Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1746

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
25-03-2016
Zaaknummer
05/820177-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een geldboete ter hoogte van € 1.200,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren wegens het veroorzaken van een verkeersongeval.

(Artikel 6 Wegenverkeerswet 1994)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820177-15

Datum uitspraak : 25 maart 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Raadsman: mr. M.P. Nan, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 maart 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 juni 2015 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Kia, type Picanto), komende uit de richting Wamel en gaande in de richting van de kruising, gevormd door de Nieuweweg en de Van Heemstraweg, daarmee rijdende over de weg, de Nieuweweg

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft

gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nieuweweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising, aan weerszijde van die weg, de Nieuweweg, in zijn, verdachtes rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" waren aangebracht en/of

terwijl hij zich op die Nieuweweg bevond, gezien zijn, verdachtes rijrichting een van links komend en over de kruisende(voorrangs)weg, de Van Heemstraweg rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) had waargenomen,

zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Van Heemstraweg is opgereden en/of geen voorrang heeft verleend aan dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo)en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo)en/of

ten gevolge waarvan of waardoor dat andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo), dat bestuurd werd door de benadeelde [benadeelde 1] , op de gezien de rijrichting van die [benadeelde 1] , voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die Van Heemstraweg is terechtgekomen en/of frontaal is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over die voor tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig

(personenauto, merk Kia Rio),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat zij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 juni 2015 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Kia, type Picanto), komende uit de richting Wamel en gaande in de richting van de kruising, gevormd door de Nieuweweg en de Van Heemstraweg, daarmee heeft gereden over de weg, de Nieuweweg en

terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nieuweweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising, aan weerszijde van die weg, de Nieuweweg, in zijn, verdachtes rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" waren aangebracht,

zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Van Heemstraweg is opgereden en/of geen voorrang heeft verleend aan dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo)en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo)en/of

ten gevolge waarvan of waardoor dat andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo), dat bestuurd werd door de benadeelde [benadeelde 1] , op de gezien de rijrichting van die [benadeelde 1] , voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die Van Heemstraweg is terechtgekomen en/of frontaal is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over die voor tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig

(personenauto, merk Kia Rio),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 19 juni 2015 reed verdachte als bestuurder van een personenauto (merk Kia, type Picanto) over de Nieuweweg te Wamel, in de gemeente Maas en Waal. Verdachte kwam uit de richting van Wamel en ging in de richting van de kruising, gevormd door de Nieuweweg en de Van Heemstraweg.2 Direct voor de kruising waren op het wegdek van de Nieuweweg haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeerregels en verkeerstekens 1990, inhoudende “Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg”, aangebracht. Voor de kruising waren aan weerszijde van de Nieuweweg in verdachtes rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: “Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg”, aangebracht.3 Verdachte heeft, toen hij zich op de Nieuweweg bevond, vanuit verdachtes rijrichting bezien een van links komende en over de kruisende(voorrangs)weg, de Van Heemstraweg, rijdende personenauto (merk Volvo) waargenomen. Verdachte is de Van Heemstraweg opgereden, zonder voorrang te verlenen aan de toen dicht van links genaderde personenauto (merk Volvo) en is hiermee in aanrijding gekomen.4 Ten gevolge daarvan is de personenauto (merk Volvo), die werd bestuurd door de benadeelde [benadeelde 1] , op de gezien de rijrichting van [benadeelde 1] , voor het tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaan van die Van Heemstraweg terecht gekomen en frontaal gebotst tegen een over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan rijdend, en toen dicht genaderde personenauto (merk Kia Rio). In de personenauto (merk Kia Rio) zaten [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en zij hebben door het ongeval letsel opgelopen.5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit. De mate van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet dient te worden gekwalificeerd als een aanmerkelijke verkeersfout. Volgens de officier van justitie is het letsel van [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , te kwalificeren als zodanig letsel dat daaruit een tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, nu niet kan worden uitgesloten dat verdachte voor de kruising is gestopt en dat niet valt uit te sluiten dat de bestuurder van de Volvo te hard heeft gereden, enkel sprake is van een inschattingsfout van verdachte, bestaande uit het geen voorrang verlenen. Deze inschattingsfout is onvoldoende om te spreken van schuld in de zin van 6 Wegenverkeerswet 1994. Eveneens is geen sprake van schuld in de zin van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994. Verdachte dient dan ook van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is in zijn algemeenheid vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer, of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en voorts naar de overige omstandigheden van het geval.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij reed over de Nieuweweg en voornemens was om rechtsaf de Van Heemstraweg op te rijden. Verdachte heeft naar links gekeken en zag een personenauto (merk Volvo) aan komen rijden. Verdachte is gestopt voor de haaientanden. Vervolgens heeft verdachte een inschattingsfout gemaakt. Verdachte was alleen maar gefixeerd op het verkeer van links en heeft geen ander verkeer op de Nieuweweg zien staan.6 Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij dacht dat hij nog voor de personenauto (merk Volvo) langs kon.7

De getuige [benadeelde 1] heeft verklaard dat hij reed in een personenauto (merk Volvo) over de Van Heemstraweg. Op de kruising met de Nieuweweg zag [benadeelde 1] dat er van rechts een zwarte auto zomaar de Van Heemstraweg op kwam rijden. Deze auto had [benadeelde 1] voorrang moeten verlenen. Volgens [benadeelde 1] stonden er meerdere auto’s stil op de Nieuweweg, om te wachten om de Van Heemstraweg op te rijden. De zwarte auto stopte niet, maar reed in een keer de Van Heemstraweg op. Getuige [benadeelde 1] zegt 80 km /uur gereden te hebben en zegt dat zijn lichten waren ontstoken (zie ook VOA-rapport)8

De getuige [benadeelde 2] heeft verklaard dat hij reed in een personenauto (merk Kia Rio). Toen [benadeelde 2] het kruispunt naderde (de rechtbank leest hier de kruising van de Van Heemstraweg en de Nieuweweg) zag hij een auto van links ineens de weg op rijden. [benadeelde 2] zag dat er een Volvo, welke op dezelfde weg reed als [benadeelde 2] in tegemoetkomende richting, uit moest wijken voor de auto.9

De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij voorgesorteerd stond op de Nieuweweg om linksaf te slaan, de Van Heemstraweg op. [getuige] stond stil omdat hij zag dat er van links meerdere auto’s over de Van Heemstraweg aan kwamen rijden. De voorste auto betrof een Volvo. [getuige] keek naar rechts en zag dat er een zwarte Kia Picanto langs zijn voertuig reed, en zonder te remmen, rechtsaf de Van Heemstraweg op reed. De bestuurder reed ‘als een gek’.10

Allereerst merkt de rechtbank op dat – ondanks dat verdachte heeft verklaard dat hij voor de haaientanden is gestopt – zijn verklaring niet aannemelijk is geworden met name nu door drie getuigen is verklaard dat verdachte zonder te stoppen de voorrangsweg is opgereden. De rechtbank gaat dan ook aan de verklaring van verdachte voorbij.

Voor de rechtbank staat vast dat verdachte de Van Heemstraweg zonder te stoppen is opgereden en zonder dat hij de van links komende personenauto (merk Volvo) voorrang heeft verleend terwijl deze Volvo op een voorrangsweg reed. Verdachte heeft niet alleen de verplichting om bij het oprijden van de voorrangsweg voorrang te verlenen, maar ook om de nodige zorgvuldigheid en oplettendheid te betrachten met name richting het verkeer dat op de voorrangsweg rijdt. Bij het oprijden van de voorrangsweg heeft verdachte niet de voorzichtigheid betracht die redelijkerwijs van de bestuurder van een motorrijtuig onder de vorengenoemde omstandigheden mag worden verwacht. Daar komt bij dat verdachte in dusdanige mate gefixeerd was op de van links komende personenauto (merk Volvo) dat hij niet heeft opgemerkt dat er – in ieder geval één auto – op de Nieuweweg stond te wachten om te Van Heemstraweg op te rijden. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte zijn aandacht onvoldoende op de gehele verkeerssituatie heeft gehad en enkel bezig was met de Volvo om daar nog voorlangs te kunnen rijden. Verdachte had net als de getuige [getuige] moeten wachten om het verkeer op de voorrangsweg voor te laten gaan en heeft daardoor een ernstige inschattingsfout gemaakt.

Verdachte is tekortgeschoten in de op hem rustende zorgplicht om in het verkeer voorzichtig en oplettend te zijn. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank concludeert dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gedragen en daarmee schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Letsel

De rechtbank stelt vast dat [benadeelde 2] en [benadeelde 3] als gevolg van het ongeval letsel hebben opgelopen.

[benadeelde 2] heeft zowel aan de linker voor- als de achterzijde gekneusde ribben opgelopen.11 Op 18 december 2015 heeft [benadeelde 2] verklaard dat na scans in het ziekenhuis is gebleken dat zijn rug zwaar gekneusd was. Enkele dagen na de aanrijding werd de pijn heftiger waardoor [benadeelde 2] niet meer kon lopen. In totaal heeft [benadeelde 2] drie maanden niet goed kunnen lopen en zijn rug niet goed kunnen belasten. Mogelijk is ook sprake van PTSS.12

Naar het oordeel van de rechtbank is dit letsel te kwalificeren als zodanig letsel dat daaruit een tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden van [benadeelde 2] is ontstaan.

[benadeelde 3] heeft een gebroken borstbeen en strekpeesletsel aan haar linker middelvinger opgelopen.13 Op 18 december 2015 heeft [benadeelde 3] verklaard dat zij ten gevolge van de aanrijding, een borstbeenfractuur, gekneusde en geïmplodeerde ribben, een afgescheurde middelvingerpees, whiplash symptomen, gesprongen botsplinters van het scheenbeen, oogspierklachten en het PTSS syndroom heeft opgelopen.14 Gelet op de aard en de ernst van het letsel kwalificeert de rechtbank het letsel van [benadeelde 3] als zwaar lichamelijk letsel.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 19 juni 2015 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Kia, type Picanto), komende uit de richting Wamel en gaande in de richting van de kruising, gevormd door de Nieuweweg en de Van Heemstraweg, daarmee rijdende over de weg, de Nieuweweg

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft

gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nieuweweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising, aan weerszijde van die weg, de Nieuweweg, in zijn, verdachtes rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" waren aangebracht en/of

terwijl hij zich op die Nieuweweg bevond, gezien zijn, verdachtes rijrichting een van links komend en over de kruisende(voorrangs)weg, de Van Heemstraweg rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) had waargenomen,

zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Van Heemstraweg is opgereden en/of geen voorrang heeft verleend aan dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) en/of

ten gevolge waarvan of waardoor dat andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo), dat bestuurd werd door de benadeelde [benadeelde 1] , op de gezien de rijrichting van die [benadeelde 1] , voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die Van Heemstraweg is terechtgekomen en/of frontaal is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over die voor tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig

(personenauto, merk Kia Rio),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend.

En

hij op of omstreeks 19 juni 2015 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Kia, type Picanto), komende uit de richting Wamel en gaande in de richting van de kruising, gevormd door de Nieuweweg en de Van Heemstraweg, daarmee rijdende over de weg, de Nieuweweg

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft

gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nieuweweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

voor die kruising, aan weerszijde van die weg, de Nieuweweg, in zijn, verdachtes rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" waren aangebracht en/of

terwijl hij zich op die Nieuweweg bevond, gezien zijn, verdachtes rijrichting een van links komend en over de kruisende(voorrangs)weg, de Van Heemstraweg rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) had waargenomen,

zonder te stoppen die kruisende (voorrangs)weg, de Van Heemstraweg is opgereden en/of geen voorrang heeft verleend aan dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over die Van Heemstraweg rijdende, toen dicht van links genaderd zijnde motorrijtuig (personenauto, merk Volvo) en/of

ten gevolge waarvan of waardoor dat andere motorrijtuig (personenauto, merk Volvo), dat bestuurd werd door de benadeelde [benadeelde 1] , op de gezien de rijrichting van die [benadeelde 1] , voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die Van Heemstraweg is terechtgekomen en/of frontaal is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over die voor tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig

(personenauto, merk Kia Rio),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl het feit is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van

€ 1.200,-, te vervangen door 24 dagen hechtenis en tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Primair dient de rechtbank – mocht tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde feit worden gekomen – te volstaan met een beperkte geldboete, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Subsidiair heeft de raadsman verzocht – indien het primair tenlastegelegde feit wordt bewezen – om te volstaan met een geldboete en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Daarbij heeft de raadsman van verdachte nog verzocht om ten aanzien van een eventueel op te leggen geldboete, termijnbetaling toe te staan.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 2 februari 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft door zijn eigen handelen een verkeersongeval veroorzaakt met een personenauto, ten gevolge waarvan deze personenauto eveneens een frontale botsing heeft gehad met een tegemoetkomende personenauto. Verdachte heeft de personenauto aan zien komen rijden, maar dacht dat hij daar nog voorlangs kon. Verdachte is zonder te stoppen de voorrangsweg op gereden, zonder de personenauto voorrang te verlengen. Hierdoor hebben de bestuurder van de personenauto en zijn passagier ernstig lichamelijk letsel opgelopen.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 2 februari 2016 blijkt dat verdachte niet is veroordeeld voor verkeersovertredingen.

De door de officier van justitie geëiste geldboete is naar het oordeel van de rechtbank passend en geboden. Daarbij heeft de rechtbank – ondanks dat zij in tegenstelling tot de officier van justitie het letsel van één van de slachtoffers als zwaar lichamelijk letsel heeft gekwalificeerd – rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank zal gelet hierop termijnbetaling van de op te leggen geldboete toestaan.

Vanuit het oogpunt van normhandhaving acht de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats, omdat verdachte de verkeersveiligheid ernstig in gevaar heeft gebracht. De rechtbank zal de door de officier van justitie geëiste voorwaardelijk geëiste ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen met als doel om verdachte extra te motiveren tot het blijvend in acht nemen van de in het verkeer benodigde voorzichtigheid en oplettendheid. Daarbij heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zijn rijbewijs hard nodig heeft voor zijn werk.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een geldboete van € 1.200,00 (twaalfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis;

 bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 12 (twaalf) maandelijkse termijnen van telkens € 100,00 (honderd euro);

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden;

 bepaalt, dat deze bijkomende straf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. H.C. Leemreize en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 maart 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, basisteam Tweestromenland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2015297755-1, gesloten op 29 september 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2016.

3 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 10 juli 2015, p. 14, onder het kopje 2.1.3 Verkeersmaatregelen ter plaatse.

4 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2016.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 2] , d.d. 8 juli 2015, p. 37, tweede alinea alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 3] , d.d. 8 juli 2015, p. 39 tweede alinea.

6 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2016.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 7 juli 2015, p. 46, laatste alinea.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 1] , d.d. 15 juli 2015, p. 41, laatste alinea.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 2] , d.d. 8 juli 2015, p. 37, tweede alinea.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , d.d. 30 juni 2015, p. 44, laatste alinea.

11 Een schriftelijk bescheid, te weten een geneeskundige verklaring, d.d. 14 juli 2015, p. 35.

12 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde [benadeelde 2] , d.d. 18 december 2015, blad 1 en 2.

13 Een schriftelijk bescheid, te weten een geneeskundige verklaring, d.d. 14 juli 2015, p. 36.

14 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde [benadeelde 3] , d.d. 18 december 2015, blad 1 en 2.