Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1188

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-02-2016
Datum publicatie
09-03-2016
Zaaknummer
C/05/296197/KZ ZA 16-18
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding tussen man en vrouw die relatie hebben gehad. De man zou na het einde van de relatie filmpjes en foto’s die in de privésituatie van partijen zijn (op)genomen en waarop seksuele handelingen van partijen zichtbaar zijn, openbaar hebben gemaakt door deze op Facebook en YouTube te plaatsen. Ook zou de man op naam van de vrouw nepaccounts op Facebook en Viber hebben aangemaakt. De vrouw stelt dat de man aldus onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en vordert verwijdering van de filmpjes/foto’s, alsmede een verbod tot het plaatsen van dergelijke filmpjes en foto’s en een verbod tot het op haar naam aanmaken van accounts op social media. Vorderingen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/46, UDH:IR/13091 met annotatie van Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/296197 / KZ ZA 16-18

Vonnis in kort geding van 29 februari 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. K. Hermsen te Harderwijk,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. K. Horstman te Epe.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 22 januari 2016;

  • -

    de brief d.d. 11 februari 2016 met aanvullende producties van de zijde van [eiseres] ;

  • -

    de e-mail d.d. 16 februari 2016 met producties van de zijde van [gedaagde] ;

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 17 februari 2016;

  • -

    de pleitnota van de zijde van [eiseres] ;

  • -

    de conclusie van antwoord.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben vanaf medio 2012 tot juli 2015 een affectieve relatie gehad.

2.2.

[eiseres] heeft een aantal uitdraaien overgelegd van WhatsApp-gesprekken die volgens haar tussen haar en [gedaagde] , tussen haar broer [naam 1] en [gedaagde] en tussen haar zoon [naam 2] en [gedaagde] hebben plaatsgehad. In deze uitdraaien staat onder meer het volgende vermeld:

"30-07-2015, 11:55 - [gedaagde] : (..) ald ik mijn kleding niet krijg plaats ik de filmss op fb
(..)
30-07-2015, 12:15 - [eiseres] : Dus daarna kun je ophalen je kleding en spullen
30-07-2015, 12:15 - [gedaagde] : Ik plaats films anders
(..)

30-07-2015, 12:24 - [gedaagde] : volngens mij wil je dat ik die films plaats

30-07-2015, 12:25 - [gedaagde] : vimfen je collega's en familie vast leuk

(..)
30-07-2015, 12:30 - [gedaagde] : Ach [eiseres] ik wil jw collega's op je werk zien lachen

30-07-2015, 12:30 - [gedaagde] : Let goed op je fb

(..)

30-07-2015, 12:36 - [gedaagde] : Film 1 wordt binnen uurtje geplaatste

(..)

30-07-2015, 12:47 - [gedaagde] : En seks

(..)

30-07-2015, 12:49 - [eiseres] : Nee nooit meer

30-07-2015, 12:49 - [gedaagde] : Dan worde n de films geplaats op jou fb en van [naam 3]
(..)

30-07-2015, 13:17 - [gedaagde] : Ik wil nog 1 keer seks met jou dan hoort niemand meer iets van de films en je bent van mij af
30-07-2015, 13:17 - [gedaagde] : Oke ik vernietig dan de films

30-07-2015, 13:17 - [eiseres] : Nee .

30-07-2015, 13:18 - [eiseres] : Nu is klaar

30-07-2015, 13:19 - [gedaagde] : Dan zul je voor bloeien op je werk in vriedin kring en ook bij de kennis van [naam 3] en in [woonplaats]
(..)
30-07-2015, 14:14 - [gedaagde] : We gaan snel plaatsen
30-07-2015, 14:14 - [gedaagde] : En ook op fb van [naam 2] in oostenrijk
(..)

30-07-2015, 14:20 - [gedaagde] : De eerst vanavond om 8 uur
30-07-2015, 14:22 - [gedaagde] : Ik geef nog effe tijd
30-07-2015, 14:31 - [gedaagde] : De film wordt ook na al jou email contacten gestuurd
(..)"


"09-12-2015, 16:50 - [gedaagde] : [naam 1] meldt maar aan [eiseres] ik heb twee films geplaats op fb van haar werkgever en ik 8 films die gaan op div forums op het internet

09-12-2015, 16:51 - [gedaagde] : Ik maak haar helemaal kapot

(..)
09-12-2015, 18:42 - [gedaagde] : De films staan ook op de side [naam stichting 1] en [naam stichting 2]

09-12-2015, 22:22 - [gedaagde] : Facebook aangemaakt [eiseres] met films collega’s vsn eks als vrienden

(..)

12-12-2015, 19:55 - [gedaagde] : [eiseres] de politie hoer van [woonplaats]

15-12-2015, 07:30 - [gedaagde] : Kijk ‘ [eiseres] wordt geneukt’ op YouTube - [YouTube link]

(..)

18-12-2015, 21:05 - [gedaagde] : [YouTube link]

18-12-2015, 21:05 - [gedaagde] : Heb je [eiseres] nog eeen keer

(..)

20-12-2015, 15:55 - [gedaagde] : [naam 1] ze gaat nog veelbproblemen krijgen

20-12-2015, 18:16 - [gedaagde] : Mooi die Facebook pagina’s"

"09-12-2015, 22:37 - [gedaagde] : Han ij een paar films van [eiseres] geplaatst op fb van haar werkgever kijk maar eens

10-12-2015, 06:19 - [gedaagde] : Het zijn intieme films ik heb er 13 ii maak haar geestelijk kapot

12-12-2015, 19:59 - [gedaagde] : [eiseres] de politie hoer van [woonplaats]

13-12-2015, 04:03 - [gedaagde] : Kijk [eiseres] ' op YouTube - [YouTube link]

13-12-2015, 07:54 - [gedaagde] : Kijk 'Sex met' op YouTube - [YouTube link]
(..)

15-12-2015, 03:27 - [gedaagde] : Kijk ‘ [eiseres] wordt geneukt’ op YouTube -
[YouTube link]

15-12-2015, 12:10 - [gedaagde] : Ik heb nog 12 films van [eiseres]

(..)".

2.3.

Na het einde van de relatie van partijen zijn er op naam van [eiseres] nepaccounts aangemaakt op Facebook, waarmee vriendschapsverzoeken naar familieleden en collega’s van [eiseres] zijn gestuurd. Ook is er een Viber-account aangemaakt waarop onder meer de telefoonnummers van [eiseres] zichtbaar zijn.

2.4.

Op 17 augustus 2015 is een seksueel getint filmpje op de Facebookpagina van de broer van [eiseres] geplaatst.

2.5.

Vanaf medio september 2015 tot 8 december 2015 verbleef [gedaagde] in detentie in de Penitentiaire Inrichting [plaats] . In die periode zijn er geen filmpjes of foto’s van partijen in de openbaarheid gebracht.

2.6.

Op 16 december 2015 heeft [eiseres] een e-mail ontvangen van YouTube. In deze e-mail staat onder meer het volgende vermeld:
"We sturen je deze e-mail om te bevestigen dat we je privacyklacht hebben ontvangen die betrekking heeft op de volgende inhoud:

[YouTube link]

2.7.

Per e-mail van 19 december 2015 heeft YouTube [eiseres] het volgende gemeld:
"We hebben de content verwijderd omdat deze in strijd is met onze Communityrichtlijnen".
2.8. Op de Facebookpagina van de werkgever van [eiseres] is een seksueel getinte foto waarop partijen te zien zijn, geplaatst.

2.9.

Op het Facebookaccount dat op naam van [eiseres] staat, is een filmpje geplaatst waarin [eiseres] naakt te zien is.

2.10.

Bij vonnis van 4 december 2015 is [gedaagde] veroordeeld voor het aanvallen en bedreigen van [eiseres] . [gedaagde] is niet in hoger beroep gegaan tegen dit vonnis.

2.11.

Op 25 december 2015 is op het Facebookaccount dat op naam van [gedaagde] staat, het volgende bericht geplaatst:
"Ik verblijf nu verplicht in [plaats] waar ik ben geplaatst in de Stichting [naam stichting 2] onder toezicht van reclassering. Hier moet ik leren hoe ik op een normale manier met andere mensen om ga, zelf ben ik me nergens van bewust dus ga ik gewoon door met waar ik voor veroordeeld ben namelijk: vernieling, bedreiging, stalking en ander misselijk gedrag tegenover andere mensen."

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] te gelasten om binnen twee dagen na afgifte van dit vonnis alle door hem in de openbaarheid gebrachte filmpjes of foto’s of enige andere afbeelding waarop [eiseres] zichtbaar is, te verwijderen en verwijderd te houden en het betreffende beeldmateriaal aan [eiseres] af te geven, zulks op straffe van een dwangsom. Ook vordert [eiseres] [gedaagde] te verbieden om filmpjes, foto’s of enige andere afbeelding waarop [eiseres] zichtbaar is in de openbaarheid te brengen, op sociale media te plaatsen of anderszins te verspreiden alsmede hem te verbieden op naam van [eiseres] accounts aan te maken op sociale media, een en ander ook op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] filmpjes en foto’s die in de privésituatie van partijen zijn (op)genomen en waarop seksuele handelingen van partijen zichtbaar zijn, openbaar heeft gemaakt door deze op Facebook en YouTube te plaatsen. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] ook op haar naam nepaccounts bij Facebook en Viber aangemaakt. [eiseres] stelt dat [gedaagde] met zijn gedrag onrechtmatig handelt jegens haar en dat zij door dit handelen schade lijdt.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van [eiseres] , zodat aan het verweer van [gedaagde] dienaangaande voorbij zal worden gegaan.

4.2.

[gedaagde] betwist dat hij de door [eiseres] genoemde filmpjes en foto’s op internet heeft gezet. Hij stelt dat hij nooit de beschikking heeft gehad over de betreffende filmpjes en foto’s en dat het [eiseres] zelf is geweest die deze filmpjes/foto’s op internet heeft gezet om hem het leven zuur te maken. Volgens [gedaagde] is ook op zijn naam een nepaccount op Facebook aangemaakt en is daar vervolgens het hiervoor onder 2.11 genoemde bericht op geplaatst. [gedaagde] vermoedt dat [eiseres] daar achter zit.
[gedaagde] betwist ook dat de overgelegde WhatsApp-berichten van hem afkomstig zijn. Voor zover geoordeeld wordt dat deze berichten wel van hem afkomstig zijn, stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat daarmee niet is aangetoond dat hij de films en foto’s ook daadwerkelijk op internet heeft gezet. Ook voert [gedaagde] aan dat niet is aangetoond wat precies de inhoud is van hetgeen op internet is gezet.

4.3.

[eiseres] heeft de voorzieningenrechter ter zitting desgevraagd op haar mobiele telefoon de WhatsApp-gesprekken getoond die met [gedaagde] gevoerd zouden zijn. De voorzieningenrechter heeft geconstateerd dat bij het betreffende WhatsApp-contact, met telefoonnummer [telefoonnummer] , de naam [gedaagde] vermeld stond en een afbeelding van [gedaagde] . Ook is geconstateerd dat het betreffende contact in de periode vóór juli 2015, zijnde de periode dat partijen nog een relatie met elkaar hadden, berichten stuurde over hoe zijn/haar dag was geweest en dat hij/zij later thuis zou komen. Gelet op deze laatste berichten, waarvoor [gedaagde] geen verklaring heeft gegeven, acht de voorzieningenrechter het voorshands voldoende aannemelijk dat [gedaagde] de persoon is achter het betreffende WhatsApp-contact. Het is immers zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onwaarschijnlijk dat iemand anders dan [gedaagde] in de periode dat partijen nog samen waren dergelijke berichten heeft gestuurd aan [eiseres] . Dit geldt des te meer nu de broer van [eiseres] ter zitting heeft verklaard dat de door hem ontvangen berichten ook afkomstig waren van voornoemd telefoonnummer. De voorzieningenrechter gaat er derhalve van uit dat de WhatsApp-gesprekken gevoerd zijn met [gedaagde] . Aangezien de voorzieningenrechter in de betreffende WhatsApp-gesprekken ook een deel van de door gedaagde overgelegde WhatsApp-berichten heeft teruggelezen, wordt er van uitgegaan dat deze berichten inderdaad van [gedaagde] afkomstig zijn.
heeft nog gesteld dat de op de avond van 9 december en de ochtend van 10 december 2015 verzonden berichten niet door hem verstuurd kunnen zijn, aangezien hij op dat moment door de politie verhoord werd en niet de beschikking had over een telefoon, maar dit verweer wordt gepasseerd. [eiseres] betwist de betreffende stelling en uit niets blijkt dat [gedaagde] in de genoemde periode inderdaad verhoord werd en op dat moment niet de beschikking had over zijn telefoon.

4.4.

Aangezien [gedaagde] in de WhatsApp-gesprekken dreigt met het online zetten van intieme films, is de stelling dat hij nooit de beschikking heeft gehad over de door [eiseres] genoemde filmpjes onhoudbaar.

4.5.

De stelling dat niet duidelijk is wat precies de inhoud is van de filmpjes en foto’s die op internet zijn gezet, wordt ook gepasseerd. De door [eiseres] overgelegde schermprints van de Facebookpagina’s spreken voor zich en ook de door [gedaagde] in de WhatsApp-gesprekken genoemde titels van de filmpjes in combinatie met de overige inhoud van deze gesprekken maken voorshands voldoende aannemelijk dat er sprake is van seksueel getinte filmpjes en dat [eiseres] in deze filmpjes voorkomt.

4.6.

Nu vast staat dat [gedaagde] gedreigd heeft met het online zetten van intieme filmpjes en deze filmpjes vervolgens ook daadwerkelijk online zijn gezet, acht de voorzieningenrechter het voorshands ook voldoende aannemelijk dat hij degene is geweest die deze filmpjes op internet heeft gezet. Dit geldt des te meer nu [gedaagde] in zijn WhatsApp-berichten reeds een internetlink naar de verschillende filmpjes heeft vermeld.
De stelling van [gedaagde] dat [eiseres] de filmpjes en foto’s zelf op internet heeft gezet acht de voorzieningenrechter, gelet op de inhoud daarvan en gelet op het feit dat er ook een foto op de Facebookpagina van de werkgever van [eiseres] is gezet, volstrekt onaannemelijk.

Voor wat betreft de foto op de Facebookpagina van de werkgever van [eiseres] , welke foto geplaatst is vanaf het Facebookaccount dat op naam van de dochter van [gedaagde] staat, geldt dat het goed mogelijk is dat [gedaagde] ook achter dit account zit. [gedaagde] heeft in ieder geval niets gesteld over hoe zijn dochter de beschikking heeft kunnen krijgen over de betreffende foto.

4.7.

Door het zonder toestemming van [eiseres] plaatsen van de betreffende filmpjes en foto’s op internet heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres] .
is aldus immers in haar goede naam en eer aangetast en er is een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. [gedaagde] zal dan ook veroordeeld worden tot verwijdering van de door hem geplaatste foto’s en filmpjes. Weliswaar is niet gebleken dat er thans nog foto’s en filmpjes van [eiseres] op internet staan, maar [eiseres] voert terecht aan dat zij, naast het door haar genoemde beeldmateriaal, niet weet welk beeldmateriaal van haar er nog meer op internet is geplaatst. Gelet op de stelling van [gedaagde] dat eenmaal op internet gepubliceerde informatie zich als een olievlek verspreidt, hetgeen naar het oordeel van de voorzieningenrechter een reëel risico is, zal het eerste deel van de vordering van [eiseres] worden toegewezen op de wijze zoals hierna vermeld staat.

4.8.

Het gevorderde verbod tot het in de openbaarheid brengen van beeldmateriaal waarop [eiseres] zichtbaar is, is gezien het voorgaande eveneens toewijsbaar.

4.9.

Gelet op de inhoud van de overgelegde WhatsApp-gesprekken en op het feit dat bij het aangemaakte Viber-account een foto van [gedaagde] vermeld staat, wordt voorshands ook aannemelijk geacht dat [gedaagde] op naam van [eiseres] accounts heeft aangemaakt op sociale media. Het verbod tot het aanmaken van dergelijke accounts zal daarom ook worden toegewezen.

4.10.

De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd op de wijze zoals hierna vermeld staat.

4.11.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding een hoger bedrag aan salaris toe te wijzen dan op grond van het liquidatietarief verschuldigd is. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,68

- griffierecht 288,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.203,68

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gelast [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle door hem in de openbaarheid gebrachte filmpjes of foto’s of enige andere afbeelding waarop [eiseres] zichtbaar is te verwijderen - voor zover dit in zijn macht ligt - en verwijderd te houden, alsmede de betreffende filmpjes of foto’s of andere afbeeldingen af te geven aan [eiseres] , zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan dit gebod voldoet, met een maximum van € 10.000,-;

5.2.

verbiedt [gedaagde] om filmpjes, foto’s of enige andere afbeelding waarop [eiseres]

zichtbaar is in de openbaarheid te brengen, op sociale media te plaatsen of anderszins te verspreiden, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat [gedaagde] dit verbod overtreedt, met een maximum van € 10.000,-;

5.3.

verbiedt [gedaagde] om op naam van [eiseres] accounts aan te maken op sociale media, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat [gedaagde] dit verbod overtreedt, met een maximum van € 10.000,-;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.203,68;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2016.

(md)