Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:2792

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-05-2016
Datum publicatie
25-05-2016
Zaaknummer
05/840471-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen telen van hennep, diefstal elektriciteit en medeplegen vernieling woning waar hennepkwekerij was gevestigd. Gevangenisstraf van drie maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 180 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/840471-15

Datum uitspraak : 24 mei 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

Raadsvrouw: mr. M. Krabben-Tmim, advocaat te Rhenen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 april 2016 en 10 mei 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2014 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1116 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1116 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks de periode van 15 maart 2014 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek,

met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid

en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben

gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in

totaal) ongeveer 1116 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval

(telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 1116 hennepplanten, althans meer dan 200

hennepplanten en/of delen daarvan), tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode 15 maart 2014 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld,

gemeente Oldebroek, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft

verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend

gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van

hennepplanten ter beschikking te stellen;

2. primair

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

[naam 1] en/of [naam 2] en/of één of meerdere onbekend gebleven

personen in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 4 april 2014 te

Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ,

heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan

een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of aan

verdachte, waarbij die onbekend gebleven perso(o)n(en) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (door een of meer(ijk)zegel(s) en/of het deksel

van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens)

een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval

buiten de meter om, te maken), tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, in elk geval in Nederland, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan

die [naam 1] en/of [naam 2] en/of onbekend gebleven persoon/personen

voornoemd pand en/of bijgebouw voor de teelt/het kweken van hennepplanten (en

de diefstal van die stroom/elektriciteit) terbeschikking te stellen;

3.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli

2013 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en

wederrechtelijk een woning gelegen aan de [adres 2] , in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 3] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Telen hennep (feit 1)

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 120-121;

- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 122;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 april 2016.

Diefstal elektriciteit (feit 2)

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens Liander N.V., p. 128-129

- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 121;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 april 2016.

Vernieling woning (feit 3)

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal aangifte door [naam 3] , p. 162;

- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 120-121;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 april 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2014 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1116 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1116 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

2. primair

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);

3.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli

2013 tot en met 4 april 2014 te Oosterwolde Gld, gemeente Oldebroek, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en

wederrechtelijk een woning gelegen aan de [adres 2] , in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 3] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van de feit 2 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

Ten aanzien van de feit 3:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en voorts tot het verrichten van 180 uren werkstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten voor een hennepkwekerij met 500-1000 plantjes. Een taakstraf is het meest passend. De verdediging verzoekt rekening te houden met het feit dat verdachte zelf melding heeft gemaakt van de hennepkwekerij bij de politie en hun alle informatie heeft gegeven. Voorts dient rekening gehouden te worden met de persoon van verdachte, nu zij met een aantal stoornissen kampt, te weten een autismespectrumstoornis en een bipolaire stoornis met manische trekken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 11 maart 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan het medeplegen van het kweken van een aanzienlijke hoeveelheid hennep. Hennep betreft een stof die - eenmaal in het verkeer gebracht - schadelijk kan zijn voor de gebruikers ervan. Het gebruik brengt risico's mee voor de gezondheid van gebruikers en veroorzaakt mede daardoor schade van velerlei aard in de samenleving.

Verdachte heeft zich ten behoeve van de hennepkwekerij ook schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit. Hij heeft hierdoor elektriciteitsleverancier Liander N.V. benadeeld en door het verbreken van zegels en maken van illegale aansluitingen een potentieel brandgevaarlijke - en daarmee levensbedreigende - situatie in haar woonomgeving veroorzaakt.

Voorts zijn in de woning muren, vloeren, deuren en een toilet/badkamer vernield.

De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. Daarom is de rechtbank van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden is en voorts een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [naam 3] en [naam 4] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 33.070,78.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 33.070,78 toe te wijzen, met oplegging van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen, nu de vordering ook al aanhangig is bij de civiele rechter. Omdat verdachte gedurende de civiele procedure failliet is verklaard, is de zaak door de rechtbank doorgehaald. De vordering is in het faillissement wel erkend en ligt ter beoordeling bij de rechter-commissaris.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering, nu vast is komen te staan dat de vordering al bij de civiele rechter aanhangig is.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 91, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

  • -

    bepaalt, dat deze gevangenisstraf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald:

  • -

    dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 3] en [naam 4] (feit 3)

 verklaart de benadeelde partij [naam 3] en [naam 4] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. G. Noordraven en mr. J.C. van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Baaziz, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 mei 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district IJsselland, team Hennepcoördinatie, opgemaakte processen-verbaal, BVH-nummer 2014028006, gesloten op 6 november 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.