Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1492

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-02-2016
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
295832
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beëindiging samenwerkingsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen een koepelorganisatie voor alternatieve zorgverleners en een verzekeraar. Vereisten voor opzegbaarheid. Opzegtermijn. Belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/727
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/295832 / KG ZA 16-15

Vonnis in kort geding van 12 februari 2016

in de zaak van

de stichting

STICHTING REGISTRATIE BEROEPSOEFENAREN AANVULLENDE GEZONDHEIDSZORG,

statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Woerden,

eiseres,

advocaat mr. H. den Besten te Almere,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIE VGZ U.A.,

statutair gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. M.H.P. Claassen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna SRBAG en VGZ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van SRBAG

- de pleitnota van VGZ.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

VGZ houdt zich bezig met schadeverzekeringen en het beheer, bestuur en de financiering van haar groepsmaatschappijen, alsmede met het verlenen van diensten aan bedrijven en het doen exploiteren van zorgverzekeringsbedrijven.

2.2.

SRBAG is een organisatie die de registratie verzorgt van artsen en therapeuten in de complementaire of alternatieve gezondheidszorg.

2.3.

VGZ vergoedt onder bepaalde voorwaarden alternatieve zorg. VGZ contracteert niet met de individuele aanbieders van die alternatieve zorg, maar heeft in plaats daarvan afspraken gemaakt met een aantal zogenaamde koepelorganisaties, die bestaan uit verschillende beroepsverenigingen waar individuele zorgaanbieders bij zijn aangesloten. SRBAG is zo’n koepelorganisatie. Op grond van afspraken tussen VGZ en de koepelorganisaties kunnen zorgaanbieders via hun koepelorganisatie worden opgenomen in de digitale zorggids Vergelijk & Kies en wordt de door die zorgaanbieders aan verzekerden bij VGZ geleverde zorg vergoed. De toetsing of de individuele zorgaanbieders voldoen aan de vereisten voor opname in die zorggids wordt gedaan door de koepelorganisatie. VGZ stelt de eisen/voorwaarden vast waaraan zorgaanbieders van alternatieve zorg moeten voldoen om voor opname in die zorggids in aanmerking te komen.

2.4.

SRBAG en VGZ hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten die is opgenomen in een brief van 1 september 2010 van Univé VGZ-IZA-Trias (ook wel genaamd UVIT, de rechtsvoorganger van VGZ) aan SRBAG. In die brief is onder meer het volgende opgenomen:

Kader toetsingscriteria

In de UVIT-zorggids worden de alternatieve therapeuten opgenomen die zijn geregistreerd bij een door UVIT erkende koepelorganisatie en die voldoen aan de door UVIT gestelde kwaliteitscriteria. Het betreft de met u gemaakte afspraken voor 2010 met een verdere specificatie. (…)

Uitsluitend behandelingen van therapeuten die zijn opgenomen in de zorggids kunnen vanuit de aanvullende polisvoorwaarden wordt vergoed. Door het gebruiken van de zorggids verwachten wij transparantie en duidelijkheid te kunnen bieden aan onze verzekerden over welke therapeuten voor vergoeding in aanmerking komen. (…)

Overgangstraject

Een groot aantal van de in 2010 door UVIT vergoede alternatieve therapeuten voldoet al aan de genoemde criteria. De overige therapeuten krijgen een periode van zes jaar (tot 1 januari 2017) om alsnog aan deze eisen te voldoen.

In het overgangstraject naar 2017 zal de therapeut inzichtelijk moeten maken dat hij of zij is gestart met een HBO-bachelor opleiding met medische- of psychosociale basiskennis met het oog op het tijdig behalen van een diploma, óf dat hij gestart is met de procedure tot het behalen van het certificaat Erkenning van Verworven Competenties (EVC). Is dit niet het geval dan kan dit vanaf kalenderjaar 2012 consequenties hebben voor de vergoedingen van diens behandelingen.

Nieuwe instroom

Voor nieuwe instroom van therapeuten geldt het overgangstraject niet. Alle therapeuten die niet eerder door UVIT zijn vergoed en vanaf 1 januari 2011 lid worden van een koepelorganisatie dienen op het moment van inschrijving te voldoen aan de in de bijlage genoemde criteria om voor vergoeding door UVIT in aanmerking te komen. Zij kunnen niet deelnemen aan het overgangstraject naar 2017.

Nieuwe alternatieve verenigingen die zich aanmelden bij een koepelorganisatie dienen altijd kenbaar te worden gemaakt bij UVIT. UVIT behoudt zich het recht voor om die verenigingen die niet aansluiten bij de visie en gedachtelijn van UVIT uit te sluiten van vergoeding.

Wat verwachten wij van de koepels?

Graag wil UVIT samen met de koepelorganisaties het traject ingaan naar 2017. Doel is de kwaliteit van de alternatieve zorg te borgen en transparantie te bieden aan de patiënten c.q. verzekerden van UVIT die gebruikmaken van alternatieve zorg. Stap voor stap willen wij de eisen aan de (voor)opleidingen van de therapeuten aanscherpen met als doel het borgen van de kwaliteit van de alternatieve zorg.

Wat verwachten wij van u als koepelorganisatie?

I. Informatie en transparantie over:

 de aangesloten alternatieve beroepsverenigingen;

 de hoofdstroming(en) waartoe de aangesloten alternatieve verenigingen behoren (…);

 per vereniging de NAW-gegevens van de geregistreerde therapeuten met AGB-codes (individueel en praktijk);

 opleiding van vereniging op HBO-bachelor niveau zoals in punt II van de bijlage “Kader UVIT-toetsingscriteria vergoeding alternatieve zorg”.

II. Borging van:

 de kwaliteit van de alternatieve beroepsopleiding (…);

 klachtregeling en onafhankelijk (operationeel) tuchtrecht;

 een beroepsaansprakelijkheidsverzekering bij de individuele therapeuten.

III. AGB-codes individu en praktijk

(…)

IV. Declaratieverkeer

(…)

V. Managementinformatie

Indien opgevraagd door UVIT stelt de koepelorganisatie gegevens beschikbaar ten aanzien van een mogelijke materiële controle. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een jaarverslag van klacht- en tuchtzaken.

In de afgelopen periode is er door UVIT en door de koepelorganisatie veel werk verricht om te realiseren wat nu is bereikt. Graag wil UVIT met u als koepelorganisatie dit traject verder doorlopen en vragen wij uw commitment met de afspraken zoals in deze brief en bijlage beschreven.

2.5.

Bij e-mailbericht van 28 oktober 2014 heeft VGZ SRBAG als volgt bericht:

In het voorjaar is tijdens het evaluatieoverleg besproken dat Coöperatie VGZ de samenwerkingsafspraken die stammen uit 2010 zou gaan vervangen.

Een aantal punten van verbetering is tijdens dit overleg reeds aan de orde gekomen waarbij wij de koepelorganisaties naar de meningen én de haalbaarheid hebben gevraagd. Dit heeft ertoe geleid dat de zorgverzekeraars waarvoor Coöperatie VGZ afspraken maakt (…) een nieuwe overeenkomst hebben opgesteld, genaamd kaderafspraken alternatieve zorg. Hiermee trachten we meer transparantie te bewerkstelligen voor alle partijen, de veiligheid van de alternatieve zorg te verbeteren en de professionaliteit van de therapeut te verhogen.

Via deze mail ontvangen jullie deze Kaderafspraken bestaande uit:

 Kaderafspraken alternatieve zorg 2015 (de overeenkomst)

 Bijlage 1 – Merken en Volmachten

 Bijlage 2 – Kwaliteit

 Bijlage 3 – Protocol aanleveren therapeutgegevens

(…)

Het betreft hier voorbeelden van de definitieve overeenkomst en bijlagen. De definitieve versie – inclusief ondertekening door onze directeur – willen wij jullie zo snel mogelijk doen toekomen. Wees voorzichtig met deze documenten. De definitieve versie kan op onderdelen afwijken. Communicatie van de huidige versie kan daardoor verwarring oproepen.

Belangrijk

Bij SRBAG is er in 2014 veel gebeurd: de omvorming tot BOCG is niet doorgegaan wat er mede toe heeft geleid dat een aantal grote beroepsverenigingen is weggegaan. Het jaar 2015 is een belangrijk jaar voor SRBAG maar ook voor ons: wat blijft er over van SRBAG? Kan SRBAG voldoen aan onze eisen van transparantie?

Wij vernemen graag voor 1 november uit welke personen het tijdelijke bestuur van SRBAG bestaat. Daarnaast vernemen wij graag uiterlijk 15 november of SRBAG voornemens is deze Kaderafspraken te ondertekenen. Indien aan bepaalde eisen nu nog niet wordt voldaan, dan maken we daarover de afspraak dat hieraan uiterlijk op 1 juli 2015 aantoonbaar wél wordt voldaan.

2.6.

Bij e-mailbericht van 18 december 2014 heeft VGZ SRBAG onder meer het volgende medegedeeld:

Ons telefonisch overleg van 4 december jl. en de toelichting per mail van 8 december en de e-mail hieronder van 17 december, hebben ons genoodzaakt tot het volgende besluit.

Scenario 1: SRBAG blijft voortbestaan

Met SRBAG kunnen wij geen kaderafspraken maken.

Het voortbestaan van SRBAG is uiterst onzeker gezien de claim die er ligt (‘niet betaalde en betwiste facturen’). Je gaf zelf aan dat mocht de rechter besluiten dat SRBAG dit openstaande bedrag dient te betalen, dat daarvoor dan onvoldoende liquide middelen beschikbaar zijn. Het bedrag is inmiddels ook veel hoger dan aanvankelijk aangenomen werd. Daarnaast ontbreekt vooralsnog een officieel boekenoverzicht.

Ook het feit dat er momenteel geen bestuurslid is maakt dat SRBAG überhaupt niet in de gelegenheid is een overeenkomst te ondertekenen. We kunnen de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit de overeenkomst dan niet overdragen aan SRBAG mocht daarover dan onenigheid bestaan.

Scenario 2: SRBAG gaat failliet en therapeuten gaan op in een nieuwe koepelorganisatie (stichting)

Wij zijn niet voornemens kaderafspraken te maken met een nieuw op te richten koepelorganisatie.

Je geeft aan eventueel met een nieuwe stichting de taken en verantwoordelijkheden van SRBAG over te willen nemen. Voor VGZ is het hebben van meerdere koepelorganisaties met dezelfde therapeutendoelgroep erg onhandig gebleken in de afgelopen jaren. Op de valreep wisselden verenigingen vaak aan het eind van het jaar nog van koepel, waardoor onduidelijkheden ontstonden en fouten werden gemaakt bij in- en uitschrijvingen van therapeuten. Dit betekent voor VGZ elk jaar weer onnodig veel extra administratieve handelingen. Het erkennen van meerdere koepels heeft voor VGZ dus geen toegevoegde waarde.

Daarnaast speelt voor ons dat er nog steeds te weinig transparantie voor ons is. Er is nog onvoldoende (in)zicht op de eventuele nieuwe situatie, wat maakt dat wij niet voornemens zijn om kaderafspraken te maken met deze eventueel nieuwe koepel.

Gevolgen voor 2015

 Voor 2015 verwachten wij dat wij bij vragen, klachten of problemen over de momenteel bij SRBAG aangesloten therapeuten (stand per 18-12-2014) contact kunnen opnemen met SRBAG.

 De betreffende SRBAG therapeuten zullen wij – zoals eerder in onze mail van 11-11-2014 toegezegd – in 2015 blijven vergoeden. Graag ontvangen wij hiervan uiterlijk op 31 december a.s. een actuele lijst.

 Omdat er voor 2015 geen afspraken zijn gemaakt, accepteren wij geen aanmeldingen van nieuwe therapeuten voor 2015.

2.7.

Bij brief van 19 december 2014 heeft VGZ aan de vier overige koepelorganisaties een brief doen toekomen met daarbij de Kaderafspraken Alternatieve zorg 2015. Met de ondertekening van dat document zouden alle eerder gemaakte afspraken (intentieverklaringen en samenwerkingsovereenkomsten) komen te vervallen. De overeenkomst zou ingaan op 1 januari 2015 en in de periode 1 juli tot 1 september 2015 zou bekeken worden of de overeenkomst werd nagekomen. Naar SRBAG is geen exemplaar gestuurd.

2.8.

Bij e-mailbericht van 5 januari 2015 heeft VGZ SRBAG medegedeeld dat VGZ uiterlijk 31 december 2014 een actuele lijst van beroepsverenigingen en therapeuten aangesloten bij SRBAG verwachtte te ontvangen. Tevens heeft VGZ SRBAG gevraagd om aan te geven hoe en wanneer de bij SRBAG aangesloten beroepsverenigingen en therapeuten door SRBAG zijn geïnformeerd over de mail van 18 december 2014 van VGZ.

2.9.

SRBAG heeft VGZ bij e-mailbericht van 20 februari 2015 geïnformeerd dat zij overeenstemming met haar crediteuren had bereikt waardoor de continuïteit van SRBAG zou zijn gewaarborgd, dat er een nieuw bestuur was gevormd, dat zij de relatie met VGZ wilde voortzetten en dat zij graag een afspraak met VGZ wilde maken om plannen te bespreken en de kadernotitie te ondertekenen.

2.10.

VGZ heeft hierop bij e-mailbericht van 27 februari 2015 gereageerd en aangegeven dat het voor haar geen toegevoegde waarde meer heeft om kaderafspraken te maken met SRBAG, temeer omdat de eerdere bezwaren nog steeds zouden bestaan. SRBAG heeft hierop gereageerd bij e-mailbericht van 17 maart 2015 en nogmaals – kort gezegd – verzocht om het maken van een afspraak. Daarop heeft VGZ bij e-mailbericht van 23 maart 2015 aangegeven dat er voor VGZ onvoldoende aanleiding bestaat om met SRBAG een nieuwe samenwerking aan te gaan, dat de oude samenwerkingsafspraken per 31 december 2015 zouden eindigen, maar dat VGZ wel bereid was om SRBAG in een overleg te woord te staan.

2.11.

Op 28 april 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen (de bestuursleden van) SRBAG en (medewerkers van) VGZ. In het gespreksverslag, opgemaakt door VGZ, is onder meer het volgende opgenomen:

Aanleiding

VGZ zet samenwerking niet voort met SRBAG. Er is geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor 2015 gesloten met SRBAG. VGZ blijft bij dit standpunt en heeft dit in december 2014 nog benadrukt per e-mail. Met het oog op haar verzekerden heeft het geen voordeel voor VGZ om alsnog een overeenkomst te sluiten met SRBAG. Ook heeft VGZ andere redenen om geen overeenkomst aan te gaan (gebrek aan vertrouwen door zaken die in het verleden zijn gebeurd & gebrek aan transparantie, in het verlenen maar ook nu).

SRBAG heeft aangegeven toch nog een (afsluitend) gesprek te willen om in elk geval de volgende zaken te bespreken: communicatie over “breuk” tussen VGZ en SRBAG en hoe nu verder voor therapeuten en beroepsverenigingen die nu bij SRBAG zijn aangesloten.

Communicatie

SRBAG verzoekt VGZ de tekst op de cooperatievgz.nl website aan te passen. Hier staat nu dat SRBAG geen bestuur heeft. VGZ geeft aan dat er staat dat er besloten is geen nieuwe samenwerking aan te gaan met SRBAG, omdat er geen bestuur is. Dit was destijds wel de reden om geen nieuwe overeenkomst aan te gaan. VGZ gaat akkoord met een toevoegingen dat er nu wel een bestuur is aangetreden bij SRBAG, maar dat VGZ desondanks geen nieuwe samenwerking wil aangaan. VGZ merkt op haar beurt op dat de website van SRBAG niet is aangepast aan de nieuwe situatie.

Hoe nu verder

Voor 2015 kunnen door SRBAG geen nieuwe therapeuten worden aangemeld. “Fouten” wat betreft aanmeldingen en Vergelijk & Kies kunnen worden hersteld. SRBAG geeft aan een aantal therapeuten te hebben die nu niet in Vergelijk & Kies staan, terwijl ze wel aangemeld hadden moeten zijn eind 2014. SRBAG stuurt deze lijst naar VGZ (Masha).

Overstappende therapeuten/beroepsverenigingen

Voor 2016 geldt ook voor SRBAG-therapeuten dat zij moeten voldoen aan dezelfde eisen als andere therapeuten. Dus ook: lidmaatschap van een door VGZ erkende koepel. Therapeuten dienen dus over te stappen naar andere beroepsvereniging of koepel, willen zij voor vergoeding in aanmerking komen in 2016.

SRBAG geeft aan dat veel therapeuten niet over willen stappen. RBCZ is enige andere optie als koepel. RBCZ legt echter te veel nadruk op diploma’s en het “papiertje” in plaats van vaardigheden van therapeuten. SRBAG geeft aan zelf wel echt voor kwaliteit en effectiviteit van therapeuten en therapieën te gaan.

(Reactie VGZ: wij hebben de koepels ook gevraagd hier aandacht aan te besteden omdat het al bijna 2017 is).

SRBAG zal dan ook het advies geven aan haar leden om de patiënten die verzekerd zijn bij VGZ over te stappen naar andere zorgverzekeraar. VGZ geeft aan dat alhoewel SRBAG vrij is in haar communicatie aan haar leden, de communicatie m.b.t. het beleid van VGZ wel geheel op waarheid moet berusten en dus geen eenzijdig (en wellicht misleidend) beeld moet geven. Het is niet zo dat VGZ bewust therapeuten uitsluit van vergoeding: therapeuten kunnen overstappen naar een andere beroepsvereniging of koepel, zij hebben dus een keuze.

Volgens SRBAG is dit verslag niet volledig.

2.12.

VGZ heeft SRBAG bij brief van 24 juni 2016 (bedoeld zal zijn 2015, de voorzieningenrechter) – onder verwijzing naar het e-mailbericht van 18 december 2014 en het gesprek op 28 april 2015 – bericht dat de samenwerkingsovereenkomst van 1 september 2010 werd stopgezet en dat deze op 1 januari 2016 zou eindigen.

2.13.

VGZ heeft SRBAG bij e-mailbericht van 26 juni 2015 in reactie op e-mailberichten van 11 en 19 juni 2015 en de bevindingen van de jurist van SRBAG medegedeeld dat er geen einddatum in de afspraken van 2010 is opgenomen, dat desondanks de overeenkomst vóór 2017 beëindigd kan worden, dat een ruime opzegtermijn in acht is genomen, dat op 18 december 2014 al is aangekondigd dat geen hernieuwde samenwerking zou worden aangegaan voor 2015 (maar dat de behandelingen van de in 2015 bij SRBAG aangesloten therapeuten wel vergoed zouden worden), dat op 23 maart 2015 nogmaals is aangegeven dat de afspraken op 31 december 2015 zouden eindigen en dat dit tijdens het gesprek op 28 april 2015 is herhaald en dat een schriftelijke opzegging op 24 juni 2015 is gevolgd.

2.14.

Bij e-mailbericht van 9 juli 2015 heeft VGZ de beroepsverenigingen die op dat moment waren aangesloten bij SRBAG bericht dat de samenwerking met SRBAG per 1 januari 2016 zou worden beëindigd. Als reden hiervoor is aangegeven dat sprake is van een gebrek aan vertrouwen over het kunnen voldoen aan de minimale kwaliteitseisen die VGZ stelt aan de koepelorganisaties in de alternatieve zorg. Op 19 oktober 2015 heeft VGZ de beroepsverenigingen een herinnering gestuurd, waarin is aangegeven dat consulten van leden van de beroepsverenigingen alleen voor vergoeding in aanmerking komen indien de betreffende therapeut is ingeschreven bij een door VGZ erkende koepelorganisatie.

3 Het geschil

3.1.

SRBAG vordert dat de voorzieningenrechter

I. bepaalt dat de samenwerking tussen VGZ en SRBAG op basis van de afspraken gemaakt op 1 september 2010 tenminste blijft voortbestaan tot 1 januari 2017 dan wel een datum door de voorzieningenrechter te bepalen, onder verbeurte van een dwangsom, en

II. VGZ veroordeelt in de kosten van deze procedure, inclusief nakosten.

3.2.

VGZ voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voldoende uit de stellingen van SRBAG voort.

4.2.

Het gaat in dit kort geding -kort samengevat- om het volgende. Alternatieve zorg wordt onder zekere voorwaarden door VGZ vergoed. VGZ sluit geen contracten met individuele therapeuten die alternatieve zorg verlenen. In plaats daarvan sluit zij overeenkomsten met koepelorganisaties van beroepsverenigingen waarvan individuele therapeuten lid zijn. Alternatieve zorg wordt vergoed indien die is verleend door een therapeut die via zijn beroepsvereniging bij een koepelorganisatie is aangesloten waarmee VGZ een overeenkomst heeft. De overeenkomst tussen VGZ en een koepelorganisatie houdt in dat de koepelorganisatie toezicht houdt op de eisen waaraan individuele therapeuten moeten voldoen. Therapeuten die aan de eisen voldoen kunnen via hun koepelorganisatie worden opgenomen in de lijst “Vergelijk & Kies”. Alleen zorg van therapeuten die in die lijst staan wordt vergoed.

4.3.

SRBAG is een koepelorganisatie. In 2010 is tussen SRBAG en VGZ een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De kern van het geschil is dat VGZ de overeenkomst met SRBAG heeft beëindigd per 31 december 2015 en niet bereid is nog langer een overeenkomst met SRBAG te hebben. SRBAG heeft zich er in de eerste plaats op beroepen dat de overeenkomst van 2010 een overeenkomst voor bepaalde tijd was, te weten geldend tot 2017, die, bij gebreke van een regeling voor tussentijdse beëindiging, niet voor 1 januari 2017 kan worden beëindigd. In dat standpunt kan SRBAG niet worden gevolgd. Of de overeenkomst van 2010 een overeenkomst voor bepaalde tijd is, zal door uitleg van die overeenkomst moeten worden vastgesteld aan de hand van de daarvoor geldende maatstaven. SRBAG meent dat uit de opmerking in de overeenkomst “Graag wil Uvit samen met de koepelorganisaties het traject ingaan naar 2017” gelezen in de context moet worden afgeleid dat de overeenkomst voor bepaalde tijd is afgesloten. Dat valt daarin echter niet te lezen. De zin drukt klaarblijkelijk niet meer dan een intentie uit om door middel van contracten met koepelorganisaties via een overgangsperiode erop uit te komen dat in 2017 alle therapeuten die al vóór 1 januari 2011 via een beroepsvereniging waren aangesloten bij een koepelorganisatie aan de nieuwe kwaliteitseisen zullen voldoen. Daaruit kan niet worden afgeleid dat de overeenkomst met de koepelorganisatie voor bepaalde tijd, tot 1 januari 2017, zou gelden en vóór die datum niet opzegbaar zou zijn. Daarbij moet bedacht worden dat de overgangsperiode geldt voor individuele therapeuten om hen de gelegenheid te geven aan de nieuwe kwaliteitseisen te voldoen. Het valt niet in te zien waarom dat ook voor de koepelorganisatie een overeenkomst voor bepaalde tijd tot 1 januari 2017 zou impliceren.

4.4.

Te gelden heeft dus dat de samenwerkingsovereenkomst van 2010 tussen SRBAG en VGZ een overeenkomst voor onbepaalde tijd was. Ook zonder bepalingen in die overeenkomst omtrent opzegging, is een dergelijke overeenkomst voor bepaalde duur in beginsel opzegbaar. De maatstaven van redelijkheid en billijkheid kunnen met zich brengen dat opzegging alleen mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond daarvoor bestaat of dat daarbij een opzegtermijn in acht wordt genomen. Dat zal beoordeeld moeten worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Aan de beëindiging van de overeenkomst ligt ten grondslag dat SRBAG eind 2014/begin 2015 in de problemen is geweest, waardoor SRBAG gedurende ongeveer vier maanden zonder bestuur is geweest. Er waren kennelijk financiële problemen en een poging om tot oprichting/samengaan in een nieuwe koepelorganisatie BOCG te komen, is niet van de grond gekomen. Dat VGZ daarin aanleiding heeft gezien tot een beëindiging van de samenwerking met SRBAG valt te begrijpen. De samenwerking met een koepelorganisatie heeft de waarborging van de kwaliteit van therapeuten in de alternatieve zorg ten doel. De waarborging van die kwaliteit behoort ook tot de zorgplicht van VGZ jegens haar verzekerden. Daarvoor is dan wel als intermediair een koepelorganisatie nodig die zelf haar zaken op orde heeft om garant te kunnen staan voor de continuïteit en kwaliteit van het toezicht. Niet gebleken is dat SRBAG VGZ heeft aangetoond dat zij ondanks die problemen zou voldoen aan datgene wat VGZ van een betrouwbare koepelorganisatie mag verwachten. VGZ mocht onder die omstandigheden tot een beëindiging van de samenwerking besluiten. Dat dit onoverkomelijke problemen oplevert voor de bij SRBAG aangesloten beroepsverenigingen, is onvoldoende aannemelijk. De beroepsverenigingen kunnen zich bij andere koepelorganisaties aanmelden (zoals grotendeels ook al is gebeurd, zie hierna). Dat SRBAG los van de belangen van de beroepsverenigingen een zwaarwegend eigen belang heeft bij de samenwerkingsovereenkomst is niet gesteld of gebleken. Het staat VGZ op zichzelf ook vrij het aantal koepelorganisaties waarmee zij wil samenwerken te beperken.

4.5.

VGZ heeft daarbij alle omstandigheden in aanmerking genomen een voldoende ruime termijn van beëindiging in acht genomen. Het voornemen tot beëindiging is immers reeds in 2014 kenbaar gemaakt, waarbij de zorgverlening van via de beroepsverenigingen bij SRBAG aangesloten therapeuten tot eind 2015 vergoed zou blijven worden. Dat komt neer op een opzegtermijn van ruim een jaar. De aangesloten beroepsverenigingen hebben daarmee voldoende gelegenheid gehad zich bij een andere koepelorganisatie aan te sluiten. Het is mogelijk dat de twee andere in aanmerking komende koepelorganisaties andere of strengere eisen hanteren voor aansluiting, maar het is niet concreet gemaakt dat de beroepsverenigingen binnen die termijn van meer dan een jaar niet in staat zijn geweest aan dergelijke eisen te voldoen. In dit verband moet ook worden geconstateerd dat van de oorspronkelijk bij SRBAG aangesloten achttien beroepsverenigingen er thans nog slechts zes over zijn. De bij SRBAG vertrokken beroepsverenigingen hebben zich kennelijk bij andere koepelorganisaties kunnen aansluiten.

4.6.

Ook een belangenafweging maakt niet dat VGZ de samenwerking met SRBAG na 31 december 2015 moet voortzetten. Van de zes beroepsverenigingen die nog bij SRBAG zijn aangesloten, zijn er drie ook bij een andere koepelorganisatie aangesloten. Voor die drie is er dus geen probleem. Een van de resterende verenigingen is bezig zich bij een andere koepel aan te sluiten. Het gaat dus nog slechts om twee beroepsverenigingen die nog geen aansluiting elders hebben. Dat voor deze verenigingen in redelijkheid geen aansluiting mogelijk is bij een andere koepel kan thans niet worden vastgesteld. Op zichzelf lijkt daarvoor voldoende tijd te zijn geweest, omdat men de beëindiging per 31 december 2015 lang van tevoren heeft zien aankomen. Van VGZ kan daartegenover niet worden verlangd dat zij de samenwerking met een koepel waarbij nauwelijks meer verenigingen zijn aangesloten blijft voortzetten, teminder gezien de redenen voor de beëindiging.

4.7.

De vorderingen moeten daarom worden afgewezen.

4.8.

SRBAG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VGZ worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt SRBAG in de proceskosten, aan de zijde van VGZ tot op heden begroot op € 1.435,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 12 februari 2016.