Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:1148

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-03-2016
Datum publicatie
02-03-2016
Zaaknummer
05/720128-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor woningoverval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720128-15

Datum uitspraak : 2 maart 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Raadsvrouw: mr. S.R. van Laar, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 september 2015, 2 december 2025 en 17 februari 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 september 2014 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer bankpas(sen) en/of

één of meer mobiele telefoon(s) (een Iphone en/of een Siemens A-58), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte,

- ( gewapend met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of met

een masker, althans met gezichtsbedekkende kleding) bij de woning van die

[slachtoffer] heeft aangebeld en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] direct dit mes, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp heeft

getoond, althans duidelijk zichtbaar heeft voorgehouden en/of (vervolgens)

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij op zijn knieën moest gaan zitten

en/of op de grond moest gaan liggen en/of (vervolgens)

- aan die [slachtoffer] heeft gevraagd waar het geld lag en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] heeft gedwongen om geld op zijn lopende rekening over te maken

en/of daarbij die [slachtoffer] bij de keel heeft gepakt en/of met dat mes in de nek

heeft geprikt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "voel je dit, voel je dit?" en/of "dat gaat

dan verder dan steek ik door" en/of "ik vermoord je", althans woorden van

gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen om zijn pincode(s) te geven en/of daarbij heeft

gezegd: "als ze niet goed zijn dan kom ik terug en vermoord ik je", althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] (door middel van tie-rips) aan de trap(leuning) heeft

vastgebonden en/of vastgemaakt;

2.

hij op of omstreeks 03 september 2014 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen

800 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op of omstreeks 03 september 2014 te Arnhem opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte die [slachtoffer] (door middel van tie-rips) aan de trap(leuning) vastgemaakt en/of vastgebonden.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Door aangever [slachtoffer] is verklaard dat hij op 3 september 2014 in zijn woning is overvallen door een man waarbij hij onder bedreiging met een mes is gedwongen zijn gebruikersnaam en wachtwoord van zijn internetbankieren af te geven. Met deze gegevens heeft de man via de laptop van [slachtoffer] geld overgemaakt van de ene rekening naar de andere rekening van [slachtoffer]. Daarna heeft de man de pincode van [slachtoffer] afhandig gemaakt en is met de pinpas van [slachtoffer] een bedrag van € 800,- euro gepind.

Op de muis van de laptop op de slaapkamer van [slachtoffer] is een DNA-mengprofiel gevonden dat matcht met het DNA van verdachte. Naast dit gevonden DNA-bewijs bevindt zich in het dossier geen ander ondersteunend bewijs waaruit blijkt dat verdachte de man is die deze overval zou hebben gepleegd. De rechtbank stelt vast dat het door getuige [getuige] gegeven signalement van deze man niet overeenkomt met het uiterlijk van verdachte. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij nooit in de woning van [slachtoffer] is geweest, maar dat hij en [naam] – die wel vaker in de woning van [slachtoffer] is geweest nu [slachtoffer] zijn boekhouder is – regelmatig elkaars kleding dragen en op die manier zijn DNA in de woning kan zijn gekomen.

De rechtbank kan niet vaststellen of het aangetroffen DNA door overdracht op de muis terecht kan zijn gekomen en kan daarmee de verklaring van verdachte niet uitsluiten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de man is die de overval heeft gepleegd en zal verdachte dan ook voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van het beslag oordeelt de rechtbank dat het inbeslaggenomen navigatiesysteem terug kan worden gegeven aan de rechthebbende.

De benadeelde partij [slachtoffer] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

3 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten navigatiesysteem, aan de rechthebbende.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. W.A. Holland en mr. J.J.H. van Laethem, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G.A. Luijckx, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 maart 2016.