Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1466

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-03-2016
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
05/720291-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een 33-jarige man tot een gevangenisstraf van dertig maanden voor een overval, een poging tot overval, een autodiefstal en belediging van een agent. Ook moet de man een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0073
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720291-15

Datum uitspraak : 9 maart 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te [penitentiaire inrichting]

raadsman: dr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 24 februari 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 november 2015 te Asperen, gemeente Lingewaal,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bakkerij

[adres 1] heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte

- met zijn hand(en) in/onder zijn jas(zakken) die bakkerij heeft

betreden en/of

-(onverhoeds) op die [slachtoffer 2] (die op dat moment als verkoopmedewerkster in

voornoemde bakkerij werkzaam was) is toegelopen en/of

- achter de toonbank vlakbij die [slachtoffer 2] is gaan en/of blijven staan en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Maak die lade open", althans woorden van

gelijke aard of strekking, en/of

-(nadat die [slachtoffer 2] had geweigerd om de kassalade te openen) tegen die

[slachtoffer 2] heeft gezegd: "O nee?", althans woorden van gelijke aard of

strekking, en/of (daarbij) met zijn hand in zijn jaszak een of meer gebaren

heeft gemaakt , alsof hij daarin een wapen (vast) had of waarmee hij de

indruk wekte dat hij een wapen (vast) had.

2.

hij op of omstreeks 18 november 2015 te Leerdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen

een personenauto(Toyota Yaris, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van een valse sleutel

(door een tevoren gestolen sleutel van deze auto te gebruiken om deze auto te

openen, te starten en daarmee weg te rijden).

3.

hij op of omstreeks 18 november 2015 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk

geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- de shop waar die [slachtoffer 4] op dat moment werkzaam was [adres 2]

heeft betreden en/of

- het kassagedeelte van die shop (welke op dat moment niet was afgesloten

en/of waar die [slachtoffer 4] zich op dat moment bevond) heeft betreden en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd: " Ik wil geld" of woorden van gelijke aard

of strekking en/of

- ( vervolgens) die ruimte van het kassagedeelte heeft verlaten en/of

- voor de balie (van het kassagedeelte) is gaan staan en/of (wederom) heeft

gezegd: "Ik wil geld" of woorden van gelijke aard of strekking en/of

- zijn hand in zijn jaszak heeft gedaan alsof hij daarin een wapen (vast) had

of waarmee hij de indruk wekte dat hij een wapen (vast) had en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd: "Of moet ik anders gaan schieten? "of

woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

hij op of omstreeks 29 november 2015 te Tiel

opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 7] (bijzonder opsporingsambtenaar), gedurende

of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening

(als arrestantenverzorger)in zijn/haar tegenwoordigheid,

mondeling heeft beledigd, door hem/haar de (Turkse) woorden toe te voegen:

"Anani sikerium"(in het Nederlands: "ik neuk je moeder") ,

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten, gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 t/m 3 geen verweer gevoerd. Met betrekking tot feit 4 heeft de verdediging gepleit voor vrijspraak van het tenlastegelegde feit. Indachtig de context waarin de woorden zijn gebezigd, kan geen opzet op de tenlastegelegde belediging worden aangenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft als volgt verklaard. Op 18 november 2015 was zij aan het werk in [slachtoffer 1] te Asperen (rechtbank: in de gemeente Lingewaal) aan de [adres 1] . [slachtoffer 2] stond achter de toonbank bij de kassa. Er kwam een man binnen. De man kwam op haar af lopen achter de toonbank. Hij had beide handen in zijn jaszak. Ze vroeg de man om weg te gaan. Hij kwam dichterbij, tot ongeveer een meter afstand. Hij zei: ‘Maak die lade open’ en hij knikte richting de kassa. [slachtoffer 2] zei: ‘Nee’. Daarop zei de man: ‘Oh nee?’ en hij hield met zijn rechterhand iets omhoog in zijn jaszak. [slachtoffer 2] dacht dat het een vuurwapen of een mes was. [slachtoffer 2] werd bang. Ze zei: ‘Ga je gang, pak alles maar.’ Daarop nam de man al het papiergeld uit de lade.2

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 18 november 2015 in de genoemde bakkerij was. Hij liep achter de balie en zei dat hij geld wilde. De vrouw achter de balie [rechtbank: [slachtoffer 2] ] schrok heel erg van verdachte. Hij deed daarop zijn hand in zijn zak alsof hij een wapen had. Daarop pakte hij geld uit de lade en ging hij weg.3

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Verdachte deed alsof hij een wapen had om zo de diefstal te laten slagen.

Feit 2

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij op 18 november 2015 zijn auto, een Toyota Yaris, voorzien van kenteken [kenteken] , bij de huisarts in Leerdam parkeerde. Toen hij na enige tijd buiten kwam, was de auto weg.4


Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 18 november 2015 bij de huisarts in Leerdam was. Hij zag een autosleutel liggen en pakte die op. Hij ging naar buiten en probeerde de sleutel. Er piepte een auto, een grijze Toyota, en daar stapte hij in. Vervolgens reed hij naar Asperen.5

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal van de Toyota Yaris heeft gepleegd.

Feit 3
Aangeefster [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij op 18 november 2015 werkzaam was bij het [naam] tankstation aan de [adres 2] in Rotterdam. [slachtoffer 6] is eigenaar van het tankstation. De deur naar het kassagedeelte was niet dicht. Er kwam een man in de winkel in het kassagedeelte staan. Hij zei: ‘Ik wil geld.’ [slachtoffer 4] pakte de man bij zijn jas en duwde hem het kassagedeelte uit en deed de deur dicht. De man kwam voor de balie staan en zei opnieuw: ‘Ik wil geld.’ De man stopte zijn rechterhand in zijn jas en zei: ‘Of moet ik anders gaan schieten?’ [slachtoffer 4] zei dat hij maar moest gaan schieten en ze zei dat ze de politie ging bellen. Daarop verliet de man het tankstation.6

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in Rotterdam een tankstation wilde overvallen. Hij werd weggeduwd.7 Voorts heeft verdachte verklaard dat hij op de dag maar drie dingen had gedaan; de auto [rechtbank: feit 2], de bakker [rechtbank: feit 1] en het tankstation [rechtbank: feit 3].8

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Verdachte deed alsof hij een wapen had om zo de diefstal te laten slagen. Door het handelen van aangeefster is dit bij een poging gebleven.

Feit 4

Aangever [slachtoffer 7] , bijzonder opsporingsambtenaar, heeft verklaard dat hij op 29 november 2015 werkzaam was als arrestantenverzorger bij het politiebureau in Tiel. Verdachte was aangehouden en werd binnengebracht. [slachtoffer 7] verrichtte een insluitingsfouillering. Verdachte zei dat hij niet wilde meewerken. Op enig moment zei verdachte in de Turkse taal tegen [slachtoffer 7] : ‘Anani sikerium’. Dit betekent ‘Ik neuk je moeder’. [slachtoffer 7] voelde zich hierdoor ernstig beledigd.9

Verdachte heeft verklaard dat hij in het Turks tegen de verbalisant: ‘Anani sikerium’ zei. Dat betekent: ‘Ik neuk je moeder’.10

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 7] heeft beledigd terwijl hij als arrestantenverzorger aan het werk was.

De rechtbank neemt de context waarin de belediging is gepleegd mee in haar beoordeling van de strafmaat, maar is van oordeel dat deze context niet afdoet aan de opzet en het beledigende karakter van de uitingen van verdachte. Verdachte wilde immers niet meewerken aan de insluitingsfouillering en het was zijn kennelijke bedoeling het gezag van [slachtoffer 7] te ondermijnen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 t/m 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 18 november 2015 te Asperen, gemeente Lingewaal,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bakkerij

[adres 1] heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte

- met zijn hand(en) in/onder zijn jas(zakken) die bakkerij heeft

betreden en/of

- (onverhoeds) op die [slachtoffer 2] (die op dat moment als verkoopmedewerkster in

voornoemde bakkerij werkzaam was) is toegelopen en/of

- achter de toonbank vlakbij die [slachtoffer 2] is gaan en/of blijven staan en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Maak die lade open", althans woorden van

gelijke aard of strekking, en/of

- (nadat die [slachtoffer 2] had geweigerd om de kassalade te openen) tegen die

[slachtoffer 2] heeft gezegd: "O nee?", althans woorden van gelijke aard of

strekking, en/of (daarbij) met zijn hand in zijn jaszak een of meer gebaren

heeft gemaakt, alsof hij daarin een wapen (vast) had of waarmee hij de

indruk wekte dat hij een wapen (vast) had.

2.

hij op of omstreeks 18 november 2015 te Leerdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen

een personenauto (Toyota Yaris, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van een valse sleutel

(door een tevoren gestolen sleutel van deze auto te gebruiken om deze auto te

openen, te starten en daarmee weg te rijden).

3.

hij op of omstreeks 18 november 2015 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk

geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- de shop waar die [slachtoffer 4] op dat moment werkzaam was [adres 2]

heeft betreden en/of

- het kassagedeelte van die shop (welke op dat moment niet was afgesloten

en/of waar die [slachtoffer 4] zich op dat moment bevond) heeft betreden en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd: "Ik wil geld" of woorden van gelijke aard

of strekking en/of

- (vervolgens) die ruimte van het kassagedeelte heeft verlaten en/of

- voor de balie (van het kassagedeelte) is gaan staan en/of (wederom) heeft

gezegd: "Ik wil geld" of woorden van gelijke aard of strekking en/of

- zijn hand in zijn jaszak heeft gedaan alsof hij daarin een wapen (vast) had

of waarmee hij de indruk wekte dat hij een wapen (vast) had en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd: "Of moet ik anders gaan schieten? "of

woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

hij op of omstreeks 29 november 2015 te Tiel

opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 7] (bijzonder opsporingsambtenaar), gedurende

of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening

(als arrestantenverzorger) in zijn/haar tegenwoordigheid,

mondeling heeft beledigd, door hem/haar de (Turkse) woorden toe te voegen:

"Anani sikerium" (in het Nederlands: "ik neuk je moeder"),

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

‘diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken’

Ten aanzien van feit 2:

‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels’

Ten aanzien van feit 3:

‘poging tot afpersing’

Ten aanzien van feit 4:

‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een lagere gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 1 februari 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (t.b.v. rechtszitting), gedateerd 27 januari 2016.

Verdachte heeft op één dag een autodiefstal, een overval op een bakkerij en een poging tot overval op een tankstation gepleegd. Bij de overval en de poging daartoe deed verdachte alsof hij een wapen in zijn jas had. Bij het tankstation dreigde verdachte ook expliciet dat hij zou gaan schieten. Uit het door [slachtoffer 2] ingevulde schadeformulier blijkt dat verdachte haar met zijn optreden veel angst heeft aangejaagd. De rechtbank vindt die angst zeer begrijpelijk en rekent dit verdachte aan. Slachtoffers van een (gewapende) overval kunnen hier nog lange tijd gevolgen van ondervinden. Daarnaast zorgen dergelijke feiten voor gevoelens van angst in de maatschappij.

De rechtbank moet voorts constateren dat [slachtoffer 4] buitengewoon dapper heeft gereageerd en daardoor verdachte heeft weggejaagd.

Voorts heeft verdachte een diefstal van een auto gepleegd. De vanzelfsprekendheid waarmee verdachte de autosleutel heeft meegenomen en het gemak waarmee verdachte tot het plegen dit zeer hinderlijke feit is over gegaan, baart de rechtbank zorgen.
Als laatste heeft verdachte een belediging van een ambtenaar in functie gepleegd. Dit is een vervelend feit. Gelet op de omstandigheden waaronder de belediging is begaan, zal de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat echter geen rekening houden met dit feit.

Verdachte is in het verleden eerder wegens het plegen van diefstal en afpersing veroordeeld. Hij erkent dat sprake is van verslavingsproblematiek en dat een verband bestaat tussen zijn delictgedrag en deze problematiek. Aan de reclassering heeft hij aangegeven niet open te staan voor diagnostiek en behandeling. De reclassering ziet op dit moment daarom geen mogelijkheden om een plan van aanpak op te stellen en verdachte te begeleiden.

Gelet daarop alsook op de hiervoor beschreven omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, ziet de rechtbank aanleiding een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Nu uit verdachtes handelen ook een zekere ondoordachtheid en impulsiviteit spreekt, komt de rechtbank echter tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van de tijd die hij reeds heeft vastgezeten.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 800,--.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van het gevraagde bedrag van € 800,-- toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft verzocht om geen toepassing te geven aan de schadevergoedingsmaatregel omdat verdachte in detentie zit en op dit moment niet kan betalen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Door de diefstal waarbij verdachte deed alsof hij gewapend was, is [slachtoffer 2] ‘anderszins’ in haar persoon aangetast, doordat een inbreuk is gemaakt op haar persoonlijke integriteit. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van € 800,- is, gelet op de aard en de ernst van het feit en de gevolgen daarvan en gezien de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, billijk. De rechtbank zal dit bedrag dan ook aan de benadeelde partij toewijzen.

De rechtbank zal, ondanks het verzoek van de verdediging, de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De enkele stelling van de verdediging dat verdachte op dit moment vanwege zijn detentie niet kan betalen, levert naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwing op voor het oordeel dat sprake is van een zodanig uitzonderlijk geval dat hiervan moet worden afgezien.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 18 november 2015.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 48, 57, 266, 267, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de
benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 800,-
(zegge achthonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november
2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het
geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot
op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 800,-
    (zegge achthonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november
    2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 16 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. R.S. Croll en

mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 maart 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] , van de politie Oost Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, zaaknummer 2015615327, onderzoek 08SPOTLIJSTER, gesloten op 17 december 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 80-81.

3 Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [verdachte] , p. 142-143 1e alinea.

4 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 176.

5 Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [verdachte] , p. 187, midden.

6 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 208

7 Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [verdachte] , p. 233, midden.

8 Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [verdachte] , p. 243, laatste alinea.

9 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 194 en 196.

10 Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [verdachte] , p. 201.