Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1469

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-03-2016
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
05/780032-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Tussenbeslissing n.a.v. onderzoekswensen 32-jarige verdachte chaletmoord Ermelo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/780032-14

Datum uitspraak : 11 maart 2016

Tegenspraak

tussenbeslissing van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. D.R. Corbeek, advocaat te Arnhem.

Deze tussenbeslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 29 februari 2016. Van deze terechtzitting is een proces-verbaal opgemaakt

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte wordt na aanpassing van de tenlastelegging ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2014 tot en met 14 maart 2014 in

de gemeente Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het

leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van)

zijn mededader(s) met dat opzet en, al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg, die [slachtoffer] meerdere malen met een bijl en/of een mes, althans met een

of meer zwa(a)r(e) en/of scherp(e) voorwerp(en) op/tegen het hoofd/hals en/of

elders op/tegen/in het lichaam heeft geslagen/gesneden/gestoken/gekliefd, ten

gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2014 tot en met 14 maart 2014 in

de gemeente Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning (te weten een chalet

[nummer], gelegen op chaletpark/bungalowpark [X 2]),

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen

aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine(damp),

althans met een of meer brandbare stof(fen) in die woning, ten gevolge waarvan

die benzine(damp) en/of een of meer brandbare stof(fen) in die woning geheel

of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor de in die woning aanwezige goed(eren) en/of (een

deel van) (de inboedel van) die woning, in elk geval gemeen gevaar voor

goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de

zich op dat moment in de belendende perce(e)l(en) bevindende perso(o)n(en) (te

weten de buren [buur 1] en/of [buur 2] en/of een of meer aldaar aanwezige

kind(eren)), in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

voor een ander of anderen, te duchten was;

art 157 sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2014 tot en met 14 maart 2014 in

de gemeente Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om een lijk, te weten het stoffelijk overschot van [slachtoffer], te

verbranden, te vernietigen en/of weg te maken, met het oogmerk om het feit of

de oorzaak van het overlijden te verhelen,

een brandbare stof (te weten benzine) over/bij/in de omgeving van het

stoffelijk overschot heeft/hebben gesprenkeld/gegooid/gebracht en/of

(vervolgens) die benzine/brandbare stof heeft/hebben aangestoken danwel tot

ontbranding heeft/hebben gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 151 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 maart 2014

tot en met 14 maart 2014 in Nederland en/of België, te weten in de gemeente(n)

Ermelo en/of [geboorteplaats] en/of Antwerpen en/of elders in Nederland en/of

België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

nadat op of omstreeks voornoemde periode in de gemeente Ermelo de heer [slachtoffer]

opzettelijk om het leven was gebracht, althans nadat er enig misdrijf

was gepleegd,

(telkens) met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of

vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerp(en)

waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd en/of andere sporen van dat

misdrijf (waaronder een of meer persoonlijke bezittingen van de heer [slachtoffer])

heeft/hebben vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het

onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrokken,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- een bijl en/of een mes in een bosperceel verstopt/achtergelaten, en/of

- een hoeveelheid (bebloede) kleding weggegooid/laten verdwijnen en/of

- de auto (merk [merk]) van die [slachtoffer] van Ermelo naar Antwerpen gereden en/of

aldaar achtergelaten en/of (vervolgens) de sleutel(s) van voornoemde auto

weggegooid, en/of

- de telefoon (merk [merk 2]) van die [slachtoffer] weggegooid/laten verdwijnen.

art 189 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2 Onderzoekswensen van de raadsman

De raadsman heeft ter terechtzitting kenbaar gemaakt dat hij geen onderzoekswensen heeft. Mochten de onderzoekswensen in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] worden toegewezen, dan wil hij aanwezig zijn bij proceshandelingen die verdachte raken.

De rechtbank overweegt dat in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] bij tussenbeslissing van heden is bepaald, samengevat:

  • -

    dat de officier van justitie de bevindingen over de verkeersinformatiesystemen voor zover nog niet in het dossier opgenomen, in een proces-verbaal doet vastleggen en dat deze informatie aan het dossier wordt toegevoegd;

  • -

    dat de officier van justitie in een aan het dossier toe te voegen aanvullend proces-verbaal nadere bevindingen doet vastleggen omtrent data upstream-gegevens van de telefoon van het slachtoffer op 13 maart 2014 van ongeveer 20.53 uur tot 21.25 uur;

  • -

    dat nader onderzoek dient te worden gedaan naar het tijdstip van overlijden van het slachtoffer en - gezien de beschreven samenhang met het overlijden - het tijdstip waarop de letsels werden toegebracht. De zaak is daartoe naar de rechter-commissaris verwezen zodat deze aan de deskundigen [dekundige 1] en [deskundige 2] vragen kan voorleggen, met bepaling dat deze verwijzing “half-open” is, in die zin dat indien blijkt dat een andere vraagstelling aan deze deskundigen omtrent de door de rechtbank genoemde vraagpunten nodig is, de rechter-commissaris daartoe kan beslissen. Tevens is het aan de rechter-commissaris om, in overleg met de deskundigen, te bepalen of en zo ja van welke (overige) dossierstukken zij kennis wensen te nemen (bijvoorbeeld: de politieverklaringen van brandweerman [brandweerman]).

De rechtbank overweegt dat zij de zaken van verdachte en de medeverdachten, gezien de samenhang, zoveel mogelijk gelijk op wil laten lopen en dat voormelde op te maken processen-verbaal en de resultaten van het nader onderzoek door de rechter-commissaris dienen te worden gevoegd in het procesdossier van verdachte. Daartoe zal de rechtbank de zaak van deze verdachte eveneens naar de rechter-commissaris verwijzen (half open).

3 Overige overwegingen

Over verdachte is door het NIFP gerapporteerd. De raadsman heeft kenbaar gemaakt behoefte te hebben aan een aanvullend NIFP rapport (update) aan de hand van nadere door de verdediging te overleggen stukken afkomstig van de behandelend psycholoog van verdachte. De officier van justitie heeft toegezegd daarvoor zorg te dragen. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding daartoe een afzonderlijke beslissing te nemen.

De rechtbank zal het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd schorsen.

De rechtbank streeft ernaar de zaken van verdachte en de medeverdachten, gezien de samenhang, gelijk op te laten lopen. Bij de appointering van de zaken van verdachte en de medeverdachten dient daarom te worden gelet op de verhinderdata van alle betrokken procesdeelnemers.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    bepaalt dat de officier van justitie de bevindingen van verkeersinformatiesystemen voor zover nog niet in het dossier opgenomen, in een proces-verbaal doet vastleggen en dat deze informatie aan het dossier wordt toegevoegd;

  • -

    bepaalt dat de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal doet opmaken omtrent de data upstream gegevens en dat deze informatie aan het dossier wordt toegevoegd;

  • -

    stelt de stukken daartoe in handen van de officier van justitie;

  • -

    stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde een nader onderzoek in te doen stellen door [deskundige 2] en [dekundige 1] naar het tijdstip van overlijden van het slachtoffer Kuijff en - gezien de beschreven samenhang met het overlijden - het tijdstip waarop de letsels hem werden toegebracht;

  • -

    bepaalt dat deze verwijzing “half-open” is, in die zin dat indien blijkt dat een andere vraagstelling aan deze deskundigen omtrent de door de rechtbank genoemde vraagpunten nodig is, de rechter-commissaris daartoe kan beslissen;

 bepaalt dat de rechter-commissaris zal bepalen, in overleg met genoemde deskundigen, of en zo ja welke overige dossierstukken aan hen ten behoeve van bedoeld nader onderzoek ter beschikking zullen worden gesteld;

 wijst het meer of anders verzochte af;

 schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;

 beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman tegen de nader te bepalen terechtzitting met kennisgeving daarvan aan de nabestaanden van het slachtoffer [slachtoffer].

Deze tussenbeslissing is gegeven door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C.H.M. Pastoors, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 maart 2016.

Mr. Hovens is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/780032-14

Uitspraak d.d.: 11 maart 2016

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van
11 maart 2016.

Tegenwoordig:

mr. Van der Mei , rechter,

mr. , officier van justitie,

en mr. Fransen , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte,

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te Minderbroederstraat 32, 4611 RV [geboorteplaats],

is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De raadsman, mr. D.R. Corbeek, is wel / niet verschenen.

De rechter spreekt de beslissing uit.

Waarvan proces-verbaal,