Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:2333

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-04-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
05/841143-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een 37-jarige man uit Nijmegen voor belaging, bedreigingen, afdreigingen en afpersing van zijn ex-vriendin.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/82, UDH:IR/13317 met annotatie van Onder redactie van mr. M. van der Linden – Smit en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/841143-15

Datum uitspraak : 26 april 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] , wonende te de [adres 1] , [woonplaats 1] .


Raadsvrouw: mr. C.T.B.J. Libosan-Besjes, advocaat te Malden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 12 april 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2015 tot en met 13 januari 2016 in

de gemeente Overbetuwe en/of in de gemeente Nijmegen,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van

een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft hij, verdachte, in genoemde periode

- die [slachtoffer] meermalen gebeld en/of Whats-app berichten en/of SMS berichten

en/of e-mail berichten gestuurd;

- die [slachtoffer] hinderlijk achtervolgd door met zijn auto achter die [slachtoffer]

aan te rijden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2015 tot en met 20 oktober 2015 in

de gemeente Overbetuwe en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

[slachtoffer] heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen personen en/of goederen,

- geweld tegen een internationaal beschermd persoon en/of diens

beschermde goederen,

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen

en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten

ontstaat,

- verkrachting,

- feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

-enig misdrijf tegen het leven gericht,

- gijzeling,

- zware mishandeling,

- brandstichting,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] schriftelijk (via

e-mail) dreigend onder andere de woorden toegevoegd :

"Jij wordt niet oud hoer. Als ik er achter kom wie het is maak ik jullie beide

af stront hoer steek jou kut kapot jij zal er niks meer mee kunnen. Ik laat

jou schaamteloos aanpakken zoals de hoer jij bent" en/of

" Leen me even wat geld. Anders stap ik op de fiets en steek je auto in de

fik" en/of

"Ik maak jou persoonlijk af. Bel de politie maar boeit mij niet. Maar ik zal

in jou ogen kijken als ik je kapot steek hoer, jij zal mij het laatste zien

als je ogen dicht gaan" en/of

"Geloof mij ik maak jou kapot, ik steek dat met zo diep in jou borst hoer dat

ik je aan kan kijken hoe jij je laatste adem uitblaast en dan pleur ik je in

een sloot" en/of

"Ik snij je open hoer. Jij mij geen kans geven he. Wij horen bij elkaar. Jij

had gewoon moeten praten nu is het te laat" en/of

"Ik ga en wil dood maar neem jou met mij mee dus zorg dat jij je zaakjes hebt

geregeld voor de kinderen, ik heb dat ook." en/of

"Kanker hoer, ik kom er aan en maak je af, ik meen het hoor zit vol in mij.

Paniek" en/of

"Jij haalt de zitting niet morgen. Ik maak jou ervoor af geloof mij maar vrij

bent niks meer voor mij, ik snij je strot open echt waar" en/of

"Ik snij je strot open hoer, ik ga voor jou graag de bak in. Met mijn

paniekstoornis ben ik binnen 4 jaar weer buiten" en/of

"Kankerhoer ik hoop echt dat jij kapot geneukt wordt door 10 asielzoekers die

jou vernederen zdat jij zelf ook dood wilt, vadt je jou kont kapot raggen en

je kut kapot steken met een mes en dan jou voor oud vuil achterlaten, zal ik

dat even regelen hoer" en/of

"Ik laat jou kapot neuken, die gasten slopen jou helemaal hoer" en/of

"Ik wil jou echt dood trappen, je kop op de grond leggen en er heel hard op

stampen dat het bloed uit je oren na buiten komt. Jij dan ook weet dat de

politie te laat zal komen om jou nog te kunnen redden hoer, ik maak jou kapot

terung hoer" en/of

"Of wij gaan praten of jij gaat verhuizen want ik steek je huis in de brand

kut hoer",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2015

tot en met 20 oktober 2015 in de gemeente Overbetuwe en/of de gemeente

Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf

om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim, te

dwingen tot de afgifte van een geldbedragen, in elk geval van enig

geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

immers heeft hij, verdachte,

meermalen e-mail berichten verstuurd naar die [slachtoffer] met de inhoud

-zakelijk weergegeven- dat zij (via de bank) geldbedragen moet overmaken want

anders zal hij, verdachte, een naaktfoto van die [slachtoffer] op/via internet

openbaar maken (bij de berichten wordt (meestal) als bijlage de desbetreffende

naaktfoto gevoegd)

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Overbetuwe en/of in de

gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro,

in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte, toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend een e-mail

naar die [slachtoffer] heeft gestuurd met -zakelijk weergegeven- de volgende

inhoudt: "Leen mij even wat geld ander stap ik op de fiets en steek ik je

auto in de fik", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit, gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Ten aanzien van het hinderlijk achtervolgen moet verdachte worden vrijgesproken omdat voor dit deel onvoldoende bewijs is geleverd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten niet voor de gehele periode wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Verdachte is slechts met mails geconfronteerd in de periode van 15 augustus 2015 t/m 10 september 2015 en van 16 december 2015 t/m 12 januari 2016. Bovendien heeft verdachte verschillende van de dreigmails in deze periode niet naar [slachtoffer] , maar naar zijn vader gestuurd. .

Ten aanzien van het hinderlijk achtervolgen heeft de verdediging voor vrijspraak gepleit.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer] , woonachtig in Arnhem, heeft aangifte gedaan van - onder meer - stalking gepleegd door verdachte, woonachtig in Nijmegen. Zij heeft verklaard dat verdachte haar vanaf 20 mei 2015 lastig viel. Om die reden heeftd ze haar telefoonnummer veranderd. Verdachte bleef echter via de mail contact zoeken. Ook heeft ze verklaard dat verdachte haar op 28 september 2015 in de auto achtervolgde toen zij richting Elst reed.2

Vast staat dat verdachte in de periode van 20 mei 2015 tot en met 17 oktober 2015

5.664 e-mails naar aangeefster [slachtoffer] heeft verstuurd. Van dit totaal is door verbalisanten een aantal mailtjes uitgeschreven uit een willekeurig gekozen periode, om zo een beeld te schetsen van het e-mail gedrag van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte aangeefster bijna dagelijks mailde, soms tot wel 88 keer per dag.3

In de periode van 16 december 2015 tot en met 12 januari 2016 heeft verdachte in totaal 64 mailtjes gestuurd naar [slachtoffer] . Ook van deze e-mails is een aantal bij het dossier gevoegd ter illustratie. In die periode heeft [slachtoffer] twee maal gereageerd met de tekst dat zij geen contact wilde en dat zij wilde dat hij stopte en haar met rust liet.4Verdachte heeft verklaard dat hij bleef mailen omdat hij zijn kinderen wilde zien.5

De rechtbank overweegt dat hieruit blijkt dat verdachte [slachtoffer] in de periode van 20 mei 2015 tot en met 13 januari 2016 opzettelijk veelvuldig heeft lastiggevallen waardoor inbreuk is gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer door middel van het sturen van een grote hoeveelheid mails. Verdachte heeft van 20 mei 2015 tot en met 12 januari 2016 [slachtoffer] structureel lastig gevallen waardoor [slachtoffer] ongewild veelvuldig met verdachte werd geconfronteerd. Ten aanzien van het telefonisch contact zoeken overweegt de rechtbank dat aangeefster heeft verklaard dat zij in maart een nieuw telefoonnummer heeft genomen zodat verdachte haar met rust zou laten en dat nadien ook geen telefonisch contact meer heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken ten aanzien van het bellen, het sturen van WhatsApp berichten en het sturen van sms-berichten.

Ten aanzien van het hinderlijk achtervolgen overweegt de rechtbank dat [slachtoffer] hierover heeft verklaard in haar aangifte. Omdat de rest van de aangifte op essentiële punten wordt ondersteund door overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank ook dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet elk deel van de tenlastelegging apart door twee bewijsmiddelen gedragen hoeft te worden.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 21-24, dossier 1;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 38-40, dossier 1;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 30-31, dossier 1;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 43-44;

- het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, p. 45;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 45-48;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

Ten aanzien van feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Op 25 september 2015 heeft verdachte aan [slachtoffer] gemaild6 dat ze hem wat geld moest lenen omdat hij anders op de fiets zou stappen en haar auto in de fik zou steken.7 Een bedrag van
€ 20,- is op 25 september 2015 ook daadwerkelijk op de rekening van verdachte bijgeschreven.8

De rechtbank overweegt dat hieruit blijkt dat [slachtoffer] het geld kennelijk heeft overgemaakt om te voorkomen dat verdachte zijn bedreiging waar zoumaken. Dit komt, gelet op alle voorgaande feiten, de rechtbank niet vreemd voor omdat [slachtoffer] , zoals zij verklaard heeft, bang was voor verdachte.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2015 tot en met 13 januari 2016 in

de gemeente Overbetuwe en/of in de gemeente Nijmegen,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van

een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft hij, verdachte, in genoemde periode

- die [slachtoffer] meermalen gebeld en/of Whats-app berichten en/of SMS berichten

en/of e-mail berichten gestuurd;

- die [slachtoffer] hinderlijk achtervolgd door met zijn auto achter die [slachtoffer]

aan te rijden.

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2015 tot en met 20 oktober 2015 in

de gemeente Overbetuwe en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

[slachtoffer] heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld tegen personen en/of goederen,

- geweld tegen een internationaal beschermd persoon en/of diens

beschermde goederen,

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen

en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten

ontstaat,

- verkrachting,

- feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

- enig misdrijf tegen het leven gericht,

- gijzeling,

- zware mishandeling,

- brandstichting,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] schriftelijk (via

e-mail) dreigend onder andere de woorden toegevoegd:

"Jij wordt niet oud hoer. Als ik er achter kom wie het is maak ik jullie beide

af stront hoer steek jou kut kapot jij zal er niks meer mee kunnen. Ik laat

jou schaamteloos aanpakken zoals de hoer jij bent" en/of

" Leen me even wat geld. Anders stap ik op de fiets en steek je auto in de

fik" en/of

"Ik maak jou persoonlijk af. Bel de politie maar boeit mij niet. Maar ik zal

in jou ogen kijken als ik je kapot steek hoer, jij zal mij het laatste zien

als je ogen dicht gaan" en/of

"Geloof mij ik maak jou kapot, ik steek dat met zo diep in jou borst hoer dat

ik je aan kan kijken hoe jij je laatste adem uitblaast en dan pleur ik je in

een sloot" en/of

"Ik snij je open hoer. Jij mij geen kans geven he. Wij horen bij elkaar. Jij

had gewoon moeten praten nu is het te laat" en/of

"Ik ga en wil dood maar neem jou met mij mee dus zorg dat jij je zaakjes hebt

geregeld voor de kinderen, ik heb dat ook." en/of

"Kanker hoer, ik kom er aan en maak je af, ik meen het hoor zit vol in mij.

Paniek" en/of

"Jij haalt de zitting niet morgen. Ik maak jou ervoor af geloof mij maar vrij

bent niks meer voor mij, ik snij je strot open echt waar" en/of

"Ik snij je strot open hoer, ik ga voor jou graag de bak in. Met mijn

paniekstoornis ben ik binnen 4 jaar weer buiten" en/of

"Kankerhoer ik hoop echt dat jij kapot geneukt wordt door 10 asielzoekers die

jou vernederen zdat jij zelf ook dood wilt, vadt je jou kont kapot raggen en

je kut kapot steken met een mes en dan jou voor oud vuil achterlaten, zal ik

dat even regelen hoer" en/of

"Ik laat jou kapot neuken, die gasten slopen jou helemaal hoer" en/of

"Ik wil jou echt dood trappen, je kop op de grond leggen en er heel hard op

stampen dat het bloed uit je oren na buiten komt. Jij dan ook weet dat de

politie te laat zal komen om jou nog te kunnen redden hoer, ik maak jou kapot

terung hoer" en/of

"Of wij gaan praten of jij gaat verhuizen want ik steek je huis in de brand

kut hoer",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2015

tot en met 20 oktober 2015 in de gemeente Overbetuwe en/of de gemeente

Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf

om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim, te

dwingen tot de afgifte van een geldbedragen, in elk geval van enig

geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

immers heeft hij, verdachte,

meermalen e-mail berichten verstuurd naar die [slachtoffer] met de inhoud

-zakelijk weergegeven- dat zij (via de bank) geldbedragen moet overmaken want

anders zal hij, verdachte, een naaktfoto van die [slachtoffer] op/via internet

openbaar maken (bij de berichten wordt (meestal) als bijlage de desbetreffende

naaktfoto gevoegd)

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Overbetuwe en/of in de

gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro,

in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte, toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend een e-mail

naar die [slachtoffer] heeft gestuurd met -zakelijk weergegeven- de volgende

inhoudt: "Leen mij even wat geld ander stap ik op de fiets en steek ik je

auto in de fik", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

‘belaging’

Ten aanzien van feit 2:

‘bedreiging met verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, enig misdrijf tegen het leven gericht, gijzeling, zware mishandeling en brandstichting, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 3:

‘ afdreiging, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 4:

‘afpersing’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 t/m 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 150 uren werkstraf, te vervangen door 75 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis doorgebracht, te weten 17 dagen dus 34 uren. Daarnaast heeft de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk gevorderd met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting. De officier van justitie heeft verzocht om het geschorste bevel voorlopige hechtenis op te heffen.

Tevens heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht verdachte een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid op te leggen in de zin van een contactverbod, met daarbij de directe uitvoerbaarheid op grond van artikel 38v lid 4 van het Wetboek van Strafrecht en een vervangende hechtenis van 1 week per keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het voorarrest. Daarnaast kan een voorwaardelijke straf met voorwaarden worden opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 29 februari 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (t.b.v. rechtszitting), gedateerd

10 augustus 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (t.b.v. rechtszitting), gedateerd

24 december 2015;

- een monodisciplinair Pro Justitia rapport van [naam] , forensisch psycholoog, gedateerd 8 maart 2016.

Verdachte heeft in een periode van acht maanden zijn ex-vriendin belaagd, bedreigd, afgeperst en afgedreigd. Verdachte kon het niet verkroppen dat zij de relatie had beëindigd en dat het contact met zijn kinderen niet verliep zoals hij wenste. Door de duur, de frequentie, hardnekkigheid en intensiteit waarmee hij haar lastigviel - soms tot wel 250 keer per dag - heeft hij een forse inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Zelfs nadat verdachte was aangehouden voor stalking ging hij onverstoord verder. Aangeefster is daardoor erg bang geweest.

Verdachte lijkt de oorzaak van zijn handelen slechts te zoeken in zijn psychische gesteldheid en het gedrag van zijn ex-vriendin. Hij toont geen inzicht in de laakbaarheid van zijn eigen handelen. Ook toont hij geen berouw. Dit baart de rechtbank grote zorgen.

Uit het psychologisch onderzoek komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in de zin van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is ten aanzien van de verbale vermogens, het werkgeheugen en de verwerkingssnelheid sprake van zwakbegaafdheid. Verdachte is bekend met een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en met middelenmisbruik (alcohol, wiet en medicatie). Deze stoornissen en beperkingen waren aanwezig ten tijde van het plegen van de feiten. Verdachte was onvoldoende in staat om het hoge spanningsniveau en de te hoog opgelopen emoties te hanteren. Onder meer gelet hierop is geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Uit hetzelfde rapport blijkt dat de recidivekans als hoog wordt ingeschat waarbij de kans op herhaling wordt verkleind door een ambulante behandeling voor onder meer de borderline persoonlijkheidsstoornis, ADHD en de middelenproblematiek.

Alles in aanmerking nemend komt de rechtbank voor de tenlastegelegde feiten tot oplegging van een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van 3 jaar. Gelet op de lange bewezenverklaarde periode, de frequentie van contact zoeken en het feit dat verdachte kennelijk nog steeds veel woede in zich heeft, ziet de rechtbank aanleiding een proeftijd van drie jaren op te leggen. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast acht de rechtbank een werkstraf passend en geboden. Gelet op al het voren overwogene komt de rechtbank tot een hogere werkstraf dan zoals geëist door de officier van justitie en zal zij een werkstraf van 180 uur opleggen. De rechtbank overweegt dat dit meer recht doet aan de ernst van de feiten en de grove inbreuk die verdachte heeft gemaakt op het leven van [slachtoffer] . De tijd die verdachte reeds heeft vastgezeten wordt daarop in mindering gebracht. De rechtbank zal het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.

De rechtbank zal ter bescherming van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid opleggen, inhoudende dat verdachte zich zal onthouden van direct contact met zijn ex-partner [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , wonende te [adres 2] , [woonplaats 2] .

De rechtbank verbindt steeds een vervangende hechtenis van 1 (één) week aan het geval dat de maatregel niet wordt nageleefd en stelt de periode van de maatregel op twee jaar. Voorts beveelt de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel omdat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en zich opnieuw belastend gedraagt jegens [slachtoffer] . Verdachte heeft immers door zijn handelen reeds te kennen gegeven dat hij niet zonder meer bereid is om aangeefster met rust te laten.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.135,00 bestaande uit € 2.750,00 aan immateriële schade en € 385,00 aan materiele schade, namelijk het eigen risico.
Daarnaast heeft [slachtoffer] een vordering ingediend ad € 65,00 aan materiele schade, namelijk voor lek gestoken banden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe te wijzen tot het bedrag van € 3.135,00, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 41 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij in haar vordering ter zake van het bedrag dat is gevraagd voor de lekgestoken autoband(en) niet-ontvankelijk te verklaren. Het lek steken van die band(en) is niet aan verdachte tenlastegelegd. Ten aanzien van het overige gedeelte van de vordering heeft de verdediging gevraagd de benadeelde partij ook hierin niet-ontvankelijk te verklaren omdat de vordering niet eenvoudig is van aard. Voorts heeft de verdediging verzocht om geen toepassing te geven aan de schadevergoedingsmaatregel omdat verdachte in de schuldsanering zit.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De benadeelde partij heeft een bedrag van € 385,00 als materiele schadevergoeding gevraagd. De rechtbank overweegt dat het aannemelijk is dat de benadeelde partij deze kosten heeft gemaakt voor betaling van het eigen risico. Dit bedrag is derhalve aan de benadeelde partij toewijsbaar. Ten aanzien van het bedrag van € 65,00 overweegt de rechtbank dat dit niet gaat om een feit dat verdachte in deze strafzaak verweten wordt. Dit deel van de vordering zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

Voorts is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet als vermogensschade is aan te merken. Door de belaging, bedreiging, afdreiging en afpersing is de benadeelde in haar persoon aangetast, doordat gedurende langere periode een forse inbreuk is gemaakt op haar persoonlijke integriteit. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid om de hoogte van het toe te kennen bedrag vast te stellen. De rechtbank zal een bedrag van € 2.750,- aan de benadeelde partij toewijzen. Ten aanzien van de opmerking van de verdediging dat bij de benadeelde reeds sprake was van PTSS overweegt de rechtbank dat het op zijn minst genomen aannemelijk is dat, voor zover deze klachten reeds aanwezig waren, deze sterk zijn verergerd door het gedrag van verdachte. De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen waarbij zij als startdatum 1 september 2015 aanhoudt omdat dit halverwege de tenlastegelegde periode valt. De rechtbank zal hierbij de schadevergoedingsmaatregel opleggen omdat de ze het niet wenselijk vindt dat de benadeelde partij zelf zorg moet dragen voor de incasso van het geld

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 24c, 27, 36f, 38v, 57, 285, 285b, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot het verrichten van een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 veroordeelt verdachte voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 stelt in dit verband de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 en stelt de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis tussen 09.00 uur en 10.30 uur zal melden aan de balie van de Reclassering Nederland te Nijmegen (Stieltjesstraat 1) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos Nijmegen of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, ook als dit inhoudt dat hij in het kader van de behandeling geen contacten mag leggen via de social media, teneinde zich te laten behandelen voor zijn angststoornis en belagingsproblematiek;

- en geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

Legt op:

 de maatregel dat de veroordeelde:

- op geen enkele wijze, direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] , wonende te [adres 2] , [woonplaats 2] ;

 beveelt dat telkens een vervangende hechtenis van één week zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

 bepaalt de periode van deze maatregel op twee jaar;

 beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten 1 t/m 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van

€ 3.135,00 (zegge drieduizendhonderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 3.135,00 (zegge drieduizendhonderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 41 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Sonneveldt (voorzitter), mr. C. van Linschoten en

mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 april 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016117929 Z, gesloten op 9 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld (hierna: dossier 1); en het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015480514, gesloten op 22 oktober 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld (hierna: dossier 2).

2 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 21, 23 en 24, dossier 1.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 75, dossier 1 en de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 april 2016.

4 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 13, dossier 2.

5 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 37, dossier 1.

6 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 april 2016.

7 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 30, dossier 1.

8 Een schriftelijk bescheid, zijnde een bankafschrift van [slachtoffer] .