Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1613

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
18-03-2016
Zaaknummer
05/840502-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 33-jarige man uit Arnhem vrijgesproken van vrijheidsbeneming en bedreiging van zijn vrouw. De rechtbank oordeelde niet bewezen dat de man zijn vrouw had opgesloten althans dat de vrouw niet beschikte over een sleutel om de echtelijke woning te verlaten. Evenmin kon worden bewezen dat de man zijn vrouw met een mes of anderszins had bedreigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840502-15

Datum uitspraak : 8 maart 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [naam] ),

wonende te [adres 1] , [woonplaats]

Raadsvrouw: mr. C.L. Pas, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting

van 29 februari 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

(primair)

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 augustus

2014 tot en met 6 mei 2015, in de gemeente Arnhem opzettelijk [slachtoffer] (verdachte's partner) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte (telkens) met dat opzet die [slachtoffer] en/of hun kinderen in hun (echtelijke) woning aan de [adres 2] meermalen, althans eenmaal, doen of laten verblijven of gehouden in de woning

  • -

    zonder een (werkende) telefoon en/of

  • -

    waarbij de modem door verdachte was vernield althans zonder een werkende modem en/of

  • -

    waarvan de ramen zijn dichtgetimmerd en/of dichtgepurd en/of

  • -

    waarvan de deuren waren afgesloten zonder dat er sleutels werden achtergelaten door verdachte en/of

  • -

    waarbij een (of meer) deur(en) met een hangslot waren afgesloten zonder dat er sleutels werden achtergelaten door verdachte en/of

waardoor de deuren en/of ramen van deze woning niet van binnenuit kon worden geopend en genoemde persoon en/of haar kinderen niet in de gelegenheid was die woning op enigerlei wijze te kunnen verlaten;

indien het voorgaande niet tot een veroordeling leidt:

(subsidiair)

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 augustus

2014 tot en met 6 mei 2015, in de gemeente Arnhem opzettelijk [slachtoffer] (verdachte's partner), door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen [slachtoffer] wedererechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft verdachte (telkens) die [slachtoffer] en/of hun kinderen in hun (echtelijke) woning aan de [adres 2] meermalen, althans eenmaal, doen of laten verblijven of gehouden in de woning

  • -

    zonder een (werkende) telefoon en/of

  • -

    waarbij de modem door verdachte was vernield althans zonder een werkende modem en/of

  • -

    waarvan de ramen zijn dichtgetimmerd en/of dichtgepurd en/of

  • -

    waarvan de deuren waren afgesloten zonder dat er sleutels werden achtergelaten door verdachte en/of

  • -

    waarbij een (of meer) deur(en) met een hangslot waren afgesloten zonder dat er sleutels werden achtergelaten door verdachte en/of

waardoor de deuren en/of ramen van deze woning niet van binnenuit kon worden geopend en genoemde persoon en/of haar kinderen niet in de gelegenheid was die woning op enigerlei wijze te kunnen verlaten.

2.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus

2014 tot en met 6 mei 2015, in de gemeente Arnhem, een persoon genaamd [slachtoffer] (verdachtes partner/vrouw) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in bovengenoemde periode - meermalen, althans eenmaal, een mes op de keel van die [slachtoffer] gezet

en/of telkenmale met een mes ten overstaan van die [slachtoffer] gemanipuleerd

en/of - die [slachtoffer] gesommeerd/gedwongen de politie te bellen, anders zou hij

haar vermoorden en/of - tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij haar dochtertje van 10 maanden in bed moest gaan leggen of zelf weg moest gaan anders zou het haar laatste nacht

zijn, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking waardoor er voor die [slachtoffer] telkens een (zeer)bedreigende situatie is ontstaan.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich op 6 mei 2015 schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit. Volgens de officier van justitie wordt de aangifte van [slachtoffer] in voldoende mate ondersteund door overige bewijsmiddelen. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte [slachtoffer] meermalen heeft bedreigd door haar een mes op de keel te zetten.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen gevangenisstraf, waarvan 114 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, een meldplicht, een ambulante behandeling bij zowel Kairos als IrisZorg indien en zolang de reclassering dat noodzakelijk vindt alsmede een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod ten aanzien van het adres [adres 2] te Arnhem. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld tot het verrichten van 60 uren werkstraf, te vervangen door 30 dagen hechtenis en moet het onder hem in beslag genomen mes worden onttrokken aan het verkeer, aldus de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter zake van de feiten 1 en 2 integrale vrijspraak bepleit. De raadsvrouw voert – kort weergegeven – aan dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten te komen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte ontkent dat hij zijn vrouw, [slachtoffer] , tegen haar wil in hun echtelijke woning aan de [adres 2] te Arnhem (hierna: de woning) heeft vastgehouden. Hij heeft aangevoerd dat zijn vrouw tijdens zijn afwezigheid, ook op 6 mei 2015, de voordeur kon openen. Zij beschikte immers over een sleutel hiervan, terwijl de sleutel van het hangslot op de achterdeur in een lade in de woning lag.

Uit het dossier volgt dat de politie zich, bij het onderzoek op 6 mei 2015 naar een eventuele voor [slachtoffer] beschikbare sleutel, heeft beperkt tot het rondkijken in de woning of er ergens sleutels lagen. Hoewel deze niet zijn gevonden door de politie, is het gelet op dit – naar het oordeel van de rechtbank – summiere onderzoek niet uit te sluiten dat er een (derde) voordeursleutel voor [slachtoffer] beschikbaar was, dan wel dat er zich een achterdeursleutel in genoemde lade bevond.

De omstandigheden, dat [slachtoffer] op 6 mei 2015 door een raam om de politie heeft geroepen, dat zij de politie toen te woord stond door een kier van dat raam en dat zij – zoals gerelateerd door de politie – daarbij angstig oogde, zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer voldoende om aan te nemen dat zij en haar kinderen de woning niet konden verlaten. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aan deze gedragingen van [slachtoffer] , gelet op het verweer van verdachte dat hij die dag [slachtoffer] definitief wilde verlaten en dat zij dat probeerde te voorkomen, ook andere beweegredenen ten grondslag zouden kunnen liggen.

Op grond van het vorenstaande heeft de rechtbank uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte zijn vrouw wederechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd of beroofd gehouden door haar (en de kinderen) in de woning op te sluiten. Evenmin is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat verdachte jegens [slachtoffer] geweld heeft gebruikt om te voorkomen dat zij de woning zou verlaten dan wel haar heeft bedreigd met geweld wanneer zij de woning zou verlaten, zoals subsidiair ten laste is gelegd.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende overtuigende bewijsmiddelen zijn om te kunnen concluderen dat verdachte [slachtoffer] zou hebben gesommeerd de politie te bellen omdat hij haar anders zou vermoorden, dan wel dat hij tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij haar dochtertje van 10 maanden in bed moest gaan leggen of zelf weg moest gaan omdat het anders haar laatste nacht zou zijn.

In tegenstelling tot de officier van justitie oordeelt de rechtbank dat evenmin kan worden bewezen dat verdachte meermalen een mes op de keel van [slachtoffer] heeft gezet. De verklaring van de zus van [slachtoffer] dat verdachte [slachtoffer] had bedreigd met een mes is niet aan te merken als steunbewijs voor de aangifte nu deze informatie is te herleiden tot één bron, namelijk [slachtoffer] . Voorts is de vondst van een (keuken)mes op de koelkast in de keuken evenmin aan te merken als steunbewijs nu het niet zonder meer ongebruikelijk kan worden genoemd dat een (keuken)mes in een keuken wordt aangetroffen.

De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van het beslag

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven mes aan de redelijkerwijs rechthebbende.

9 De beslissing

De rechtbank:

spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.

 gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven mes aan de redelijkerwijs rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. H.G. Eskes en mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 maart 2016.