Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:3144

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-06-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 621
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

LFNP. Toelage bezwarende functie (TBF). Met de uitbetaling van TBF in juni 2015 dan wel de weigering daarvan hebben politieambtenaren voor het eerst een besluit ontvangen waarbij de status van de aan hen toegekende LFNP functie is toegekend. Artikel 4:6 Awb is niet van toepassing. De functie Generalist Intelligence is geen functie ter uitvoering van de politietaak en is in het Besluit aanwijzing van Administratief-Technische functies als slijtende functies binnen het LFNP van 3 december 2015 niet aangewezen als slijtende ATH-functie. Beroep op gelijksbeginsel faalt. Geen recht op TBF.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: 16/621

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] , wonende te [woonplaats] eiseres

(gemachtigde: mr. H. Oosting),

en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 14 juli 2015 bezwaar gemaakt tegen het ontbreken van een toelage bezwarende functie (TBF) op haar salarisstrook van juni 2015.

Bij besluit van 21 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft het bezwaarschrift van eiseres tevens aangemerkt als een verzoek om eiseres met ingang van 1 januari 2010 TBF uit te betalen, alsmede als een verzoek om haar aanstelling te wijzigen in een aanstelling ter uitvoering van de politietaak. Verweerder heeft op deze verzoeken afwijzend beslist.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarbij is conform tussen partijen gemaakte afspraken verzocht om rechtstreeks beroep voor zover afwijzend op de verzoeken is beslist.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en mr. M. Wegerif. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A.M. Bot en mevrouw mr. E. Sedighi.

Overwegingen

1.1

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1.2

Eiseres is werkzaam als Medewerker Infodesk A, schaal 7. Dit is een ATH-functie (functie ter uitvoering van administratieve, technische en andere taken ten dienste van de politie) die niet als slijtend is aangewezen, zodat aan deze functie geen recht op TBF is verbonden. Eiseres is in het kader van de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) overgegaan naar de LFNP functie Generalist Intelligence in het domein Uitvoering en het vakgebied Intelligence, schaal 7.

1.3

In het Georganiseerd Overleg Politieambtenarenzaken (GOP) van 10 november 2011 is de status van alle LFNP functies vastgesteld, te weten ‘ter uitvoering van de politietaak’, ‘ATH (slijtend)’ of ‘ATH (niet slijtend)’, en is afgesproken dat in het systeem van het LFNP de status van de functie integraal onderdeel uitmaakt van de functiebeschrijving. De status van alle LFNP functies is vastgelegd in een zogeheten koppeldocument (laatste versie is van 15 april 2013).

1.4

Bij brief van 16 december 2014 is iedere politieambtenaar geïnformeerd over de afwikkeling van financiële aanspraken als gevolg van het LFNP besluit. In de bijlage van deze brief staat dat de TBF nog niet is betaald aan hen die door de matching voor het eerst recht op TBF krijgen en dat dit de ATH-medewerkers betreft die op een zogenaamde slijtende of executieve LFNP functie zijn gematcht.

1.5

Bij brief van 18 juni 2015 zijn alle medewerkers die in aanmerking komen voor TBF daarover geïnformeerd en is hun meegedeeld dat met de salarisbetaling van juni 2015 gestart wordt met de uitbetaling van TBF (met terugwerkende kracht). Deze medewerkers is bij de salarisbetaling van juni 2015 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010 TBF uitbetaald.

Weigering om eiseres TBF toe te kennen

2. Aan de weigering om eiseres TBF toe te kennen, heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiseres geen recht heeft op TBF, omdat haar functie van Generalist Intelligence een ATH-functie is en deze functie niet is aangewezen als slijtende ATH-functie.

3. Eiseres heeft aangevoerd dat de aan haar in de functie van Generalist Intelligence opdragen werkzaamheden worden verricht ter uitvoering van de politietaak zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, van de Politiewet 2012, zodat zij op grond van artikel 12c, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) recht heeft op TBF. Hiervoor is verwezen naar hetgeen in de LFNP-functiebeschrijving is omschreven als ‘Kern van de functie’ en de niveau-indicatoren met de daarbij behorende gezichtspunten. Eiseres is belast met de opsporing van strafbare feiten en heeft hiervoor opsporingsbevoegdheden nodig. Die bevoegdheden kunnen haar niet worden toegekend door haar aan te wijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). Gezien het gesloten stelsel van artikel 2 van de Politiewet 2012 en met verwijzing naar Kamerstukken van de Politiewet 1993 heeft eiseres dan ook een aanstelling ter uitvoering van de politietaak nodig. Uit het feit dat de functie van Generalist Intelligence in het vakgebied Intelligence en het domein Uitvoering is geplaatst, blijkt ook dat het gaat om een functie ter uitvoering van de politietaak.

4.1

De rechtbank stelt voorop dat aan de salarisspecificatie van eiseres van juni 2015 het besluit van verweerder ten grondslag ligt om eiseres geen TBF toe te kennen. Nu verweerder hierover geen separaat besluit heeft genomen, stond voor eiseres tegen haar salarisspecificatie van juni 2015 bezwaar en beroep open.

4.2

Ingevolge artikel 12c, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbp wordt aan politieambtenaren voor wie een salarisschaal geldt die lager is dan salarisschaal 12, een TBF toegekend, indien sprake is van een aanstelling voor de uitvoering van de politietaak.

4.3

Ingevolge artikel 3 van de Politiewet 2012 houdt de politietaak in het zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

4.4

De taak van eiseres houdt in dat zij zelfstandig intelligenceactiviteiten uitvoert, zoals nader omschreven in de LFNP-functiebeschrijving onder ‘Activiteiten en resultaten’. Eiseres houdt zich in hoofdzaak bezig met het digitaal verzamelen, valideren, vastleggen, archiveren en bewerken van gegevens. Eiseres beschikt niet over de bevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 (gebruik van geweld en vrijheidsbeperkende middelen en onderzoek aan de kleding van personen) en evenmin over een uniform en geweldsmiddelen (handboeien, wapenstok, pepperspray, vuurwapen, surveillancehond). Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat eiseres werkzaamheden ter uitvoering van de politietaak verricht. Dat de functie van Generalist Intelligence in het vakgebied Intelligence en het domein Uitvoering is geplaatst, betekent niet dat het gaat om een functie ter uitvoering van de politietaak. Ten slotte kan de rechtbank uit de Kamerstukken van de Politiewet 1993 niet afleiden dat een politieambtenaar niet als boa kan worden aangewezen.

4.5

Voor zover eiseres in dit verband heeft aangevoerd dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de status van de functie door middel van het koppeldocument onderdeel uitmaakt van de LFNP-functiebeschrijvingen, stelt de rechtbank vast dat verweerder dit standpunt niet (meer) inneemt. Verweerder heeft slechts gewezen op de zwaarwegende betekenis die moet worden toegekend aan de uitkomst van een onderhandelingsproces in het GOP. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat hij heeft berust in het oordeel van deze rechtbank in de uitspraak van 26 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7366, dat de aanwijzing als (ATH-)functie waaraan TBF is verbonden, niet in de functiebeschrijvingen is opgenomen, aangezien de vermelding van de status van de functie ontbreekt in de functiebeschrijvingen zoals die zijn vastgelegd in bijlage 3 van de Regeling vaststelling LFNP. Naar aanleiding van dit oordeel heeft verweerder het Besluit aanwijzing van Administratief-Technische functies als slijtende functies binnen het LFNP van 3 december 2015 (hierna: het Aanwijzingsbesluit) genomen waarin op grond van artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) juncto de Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 28 april 2011 houdende wijziging van de Regeling aanwijzing administratief-technische functies in verband met een verduidelijking van de criteria voor de aanwijzing (Wijzigingsregeling) ATH-functies als slijtende functies zijn aangewezen.

5. Voor zover de functie van Generalist Intelligence een ATH-functie is, heeft eiseres met een beroep op het gelijkheidsbeginsel aangevoerd dat alle functies in het vakgebied Intake & Service in tegenstelling tot de functies in het vakgebied Intelligence in het Aanwijzingsbesluit wel zijn aangewezen als slijtende functies, terwijl die functies niet voldoen aan de daarvoor gestelde criteria. Toepassing van die criteria kan dan evenmin aan de orde zijn bij de functie van eiseres.

6.1

De rechtbank is van oordeel dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Daarbij wordt vooropgesteld dat het in deze procedure niet gaat om de vraag of de functie van eiseres had moeten worden aangewezen als slijtende ATH-functie, maar om de vraag of eiseres recht heeft op TBF. Hiervoor is bepalend dat haar functie op grond van artikel 12c, eerste lid, aanhef en onder c, van het Bbp is aangewezen als een slijtende ATH-functie. Nu de functies in het vakgebied Intake & Service wel zijn aangewezen als slijtende ATH-functie en de functie van eiseres niet, is geen sprake van vergelijkbare gevallen. Overigens heeft verweerder betwist dat de functies in het vakgebied Intake & Service niet aan de daarvoor geldende criteria voldoen.

6.2

Voor zover eiseres zich op het standpunt stelt dat haar functie materieel aan de criteria voor toekenning van TBF voldoet, kan de rechtbank eiseres hierin niet volgen. Voor toekenning van TBF dient de functie te voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. de functie is niet hoger gewaardeerd dan schaal 11 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie;

b. er is sprake van een functie waaraan risico's en ongemakken zijn verbonden, waarbij sprake is van twee of meer van de volgende omstandigheden:

voor het vervullen van de functie is fysieke inspanning en behendigheid vereist;

er is kans op psychisch letsel uit eerstehandservaring door confrontatie met menselijk leed of schokkende gebeurtenissen door fysieke aanwezigheid bij, of horen of zien van die gebeurtenissen;

er is kans op het oplopen van letsel bij conflicten, bij aanhoudingen of in het verkeer;

er is sprake van psychische druk door het in luttele seconden moeten nemen van beslissingen in onoverzichtelijke of complexe situaties.

c. de ambtenaren in de functie werken volgens een in overwegende mate volcontinue dienstrooster of een dienstrooster met elke 16 weken ten minste 16 maal een consignatiedienst tussen 0.00 uur–06.00 uur.

6.3

Nu eiseres ter zitting heeft aangegeven dat zij enkel voldoet aan het criterium dat zij uit eerstehandservaring wordt geconfronteerd met menselijk leed, wat hiervan ook zij, voldoet zij niet aan de criteria om voor toekenning van TBF in aanmerking te komen.

Afwijzing verzoek om uitbetaling van TBF met ingang van 1 januari 2010

7. Verweerder heeft aan de afwijzing van dit verzoek ten grondslag gelegd dat eiseres geen recht heeft op TBF, omdat haar functie van Generalist Intelligence een ATH-functie is en deze functie niet is aangewezen als slijtende ATH-functie.

8. Eiseres heeft voor haar gronden verwezen naar de gronden die zij heeft aangevoerd tegen de weigering om haar TBF uit te betalen.

9. Daargelaten of de afwijzing van het in het bezwaarschrift vervatte verzoek om eiseres met ingang van 1 januari 2010 TBF uit te betalen als een besluit kan worden aangemerkt, aangezien de salarisspecificatie van eiseres van juni 2015 reeds de weigering behelst om eiseres met ingang van die datum TBF uit te betalen en het bezwaar zich daartegen richt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder dit verzoek op goede gronden heeft afgewezen. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen naar aanleiding van de gronden van eiseres tegen de weigering om haar TBF uit te betalen.

Afwijzing verzoek om de aanstelling van eiseres te wijzigen in een aanstelling ter uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, van de Politiewet 2012

10. Verweerder heeft aan de afwijzing van dit verzoek ten grondslag gelegd dat dit verzoek moet worden aangemerkt als een verzoek om terug te komen op de aanstelling van eiseres als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en geen sprake is van nieuw gebleken of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht

(Awb). Verweerder heeft hiernaast het verzoek inhoudelijk afgewezen op de grond dat de functie van eiseres niet kan worden aangemerkt als een functie ter uitvoering van de politietaak.

11. Eiseres heeft aangevoerd dat wel degelijk sprake is van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden, aangezien zij een LFNP-functie toegewezen heeft gekregen.

12.1

De rechtbank is van oordeel dat verweerder het verzoek van eiseres ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om terug te komen op de aanstelling van eiseres als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en om die reden ten onrechte artikel 4:6 van de Awb heeft toegepast. De rechtbank stelt vast dat de uitbetaling van TBF in juni 2015 kennelijk heeft plaatsgevonden op grond van het thans niet meer ingenomen standpunt van verweerder dat de status van de functie door middel van het koppeldocument onderdeel uitmaakt van de LFNP-functiebeschrijvingen. Met de (bij brief van 18 juni 2015 aangekondigde) uitbetaling van TBF in juni 2015 dan wel de weigering daarvan hebben politieambtenaren voor het eerst een besluit ontvangen waarbij de status van de aan hen toegekende LFNP functie is vastgesteld. Verweerder had het bezwaar van eiseres dan ook mede gericht moeten achten tegen de vaststelling van de status van de LFNP functie van eiseres als niet slijtende ATH-functie. Het bestreden besluit moet dan ook worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar tegen die vaststelling.

12.2

Deze beslissing op bezwaar is gebaseerd op het standpunt van verweerder dat de vaststelling van de status van een functie in het GOP en de daarbij gemaakte afspraak dat de status van de functie integraal onderdeel uitmaakt van de functiebeschrijving bindend is, omdat aan de uitkomst van een dergelijk onderhandelingsproces zwaarwegende betekenis moet worden toegekend. De status van iedere LFNP functie is opgenomen in de voor iedere politieambtenaar toegankelijke en op Politie Intranet gepubliceerde versie van de LFNP functiebeschrijvingen.

12.3

De rechtbank kan verweerder hierin niet volgen. Volgens vaste jurisprudentie (uitspraken van de CRvB van 3 juli 20018, ECLI:NL:CRVB:2008:BF0157, en 21 augustus 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD7232), ontlenen individuele ambtenaren als eiseres rechtspositionele aanspraken niet (rechtstreeks) aan een arbeidsvoorwaardenakkoord. Zij ontlenen die aanspraken aan de ter bepaling van hun rechtspositie vastgestelde algemeen verbindende voorschriften en in dat kader gegeven beleidsregel alsook aan bevoegdelijk gedane toezeggingen. De vaststelling van de status van de LFNP functie van eiseres als niet-slijtende ATH-functie kan dan ook niet gebaseerd worden op het in het GOP vastgestelde koppeldocument. Enkel ten aanzien van de in het Aanwijzingsbesluit genoemde functies is de status vastgesteld. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, kan de functie van eiseres niet als een functie ter uitvoering van de politietaak worden aangemerkt. Er bestaat dan ook geen aanleiding om de ATH-aanstelling van eiseres te wijzigen in een aanstelling ter uitvoering van de politietaak.

13. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. van Wezel, voorzitter, mr. E.M. Vermeulen en

mr. B.J. Zippelius, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.A. Kajim-Panjer, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.