Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1555

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-03-2016
Datum publicatie
22-03-2016
Zaaknummer
296432
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering van groep zorgaanbieders in de alternatieve zorg tegen zorgverzekeraar. Vergoeding zorg indien zorgaanbieder is opgenomen in digitale zorggids. Vordering tot plaatsing in digitale zorggids. In geschil is of is voldaan aan de voorwaarden om te worden geplaatst in zorggids, meer in het bijzonder aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie en een overgangsregeling. Oordeel dat zorgaanbieders niet voldoen aan voorwaarden om te worden opgenomen in zorggids.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2016/75
GZR-Updates.nl 2016-0185
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/296432 / KG ZA 16-38

Vonnis in kort geding van 4 maart 2016

in de zaak van

1 [eisers 1 t/m 68]

,

eisers,

advocaat mr. H. den Besten te Almere,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIE VGZ U.A.,

statutair gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. M.H.P. Claassen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] en VGZ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van VGZ.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers] zijn allen personen die een eenmanszaak/praktijk hebben met activiteiten op het gebied van paramedische-, alternatieve-, natuur- en/of complementaire geneeskunde.

2.2.

VGZ houdt zich bezig met schadeverzekeringen en het beheer, bestuur en de financiering van haar groepsmaatschappijen, alsmede met het verlenen van diensten aan bedrijven en het doen exploiteren van zorgverzekeringsbedrijven.

2.3.

VGZ vergoedt onder bepaalde voorwaarden alternatieve zorg. VGZ contracteert niet met de individuele aanbieders van die alternatieve zorg, maar heeft in plaats daarvan afspraken gemaakt met een aantal zogenaamde koepelorganisaties, die bestaan uit verschillende beroepsverenigingen waar individuele zorgaanbieders bij zijn aangesloten. Op grond van afspraken tussen VGZ en de koepelorganisaties kunnen zorgaanbieders via hun koepelorganisatie worden opgenomen in de digitale zorggids Vergelijk & Kies en wordt de door die zorgaanbieders aan verzekerden bij VGZ geleverde zorg vergoed. De toetsing of de individuele zorgaanbieders voldoen aan de vereisten voor opname in die zorggids wordt gedaan door de koepelorganisatie. VGZ stelt de eisen/voorwaarden vast waaraan zorgaanbieders van alternatieve zorg moeten voldoen om voor opname in die zorggids in aanmerking te komen.

2.4.

In opdracht van VGZ en bijna alle andere zorgverzekeraars heeft de Universiteit Leiden (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V.) minimum veiligheidsnormen (de zogenaamde PLATO-eindtermen) opgesteld waaraan aanbieders van alternatieve zorg in ieder geval moeten voldoen om in aanmerking te komen voor vergoeding door de verzekeraars. De zorgverzekeraars streven ernaar dat uiterlijk met ingang van 2017 alle aanbieders van alternatieve zorg aan deze normen voldoen.

2.5.

In het document Beleid Alternatieve zorg Coöperatie VGZ 2016 is onder meer het volgende opgenomen:

Overgangsregeling

Niet alle zorgaanbieders waarvan de behandelingen in 2016 worden vergoed voldoen nu al aan het minimale opleidingsniveau. Wij begrijpen dat een aanvullende opleiding volgen tijd kost. Was u op 1 januari 2011 aangesloten bij een door ons erkende koepelorganisatie? Dan maakt u gebruik van de overgangsregeling. Dit betekent dat als u destijds nog niet voldeed aan de MBK/PSBK, u de tijd van ons hebt gekregen om alsnog te voldoen. Voor een tijdige en juiste communicatie aan onze verzekerden is het aan te raden om te streven het diploma reeds voor 1 september 2016 behaald te hebben en dit te hebben gecommuniceerd aan uw beroepsvereniging en koepelorganisaties. U wordt dan in november 2016 opgenomen in Vergelijk & Kies ten behoeve van vergoeding in 2017.

Indien u op of na 1 januari 2011 lid bent geworden van een beroepsvereniging en/of koepelorganisatie dan geldt de overgangsregeling niet. Nieuwe therapeuten dienen dus direct te voldoen aan alle kwaliteits- en opleidingseisen om voor vergoeding in aanmerking te komen.

Deze overgangsregeling was ook in het document Beleid Alternatieve zorg Coöperatie VGZ 2015 opgenomen.

2.6.

Bij brief van 23 december 2015 heeft de advocaat van [eisers] mevrouw M. Làven-Arts, werkzaam bij VGZ, verzocht om [eisers] als therapeuten tot 1 januari 2017 op te nemen in de Zorggids Vergelijk & Kies.

2.7.

In reactie hierop heeft mevrouw Lavèn de advocaat van VGZ bij e-mailbericht van 28 december 2015 onder meer als volgt bericht:

Wat daar ook van zij, de betreffende overgangsregeling geldt uitsluitend voor de opleidingseisen op grond van het Beleid Alternatieve Zorg Coöperatie VGZ. De overige eisen, waaronder registratie bij een erkende koepelorganisatie (KAB, NAP, NVAZ of RBCZ), gelden onverkort. Therapeuten die voldoen aan de eisen kunnen via hun koepelorganisatie worden aangemeld voor Vergelijk & Kies. Wij hebben verschillende van uw cliënten desgevraagd ook overeenkomstig bericht.

Wellicht ten overvloede merken wij op dat de door u genoemde therapeuten in 2016 – voor zover ons bekend – niet zijn geregistreerd bij door ons erkende koepelorganisaties. Nog los van de opleidingseisen, voldoen zij niet aan de eis van registratie en komen zij niet voor opname in Vergelijk & Kies in aanmerking. Indien of zodra de therapeut(en) wel aan de eisen voldoen, dan vernemen wij dat graag via de betreffende koepelorganisatie.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vorderen dat de voorzieningenrechter

I. bepaalt dat VGZ op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met overlegging van bewijs tot 1 januari 2017 het lidmaatschap van [eisers] plaatst in de Zorggids / Vergelijk & Kies, en

II. VGZ veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2.

VGZ voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met de aard van het gevorderde en het daaraan ten grondslag gelegde acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening gegeven.

4.2.

Het gaat in dit kort geding – kort samengevat – om het volgende. [eisers] zijn aanbieders van alternatieve zorg en vorderen dat zij dit jaar worden opgenomen in de digitale zorggids Kies & Vergelijk van VGZ, zodat hun behandelingen van verzekerden bij VGZ worden vergoed. [eisers] stellen dat zij op 1 januari 2010 (bedoeld zal zijn 1 januari 2011, de voorzieningenrechter) waren aangesloten bij een erkende koepelorganisatie, zodat zij onder de overgangsregeling vallen, zoals opgenomen in het Beleid Alternatieve zorg Coöperatie VGZ 2016 (en 2015). VGZ heeft verweer gevoerd en stelt zich op het standpunt dat therapeuten in 2016 kunnen worden opgenomen in de zorggids als zij thans zijn aangesloten bij een door VGZ erkende koepelorganisatie én voldoen aan de opleidingseisen, dan wel vallen onder de overgangsregeling voor de opleidingseisen. Volgens VGZ zijn [eisers] te verdelen in drie categorieën. De eerste categorie betreft therapeuten die lid zijn van de beroepsvereniging BATC. Deze vereniging is al sinds 2012 niet meer aangesloten bij een door VGZ erkende koepelorganisatie. De tweede categorie betreft therapeuten die via een beroepsvereniging zijn aangesloten bij koepelorganisatie SRBAG. VGZ heeft de samenwerking met SRBAG per 31 december 2015 beëindigd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft bij vonnis van 12 februari 2016 geoordeeld dat dit op goede gronden is gebeurd. Deze groep betreft therapeuten die niet langer zijn aangesloten bij een door VGZ erkende koepelorganisatie en zijn daarom per 1 januari 2016 niet meer zijn opgenomen in Kies & Vergelijk. De derde groep therapeuten is via een dubbellidmaatschap van een beroepsvereniging aangesloten bij een erkende koepelorganisatie en is reeds aangemeld en opgenomen in de zorggids, zodat zij geen belang heeft bij dit kort geding. Tot slot zijn twee therapeuten nimmer opgenomen geweest in de zorggids.

4.3.

Kernvraag is aldus of [eisers] op grond van de overgangsregeling voor de opleidingseisen in de digitale zorggids Vergelijk & Kies dienen te worden opgenomen, terwijl zij in 2016 niet zijn aangesloten bij een erkende koepelorganisatie, maar dat vóór 1 januari 2011 wel waren.

4.4.

Vastgesteld kan worden dat de in het Beleid Alternatieve zorg Coöperatie VGZ 2016 opgenomen overgangsregeling enkel ziet op het voldoen aan bepaalde opleidingseisen. Dit laat evenwel onverlet dat een therapeut lid dient te zijn van een beroepsvereniging die is aangesloten bij een door VGZ erkende koepelorganisatie. Het ligt niet voor de hand dat de overgangsregeling een uitzondering toelaat op de eis dat een zorgaanbieder (therapeut) aangesloten moet zijn bij een koepelorganisatie, want de achterliggende gedachte van het bestaan van koepelorganisaties is juist het verbeteren van de kwaliteit en het zorgen voor meer toezicht op de betreffende therapeuten. Hiermee valt niet te rijmen dat een therapeut jarenlang de tijd krijgt om te voldoen aan bepaalde opleidingseisen, terwijl dezelfde therapeut niet meer onderworpen zou zijn aan enig toezicht bij gebreke van aansluiting bij een koepelorganisatie.

4.5.

Het merendeel van de eisende therapeuten is thans niet bij een door VGZ erkende koepelorganisatie aangesloten en voldoet daarmee niet aan de gestelde eisen en wordt daarom niet in Kies & Vergelijk opgenomen. Hiervan verschilt de onderhavige zaak met die van de zaak van therapeut A. Zaldoc (zaaknummer / rolnummer: C/05/291206 / KG ZA 15-514) waarin de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, bij vonnis van 16 november 2015 heeft beslist dat Zaldoc tot 1 januari 2017 in de zorggids van VGZ diende te worden geplaatst. Zaldoc was immers wel (via beroepsvereniging VBAG) bij een erkende koepelorganisatie (RBCZ) aangesloten.

4.6.

De advocaat van [eisers] heeft nog betoogd dat de therapeuten in een moeilijke positie verkeren en dat zij bij geen enkele andere koepelorganisatie terecht kunnen. [eisers] hebben echter nagelaten om met verifieerbare gegevens en/of bewijsstukken te onderbouwen dat het voor hen in het geheel niet mogelijk is om zich via hun beroepsvereniging of een andere beroepsvereniging bij een (andere) erkende koepelorganisatie aan te sluiten. Ten aanzien van koepelorganisatie KAB is door [eisers] onweersproken aangevoerd dat deze alleen therapeuten accepteert die reeds voldoen aan de nieuwe eisen. Daar kunnen de onderhavige therapeuten dus niet terecht. VGZ heeft verder erkend dat beroepsverenigingen met minder dan 50 leden zich niet bij koepelorganisatie RBCZ kunnen aansluiten. In zoverre lijkt er inderdaad een barrière te bestaan om gebruik te kunnen maken van de overgangsregeling en gedurende die periode wel in Kies & Vergelijk te worden opgenomen. Onduidelijk en niet verifieerbaar is echter of [eisers] zich om die reden niet bij RBCZ kunnen aansluiten en of de eisende therapeuten zich via een (andere) beroepsvereniging niet bij één van de twee andere koepelorganisaties (NAP en NVAZ) kunnen aansluiten. Zoals hiervoor reeds is overwogen, hebben [eisers] nagelaten hiervan enig bewijs over te leggen.

4.7.

Ten aanzien van SRBAG, de koepelorganisatie met wie VGZ de samenwerking per 31 december 2015 heeft beëindigd, geldt dat is gebleken dat daarbij thans veel minder leden zijn aangesloten dan voorheen. Kennelijk zijn er inmiddels veel leden/beroepsverenigingen overgestapt naar (een) andere koepelorganisatie(s). Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de therapeuten die via een beroepsvereniging zijn aangesloten bij de niet langer door VGZ erkende koepelorganisatie SRBAG thans geen lid kunnen worden van een (andere) beroepsvereniging, die is aangesloten bij een andere, wel door VGZ erkende koepelorganisatie. Ook daarvan zijn geen stukken overgelegd. Uit hetgeen ter zitting is verklaard lijkt te moeten worden afgeleid dat het probleem er meer in zit dat therapeuten aangesloten bij SRBAG niet bij een andere koepelorganisatie via een (andere) beroepsvereniging aangesloten willen zijn omdat zij hun eigen cultuur willen behouden. Maar dat is niet een omstandigheid die van voldoende gewicht is.

4.8.

Beroepsvereniging BATC is al sinds 2012 niet meer bij een erkende koepelorganisatie aangesloten zonder dat thans duidelijk is geworden waarom dat zo is, en of dat ook echt niet mogelijk is. Ten aanzien van de therapeuten die lid zijn van BATC is evenmin duidelijk geworden waarom zij niet lid kunnen worden van een beroepsvereniging die wel is aangesloten bij een erkende koepelorganisatie.

4.9.

Nu het merendeel van de eisende therapeuten thans niet bij een door VGZ erkende koepelorganisatie is aangesloten (en evenmin met stukken is onderbouwd waarom dat niet mogelijk zou zijn) voldoen zij niet aan de eisen die VGZ stelt om in 2016 te worden opgenomen in de digitale zorggids Kies & Vergelijk.

4.10.

Er bestaat geen reden om op grond van een belangenafweging een voorlopige maatregel te treffen.

4.11.

Ten aanzien van de therapeuten [eiser 2] (2.) en [eiser 31] (31.) geldt nog dat zij nimmer aangesloten zijn geweest bij een erkende koepelorganisatie en ook nooit opgenomen zijn geweest in Kies & Vergelijk, zodat zij reeds daarom niet voor opname in de zorggids in aanmerking komen. Niet weersproken is dat zeven therapeuten ( [eiser 7] (7.), [eiser 12] (12.), [eiser 14] (14.), [eiser 35] (35.), [eiser 40] (40.), [eiser 43] (43.) en [eiser 50] (50.)) reeds in de zorggids zijn opgenomen, zodat ten aanzien van deze eisers het belang bij de onderhavige vordering ontbreekt.

4.12.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [eisers] worden afgewezen.

4.13.

[eisers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VGZ worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van VGZ tot op heden begroot op € 1.435,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 4 maart 2016.