Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:2087

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
20-04-2016
Zaaknummer
4788083
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer is in dienst als leraar en valt in oktober 2013 uit wegens ziekte en deze ziekte maakt dat terugkeer niet meer tot de mogelijkheden behoort. Op 23 september 2014 spreken partijen af een vervroegde WIA-uitkering aan te vragen. UWV neemt op 21 november 2014 een beslissing op de WIA-aanvraag en kent met ingang van 14 januari 2015 een IVA-uitkering toe. Tussen partijen staat niet ter discussie dat op de arbeidsovereenkomst van werknemer eind 2014 de cao voor het voortgezet onderwijs (hierna: cao VO) van toepassing was. In artikel 10.a.5 lid 5 cao VO is opgenomen dat een opzegging van een dienstverband voor onbepaalde tijd kan plaatsvinden op grond van het geraken in een toestand van blijvende ongeschiktheid op grond van ziekten of gebreken, zulks met inachtneming van de bepalingen van de Zavo. Bij brief van 11 december 2014 wordt door werkgever onder meer gemeld dat de aanstelling van werknemer op 1 november 2015 van rechtswege stopt, nadat de ziekteperiode van twee jaar is verstreken. De kantonrechter kwalificeert dit als opzegging. Ten tijde van het sturen van de brief stond ook reeds vast dat aan de drie genoemde voorwaarden uit de Zavo zou zijn voldaan. Op grond van artikel XXII van het overgangsrecht WWZ, blijven het BBA en afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze luidden de dag vóór 1 juli 2015, van toepassing op een opzegging van de arbeidsovereenkomst gedaan vóór 1 juli 2015 en op de gedingen die daarop betrekking hebben. Voor de opzegging van de arbeidsverhouding met werknemer behoefde werkgever onder het oude recht geen voorafgaande toestemming van UWV, gelet op de uitzondering in artikel 2 BBA. Werknemer heeft derhalve geen recht op een transitievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1163
AR-Updates.nl 2016-0431
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 4788083 \ HA VERZ 16-11 \ 693\415

uitspraak van 10 maart 2016

beschikking

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. V.E. Breedveld

en

de stichting Stichting Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en het land van Maas en Waal

gevestigd te Nijmegen

verwerende partij

gemachtigde mr. P.R.H. Demacker

Partijen worden hierna [verzoeker] en Alliantie genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift ex artikel 7:673 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van 28 januari 2016 met de producties 1 tot en met 10

- het verweerschrift met de producties1 tot en met 11

- de mondelinge behandeling van 3 maart 2016, mede inhoudende de pleitaantekeningen van de gemachtigde van Alliantie.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 1 augustus 1977 in dienst bij de (rechtsvoorganger van) Alliantie, laatstelijk in de functie van leerkracht.

2.2.

[verzoeker] valt in oktober 2013 uit wegens ziekte. Deze ziekte maakt dat een terugkeer niet meer tot de mogelijkheden behoort. Op 23 september 2014 spreken partijen daarom af een vervroegde WIA-uitkering aan te vragen.

2.3.

UWV neemt op 21 november 2014 een beslissing op de WIA-aanvraag en kent met ingang van 14 januari 2015 aan [verzoeker] een IVA-uitkering toe.

2.4.

Op 11 december 2014 stuurt Alliantie een brief naar [verzoeker] met daarin onder meer het volgende.

(…)

Op 21 november jl. ontvingen we bericht dat aan jou met ingang van 14 januari 2015 een IVA-uitkering is toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100 %. Deze uitkering is toegekend vóórdat de eerste twee ziektejaren zijn verstreken.

Op 10 december hebben we gesproken over een financiële regeling tot twee ziektejaren zijn verstreken. Op grond van de Ziekte- en Arbeidsongeschiktheidsregeling VO (ZAVO) art. 4, lid h hebben we met jou afgesproken dat we de IVA-uitkering aanvullen tot 100 % van je inkomen bij Alliantie VO. Dit doen we tot 1 november 2015, het moment dat je aanstelling bij ons van rechtswege stopt, nadat de ziekteperiode van 2 jaar verstreken is.

In de periode tot 1 november 2015 zal de werkgever het arbeidsongeschiktheidspensioen bij ABP opvragen, omdat je in die periode nog bij ons in dienst bent. Vanaf november 2015 zal het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen rechtstreeks aan jou uitbetaald worden. Je moet daarvoor vóór die datum zelf bij ABP aanvraag indienen.

Verder hebben we gesproken over je afscheid tijdens de plenaire kerstvergadering op 19 december a.s. Je gaf aan dit op je eigen manier te willen invullen (…) Ondanks dit afscheid hopen we je nog regelmatig tegen te komen en natuurlijk hopen we dat dit, ondanks je ernstige ziekte, nog heel lang mogelijk blijft.(…)

2.5.

[verzoeker] stuurt in reactie op een e-mailbericht van mevrouw [naam] , waarin zij aangeeft dat de datum voor formeel ontslag op 1 november 2015 nadert, op 6 juli 2015 een e-mailbericht met daarin onder meer het volgende.

(…)

And now for something completely different: Ik heb net zitten bellen met UWV en

rechtsbijstandsverzekeraar met als trefwoord “transitievergoeding”. Ik dacht dat we het hele traject omtrent mijn dienstverband keurig in kaart hadden, maar nu komt het transitieverhaal er blijkbaar bij. Volgens de juridischen heb ik daar recht op. En de werkgever moet het aanbieden, in het kader van de ontslagprocedure.

Ik hoor graag van de deskundigen van het bestuursbureau hoe zij dit zien.(…)

2.6.

Op 13 juli 2015 stuurt Alliantie een brief naar [verzoeker] met daarin onder meer het volgende.

(…)

Het afgelopen jaar hebben we meermaals gesproken over jouw ziekte in combinatie met een

beëindiging van jouw dienstverband in oktober van dit jaar ben jij twee jaar arbeidsongeschikt. In oktober 2014 stond al vast dat jij jouw eigen functie niet meer zou kunnen hervatten We hebben daarom. in november een vervroegde WIA-aanvraag gedaan. Op 21 november 2014 liet het UWV weten dat aan jou met ingang van 14 januari 2015 een IVA-uitkering is toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.

Op 10 december 2014 hebben wij met jou gesproken over de afwikkeling van jouw dienstverband. Wij zijn overeengekomen dat jouw arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt met ingang van 1 november 2015 en dat jouw IVA-uitkering tot die tijd door de Alliantie VO zou worden aangevuld tot 100% van jouw inkomen. Deze aanvulling werd uitbetaald op grond van artikel 4 sub h van de Ziekte- en Arbeidsongeschiktheidsregeling Voortgezet Onderwijs (ZAVO) op grond van cao VO.

Inmiddels ben jij bijna twee jaar arbeidsongeschikt en eindigt jouw arbeidsovereenkomst op korte termijn. Ook de aanvullingsregeling zal dan ophouden Deze afspraken zijn vastgelegd in de brief van 11 december 2014 die jij hebt ontvangen. Naar aanleiding van deze afspraak en het feit dat jij jouw werkzaamheden niet meer zou hervatten, heb jij voor de kerst tevens afscheid genomen van jouw collega’s. Op de salarisstroken die jij vanaf mei 2015 ontving was de overeengekomen einddatum van 1 november 2015 zichtbaar.

Gezien het feit dat de afspraken over een beëindiging met wederzijds goedvinden reeds in december 2014 zijn gemaakt kun je geen aanspraak maken op de transitievergoeding. Deze regeling geldt immers alleen voor ontslag na 1 juli 2015.(…)

2.7.

In reactie hierop stuurt de gemachtigde van [verzoeker] op 23 oktober 2015 een brief naar Alliantie met daarin onder meer het volgende.

(…)

U informeerde cliënt dat met ingang van 1 november 2015 zijn dienstverband met de [naam school] Nijmegen tot een einde zal komen. Bij brief van 13 juli 2015 heeft u deze beëindiging nog maar eens bevestigd. In die brief reageert u ook op de stelling van cliënt dat hij in het geval van ontslag op initiatief van de organisatie, ook recht heeft op een transitievergoeding.

In uw brief voert u argumenten aan op grond waarvan de organisatie zich op het standpunt stelt dat cliënt geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Cliënt meent echter dat uw lezing van de situatie niet helemaal juist is, en dat uw argumenten geen doel treffen.

De voorzieningen welke u getroffen heeft, zijn op uw eigen initiatief geweest en op geen enkel moment heeft cliënt daarbij afstand gedaan van een eventueel recht op een transitievergoeding. Er is geen sprake geweest van een beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. Een vaststellingsovereenkomst waaruit dit zou blijken is er ook niet. Wat er wel is, is dat u bent overgegaan tot ontslag met ingang van 1 november 2015, en dat sinds 1 juli 2015 de transitievergoeding verschuldigd is. Dat er in de periode daarvoor vanuit de organisatie voorzieningen zijn getroffen, doet daaraan niets af.(…)

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om Alliantie primair te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW ad € 75.000,00 bruto en subsidiair te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten en kort en zakelijk weergegeven, onder meer de volgende stellingen ten grondslag. Volgens [verzoeker] hebben partijen in december 2014 geen afspraken gemaakt die geïnterpreteerd kunnen worden als het op termijn afstand doen van de transitievergoeding. Het recht op een transitievergoeding bestaat ook in het geval van opzegging van het dienstverband door de werkgever in verband met twee jaar arbeidsongeschiktheid, aldus [verzoeker] . Volgens [verzoeker] doet Alliantie ten onrechte een beroep op het Besluit overgangsrecht transitievergoeding. De door [verzoeker] ontvangen aanvulling op de IVA-uitkering kan niet aangemerkt worden als vergoeding of voorziening zoals vermeld in het besluit. Ook was er voor [verzoeker] op 1 november 2015 geen recht op een vergoeding of voorziening. Daarbij komt volgens [verzoeker] dat Alliantie hem, in afwijking artikel 3 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding, nooit heeft voorgehouden dat hij een keuze moest maken tussen de transitievergoeding en de aanvulling op zijn IVA-uitkering. Ook kan [verzoeker] zich niet vinden in het subsidiaire standpunt van Alliantie dat de brief van 11 december 2014 gezien moet worden als opzegging en dat hij daartegen binnen 6 weken bezwaar had moeten maken bij de Commissie van Beroep VO.

3.3.

Alliantie voert verweer. Op dit verweer zal, voor zover nodig, hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kernvraag is of [verzoeker] recht heeft op een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW. Voor het antwoord op deze vraag is het van belang om allereerst vast te stellen of het oude of het nieuwe ontslagrecht op de onderhavige situatie van toepassing is.

4.2.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat op de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] eind 2014 de cao voor het voortgezet onderwijs (hierna: cao VO) van toepassing was. In artikel 10.a.5 lid 5 cao VO is opgenomen dat een opzegging van een dienstverband voor onbepaalde tijd kan plaatsvinden op grond van het geraken in een toestand van blijvende ongeschiktheid op grond van ziekten of gebreken, zulks met inachtneming van de bepalingen van de Zavo. In artikel 20 Zavo is voorts bepaald dat ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid voor de eigen arbeid volgt, indien blijkt dat de werknemer op grond van ziekten of gebreken is geraakt in een toestand van blijvende ongeschiktheid om aan de aan zijn functie gestelde vereisten te voldoen. Werknemer kan dan worden ontslagen, mits deze blijvende ongeschiktheid onafgebroken 2 jaar heeft geduurd, herstel binnen een periode van 6 maanden na deze 2 jaar redelijkerwijs niet is te verwachten en er bij de werkgever voor werknemer geen reële herplaatsingmogelijkheden zijn.

4.3.

Vast staat dat Alliantie bij brief van 11 december 2014 onder meer heeft gemeld dat de aanstelling van [verzoeker] op 1 november 2015 van rechtswege stopt, nadat de ziekteperiode van 2 jaar is verstreken. De kantonrechter kwalificeert dit als een opzegging (en niet als een beëindiging met wederzijds goedvinden), nu in deze brief duidelijk wordt aangegeven dat de aanstelling van [verzoeker] stopt op 1 november 2015. Ten tijde van het sturen van de brief stond ook reeds vast dat aan de drie onder r.ov. 4.2. genoemde voorwaarden uit de Zavo zou zijn voldaan. Dit blijkt ook uit het feit dat aan [verzoeker] een vervroegde IVA-uitkering is toegekend.

4.3.1.

Op grond van artikel XXII van het overgangsrecht WWZ, blijven het BBA en afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze luidden de dag vóór 1 juli 2015, van toepassing op een opzegging van de arbeidsovereenkomst gedaan vóór 1 juli 2015 en op de gedingen die daarop betrekking hebben. Nu het overgangsrecht bedoeld is de verhoudingen tussen de nieuwe wet en bestaande rechtstoestand te regelen en ordenen, dienen deze regels strikt te worden uitgelegd.

4.3.2.

Voor de opzegging van de arbeidsverhouding met [verzoeker] behoefde Alliantie onder het oude recht geen voorafgaande toestemming van UWV, gelet op de uitzondering in artikel 2 BBA. [verzoeker] had, gelet op het reglement van de Commissie van Beroep VO, de mogelijkheid om binnen zes weken na ontvangst van het genomen besluit in beroep te gaan bij de Commissie van Beroep VO. Nu vast staat dat [verzoeker] zich niet tot de Commissie van Beroep VO heeft gewend is de opzegging van 11 december 2014 onherroepelijk geworden.

4.4.

Dat Alliantie in voormelde brief vervolgens ook een aantal tussen partijen gemaakte afspraken in de brief bevestigt doet aan voorgaande niets aan af. De door Alliantie op 13 juli 2015 (r.ov. 2.7.) gestuurde bevestiging einde dienstverband met ingang van 1 november 2015, bewerkstelligt naar het oordeel van de kantonrechter nog niet dat het nieuwe ontslagrecht op de situatie van toepassing wordt. Dit klemt te meer daar Alliantie deze brief (met als onderwerp: bevestiging einde dienstverband met ingang van 1 november 2015) heeft gestuurd naar aanleiding van een door [verzoeker] gestuurd e-mailbericht (r.ov. 2.6.) over de transitievergoeding.

4.5.

De kantonrechter is, gelet op al het voorgaande, van oordeel dat [verzoeker] geen recht heeft op een transitievergoeding. Het verzoek van [verzoeker] wordt dan ook afgewezen.

4.6.

[verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

wijst het verzoek af;

5.2.

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van Alliantie begroot op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2016.