Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:2567

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-03-2016
Datum publicatie
11-05-2016
Zaaknummer
268890
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terugkomen van bindende eindbeslissing in tussenvonnis. Bouwzaak; benoeming deskundige, onder meer met het oog op de bepaling van een redelijke prijs voor het gebouwde. De kostprijs is niet van belang omdat partijen niets in die zin waren overeengekomen. Aansluiting bij destijds in de praktijk gangbare prijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/268890 / HA ZA 14-451 / 1171

Vonnis van 23 maart 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Nederhemert,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R. Haouli te 's-Hertogenbosch,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente Maasdriel,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] , gemeente Maasdriel,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. G.G.W.G. van der Valk-van den Bosch te 's-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 december 2015

  • -

    de akte uitlating, tevens akte overlegging nadere producties in verband met het te gelasten deskundigenonderzoek van de zijde van [eiser] van 13 januari 2016

  • -

    de akte uitlaten deskundige en uitlaten verzoek heroverweging van de zijde van [gedaagden] van 27 januari 2016, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.

De rechtbank is van oordeel dat de producties 28 en 29 die [eiser] bij akte van 13 januari 2016 aan de rechtbank heeft toegezonden, in verband met de stand waarin de procedure zich bevindt wegens strijd met de procesorde buiten beschouwing dienen te worden gelaten. Deze producties maken daarom geen deel uit van het procesdossier. Dat laat onverlet dat het [eiser] vrij staat om in het kader van het onderzoek door de deskundige deze stukken aan de deskundige over te leggen. In het kader van die procedure is [gedaagden] in de gelegenheid op die stukken te reageren.

Verzoek terugkomen op rechtsoverweging 4.6. van het tussenvonnis van 8 april 2015

2.2.

[eiser] heeft bij akte van 20 mei 2015 de rechtbank verzocht terug te komen op rechtsoverweging 4.6. van het tussenvonnis van 8 april 2015. De rechtbank heeft [gedaagden] in het tussenvonnis van 16 december 2015 in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren, hetgeen [gedaagden] bij akte van 13 januari 2016 heeft gedaan.

2.3.

De rechtbank heeft uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist, dat [eiser] onvoldoende heeft gesteld (betreffende de meerwerkpost ‘electra, loodgieter & verwarming’) om hem tot bewijslevering toe te laten en dat deze vordering in zoverre wordt afgewezen en heeft aldus een eindbeslissing gegeven. Voor een dergelijke beslissing geldt de regel dat daarvan in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen. Dit kan anders zijn indien de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, dan wel de eisen van een goede procesorde om een andere reden meebrengen dat de rechter zijn eindbeslissing heroverweegt.

2.4.

Naar het oordeel van de rechtbank is van één van deze redenen om terug te komen op deze eindbeslissing geen sprake. Het gaat hier niet om een geval waarin na een gegeven eindbeslissing komt vast te staan dat de feiten waarop deze eindbeslissing is gebaseerd, onjuist zijn, maar in essentie om een geval waarin een partij haar vordering na de genomen eindbeslissing alsnog nader onderbouwt, waarbij de juistheid van de daartoe door haar aangevoerde stellingen door de wederpartij wordt betwist. Het leerstuk van het terugkomen op een bindende eindbeslissing is niet bedoeld om door een partij in de procedure gemaakte fouten te herstellen, bestaande uit het nalaten om tijdig alle voor het bereiken van een bepaalde conclusie relevante stellingen aan te voeren, maar om te voorkomen dat de rechter op een ondeugdelijke grondslag einduitspraak doet. Van een dergelijke ondeugdelijke grondslag is in het onderhavige geval niet gebleken. De rechtbank is dan ook niet bevoegd om op de door [eiser] aangevochten eindbeslissing terug te komen.

Benoeming deskundige

2.5.

Hetgeen in het tussenvonnis van 16 december 2015 is overwogen wordt hier overgenomen. In dat vonnis is aan partijen meegedeeld dat aanleiding wordt gevonden een deskundigenonderzoek te gelasten.

2.6.

Een gezamenlijke deskundige is door partijen niet voorgesteld. [eiser] heeft bij voorbaat bezwaar gemaakt tegen door [gedaagden] voor te dragen deskundigen om schijn van partijdigheid te voorkomen. Naar de mening van [eiser] dient een bouwkundige benoemd te worden, die tevens deskundig is op het gebied van verwarmingsinstallaties, elektravoorzieningen en loodgieterswerkzaamheden. [gedaagden] heeft een tweetal deskundigen voorgedragen uit het landelijk register gerechtelijke deskundigen, te weten Ing. P.B.J.M Elfrink en Ing. J.C. Kok. De rechtbank ziet aanleiding ambtshalve zelf een deskundige te benoemen met expertise op het gebied van bouwkunde.

2.7.

De rechtbank heeft G. Buizer bereid gevonden als deskundige bouwkundige op te treden. De deskundige heeft verklaard vrij te staan ten opzichte van partijen. Buizer begroot zijn kosten op het bedrag van € 2.400,00, incl. btw.

2.8.

In het tussenvonnis van 16 december 2015 zijn onder rechtsoverweging 2.33. reeds aan de deskundige voor te leggen vragen geformuleerd. [eiser] heeft verzocht vraag 2 betreffende de verbouwing van de schuur achterwege te laten, nu deze vraag volgens hem niet ter zake doende is. De rechtbank ziet in hetgeen [eiser] heeft aangevoerd aanleiding om vraag 2 te laten vervallen. Tevens heeft [eiser] toegelicht welke werkzaamheden door hem aan de schuur verricht zijn.

[gedaagden] heeft verzocht de vraag toe te voegen wat destijds een redelijke kostprijs was voor de verrichte werkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van de schuur, dan wel deze vraag in plaats van de door de rechtbank geformuleerde vraag 3 te stellen. De rechtbank overweegt dat [gedaagden] daarmee miskent dat, nu in deze procedure niet is komen vast te staan dat partijen hadden afgesproken dat [gedaagden] de kostprijs zou betalen voor de verbouwing van de schuur, noch dat [gedaagden] niets voor deze verbouwing hoefde te betalen, ervan moet worden uitgegaan dat partijen geen prijs voor de verbouwing overeen zijn gekomen en daarom een redelijke prijs moest worden betaald.

2.9.

Gelet op het voorgaande zullen aan de te benoemen deskundige derhalve thans de volgende vragen worden voorgelegd.

Verbouwing schuur

1. Zijn de door [eiser] gestelde werkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van de schuur daadwerkelijk uitgevoerd?

2. Wat is een redelijke destijds in de praktijk gangbare prijs voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van de schuur.

Gebreken

3. Voldoet de bouw van de woning op de punten 1, 3, 8, 10, 11, 12, 19, 28, 33, 34, 36, 38, 39, 43, 59, 60, 61 en 62 aan de eisen van goed en deugdelijk werk? (zie rechtsoverwegingen 2.16, 2.23, 2.26 en 2.27 van het tussenvonnis van 8 april 2015 voor de korte omschrijving van deze punten)

4. Zo nee, hoe kan het gebrek/de gebreken naar uw deskundige mening worden

hersteld?

5. Wat zijn dan de (geschatte) kosten van dat herstel?

6. Wat zijn de (geschatte) kosten van het herstel van de (in deze procedure reeds vaststaande) gebreken 2, 4, 6, 7, 13, 18, 21, 23, 24, 25, 26, 30, 31, 32, 40, 41, 42, 45, 47, 52 en 56? (zie rechtsoverwegingen 2.16., 2.23. en 2.26. van het tussenvonnis van 8 april 2015 voor de korte omschrijving van deze gebreken)

7. Geeft uw onderzoek u – binnen het kader van uw deskundigheid – nog aanleiding tot het maken van andere opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil van belang kunnen zijn?

Voor de volledigheid is hieronder een korte omschrijving van de voornoemde punten opgenomen, zoals ook verwoord in het tussenvonnis van 8 april 2015.

01 dorpel meterkast stuk uit

02 muur meterkast staat niet haaks( zie tegelwerk)

03 bijna alle plafonds en muren vertonen scheuren

04 vensterbank boven buitenzijde achter stuk af

06 schuifdeuren woonkamer! keuken lopen niet goed en afwerking niet af

07 zinkvlekken op zijgevel van het huis van het lassen

08 plafond badkamer ongelijk en scheuren

10 verlichting in badkamer verkeert aangesloten

11 tegelwerk badkamer ongelijk /lelijke aansluitingen

12 keuken stopcontacten niet op dezelfde hoogte

13 deurbel in muur en te laag aangebracht

18 lichtpunt bijkeuken ontbreekt

19 woonkamer spotjes lelijk aangebracht openingen te zien

21 dorpel achterslaapkamer wijkt af van anderen

23 inloopkast ( Ilona) afwerking latten klopt niet

24 kozijn keuken kapot stuk uit

25 tegelwerk bijkeuken niet afgewerkt

26 afwerking toilet boven naar herstelwerk nog niet goed

28 woonkamer/meterkast telefoon aansluiting

30 betimmering onder de goot op alle plaatsen( 4x) ongelijk aangebracht

31 beschadiging schuur tijdens ophalen keet

32 tuindeuren slot werkt niet

33 hoektegels in badkamer ongelijk en verschillende materialen

34 afwerking slaapkamers voorzijden plafond en zijwanden ongelijk

36 dorpels bij veel binnendeuren ongelijk

38 verlichting keuken geschakeld niet logisch

39 gaten sifon badkamer ongelijk daardoor wastafels ongelijk

40 vensterbank in badkamer aanfluiting in hout

41 vensterbank in ilona kamer in hout simpele afwerking kunststof gewenst.

42 vensterbank in Laura kamer in hout simpele afwerking kunststof gewenst

43 herstelde contactdoos keuken bij werken

45. hang en sluitwerk buiten deur weer erin

47. zij deur waait wind doorheen. Is voelbaar, de deur sluit niet geheel af in de rubbers.

52. slaapkamer (rechtsboven met zijraam) lekkage zichtbaar

56. hol klinken tegel in keuken. In keukenvloer klinkt een tegel hol (het geeft bij bekloppen een ‘plok’-geluid.

59. In de buitengevels zijn geheel geen open stootvoegen zichtbaar waardoor er geen ventilatie mogelijk is van de spouw.

60. In de tegelvloeren op de begane grond zijn geen dilataties aangebracht en is het tegelwerk scheef ten opzichte van de binnenmuren.

61. De kapconstructie geeft een knappend geluid.

62. Badkamer lekt.

2.10.

De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

2.11.

In de vorige beslissing is al aangekondigd door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden gedeponeerd.

2.12.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.13.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.14.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank

In conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

Verbouwing schuur

1. Zijn de door [eiser] gestelde werkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van de schuur daadwerkelijk uitgevoerd?

2. Wat is een redelijke destijds in de praktijk gangbare prijs voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van de schuur.

Gebreken

3. Voldoet de bouw van de woning op de punten 1, 3, 8, 10, 11, 12, 19, 28, 33, 34, 36, 38, 39, 43, 59, 60, 61 en 62 aan de eisen van goed en deugdelijk werk? (zie rechtsoverwegingen 2.16, 2.23, 2.26 en 2.27 van het tussenvonnis van 8 april 2015 voor de korte omschrijving van deze punten)

4. Zo nee, hoe kan het gebrek/de gebreken naar uw deskundige mening worden

hersteld?

5. Wat zijn dan de (geschatte) kosten van dat herstel?

6. Wat zijn de (geschatte) kosten van het herstel van de (in deze procedure reeds vaststaande) gebreken 2, 4, 6, 7, 13, 18, 21, 23, 24, 25, 26, 30, 31, 32, 40, 41, 42, 45, 47, 52 en 56? (zie rechtsoverwegingen 2.16., 2.23. en 2.26. van het tussenvonnis van 8 april 2015 voor de korte omschrijving van deze gebreken)

7. Geeft uw onderzoek u – binnen het kader van uw deskundigheid – nog aanleiding tot het maken van andere opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil van belang kunnen zijn?

3.2.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

Gerard Buizer, directeur, eigenaar van Bouw Adviesbureau Buizer,

Correspondentieadres en bezoekadres: [adres] ,

Telefoon: [telefoonnummer] ,

Emailadres: [emailadres] ,

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.4.

bepaalt dat [eiser] binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

3.5.

bepaalt dat beide partijen binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige ieder € 1.200,00 (incl. btw) ter griffie van deze rechtbank dienen te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen,

3.6.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.8.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.9.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. Klaver,

3.10.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.11.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 juli 2016, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.12.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan beide zijden gelijktijdig of voor bepaling datum vonnis,

3.13.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Elferink en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2016.