Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1152

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-02-2016
Datum publicatie
01-03-2016
Zaaknummer
06/950518-12, 06/255017-12, 05/066015-13 en 06/223381-12 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met bijzondere voorwaarden en een werkstraf voor de duur van 180 uur, wegens opzetheling, mishandeling en twee diefstallen. Vrijspraak ten aanzien van vier gevallen van medeplichtigheid aan oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 06/950518-12 en gevoegd ter terechtzitting 06/255017-12, 05/066015-13 en 06/223381-12 (TUL).

Datum uitspraak : 29 februari 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , wonende [adres 1] .

Raadsman: mr. A.A. Dooijeweerd, advocaat te Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 juli 2013 (parketnummer 05/066015-13 en TUL met parketnummer 06/223381-12), 26 februari 2014, 7 mei 2014 en 15 februari 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

inzake parketnummer 06/950518-12

1.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van

23 juni 2012 tot en met 12 juli 2012

te Ulft , gemeente Oude IJsselstreek, en/of te Winterswijk en/of te

Wilbertoord en/of elders in Nederland

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] , gevestigd teWerlte, Bondsrepubliek Duitsland)

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van 15.000 Euro, althans een geldbedrag,

hebbende die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- zich aan het bedrijf [bedrijf 3] (gevestigd te Wilbertoord) voorgedaan

als [verdachte] (van [bedrijf 2] , [adres 2] te Ulft ,

bereikbaar via telefoonnummer [telefoonnummer 1] ), althans zich voorgedaan als

geïnteresseerde/potentieel koper(s) van een door dit bedrijf te koop

aangeboden freesmachine (merk Okuma, type MA 40 HA, bouwjaar 1996), en/of

- aan dit bedrijf te kennen gegeven die freesmachine te willen kopen voor

30.000 Euro en/of

- daartoe een aanbetaling van 1.000 Euro gedaan aan voornoemd bedrijf en/of

- een ID bewijs op naam van [verdachte] (per mail) naar voornoemd

bedrijf verzonden en/of

- ( toen de restantbetaling uitbleef) aan voornoemd bedrijf medegedeeld

(per SMS bericht) dat dit bedrag per abuis op een verkeerde rekening was

overgemaakt en die koop niet doorging

en/of (vervolgens)

- via het e-mailadres [e-mailadres 1] zich aan (onder meer)

[bedrijf 1] voorgedaan als (machinehandelaar/tussenpersoon)

[verdachte] van [bedrijf 2] ( [adres 2] te Ulft , bereikbaar

via telefoonnummer [telefoonnummer 1] ), en aan (onder meer) die [bedrijf 1]

die/een freesmachine (merk Okuma, type MA 40 HA, bouwjaar 1996)

te koop aangeboden (voor 20.000 Euro excl.BTW) en/of

aangegeven dat die freesmachine binnen een week verkocht moest worden en/of

- foto's van die/een freesmachine (die door het bedrijf [bedrijf 3]

eerder per mail naar die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] waren gestuurd)

bijgevoegd/gestuurd naar die [bedrijf 1] , en/of

- voor die freesmachine een verkoopprijs (van 15.000 Euro), met die [bedrijf 1]

overeengekomen en/of

- aan die [bedrijf 1] aangegeven dat die freesmachine, na betaling

van 15.000 Euro op rekeningnummer IBAN : [rekeningnummer 1] (ten name van

[verdachte] / [bedrijf 2] Ulft), opgehaald kon worden (op 3 juli

2012, op het adres [adres 3] te Ulft), althans aan die

[bedrijf 1] geleverd zou worden,

als ware die freesmachine eigendom van die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] ,

althans eigendom van het bedrijf [bedrijf 2] te Ulft of

als ware die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] bevoegd als tussenpersoon

te (onder)handelen voor de eigenaar van die freesmachine en/of te leveren

namens de eigenaar van die freesmachine,

waardoor die [bedrijf 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 12 juli 2012

te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of te Doetinchem en/of te Winterswijk

en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- ( op of omstreeks 31 mei 2012 te Doetinchem) het (voornoemde) bedrijf [bedrijf 2]

(adres [adres 2] te Ulft) onder zijn, verdachtes, naam in

te schrijven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland en/of

- ( op of omstreeks 2 juni 2012 te Winterswijk) een zakelijke rekening

(rekeningnummer [rekeningnummer 2] ) voor dit bedrijf te openen bij de ING bank en/of

- het feitelijke beheer van voornoemd bedrijf en/of het feitelijk beheer

van die (bij dit bedrijf behorende) zakelijke rekening aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] over te dragen en/of over te laten en/of

- zijn ID-kaart en/of (een) kopie(en) van zijn ID-kaart aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] ter beschikking te stellen;

2.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van

1 mei 2012 tot en met 3 juli 2012 te Uden en/of te Ulft, gemeente Oude

IJsselstreek, en/of te Winterswijk en/of elders in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [benadeelde 1] (directeur van de firma [bedrijf 4] ) en/of het

bedrijf [bedrijf 4] (gevestigd te Lobor, Kroatië) heeft/hebben bewogen

tot de afgifte van 30.500 Euro, althans een geldbedrag,

hebbende die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- via het e-mailadres [e-mailadres 1] en/of telefonisch contact

gelegd met die [benadeelde 1] en/of met [naam 1] (werknemer van voornoemd bedrijf)

en/of

- zich tegenover die [benadeelde 1] en/of die [naam 1] voorgedaan als zijnde [verdachte]

(van [bedrijf 2] ), die als tussenpersoon optrad bij de

verkoop van tweedehands machines, en/of

- een metaalbewerkingsmachine (Moriseiki M400) aan die [benadeelde 1] en/of aan die

[naam 1] te koop aangeboden, en/of

- aan [benadeelde 2] (van het bedrijf [bedrijf 5] ), die als

tussenpersoon/contactpersoon voor het bedrijf [bedrijf 6] te Uden

die/een metaalbewerkingsmachine (Moriseiki M400) (op internet) te koop

aanbood, medegedeeld potentiële klanten voor die machine te hebben, welke

die machine alleen op 14 juni 2012 (-naar die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2]

wisten- tijdens de afwezigheid van die [benadeelde 2] ) konden bekijken

en/of (aldus) op zodanige wijze druk uitgeoefend op die [benadeelde 2] en/of

op zodanige wijze misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie

en/of de zakelijke relatie, die die [benadeelde 2] met [medeverdachte 2]

( [medeverdachte 2] ) had (opgebouwd), dat die [benadeelde 2] dit

bezoek door die [benadeelde 1] en/of die [naam 1] aan [bedrijf 6] te Uden

op 14 juni 2012 tijdens diens afwezigheid toestond en/of

- op 14 juni 2012 (tijdens de afwezigheid van die [benadeelde 2] ) die

[benadeelde 1] en/of die [naam 1] bij het bedrijf [bedrijf 6]

(te Uden) opgewacht en/of aan deze medegedeeld [medeverdachte 1] en/of de

assistent van [verdachte] , te zijn en/of

- die [benadeelde 1] en/of die [naam 1] in het bedrijf [bedrijf 6]

(te Uden) ontvangen en/of rondgeleid en/of aldaar die machine getoond en/of

de mogelijkheden van die machine gedemonstreerd en/of

- voor die machine een verkoopprijs (van 30.500 Euro) met die [benadeelde 1] en/of

met die [naam 1] overeengekomen en/of

- aan die [benadeelde 1] en/of aan die [naam 1] aangegeven dat die machine, na

betaling van 30.500 Euro op rekeningnummer IBAN: [rekeningnummer 1]

ten name van [verdachte] , opgehaald kon worden

(op het adres van voornoemd bedrijf [bedrijf 6] , [adres 4]

te Uden), althans aan die [benadeelde 1] en/of aan dat bedrijf [bedrijf 4]

geleverd zou worden,

als ware die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] bevoegd als tussenpersoon

te (onder)handelen voor de eigenaar van die metaalbewerkingsmachine

en/of te leveren namens de eigenaar van die metaalbewerkingsmachine of

als ware die metaalbewerkingsmachine eigendom van die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] , althans eigendom van het bedrijf [bedrijf 2] te Ulft,

waardoor die [benadeelde 1] en/of dat bedrijf [bedrijf 4] werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 3 juli 2012

te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of te Doetinchem en/of te Winterswijk

en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- ( op of omstreeks 31 mei 2012 te Doetinchem) het (voornoemde) bedrijf [bedrijf 2]

(adres [adres 2] te Ulft) onder zijn, verdachtes, naam in

te schrijven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland en/of

- ( op of omstreeks 2 juni 2012 te Winterswijk) een zakelijke rekening

(rekeningnummer [rekeningnummer 2] ) voor dit bedrijf te openen bij de ING bank en/of

- het feitelijke beheer van voornoemd bedrijf en/of het feitelijk beheer

van die (bij dit bedrijf behorende) zakelijke rekening aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] over te dragen en/of over te laten en/of

- zijn ID-kaart en/of (een) kopie(en) van zijn ID-kaart aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] ter beschikking te stellen;

3.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 23 juni 2012

tot en met 28 juni 2012, althans in de periode van 23 juni 2012 tot en met 14

juli 2012 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of te Winterswijk en/of te

Mill en/of elders in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

[bedrijf 7] (gevestigd te Tezze sul Brenta, Italië) heeft/hebben bewogen tot de

afgifte van 15.000 Euro, in elk geval van enig geldbedrag,

hebbende die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het e-mailadres [e-mailadres 1] zich aan (onder meer) die [bedrijf 7]

voorgedaan als (machinehandelaar/tussenpersoon) [verdachte] van [bedrijf 2]

( [adres 2] te Ulft , bereikbaar via telefoonnummer

[telefoonnummer 1] ) en aan (onder meer) die [bedrijf 7] een freesmachine

(merk Okuma, type MA 40 HA bouwjaar 1996) te koop aangeboden en/of

- foto's van die freesmachine (die door het bedrijf [bedrijf 3] eerder

per mail naar die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] waren gestuurd)

bijgevoegd/gestuurd naar die [bedrijf 7] en/of

- voor die freesmachine een verkoopprijs (van 15.000 Euro), met dit bedrijf

[bedrijf 7] overeengekomen en/of

- aan dit bedrijf [bedrijf 7] aangegeven dat die freesmachine, na betaling

van 15.000 Euro op rekeningnummer IBAN : [rekeningnummer 1] (ten name van

[bedrijf 2] Ulft), opgehaald kon worden op het adres

[adres 5] te Mill, Nederland , althans aan die [bedrijf 7]

geleverd zou worden,

als ware die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] bevoegd als tussenpersoon te

(onder)handelen voor de eigenaar van die freesmachine of

als ware die freesmachine eigendom van die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] , althans

eigendom van het bedrijf [bedrijf 2] te Ulft,

waardoor die [bedrijf 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in de periode van 1 mei 2012 tot en met 14 juli 2012

te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of te Doetinchem en/of te Winterswijk

en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- ( op of omstreeks 31 mei 2012 te Doetinchem) het (voornoemde) bedrijf [bedrijf 2]

(adres [adres 2] te Ulft) onder zijn, verdachtes, naam in

te schrijven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland en/of

- ( op of omstreeks 2 juni 2012 te Winterswijk) een zakelijke rekening

(rekeningnummer [rekeningnummer 2] ) voor dit bedrijf te openen bij de ING bank en/of

- het feitelijke beheer van voornoemd bedrijf en/of het feitelijk beheer

van die (bij dit bedrijf behorende) zakelijke rekening aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] over te dragen en/of over te laten en/of

- zijn ID-kaart en/of (een) kopie(en) van zijn ID-kaart aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] ter beschikking te stellen;

4.

I. [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 27 mei 2012 tot

en met 9 juni 2012, althans in of omstreeks de maand juni 2012

te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of te Winterswijk en/of te Weesp en/of

in de gemeente Haarlemmermeer en/of te Hoofddorp en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

[bedrijf 8] ( gevestigd te Malmö , Zweden, verder te noemen: [bedrijf 8] )

te bewegen tot de afgifte van 590.000 Euro, althans een geldbedrag,

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

tezamen en in vereniging, en/of alleen

- via het e-mailadres [e-mailadres 1] en/of telefonisch contact

heeft/hebben gelegd met de directeur ( [benadeelde 3] ) en/of een

medewerker( [naam 2] ) van die [bedrijf 8] en/of

- zich tegenover die directeur en/of die medewerker heeft voorgedaan

als zijnde [verdachte] (van [bedrijf 2] , [adres 2] , [postcode 1]

Ulft, telefoonnummer [telefoonnummer 1] ) en/of

- een aantal (industriële) machine(s) aan die directeur en/of die medewerker

van [bedrijf 8] te koop heeft/hebben aangeboden en/of

- die directeur en/of die medewerker op vliegveld Schiphol heeft

opgehaald en/of

- die directeur en/of die medewerker in een fabriek van het bedrijf

[bedrijf 9] te Weesp heeft ontvangen en/of

- die directeur en/of die medewerker heeft rondgeleid in voornoemde

fabriek/bedrijf en/of aldaar een aantal machines heeft getoond en/of

daarbij heeft medegedeeld dat die machines te koop waren en/of

- aan [naam 3] (van voornoemd bedrijf [bedrijf 9] ) heeft

medegedeeld dat dit Zweedse bedrijf ( [bedrijf 8] ) werk aan dit bedrijf

[bedrijf 9] wilde uitbesteden (waardoor die [bedrijf 9] dit bezoek aan de

fabriek/het bedrijf en het nemen van foto's van die machines op 8 juni 2012

door die directeur en/of die medewerker van [bedrijf 8] toestond en/of toeliet)

en/of

- ( in een van der Valk restaurant te Hoofddorp, aan de Rijksweg A4)

Amsterdam) zich tegenover die directeur en/of die medewerker(s) heeft

voorgedaan als zijnde [naam 4] en/of

- aan die directeur en/of die medewerker(s) (ee)n visitekaartje(s) met daarop

(onder meer) vermeld de naam [naam 4] ( [bedrijf 10] ,

[adres 6] Wassenaar , emailadres [e-mailadres 2] en

telefoonnummer [telefoonnummer 2] ) heeft gegeven en/of

- tegen die directeur en/of die medewerker(s) heeft medegedeeld dat

hij (die [naam 4] ) (onder meer) die fabriek/dat bedrijf

had geërfd van en/of die fabriek/dat bedrijf wilde sluiten en/of

(een) machine(s) (uit die bezochte fabriek/dat bezochte bedrijf) wilde

verkopen en/of

- een (aan)koopcontract ( zogenaamd Sales Contract)met betrekking tot die

machine(s) heeft afgesloten met die directeur en/of de General Manager van

die [bedrijf 8] (waarbij een verkoopprijs van 590.000 Euro werd overeengekomen

voor de verkoop van 14-15, althans een aantal machines, en/of waarbij een

aanbetaling van 177.000 Euro werd overeengekomen) en/of

- op dat contract als verkoper (onder meer) heeft vermeld " [bedrijf 11] ,

Mr [naam 4] CEO" en/of dat contract heeft ondertekend en/of

- onder de leveringsvoorwaarden (onder meer) heeft vermeld dat de heer [verdachte]

zou helpen met het transport van die machines en/of

- met die directeur en/of die medewerker van die [bedrijf 8] de afspraak heeft

gemaakt dat die aanbetaling voor die machine(s) diende te worden overgemaakt

op rekening van (het bedrijf) [bedrijf 11] voornoemd

(adres: [adres 7] , postal: [postcode 2] WINTERSWIJK, BIC: [nummer] , IBAN:

[rekeningnummer 3] ) en/of

- een factuur naar die [bedrijf 8] heeft gestuurd ,

als ware die machine(s) eigendom van die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] , althans

eigendom van (die) [verdachte] en/of van het bedrijf [bedrijf 2] te

Ulft en/of van die [naam 4] en/of van het bedrijf [bedrijf 12]

en/of van het bedrijf [bedrijf 11] te Winterswijk of

als ware die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] bevoegd als tussenpersoon

te (onder)handelen voor de eigenaar van die machine(s) en/of te leveren namens

de eigenaar van die machines,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 9 juni 2012, althans in

of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot 1 juli 2012, te Ulft, gemeente Oude

IJsselstreek, en/of te Doetinchem en/of te Winterswijk en/of elders in

Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- ( op of omstreeks 31 mei 2012 te Doetinchem) het (voornoemde) bedrijf [bedrijf 2]

(adres [adres 2] te Ulft) onder zijn, verdachtes, naam in

te schrijven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland en/of

- ( op of omstreeks 2 juni 2012 te Winterswijk) een zakelijke rekening

(rekeningnummer [rekeningnummer 2] ) voor dit bedrijf te openen bij de ING bank en/of

- het feitelijke beheer van voornoemd bedrijf en/of het feitelijk beheer

van die (bij dit bedrijf behorende) zakelijke rekening aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] over te dragen en/of over te laten en/of

- zijn ID-kaart en/of (een) kopie(en) van zijn ID-kaart aan die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] ter beschikking te stellen.


inzake parketnummer 06/255017-12

1.

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 juni 2012 tot en met 30 juni

2012 te Winterswijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

2.

primair

hij op of omstreeks 27 juli 2012 te Winterswijk met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een televisie (flatscreen merk Samsung) en/of een televisiestandaard (merk

Vögele) en/of een fotocamera met statief en/of één of meerdere geluidbox(en)

en/of één of meerdere gereedschapskist(en), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of

- een Playstation, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 27 juli

2012 tot en met 14 augustus 2012 te Winterswijk, in elk geval in Nederland,

een televisie (flatscreen merk Samsung) en/of een Sony Playstation en/of een

televisiestandaard (merk Vögele) en/of een fotocamera met statief en /of één

of meerdere geluidbox(en) en/of één of meerdere gereedschapkist(en) en/of

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen

wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 31 juli 2012 te Winterswijk met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen

een televisie (merk Samsung) en/of een computer (merk Dell) en/of een mobiele

telefoon (merk Nokia) en/of een fotocamera (merk Fuij), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

inzake parketnummer 05/066015-13

hij op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks 0de periode van 5 april 2013

tot en met 6 april 2013 in de gemeente Winterswijk

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), (meermalen en met

kracht) in/op/tegen het gezicht en/of op tegen het hoofd heeft

gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van 06/950518-12

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde. Hij heeft in dat kader onder meer gewezen op de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] . Volgens de officier van justitie heeft verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij door zijn handelen zou bijdragen aan een misdrijf van anderen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde. Zijn cliënt had ten tijde van het verschaffen van de gelegenheid, middelen of inlichtingen geen opzet op het plegen van een strafbaar feit door anderen, in dit geval oplichting. Volgens de raadsman volgt uit het dossier dat zijn cliënt zelf door medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is gebruikt en opgelicht. Zijn cliënt was in de veronderstelling dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een bedrijf gingen starten. Het handelen van zijn cliënt kan civielrechtelijke consequenties met zich meebrengen, maar levert niet de strafrechtelijke deelnemingsvorm medeplichtigheid op, aldus de raadsman.

De beoordeling door de rechtbank

Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het bedrijf [bedrijf 2] op zijn naam heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat hij voor dit bedrijf een zakelijke bankrekening bij de ING heeft geopend. Eveneens kan worden vastgesteld dat verdachte het feitelijke beheer van [bedrijf 2] en van de bijbehorende bankrekening heeft overgedragen aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en dat hij zijn ID-kaart of een kopie daarvan aan [medeverdachte 1] ter beschikking heeft gesteld.

Dat verdachte de voorgaande handelingen heeft verricht, erkent hij ook. Verdachte heeft verklaard dat hij hiertoe is benaderd door [medeverdachte 1] . Hij heeft nooit de indruk gehad dat [medeverdachte 1] oneerlijk was. [medeverdachte 1] had een restaurant in Winterswijk en verdachte had gehoord dat hij betrokken was bij andere horecagelegenheden. Daardoor kreeg verdachte de indruk dat hij een zakenman was die zich bezig hield met eerlijke handel. Hem is voorgehouden dat [medeverdachte 1] door omstandigheden niet nog een bedrijf op zijn naam kon zetten. Daarop heeft hij besloten [medeverdachte 1] te helpen.

Verdachte ontkent aldus opzet te hebben gehad op de door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gepleegde oplichting en de poging daartoe.
Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet worden vastgesteld dat verdachte op het moment dat hij voornoemde handelingen verrichtte, wist dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voornemens waren om een misdrijf of meerdere misdrijven te plegen. Het dossier biedt voorts onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen oordelen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn handelen zou bijdragen aan een misdrijf of meerdere misdrijven. Gezegd zou kunnen worden dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat iets niet in de haak was. Dit is evenwel ontoereikend om te kunnen spreken van - zogeheten - voorwaardelijk opzet op het leveren van een bijdrage aan een misdrijf of meerdere misdrijven. Dat verdachte voor zijn medewerking geld heeft ontvangen maakt dit niet anders.

Nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte wist dat zijn handelen zou bijdragen aan één of meerdere misdrijven, gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (te weten meerdere oplichtingen en een poging daartoe), dan wel dat hij bewust de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde.

Ten aanzien van 06/255017-12 1

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , namens [naam 5] , p. 46 t/m 48;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 52 en 53.

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte de tenlastegelegde goederen heeft gestolen. Volgens de officier kan wel wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Hij heeft in dit kader gewezen op de aangifte van [benadeelde 4] , de getuigenverklaringen van [naam 6] en [naam 7] (verdachtes moeder) als ook op de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor zowel de diefstal als de opzetheling.

Hij heeft gesteld dat er moet worden getwijfeld aan de juistheid van de aangifte omdat in eerste instantie aangifte is gedaan van diefstal van een televisie, een televisiestandaard en een Playstation en pas na enkele weken van een fotocamera met statief, geluidsboxen en gereedschapskoffers met gereedschap. Daarnaast heeft de raadsman gesteld dat niet begrijpelijk is waarom zijn cliënt wordt verdacht van de diefstal. Aangever heeft meerdere namen genoemd, maar nader onderzoek naar die personen is uitgebleven. Daarnaast wijzen de aangetroffen sporen niet in de richting van zijn cliënt. Volgens de raadsman bevat het dossier ook onvoldoende bewijs om vast te kunnen stellen dat verdachte op het moment dat hij de betreffende goederen voorhanden had, wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.

De beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak ten aanzien van het primair onder 2 tenlastegelegde

Evenals door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte is geweest, die de tenlastegelegde goederen bij [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] heeft weggenomen. Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het primair onder 2 tenlastegelegde.

Ten aanzien van het subsidiair onder 2 tenlastegelegde

Anders dan de raadsman acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de aangifte en de later afgelegde verklaring van aangever. Het is onder bepaalde omstandigheden immers goed denkbaar dat kort na een diefstal niet direct helder is welke goederen precies zijn weggenomen. Ook na enige tijd kan iemand tot de ontdekking komen dat bepaalde goederen missen.

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

Aangever [benadeelde 4] heeft, tevens namens [benadeelde 5] , op 27 juli 2012 aangifte gedaan van diefstal, gepleegd op diezelfde datum. Weggenomen zijn een 50 inch plasma televisie van het merk Samsung en een televisiestandaard (zoals uit de bijlage bij de aangifte volgt: van het merk Vögele).2 Ook is de Playstation 3 van zijn vriend [benadeelde 5] weggenomen.3

Op 16 augustus 2012 werd aangever aanvullend gehoord. Hij heeft toen verklaard dat hij die dag werd gebeld door een medewerker van de politie met de vraag of nog meer goederen uit zijn woning zijn ontvreemd. Daarop heeft hij gezegd dat ook een fotocamera met statief, twee zwarte geluidsboxen en een aantal gereedschapskoffers zijn weggenomen. In één van de gereedschapskoffers zat een multimeter, een accuschroefmachine en een bovenfrase. De fotocamera met statief, de twee geluidsboxen en de drie gereedschapskoffers die hem door de verbalisant worden getoond, herkent hij als zijn goederen.4

Verdachte heeft verklaard dat hij een Playstation 3, een camera met statief en een flat screen televisie van het merk Samsung heeft verkocht aan een persoon die hij ‘ [medeverdachte 1] ’ noemt (opmerking rechtbank: verdachte bedoelt hiermee [medeverdachte 1] ).5 Toen hij de spullen verkocht, was zijn moeder erbij. Hij heeft de spullen voor € 350,-- aan [medeverdachte 1] verkocht. Verdachte denkt dat [medeverdachte 1] wel in de gaten had dat het niet deugde met de goederen.6

[medeverdachte 1] is als getuige gehoord en heeft op 15 augustus 2012 verklaard dat hij eind juli door verdachte is benaderd met de vraag of hij een fotocamera met statief wilde kopen. Naast deze goederen, heeft [medeverdachte 1] toen ook een Playstation en een flat screen televisie gekocht van verdachte voor € 350,--. De moeder van verdachte was daarbij.7

Ook verdachtes moeder, [naam 7] , is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat verdachte een aantal goederen, waaronder een flat screen, een gereedschapssetje en geluidsboxen bij haar in de schuur heeft opgeslagen. Zij was er getuige van toen verdachte een fotocamera met statief aan [medeverdachte 1] verkocht en is er zeker van dat dit dezelfde camera betrof die ook eerst bij haar in de schuur heeft gestaan.8

Op 9 augustus 2012 werden door verbalisanten in de schuur van [naam 7] onder meer twee gereedschapskoffers met gereedschap aangetroffen. [naam 7] heeft ten overstaan van hen verklaard dat deze spullen daar door verdachte zijn neer gezet.9

Uit voorgaande bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte gestolen goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen. In het bijzonder gelet op verdachtes eigen verklaring, dat ‘ [medeverdachte 1] ’ wel in de gaten had dat het niet deugde met de goederen, acht de rechtbank voorts bewezen dat (ook) verdachte wist dat de goederen uit misdrijf verkregen waren.
Verdachte heeft erkend dat de Playstation 3, een flatscreen van het merk Samsung, de fotocamera met statief, een aantal gereedschapskisten en een tweetal boxen in de schuur van zijn moeder hebben gelegen.10 De verklaring die verdachte daarvoor geeft, te weten dat zijn moeder eigenaar was van die spullen, acht de rechtbank in het licht van de verklaring van zijn moeder en van zijn eigen (zojuist aangehaalde) verklaring, inhoudende dat [medeverdachte 1] wel in de gaten had dat het niet deugde met de goederen, echter niet geloofwaardig.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6] , p. 78 t/m 80;

- het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] , p. 112;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 104 t/m 107 en p. 108.

Aangeefster [benadeelde 6] heeft, naast dat zij aangifte heeft gedaan van diefstal van een televisie, een computer en een fotocamera, ook aangifte gedaan van diefstal van een mobiele telefoon van het merk Nokia.11 De rechtbank heeft geen reden om aan de aangifte te twijfelen.

Ten aanzien van 05/066015-13 12

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer] . Hij verwijst naar de aangifte van [slachtoffer] , de verklaring van getuige [getuige] en de foto van aangeefster [slachtoffer] , waarop haar letsel zichtbaar is. Dat sprake zou zijn geweest van een noodweersituatie, is volgens de officier van justitie niet aannemelijk geworden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit, nu zijn cliënt geen opzet had om [slachtoffer] daadwerkelijk pijn en/of letsel toe te brengen. Zijn cliënt is neergestoken en stelt te zijn aangevallen, waarbij hij zich verdedigd heeft. In deze worsteling kan [slachtoffer] ook geraakt zijn. Dat is nooit zijn bedoeling geweest.

Subsidiair heeft de raadsman in het licht van het voorgaande een beroep gedaan op noodweer. Zijn cliënt heeft zich verweerd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

De beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van mishandeling, gepleegd op 6 april 2013 te Winterswijk. Zij heeft verklaard klappen te hebben gekregen van verdachte. Verdachte heeft haar in haar gezicht geslagen. Hij heeft haar heel hard op haar neus en ook op haar mond geslagen. Zij kreeg hierdoor een bloedneus en een dikke mond. Het deed veel pijn. Ook heeft aangeefster door de klappen op haar gezicht hoofdpijn.13

Dat [slachtoffer] letsel had, werd ook gezien door verbalisant [verbalisant 1] . Zij beschrijft dat ze na een melding op 6 april 2013 om 03:25 uur ter plaatse was en toen [slachtoffer] met een bebloede zakdoek aan haar neus heeft gezien. [slachtoffer] had daarnaast een dikke blauwe plek op haar neus.14

De verklaring van aangeefster [slachtoffer] wordt voorts op belangrijke punten ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] . Hij heeft verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer] met kracht met gebalde vuist in het gezicht sloeg. Hij zag dat hij haar hard raakte. Door de klap viel [slachtoffer] op de grond. Haar neus bloedde en getuige hoorde dat ze veel pijn had aan haar neus.15

Gelet op de aangifte, die steun vindt in het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en de getuigenverklaring van [getuige] , acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] bewust meermalen met kracht in het gezicht heeft gestompt en geslagen. Niet aannemelijk is geworden dat op dat moment (nog) sprake was van een noodsituatie. Het door de raadsman gedane beroep op noodweer wordt daarom verworpen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

inzake parketnummer 06/255017-12

1.

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 juni 2012 tot en met 30 juni

2012 te Winterswijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

2.

subsidiair

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 27 juli

2012 tot en met 14 augustus 2012 te Winterswijk, in elk geval in Nederland,

een televisie (flatscreen merk Samsung) en/of een Sony Playstation en/of een

televisiestandaard (merk Vögele) en/of een fotocamera met statief en /of één

of meerdere geluidbox(en) en/of één of meerdere gereedschapkist(en) en/of

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen

wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 31 juli 2012 te Winterswijk met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen

een televisie (merk Samsung) en/of een computer (merk Dell) en/of een mobiele

telefoon (merk Nokia) en/of een fotocamera (merk Fuij), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

inzake parketnummer 05/066015-13

hij op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 5 april 2013

tot en met 6 april 2013 in de gemeente Winterswijk

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), (meermalen en met

kracht) in/op/tegen het gezicht en/of op tegen het hoofd heeft

gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

inzake parketnummer 06/255017-12

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal.

Ten aanzien van feit 2, subsidiair:

Opzetheling.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

inzake parketnummer 05/066015-13

mishandeling, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het bij parketnummer 06/950518-12 onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde, het bij parketnummer 06/255017-12 onder feit 1, het subsidiair onder 2 en het onder 3 tenlastegelegde en het bij parketnummer 05/066015-13 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis. Als het voorwaardelijke strafdeel dient als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering te worden gekoppeld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft afdoening met enkel een werkstraf bepleit, ook indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan meerdere oplichtingen en een poging daartoe.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 4 januari 2016;

- een advies van Reclassering Nederland, gedateerd 29 november 2013.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan – kort gezegd – twee diefstallen, opzetheling en mishandeling. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte heeft met zijn handelen meerdere personen geschaad.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Daarnaast houdt zij in het voordeel van verdachte rekening met het forse tijdsverloop in deze zaken, dat voor het overgrote deel niet aan verdachte of de verdediging is te wijten. De feiten dateren uit 2012 en 2013 en hadden eerder afgedaan kunnen worden.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het meest recente reclasseringsrapport in deze zaken dateert uit november 2013 en schetst geen rooskleurig beeld. Verdachte kent een problematische voorgeschiedenis en kon zich ten tijde van het opstellen van het rapport emotioneel niet of moeilijk staande houden. Ook kampte hij met een forse schuld en trauma’s. Inmiddels heeft hij echter op vrijwillige basis veelvuldig contact met Iriszorg voor zijn verslavingsproblematiek, heeft hij een ander woonadres en is er zicht op verlichting van zijn schuldenlast. Het lukt verdachte om zich, zij het met moeite, staande te houden.

Dat sprake is van een voorzichtig stijgende lijn bij verdachte, lijkt te worden ondersteund door zijn strafblad, waaruit volgt dat verdachte voor het laatst is veroordeeld in januari 2013. Hoewel de aard en ernst van de feiten een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf rechtvaardigen, wil de rechtbank deze voorzichtig stijgende lijn niet doorkruisen door verdachte een dergelijke straf op te leggen.

Om te voorkomen dat verdachte terugvalt in laakbaar gedrag, acht de rechtbank wel een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf voor de duur van 3 maanden op zijn plaats. De proeftijd zal worden bepaald op 2 jaar.
Verdachte wendt zich al vrijwillig tot Iriszorg. De rechtbank acht het echter van belang dat een dergelijke vorm van hulpverlening wordt voortgezet. Dat is zowel in het belang van de samenleving als van verdachte. Om dat te bewerkstelligen zal de rechtbank aan het voorwaardelijke strafdeel een bijzondere voorwaarde in de vorm van een meldplicht koppelen, ook om te voorkomen dat verdachte op enig moment de hulpverlening eenzijdig zal beëindigen. De rechtbank ziet gelet op het tijdsverloop af van het opleggen van een gedragsinterventietraining en een opname in een instelling voor begeleid wonen als bijzondere voorwaarden.

Gelet op de aard en ernst van de feiten acht de rechtbank naast voormelde voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf ook een (forse) werkstraf voor de duur van 180 uren, passend en geboden. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zal daarop in mindering worden gebracht.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partijen [bedrijf 1] , [bedrijf 4] , [bedrijf 7] en [bedrijf 8] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de in de zaak met parketnummer 06/950518-12 respectievelijk onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten.

De benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte van die feiten zal worden vrijgesproken. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling (gekoppeld aan de zaak met parketnummer 05/066015-13)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling wordt afgewezen. Hij acht toewijzing van de vordering niet opportuun, nu sprake is van oude feiten en sinds lange tijd geen nieuwe feiten op de justitiële documentatie van verdachte staan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering na voorwaardelijke veroordeling af te wijzen.

De beoordeling door de rechtbank

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 23 januari 2013 (06/223381-12) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week ten uitvoer gelegd te worden.

Op grond van wat ter terechtzitting omtrent de veroordeelde is gebleken, zal de rechtbank in plaats daarvan een taakstraf gelasten, gedurende het hierna te vermelden aantal uren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 22c, 22d, 27, 57, 63, 300, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte in de zaak met parketnummer 06/950518-12 vrij van de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten;

 Spreekt verdachte in de zaak met parketnummer 06/255017-12 vrij van het primair onder 2 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, toezichtunit Zutphen op het volgende adres: Houtwal 16d te Zutphen (0575-582744) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich zal houden aan de aanwijzingen die de Reclassering hem geeft, ook als dat inhoudt dat hij zich zal laten behandelen en/of begeleiden door Iriszorg of een soortgelijke instelling, zolang als de Reclassering dit nodig acht;

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tevens tot:

 een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] (parketnummer 06/950518-12);

 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 4] (parketnummer 06/950518-12);

 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 4] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 7] (parketnummer 06/950518-12);

 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 7] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 8] (parketnummer 06/950518-12);

 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 8] niet-ontvankelijk in haar vordering.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De rechtbank:

 gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, groot één week, die aan veroordeelde voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen op 22 januari 2013, met parketnummer 06/223381-12) een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen.

Dit vonnis is gewezen door M.J.A.L. Beljaars (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 februari 2016.

mr. M.J.A.L. Beljaars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 T.a.v. de zaak met parketnummer 06/255017-12 is het bewijs terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie eenheid Noord- en Oost-Gelderland, Team Oost-Gelre, district Achterhoek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0646 2012111496, gesloten op 1 november 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4] , tevens namens [benadeelde 5] , p. 55 t/m 57 en de bijlage weggenomen goederen p. 58.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4] , tevens namens [benadeelde 5] , p. 56.

4 Het proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 4] , p. 60 en 61.

5 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 73 bovenaan.

6 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 73, eerste en derde alinea.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] , p. 75 en 76.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] , p. 88 en 89.

9 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] d.d. 29 augustus 2012, p. 118 en 119.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 73, tweede alinea, eerste en derde zin.

11 Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6] , p. 79.

12 Ten aanzien van de zaak met parketnummer 05/066015-13 is het bewijs terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 6] van de politie Noord- en Oost-Gelderland, district Achterhoek, team Winterswijk, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0646 2013065222, gesloten op 20 mei 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

13 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 10 en 11.

14 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , p. 16.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 18 en 19.