Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:2088

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-04-2016
Datum publicatie
14-04-2016
Zaaknummer
05/720316-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 33-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk voor een viertal woninginbraken en de diefstal van een fiets uit een schuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720316-15

Datum uitspraak : 13 april 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende op de [adres 1] te [woonplaats]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

Raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 maart 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 31 augustus 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen een laptop (HP), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 8 september 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] , heeft weggenomen meerdere gouden armbanden en een portomonnee met inhoud (te weten een geldbedrag van 200 euro, diverse pasjes, een rijbewijs en een ID-kaart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 11 september 2015 op 12 september 2015 te

Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen meerdere geldbedragen (300 euro

en/of 120 US dollar) en/of twee horloges (Tommy Hillfiger, Dolce & Gabbana)

en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 3 september 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een berging behorend bij een woning gelegen aan de [adres 5] heeft weggenomen een fiets (merk Hollandia) en een schroevendraaier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking;

5.

hij op of omstreeks de periode van 9 september 2015 tot en met 10 september

2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen meerdere computers (Acer, Dell) en/of

een Apple Notebook en/of een keukenmachine (Philips), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 1 oktober 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 7] heeft weggenomen een laptop (Acer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 60;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2016.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de inbraak op 8 september 2015 heeft gepleegd, gelet op de verklaring van aangeefster, de meervoudige fotoconfrontatie en de verklaring van de buurtbewoner.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 2 tenlastegelegde. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat aangeefster spreekt over een man die 1.90m is en verdachte kleiner is. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de buurtbewoner spreekt over ‘mogelijk’ de dader en van deze buurtbewoner zijn geen gegevens opgenomen waardoor geen nadere vragen gesteld kunnen worden.

Beoordeling van de rechtbank

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat iemand de deur van de slaapkamer probeerde te openen terwijl deze deur geblokkeerd was. Zij herkende de persoon als iemand die bekend staat als fietsendief en inbreker. Bij een meervoudige fotoconfrontatie heeft [slachtoffer 2] verdachte aangewezen als zijnde de persoon die bij haar in huis was. Een verbalisant heeft daarnaast in een proces-verbaal opgenomen dat een mannelijke buurtbewoner heeft gezegd dat de inbreker mogelijk [naam 1] is, wonende aan de [adres 1] . Uit de systemen is gebleken dat verdachte hier woont.

De rechtbank merkt op dat van deze mannelijke buurtbewoner geen gegevens zijn opgenomen. Daarnaast heeft de buurtbewoner niet aangegeven waarom hij meent dat [naam 1] deze inbraak zou hebben gepleegd. De rechtbank begrijpt dan ook dat dit mogelijk enkel een vermoeden betreft op basis van het feit dat [naam 1] vaker inbreekt in de buurt. Deze verklaring is om 21.15 uur opgenomen door de verbalisant. Hierna heeft [slachtoffer 2] om 21.35 aangifte gedaan.

Het is de rechtbank voorts niet duidelijk hoe [slachtoffer 2] de man heeft kunnen zien en herkennen, nu de deur was geblokkeerd en een slaapkamerdeur over het algemeen niet van glas is. Daarnaast komt het door [slachtoffer 2] gegeven signalement niet helemaal overeen met het uiterlijk van verdachte.

De rechtbank kan op basis van het voorgaande niet goed beoordelen of de verklaring van [slachtoffer 2] enkel uit eigen waarneming is afgelegd of dat [slachtoffer 2] mogelijk voor het doen van aangifte heeft gesproken met de mannelijke buurman en haar verklaring daarmee gekleurd is. Naast de verklaring van [slachtoffer 2] bevindt zich in het dossier geen ander bewijs dat haar verklaring ondersteunt. De rechtbank zal verdachte dan ook van het onder 2 tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft in de nacht van 11 en 12 september 2015 het sluitingsmechanisme van een raam verbroken en is de woning op de [adres 4] in Arnhem in gegaan. Daar heeft verdachte 300 euro, twee horloges (van Tommy Hilfiger en Dolce&Gabana) en een ring weggenomen. Deze goederen waren eigendom van Schiebergen.2

Beoordeling van de rechtbank

Schiebergen heeft tevens verklaard dat uit de woning 120 dollar is weggenomen.3 Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste instantie aangegeven niet meer te weten hoeveel dollars hij heeft weggenomen. Daarna heeft verdachte verklaard dat hij geen dollars heeft weggenomen. De rechtbank ziet echter geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever en acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tevens 120 dollar heeft weggenomen.

Ten aanzien van feit 4

De feiten

Op 3 september 2015 is een fiets (merk: Hollandia) en een schroevendraaier van [slachtoffer 4] gestolen. Deze fiets en schroevendraaier lagen in een berging bij een woning aan de [adres 5] in Arnhem. De deur van de berging is daarbij kapot gemaakt en het kozijn hing los.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal met braak wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat getuige [getuige] verdachte op een afstand van 100 meter heeft herkend en dat hij zich heeft kunnen vergissen bij die afstand. Daarnaast is er maar een belastende verklaring over verdachte.

Beoordeling van de rechtbank

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 100 meter afstand zag dat de witte fiets van de buurvrouw van nr. [nummer] bij de berging stond. Daarna zag de getuige dat een bekende van hem, verdachte, op de fiets stapte en wegreed.5 De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan deze verklaring en herkenning. Het feit dat de getuige bij het begin van zijn waarneming op 100 meter afstand stond, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid met name nu de getuige verdachte al sinds zijn jeugd kent en daarmee juist makkelijker iemand kan herkennen op een grotere afstand.6

De rechtbank acht dan ook het onder 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 150, 152;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2016.

Ten aanzien van feit 6

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 1 oktober 2015 is uit een woning op de [adres 7] in Arnhem een Acer laptop van [slachtoffer 6] weggenomen. Hierbij is de ruit van de achterdeur met een fietsstandaard vernield.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat enkel op een fietsstandaard het DNA van verdachte is aangetroffen. Dit is een verplaatsbaar object en dit DNA kan op een ander tijdstip hierop terecht zijn gekomen. De eerste inbraak (feit 1) is in de buurt van de [adres 8] gepleegd en verdachte heeft daar bloed verloren. Het is niet uit te sluiten dat in die periode het bloed toen op de fietsstandaard terecht is gekomen.

Beoordeling door de rechtbank

De fietsstandaard – waarmee de ruit is ingeslagen – is onderzocht op de aanwezigheid van DNA. Op deze standaard is het DNA van verdachte aangetroffen.8

De rechtbank acht het hoogst onwaarschijnlijk dat dit DNA ten tijde van een eerdere inbraak – van een maand daarvoor – op de standaard terecht is gekomen en al die tijd op de standaard is blijven zitten terwijl deze fiets buiten – en dus ook in de regen – stond. Daarnaast zou het bloed van verdachte dan op een willekeurige fiets zijn terechtgekomen, waarvan de standaard later door een ander is gebruikt om een ruit in te slaan. De rechtbank acht dit scenario dan ook niet aannemelijk. Gelet op de aanwezigheid van het DNA van verdachte op de fietsstandaard waarmee de ruit van de woning is ingeslagen, acht de rechtbank het onder 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 31 augustus 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen een laptop (HP), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 11 september 2015 op 12 september 2015 te

Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen meerdere geldbedragen (300 euro

en/of 120 US dollar) en/of twee horloges (Tommy Hilfiger, Dolce & Gabbana)

en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 3 september 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een berging behorend bij een woning gelegen aan de [adres 5] heeft weggenomen een fiets (merk Hollandia) en een schroevendraaier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking;

5.

hij in of omstreeks de periode van 9 september 2015 tot en met 10 september

2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen meerdere computers (Acer, Dell) en/of

een Apple Notebook en/of een keukenmachine (Philips), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 1 oktober 2015 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een woning gelegen aan de [adres 7] heeft weggenomen een laptop (Acer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank heeft in feit 4 [adres 5] veranderd in [adres 5] . Ook hierdoor is verdachte niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 3, 5 en 6:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Ten aanzien van feit 4:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor alle feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ambulante behandeling, deelname aan leefstijltraining, drugsverbod en urinecontroles, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte – gelet op de bepleitte vrijspraak ten aanzien van de feiten 2, 4 en 6 en artikel 63 Sr – een gevangenisstraf voor de duur van 13 of 14 maanden op te leggen waarvan de helft voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een drugsverbod.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 16 februari 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 11 maart 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal woninginbraken en de diefstal van een fiets uit een schuur. Verdachte heeft hierbij enkel ten behoeve van zijn eigen financiële gewin gehandeld om zo in zijn drugsverbruik te kunnen voorzien. Verdachte is daarbij volledig voorbij gegaan aan de gevolgen van zijn handelen. Het is algemeen bekend dat inbraken nog lange tijd voor gevoelens van angst kunnen zorgen. Inbraken veroorzaken daarnaast materiële schade en maken een inbreuk op de privacy van de bewoners.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte reeds meermalen veroordeeld is voor dergelijke vermogensfeiten. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw inbraken te plegen.

De rechtbank houdt echter ook rekening met het door de reclassering opgestelde rapport. Volgens de reclassering functioneert verdachte op een laaggemiddeld verstandelijk niveau en handelt verdachte veelal zonder na te denken over de gevolgen van zijn handelen. Verdachte pleegt volgens de reclassering al jarenlang delicten om in zijn drugsgebruik te kunnen voorzien. Verdachte is naar zijn eigen zeggen voornemens geheel te stoppen met het gebruik van drugs en staat open voor hulpverlening.

Alles bijeen, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Volgens de landelijke oriëntatiepunten wordt doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden opgelegd bij een woninginbraak. De rechtbank waardeert de inbraak in de berging op 3 maanden. De rechtbank zal verdachte dan ook een gevangenisstraf voor de duur van 23 maanden opleggen. De rechtbank is echter ook van oordeel dat het voor verdachte en de maatschappij van belang is dat verdachte behandeld wordt voor zijn drugsgebruik, nu het plegen van de strafbare feiten gerelateerd is aan het drugsgebruik van verdachte. De rechtbank zal dan ook een deel van de gevangenisstraf – zijnde 7 maanden – voorwaardelijk opleggen met de bijzondere voorwaarden van een reclasseringstoezicht, ambulante behandeling, gedragsinterventie, drugsverbod en urinecontroles. Dit is een lagere straf dan geëist door de officier van justitie, nu de rechtbank minder bewezen acht en de rechtbank meer rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.155,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat als de vordering door de verdediging niet betwist wordt, deze geheel toegewezen kan worden. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld de vordering tot € 500,- toe te wijzen en voor het overige deel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet onderbouwd is en daarom niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, dan wel dient te worden afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

De door de benadeelde partij ingediende vordering is deels onderbouwd. De benadeelde partij had echter geen bonnen van de beschadigde of weggenomen goederen. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, wel komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De rechtbank zal bij gebrek aan bonnen gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid om de hoogte van de materiële schade te bepalen. De rechtbank zal de civiele vordering tot een bedrag van € 500,- aan materiële schade toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 31 augustus 2015.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Nu van de in de zaak met parketnummer 05/840752-15 door de politierechter te Arnhem voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 28 dagen de tenuitvoerlegging reeds is bevolen door de politierechter op 6 oktober 2015, zal de rechtbank de vordering van de tenuitvoerlegging afwijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 23 (drieëntwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 7 (zeven) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

  • -

    dat verdachte zich meldt bij Reclassering Nederland, Stieltjesstraat 1 te Nijmegen, en zich na de eerste afspraak blijft melden op de afgesproken tijdstippen en locaties zo frequent als en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    dat verdachte deel neemt aan de GI-GGZ Leefstijltraining 24/7;

  • -

    dat verdachte, indien nodig geacht, zijn medewerking verleent aan nadere diagnostiek en zich ambulant laat behandelen door Kairos of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    dat verdachte geen drugs gebruikt, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte is verplicht mee te werken aan urinecontroles;

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1] , te betalen € 500,- (vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te betalen € 500,- (vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

wijst af de vordering van de officier van justitie, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van politierechter te Arnhem van 29 juli 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 28 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Holland (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. R.S. Croll, rechters, in tegenwoordigheid van M. Luijckx, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 april 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, basisteam Arnhem-Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015488287, gesloten op 21 december 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 113-114; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 30 maart 2016.

3 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 114.

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 130-131.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 140.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 140.

7 Proces-verbaal van aangifte, p. 169.

8 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 173; proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen, p. 175; NFI rapport resultaten DNA-onderzoek, p. 176-177.