Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1421

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
288343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Samenwerkingsovereenkomst, bestaande in verbintenis van de ene partij om tegen een vergoeding klanten te werven voor de andere partij. Aard en omvang van de te verrichten wervingsactiviteiten zijn in de overeenkomst niet omschreven, wel de verschuldigde vergoeding voor die activiteiten, die afhankelijk is van de betaling door de aangebrachte klant voor afgenomen diensten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2057
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/288343 / HA ZA 15-477

Vonnis van 3 februari 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. T. IJsenbrandt te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOOMERWEB B.V.,

gevestigd te Velp,

gedaagde,

advocaat mr. S.C. Krekel te Leiden.

Partijen zullen hierna [eiser] en Boomerweb genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 oktober 2015

- het proces-verbaal van comparitie van 11 december 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] adviseert zorginstellingen en klanten op het gebied van automatisering.

2.2.

Boomerweb houdt zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van IT-applicaties (hierna: apps) aan zorginstellingen.

2.3.

[eiser] en Boomerweb hebben op 21 januari 2013 met elkaar een (schriftelijke) samenwerkingsovereenkomst gesloten. De strekking van de overeenkomst is dat, gedurende een initiële periode van een jaar, [eiser] potentiële klanten (“leads”) aanbrengt bij Boomerweb voor haar apps, en Boomerweb [eiser] daarvoor een vergoeding van 10% van de daarmee verband houdende omzet betaalt. Uit de overeenkomst wordt geciteerd:

3. Tot stand brengen en aanbrengen van Contracten

3.1

De Partner ( [eiser] , toevoeging rechtbank) kan potentiële Klanten bij Boomerweb als Lead introduceren. Indien een dergelijke Lead tot een Contract voor Boomerweb leidt, komt de Partner in aanmerking voor een Partnervergoeding zoals in Appendix A & C is opgetekend. In Appendix D is een actueel overzicht opgenomen van potentiele Klanten zoals door [eiser] (…) momenteel ontwikkeld worden en bij overgang van Lead naar Contract voor Boomerweb, voor eerdergenoemde Partnervergoeding in aanmerking zullen komen.

(…)

6 Partnervergoeding -> Appendix A

6.1.

Boomerweb is verplicht de Partner een vergoeding te betalen voor de in het kader van deze Overeenkomst verrichte bemiddelingsactiviteiten. (…)

6.3.

Boomerweb is een Partnervergoeding van 10% (tien procent) verschuldigd aan de Partner gedurende de initiële looptijd van een Contract zolang de klant klant is en betaald conform het gestelde in Appendix A & C.

6.4.

De Partner heeft uitsluitend recht op vergoedingen indien hij daadwerkelijk de daarbij behorende Activiteiten heeft verricht. In het bijzonder bestaat geen recht op een vergoeding indien een Contract wordt gesloten of gewijzigd tussen Boomerweb en een Klant zonder dat de Partner in de specifieke situatie activiteiten heeft verricht, ongeacht of de Partner eerder activiteiten ten aan zien van de desbetreffende Klant heeft verricht. Boomerweb zal in voorkomende gevallen tijdig in overleg met Partner treden en deze de gelegenheid bieden betreffende Klant binnen een redelijke termijn in beider belang verder te ontwikkelen.

2.4.

In Appendix A van de overeenkomst – zie de verwijzing daarnaar in het hiervoor geciteerde artikel 6 – is bepaald dat voor iedere afgesloten overeenkomst met een klant conform artikel 3, [eiser] een aanspraak heeft op een vergoeding van 10% van de omzet over de in Appendix C bij de overeenkomst vermelde producten (apps) gedurende de contractsperiode. Daaraan is met zoveel woorden de voorwaarde toegevoegd “zolang de klant klant is en betaalt.”

2.5.

Partijen hebben op 6 december 2013 naar aanleiding van een tussen hen ontstane discussie over de uitvoering van de overeenkomst een aantal aanvullende afspraken gemaakt.

2.6.

In oktober 2014 heeft Boomerweb de, op dat moment verlengde, overeenkomst opgezegd. Partijen hebben daarna per e-mail gecommuniceerd over de eindafrekening. Partijen hebben daarover geen overeenstemming bereikt.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - veroordeling van Boomerweb tot betaling van € 48.157,24, alsmede veroordeling van Boomerweb in de kosten van de procedure, waaronder nakosten.

3.2.

Aan de vordering wordt ten grondslag gelegd dat [eiser] een aantal leads bij Boomerweb heeft aangebracht waarna Boomerweb daarmee contracten heeft gesloten en Boomerweb ingevolge de tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst een vergoeding aan [eiser] is verschuldigd, welke zij niet heeft voldaan. Het gaat om contracten met de zorginstellingen TSN, Manna, ZFO, Verian en De Posten. Deze partijen zijn in Appendix D opgenomen als leads die exclusief door [eiser] konden worden aangedragen, hetgeen betekent, naar [eiser] stelt, dat zodra een overeenkomst met zo’n lead tot stand komt, Boomerweb daarvoor aan haar een vergoeding (van 10% over de omzet) is verschuldigd. De niet betaalde vergoeding begroot [eiser] op € 48.157,24 inclusief BTW, dit overeenkomstig een berekening die zij heeft overgelegd als productie 11 bij dagvaarding. Boomerweb is bij brief van 28 april 2015 van de gemachtigde van [eiser] (toen DAS Rechtsbijstand) in gebreke gesteld waarna zij, na het ongebruikt laten verstrijken van de daarin gegeven termijn voor nakoming, volgens [eiser] op 12 mei 2015 in verzuim is gekomen.

3.3.

Boomerweb voert verweer. Zij stelt dat [eiser] slechts bij 5 contracten betrokken is geweest. In oktober 2014 heeft zij de overeenkomst met [eiser] beëindigd, waarna zij over het enige contract dat toen nog liep – een contract met Manna van 4 maart 2013 – een vergoeding van 10% is blijven betalen aan [eiser] . Als er al een ander of nieuw contract met een klant bestond, had [eiser] door het ontbreken van enige daarvoor gedane inspanning van haar kant, op grond van de overeenkomst geen recht op een vergoeding.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen hebben op 21 januari 2013 een schriftelijke overeenkomst gesloten. De overeenkomst voorziet, kort gezegd, in een samenwerking waarbij [eiser] leads introduceert bij Boomerweb en daarvoor een vergoeding krijgt van 10% over de gerealiseerde (licentie-)omzet. De overeenkomst is door opzegging door Boomerweb beëindigd. De beëindiging van de overeenkomst is niet in geschil, maar wel de afrekening daarvan. Specifiek is daarbij aan de orde de door Boomerweb bestreden stelling van [eiser] dat Boomerweb in verband met aan TSN, Manna, ZFO, Verian en De Posten verstrekte licenties nog een vergoeding aan haar is verschuldigd. Het debat tussen partijen spitst zich toe op a) de vraag of een voorwaarde voor een aanspraak op een vergoeding is dat [eiser] een actieve rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de contracten of dat daarvoor alleen een voorwaarde is dat [eiser] de klanten bij deze contracten als lead bij Boomerweb heeft aangedragen en b) in hoeverre Boomerweb uit deze contracten betaling heeft ontvangen, en c) betaling door een klant een voorwaarde is voor de aan [eiser] te betalen vergoeding.

4.2.

[eiser] wijst op artikel 3.1. van de overeenkomst waarin, kort gezegd, is bepaald dat bij het introduceren van een lead een vergoeding wordt betaald indien de lead met Boomerweb een contract heeft gesloten. [eiser] stelt dat zij op die grond niet meer hoeft te doen dan het arrangeren van een korte introductie om voor een vergoeding in aanmerking te komen.

4.3.

Boomerweb wijst echter op het bepaalde in artikel 6.4. van de overeenkomst. Daaruit volgt dat geen recht op een vergoeding bestaat als een contract wordt gesloten of gewijzigd zonder dat [eiser] “activiteiten” heeft verricht. Daaruit leidt zij af dat [eiser] meer moet doen dan alleen het arrangeren van een introductie.

4.4.

De beoordeling is als volgt. De in artikel 6.4. vermelde activiteiten zijn niet in de overeenkomst gedefinieerd of beschreven. Het ligt voor de hand dat het hier om meer gaan dan een enkele introductie. In artikel 6.4. worden de activiteiten namelijk (mede) met een wijziging van het contract in verband gebracht, en bij een wijziging van het contract gaat het (noodzakelijk) om een bestaande klant, waarbij een introductie dus niet aan de orde is. Uit artikel 6.4. kan dus worden afgeleid dat [eiser] meer inspanningen moet verrichten dan louter het arrangeren van een introductie. [eiser] heeft in haar dagvaarding noch tijdens de comparitie van partijen toegelicht hoe haar op artikel 3.1. gegronde stelling verklaard moet worden in het licht van hetgeen uit het bepaalde in artikel 6.4. volgt. [eiser] zal die toelichting alsnog kunnen geven in een daartoe door haar te nemen akte. De zaak zal daarvoor naar de rol worden verwezen.

4.5.

Als wordt aangenomen dat [eiser] meer activiteiten moest verrichten dan een enkele introductie is echter nog niet duidelijk wat die activiteiten zijn. Niet duidelijk is wat Boomerweb op dat vlak van [eiser] verwachtte of mocht verwachten. Onder 14 van haar conclusie van antwoord heeft Boomerweb het in dit verband over “het opzetten van contacten, het faciliteren van gesprekken en het actief meepraten over contracten” en onder 20 van haar conclusie van antwoord stelt zij dat het moet gaan om “contracten die door toedoen en met bemiddeling van [eiser] tot stand zijn gekomen.” Niet duidelijk is echter hoe deze stellingen van Boomerweb zich verhouden tot de opmerking van Boomerweb tijdens de comparitie van partijen dat het meegaan van [eiser] naar de gesprekken met de potentiele klanten niet gebruikelijk (“geen usance”) was. Uit die laatste opmerking lijkt te volgen dat Boomerweb dit ook niet van [eiser] verwachtte. Welke activiteiten Boomerweb dan wel van [eiser] verwachtte, mag zij nog toelichten in een akte. Daarbij zal zij ook voor alle hier aan de orde zijnde contracten afzonderlijk moeten aangeven waar [eiser] het in haar ogen heeft laten liggen, wat [eiser] in haar ogen meer had moeten doen.

4.6.

Mogelijk zal voor de beoordeling van de vorderingen nog van belang zijn dat antwoord wordt gevonden op de vraag of Boomerweb [eiser] op de volgens haar ontbrekende activiteiten heeft aangesproken. Boomerweb heeft tijdens de comparitie van partijen naar voren gebracht dat zij daarover een aantal e-mails aan [eiser] heeft gezonden. Boomerweb kan deze bij haar hiervoor vermelde akte overleggen.

4.7.

Boomerweb stelt dat zij in verband met de door [eiser] vermelde contracten nog geen licentievergoedingen heeft ontvangen en ook om die reden nog geen vergoeding aan [eiser] hoeft te betalen. Dit wordt door [eiser] betwist. [eiser] stelt dat betaling door de klant geen voorwaarde is voor betaling van de aan haar toekomende vergoeding.

4.8.

Het oordeel daarover is als volgt. In artikel 6.3. en in Appendix A is met zoveel woorden bepaald dat de vergoeding wordt uitgekeerd zolang de klant klant is en betaalt. Daaruit volgt duidelijk dat partijen de betalingsverplichting van Boomerweb aan [eiser] afhankelijk hebben gesteld van de daarmee corresponderende betaling door de klant. Daarvan zal dus worden uitgegaan.

4.9.

Dit leidt ertoe dat [eiser] nu eerst, als weerwoord op het verweer van Boomerweb dat de betreffende klanten (nog) niet hebben betaald, (gemotiveerd) moet stellen dat, en hoeveel, de betreffende klanten voor de door [eiser] vermelde contracten hebben betaald aan Boomerweb. Ook daartoe zal zij een akte kunnen nemen.

4.10.

In afwachting van de aktes van partijen, zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 9 maart 2016 voor een akte zijdens [eiser] voor het onder 4.4. en 4.9. vermelde doel, alsmede voor een akte zijdens Boomerweb voor het onder 4.5. en 4.6. vermelde doel,

5.2.

bepaalt dat partijen daarna, op een daarvoor nader te bepalen roldatum, ieder een antwoordakte kunnen nemen,

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2016.