Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:2001

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-04-2016
Datum publicatie
11-04-2016
Zaaknummer
05/881629-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(niet aangeleverd)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/881629-15

Datum uitspraak : 4 april 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd te HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen.

Raadsman: mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 maart 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en met

7 december 2015 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne (diacetylmorfine) zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 04 oktober 2015 te Apeldoorn [slachtoffer 1] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 1] één of meerdere malen (met kracht) in/tegen het gezicht te stompen en/of te slaan;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 29 november 2015 te Apeldoorn, openlijk, te weten op of in een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten de [naam 1] gelegen aan de [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit:

- het één of meerdere malen (met kracht) stompen en/of slaan in/tegen het gezicht, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het één of meerdere malen (met kracht) trappen en/of schoppen tegen de knie, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 2] (terwijl zij op de grond lag).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Er is een aantal anonieme meldingen bij de politie binnengekomen over mogelijke betrokkenheid van verdachte bij drugshandel in Apeldoorn, in het bijzonder rondom het pand van [naam 2] aan de [adres 4] te Apeldoorn.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat betreft de feiten 1 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 2 heeft hij primair vrijspraak bepleit. Er is geen aangifte gedaan en, belangrijker, er is niet vastgesteld dat sprake is geweest van pijn, letsel of een onaangename gewaarwording.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Verklaringen van getuigen

Er zijn diverse getuigenverklaringen afgelegd over de betrokkenheid van verdachte bij de verkoop van drugs in Apeldoorn. De rechtbank zal een aantal van die verklaringen voor het bewijs gebruiken.

Op 5 augustus 2014 heeft [getuige 1] verklaard dat hij wel eens harddrugs koopt van ‘ [naam 4] ’, “ [naam 5] ”. Deze verkoopt de drugs voor ‘ [verdachte] ’, een Surinaamse man met kort haar/kalend hoofd, vaak een sikje en vaak een petje op. Deze [verdachte] woont in Zwolle. Hij komt al jaren bij [naam 2] en eerder dealde hij zelf. Nu laat hij anderen verkopen en houdt hij zelf de boel in de gaten. En met zaken bedoelt [getuige 1] dat [verdachte] goed in de gaten houdt dat zijn subdealers, die voor hem verkopen, geen drugs of geld achterover drukken. Dat is ook de reden dat [verdachte] dagelijks bij [naam 2] aanwezig is.2

[getuige 2] heeft op 27 augustus 2014 verklaard dat [naam 6] samen met ‘ [verdachte] ’ de drugs doet bij [naam 2] . Ze hebben samen meerdere loopjongens. Hij noemt de namen ‘ [naam 7] ’ en ‘ [naam 8] ’. [getuige 2] heeft verder verklaard dat die jongens meerdere keren per dag worden gebeld door [verdachte] . Dan vertrekken ze en deelt [verdachte] de drugs uit. Daarna komen ze terug en verspreiden ze zich weer. [verdachte] staat bij [naam 2] een jointje te roken en populair te doen, aldus [getuige 2] . Hij int geld en houdt toezicht. Hij geeft zijn loopjongens op hun flikker als ze niet genoeg verdienen. [verdachte] neemt geen genoegen met € 2500,- per dag.3 Over deze [verdachte] heeft [getuige 2] verklaard dat hij een Antilliaan of Surinamer is die in Zwolle woont, maar dagelijks naar Apeldoorn komt. Hij komt nagenoeg altijd met de trein naar Apeldoorn, aldus [getuige 2] . [verdachte] is een stevig gebouwde man, ongeveer 1.80 m lang, kaal hoofd, meestal sikje of kort baardje. Op 21 september 2014 heeft [getuige 2] gezien dat [verdachte] boterhamzakjes bij zich had met bolletjes wit (cocaïne) en bruin (heroïne). Hij heeft gratis heroïne gekregen van [verdachte] . [verdachte] deed dit in het verleden ook wel eens en verwachtte dan dat je in het vervolg de heroïne bij hem kocht. Er is niets joviaals aan, het is allemaal doordacht om meer verslaafden aan hem te binden, aldus [getuige 2] . [verdachte] heeft meerdere loopjongens: [naam 7] , [naam 9] (volgens verbalisant is dit [naam 10] ), [naam 11] (volgens verbalisant is dit [naam 12] ). Iedereen bij [naam 2] wordt geregeld onder dwang verplicht harddrugs te kopen van of via [verdachte] . De loopjongens gaan ook mee naar de pinautomaat om direct geld te kunnen afnemen. Met name labiele verslaafden worden lichamelijk vastgehouden. De verkopers krijgen ongenadig op hun donder als ze te weinig verkopen op een dag.4

[getuige 3] heeft op 13 oktober 2015 verklaard dat [verdachte] de grootste baas/dealer in de binnenstad is. [verdachte] is een Surinaamse man met een grijs baardje. Hij is op veel momenten op de dag voor kortere of langere tijd aanwezig bij [naam 2] . Voor [verdachte] werken onder andere [naam 16] (volgens verbalisant is dit [naam 14] ) en [naam 6] (volgens verbalisant is dit [naam 15] ). [getuige 3] kreeg een geel plastic eitje van [naam 16] en moest de drugs die daarin zat, verkopen. [getuige 3] heeft dat niet gedaan en toen werd [naam 16] heel kwaad op hem. [getuige 3] voelde zich bedreigd omdat [naam 16] vaak samen is met [verdachte] en [naam 6] . Van hen drieën gaat veel dreiging uit en ze schuwen geweld niet. [getuige 3] heeft gezien dat [verdachte] vaker geweld gebruikt tegen personen die voor hem dealen en waarvan hij denkt dat de opbrengsten niet kloppen of niet genoeg zijn. Zo heeft hij gezien dat [naam 17] op het binnenplein van [naam 2] door [verdachte] is geslagen. Dit ook naar aanleiding van een geschil over de verkoop van drugs.5

[naam 17] [slachtoffer 1] heeft op 22 september 2015 verklaard dat hij [verdachte] goed kent en dat hij weet dat [verdachte] in Apeldoorn handelt in harddrugs.6 Verder heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij door [verdachte] is geslagen op het binnenplein van [naam 2] .7

De rechtbank overweegt dat de getuigen spreken over ‘ [verdachte] ’. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het door hen gegeven signalement, de omstandigheid dat verdachte in Zwolle woonachtig is, hij zelf ter zitting heeft verklaard vaak in Apeldoorn te komen en het naar zijn zeggen kan zijn dat hij wordt bedoeld met ‘ [verdachte] ’ voldoende duidelijk dat met ‘ [verdachte] ’ verdachte wordt bedoeld. Verder is nog van belang dat ook verbalisant [verbalisant 1] meent dat over verdachte wordt gesproken.8

Op 1 juli 2014 hebben verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] gezien dat verdachte sprak met ene [naam 18] , een gebruiker van harddrugs. Deze [naam 18] heeft daarop desgevraagd verklaard dat verdachte niet meer zelf dealde maar loopjongens voor zich zou hebben lopen.9

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 4] waren op 8 april 2015 in de woning van [naam 19] aan [adres 3] in Apeldoorn. Zij deelden hem mee dat zij het vermoeden hadden dat verdachte, [naam 10] en [naam 20] zijn woning gebruikt hadden voor voorbereidingshandelingen om harddrugs op straat te kunnen verkopen (cocaïne koken, wegen en verpakken). [naam 19] deelde mee dat deze personen inderdaad een tijdlang op onregelmatige tijden bij hem in de woning waren geweest. Het klopte wat verbalisanten zojuist tegen hem hadden gezegd met betrekking tot de voorbereidingshandelingen.10

Op 11 december 2015 heeft [naam 21] verklaard dat hij verdachte kent van [naam 2] , waar hijzelf en verdachte dagelijks waren. Hij wist en had gezien dat verdachte drugs gaf aan dealers bij [naam 2] en dat deze dealers die cocaïne voor hem verkochten. Verdachte zou snel kwaad worden als de opbrengst niet klopte en sloeg dan.11

[naam 10] heeft op 14 december 2015 verklaard schulden te hebben bij verdachte, die hem soms een tas gaf om weg te brengen. [naam 10] wist dat er drugs in die tassen zat. Vaak moest hij een tas naar [naam 22] brengen, die hem dan € 100,- of € 200,- gaf om weer aan verdachte te geven. De laatste tijd heeft [naam 10] bijna elke dag dingen voor verdachte gedaan, een joint of geld halen. Er waren wel meer mensen die drugs haalden voor verdachte. [naam 10] was wel bang dat verdachte hem ook zou gaan slaan, de dag voor het verhoor is hij bedreigd door [naam 6] . Verdachte dealt altijd drugs, aldus [naam 10] . Verdachte gaf het dan aan [naam 7] , die het verdeelde onder de verslaafde jongens die het vervolgens moesten verkopen. [naam 7] haalde dan het geld op dat verdiend was. Soms had verdachte de drugs bij zich als hij in Apeldoorn kwam, maar hij had het ook een tijdje bij [naam 22] , zwarte [naam 7] of diens broer of bij [naam 23] . Verdachte gaat wekelijks naar Rotterdam om drugs te halen.12

Telefoongesprekken

In de periode van 23 november 2015 tot en met 7 december 2015 is een telefoontap aangesloten geweest op de telefoon van verdachte, met telefoonnummer +31644943819. Verbalisanten [verbalisant 5] , [verbalisant 6] en [verbalisant 7] hebben gesprekken uitgeluisterd en een aantal gesprekken uitgewerkt.13

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 5] hebben verklaard dat zij enkele van die uitgewerkte gesprekken hebben beluisterd, meer specifiek de sessies waarbij werd gebeld naar telefoonnummer +3151135961. Zij herkenden de stem van de persoon die uitbelde als de stem van de hen ambtshalve bekende verdachte. De stem van de persoon die werd gebeld herkende zij als de stem van de hen ambtshalve bekende [naam 24] . Deze [naam 24] heeft als bijnaam ‘ [naam 25] ’.14

De rechtbank gebruikt een aantal gesprekken voor het bewijs. Die worden hieronder weergegeven.

Tijdens een gesprek met ‘ [naam 25] ’ op 26 november 2011 vraagt verdachte aan [naam 25] of ‘ [naam 9] ’ er is. [naam 25] zegt dat [naam 9] daar is en zegt dat hij niets meer heeft. Verdachte zegt dat hij dan moet maken.15

Op 27 november 2015 voert verdachte een gesprek met diezelfde [naam 25] . Verdachte zegt tegen [naam 25] dat hij NNman 4 voor 30 moet geven. [naam 25] zegt dat hij niet meer heeft en hij net dinges wel doen voor nieuwe. Verdachte zegt dat hij [naam 9] stuurt.16

Op 28 november 2015 heeft verdachte een gesprek met NNman1660. Hij vraagt of NNman met [naam 25] heeft afgetikt.17 [naam 10] heeft verklaard dat hij dit gesprek met verdachte heeft gevoerd. Als verdachte hem vraagt om af te tikken, dan bedoelt verdachte dat [naam 10] aan het einde van de dag de opbrengst van de verkoop van drugs bij [naam 25] moet ophalen voor verdachte, aldus [naam 10] . [naam 25] dealde voor verdachte en hij moest dagelijks zijn opbrengst van de verkoop afstaan aan [naam 10] of [naam 20] .18

Tijdens een gesprek met zijn partner, [naam 26] , wier telefoonnummer [nummer] is19, op 30 november 2015 zegt verdachte letterlijk:

“ [naam 26] , hou alsjeblieft op, ik ben pakjes aan het maken”, “Ik ben pakjes aan het maken, bel mij niet voor deze bullshit” en “Ik zit hier bij mensen in huis pakjes te maken”. 20

Op 30 november 2015 spreekt [naam 26] een voicemailbericht in op de telefoon van verdachte, waarin zij zegt dat verdachte heeft gezegd dat hij zijn telefoon aan [naam 7] heeft meegegeven zodat zij niet in zijn telefoon kan kijken. Vervolgens zegt zij letterlijk:

“Dus een drugsdealer blijft zonder telefoon..je gaat..je telefoon meegeven aan een junkie omdat je je eigen vrouw niet de telefoon wilt laten zien..nou dat is echt niet normaal.

De aanhouding van verdachte op 7 december 2015

Verdachte is op 7 december 2015 in Apeldoorn aangehouden.21

Verdachte heeft bevestigd dat hij is aangehouden terwijl hij op de bijrijdersstoel zat in de [naam 27] met kenteken [kenteken] . Hij zat naast [naam 14] .22

Verbalisant [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat onderzoek is verricht in de auto waarin verdachte werd aangetroffen (kenteken [kenteken] ). Op de bodemplaat links achter bestuurdersstoel is 1 zakje met 13 wikkels witte substantie gelijkende op cocaïne en 1 wikkel met daarin een bruine substantie gelijkende op heroïne aangetroffen.23

Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 1] hebben verklaard dat in een holle ruimte onder het middenconsole van de auto een plastic zak lag, met daarin een wit-kleurige substantie. Ook lagen er drie kleinere plastic zakjes. In één zakje zagen zij ongeveer 12 bolletjes met een witkleurige substantie. In een ander zakje zagen verbalisanten ongeveer 12 bolletjes met een bruinkleurige substantie. In nog een ander zakje zat een zwartkleurig omhulsel met een onbekende substantie.24 De aangetroffen stoffen zijn in beslag genomen. In totaal gaat het om ongeveer 230 gram.25

De stoffen zijn onderzocht door de politie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het NFI heeft in het Rapport identificatie van drugs en precursoren van 31 december 2015 geconcludeerd dat vier onderzochte monsters cocaïne bevatten en twee monsters heroïne. Beide stoffen staan vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.26

[naam 14] heeft verklaard dat de bolletjes die achter zijn stoel zijn gevonden van [naam 6] waren. Wat er nog meer is gevonden in de auto, was van verdachte, aldus [naam 14] . [naam 14] was die dag samen met [naam 6] en verdachte naar Rotterdam geweest.27

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 7 december 2015 in Apeldoorn drugs, te weten heroïne en cocaïne, heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Verdachte had, zo blijkt uit de getuigenverklaringen, loopjongens voor zich werken en hield zelf toezicht op de verkoop. Hoewel verdachte naar het oordeel van de rechtbank als de centrale figuur moet worden aangemerkt, is daarbij sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. Er vond overleg en afstemming plaats met diverse personen, die in opdracht van verdachte de drugs verder verspreidden en geld ophaalden. Daarnaast heeft verdachte samen met anderen drugs gereed gemaakt voor de verkoop.

Feit 2

Verbalisant [verbalisant 1] was op 4 oktober 2015 bij [naam 2] in Apeldoorn en werd daar aangesproken door [slachtoffer 1] die verklaarde dat hij zojuist was mishandeld door verdachte. [verdachte] had hem een paar harde klappen in het gelaat gegeven, zo verklaarde hij. Verbalisant heeft de camerabeelden bekeken. Te zien was dat verdachte met de fiets de binnenplaats van [naam 2] op kwam rijden en rechtstreeks naar [slachtoffer 1] reed. Duidelijk was te zien dat verdachte [slachtoffer 1] een klap tegen het gelaat gaf. Vervolgens stapte verdachte van de fiets en gaf hij [slachtoffer 1] een tweede klap in het gelaat.28

De rechtbank acht, gelet op de verklaring van [slachtoffer 1] en het bekijken van de camerabeelden door verbalisant, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] tweemaal heeft geslagen. Hoewel niet is beschreven dat sprake is geweest van pijn of letsel, acht de rechtbank wel bewezen dat [slachtoffer 1] pijn heeft gehad. Hierbij is van belang dat verbalisanten hebben gehoord dat [slachtoffer 1] verklaarde dat verdachte hem een paar harde klappen in zijn gelaat had gegeven en dat hij geen aangifte durfde te doen omdat de problemen voor hem dan nog veel groter zouden worden.29 Uit het feit dat het harde klappen zijn geweest en het feit dat hij geen aangifte durfde te doen, maar dit kennelijk wel wilde, leidt de rechtbank af dat de klappen pijn hebben veroorzaakt.

Feit 3

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van mishandeling op 29 november 2015. Ze was samen met haar broer, [slachtoffer 3] , in de [naam 1] aan de [adres 2] in Apeldoorn. Er kwam een jongen naar haar toe. Hij kwam van een tafel, waar nog drie jongens zaten. Deze jongen wilde dat aangeefster voor hem zou dansen, maar dat wilde zij niet. Een andere jongen aan de tafel stak zijn rechter arm uit. Hij pakte de broer van aangeefster bij de nek. Aangeefster sloeg gelijk die hand weg. De jongen sloeg haar toen met een vlakke hand recht in het gezicht. De eerste jongen probeerde tussen hen te komen, maar aangeefster duwde hem weg. Ze trok de tweede jongen aan zijn ketting. Op dat moment kreeg aangeefster schoppen tegen haar rechter knie. Ze was op de vloer gevallen. Toen de bodyguard er was, trok de jongen aan het haar van aangeefster en sloeg hij haar op haar neus.30

Verbalisant [verbalisant 8] heeft de camerabeelden van de dansvloer van café ‘ [naam 1] ’ bekeken. Hij herkende de hem ambtshalve bekende [naam 7] , verdachte en [naam 15] en heeft beschreven welke gedragingen door wie zijn gepleegd. Verbalisant zag dat [naam 15] tussen [naam 20] en verdachte kwam met zijn arm en de broer van aangeefster in het gezicht tikte. Daarna bracht hij zijn rechter hand met snelheid en kracht, met de open handpalm naar voren, richting het gezicht van aangeefster en raakte haar midden in het gezicht. [naam 15] pakte aangeefster vervolgens vast. Hij balde zijn linker hand tot een vuist en bewoog deze met kracht in de richting van aangeefster, waarbij zij wederom vol in haar gezicht werd geraakt. [naam 15] bleef haar vasthouden, duwen en trekken.

Verder was te zien dat de broer van aangeefster werd vastgepakt en geduwd door [naam 15] .

Daarna was nog te zien dat [naam 15] zijn hele lichaam achteruit bewoog, hij zijn rechter arm met gebalde vuist naar achteren bewoog en hij daarna zijn lichaam, arm en vuist met snelheid en kracht naar voren bewoog, in de richting van het gezicht van aangeefster, waarbij hij haar vol in het gezicht raakte.

De gedragingen van [naam 20] zijn als volgt beschreven. Verbalisant zag op de beelden dat [naam 20] aangeefster vast pakte en aan haar begon te trekken. Zij werd ook geduwd door [naam 20] . Verder heeft hij, toen zij zich in elkaar gebogen laag bij de grond bevond, zijn been met kracht in haar richting bewogen. Ook heeft hij trappende bewegingen gemaakt in de richting van de broer van aangeefster, ook toen deze op de grond lag.

Verbalisant heeft beschreven dat hij op de beelden heeft gezien dat verdachte een slaande beweging maakte in de richting van het hoofd van de broer van aangeefster. Verdachte pakte hem vast en trok hem naar achteren. Vervolgens trok verdachte de broer van aangeefster naar de grond. Toen de broer van aangeefster op de grond lag, balde verdachte zijn rechter hand tot een vuist en bewoog deze twee maal naar achteren en daarna met snelheid en kracht in de richting van de broer van aangeefster. Na dat moment heeft verdachte de broer van aangeefster nog vier maal met kracht met een gebalde vuist geslagen. De broer van aangeefster belandde weer op de grond, waarna verdachte een trappende beweging maakte.31

[naam 20] heeft verklaard dat er door meerdere mensen werd getrokken en geduwd. Hij heeft zelf wel een trappende beweging gemaakt naar iemand die op de grond lag, maar weet niet meer of dat een man of een vrouw was. [naam 20] heeft die persoon niet geraakt. Hij heeft niet gezien wat verdachte en [naam 15] hebben gedaan.32

[naam 15] heeft verklaard dat hij de vrouw een klap met zijn vlakke hand heeft gegeven, tegen de zijkant van haar hoofd. Er was wat heen en weer getrek tussen diverse mensen. Omdat de vrouw de ketting van [naam 15] kapot had getrokken, werd hij kwaad en heeft hij haar vervolgens met zijn rechter vuist in haar gezicht geslagen. Het leek alsof iedereen met iedereen ruzie had. Even later gaf [naam 15] de vrouw nog een keer een vuistslag in het gezicht.33

Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet meer zoveel kan herinneren, omdat hij dronken was. [naam 15] heeft een meisje geslagen en dat meisje heeft [naam 15] geslagen. Verdachte heeft wel geprobeerd een jongen te slaan, maar heeft misgeslagen. Verdachte weet nog dat hij is geslagen en dat hij heeft teruggeslagen. Hij weet niet meer wie hij heeft geslagen.34

Gelet op deze bewijsmiddelen acht de rechtbank het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Er is door verdachte, [naam 20] en [naam 15] geweld gepleegd in de [naam 1] in Apeldoorn. Dat geweld bestond uit de in de tenlastelegging vermelde feitelijke gedragingen. De rechtbank overweegt in dit verband dat zij weliswaar bewezen acht dat aangeefster is geschopt, maar niet dat dit gebeurde terwijl zij op de grond lag. Dit blijkt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk uit haar verklaring. Dat [naam 20] een trappende beweging heeft gemaakt toen aangeefster op de grond lag, zoals beschreven door verbalisant [verbalisant 8] , betekent niet dat hij haar op dat moment ook heeft geraakt. Van dit deel van de tenlastelegging moet verdachte dan ook worden vrijgesproken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en met

7 december 2015 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne (diacetylmorfine) zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 04 oktober 2015 te Apeldoorn [slachtoffer 1] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 1] één of meerdere malen (met kracht) in/tegen het gezicht te stompen en/of te slaan;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 29 november 2015 te Apeldoorn, openlijk, te weten op of in een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten de [naam 1] gelegen aan de [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit:

- het één of meerdere malen (met kracht) stompen en/of slaan in/tegen het gezicht, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het één of meerdere malen (met kracht) trappen en/of schoppen tegen de knie, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 2] (terwijl zij op de grond lag).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B en C gegeven verbod;

feit 2: mishandeling;

feit 3: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen enkele bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, te weten een locatieverbod en een contactverbod.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de duur van de op te leggen gevangenisstraf beperkt dient te blijven. Hoewel verdachte wordt neergezet als hoofddader, ligt de werkelijkheid anders.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal feiten, waarbij het zwaartepunt voor het bepalen van de straf ligt bij het eerste feit. Verdachte is in een ruime periode betrokken geweest bij het dealen van harddrugs.

De rechtbank hanteert als uitgangspunt voor dit feit het LOVS-oriëntatiepunt, dat voor het gedurende zes tot twaalf maanden met enige regelmaat verkopen, afleveren of verstrekken van gebruikershoeveelheden drugs vanuit een pand of op straat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden noemt.

De rechtbank ziet aanleiding te komen tot een veel hogere straf voor verdachte. Daarbij is een aantal omstandigheden van belang.

Uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister blijkt dat verdachte in 2010, in 2012 en tweemaal in 2013 onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen van steeds enkele maanden wegens Opiumwetdelicten. Er is dus sprake van forse recidive.

Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat een veel langere periode bewezen is verklaard dan die in het LOVS-oriëntatiepunt is genoemd.

Verder is sprake van medeplegen, dat ook strafverzwarend is. De rechtbank weegt daarnaast mee dat verdachte geweld en het dreigen daarmee niet heeft geschuwd en misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van verslaafden die juist met behulp van [naam 2] uit het drugscircuit probeerden te komen. . Verdachte heeft zich daarbij buitengewoon intimiderend opgesteld en heeft zich enkel bezig gehouden met zijn eigen financiële gewin.

Voor openlijke geweldpleging met enig lichamelijk letsel ten gevolge is het LOVS-oriëntatiepunt een gevangenisstraf van drie maanden. In het geval van verdachte is sprake van twee slachtoffers en vond het geweld plaats in een uitgaansgelegenheid.

Alles overwegende acht de rechtbank de straf als geëist door de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf van achtenveertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, passend en geboden. De rechtbank acht een proeftijd van drie jaar nodig.

De rechtbank zal als bijzondere voorwaarde een locatieverbod opleggen van een straal van één kilometer rondom het pand van [naam 2] , [adres 4] , in Apeldoorn, één en ander zoals op de bij het vonnis aangehechte plattegrond is aangegeven. Verdachte zal zelf een oplossing dienen te vinden voor mogelijke praktische problemen die dit verbod voor hem opleveren. Het door de officier van justitie voorgestelde contactverbod zal de rechtbank niet opleggen omdat dat verbod, zoals geformuleerd door de officier van justitie, moeilijk te handhaven is gelet op de zeer ruime groep personen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 47, 91, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

  • -

    de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

  • -

    de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich niet zal bevinden binnen straal van 1000 meter van het [naam 2] , [adres 4] , in Apeldoorn, één en ander zoals op de bij het vonnis aangehechte plattegrond is aangegeven;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van Hoof, voorzitter, mr. S. Kropman en

mr. M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 april 2016.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/881629-15

Uitspraak d.d.: 4 april 2016

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van 4 april 2016.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

en , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte, [voorletters 1] [verdachte], is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De raadsman, mr. Huisman, is wel / niet verschenen.

De rechter spreekt het vonnis uit

en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen.

Waarvan proces-verbaal,

1 Het bewijs ten aanzien van de feiten 1 en 2 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [voorletters 2] [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam Apeldoorn, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015428057, gesloten op 22 januari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. Het bewijs ten aanzien van feit 3 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] van de politie Oost Nederland, basisteam Apeldoorn, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015589151, gesloten op 22 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , pagina 3

3 Proces-verbaal van aangifte door [getuige 2] , pagina’s 5-7

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pagina’s 8-10

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pagina’s 43-45

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 38

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 41

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 44

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 35

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 316

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [voorletters 3] [naam 10] , pagina’s 324-327

13 Proces-verbaal Verslag Telefoontap, pagina 253

14 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 285

15 Weergave gesprek sessienummer 270, bijlage bij het proces-verbaal Verslag Telefoontap, pagina 260

16 Weergave gesprek sessienummer 402, bijlage bij het proces-verbaal Verslag Telefoontap, pagina 265

17 Weergave gesprek sessienummer 505, bijlage bij het proces-verbaal Verslag Telefoontap, pagina 274

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [voorletters 3] [naam 10] , pagina’s 329- 330

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 26] , pagina 317-318

20 Weergave gesprek sessienummer 597, bijlage bij het proces-verbaal Verslag Telefoontap, pagina 280

21 Proces-verbaal van aanhouding, pagina 183

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 195

23 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 213

24 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 369

25 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 372-375

26 Rapport identificatie van drugs en precursoren van 31 december 2015, pagina’s 376-377

27 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [voorletters 4] [naam 14] , pagina 382

28 Proces-verbaal van bevindingen, PL0600-2015428057-33

29 Proces-verbaal van bevindingen, PL0600-2015428057-33

30 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina’s 6-8

31 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 20-23

32 Proces-verbaal van verhoor van verdachte L. [naam 20] , pagina’s 26-27

33 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 15] , pagina’s 34-35

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina’s 39-40a