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald, te weten:

- de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  3. zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

4. zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij Reclassering Nederland locatie Zutphen of Apeldoorn en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

5. deel neemt aan de GI-RN Cognitieve vaardigheden training;

6. zich onder behandeling zal stellen van een forensische psychiatrische polikliniek, indien en voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

7. zich verplicht mee te werken aan controles op alcohol- of middelengebruik door middel urineonderzoek, indien de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 veroordeelt verdachte voorts tot:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1] , te betalen € 356,99 (driehonderd zesenvijftig euro en negenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer aan [slachtoffer 1] , te betalen € 356,99 (driehonderd zesenvijftig euro en negenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. J. Barrau en mr. H.C.M. Snellen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G.A. Luijckx, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juni 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015215641, gesloten op 11 juni 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 1-2.

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 juni 2016.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4.

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 juni 2016.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 1-2; proces-verbaal van bevindingen, p. 4.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 42.

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 1-2; proces-verbaal van bevindingen, p. 4.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 12.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 1-2; proces-verbaal van bevindingen, p. 4.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 14-16.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 19.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 23.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 20.

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 15.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 42.

17 Proces-verbaal van ontvangst, p. 46.

18 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 15.

19 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] namens Gelre Ziekenhuis, p. 63.

20 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 juni 2016.