Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1444

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
23-03-2016
Zaaknummer
278611
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Samenwerkingsovereenkomst, bestaande in verbintenis van de ene partij om tegen een vergoeding klanten te werven voor de andere partij. Aard en omvang van de te verrichten wervingsactiviteiten zijn in de overeenkomst niet omschreven, wel de verschuldigde vergoeding voor die activiteiten, die afhankelijk is van de betaling door de aangebrachte klant voor afgenomen diensten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/278611 / HA ZA 15-112 / 167

Vonnis van 17 februari 2016

in de zaak van

de stichting

STICHTING WONINGBEHEER BETUWE,

gevestigd te Lienden, gemeente Buren,

eiseres,

advocaat mr. L.A. Burgersdijk te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. M. Stokdijk te Arnhem.

Partijen zullen hierna SWB en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 februari 2016

- de akten uitlating deskundigenbericht van beide partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank volhardt bij hetgeen in het tussenvonnis van 18 november 2015 is overwogen en beslist.

2.2.

SWB heeft voorgesteld om de heer M.J.L. van der Mei van Lequality b.v. als deskundige te benoemen. [gedaagde] heeft laten weten te kunnen instemmen met de benoeming van een deskundige van Lequality b.v.

2.3.

De heer Van der Mei van Lequality b.v. heeft desgevraagd aangegeven zijn benoeming te aanvaarden en vrij te staan ten aanzien van het geschil en de daarbij betrokken partijen. Het voorschot op zijn loon en kosten zal conform zijn opgave worden begroot op € 2.250,00 exclusief BTW. Zoals is bepaald in rov. 4.7. van het tussenvonnis van 18 november 2015 zal SWB met het voorschot worden belast.

2.4.

Geen van partijen heeft aanvullende vragen voorgesteld, zodat de rechtbank de in rov. 4.5. van het vonnis van 18 november 2015 geformuleerde vragen aan de deskundige zal voorleggen. [gedaagde] heeft opgemerkt dat de deskundige de vragen vanuit een vaktechnische invalshoek zal dienen te beantwoorden. De rechtbank gaat er vanuit dat de deskundige zijn conclusies en antwoorden motiveert en inzichtelijk maakt waar hij die op baseert. De rechtbank overweegt verder dat de leidraad voor deskundigenonderzoek voorschrijft dat de deskundige partijen in de gelegenheid dient te stellen om bij het onderzoek aanwezig te zijn en opmerkingen te maken over het conceptrapport alvorens een definitief rapport in te dienen. Voor het opnemen van een afzonderlijke verplichting daartoe bestaat daarom geen aanleiding.

2.5.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.6.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Heeft [gedaagde] bij de asbestinventarisatie van complex 711 in Opheusden het certificatieschema SC 540 (type A) in acht genomen?

2. Is het voor u op basis van het thans ter beschikking staande materiaal mogelijk de vraag te beantwoorden of [gedaagde] voldoende monsters heeft genomen in complex 711? Als dat mogelijk is, wat is dan uw antwoord?

3. Is het voor u op basis van het thans ter beschikking staande materiaal mogelijk de vraag te beantwoorden of [gedaagde] heeft kunnen volstaan met het nemen van één monster van de golfdakplaten van de 14 bergingen van de woningen aan de [adres 1] ? Als dat mogelijk is, wat is dan uw antwoord?

4. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

De heer M.L.J. van der Mei van Lequality b.v.,

[adres 2]

[telefoonnummer] ,

[emailadres] ,

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.4.

bepaalt dat SWB binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

3.5.

bepaalt dat SWB binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 2.722,50 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen,

3.6.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.8.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.9.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. K. van Vlimmeren-Van Ommen,

3.10.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.11.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 mei 2016, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.12.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van SWB of voor bepaling datum vonnis,

3.13.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2016.